BOND VAN R. K. TECHNICI „ST. BERNULPHUS". Lezing over Galleo Galleï. De plaatselijke af deeling van den Neder- landschen Bond voor R. K. Technici „St.- Bernulphus" hield gisteravond een buitenge wone vergadering in café „Bellevue". "In zijn openingswoord gaf de voorzitter de heer P. Kee zijn leedwezen te kennen over de matige opkomst voor dezen avond daar juist in dezen tijd van steeds toenemende werk loosheid krachtige actie door den bond ge voerd moet worden. Vervolgens hield de bondsvoorzitter de heer J. R. Reynart een propaganda rede. Spre ker behandelde allereerst de vraag, waarom technici georganiseerd behooren te zijn. Naast verschillende geldelijke voordeelen be oogt de vakbeweging te komen tot een maat schappij waar ieder de plaats krijgt die hem toekomt. De eenling kan zulks onmogelijk be reiken. Organisatie is dus noodzakelijk. Na een uitvoerige uiteenzetting over de geschie denis der vakbeweging, gaf spreker tenslotte een kort financieel overzicht van het werk van den Bond. Een groot voordeel ten aanzien van de neutrale bonden noemde spreker het, dat ge durende twee jaar steun verleend wordt zon der dat hier tusschen een wex'ktijd behoeft te zijn, terwijl bij andere organisaties met een tusschenpoos van 6 maanden gewerkt moet worden, wil men weer voor steun in aan merking komen. De heer Marx draaide hierna de film „Zuid Amerika", waarbij de aanwezigen genoten van de schitterende natuuropnamen. Vervolgens hield kapelaan Ligthart een causerie over „Galileo Gallileï". Wanneer wij, aldus spreker, op dit onder werp ingaan moeten wij eerst een goed inzicht hebben in de onfeilbaarheid van den paus van Rome. Het antwoord op de vraag „wanneer is de paus onfeilbaar" geeft spreker met de kathechismus: De paus is onfeilbaar, wan neer hij als hoofd van de kerk een uitspraak do,et over het geloof en zeden en alle christe nen verplicht deze uitspraak aan te nemen. Hierna ging spreker over tot de behande ling van zijn onderwerp. In 1613 verscheen een boek van Galileo Gallilei, professor aan de universiteit van Pisa, en een goed vriend van Maffeo Barbe rini, de latere paus Unbanus VIII, die de theorie van Copernicus openlijk en vurig ver dedigde. Fel werd hij hierover bestreden door verschillende geleerden maar even fel heeft hij zich in zijn geschriften verweerd. De kwestie Gallilei werd nu zij eenmaal aan den gang was ter bestudeering aan een der con sultoren van bet H. Officie gegeven. De con clusie was: de stelling de Zon is het middel punt van de wereld, dientengevolge onbe wegelijk met een plaatselijke beweging is wijsgeerig gesproken, dwaas en absurd en formeel kettersch in zooverre zij in tegen spraak is met de uitspraken van de H. Schrift. De tweede stelling ,,De aarde is niet het mid delpunt van de wereld en niet onbeweeglijk maar beweegt zich ook in dagelijksche bewe ging om zich zelf, is wijsgeerig dwaas en ab surd en theologisch dwalend in het geloof. Deze uitspraak werd op 19 Februari 1616 ge geven. Dientengevolge werd Gallilei verplicht een proces-verbaal te teekenen waarin hij zijn meening opgaf. De zaak zou daarmede af gelóppen zijn wanneer hij zijn belofte ge houden had. Toen echter Urbanus VIII paus werd, begon Gallilei zijn stellingen met nieu we woede te verdedigen, niet 'het gevolg, 'dat hij na een rechtzitting Veroordeeld werd tot gevangenisstraf. In deze zitting zou het ge weest zijn dat hij vlak na zijn afzwering zei: „En toch beweegt zij". Als verblijfplaats ge durende zijn straftijd wees