IS: RÜSSOSCiH!! FILMS
/n T*
De film is internationaal De school
van Kuleschow. - Russische Filmdrama's -
„Twee dagen" een pendant van„Moeder".
Zamitschowsky, de vader' uit Twee dagen",
een der knapste Russische filmacteurs
De film is naast liefde, politiek en geld-
Jacht het eenige internationale in de wereld.
Een Eskimo kan een Japansche film begrij
pen, een Javaan een Amerikaansche. De
film is geboren in Frankrijk, werd daar als
een zusje van het tooneel behandeld, kreeg
een tijd lang een onverstandige, onoordeel
kundige opvoeding en het begint er thans
op te lijken of men haar verdere ontwikke
ling in goede banen zal leiden.
Men spreekt van Duitsche, Amerikaan
sche, Russische, Zweedsche film, doch feite
lijk moet men een reeks films die in wezen
eender zijn niet onderbrengen in nationale
groepen, doch de verschillende soorten be
schouwen als uitingen van verschillende
scholen, die soms één, soms meer regisseurs
als leiders en volgelingen hebben. Zoo in
Duitschland de door Fritz Lang aangegeven
richting naast die van Ruttman, in Frank
rijk de oude school met zijn ijselijk zwaar-
dramatische en de nieuwe, die der avant-
garde, met zijn zuiver filmische films, ter
wijl in Amerika nog steeds de handels
waarde en zeer zelden de kunstwaarde van
rolprenten de filmindustrie beïnvloedt.
En zoo zien wij in Rusland ook twee
scholen, de vooroorlogsche die geheel door
de Fransche geïnspireerd was en die „dra
ken" opleverde, tegenover de nieuwe van
Kuleschow, terwijl in deze laatste weer twee
hoofdrichtingen: Eisenstein en Pudowkin
zijn te bespeuren; twee richtingen die op
'fc eerste gezicht nauw verwant zijn, doch
duidelijke verschillen vertoonen als men wat
verder kijkt.
De nieuwe Russische filmkunst is een uiting
van de jonge, nieuwe, uit de revolutie ge
boren cultuur die zich eveneens in het too-
ïieel manifesteert, getuige Granowski en
Me.verhold.
Het is te begrijpen dat de communistische
filmkunstenaars in de allereerste plaats de,
HAARLEMMER HALLETJES
EEN ZATERDAGAVONDPRAATJE.
Ik was voor zaken naar Amsterdam gekomen
en-nu was het 12 uur en stond ik voor een
van die Nederlandsche inrichtingen, die wij
daarom lunchx-oom noemen, toen er plotse
ling iemand voorbijkwam, die bleef staaia en
mij aankeek. Hij had dat eigenaardige in zijn
voorkomen, waaraan jc subiet den Indisch
man herkent, de bruine tint en de nieuwe
vouwen in het onwennig gedragen Europee-
sche pak. Ik herkende hem zonder hem te
kennen, totdat opeens het luikje in mijn ge
heugen, waarachter zijn beeld opgehangen
was, openging en meteen de naam, die eron
der geschreven stond, op mijn lippen kwam:
„Willem Maarsseveen! Jij weer terug!" Wij
drukten elkaar de hand met zekere warmte,
ofschoon de relatie vx-oeger nooit zoo bijzon
der innig was geweest. Allicht werd ik wat
aangestoken door zijn enthousiasme, dat
waarschijnlijk meer een gevolg was van zijn
vreugde, dat hij in Holland terug was dan
wel van het feit, dat hij juist mij ontmoette.
„Ja", zei hij, „gelukkig weg uit het apen
land; niet kwaad geboerd, maar ik ben blij,
dat ik weer in Holland ben". Vlakbij sloeg ae
klok op den Dam 12 en als het ware bij wijze
van echo daarop zei hij: „Ga mee lunchen,
dan kunnen we eens praten over den ouden
tijd en de oude kennissen".
