Minister Slotemaker wil spellings regelen wijzigen. ur weer Haarlem's Kunstbezit. Scheepswerven gaan samenwerken. WOENSDAG 18 MSSRT 1936 EERSTE KAMER. Geslacht der woorden gehandhaafd? DEN HAAG Dinsdag. Minister Slotemaker vindt het bezwaarlijk Mr. Kropman's denkbeeld op te volgen om al onze gemeenten „blij" te maken met aan hun gebouwen aan te brengen kunstproducten door beeldende artisten. Vooral de duiten liever, 't gebrek hieraan vormen 'n beletsel. Hierna zijn nog enkele kleine puntjes door den be windsman behandeld, w.o. de omzetting van de 3-jarige in de 2-jarige ambachtscholen voor jongens, waartegen de heeren Ossendorp en de Bruyn zich gekeerd hadden. Een behoor lijke opleiding is ook zoo mogelijk, al bereikt men daarmee niet een volledige opleiding. Doch dat is ook niet de bedoeling. En nu de groote on derwerpen. In de eer ste plaats de, door den heer Ossendorp (s.a.) ontkennend beant woorde vraag of een Minister van Onderwijs in dezen tijd op het v. Lanschot (R.-K.) lager onderwijs mag bezuinigen? Als men hierbij niet mag bezuinigen, terwijl toch het totaal der begrootingsuitgaven dient te dalen, waar dan wel, aldus vroeg Prof. Slotemaker de Bruine. Niet alles doen, maar zich beper ken en dan zooveel mogelijk behouden, wat er is, ziet daar de beste richtsnoer voor het heden ten dage te voeren onderwijsbeleid. Mist de lagere school al te zeer 't- nationaal karakter? Zeker wat de laatste jaren betreft, heeft men geen tot bewijs strekkende feiten kunnen aanvoeren. Natuurlijk moet ons volks lied met z'n prachtig historisch verleden ge kend worden. Bijbelkennis op de openbare school bijbrengen is 'n delicate zaak. Vooraf dienen de onderwijzers voor die taak niet al leen intellectueel maar ook geestelijk geschikt te zijn. Hierna gingen we onder leiding van den Minister spellen, die nog eens de motieven ophaalde welke zijn voorganger Marchant er toe hadden gebracht deze zaak aan te pakken. Er bestond een onduldbare chaos van regels, wat niet gelukkig is, doch tevens 't tegendeel van regelloosheid. Het tweede Marchantistisch argument berustte op de tuchteloosheid, dat zoo zoetjesaan de opvatting post was gaan vatten, dat het er niet op aan komt hoe men Nederlandsch schrijft. Reden nummer drie voor het ingrijpen in de spellingsmaterie was dat bij vereenvoudiging, voor het beoefenen van stijl enz. meer tijd wordt gewonnen en in de vierde plaats streefde Mr. Marchant naar het verkrijgen van vrede op spellingsgebied. Hij wilde de eenheid trachten te bereiken. Dit is echter niet gelukt De uitdrukking „be schaafd spraakge bruik" is een norm, èen regel, waaraan men zich heeft te houden en deze mag niet verward wor den met smaak of iets dergelijks, zoo merkt de Minister terloops op als hij de regels der spel ling-1934 min of meer in bescher ming neemt. Alles wat in '34 tot stand is ge bracht zoo maar Prof. Steger (R.-K.) weer ongedaan te maken zou gezien de nieuwe schoolboeken toch wel heel oneco nomisch geweest zijn. De weg terug was dus onmogelijk. Derhalve moest de Minister voor uit en nagaan of de nieuwe schrijfwijze nu ook niet over de heele linie ingevoerd diende te worden. Doch dat was ook niet doenlijk, want te voorbarig. Wanneer eerst Prof. Loh- man en wat later de heer Serrarens neiging tot interrumpeeren aan den dag leggen, ha mert de voorzitter eens flink om daarop te laten volgen: ,.we zijn nog niet aan de replie ken". De bewindsman geeft inzijn verdere betoog o.m. te kennen tegen het wegvallen van het geslacht bij mannelijke woorden ernstige bezwaren te hebben, gelijk hij ook niet gesteld is op de mannelijke koe in de schrijftaal. Onder hooghouding onzer zelfstandigheids- politiek (ook op taalgebied!) hecht de Mi