de paus hem als woning een paleis aan van de Midici in Ro me. Later mocht hij naar zijn eigen woning te Florence terugkeeren, onder die voorwaar de, dai hij alleen vrienden en bloedverwanten zou ontvangen. Hier heeft hij nog verschil lende werken gepubliceerd. Hij stierf in vre de met.de kerk, na den pauselijken zegen te hebben ontvangen. Spreker verdedigde naar aanleiding hier van de z.g. dwaling, die de kerk na al die ja ren nog steeds wordt verweten. Men heeft zelfs beweerd dat de kerk de wetenschap be nadeeld heeft door deze vergissing. Dit is na tuurlijk onjuist omdat er aldus spreker, geen enkel instituut zal zijn, dat over een tijdperk van enkele honderden jaren, zijn stellingen ongewijzigd zal blijven handhaven. Daar van de gelegenheid tot vragen stellen geen gebruik gemaakt werd sloot de voorzit ter de bijeenkomst met een woord van dank aan den heer Reynhart en kapelaan Ligthart voor hun interessante uiteenzettingen. DE NIEUWE BIOSCOOPPROGRAMMA'S. „De Kruistochten" in Luxor. Met „De Kruistochten" van Cecil B. de Mille wordt een film aangeboden .die in meer dan één opzicht een treffende en actueele betee- kenis bezit. Niet alleen staan wij hier voor een nieuwe, zij het fantastische en eenigszins sub jectieve interpretatie van den grootsten dei- Kruistochten die namelijk, waaraan de moedige Engelsche koning Richard Leeuwen hart deelnam, doch bovendien bevat de film eenige tendenzen, die aan duidelijkheid niets te wenschen overlaten en in dezen tijd van barre geloofs- en rassenvervolging ongetwijfeld zullen begrepen worden. In een voorwoord schrijft C. B. de Mille slechts een twintigtal regels, waarin hij de aandacht van de wereld voor zijn jongste film vraagt. Van deze twintig regels is de helft besteed aan wat men een bekentenis zou kunnen noemen. Hij wijst er op, hoe het Christendom in de middeleeuwen voor het eerst in de geschiedenis der menschen, allen in één groote broederschap vereenigde; hoe de Kruistochten van deze eenheid een groot- sche manifestatie waren en hoe zij daarom zullen blijven voortleven, juist in tijden, dat de vervolging van religie en ras aan de orde van den dag zijn. Deze tendenzen, in enkele woorden geuit, komen ook in de film tot hun recht en waar heidsgetrouw mag men vaststellen, dat in het werk van C. B. de Mille, tot dusver vooral be kend om zijn praalzucht, een kentering is inge treden, die zijn talent zeer sterk ten goede komt. Reeds was deze kentering sterk zicht baar in de film „This Day and Age", een film die in Nederland niet vertoond werd, doch waarin De Mille den strijd aanbond tegen de Amerikaansche onderwereld op een wijze, die aan duidelijkheid van bedoeling evenmin iets te wenschen overliet. Wanneer thans eenerzijds De Mille's hang naar pracht en praal ook op zijn jongste film „De Kruistochten" zijn stempel drukt, valt anderzijds met blijde verrassing te con- stateeren, dat „De Kruistochten" over het ge heel een prachtige nobele strekking heeft, en zeer zeker De Mille's meesterwerk te noe men is. Een onuitwischbaar zwak heeft De Mille steeds gekoesterd voor grootsche momenten in de menschelijke geschiedenis en de voort varendheid. waarmede hij deze momenten in zijn films trachtte te vertellen, heeft hem meer dan eens meegesleept in de vaart van een bhuisend en ongetemd verhaal. Is het wonder, dat ook de Kruistochten hem langen tijd bezig hielden? Hier lag een film verhaal gereed, dat niet alleen uitmuntte door grootschheid en kracht maar bovendien is deze episode