Ik ging er niet dadelijk op in, ik weet wat
lunchen in het Hollandsch beteekent: dat is
een soort van maal, waaraan wij om 12 uur
geen behoefte hebben, een klein middagmaal
dat je ongeschikt maakt op dien dag verder te
werken en ik had mij juist zoo plechtig voor
genomen om in mijn oude trouwe eethuis te
smullen aan wat Ik om 12 uur het lekkerste
op de wereld vind, een versch cadetje met
goede boter en frissche kaas. Daar kan naar
mijn gevoelen niets bij halen. Hij zag dat
ik aarzelde en drong aan; „Je hebt toch
geen dringende zaken, ga mee, en wij zullen
er een festijntje van maken". „Dat is het
juist", zei ik, „ik ben niet ongevoelig voor
festijnen, maar liever als de dag om is en er
niet meer gewerkt behoeft te woi*den". „Wat
had jij dan willen eten?"
„Een simpel broodje met kaas en een kop
koffie".
Hij lachte, dat hij schudde. „Dat is dan
goed voor morgen en volgende dagen tot aan
je laatsten snik toe voor mijn part, maar
dit is een bijzondere gelegenheid en ik laat je
niet los. Morgen is er ook van de kaas en
de koffie nog wel wat over". Voor zulke uit-
noodigingen bezwijkt men. men bezwijkt
altoos, omdat de neiging tot het kwade ster
ker in den mensch is dan de kracht tot het
goerle. Zoo keerde ik mijn eenvoudig koffie
maal den rug toe en ging met hem op stap
naar een van de eerste restaurants in Am
sterdam dat hij mij als doel van onze wan
deling genoemd had. We praatten veel, over
Indie, dat ik niet kende en over Holland, dat
hem vreemd geworden was en daar wij alle
bei de kunst van luisteren vei-stonden. die een
veel grootrr kunst is dan die van praten, vol
deed ons gesprek ons allebei wonderwel. In-
Jusschen droeg de kellner schotels aan, fijne
in hun oogen glorieus afgeloopen. revolutie
verheerlijkten en de vele stof die zij bood
handig gebruikten. Zoo ontstonden „Tien
dagen die de wereld deden wankelen" en
„De laatste dagen van Sint-Petersburg", zoo
werd Eisenstein's „De generale lijn" een
film vol beelden van de moderne Russische
bouwkunst en de herleefde landbouw, zoo
predikt „Het dorp der zonde" een nieuwe
moraal evenals in zekeren zin ..Bed en Sofa."
Maar daarnaast is men gaan werken aan
gewone films, aan humoristische, dramati
sche, moraliseerende en didactische films.
En het verwonderlijke èn verblijdende hier
bij is, dat de regisseurs hun artistieke idea
len trouw zijn gebleven, dat ook deze filnys
niet oppervlakkig, zinloos, ledig zijn.
Als een voortreffelijk staaltje van een hu
moristische Russische film beschouwen wij
„Drie dieven" of „Het proces om drie piillioen
roebel", die nog niet zoo lang geleden hier
ter stede vertoond werd. „Het gele paspoort"
met dat prachtige spel van Anna Sten en
Bataloff viel tegen dooi'dat de .regisseur te
veel Pudowkin en Eisentstein had nageaapt
en welke film velen deed verzuchten of een
Russische film het nu niet zonder mooie
landschappen en grootsche wolkenluchten
kon stellen. „De kellner uit het Palace-hotel"
is een „stei'k-dramatische film", een film
met schitterend spel, goed van regie maar
toch ook weer zoo weinig uitstekend boven
het middelmatige, dat men er niet veel aan
mist, nu de Centrale keuringscommissie de
film niet toelaatbaar achtte.
Twee Russische speelfilms blijven er voor-
loopig nog over die de belangstelling waard
zijn, namelijk „Twee dagen" en „Die van de
straat leven". De laatste film is typisch
Russisch en ontroei-t vooral door het zeer
goede spel van den zachtmoedigen, half-
Idioten Fedor en van Veronika Buschins-
kaja die de rol van d e vrouw vervult.