nister toch waarde aan samenwerking met België. Discipline van den geest moet er zijn. Daar voor wenscht de huidige spellings-strateeg te waken: regels moeten er zijn. De opdracht aan de commissie-v. Haerin- gen zal moeten worden gewijzigd in zooverre dat zij alleen over de bastaardwoorden, de samengestelde woorden en over die wier spelling onzeker is zal hebben te adviseeren; maar met de geslachten mag ze zich niet bezig houden. Voorts moet ik, aldus de Mi nister, contact houden met België, waar 22 leden der Kon. Vlaamsche Academie ernstig bezwaar hebben tegen de regels 5 en 6 waar door o.m. 't mannelijk geslacht wegvalt. Met Indië heb ik rekening te houden en verder moest ik met uitgevers en boekdrukkers in overleg treden omtrent het economische re sultaat in verband met eventueele nadere wijzigingen in school- en kinderboeken. Gisteren kwam 't voorloopig antwoord van de uitgevers en vandaag 't definitieve ant woord van de drukkers binnen. Een spoedige beslissing, ter wille van de zekerheid, zal de Minister bevorderen: het is zijn bedoeling een en ander aan 'n commissorialen kapstok op te hangen. Conclusie: geen wettelijke re geling en zoo spoedig mogelijk zal ik mijn decisie nemen Aldus Minister Slotemaker de Bruine, die nu nog met de nationaal-socialisten een debatje aanging. De heer d'Ansembourg had het over „De Beul" gehad. Dit hoort bij Bin- nenlandsche Zaken, niet bij Onderwijs, K. en W. huis, en aldus de minister heel fijntjes: „Ordnung musz sein". Volgens de nat.-soc. fractie ligt alle schuld voor daling van het geestelijk peil en de toe neming van tuchteloosheid, afkeer van den godsdienst aan de openbare school. De cijfers der statistiek omtrent groeiende godsdienst loosheid zeggen nog niets, zoo toonde de Mi nister aan, die er on wees hoe 64 pet. der kin deren confessioneel onderwijs genieten Waneer ons te wachten staat, dat de ty- rannie van de liberalen van 1850 (door geen enkelen huidigen liberaal voor zijn rekening genomen) door die van de N.S.B. vervangen wordt ta.v. beoordeeling van wat geestelijk wel en niet mag, dan zijn we er niet erg op vooruitgegaan, zoo riep de Minister uit. Dit in verband met wat de NJS.B. op geestelijk gebied verlangt. Van een nationale jeugdbe weging als de heer d'Ansembourg voorstond wil Minister Slotemaker de Bruine niets weten. De nationaal-socialistische beweging vele landen geeft uiting aan een streven naar eenheid omdat men geslagen is door het atomisme en wanneer men op dien weg godsdienst en kerk ontmoet, dan zullen deze er mogen zijn, zoolang ze de eenheid niet breken. M.a.w. ze worden geduld duson dergeschikten. Toen in tweede instantie Prof. Steger de tegen de NB.B. gerichte rede, die hij de vorige week verzuimd had uit te spre ken, had voorgedragen wees de voorzitter er terecht op, dat replieken niet dienen om het woord te gaan voeren als men dat aanvan kelijk geheel en al heeft nagelaten. Dupliceerend verzekerde Minister Slote maker den heeren v. Citters en Lohman nog eens, dat hij niet de beslissing in handen dei- uitgevers zal leggen doch alleen hun advies wenscht in te winnen. Voor een be slissing. welke de taai-tuchteloosheid zou vergrooten of bevestigen, behoeven de twee zooeven genoemde afgevaardigden, die alle bei hun onvoldaanheid hadden kenbaar ge maakt, niet bevreesd te zijn. Even nog een debat over de Waterstaats- begrooting. dat morgen wordt voortgezet. Mr. v. Lanschot (R.-K.) wierp 'n blik op wat er vooral in 't Westen van zijn geliefd Noord- Brabant moet gebeuren en de heer v. Citters betoogde, dat de secretaris-generaal van het Departement, die onpartijdig allerhande ver- keersbelangen moet kunnen behartigen, geen deel behoort uit te maken van het college van commissarissen der Spoorwegen. E. v. R. Nasleep van de relletjes in Duindorp. N. S. B.