Ned. Scheepsbouw Mij. moeten sluiten. )e Nederlandsche tentoonstelling in Chantilly zal Individueele rubberrestrictie en aanplant-registratie? Voorstellen der Centrale Adviescommissie. Uit Batavia: Op 10 October vergaderde voor de eerste maa! de Centrale Adviescom missie inzake de rubberrestrictie voor de be volkingsrubber in de Buitengewesten. De commissie nam kennis van het alge meen gevoelen, dat in de Inheemsche maat schappij bestaat, dat aan alle rubberbezit al dan niet in tap, en waar ook gelegen, een aandeel in de productie moet worden toege- kend. De commissie meent, dat ten aanzien van de groote rubbergewesten een gefundeerd oordeel over de wenschelijkheid van den in- voer van eenig individueele restrictiestelsel echter eerst kan worden gevormd, nadat een telling van de boom en en een registratie van de aanplantingen heeft plaats gehad. De commissie zal daarom een zoodanige registra tie aan de regeering voorstellen. Omtrent de wijze van uitvoering dezer registratie zullen adviezen bij de daarvoor aangewezen instam ties worden ingewonnen. Bij de commissie zijn voorts voorstellen Ingekomen tot invoering van Individueele restrictie voor Atjeh, Tapanoeli, Banka Riouw. De voorstellen inzake Atjeh en Tapanoeli bevinden zich echter niet in een zoodanig stadium van voorbereiding, dat tot het uit' brengen van een concreet advies kan worden overgegaan. Voor Banka en Riouw staat dit vraagstuk echter anders. De commissie meent aan de regeering te moeten adviseeren voor deze gebiedsdeelen de voorkeur te geven aan een individueele restrictie, waarbij het aan het oordeel der gewestelijke commissies cn der gewestelijke bestuurshoofden wordt overgelaten te beslis sen of verdeeling van het gewestelijk quotum over producenten kan geschieden op basis van het aantal getaote boomen dan wel naar het aantal tapbare boomen. De commissie meent, dat aan oogstvergun- ningen op naam de voorkeur moet gegeven worden boven coupons en adviseerde voort? om voor deze oogstvergunningen onbeperkte overdracht mogelijk te maken. Haagsche tram in moeilijk heden. Loonkorting van 12%? Anders opheffing van een aantal lijnen. Uitvoerrecht op bevolkingsrubber. Twintig gulden per 100 K.G. Aneta meldt uit Batavia: Met ingang van 1 November a.s. is het uitvoerrecht op bevol kingsrubber vastgesteld op f20 per honderd kilogram voor alle droge rubber. Voor assortimenten, niet vallend onder dro ge rubber, is het volgende uitvoerrecht vast gesteld: a. Voor Atjeh en Onderhoorigheden, Tapa noeli, Sumatra's Oostkust, uitgezonderd Beng- kalis, alsmede voor de haven Sabang f 18 per 100 K.G. b. Voor Sumatra's Westkust, Djambi, Pa- Iembang, Bengaal is en Indragiri f 16.50 per 100 K.G. c. Voor de Wester-afdeeling van Borneo f 19 per 100 K.G. d. voor de Zuid-er- en Ooster afdëeling van Borneo f 16 per 100 K.G e. voor alle overige uitvoerhavens alsmede fcambo en Tarempa f 20 per 100 K.G. VROUWENHANDEL. Het gerechtshof te Arnhem veroordeelde ln hoog gr beroep den 42-jarigen koopman H. P. uit Winterswijk, thans gedetineerd, tot één jaar en zts maanden gevangenisstraf wegens vrouwenhandel. brandweer moest twee keer uitrukken. Voor brand in banketbakkerij. Donderdagavond heeft oen felle brand ge woed in pand 95 aan de Leuvehavèn te Rot terdam, een hoog gebouw, behoorende tot het complex van de firma C. Ulrich en Zn., brood- en banketbakkerij, die in pand 95 een zeer bekende gelegenheid tot het geven van par tijen en diners heeft. De brand woedde op de bovenste verdieping, welke grootendeels werd ingenomen door de keuken en een opslag plaats voor diverse ingrediënten. Om 7 uur was men in de keuken bezig. Een vlam is toen in een pan met vet geslagen. Door deze vlam sprong een ruit en voorbij