Maar „Twee dagen" is een der beste films
die de Russische industrie voortbracht, een
rolprent die wel een pendant van Pudow-
kin's „Moedei-" kon zijn en wie die film on
dergaan heeft, zal weten, dat een film genot
kan schenken van groote, innige waarde,
want „Moeder" is het mooiste, het zuiverste,
het meest echte wat ooit in een bioscoop ver
toond is.
Men ondergaat ook „Twee dagen", men
ziét niet meer, men vóélt hoe deze geschiede
nis van bittere wraak zich voltrekt. Asta
Nielsen's woord, „dat werkelijk groote film
kunst altijd groote feiten brengt" wordt in
deze rolprent bewaarheid.
Moge de inhoud al sterk en boelend zijn,
wéér toonen de Russen hun kracht in film
montage en een Zamitschkowsby speelt de
rol van den vader, zooals alleen een heel
groote dit doen kan.
C. G. B.
MET DE LIFT NAAR BOVEN.
(Wie kan dit lezen?)
U komt hier aan.
Maar half en
U niet, of luisteren.
Maar zij hooren
Dat zal ongeveer hier zijn.
U moet hebben.
Welke verdieping
U zegt hun
Gaat liet vaak zóó;
Met llftjongens.
schotels, waaraan allerlei dieren het veege
lijf hadden geleend. Ik zal het nu maar niet
precies opsommen, maar daar kwamen kal
veren aan te pas, vogels en ook (wat ik mij
het beste herinner) kreeft, versche kreeft,
een en ander natuurlijk met de noodige
dranken besproeid. Ik durf zeggen, dat wij
van die dranken een matig gebruik maak
ten, maar wanneer je gewoon bent aan een
kopje koffie tusschen twaalf en één, dan is
een glas sherry cn zelfs een fleschje tafel
water op dat uur een dwaasheid. Het smaak
te allemaal lekker, natuurlijk smaakte het
lekker, anders zou nooit iemand meer een
lunch nemen, maar een dwaasheid is het
toch, alleen merk je dat naderhand pas. Wij
hadden geen haast, ik niet en hij heelemaaï
niet, zoodat het na dit uitgebreide menu half
drie was geworden, voordat de koffie kwam
met de sigaar, die natuurlijk voor de feeste
lijke gelegenheid heel duur en dus even na
tuurlijk ook buitengewoon zwaar moest zijn.
Ik houd niet van die Havanna's met de kleur
van pijpen chop en een smaak alsof de nico
tine van 20 andere sigaren erin geconcen-
treei-d is, maar daar de illusie nu eenmaal
bestaat, dat een Havanna omdat hij duur is
toch ook lekker moet zijn, onderga je ook
deze eind-dwaasheid en staat van tafel O"
met een hoofd van lood en een maag van
steen, wat natuunijk niet wegneemt, uat wjj
hartelijk van elkaar afscheid namen en el
kaar wederkeerig beloofden dat dit met de
laatste keer zou zijn. Wij zouden elkaar meer
'ontmoeten. Dit is een goed bedoelde belofte
aan het einde van een maal, maar waar ge-
wooihijk niets van terecht komt, vooral niet
omdat hij zich ging vestigen in Arnhem en
ik er niet over denk om vóór mijn laatsten'
ademtocht mijn geiiefd Haarlem te vo.^^n.
Het komt er ook niet op aan, de bedoeling
was vriendelijk en daarmee had de belolte
haar plicht gedaan.
Ik was 's morgens met den trein uit Haar
lem gekomen, maar hoe het kwam weet ik
niet, ik had meer lust om met de ti-am terug
te gaan. Waarschijnlijk is dat de reactie van
het overvloedige maal geweest. De trein
heeft haast ora je af te leveren, om je kwijt
te zijn als het ware en de traagheid, die
volgt op een weelderige lunch verlangde
meer naar een gemoedelijk ritje in de tram,
waarbij je zoo af en toe eens stil staat en
tenslotte na 40 minuten op je gemak in
Haarlem aankomt.