-ers vrijgesproken. DEN HAAG, 17 Maart (A. N. P.) De Haag- sehe rechtbank deed uitspraak in de zaak te gen de 5 verdachten, die op 3 Maart j.l. hebben terecht gestaan in verband met de in Juli en November plaats gehad hebbende relletjes bij de colportage van propagandisten van de N. S. B. Zooals men zich herinnert, heeft het O. M. in de zaak van debeide N. S. B.'ers B. en v. d. M. vrijspraak gevraagd en tegen mej. P. wegens beleediging van B., 14 dagen, tegen L. D., wegens mishandeling van, v. d. M., 1 maand en tegen D. P., wegens mishandeling van v. d. M.. f 10 subs 5 dagen geëischt. De rechtbank sprak de verdachten mej. P. en de beide N. S. B.'ers B. en v. d. M. vrij en veroor deelde L. v. D. tot een maand en D. P. tot 14 dagen gevangenisstraf. y/CREME een weldaad (Adv. Ingez. Med.) Felle brand in een bovenhuis te Amsterdam. AMSTERDAM, 17 Maart. (A.N.P.) Op de tweede étage van perceel 193, 2de Ooster parkstraat, heeft hedenmorgen een felle, uitslaande brand gewoed. Op deze étage was slechts de vrouw thuis met haar zeer jong kind, dat zij op medisch voorschrift een stoombad gaf. Zij gebruikte daarvoor een teil met heet water, dat zij op temperatuur hield met behulp van een spiritusstel. Op een of andere wijze is daarbij een laken in brand geraakt en het vuur greep met groote snelheid om zich heen en sloeg onmiddellijk door naar het belendende trappenhuis. De ontstelde vrouw liep met ha,ar kind naar het balcon van de huiskamer en riep vandaar om hulp. Zij rende terug, doch bevond het toen reeds onmogelijk langs de trap het huis te verlaten. De opengelaten balcondeuren bevorderden den trek, zoodat het vuur ook doordrong in de huiskamer en de vrouw in haar wanhoop naar boven vluchtte, waar zij op de derde étage het bejaarde echtpaar Van Splunten in groot-er consternatie vond. Buurt bewoners slaagden er in, door van het be lendende perceel 191 het tusschenschot der veranda stuk te hakken, zoowel het ontstelde echtpaar als de moeder met haar kind in vei ligheid te brengen De tweede en derde étage en de zolderverdieping zijn geheel uitge brand. Verzekering dekt de schade. Onderhandelingen in de bouw bedrijven geëindigd. Overeenstemming tusschen vertegenwoordigers. HAARLEMMERMEER Auto aangereden. Vier inzittenden gewond, van wie twee ernstig. oiiiiiiiiiniiniiiiiiiiiiiiniiin!Hniiiiiiini!iii!i!ni[iii[ii[ iiiiiiiiiiiiimiiiiiiwiiiiiiüii! De Voldersgracht in 1803. Een ge aquarelleerde teekening door F. A. Milatz in het Gemeente-archief. Haarlem's archief bevat een schat van teekeningen. die niet alleen topographisch, als plaatsbeschrijving en beelding, van belang zijn, doch bovendien ook nog aesthetische schoonheids-) waarde bezitten en door ware kunstenaarshand vervaardigd werden. De Haarlemsche cacaofirma Droste heeft al eenige malen uit dien voorraad geput om haar kalenders van een aantrekkelijke illustratie te voorzien en die door Enschedé uitmuntend ge reproduceerde bladen zijn bij veel Haarlem mers in goede aarde gevallen. Ze zijn dan ook veelal charmant en vooral de knusse kunstzin nigheid der Haarlemsche artisten van een eeuw geleden werd er op volmaakte wijze door gepopulariseerd. De teekening van Mi- latz, die dit stukje vergezelt, werd op een zelfde wijs buiten de portefeuilles van het archief bekend gemaakt. Behalve om den persoon van den kunstenaar Milatz, waarover wij straks komen te praten, is de beschouwing van dit blad nog om an dere reden tot overpeinzing leidend. In de eerste plaats: wat is er in betrekkelijk korten tijd veel schilderachtigs van Haarlem ver dwenen. Historisch gezien immers is honderd dertig jaar zoo erg