IS: RÜSSOSCiH!! FILMS /n T* De film is internationaal De school van Kuleschow. - Russische Filmdrama's - „Twee dagen" een pendant van„Moeder". Zamitschowsky, de vader' uit Twee dagen", een der knapste Russische filmacteurs De film is naast liefde, politiek en geld- Jacht het eenige internationale in de wereld. Een Eskimo kan een Japansche film begrij pen, een Javaan een Amerikaansche. De film is geboren in Frankrijk, werd daar als een zusje van het tooneel behandeld, kreeg een tijd lang een onverstandige, onoordeel kundige opvoeding en het begint er thans op te lijken of men haar verdere ontwikke ling in goede banen zal leiden. Men spreekt van Duitsche, Amerikaan sche, Russische, Zweedsche film, doch feite lijk moet men een reeks films die in wezen eender zijn niet onderbrengen in nationale groepen, doch de verschillende soorten be schouwen als uitingen van verschillende scholen, die soms één, soms meer regisseurs als leiders en volgelingen hebben. Zoo in Duitschland de door Fritz Lang aangegeven richting naast die van Ruttman, in Frank rijk de oude school met zijn ijselijk zwaar- dramatische en de nieuwe, die der avant- garde, met zijn zuiver filmische films, ter wijl in Amerika nog steeds de handels waarde en zeer zelden de kunstwaarde van rolprenten de filmindustrie beïnvloedt. En zoo zien wij in Rusland ook twee scholen, de vooroorlogsche die geheel door de Fransche geïnspireerd was en die „dra ken" opleverde, tegenover de nieuwe van Kuleschow, terwijl in deze laatste weer twee hoofdrichtingen: Eisenstein en Pudowkin zijn te bespeuren; twee richtingen die op 'fc eerste gezicht nauw verwant zijn, doch duidelijke verschillen vertoonen als men wat verder kijkt. De nieuwe Russische filmkunst is een uiting van de jonge, nieuwe, uit de revolutie ge boren cultuur die zich eveneens in het too- ïieel manifesteert, getuige Granowski en Me.verhold. Het is te begrijpen dat de communistische filmkunstenaars in de allereerste plaats de, HAARLEMMER HALLETJES EEN ZATERDAGAVONDPRAATJE. Ik was voor zaken naar Amsterdam gekomen en-nu was het 12 uur en stond ik voor een van die Nederlandsche inrichtingen, die wij daarom lunchx-oom noemen, toen er plotse ling iemand voorbijkwam, die bleef staaia en mij aankeek. Hij had dat eigenaardige in zijn voorkomen, waaraan jc subiet den Indisch man herkent, de bruine tint en de nieuwe vouwen in het onwennig gedragen Europee- sche pak. Ik herkende hem zonder hem te kennen, totdat opeens het luikje in mijn ge heugen, waarachter zijn beeld opgehangen was, openging en meteen de naam, die eron der geschreven stond, op mijn lippen kwam: „Willem Maarsseveen! Jij weer terug!" Wij drukten elkaar de hand met zekere warmte, ofschoon de relatie vx-oeger nooit zoo bijzon der innig was geweest. Allicht werd ik wat aangestoken door zijn enthousiasme, dat waarschijnlijk meer een gevolg was van zijn vreugde, dat hij in Holland terug was dan wel van het feit, dat hij juist mij ontmoette. „Ja", zei hij, „gelukkig weg uit het apen land; niet kwaad geboerd, maar ik ben blij, dat ik weer in Holland ben". Vlakbij sloeg ae klok op den Dam 12 en als het ware bij wijze van echo daarop zei hij: „Ga mee lunchen, dan kunnen we eens praten over den ouden tijd en de oude kennissen". Ik ging er niet dadelijk op in, ik weet wat lunchen in het Hollandsch beteekent: dat is een soort van maal, waaraan wij om 12 uur geen behoefte hebben, een klein middagmaal dat je ongeschikt maakt op dien dag verder te werken en ik had mij juist zoo plechtig voor genomen om in mijn oude trouwe eethuis te smullen aan wat Ik om 12 uur het lekkerste op de wereld vind, een versch cadetje met goede boter en frissche kaas. Daar kan naar mijn gevoelen niets bij halen. Hij zag dat ik aarzelde en drong aan; „Je hebt toch