uit de christelijke geschiedenis niet zoo helder bekend, dat aan de fantasie van den regisseur niets kon worden overge laten. Met de hem eigen gretigheid heeft De Mille dan ook naar dit onderwerp gegrepen en de leemten in de geschiedkundige feiten voorzichtig aangevuld met de resultaten van zijn fantasie Kennemer Theater. In het Kennemer Theater wordt als hoofd film vertoond „Zij, die naar liefde dorsten". Aan den inhoud ontleenen wij het volgende: Karl's mooie jonge vrouw, Maria, heeft ge noeg van de kleinburgerlijke omstandigheden en viticht met Gordon, haar vriend. Dan dooft al het licht in Karl's hart en het wordt donker in hem. Slechts een ding is er, dat hem nog aan 't leven bindt: Dreamy zijn kleine jongen. Hij zal het later beter moeten hebben dan zijn vader. Avond aan avond gaat Karl daarom de straat op en maakt, zijn treurig gezicht ver bórgen onder het lachende masker van Men- jou, een bord in zijn handen, reclame voor een obscure bar. Dreamy echter moet alleen blijven m de eenzame, koude woning, slechts beschermd door zijn trouwen wolfshond Pal. Op een avond, als Karl thuiskomt, vindt hij Dreamy ernstig ziek. Hij snelt naar de apo theek en wanneer hij terugkomt, staat in het halfdonker van de kamer een jong, mooi meisje en spreekt kalmeerend tegen Dreamy. Het is Nita, die bij een door de politie in een „pension" op een andere étage gehouden razzia was gevlucht. Zij had, zonder te weten waar zij terecht kwam, nadat zij haar betrekking had verloren, daar een kamer gehuurd. Dank zij Pal. die oudergewoonte bij het hooren van stappen de deur had geopend, was het haar gelukt te ontsnappen. Plotseling eischte de politie toegang. Oogen smeeken, de tijd dringt, vlug verstopt Karl het meisje. Dank zij de zorgvolle verpleging van Nita, is Dreamy spoedig weer beter. Nita blijft en Karl werkt weer met pleiziër voor zijn jongen en voor Nita. Maria is hevig teleurgesteld in het nieuwe leven, dat zij leidt. Gordon blijkt een speculant te zijn, die voor geen inzet, zelfs niet een menschenleven, te- VRTJDAG 22 N O V. 1935 Henry Wilcoxon, Jan Keith en Loretta Young in „Kruistochten". rugdeinst. Steeds dichter trekt zich het net om hem samen en de ontmakering dreigt. Zij vluchten naar de stad, die Maria vrijwillig heeft verlaten en nemen onder valschen naam hun intrek in een derderangs-hotel. Slechts voor één dag, want den volgenden dag wil Gordon over den Oceaan vluchten. Door verlangen naar haar kind gedreven, gaat Maria naar Karl's woning en staat daar tegenover Nita. Zij ziet in, dat zij geen recht meer heeft, haar vroegere plaats in te nemen en dat Dreamy een nieuwe moeder heeft ge vonden. Zij vraagt Nita over haar komst te zwijgen en neemt alleen Dreamy's teddybeer mee, opdat deze haar zal herinneren aan dat gene, wat zij voor eeuwig heeft verloren. Intusschen wacht Gordon met koortsachtig ongeduld; over een paar minuten gaat de trein. Dan komt Maria binnen, zonder hem aandacht te schenken. Hij kijkt door het raam naar buiten en ziet hoe juist een politie-auto voor de deur stil houdt. Ontzetting verlamt hem, alles draait voor zijn oogen. Hij gelooft niet anders, dan dat Maria hem heeft verraden. Als een waanzinnige staat hij voor Maria; een schot knalt Het volgend oogenblik betreedt de politie de kamer, te laat. Vast omklemmen Maria's vin gers den teddybeer en met haar laatste krach ten smeekt zij den zich over haar heenbuigen den rechercheur den teddybeer naar haar kleine terug te brengen. Concert Mannenkoor „Zanglust". Het Mannenkoor „Zanglust" heeft Donder dagavond in het Luxor Theater het eerste winterconcert gegeven, dat, de zeer ongunstige weersomstandigheden ten spijt door een tal rijk publiek werd bijgewoond. Ook de be schermheer der vereeniging Mr. A. Moens heeft in gezelschap van zijn echtgenoote de prestaties van „Zanglust" gevolgd. Het koor heeft dezen avond zeer goed ge zongen. Er was voor de liefhebbers van den sonoren mannenzang zeer veel te genieten. „Zanglust" opende met een compositie van Grétry „De Nachtegaal", aangenaam om te hooren en muzikaal voorgedragen. De tekst doet voor onze ooren wel vreemd aan. De ver taler stond ongetwijfeld voor moeilijkheden, maar het was toch onnoodig om in die mate tegen de scandeering te zondigen. Vooral de beide eerste strophen leden onder 't euvel van een foutieve ligging der accenten. Dan was „De Broederschap" van Wierts. op tekst van Bernard Verhoeven wel volop -Nederlandseh. Deze mooie compositie liet dirigent H. van Dijk alle recht wedervaren. De zangers zin gen in dit theater blijkbaar zeer licht en ge makkelijk, want in enkele liederen „dreef" de toon een weinig. Prachtig om te hooren en ook om te zingen blijven toch altijd de toonwerken van Neu mann. „Abendfriede am Rhein" van dezen componist ligt dit koor uitstekend. Wij hoor den dit opus van „Zanglust" reeds vele malen,' maar toch blijft 't altijd boeien. De heer v.Dijk voelt dezen stijl zeer goed aan.' Het werd mu zikaal en gesoigneerd gezongen. Het „Hauridim-ballet" maakte bij „Zang- lust" zijn debuut en onze plaatselijke danse ressen hebben geen klagen gehad over het succes. De costumeering was goedverzorgd en ook de voorbereiding bleek wel serieus te zijn opgevat. Er waren natuurlijk de onver mijdelijke première-foutjes en men zou zich alles nog soepeler wenschen, met meer uit drukking vooral in plastiek, maar voor een debuut was het gepresteerde zeer zeker het aanzien volkomen waard. De beide Strauss-walsen eischten veel van het uithoudingsvermogen aan beide zijden van het voetlicht, de wals van Chopin daar entegen en zeer zeker de mooie menuet uit de Arlesienne van Bizet voldeden uitstekend. Mej. H. van Drlel, de leidster van het ballet danste heel fraai „de Geketende" op de mu ziek van Rachmaninoff. De begeleiding van de heeren A. Roemer (piano) en L. Verhoef (viool) was in orde. Het publiek toonde zich opgetogen over de prestaties van het dans ensemble, dat een ware ovatie in ontvangst had te nemen. Onder daverende bijvalsbetuigingen werden bloemen aangedragen en aan de danseressen uitgereikt. De heer L. Blaauw, voorzitter van „Zang- lust", sprak welgemeende dankwoorden, waar in de ballet-groep zeker een aansporing heeft mogen vinden, dat het op den ingeslagen weg rustig moet blijven voortgaan. „Zanglust" besloot het programma met „Das Abendglocklein ruft" waarin de heer J. van Heek de tenorsolo zong en met de groote com positie „Les Martyrs aux Arènes" van Lau rent de Rillé. „Zanglust" kon zich hier in alle registers laten gelden. In de forti ontwikkelde het koor een zeer omvangrijk klankvolume. Nochtans kon men ook genieten van fijne pianissimo's. Van Dijk liet het groote werk streng rythmisch zingen met goede fraseering. De uitspraak van het Fransch was niet on bevredigend en dwong ondanks de onvermij delijke tekortkomingen ten aanzien van den tongval voornamelijk, toch wel respect af. Aan het slot bleven de toejuichingen zoo lang aanhouden, dat de heer Van Dijk zich genood zaakt zag het