lang niet, maar we moeten natuurlijk bedenken dat juist in de negen tiende eeuw de liefhebberij voor net moder- niseeren, egaliseeren, enz. in steeds sneller tempo groeide en het oude stedenschoon steeds meer moest wijken voor allerhand nut tige inzichten, de volksgezondheid, de riolee- ring, den rechtlijnigen welstand en dergelijke, betreffende. Het verkeersmotief, dat lieve lingslied onzer dagen, zal toen nog niet zoo vaak op het programma hebben gestaan en, gezien de resultaten van de thans gedempte Voldersgracht, zou dat argument zelfs nog slechts lachwekkend zijn gebleken. Hoe het zij, het moet al een heel rare sinjeur wezen, die den toestand van thans, vergeleken bij dien zooals Milatz hem zag, om redenen van schoonheid prefereert. En in de tweede plaats: hoe verwonderlijk goed correspondeert de geest van den teeke naar met den geest van zijn tijd, hoe wordt in het trouwhartig-bedachtzame van zijn tee- kentrant het slechts voorzichtig-emotioneele leven onzer overgrootouders vertolkt! Dat wij, naast kunst van feller bewogenheid zoo wel van vóór als van na die periode, toch voor een werk als van dezen Milatz, die voor ons modern begrip geen fameuze hekkespringer als artist geweest is, zooveel sympathie kun nen gevoelen, bewijst, dat hij zelfs in zijn zwakheden, voor alles echt voor zijn tijd ge weest is. Hij en zijn tijdgenooten schilders, die van eenige beteekenis waren, wisten in ieder geval de sfeer waarin zij leefden in hun werk verstaanbaar te maken. De soms zoetelijke breedsprakigheid van hun tijd krijgt door hun kijk daarop een ander aroma, en door hun oogen gezien gaan wij dien tijd gezellig en aantrekkelijk vinden. Er is in die rustige klaarte, waarmee die rechtsche, nuchter aandoende huizen geteekend zijn, zooveel aar dige genegenheid voor de dingen verborgen, dat wij dat door de zon beschenen fragment nog meer appreeieeren dan de schilderachti ger gevelrij links, die, in beeld en in wezen, een verzwakte herinnering aan een geestiger en sterker tijd beduidt. En onze latere stads- gezicVischilders zouden wat in hun schik ge weest zijn zoo zij op hun zwerftochten een grillig, om*—'d watertje, een intiem sluisje als de Void" -T-ht in Milatz' tijd te zien gaf, waren tegengekomen. En in de derde kunnen onze wandelingen onder de Op den Spaarnwouderweg tusschen den Slo- terweg en den Hoofdweg in Haarlemmermeer, werd Maandagavond een personenauto, be stuurd door den heer H. v. R. uit 's Hertogen bosch en waarin nog waren gezeten zijn vrouw en de heer C. V. en echtgenoote uit Haarlem mermeer plotseling aangereden door een uit de richting Schiphol komende vrachtauto van den heer S. te Haarlemmermeer. Deze had, ter wijl hij met groote vaart links passeerde, daar bij blijkbaar niet de noodige voorzichtigheid in acht genomen, want de manoeuvre om zich we der naar rechts te begeverj, maakte hij veel te gauw. Het gevolg hiervan was dat het rechter- achterwiel van zijn wagen het linkervoorwiel vaii de luxe-auto greep en deze auto met al de inzittenden in de langs den weg gelegen sloot terecht kwam. Niet dan met moeite kon het ge zelschap uit zijn benarde positie .worden bevrijd Allen bleken door de scherven van de ge broken ruiten gewond te zijn, zij werden bij mevr. G. binnengebracht. De ontboden genees heer Dr. K. legde een voorloopig verband en achtte den toestanad van de beide dames van dien aard, dat. overbrenging naar een zieken huis noodzakelijk was, hetgeen geschiedde naar het Luthersche Ziekenhuis in Amster dam. Ze hadden uit diepe wonden, aan het hoofd veel bloed verloren. De heeren v. R., en V. die een gekneusden schouder en wonden aan het hoofd hadden, konden huiswaarts keeren. De vrachtautobestuurder, wiens