gangers die zulks zagen, waarschuwden on middellijk de brandweer. Toen deze echter ar riveerde had het personeel reeds met eigen middelen het brandje gebluscht, Deskundigen stelden een onderzoek in en er werd nergens meer een spoor van brand gezien. Een klein uur later is toen opnieuw brand uitgebroken. Toen was niemand meer op de bovenste verdieping aanwezig. Personeel dat beneden in de zaak aanwezig was bespeurde onraad en door voorbijgangers werd direct de brandweer gewaarschuwd. De vlammen sloe gen inmiddels reeds uit het dak. De brandweer rukte nu met groot materiaal uit en met 11 stralen werd het vuur bestreden. De brand had zich direct snel uitgebreid en aan alle kanten laaiden de vlammen hoog op. Men tastte het vuur aan vanaf de daken van omliggende gebouwen, vanaf de straat, vanaf een motorladderwagen en door aangrenzende perceelen aan de achterzijde. Tot kwart over negen werkte men met volle kracht en om half tien kon men zeggen dat het vuur bedwongen was en kon met de nablussching begonnen worden, die nog geruimen tijd in beslag nam. De bovenste verdieping is vrijwel geheel uit gebrand, terwijl het dak doorgebrand is. De zijmuren zijn nog blijven staan. De schade die aanzienlijk moet zijn, doch nog niet vastgesteld kon worden, wordt door verzekering gedekt. Het overige gedeelte van het pand heeft door de geweldige massa's wa ter die op den vuurhaard geworpen zijn, groote schade opgeloopen. De oorzaak van het opnieuw uitbreken van den brand is vermoedelijk de volgende: In de keuken is een houten luchtkoker. Vlak daarbij was om zeven uur de vlam in de pan met vet geslagen en thans wordt vermoed dat vonken in den luchtkoker zijn geslagen en dat hieraan het uitbreken van den brand is te wijten. Bij het onderzoek na het eerste brandje is wel op den luchtkoker gelet, doch men heeft toen niets verdachts kunnen ontdekken. In een vergadering van den personeelraad der Haagsche Tramweg Maatschappij heeft de directeur mededeeling gedaan van den hoogst engunstigen financieel en toestand, waarin het bedrijf verkeert. De directeur achtte een 1 Januari a.s. ingaande belangrijke loonsverla ging onvermijdelijk, wilde men voorkomen, dat reeds in 1935 tot o-pheffing van een aantal lij nen zou moeten worden overgegaan, hetwelk een massaal ontslag van honderden beambten ten gevolge zou hebben. Genoemd werd een algenneene verlaging der bestaande toornen met 12 pet. Wanneer deze loonsverlaging zou worden ingevoerd zou niet temin no-g een zeer groot tekort aanwezig blij ven, dat door de gemeente en de Haagsche Buurtspoorwegen bijgepast zo-u moeten wor den. De directeur .meende echter, -dat men bij een diergelijke loonsverlaging, a-lthans voor het jaar 1935, van de opheffing van lijnen zooi kun nen afzien. De per-so oneelraad erkende den hoogst pre- cairen toestand van hie-t bedrijf, alsmede -het groote belang, dat het personeel er zelf bij heeft om. massaal ontslag wegens opheffing van lijnen te voorkomen, doch -meende zich omtrent de vraag tot welk bedrag het perso neel een verlaging der ioon-en zou kunnen dra gen, ten einde daarmede tot een verlaging van de exploitatie-kosten te komen, niet te kunnen u-itspreken alvorens overleg te hebben gepleegd met het personeel. BURGEMEESTER VAN LANSCHOT VAN EEN LADDER GEVALLEN. Mr. Fr. J. van Lanschot, burgemeeseter van den Bosch is te zijnen huize van een zolder laddertje gevallen, tengevolge waarvan hij het hielbeen van den rechtervoet heeft ge broken. De burgemeester wordt thuis ver pleegd. Het zal echter eenige maanden duren voor hij hersteld zijn ambtsbezigheden vol ledig zal kunnen hervatten. (Adv. Ingez. Med.) „Witte Nelis" in vrijheid gesteld. Politie had niet voldoende bewijzen. Een man, bijgenaamd „Witte Nelis" die onlangs na zijn terugkeer uit Amerika is gearresteerd, en die ervan werd verdacht eenige jaren geleden inbraken te hebben pleegd, te Amsterdam en Rotterdam is in vrijheid gesteld. De bewijzen tegen* „Witte Nelis" waren niet var. dien aard, dat langere preventieve hechtenis gewettigd was. AUTOMOBILIST REED MOTORRIJDER AAN. De koopman M. M. P. heeft op 9 Juli 1933 met zijn auto op den nieuwen rijksweg Am sterdamAmersfoort nabij Muiden een motorrijder bij het passeeren aangereden. Deze werd van zijn motorfiets geslingerd en hij kreeg daarbij zulke ernstige wonden, dat hij korten tijd later overleed. De Amsterdamsche rechtbank ver-oordeel de den automobilist wegens dood door schuld tot zes weken gevangenisstraf. In hooger beroep eischte de procureur-generaal drie maanden hechtenis met intrekking van het rijbewijs voor den tijd van een jaar. Plet Hof te. Amsterdam veroordeelde verd. tot twee maanden hechtenis. AANBIEDING HERINNERINGSALBUM AAN PRINSES JULIANA. De prinses zal a.s. Zaterdag ten paleize Noord einde den voorzitter en den secretaris van de Haagsche telefoon-radio vereeniging in de ge legenheid stellen haar het herinneringsalbum ter gelegenheid van het huldigingsconcert ten bate van het Nationaal Crisis Comité aan te bieden. Voorloopig nog geen K. L. M. lijn naar Manchester. Het vliegveld voldoet niet aan de bescheidenste eischen. Reuter seint uit Londen, dat de chef van den vliegdienst der K.L.M., de heer I. A. Alex, in antwoord -op een vraag van het gouverne ment of het Boston-vliegveld bij Manchester te -gebruiken zou zijn al-s vliegveld in een in ternationale verbinding geantwoord heeft, dat het ni-et aan de bes-cheidenste eischen vol deed -en d-at het nog niet goed zou worden, ook al zou het w-orden vergroot. De vraag werd geda-an naar aanleiding van een voorstel van de stad Manchester om te Rindway (Cheshire) een nieuw vliegveld, te stichten. De heer Aler voegde er aan toe, dat, indien Manchester een goed geoutilleerde, eerste klasse vlieghaven zou aanleggen, dat de K. L. M. dan wel bereid zou zijn, Manchester in haar dienstregeling op te nemen. PLOTSELING OVERLIJDEN OP GEZELLIG SAMENZIJN. Aan een gezellig samenzijn, waarin de deelnemers aan een vergadering ter her denking van de Afscheiding Donderdagavond h Tivoli te Utrecht zich hadden vereenïgd, is een tragisch einde gekomen door het plot selinge overlijden van een der aanwezigen ds. J. E. Reyenga, van Ure terp. Ds. Reyenga voelde zich onwel worden en werd buiten de zaal gebracht, waarna, een in de zaal aanwezig dokter hem hulp wilde erleenen. De predikant was toen echter reeds overleden. De voorzitter van het her denkingscomité, minister dr. H. Colijn. ver scheen daarna op het podium en sloot de vergadering. Minister Oud neemt gepant serde auto's in beslag. Goede vangst op inspectietocht. Minister P. J. Oud, maakte vergezeld door eenige leden van zijn departement w.o. de directeur-generaal van het departement van Financiën, Donderdag een inspectietocht door Zeeuwsch Vlaanderen. Op het traject PhilippineSas van Gent passeerde men een tweetal vrachtauto's, welke gepantserd bleken te zijn en die op last van den minister in beslag genomen werden. Eén brandweer keerde terug, een ander kwam maar niet. Intusschen brandde de boerderij af. Te ongeveer half negen Donderdagavond is brand uitgebroken in de sedert geruimen tijd leeg staanden groote boerderij van den heer Van Gelder te Macharen. De Ossche brandweer rukte uit, doch keerde bij de grens van de gemeente terug, toen bleek, dat de brand buiten het Ossche gebied woedde! De brandweer van Macharen, die over zeer primitieve bluschmiddelen be^ schikt, verscheen zelfs niet ter plaatse. De geheele boerderij, die niet verzekerd was, is afgebrand. Vermoed wordt, dat er kwaadwilligheid in het spel is. Brand op de „Zuiderkerk". Vuur spoedig gebluscht. Er waren ook ontplofbare stoffen aan boord. TUSSCHEN VRACHTAUTO EN BRUG LEUNING BEKNELD. De 8-jarige Van Til, die te Hoogkerk be kneld geraakte tusschen een vrachtauto en een brugleuning, is eenige uren later in het Diaconessenhuis te Groningen overleden. Prof. dr. Hugo Visscher 70 jaar. - "Heden vieirt'het Tweede Kamerlid, prof"'dr.