Ik vond een goed plaatsje want het was
nog niet druk, schikte mij ge.makkeli.ik in
een hoek van de bank, zoo ongeveer op do
manier waarop een hond na ean paar keer
te hebben rondgedraaid, zich neervlijt in
zijn mand en was van plan een genoegelijk
dutje te doen. Voordat ik het wist, was ik in
de Tempeliersstraat en tot mijn verwonde
ring stonden mij daar eenige heeren op te
wachten, die mij hartelijk begroetten en een
plaats aanboden In een pracht van een auto,
waarmee wij de Groote Houtstraat door naar
de stedelijke concertzaal reden. Tot mijn ver-
Y%rondering was het donker geworden en toen
wij afstapten aan de concertzaal brandden
daar alle lichten terwijl de vestibule vol was
met menschen, die. hun jassen en man
tels afgaven en in keurige .toiletten
*0
II
I- fJ II Tf=?
Gastvrouw: Wat wilt a gebruiken, bier,
whisky, wijn, port
Gast: Ja, alstublieft.
(Lustige Kolncr Zeitung).
METALEN IN ONS LICHAAM.
Het lichaam van den mensch bevat ver
scheidene metalen. Zoo bevinden zich in de
lever, in de nagels en de haren sporen van
nikkel, in de spieren en in de hersenen ook
zink en wel in een hoeveelheid van 11 tot
146 milligram per K.G. van het algeheele ge
wicht. Ook in het bloed heeft men sporen
van zink vastgesteld. Bovendien bevat menig
orgaan kobalt en vooral ook, bijv. de lever,
koper, dat naar de nieuwste onderzoekingen
van bijzondex-e beteekenis is voor de vorming
van het bloed. Maar de jongste onderzoe
kingen van den scheikundige van levens
middelen Ragnar Berg, behoort tot de me
talen die In het menschelijk lichaam voorko
men, bijv. in het blad, ook het goud. Daar
de hoeveelheid der metalen afhangt en ixx
het nauwste verband staat met de voedings
middelen, zoo wordt ook de hoeveelheid goud
in het menschelijk lichaam door het ver
bruikte voedsel bepaald. Naar de mededee-
lingen van den geleerde bevat ons lichaam
een uiterst kleine hoeveelheid goud. Vastge
steld kon worden dat goudbevattende voe
dingsmiddelen zijn: havervlokken, tarwe
meel, osseniever, en rxxnderhersens, verder
sap van sinaasappel, druiven en hazelnoten-
Het goudgehalte van deze voedingsmiddelen
bestaat, zooals men zich kan voorstellen,
slechts uit de allerkleinste sporen, evenals
bij de andere metalen, welke door de voe
dingsmiddelen het lichaam worden toege
voerd.
In runderlever zijn bijv. in een K.G. van
het algeheele gewicht van het dier 119 milli
gram koper aanwezig, in schelvlsch ongeveer
4 m.g., in aardappelen 2.3 en in een hoender
ei slechts 0.5 m.g. zink.
NIET TEVREDEN.
Het meisje had zoo juist haar dienst op
gezegd.
„Maar Marie." zei haar mevrouw, „ik be
grijp niet welke reden jij nu kunt hebben
om weg te gaan. Ben ik niet aan al je wen-
schen tegemoet gekomen? Hoeveel andere
mevrouwen zouden zóó ver willen gaan, dat
zij een radio in de keuken lieten plaatsen?"
„Het is juist de radio, waarom ik weg wil
mevrouw," antwoordde de dienstbode uit de
hoogte. „De programma's bevallen me niet!"
Onlangs vonden twee politieagenten een
berucht x-oof moor denaar in eenboom.