wagen in tact bleef, was doorgereden. De politie werd echter met het gebeurde in kennis gesteld, ging dadelijk op onderzoek uit en kwam spoe dig te weten wie de eigenaar was van de auto en wie dezen wagen tijdens het ongeluk be stuurde. Beide auto's werden in beslag ge nomen. Loonsverlaging van drie cent per uur. Tusschen de afgevaardigden der bonden van werkgevers en werknemers in het bouwbedrijf is overeenstemming bereikt over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst, welke. bij aanneming door de bonden, op 6 April a.s. van kracht zal worden en zal gelden tot 28 Fe bruari 1937. In Amsterdam, Den Haag en Haarlem (hoofd-gemeenteklasse) worden de loonen voor de geschoolden van 67 tot 64 cent per uur teruggebracht en voor geoefenden van 62 tot 59 cents. Rotterdam is geschrapt uit de hoofd klasse en gebracht in de eerste klasse, met een loon van 62 en 56 cent, voor resp. de geschool den en geoefenden. In het algemeen gaan de loonen, van de hoofdklasse af tot en met klasse V, van 64, 60, 56, 53, 50, 48, 47. 45 tot 42 cent per uur; zij zullen bedragen in de genoemde volgorde voor geoefenden; 59, 54, 48, 44, 41, 39, 37, 35 en 33 cent per uur. De vacantiebons blijven gehandhaafd- met uitzondering van een aantal plaatsen op het platteland der provincie Groningen. Tot de patroonsorganisaties, waarvan de be sturen de voorgestelde overeenkomst zullen verdedigen, zijnde de R.K. en Chr. Werkge versorganisaties en de N.A.P.B. (Ned. Aan nemers- en Patroonsbond in de Bouwbedrij ven), is nog toegetreden de Ned. Bond van Bouwondernemers (eigenbouwers) Moord op Gustloff vergoelijkt? Vragen aan de regeering. Het Eerste-Kamerlid, de heer Van Vessem, heeft aan de ministers van Justitie en van Buitenianasche Zaken vragen gesteld en wel of zij kennis hebben genomen van in het num mer van 29 Februari j.l. van de „Vrijzinnig Democraat", onder redactie van mr. A. M. Joekes, lid van de Tweede Kamer en lid van het hoofdbestuur van den V. D. Bond. naar aanleiding van den moord te Davos op den Duitscher Gustloff, onder het opschrift: „de .moord" te Davos" opgenomen uitingen van leden van den V. D. Bond, waaronder de vol gende „En hoeveel menschen zouden hun leven te danken hebben gehad aan den man, die in September 1935 Mussolini zou hebben doodge schoten Laat ons alle dogmatiek vermijden, ook met betrekking tot het verbod te dooden. Niet iedere politieke moord is gemeen, bruut of mis'^ dadig. Wilhelm Teil wordt tex-echt vereerd in het democratische Zwitserland, en wat betreft den man, die Hitier doodschiet: als hij het op het goede moment doet, ben ik bereid hem te vereeren", terwijl mr. Van Dam. secretaris- penningmeester van genoemde partij, in een onderschrift den moord, al wijst hij op het gruwelijke daarvan, als een logisch gevolg van het Duitsche en Italiaansche staatssysteem vergoelijkt. Heeft de minister van Justitie, aldus mr. Van Vessem, ter zake van bovenvermelde op ruiing tot moord en opruiing tot aanslag op het leven van het hoofd van. een bevrienden staat, bereids last .tot vervolging van daders en medeplichtigen aan het openbaar minister rie gegeven? Is het den minister van Justitie, bekend, of de minister van Financiën en de minister van Sociale Zaken, leden van genoemden Vrijzin- nig-Democratischen Bond, op eenige wijze hebben doen blijken, dat. zij 'het opnemen van genoemde uitingen in -het orgaan hunner poli tieke partij afkeuren? Welke stappen denkt de minister van Bui- teniandsche Zaken te doen om te voorkomen, dat deze uitingen van een partij, waarvan twee leden deel uitmaken van de regeering, schade toebrengen aan Nederlands goeden naam en aan Nederlands buitenlandsche betrekkingen? Een halve eeuw geleden