geen dringende zaken, ga mee, en wij zullen er een festijntje van maken". „Dat is het juist", zei ik, „ik ben niet ongevoelig voor festijnen, maar liever als de dag om is en er niet meer gewerkt behoeft te woi*den". „Wat had jij dan willen eten?" „Een simpel broodje met kaas en een kop koffie". Hij lachte, dat hij schudde. „Dat is dan goed voor morgen en volgende dagen tot aan je laatsten snik toe voor mijn part, maar dit is een bijzondere gelegenheid en ik laat je niet los. Morgen is er ook van de kaas en de koffie nog wel wat over". Voor zulke uit- noodigingen bezwijkt men. men bezwijkt altoos, omdat de neiging tot het kwade ster ker in den mensch is dan de kracht tot het goerle. Zoo keerde ik mijn eenvoudig koffie maal den rug toe en ging met hem op stap naar een van de eerste restaurants in Am sterdam dat hij mij als doel van onze wan deling genoemd had. We praatten veel, over Indie, dat ik niet kende en over Holland, dat hem vreemd geworden was en daar wij alle bei de kunst van luisteren vei-stonden. die een veel grootrr kunst is dan die van praten, vol deed ons gesprek ons allebei wonderwel. In- Jusschen droeg de kellner schotels aan, fijne in hun oogen glorieus afgeloopen. revolutie verheerlijkten en de vele stof die zij bood handig gebruikten. Zoo ontstonden „Tien dagen die de wereld deden wankelen" en „De laatste dagen van Sint-Petersburg", zoo werd Eisenstein's „De generale lijn" een film vol beelden van de moderne Russische bouwkunst en de herleefde landbouw, zoo predikt „Het dorp der zonde" een nieuwe moraal evenals in zekeren zin ..Bed en Sofa." Maar daarnaast is men gaan werken aan gewone films, aan humoristische, dramati sche, moraliseerende en didactische films. En het verwonderlijke èn verblijdende hier bij is, dat de regisseurs hun artistieke idea len trouw zijn gebleven, dat ook deze filnys niet oppervlakkig, zinloos, ledig zijn. Als een voortreffelijk staaltje van een hu moristische Russische film beschouwen wij „Drie dieven" of „Het proces om drie piillioen roebel", die nog niet zoo lang geleden hier ter stede vertoond werd. „Het gele paspoort" met dat prachtige spel van Anna Sten en Bataloff viel tegen dooi'dat de .regisseur te veel Pudowkin en Eisentstein had nageaapt en welke film velen deed verzuchten of een Russische film het nu niet zonder mooie landschappen en grootsche wolkenluchten kon stellen. „De kellner uit het Palace-hotel" is een „stei'k-dramatische film", een film met schitterend spel, goed van regie maar toch ook weer zoo weinig uitstekend boven het middelmatige, dat men er niet veel aan mist, nu de Centrale keuringscommissie de film niet toelaatbaar achtte. Twee Russische speelfilms blijven er voor- loopig nog over die de belangstelling waard zijn, namelijk „Twee dagen" en „Die van de straat leven". De laatste film is typisch Russisch en ontroei-t vooral door het zeer goede spel van den zachtmoedigen, half- Idioten Fedor en van Veronika Buschins- kaja die de rol van d e vrouw vervult. Maar „Twee dagen" is een der beste films die de Russische industrie voortbracht, een rolprent die wel een pendant van Pudow- kin's „Moedei-" kon zijn en wie die film on dergaan heeft, zal weten, dat een film genot kan schenken van groote, innige waarde, want „Moeder" is het mooiste, het zuiverste, het meest echte wat ooit in een bioscoop ver toond is. Men ondergaat ook „Twee dagen", men ziét niet meer, men vóélt hoe deze geschiede nis van bittere wraak zich voltrekt. Asta Nielsen's woord, „dat werkelijk groote film kunst altijd groote feiten brengt" wordt in deze rolprent bewaarheid. Moge de inhoud al sterk en boelend zijn, wéér toonen de Russen hun kracht in film montage en een Zamitschkowsby speelt de rol van den vader, zooals alleen een heel groote dit doen