* Hugo Visscher, die sedert 1922 voor de Anti- Revolutionaire piartij in die Tweede Kamer zitting heeft, zijn 70sten verjaardag. Prof. Vis scher, die in 1894 cum lande promoveerde tot doctor in de theologie, kreeg spoedig gezag in den kring Gouda der. a. r. partij en in den feilen verkiezingsstrijd dn 1905, toen het mi nisterie Kuyper viel, streed dr. Vissche-r naast dr. Kuyper, die hem den bijnaam gaf „de enan met den Geuzenikop". Van 19051916 heeft dr. Visscher deel uitgemaakt van het centraal comité der Anti-Rev. Partij. Zijn benoeming tot .hoogleeraar aanvaardde dr. Vis-scner 15. Febr. 1905 met een inauguratie „Over d-en, oorsprong der ziel". In 1922 bracht Gelderland dr. Visscher i-n de Tweede Kamer. Hij werd toen hoogleer aar te Utrecht met een bijzondere leeropdracht, waarvan hij echter in 1931 op zijn verzoek eervol werd ontheven, ten einde zi.ch geheel aan zijn Kamerlidmaatschap te kunnen geven. In de Kamer hebben vooral de onderwijs vraag stukken de aandacht van prof, Visscher. Aan boord van het Nederlandsche s.s. .Zuiderkerk" van de Ver. Ned. Stoomvaart Mij. te Den Haag, is Donderdagmorgen naar V.D. uit Londen meldt, brand ontdekt. Het ;chip, dat op weg naar Oost-Azië was, is te Suez binnengeloopen, waar omstreeks twee uur in den middag met de hulp van een sleepboot door kanaalmaatschappij en met eigen middelen het vuur is gebluscht. De brand was ontstaan in het tusschendek van ruim IV dat met stukgoederen geladen was. Er is -een lading ontplofbare stoffen aan boord, doch deze schijnt geen direct ge vaar te hebben geloopen, daar zij in de z.g. kruitkamers was geborgen. ONDERZOEK NAAR PARTICULIERE WAPEN FABRICAGE GEVRAAGD. De Nederlandsche afdeelin-g van den Inter nationalen Vrouwenbond voor Vrede en Vrij heid heeft zich tot de regeering gewend met het verzoek een commissie te benoemen, welke een volkomen objectief en onafhankelijk on derzoek zal instellen naar de particuliere wa pen- en munitiefabricage in Nederland. Weer nieuwe rundvee afslachting? Thans plannen voor 150.000 stuks. De veehouderijcentrale heeft beraadslaagd over het vraagstuk van de vermindering van den veestapel. Naar de N.R.Crt. verneemt, heeft de centrale besloten de regeering te ad viseeren tot opruiming van 150.000 stuks rund vee. waarvan 125.000 stuks zouden worden in geblikt, 10.000 zouden worden ingevroren en de rest naar de destructie zou worden ver wezen. Een van de leden van de Veehouderij centrale bracht een aanbod ter sprake van Russische zijde gedaan voor export van vee naar Rus land. Over dit aanbod, dat uit den aard niet anders dan een betrekkelijk klein quantum kan betreffen, is nog geen beslissing genomen. Een rijke verzameling. Onze Parijsche correspondent schrijft ons uit Chantilly: Er zijn in Fransche, particuliere verzame lingen en hi enkele kleinere, minder bekende musea in de provincie nog zooveel kunstwerk ken van otschatbare waarde dat het ministe rie van Schoone Kunsten doorloopend er in slaagt om magnifieke tentoonstellingen te or- ganiseeren. En zoo heeft men dan nu in het kasteel van Chantilly (met opzet juist daar, wijl het aan den grooten straatweg van Am sterdamParijs ligt) een expositie geopend van teekeningen van de meesters uit XVIIde en