llllllllllllllllllllllllllllillll ten zoo noodig nog eens er aan herinneren hoe relatief alle beroemdheid is. Want de thans zoo goed als vergeten Milat-z was een Haarlemsch kunstenaar van dusdanige im portantie dat zijn nog beroemder stadgenoot Hermanus van Brussel, die den lezer allicht even onbekend is, zijn portret teekende op zijn doodsbed en daarnaar een gravure in den handel bracht. Een „portret naar het lijk" noemde men dat in die dagen, meer accuraat dan elegant. Die Van Brussel was een knap landschapschilder, maar bovenal befaamd als maker van schit terende tooneeldécors. Voor den Amsterdam- schen Schouwburg en voor de tooneelzaal van het paleis Het Loo had hij opzienbarende dingen vervaardigd en ook in Haarlem moeten veel décors van hem in gebruik geweest zijn. Onze befaamde Wijbrand Hendriks heeft Van Brussel's portret geschilderd. M 'a was :n 17S3 :n Haar em geboren, waar zijn vader „lederenhandschoenmaker" was. Zijn voorouders zullen dus allicht uit Tyrol stammen, althans uit die richting naar Holland gekomen zijn, waarop ook de naam wijst. Onze schilder heeft aanvankelijk in het bedrijf van zijn vader gewerkt, maar de tee- plrats I ken- en scbilderlust waren machtiger dan de i. i.-- - kunste- genegenheid voor de lederen handschoenen naars van Milatz tijd de hedendaagsche artis- j en meclit hii bij Paul van Liender gaan studeeren. Dat was een soortgelijke beroemd heid als Van Brussel en Milatz bereikte daar spoedig zoo veel dat hij zelfstandig in Haar lem en omstreken kon gaan werken. Ons plaatje van deze week toont tot welke schoo- ne hoogte hij gekomen is. Hij maakte ook een aantal etsen onder andere voor Loosjes' Ar cadia, die als „bevallige gezigten omstreeks Haarlem" aangekondigd werden. Het Haar lemsch Archief bezit verschillende teeke ningen van Milatz en de in dit stukje in ver band met hem genoemde artisten. Men was en is daar zeer bereidwillig ze aan belang stellende kunstvrienden te toonen. Milatz stierf jong, op vijf en veertig jarigen leeftijd. Met die eigenaardige emphase die ons direct weer in de romantiek verplaatst, beschrijft een goed vriend zijn sterven: „Des avonds in zijne woning, bij zijne echtgenoote staande," zeeg hij aan haar zijde neder en was niet meer". Wat het geval nog triester maak te, was dat de weduwe met tien onvolwassen kinderen achterbleef en de tijd (1808) voor de kunstenaars even miserabel was als thans. Zoo ziet men hoe de historie zich herhaalt, zij het met variaties: misère plus tien kinderen is bij de artisten van thans gelukkig hooge uitzondering. Toen kwam dat meer voor. J, H. DE BOLS I Uit Haarlem's Dagblad van 1886 18 Maart: Door de heeren G. Vriesenbeck c.a. te Amsterdam, is de concessie r9 tot het inpolderen van een gedeelte der Zuiderzee, genoemd het Kolhornerdien De inpoldering zal zich uitstrekken va» bezuiden Wieringen tot het Westen van Medemblik en ongeveer 9700 h a beslaan. N. V. Scheepsbouwbelangen opgericht Doel: tegengaan van speculatieven handel. Zeven groote scheepsbouwmaat- maatschappijen hebben gezamenlijk opgericht de N.V. Scheepsbouwbe langen met zetel te 's-Gravenhage, welke vennootschap zich ten doel stelt het steunen en gezond maken van de scheepsbouwindustrie in ons land. Het belangrijke element in de oprichting der N.V. Scheepsbouwbelangen r— zoo werd aan het A.N.P. medegedeeld is het feit dat thans een markt is geschapen, welke op het terrein der scheepsbouwindustrie koopers en verkoopers tot elkander kan brengen. Tot nu toe deed zich het verschijnsel voor dat bestaande outillages door tusschenkomst van speculanten voor een appel en een ei van de hand werden gedaan en dat de nieuwe ondernemers met het tegen afbraakprijzen verkregen object tegen de