kan. C. G. B. MET DE LIFT NAAR BOVEN. (Wie kan dit lezen?) U komt hier aan. Maar half en U niet, of luisteren. Maar zij hooren Dat zal ongeveer hier zijn. U moet hebben. Welke verdieping U zegt hun Gaat liet vaak zóó; Met llftjongens. schotels, waaraan allerlei dieren het veege lijf hadden geleend. Ik zal het nu maar niet precies opsommen, maar daar kwamen kal veren aan te pas, vogels en ook (wat ik mij het beste herinner) kreeft, versche kreeft, een en ander natuurlijk met de noodige dranken besproeid. Ik durf zeggen, dat wij van die dranken een matig gebruik maak ten, maar wanneer je gewoon bent aan een kopje koffie tusschen twaalf en één, dan is een glas sherry cn zelfs een fleschje tafel water op dat uur een dwaasheid. Het smaak te allemaal lekker, natuurlijk smaakte het lekker, anders zou nooit iemand meer een lunch nemen, maar een dwaasheid is het toch, alleen merk je dat naderhand pas. Wij hadden geen haast, ik niet en hij heelemaaï niet, zoodat het na dit uitgebreide menu half drie was geworden, voordat de koffie kwam met de sigaar, die natuurlijk voor de feeste lijke gelegenheid heel duur en dus even na tuurlijk ook buitengewoon zwaar moest zijn. Ik houd niet van die Havanna's met de kleur van pijpen chop en een smaak alsof de nico tine van 20 andere sigaren erin geconcen- treei-d is, maar daar de illusie nu eenmaal bestaat, dat een Havanna omdat hij duur is toch ook lekker moet zijn, onderga je ook deze eind-dwaasheid en staat van tafel O" met een hoofd van lood en een maag van steen, wat natuunijk niet wegneemt, uat wjj hartelijk van elkaar afscheid namen en el kaar wederkeerig beloofden dat dit met de laatste keer zou zijn. Wij zouden elkaar meer 'ontmoeten. Dit is een goed bedoelde belofte aan het einde van een maal, maar waar ge- wooihijk niets van terecht komt, vooral niet omdat hij zich ging vestigen in Arnhem en ik er niet over denk om vóór mijn laatsten' ademtocht mijn geiiefd Haarlem te vo.^^n. Het komt er ook niet op aan, de bedoeling was vriendelijk en daarmee had de belolte haar plicht gedaan. Ik was 's morgens met den trein uit Haar lem gekomen, maar hoe het kwam weet ik niet, ik had meer lust om met de ti-am terug te gaan. Waarschijnlijk is dat de reactie van het overvloedige maal geweest. De trein heeft haast ora je af te leveren, om je kwijt te zijn als het ware en de traagheid, die volgt op een weelderige lunch verlangde meer naar een gemoedelijk ritje in de tram, waarbij je zoo af en toe eens stil staat en tenslotte na 40 minuten op je gemak in Haarlem aankomt. Ik vond een goed plaatsje want het was nog niet druk, schikte mij ge.makkeli.ik in een hoek van de bank, zoo ongeveer op do manier waarop een hond na ean paar keer te hebben rondgedraaid, zich neervlijt in zijn mand en was van plan een genoegelijk dutje te doen. Voordat ik het wist, was ik in de Tempeliersstraat en tot mijn verwonde ring stonden mij daar eenige heeren op te wachten, die mij hartelijk begroetten en een plaats aanboden In een pracht van een auto, waarmee wij de Groote Houtstraat door naar de stedelijke concertzaal reden. Tot mijn ver- Y%rondering was het donker geworden en toen wij afstapten aan de concertzaal brandden daar alle lichten terwijl de vestibule vol was met menschen, die. hun jassen en man tels afgaven en in keurige .toiletten *0 II I- fJ II Tf=? Gastvrouw: Wat wilt a gebruiken, bier, whisky, wijn, port Gast: Ja, alstublieft. (Lustige Kolncr Zeitung). METALEN IN ONS LICHAAM. Het lichaam van den mensch bevat ver scheidene metalen. Zoo bevinden zich in de lever, in de nagels en de haren sporen van nikkel, in de spieren en in de hersenen ook zink en wel in een hoeveelheid van 11 tot 146 milligram per K.G. van het algeheele ge wicht. Ook in het bloed heeft men sporen van zink