laatste deel te doen herhalen. De compositie „Herfst" van Verhoef zal „Zanglust" op het repertoir kunnen houden. Zij voldeed wel in de concertzaal, al is het opmerkelijk, dat het publiek aan iets nieuws toch altijd moet gewennen. Ook hier viel de goede fraseering op. Als geheel kon dus ons plaatselijk Mannen koor op een goed geslaagd concert terugzien. Het was een genotvolle avond met verdienste lijke prestaties van zang en dans. In het Kennemer Hotel werd een gezellig samenzijn gehouden. De Productie van het Boek. De vermaarde Spaansche philosoof prof. José Ortega y Gasset, wiens werken met name zijn „Opstand der Horden" de aan dacht der gansche wereld hebben getrokken, heeft zich in den laatsten tijd laten verleiden tot uitstapjes op practisch maatschappelijk gebied. Hij toont zich daarop oorspronkelijk maar heel wat minder gefundeerd dan in zijn beschouwend, analyseerend werk. Het is ge vaarlijk voor een man-van-de-studeerkamer, het terrein dier maatschappelijke practijk te betreden. „De Kern'1 publiceert nu een rede getiteld „De Bibliothecaris" door Ortega te Ma drid gehouden, waarin hij eerst de wording van het Boek als hulpmiddel der Idee schetst en dan tot de conclusie komt dat ieder werk- tiiig, door den menseh uitgevonden, zich ten slotte tegen hem keert Dat is met het Boek ook gebeurd. Het is op hol geslagen, „razend" geworden. Merkwaardig hoe tot zoover Ortega's in zicht overeenstemt met dat van prof. Huizin- ga, die dergelijke critiek uit. Maar de Spaan sche geleerde gaat verder dan de Nederland- sche als hij therapeutische adviezen geeft in dezen trant: „Maar bovendien geloof ik dat het geen utopie is, als ik mij voorstel, dat de maat schappij in een niet verre toekomst den bi bliothecaris de taak zal toevertrouwen de productie van het boek te regelen, opdat het ter perse geven van onnoodige werken wordt vermeden en anderzijds niet die werken onge drukt blijven, welke voor de oplossing der in i een bepaald tijdsgewricht op den voorgrond tredende problemen noodig zijn. Alle mensche- lijke verrichtingen worden eerst naar vrije aandrift en ongecontroleerd uitgeoefend, maar als de veelheid verwarring wekt, komen ze ook alie in het stadium van onderwerping aan een organisatie. Ik geloof, dat de tijd is gekomen, waarin de productie van het boek collectief moet worden geregeld. Dit is voor het boek zelf een kwestie van leven of dood. Men kome nu niet met het dwaze bezwaar, dat zulk een organisatie een aanslag is op de vrijheid. De vrijheid is niet in de wereld ge komen om het gezonde menschenverstand den nek te breken. Omdat men haar hiervoor heeft misbruikt, omdat men haar wilde maken tot het machtige werktuig van het onverstand, gaat het de vrijheid thans zoo slecht op aarde. Met het groote probleem van de vrijheid heeft het collectieve toezicht op de boekenproductie even weinig te maken als de verkeersregeling, die in de groote steden noodig is geworden. Bovendien zou zulk een organisatie voor het bemoeilijken van de publicatie van onnoodige of domme boeken, en ter aanmoediging van het schrijven van boeken, die niet gemist mo gen worden, geen autoritair karakter hebben, maar ongeveer functionneeren als het werk van een goede wetenschappelijke academie. Verder moet de bibliothecaris der toekomst de lectuur der lezers, leiden. Onze toestand is in dit opzicht heel anders dan in 1800. Men leest thans teveel; door het gemak, waarmede hij toegang kan krijgen tot de tallooze in boe- ken bijeengebrachte