De man deed vergeei'sche pogingen om
door tjilpen als een rnusch de lieden der wet
op een dwaalspoor te brengen.
verschenen, de dames in de nieuwste
avondjaponnen en de heeren in ono
berispelijke smoking. Het was duidelijk,
wat er gaande was, dit kon alleen een Bach-
concert wezen, maar wat i k daar te maken
had en waarom ik zoo plechtig was afge
haald, kon ik niet begrijpen. Maar mijn
gezelschap scheen het beter te weten, 2 van
de heeren gingen voorop, 3 achter mij aan,
zoodat wij in een soort van triomf optocht je
door de zaal schreden, met belangstelling
aaxigestaard door tóehoorders, die al
gezeten waren. In den spiegel zag ik tot mijn
verbazing dat ik zelf in den rok gekleed was.
Men bracht mij in de welbekende solisten-
kamer van de concertzaal en knoopte een
vriendelijk en beleefd gesprek met mij aan,
waar ik op dezelfde manier aan medewerkte.
Op het podium bracht het orkest van Meu-
gelberg een muzieknummer ten gehoore,
waarvan ik met den besten wil van de we
reld mij den titel toen al niet meer te bin
nen kon brengen. Alleen weet ik, dat er bij
zonder veel afwisseling in was, soms lieten
de violen allerlei wonderlijke en piepende
geluiden hooren en dan weer waren de trom
men en de pauken aan het woord, kortom
het was een' vreemde chaos van klanken,
zoodat ik er alleen met zekerheid van zeggen
kan, dat het een moderne compositie moet
zijn geweest.
Toch kwam er een eind aan en van dat
oogenblik af zweeg de conversatie van mijn
beleefde gastheeren en keken zij mij aan
alsof zij iets van mij verwachtten. Eén van
de heeren kwam met een muziekstuk aan,
dat hij mij beleefd aanbood, een ander open
de de deur, die naar het podium leidde, maar
verwachtte blijkbaar, dat, ik die zou doox--
gaan, en toen ik dat gedaan had, begreep
ik opeens, wat; er van mij verwacht werd,
namelijk dat ik zingen of spelen zou. Ik werd
door ontzetting aangegrepen; naast mij zat
de schare van Mengelberg, vóór mij een
massa menschen en die allen keken mij aan.
Het was buitengewoon benauwend en ik
vroeg mijzelf af: „Wat moet ik hier doen en
wat wordt er van mij verwacht?" Daar ik
geen viool in handen had en de plano ge
sloten was, werd het mij duidelijk, dat ik
moest zingen. Het zweet brak mij uit, maar
Mengelberg, die mij met een genadig knikje
begroet had, hief den stok op en het orkest
begon; toen keek hij mij aan en gaf een
teeken, dat ik beginnen zou, maar het was
mij onmogelijk een enkelen klank uit te bren
gen. Hij maakte een driftig gebaar, tikte af,
liet opnieuw beginnen en keek mil weer ge
biedend aan. Voor de tweede maal bracht ik
geen klank uit en toen, daar ik begreep dat
er toch iets gebeuren moest, haalde Ik mijn
schouders op. maakte een buiging voor het
publiek cfi ging het podium af naar ae so
listenkamer. waar een medelijdend be
stuurslid mij mijn jas aantrok, zoodat ik
vertrekken kon. Toen stapte ik de zaal bin
nen om hier vandaan en liefst zoo gauw
'mogelijk naar huis te gaan. De weg van de
solistenkamer naar het einde van de zaal
was verschrikkelijk, ai dfe menschen in ce
zaal keken mij aan, hel was alsof die dui
zenden oogen door mijn hoofd boorden en
mijn beenen verlamden. Een oude heer. die
op den hoek van het gangpad zat. scheen
VENSTERLOOZE HUIZEN?
Een Amerlkaanseh architect is bezig, plan
nen uit te werken voor een wolkenkrabber
zonder vensters Volgens hem zal dit gebouw
vele voordeelen hebben boven de tegenwoor
dige huizenblokken met kantoren en zal dit
type woning in de toekomst algemeen ge
bouwd worden.