vastgesteld. Bovendien bevat menig orgaan kobalt en vooral ook, bijv. de lever, koper, dat naar de nieuwste onderzoekingen van bijzondex-e beteekenis is voor de vorming van het bloed. Maar de jongste onderzoe kingen van den scheikundige van levens middelen Ragnar Berg, behoort tot de me talen die In het menschelijk lichaam voorko men, bijv. in het blad, ook het goud. Daar de hoeveelheid der metalen afhangt en ixx het nauwste verband staat met de voedings middelen, zoo wordt ook de hoeveelheid goud in het menschelijk lichaam door het ver bruikte voedsel bepaald. Naar de mededee- lingen van den geleerde bevat ons lichaam een uiterst kleine hoeveelheid goud. Vastge steld kon worden dat goudbevattende voe dingsmiddelen zijn: havervlokken, tarwe meel, osseniever, en rxxnderhersens, verder sap van sinaasappel, druiven en hazelnoten- Het goudgehalte van deze voedingsmiddelen bestaat, zooals men zich kan voorstellen, slechts uit de allerkleinste sporen, evenals bij de andere metalen, welke door de voe dingsmiddelen het lichaam worden toege voerd. In runderlever zijn bijv. in een K.G. van het algeheele gewicht van het dier 119 milli gram koper aanwezig, in schelvlsch ongeveer 4 m.g., in aardappelen 2.3 en in een hoender ei slechts 0.5 m.g. zink. NIET TEVREDEN. Het meisje had zoo juist haar dienst op gezegd. „Maar Marie." zei haar mevrouw, „ik be grijp niet welke reden jij nu kunt hebben om weg te gaan. Ben ik niet aan al je wen- schen tegemoet gekomen? Hoeveel andere mevrouwen zouden zóó ver willen gaan, dat zij een radio in de keuken lieten plaatsen?" „Het is juist de radio, waarom ik weg wil mevrouw," antwoordde de dienstbode uit de hoogte. „De programma's bevallen me niet!" Onlangs vonden twee politieagenten een berucht x-oof moor denaar in eenboom. De man deed vergeei'sche pogingen om door tjilpen als een rnusch de lieden der wet op een dwaalspoor te brengen. verschenen, de dames in de nieuwste avondjaponnen en de heeren in ono berispelijke smoking. Het was duidelijk, wat er gaande was, dit kon alleen een Bach- concert wezen, maar wat i k daar te maken had en waarom ik zoo plechtig was afge haald, kon ik niet begrijpen. Maar mijn gezelschap scheen het beter te weten, 2 van de heeren gingen voorop, 3 achter mij aan, zoodat wij in een soort van triomf optocht je door de zaal schreden, met belangstelling aaxigestaard door tóehoorders, die al gezeten waren. In den spiegel zag ik tot mijn verbazing dat ik zelf in den rok gekleed was. Men bracht mij in de welbekende solisten- kamer van de concertzaal en knoopte een vriendelijk en beleefd gesprek met mij aan, waar ik op dezelfde manier aan medewerkte. Op het podium bracht het orkest van Meu- gelberg een muzieknummer ten gehoore, waarvan ik met den besten wil van de we reld mij den titel toen al niet meer te bin nen kon brengen. Alleen weet ik, dat er bij zonder veel afwisseling in was, soms lieten de violen allerlei wonderlijke en piepende geluiden hooren en dan weer waren de trom men en de pauken aan het woord, kortom het was een' vreemde chaos van klanken, zoodat ik er alleen met zekerheid van zeggen kan, dat het een moderne compositie moet zijn geweest. Toch kwam er een eind aan en van dat oogenblik af zweeg de conversatie van mijn beleefde gastheeren en keken zij mij aan alsof zij iets van mij verwachtten. Eén van de heeren kwam met een muziekstuk aan, dat hij mij beleefd aanbood, een ander open de de deur, die naar het podium leidde, maar verwachtte blijkbaar, dat, ik die zou doox-- gaan, en toen ik dat gedaan had, begreep ik opeens, wat; er van mij verwacht werd, namelijk dat ik zingen of spelen zou. Ik werd door ontzetting aangegrepen; naast mij zat de schare van Mengelberg, vóór mij een massa menschen en die allen keken mij aan. Het was buitengewoon