XVIIIde eeuw (Nederlandsche School). Zij wordt bedoeld als een vervolg op de beide voorgaande tentoonstellingen van Nederland sche Kunst: die in de Salie des Fauimes, voor de schilderkunst, en die van de etsen welke in het Gr.and Palais werd gehouden. Aan den heer Menri Male, adjunct-conservator van het Museum Oondé komt de eer toe van deze kost bare verzameling uit particuliere collecties een prachtige retrospectieve tentoonstelling te hebben gemaakt, welke zelfs den meest onin gewijde een goed beeld geeft van onze oude school. De eereplaats wordt natuurlijk ingenomen door Rembrandt met vier groote en twee klei nere teekeningen. Het is in de eerste plaats een Christus op het Kruis, een teekening zoo suggestief, zoo aangrijpend wat de uitdrukking- betreft, dat men werkelijk niet de beroeande en onovertroffen belichting van dezen groot meester van alle eeuwen noodig heeft om een diepe ontroering te ondervinden. Niet minder aandoenlijk is zijn andere teekening, een episode uit het Oude Testament: De terugkeer van den Verloren Zoon. Met welk een teeder- held omhelst de vader zijn zoon die daar neer knielt voor het ouderlijk huis; met welk een aandoenlijke belangstelling kijkt een ander uit het venster neer op dit prachtige familie- atfereel. Opmerkelijk is het dat Rembrandt ook in deze teekening (natuurlijk doet het aan de artistieke waarde niets af) dezelfde fout maakt als in zijn beroemde schilderij van het Louvre: ook hier teekent hij het Ooster- 1 sche huis .met luiken en glas-in-lood raampjes. De in Chantilly geëxposeerde „Leeuw" van Rembrandt is één van de allereerste schetsen welke hij naar natuurl maakte. - Rembrandt (zie de uitgebreide collectie in het Prenten kabinet te Berlijn) heeft herhaaldelijk leeu wen geteekend. Maar, zoo vertelt Wilhelm Bode, hij ging uitsluitend af op de verhalen van zeelui en zoo ontstonden Rembrandt's leeuwen, die meer leeken op de houten woes tijn-koningen van een draaimolen, dan op werkelijke wilde dieren. Tot op den dag dat er een reizende menagerie in Amsterdam kwam en Van Rhijn in staat was om met eigen oogen een leeuw te aanschouwen: met enkele potloodstreepjes schetste hij daar een leeuw in al zijn majesteit. De enorme veelzijdigheid van Rembrandt kan men opmaken uit twee andere teekeningen, twee héél andere onder werpen: het portret van een (onbekende) vrouw en van een rijk landschap met esn ver vallen torentje, een molen en machtige boom groepen. Het is billijk dat we voor- alles het werk van Rembrandt citeerden; naast hem vinden we een veertigtal andere kunstenaars wiel werk zeker vermeld dient te worden. Met zorg heeft de conservator van Chantilly hen ge- classeerd naar de door hen behandelde onder werpen. Zoo vinden we dierenschilders, land schapschilders en portrettisten en hen die zich toelegden op het teekenen van zeeslagen. In de eerste groep vermelden we een varkens stal van Botter, een klein teekeningetje waar in men dadelijk den meester van den „Stier" (Mauritshuis) herkent. Daarnaast een paar koeien van Nikolaas Berghem en een paar paarden van Wouwerman en een landschapje met dieren van Adriaan Vandervelde dat uit blinkt door zijn finesse. Hoe treffend ook zijn de schapen van Van der Meer. Héél de poëzie van het eeht-Hollandsche landschap vindt men in dat fijne teekeningetje uitgedrukt. Belangrijker nog, zoo niet wat onderwerp als wel wat behandeling betreft is de afdee- ling landschappen. Immers, hier werden we in de eerste plaats sterk gefrappeerd door Ruys dael Wat ons in Ruysdael altijd zoo bijzonder treft dat zijn de luchten, de machtige wolk- groepen zooals men slechts boven een Hol- landsch landschap ziet. Maar hier blijkt het dat de groote Ruysdael ook met een pen of een