gedachten, heeft de ge middelde mensch verleerd voor eigen rekening te denken, of althans na te denken over het gelezene, de eenige manier om het zich waar lijk toe te eigenen. Een groot deel van de pro blemen,. die zich thans aan ons opdringen, is ontstaan, doordat de gemiddelde hersenen zijn volgepropt met denkbeelden, die in traagheid werden opgevangen en dus ^halfbegrepen zijn, zoodat zij geen nuttig effect opleveren. De toe komstige bibliothecaris zal een filter moeten zijn, die geplaatst is tusschen den mensch en den boekenstroom. Zijn taak zal niet enkel bestaan in het hoeden van een ding, dat boek heet, maar in het regelen der levensfunctie, welke het boek vervult." In. Duitschland heeft men de verwording van een zoo groot deel der litteratuur aan de Joden toegeschreven een dom en be krompen standpunt, op de bekende verwer pelijke rassentheorie en op demagogisch op portunisme gegrond. Men heeft hun boeken verbrand. Ortega en ook prof. Huizinga rechtvaardigen duidelijk de Joden, als zij deze verwording tot een algemeen-mensche- lijk verschijnsel uitbreiden, waarip.ee ieder objectief-denkend mensch het eens zal zijn. Maar Ortega's geneesmethode, die hij be lichamen wil in de tot dusverre zoo onschul- dige en rustige figuur van den bibliothecaris de arme man! is niets anders dan cen suur Hij zet wel een gewrongen redeneering in elkaar, om een vergelijking met verkeersre gelingen te kunnen maken, maar dié is ge zocht, en een man van zoo groot verstand iet wat onwaardig. Het is gemakkelijk vergelij kingen te trekken, die „het op het eerste ge SCHEEPVAARTBERICHTEN. HOLLAND—AMERIKA LIJN. Nogoya, 20 van Barry naar Vancouver. Damsterdijk, Vancouver naar Rotterdam 20 te Southampton. Nariva, Vancouver n. Londen 19 te Balboa. Blommersdijk, Quebec naar N.-Orleans 19 te Port Arthur. HOLLAND—OOST-AZIë LIJN Serooskerk, 21 van Antwerpen te Hamburg HOLLAND—AUSTRALIë LIJN. Aagtekerk (thuisr.) 21 van Adelaide. HOLLAND—AFRIKA LIJN. Randfontein (uitr.) 20 van Lorenzo Marq. Meliskerk 20 van Rotterdam te Hamburg. Jagersfontein 20 v. Rott. te Hamburg. Holland, 20 van Beira te Port Natal. HOLLAND -WEST-'" FPTA LIJ! Helder (uitreis) 20 van Las Palmas. KON. NED STOOMBOOT MIJ. Mars, 21 van Setubal te Lissabon. Bacchus, 21 van Danzig te Kopenhagen. Rhea 21 van Algiers te Barcelona. Orestes, 21 van Rotterdam te Alexandrië Agamemnon, 21 van Amsterdam te Lissa bon. zicht wel doen", maar zij moeten den toets der overweging kunnen doorstaan om waarde te hebben. Verkeersregelingen dienen tot prac- tische handhaving van de orde op straat en tot bescherming van het menschelijk leven. Zij worden bij algemeen goedvinden toegepast en met algemeene medewerking van het publiek gehandhaafd. Zij zijn „een technisch hulp middel", en nog jong, zoodat er voorshands geen gevaar bestaat dat zij zich tegen den mensch zullen keer en. Censuur op de productie van het Boek is een geheel andere zaak. Het is een dwang middel, dat niet op algemeen goedvinden en algemeene medewerking zou kunnen rekenen, omdat men de bevoegheid der censureerende Instanties niet aanvaarden zou. De verkeers agent wordt wèl aanvaard. Hij heeft een schoon enerveerende duidelijk omschreven taak, die hij beheerscht. In vele gevallen kan men die taak zelfs door automaten laten toe passen. De censor op de Productie van het Boek zou volgens prof. Ortega de verschijning van domme en onnoodige boeken moeten tegen gaan. Met welke bovenmenschelijke onpartij digheid en kennis zou deze man uitgerust