benauwend en ik vroeg mijzelf af: „Wat moet ik hier doen en wat wordt er van mij verwacht?" Daar ik geen viool in handen had en de plano ge sloten was, werd het mij duidelijk, dat ik moest zingen. Het zweet brak mij uit, maar Mengelberg, die mij met een genadig knikje begroet had, hief den stok op en het orkest begon; toen keek hij mij aan en gaf een teeken, dat ik beginnen zou, maar het was mij onmogelijk een enkelen klank uit te bren gen. Hij maakte een driftig gebaar, tikte af, liet opnieuw beginnen en keek mil weer ge biedend aan. Voor de tweede maal bracht ik geen klank uit en toen, daar ik begreep dat er toch iets gebeuren moest, haalde Ik mijn schouders op. maakte een buiging voor het publiek cfi ging het podium af naar ae so listenkamer. waar een medelijdend be stuurslid mij mijn jas aantrok, zoodat ik vertrekken kon. Toen stapte ik de zaal bin nen om hier vandaan en liefst zoo gauw 'mogelijk naar huis te gaan. De weg van de solistenkamer naar het einde van de zaal was verschrikkelijk, ai dfe menschen in ce zaal keken mij aan, hel was alsof die dui zenden oogen door mijn hoofd boorden en mijn beenen verlamden. Een oude heer. die op den hoek van het gangpad zat. scheen VENSTERLOOZE HUIZEN? Een Amerlkaanseh architect is bezig, plan nen uit te werken voor een wolkenkrabber zonder vensters Volgens hem zal dit gebouw vele voordeelen hebben boven de tegenwoor dige huizenblokken met kantoren en zal dit type woning in de toekomst algemeen ge bouwd worden. Om te beginnen zal het in zoo'n huis nooit tochten. Duizenden guldens zullen ook be spaard worden omdat er geen vensters be hoeven te worden schoongemaakt, terwijl die allermodernste huizen voor de helft onder den grond zullen worden gebouwd en voor de helft boven den grond, hetgeen natuurlijk enorm veel ruimte za! winnen. De vensterlooze huizen zullen evenveel ventilatie hebben als de woningen die nu worden gebouwd maar zóódanig dat geen met stof bezwangerde lucht de hulzen zal binnen dringen, zooals nu het geval is. Ultra- vio lette stralen zullen gebruikt worden voor de verlichting. Het denkbeeld komt uit Amerika, het land der onbegrensde mogelijkheden. Een nuchter Hollander zal allicht geneigd zijn er van te zeggen: „Eerst zien!" WAAR OUDE SCHEERMESSEN DIENSTIG VOOR ZIJN. Wat doe je met afgedankte scheermessen? Sommigen gebruiken ze om er punte.n mee aan potlooden te slijpen, maar de behoefte aan deze instrumenten blijkt tenslotte t-och beperkt.. Anderen leggen ze doodeenvoudig weg en krijgen zoo een niet onaardige maar volkomen nuttelooze collectie. Maar nu is gebleken dat de oude scheer messen, die hier eigenlijk niets dan last veroorzaken in andere landen niet zoo waardeloos zijn. Eenige maanden geleden plaatste een bekend Engelsch zendeling een opx-oeping, waarin hij vroeg, hem gebruikte scheermessen te zenden, waaraan de eige naars niets meer hadden. Op deze wijze kreeg hij binnen betrekkelijk korten tijd niet minder dan300.000 oude scheermessen! Het bleek dat de Afrikaansche inboorlin gen, te midden van wie de genoemde zen deling arbeidde, deze scheermessen zeer op prijs stelden. Zij werden n.L gebruikt als prijzen, uit te reiken aan de winnende elf tallen bij voetbalwedstrijden! voor mijn oogen te zwellen, maar steeds grooter te worden tot hij eindelijk aan den zolder reikte. Strompelend ging ik verder, de zaal scheen voortdurend langer te wor den, al die onbarmhartige oogen volgden mij, totdat ik eindelijk aan de zaaldeur ge komen was en naar buiten kon gaan in den leegen corridor. Het laatste wat ik uit de zaal hoorde, was een algeraeene zucht, als het ware van verbazing, die op mij den in druk maakte van een stormwind. Ik kon niet meer. ik viel tegen den muur van de vesti bule, alles werd donker om mij heen en ik schrikte