potlood in staat was die machtige wolk gevaarten in al hun kleurrijkdom weer te ge ven. We vinden hier ook naast het werk van Jacob R. de interessante opzet van Salomon Ruysdael's beroemde doek, meest bekende werk (Museum te Brussel). En dan dat aandoenlijk met zooveel zorg geteekende „Boerderijtje" van Hobbema. Er zijn daar n-og in deze afdeeling landschappen van Dalens, van HuLswit, Van der Vinne, van Pijnacker en er is een polder- tje van Jan Booth dat vooral zeer de aandacht verdient. En onze oud-Hollandsche steden, hoe schitterend worden ze in al haar statige deftigheid geteekend door een Albert Cuyp (Gezicht op Rhenen), door een Backhuisen en een Embden, door een Klotz (Gezicht op Ga-ave). En dan komen we bij 'n Willem Van dervelde die ons een statig oorlogsschip toont, bij B'ackhuisen en Kobell en Steek die er zich op toelegden en onze beroemde vloot uit den tijd der Zeven Provinciën (we bedoelen na- tuurlijik die van de Ruytei- te teekenen: ware, de wereld-omzeilende symbolen van nafckxnale grootheid. Uiterst belangrijk zijn ook de dorpstaferee- len en interieurs van Adriaan en Is. Van Osta- de„ die zoo heerlijk ons smeuïg straatleven schetsen. Een „Vrek" van Van Mieris, een „Jong meisje met mandoline" van Netscher en een fantasietje van Jan Steen zijn kostelijk, wat uitdrukking en meesterlijk wat behande ling betreft. Ah, we zouden al die werken wel één voor één willen citeeren; een portret van Boerhave door Ti-oost, van Maurits, een zee van Van Everdingen, ee,n herberg van Van der Laan, een ander, weer zoo héél verschillend van de Vries, een paar boeventypen van Van dervelde en Hackaert. Op twee, drie uitzonde ringen na heeft de organisator van deze uiterst belangrijke tentoonstelling alleen maar die werken gekozen waarin de Nederlandsche kunstenaars ook Nederlandsche onderwerpen, landschappen, interieurs of straattooneelen be handelen. Een uitzonderingetjezooals voor onzen groct-meester, Rembrandt waarop niemand iets zal hebben aan te merken. Waar Chantilly op den grooten heirweg van Nederland naar Frankrijk ligt, daar willen we hopen dat de talrijke touristen die naar hier komen, éven zullen stilhouden voor een be- ZGek aan het kasteel van Chantilly. HENRY A. TH. LESTURGEON. Indien er geen nieuwe orders komen* Sombere vooruitzichten. Directie en commissarissen van de Nederlandsche Scheepsbouw Maat- schappij, de grootste scheepswerf te Amsterdam, welke kort geleden veer tig jaar heeft bestaan, zien zich, in dien niet spoedig nieuwe orders ge plaatst kunnen worden, verplicht, het geheele bedrijf in Maart 1935 stop te zetten. Er zijn op het oogenblik een kleine 1000 man in directen dienst van deze maatschappij en aan velen van hen is reeds ontslag aangezegd. Op de hellingen van de werf zijn alleen nog in aanbouw de door de Vereenigdd Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij be stelde „Jagersfontein" die nog dit jaar gereedi zal komen en voorts één groote en twee kleine tankschepen van de Anglo-Saxon Pe troleum Company. Zoowel in het eigen land; als in het buitenland zijn geen nieuwe orders in het zicht; wat het buitenland betreft is het zouden er orders zijn onmogelijk, concurreerend te calculeeren, zulks in ver band met den lagen pondenkoers. Mocht het tot sluiting van het bedrijf komen en alle teekenen wijzen daarop dan zal zulks mede voor verschillende neven- bedrijven en vooral voor ondernemingen, die zich bezig houden met den bouw van machine installaties, van funesten invloed zijn. MEISJE DOOR AUTO DOODGEDRUKT. 