moeten zijn? En hoeveel dergelijke super - menschen zou men dan wel in ieder land noodig hebben? Er is geen denken aan. Prof. Ortega be hoeft heusch den armen bibliothecaris niet met zulk een vooruitzicht aan het schrikken te maken. Het zou neerkomen op een dom- werkend officieel bureau, dat zonder eenige litteraire kennis zou beslissen, dat over woor den en uitdrukkingen en de uitbeelding van bepaalde situaties zou vallen, en de ergste dingen ongetwijfeld doorlaten omdat die al leen maar „een sfeer" schiepen. Censuur-nor- men voelen geen sfeer aan. Men zou bepaalde auteurs kunnen verbieden hun werk te publi- ceeren, en dat zou een 'willekeur worden, ge lijkend op de Duitsche. Men zou nooit het werk zelf naar waarde kunnen schiften. En, zooals het altijd onder iedere censuur gegaan is: de wegen tot ontduiking zouden tegelijk met de censuur ontstaan. Er is een andere en betere wijze van bestrij ding van het verworden litteraire werk. Dat is het brandmerk, dat het oordeel eener her levende cultuur, onder leiding van zulke mannen als Huizinga en Ortega y Gasset, erop drukt. Dat is de hulp die de critiek hun zal geven. Dat is het verzet dat vanzelf ontstaat tegenover een periodieke verwording. Men moet niet van het zwartgallig standpunt van Os wald Spengler's „Ondergang van het Avond land" oordeelen. Dat is alleen maar een moe deloos opgeven. Men moet veeleer beseffen dat de wereld vroegere perioden van inzinking gekend heeft en ze te boven is gekomen! R. P. BEVERWIJK MINISTERIEEL BEZOEK. Zooals wij reeds gisteren berichtten bracht de minister van landbouw, mr. dr. L. Deckers Donderdagmorgen een bezoek aan onze ge meente, teneinde zich te laten voorlichten omtrent den toestand in den tuinbouw, in Ken- nemerland. Ten stadhuize heeft de minister besprekingen gevoerd met de leidende perso nen uit het tuinbouw- en bloemboJlenbedrijf. De conferentie heeft geruimen tijd geduurd. Na afloop bezocht de minister de veiling „Ken- nemerland, waarbij de heeren W. de Groot en J. P. Nijssen hem van voorlichting dienden. Daarna heeft hij nog een korte tocht ge maakt o.m. langs de haven, om vervolgens naar Heemskerk te rijden, eveneens met het doel zich volledig omtrent den noodtoestand in het tuinbouwgebied Kennemerland op de hoogte te stellen. OPENBARE VERKOOPING. In het Veilingsgebouw „Centrum" werd Donderdagmiddag in het openbaar verkocht ten overstaan van notaris Mr. A. Moens: 1. Een woonhuis met grond enz. aan de1 Mee- rensteinstraat no. 18, groot 1.47 A. Kooper J. van Hilten qq., alhier voor f 2450. 2. Een werkplaats, waarin smederij en wagenmakerij aan de Meerstraat no. 122 124, groot 2 A 44 c.A. Opgehouden voor f 8000. Beide perceelen werden eigendom van den heer B. Brinkhorst. 3. Tuingrond met woonhuis aan de Tul penlaan te Wijk aan Duin, groot 59 A. 56 c.A. Eigendom van den heer G. Steyn. Hoogste bod f3150. Kooper voor f 3155 de heer W. Hilbers te Wijk aan Duin. 4. Een perceel weiland, genaamd „De Kleine Oude Ven" gelegen aan den Zuidermaatweg te Heemskerk groot 3 H.A., 8 A. en 7 c.A. Hoog ste bieder: F. Ph. P. Braun, alhier voor f 3000. Kooper voor f3030 de heer R. Kaptein te Wijk aan Duin. Oberon, 21 van Malta naar Valencia. Trajanus, 21 van Amsterdam naar Ham burg Alkmaar, Amsterdam naar Chili, 21 van IJmuiden. Aurora, 20 van Genua te Savona, Boskoop, Amsterdam naar Chili 20 van Cristobal. Deucalion, 20 van Amsterdam te Hamburg Venezuela, Barbados naar Amsterdam 20 van Ponta Delgada. Vulcanus. Venetië naar Amsterdam pass. 20 (9.15 n.m.) Lydd. Luna, 19 van West-Indië te New-York. HALCYON LIJN. Stad Dordrecht, Seriphos naar Emden 20 (11.23 v.m.) 30 mijl ZW. van Niton. KON HOLLANDSHHE LLOYD Amstelland (thuisreis) 20 van Santos. ROTTERDAMSCHE LLOYD. Kota Agoeng (thuisreis) pass, 21 Sagres. Tapanoeli, 21 van Batavia te Rotterdam. ROTTERDAM—ZUID-AMERIKA LIJN. Aldab-i (thuisr.) 