op door liet geroep van den tram conducteur: „Halfweg, Halfweg!" Het was dus alles maar een droom ge weest, ik kan niet zeggen een nachtmerrie, want toen ik op mijn horloge keek, was het pas half vier en klaarlichte dag. Ik kan niet zeggen, hoe verlicht ik mij voelde bij de ge dachte, dat het geen werkelijkheid was ge weest en dat ik dus morgen met opgeheven hoofd als altijd door Haarlem zou kunnen rondgaan zonder gevaar leden vau Bach te ontmoeten, die op mij zouden wijzen en zeg gen: „Daar heb je den man, die als zanger heeft willen optreden en geen noot kon uit brengen. „Nu pas begreep ik hoe zwaar de roem moet zijn, wanneer je aan de ver wachtingen niet kunt. voldoen. Maar doezelig was ik nog wel en van meening, dat mij na al die gruwelijke erva ringen een verkwikkend dutje nog wel toe kwam. leunde ik weer in mijn hoekje en probeerde te slapen. Of het gelukt is weet ik niet, want opeens stond ik voor het ge bouw van het stedelijk Lyceum en ging met een gezelschap scholiereu naar binnen. Wij gingen in een lokaal en daar werd mij ecu plaats aangewezen. Om mij heen schikten de jongelui zich gemakkelijk in de banken, maar ik had de grootste moeite om plaats te nemen, omdat ik zooveel grooter en dik ker was. Er werd om mij heen dan ook ge lachen, niet zoo frisch en rechtuit met „Hahaha!" maar half verborgen en geniepig met een „Hil" van links en een „hél" of „ho!" van rechts, zoodat de leeraar een paar maal met een stokje op zijn lessenaar moest slaan. Ik begreep, dat ik hier leerling was met de anderen en was maar van één feit doox-- drongen, namelijk de innige hoop, dat aan mij niets zou wox-den gevraagd. Maar dat ge beurde wél; de leeraar richtte zelfs speciaal het woord tot mij en deed mij allerlei vra- gen, waarvan ik ex- niet één kon beantwoor den. Welke die vragen waren, weet ik al niet meer, maar dit herinner ik mij nog goed dat er doodeenvoudige bij waren, die ik vroeger wel in de leerboeken van mijn kin deren had gezien. Ik besloot om op te staan en aan den leeraar. dien ik heel goed kende en die in het maatschappelijk leven altijd prettig en vriendschappelijk met mij was omgegaan, te vragen: „Waarom plaag je mij zoo? Je ziet toch, dat ik op het oogenblik niet gedisponeerd ben? Vraag nu ook eens wat aan anderen". Maar ik kon geen woord uitbrengen en daarbij was er ook van opstaan geen sprake; het was zelfs aisof de bank or» mij aandrong en mij vasthield, zoodr.t ik geen lid kon verroeren. In tusschen maakte dc leeraar wanhopige gebaren, de jongens EEN ONTMOETING MET LEEUWEN. Dat leeuwen niet onder allo omstandig heden gevaarlijk voor den mensch zijn ver haalt een EngelsrLi ontdekkingsreiziger. Martin Johnson in een door hem geschre ven boek. Gedurende jaren had hij er al naar ver langd te zien. hoe leeuwen zich gedragen als zij door den mensch met rust geiaten worden en eindelijk kreeg hij zijn kans in Tanganyika (Afrika) „Plotseling en zonder eenige waarschu wing". zoo schrijft hij. „stonden wij voor een groep van elf leeuwen. Wij stonden allen in eens stil en waren in het eerst als met stomheid geslagen. Daar ston den, zaten en lagen oif leeuwen voor ons! Een lag lui te gapen onder een boom. Alle leeuwen keken onzen kant uit. Wij liepen telkens een paar possen vooruit en maakten foto's. Tenslotte stoorden de leeuwen zich In "t geheel niet meer aau ons en keken een anderen kant uit ais om ons te toonen dat wij hen volmaakt, onverschillig lieten. Tot nu toe hadden wij fluisterend gespro ken. In mijn opwinding sprak ik ineens hardop. Onmiddellijk keken de leeuwen weer onzen kant uit. Eenige stonden op en geeselden hun flan ken met hun staart. Maar nadat aij van ergex-nis eenige malen gegromd hadden, werden zij weer rustig en gingen liggen. Spoedig vielen zij nu ln slaap. De