andere meer le venskrachtige ondernemingen concurreer den, hetgeen ongezonde toestanden in het bedrijf teweeg bracht. Tegen een dergelijken gang van zaken heeft de nieuwe maatschappij stelling geno men. Thans is een orgaan geschapen, dat aan verdere werkzaamheid van verouderde of niet rendeerende scheepsbouwindustrieën een einde kan maken. Hoe dit stelsel in de practijk zal werken, zal moeten worden af gewacht. Het maatschappelijk kapitaal der N.V. is f 100.000, verdeeld in 40 aandeelen van f 2500, waarvan bij de oprichting er 28 zijn geplaatst De vennootschap is opgericht door de vol gende naamlooze vennootschappen: Dok- en Werf-Maatschappij Wilton-Feijen- oord N.V.; De Rotterdamsche Droogdok Mpij.; N.V. Koninklijke Maatschappij „pe Schelde"; Naamlooze Vennootschap C. van d'er Giessen en Zonen's Scheepswerven; N.V. Nederlandsehe Scheepsbouw Maatschappij; Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit Jr. N.V.; N.V. Werf Gusto, v.h. firma A. F. Smulders. Voor den eersten keer is tot directeur be noemd de heer Th. de Hoog, te Rotterdam. Oplichting door schijn huwelijk. Man te Amsterdam gearresteerd. Een Duitsch meisje kreeg eenigen tijd ge leden kennis aan een man. Zij kwamen al spoedig overeen te zullen trouwen en trok ken daarvoor naar Duitschland waar in Beie ren het huwelijk kerkelijk werd voltrokken. Beiden leefden van het spaargeld van het Duitsche meisje. Dezer dagen te Amsterdam teruggekeerd, kwam aan het licht, dat de man al getrouwd was en dat de huwelijksvol trekking in Duitschland een schijnhuwelijk was geweest. Het was den man alleen te doen geweest goeden sier te maken van het geld van het Duitsche meisje. De man is thans in hechtenis wegens op lichting. Aan deze zaak zit nog de vraag vast hoe heeft deze jonge man den Duitsc'nen geestelijke kunnen bewegen het huwelijk kerkelijk in te zegenen. Daarvoor heeft hij papieren noodig gehad waaruit moest blij ken, dat het huwelijk reeds voor den Burger lijken Stand moest zijn voltrokken, ofschoon daar nooit sprake van is geweest. Men heeft het vermoeden dat hij een trouwboekje heeft vervalscht en den Duitschen geestelijke heeft overtuigd, dat het huwelijk reeds burgerlijk was voltrokken. Het Duitsche meisje verkeer de na de kerkelijke huwelijksvoltrekking in d.e meening, dat zij wettig 'getrouwd was. (A. N. P.) Hollandsche Hypotheek bank N.V. De geheele winst wordt gereserveerd. In de te Amsterdam gehouden jaaTlijksche algemeene vergadering van aandeelhouders der Hollandsche Hypotheekbank N.V., geves tigd te Amsterdam, werd het jaarverslag over het boekjaar 1935 met de balans per 31 De cember 1935 en de winst- en verliesrekening over het boekjaar 1935, met de daarbij be- hoorende, in de Wet op de Naamlooze Ven nootschappen bedoelde Toelichting, weerge vende den maatstaf waarnaar de onroeren de en roerende zaken der Vennootschap zijn gewaardeerd, door de directie uitgebracht en door de vergadering goedgekeurd. Besloten werd de netto-winst ad f 210.819,8* in haar geheel te bestemmen voor reservee ring en dus voor ditmaal af te zien van het uitkeeren van dividend, zulks als een voor zorgsmaatregel, voornamelijk uit overweging, dat het in verband met de nog heersehende groote onzekerheid in het huizen-exploitatie bedrijf wensehelijk is de positie der ven nootschap te versterken en daarmede niet j.lleen het belang der aandeelhouders, doch ook en vooral dat der pandbriefhouders te dienen. In de vacatures, ontstaan door de perio dieke aftreding van de heeren Jhr. H. W. Röell en Mr. Chr. P. van Eeghen als commis sarissen en Mr. H. H. van den Berg als direc teur werd voorzien door hunne herbenoe ming

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1936 | | pagina 2