Om te beginnen zal het in zoo'n huis nooit
tochten. Duizenden guldens zullen ook be
spaard worden omdat er geen vensters be
hoeven te worden schoongemaakt, terwijl die
allermodernste huizen voor de helft onder
den grond zullen worden gebouwd en voor de
helft boven den grond, hetgeen natuurlijk
enorm veel ruimte za! winnen.
De vensterlooze huizen zullen evenveel
ventilatie hebben als de woningen die nu
worden gebouwd maar zóódanig dat geen met
stof bezwangerde lucht de hulzen zal binnen
dringen, zooals nu het geval is. Ultra- vio
lette stralen zullen gebruikt worden voor de
verlichting.
Het denkbeeld komt uit Amerika, het land
der onbegrensde mogelijkheden.
Een nuchter Hollander zal allicht geneigd
zijn er van te zeggen: „Eerst zien!"
WAAR OUDE SCHEERMESSEN
DIENSTIG VOOR ZIJN.
Wat doe je met afgedankte scheermessen?
Sommigen gebruiken ze om er punte.n mee
aan potlooden te slijpen, maar de behoefte
aan deze instrumenten blijkt tenslotte t-och
beperkt.. Anderen leggen ze doodeenvoudig
weg en krijgen zoo een niet onaardige maar
volkomen nuttelooze collectie.
Maar nu is gebleken dat de oude scheer
messen, die hier eigenlijk niets dan last
veroorzaken in andere landen niet zoo
waardeloos zijn. Eenige maanden geleden
plaatste een bekend Engelsch zendeling een
opx-oeping, waarin hij vroeg, hem gebruikte
scheermessen te zenden, waaraan de eige
naars niets meer hadden. Op deze wijze
kreeg hij binnen betrekkelijk korten tijd niet
minder dan300.000 oude scheermessen!
Het bleek dat de Afrikaansche inboorlin
gen, te midden van wie de genoemde zen
deling arbeidde, deze scheermessen zeer op
prijs stelden. Zij werden n.L gebruikt als
prijzen, uit te reiken aan de winnende elf
tallen bij voetbalwedstrijden!
voor mijn oogen te zwellen, maar steeds
grooter te worden tot hij eindelijk aan den
zolder reikte. Strompelend ging ik verder,
de zaal scheen voortdurend langer te wor
den, al die onbarmhartige oogen volgden
mij, totdat ik eindelijk aan de zaaldeur ge
komen was en naar buiten kon gaan in den
leegen corridor. Het laatste wat ik uit de
zaal hoorde, was een algeraeene zucht, als
het ware van verbazing, die op mij den in
druk maakte van een stormwind. Ik kon niet
meer. ik viel tegen den muur van de vesti
bule, alles werd donker om mij heen en ik
schrikte op door liet geroep van den tram
conducteur: „Halfweg, Halfweg!"
Het was dus alles maar een droom ge
weest, ik kan niet zeggen een nachtmerrie,
want toen ik op mijn horloge keek, was het
pas half vier en klaarlichte dag. Ik kan niet
zeggen, hoe verlicht ik mij voelde bij de ge
dachte, dat het geen werkelijkheid was ge
weest en dat ik dus morgen met opgeheven
hoofd als altijd door Haarlem zou kunnen
rondgaan zonder gevaar leden vau Bach te
ontmoeten, die op mij zouden wijzen en zeg
gen: „Daar heb je den man, die als zanger
heeft willen optreden en geen noot kon uit
brengen. „Nu pas begreep ik hoe zwaar de
roem moet zijn, wanneer je aan de ver
wachtingen niet kunt. voldoen.