leeuw die het dichtst bij ons lag snurkte hard! Ik moest mij in den arm knijpen om mij er van te overtuigen dat ik niet droomde en dat dit dezelfde soort dieren waren, die ik zoo dikwijls woedend brullend en geroed voor een moorddadigen aanval tegenover mij had gezien. Een mug heeft, twoe-en-twintig tanden, die je allen zien kunt door een microscoop En voelen door een zijden kous. In Duitschland is bij opgravingen een doosje met naalden uit de 14de eeuw ge vonden. Mijn nichtje spreekt er haar verwondering over uit, dat er zoo lang geleden reeds gra- mofoons bestonden. om mij heen barstten ln lachen uit en ten slotte werd ik zoo kwaad, dat ik besloot uit de bank te stappen en heen te gaan. Wat moest ik op mijn leeftijd in dit kinder schooltje doen? Maar dc bank hield mil q.la een modern martelinstrument aan alle kan ten vast en toen lk begon tc rukken en te trekken om los te komen, scheurde mijn jas van boven tot onder open en barstte de heele klas ln een daverend gelach uit.. Ik zag aan den mond vau den leeraar, dat hij boven het rxxmoer trachtte uit tc komen, maar het gelukte, hem niet, hoe hard hij ook schreeuwde, de jongens kwamen uit hun banken en drongen joelend eu Jouwend om mü heen. Ik trachtte mij te vcx*weren, maar kon nog altijd geen vin verroeren, totdat plotseling een zware stem vlak bij mijn oor klonk: .^msterdamsche Poort" eu ik opschrikkend bemerkte, dat de tram voor ae tweede maal stilstond en de menschen voor de Amsterdamsche Poort uit den wagen stapten. Nu werd mij alles duidelijk. Na de vreeselij- ke ervaring op hei Bachconcert had ik in mijn droom als leerling nog een les op het Lyceum moeten bijwonen en daar opnieuw een mal figuur gemaakt. Ik besloot nu wak ker te blijven tot de Tempeiicrsstrant en was dankbaar toen ik daar uitstappen en mijn ver hit hoofd in den guren Aprilwind verfris- schen kon. Van de verschrikkelijke droom beelden, die lk had meegemaakt, was er niets overgebleven dan een moeheid ln de beenen, die mij de eerste 5 minuten het loopen bijna onmogelijk maakte. Maar daar de mensch. wanneer hem iets ongewoons overkomt., daarvan toch altijd dc reden wil opsporen, vroeg lk mij af wat er toch wol in de lunch geweest kon zijn, dat mij tot tweemaal toe in doze ellende had ge- hracht, zeker niet hot vriendelijke kalf, dat. tot mijn voeding had bijgedragen, evenmin het varken, dat te onnoozel is om kwaadaardig te zijn en toch ook niet de onschuldige vogel, dien wij in de natuxir als totaal onschadelijk medeschepsel kennen en waardeeren. Het moest dus de kreeft zijn eu hoe kon het ook anders; een dier, dat in den levonden staat de zonderlinge manier heeft aangenomen om zich achtex-waarts te bewegen, lean ook wanneer hij dood is, geen anderen dan een verwarrenden Invloed hebben op de men- schelijke hersenen, zelfs wanneer dat gaan moet via de maag. Maar ik heb uit dezen noodlottigcn rit althans één ding geleerd: als i'c weer een oud-Indischman ontmoet, die mij in de vreugde van zijn hart omdat hij ln het Mo-derland teruggekeerd is. on smake lijke spijzen en dranken wil ontha'en, zal ik weigeren en tot hom zeggen: „m'Jn noen-, ma.al bestaat u!t bx-ood en kans en e?n kou koffie. Als je mijn annrrananm gene1 scha" op; prijs stelt, dan zul je dat rno-^en deelen en zoo niet, dan schelden hierbij onze wemn." De gedachte aan kreeft is mij nu nog. dagen later, bijgebleven en toen lk den naam van een bekenden acteur in de aankondigingen van een tooneelvoorsteiling tegenkwam, heb ik mij met een rilling afgewend. FTDELIO. Dienstbode (tydens de groote schoonmaak); Het was tocb niet noodig geweest, dat u door ëT« radio oen S. O. S- Uet uitrenden. mevrouw. Meneer rit hier achter. (London Opinion). I

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1929 | | pagina 17