1 Door nog onbekende oorzaak is Donderdag middag op den Amstelveenscheweg te Amster dam een auto tegen een huis gereden, juist toen een 7-jarig meisje deze plaats passeerde. De kleine geraakte bekneld en liep zulke ern stige verwondingen op, dat de dood spoedig intrad. KINDERMOORD. De 21-jarige mej. J. K. te Gorkum is gearres teerd, verdacht van moord op haar pasge boren kind. Nieuwe geldleening voor Indië Voor 'consolidatie van vlottende schuld. Maximum van ƒ250 millioen. De ministers van Koloniën en Financiën hebben bij de Staten-. Generaal wetsontwerpen ingediend tot het aangaan van geldleeningen met Iangdurigen looptijd onder ga rantie van het moederland, met het doel een belangrijk deel van de vlottende schuld van Ned.-Indië te consolideeren, waartoe zij thans het oogenblik gekomen achten. Het Ontwerp van Wet tot het aangaan van een of meer geldleeningen ten laste van Nederlandsch-Indië bevat o.m. de volgende bepalingen: De Minister van Koloniën wordt gemach tigd om schuldbewijzen ten laste van Neder landsch-Indië te gelde te maken tot een zoo danig bedrag als noodig is ter verkrijging van een som van ten hoogste f 250.000.000. De tegeldemaking kan geschieden hetzij in eens tot het geheele beloop van het in het vorig lid bedoeld bedrag, dan wel achtereen volgens bij gedeelten daarvan op de tijdstip pen, die de Minister dienstig zal achten. Onverminderd het bepaalde in het volgend lid zal de schuld, welke krachtens deze wet wordt gevestigd, worden gedelgd in een ter mijn van ten hoogste 40 jaren, gerekend van het jaar volgend op dat, waarin de tegelde making der schuldbewijzen plaats vindt. De bevoegdheid tot versterkte delging van de krachtens deze wet gevestigde schuld wordt voorbehouden. Onder de voorwaarden der leening kan wor den opgenomen, dat krachtens deze wet te gelde gemaakte schuldbewijzen met de daar bij behoorende rentebewijzen vrijgesteld zijn van alle Nederlandsche en Nederlandsch-In- dische belastingen, welke van schuldbewijzen ten laste van Nederland of van Nederlandsch Indië en de daarbij benoodigde rentebewijzen mochten worden geheven. De minister van Financiën wordt gemach tigd om bij de uitgifte van schuldbewijzen krachtens deze wet de garantie van het Riik te verleenen voor de nakoming van de uit die uitgifte voortvloeiende verplichtingen. De Memorie van toelichting bevat het vol gende: In Februari 1933 heeft Nederlandsch-Indië op grond van de Tweede Nederlandsch-Indi- sche Leeningwet 1931 bij het Rijk een leening ten bedrage van f 115.000.000 aangegaan, op gelijke voorwaarden als de door het moeder land uitgegeven Nederlandsche Staatsleening 1933 I. Sindsdien is de vlottende schuld van het land. welke op 1 April 1933 rond f 174 mil lioen beliep, weder gestaag opgeloopen tot rond f 300 millioen. Deze schuld bestaat voor ongeveer f 280 millioen uit bij 's Rijks schat kist opgenomen voorschotten. Aangezien de financieele toestand van Ne derlandsch-Indië. dank zij de met kracht door gevoerde en verder voorgenomen bezuinigin gen op de uitgaven en het tot staan komen van de daling in de inkomsten, de verwach ting wettigt, dat de vlottende schuld niet be langrijk meer zal stijgen, acht Minister Colijn het verantwoord, het bedrag, dat dient te worden geconsolideerd, te bepalen oo ten hoog ste f 250 millioen. De uitgifte van dat bedrag zal nochtans bij gedeelten geschieden, al naar gelang de toestand op de kapitaalmarkt dit gedoogt. Aangezien het gewenscht voorkomt de mo gelijkheid te openen om aan de uitgifte van leeningen krachtens deze wet de conversie van een of meer der thans nog uitstaande 4 1 '2 pet. Nederlandsch-Indlsche leeningen 1923 E. 1930 en 1931 te verbinden, wordt bij een gelijktijdig aangeboden wetsontwerp een daartoe strekkende aanvulling van artikel 1 der Nederlandsch-Indische Conversie-leening- wet 1934 voorgesteld.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1934 | | pagina 2