Maar doezelig was ik nog wel en van
meening, dat mij na al die gruwelijke erva
ringen een verkwikkend dutje nog wel toe
kwam. leunde ik weer in mijn hoekje en
probeerde te slapen. Of het gelukt is weet
ik niet, want opeens stond ik voor het ge
bouw van het stedelijk Lyceum en ging met
een gezelschap scholiereu naar binnen. Wij
gingen in een lokaal en daar werd mij ecu
plaats aangewezen. Om mij heen schikten
de jongelui zich gemakkelijk in de banken,
maar ik had de grootste moeite om plaats
te nemen, omdat ik zooveel grooter en dik
ker was. Er werd om mij heen dan ook ge
lachen, niet zoo frisch en rechtuit met
„Hahaha!" maar half verborgen en geniepig
met een „Hil" van links en een „hél" of „ho!"
van rechts, zoodat de leeraar een paar maal
met een stokje op zijn lessenaar moest slaan.
Ik begreep, dat ik hier leerling was met de
anderen en was maar van één feit doox--
drongen, namelijk de innige hoop, dat aan
mij niets zou wox-den gevraagd. Maar dat ge
beurde wél; de leeraar richtte zelfs speciaal
het woord tot mij en deed mij allerlei vra-
gen, waarvan ik ex- niet één kon beantwoor
den. Welke die vragen waren, weet ik al
niet meer, maar dit herinner ik mij nog goed
dat er doodeenvoudige bij waren, die ik
vroeger wel in de leerboeken van mijn kin
deren had gezien. Ik besloot om op te staan
en aan den leeraar. dien ik heel goed kende
en die in het maatschappelijk leven altijd
prettig en vriendschappelijk met mij was
omgegaan, te vragen: „Waarom plaag je mij
zoo? Je ziet toch, dat ik op het oogenblik
niet gedisponeerd ben? Vraag nu ook eens
wat aan anderen". Maar ik kon geen woord
uitbrengen en daarbij was er ook van opstaan
geen sprake; het was zelfs aisof de bank or»
mij aandrong en mij vasthield, zoodr.t ik
geen lid kon verroeren. In tusschen maakte
dc leeraar wanhopige gebaren, de jongens
EEN ONTMOETING MET
LEEUWEN.
Dat leeuwen niet onder allo omstandig
heden gevaarlijk voor den mensch zijn ver
haalt een EngelsrLi ontdekkingsreiziger.
Martin Johnson in een door hem geschre
ven boek.
Gedurende jaren had hij er al naar ver
langd te zien. hoe leeuwen zich gedragen
als zij door den mensch met rust geiaten
worden en eindelijk kreeg hij zijn kans in
Tanganyika (Afrika)
„Plotseling en zonder eenige waarschu
wing". zoo schrijft hij. „stonden wij
voor een groep van elf leeuwen. Wij
stonden allen in eens stil en waren in het
eerst als met stomheid geslagen. Daar ston
den, zaten en lagen oif leeuwen voor ons!
Een lag lui te gapen onder een boom. Alle
leeuwen keken onzen kant uit. Wij liepen
telkens een paar possen vooruit en maakten
foto's. Tenslotte stoorden de leeuwen zich In
"t geheel niet meer aau ons en keken een
anderen kant uit ais om ons te toonen dat
wij hen volmaakt, onverschillig lieten.
Tot nu toe hadden wij fluisterend gespro
ken. In mijn opwinding sprak ik ineens
hardop. Onmiddellijk keken de leeuwen weer
onzen kant uit.
Eenige stonden op en geeselden hun flan
ken met hun staart. Maar nadat aij van
ergex-nis eenige malen gegromd hadden,
werden zij weer rustig en gingen liggen.
Spoedig vielen zij nu ln slaap. De leeuw
die het dichtst bij ons lag snurkte hard!
Ik moest mij in den arm knijpen om mij
er van te overtuigen dat ik niet droomde en
dat dit dezelfde soort dieren waren, die ik
zoo dikwijls woedend brullend en geroed
voor een moorddadigen aanval tegenover
mij had gezien.
Een mug heeft, twoe-en-twintig tanden,
die je allen zien kunt door een microscoop
En voelen door een zijden kous.
In Duitschland is bij opgravingen een
doosje met naalden uit de 14de eeuw ge
vonden.