20 van Victoria (Braz.) STOOMVAART MIJ """"MN Perseus, Rotterdam naar Japan 21 van Shanghai. Beurinnes, Kohsichang n. Rotterdam op 20 Perim. Glengarry, Dairen naar Rotterdam. 21 van Antwerpen en pass. Vlissingen. Melampus, 21 van Batavia te Amsterdam. Hector, Japan, naar Rotterdam 20 van Hongkong. Peisander, Tsingtao naar Rotterdam 20 v. Aden. Myrmidon, Batavia naar Amsterdam 19 v. Singapore. Glenamoy, Dairen naar Rotterdam 20 te Taku Bar. Clytoneus, Batavia naar Amsterdam p. 19 Gibraltar. Titan, Rotterdam naar Japan 19 (7.57 n.m.) 100 mijl Z.O. van Land's End. Polydorus, Amsterdam naar Java 21 te Port Said. STOOMVAART MIJ. NEDERLAND Poelau Bras (thuisreis) 21 te Suez. Sembilan, 21 van Amsterdam te Batavia. Poelau Tello (uitr.) 20 te Sabang. Loelau Laut, 20 van Amsterdam te Ham burg. Chr. Huygens (uitr.) 21 te Southampton. Engga.no, (thuisr.) 19 van Padang. Tarakan (thuisr.) via Liverpool 20 (8.49 v.m.) 60 mijl Z.W. van Land's End. Japansche scheepvaart. Een statistiek van de Japansche koop vaardijvloot vermeldt dat op 1 Juli van dit jaar 1756 schepen van 20 tot 100 ton draag vermogen waren ingeschreven. Hierop volg den 455 schepen met een inhoud van 100 tot 300 ton. Er waren slechts 19 schepen boven de 10.000 ton. Tegenover den stand op 1 Januari van dit jaar is er geen noemenswaardige verandering ingetreden ten opzichte van het aantal sche pen en den inhoud. Het mag evenwel niet worden vergeten dat Japan tegenwoordig zijn oude schepen door modern ingerichte nieuwe schepen vervangt, zoodat het gehalte van de vloot beter wordt. In verband hiermede wijst een Japansch krantenbericht er op dat op het oogenblik nog 500.000 ton vreemde scheepsruim-te in huur van Japansche reederijen is, waarmede jaarlijks een som van 50 millioen Yen gemoeid is. Stukgoed gelost. Het van West Indië komend Duitsche mo torschip Patricia heeft in de Buitenhaven al hier de voor Amsterdam bestemde kleine partij stukgoederen gelost en zette daarna de reis naar Bremen voort. Groote diepgangen. Het naar Ned. Indië bestemd passagiers schip Christiaan Huygens en het naar Buenos Aires bestemde Nede/rlandsche stoomschip Eemland passeerden het Noordzeekanaal uit gaand met een diepgang van resp. 8,6 en 8 meter. Invoer cellulose. Het van SÖderhamn en Hudiksvall komend Zweedsche stoomschip Vega bracht voor de papierfabriek te Velsen eenpartij cellulose mede en ging, na deze te hebben gelost, ver der naar Amsterdam. Winterbetonning gelegd. Volgens mededeeling van het Loodswezen is in het derde district de winterbetonning uit gelegd. AANGEKOMEN. 20 November: Mary m.s. Hamburg Vega s.s. Hudiksvall Juno s.s. Rotterdam Absalon s.s. Leningrad 21 November: Melampus s.s. Ned. Indië Patricia m.s. West Indië Vulcanus s.s. Midd. Zee Hébé s.s. Caen Dorine s.s. Casablanca VERTROKKEN. 20 November: Chr. Huygens m.s. Ned. Indië Rhein s.s. Hamburg Perseus s.s. Kopenhagen Trito s.s. Rotterdam Eemland s.s. Buenos Aires 21 November: Alkmaar s.s. Chili Patricia m.s. Bremen Energie s.s. Rotterdam Felix s.s. Sunderland P. L. H, 27 s.s. Duinkerken.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1935 | | pagina 5