Mijn nichtje spreekt er haar verwondering
over uit, dat er zoo lang geleden reeds gra-
mofoons bestonden.
om mij heen barstten ln lachen uit en ten
slotte werd ik zoo kwaad, dat ik besloot uit
de bank te stappen en heen te gaan. Wat
moest ik op mijn leeftijd in dit kinder
schooltje doen? Maar dc bank hield mil q.la
een modern martelinstrument aan alle kan
ten vast en toen lk begon tc rukken en te
trekken om los te komen, scheurde mijn
jas van boven tot onder open en barstte
de heele klas ln een daverend gelach uit.. Ik
zag aan den mond vau den leeraar, dat hij
boven het rxxmoer trachtte uit tc komen,
maar het gelukte, hem niet, hoe hard hij
ook schreeuwde, de jongens kwamen uit hun
banken en drongen joelend eu Jouwend om
mü heen. Ik trachtte mij te vcx*weren, maar
kon nog altijd geen vin verroeren, totdat
plotseling een zware stem vlak bij mijn
oor klonk: .^msterdamsche Poort" eu ik
opschrikkend bemerkte, dat de tram voor
ae tweede maal stilstond en de menschen
voor de Amsterdamsche Poort uit den wagen
stapten.
Nu werd mij alles duidelijk. Na de vreeselij-
ke ervaring op hei Bachconcert had ik in
mijn droom als leerling nog een les op het
Lyceum moeten bijwonen en daar opnieuw
een mal figuur gemaakt. Ik besloot nu wak
ker te blijven tot de Tempeiicrsstrant en was
dankbaar toen ik daar uitstappen en mijn ver
hit hoofd in den guren Aprilwind verfris-
schen kon. Van de verschrikkelijke droom
beelden, die lk had meegemaakt, was er niets
overgebleven dan een moeheid ln de beenen,
die mij de eerste 5 minuten het loopen bijna
onmogelijk maakte.
Maar daar de mensch. wanneer hem iets
ongewoons overkomt., daarvan toch altijd dc
reden wil opsporen, vroeg lk mij af wat er
toch wol in de lunch geweest kon zijn, dat
mij tot tweemaal toe in doze ellende had ge-
hracht, zeker niet hot vriendelijke kalf, dat. tot
mijn voeding had bijgedragen, evenmin het
varken, dat te onnoozel is om kwaadaardig
te zijn en toch ook niet de onschuldige vogel,
dien wij in de natuxir als totaal onschadelijk
medeschepsel kennen en waardeeren. Het
moest dus de kreeft zijn eu hoe kon het ook
anders; een dier, dat in den levonden staat
de zonderlinge manier heeft aangenomen
om zich achtex-waarts te bewegen, lean ook
wanneer hij dood is, geen anderen dan een
verwarrenden Invloed hebben op de men-
schelijke hersenen, zelfs wanneer dat gaan
moet via de maag. Maar ik heb uit dezen
noodlottigcn rit althans één ding geleerd:
als i'c weer een oud-Indischman ontmoet, die
mij in de vreugde van zijn hart omdat hij ln
het Mo-derland teruggekeerd is. on smake
lijke spijzen en dranken wil ontha'en, zal ik
weigeren en tot hom zeggen: „m'Jn noen-,
ma.al bestaat u!t bx-ood en kans en e?n kou
koffie. Als je mijn annrrananm gene1 scha" op;
prijs stelt, dan zul je dat rno-^en deelen en
zoo niet, dan schelden hierbij onze wemn."
De gedachte aan kreeft is mij nu nog. dagen
later, bijgebleven en toen lk den naam van
een bekenden acteur in de aankondigingen
van een tooneelvoorsteiling tegenkwam, heb
ik mij met een rilling afgewend.
FTDELIO.
Dienstbode (tydens de groote schoonmaak); Het was tocb niet noodig geweest, dat u door ëT«
radio oen S. O. S- Uet uitrenden. mevrouw. Meneer rit hier achter. (London Opinion).
I