H. D.-VERTELLINGEN J. Lottgering tfreru-tfreru. i/öncCejfhr<£eb<ycTri"(Goudetiket)is cfe eenige echte. De Gestolen Diadeem HAARLEM'S DAGBLAD VRIJDAG 29 NOVEMBER 1923 (Nadruk Terkodan; auteursrecht voorbehouden.) Symboliek. door WILLY VAN DER TAK. HIJ was nog heel Jong. En In machtelooze woede verwenschte hij het noodlot, dat hem, drie weken voor hij naar Indië zou gaan. verliefd deed worden op het mooiste, aardigste, aantrekkelijkste meisje van heel Engeland. Een meisje, dat geknipt was voor •••-m! Want hij, met drie liefdéshistories ach ter den rug, was zoo langzamerhand tot een zeer gedecideerde meening over eigen karak ter en een vast omlijnd beeld van haar, waar aan zijn hart behoefte had, gekomen. Een meisje, dat zou probeeren hem te ringelooren, «•n in hem den meerdere zou moeten erken nen; een meisje, dat met een zucht van za ligheid het trotsche hoofd buigen zou, een meisje met spirit en geest, als een fijne bloem, een raspaardjeNiet zonder welbehagen liet hij zich meevoeren op den stroom van zijn eigen forsche symboliek, en dook er weer ontnuchterd uit op, toen hij tot het teleur stellende besef kwam, dat hij haar onmoge lijk kon vragen zich beschikbaar te stellen voor dergelijke experimenten op een salaris van honderd vijftig gulden in de maand. Het leven is hard. Zijn laatste veertien dagen bracht hij door In een roes van onmatig geluk en matelooze smart, ging met haar uit, belde haar op om te vragen of ze met hem uit wilde gaan, ging haar halen of bracht haar thuis. Hij nam driemaal afscheid van haar, deed het toen nog tweemaal telefonisch over, met een van aandoening trillende stem, schreef haar toen nog een roerenden brief, die haar bereiken zou, als de zee reeds een niet te overbrug gen kloof tusschen hen had gemaakt en be steedde zijn ganschen laatsten ochtend aan het uitvoeren van een idee. dat in den sla peloos doorwaakten nacht bij hem was opge komen, en dat hij ontroerd en verteerden! in zich had voelen groeien en vasten vorm aan nemen. In April was zij jarig, en helaas! in het vo rig jaar April was zij, die nu alles voor hem betoekendc, hem even onbekend geweest als het verre Calcutta het nu was. Bloemen! Say it with flowers! Bestond er delicatere en subtielere wijze om haar zijn gevoelens kenbaar te maken, nu voorloopig woorden hem een practische onmogelijkheid waren, vanwege de overhaasting, waarmee papa's met hun nuchteren kijk op een zoo schoon ding als de liefde zich plegen te bui ten te gaan aan het stellen van intieme vra gen? Neen, duizend maal neen! Met kloppend hart en starre oogen begaf hij zich naar den duursten bloemenwinkel, dien hij kende, en zijn handen beefden, ter wijl hij zijn bestelling deed. Op den twaalf den April twintig van de allermooiste rozen, die zij hadden, te bezorgen aan haar adres, en er bij te voegen de enveloppe, die al dien tijd in zijn vestjeszak op zijn hart had ge zeten en waarvan hij slechts noode afstand deed. Waren daar niet in besloten zijn tee- derste gedachten voor haar, de slotapotheose van zijn gevoelens? Hij betaalde meteen, met het geld, dat hij aan twee paar zijden sokken voor zichzelf had willen besteden Hij reisde dien dag af, meer himmelhoch jauchzend dan zum Tode betrübt. Plet be wustzijn van een schoone daad te hebben verricht, nietwaar En het meisje, dat even oud was als hij, en dus veel ouder, zei dien avond tegen haar wat sentimenteele moeder: „Ja, ik weet 't wel. Maar 't zal wel over gaan. Misschien houdt hij het nu wel een heel jaar uit zonder op een ander verliefd te worden. Het kan hem niet anders dan goed doen. En het geld, dat hij nu aan post zegels voor brieven besteedt, kan hij niet aan verderfelijker dingen uitgeven". Haar moeder zweeg onbevredigd. Haar vader mopperde wat over moderne lichtzin nigheid en met vuur spelen. Toch kreeg ze op een klein beetje na gelijk. Na zes maanden vroeg hij haar schrifte lijk ten huwelijk, en toen hij na acht haar verbijsterende weigering kreeg, was hij al een maand op een ander verliefd. Dat wist hij zelf nog niet, maar de andere wist het wel. Twee dagen lang was hij doodongelukkig, sloot zich op, staarde met wanhoopsoogen voor zich uit en pijnigde zijn hersens af over de onbegrijpelijke reden, die ze voor haar weigering opgaf. Toen gaf hij het op. kamde zijn haar, waar hij lang en veel in gegraaid had, weer glad, trok een schoon pak aan en ging, met het prettige gevoel van miskend te zijn, zijn troost zoeken bij het aardigste, liefste meisje van heel Engelsch- Indië. Het geld, dat hij voor dien tijd aan post zegels besteed had, gaf hij nu uit aan bloe men. De reden die het aardigste meisje van heel Engeland had opgegeven, was geïnspireerd geweest door zijn eigen wat al te forsche symboliek. „Een vrouw, die twintig jaar ouder is dan jij, is niets voor jouw, mijn beste jongen, en daaromEn het was alles de schuld geweest van zijn bloemenwin kel en de sokken, die hij niet gekocht had. In November had hij zijn rozen besteld en betaald, in April moesten ze bezorgd worden en in April waren de rozen zoo veel goed- kooper, dat er in plats van twintig, veertig vlammende roode rozen haar verjaardag op luisterden. Tusschen de symboliek van hun doornige stelen zat de symboliek van zijn mannelijke gelukwensch: „Een roos voor elk jaar, mijn liefste En het meisje zei, niet erg gepiqueerd: „Uit den mond der kinderenVeertig jaar! Maar dan is hij zeker veel te jong voor me!" STADSNIEUWS GEEN DIERENMISHANDELING Eenige dagen geleden werd ons door den eigenaar van Kennel Fauna medegedeeld, dat hij een hond had opgenomen die nabij het Openbaar Slachthuis door mannen gesteenigd was, zoodat het dier een poot gebroken had. Het bestuur van de vereer,iging tegen het mishandelen van dieren deelt ons mede, dat blijkens haar onderzoek het geval zich anders heeft toegedragen: De herdershond in kwestie heeft een schaap achterna gezeten van een van de han delaren, die dagelijks hun werk hebben in het slachthuis. Toen men het schaap wilde be vrijden, heeft de hond de menschen aange vallen. Tot zelfverdediging is men den hond met een stok te lijf gegaan, waarbij het dier een gevoeligen tik heeft opgeloopen, waardoor dit beest is verwond. Men heeft daarna direct voor hulp gezorgd. Van mishandeling is dus geen sprake geweest. ST. NICOLAASFEEST VAN „KINDERVREUGD". Voor den vijf-en-twintigsten keer organiseert de vereeniging „Kindervreugd" uit het Leid- sehe Kwartier een Sint Nicolaasfeest. Dit jaar geschiedt het op 4 December in de zaal van den Haarlemschen Kegelbond, Tempe liersstraat. Er ls een uitgebreid programma, mr. Conradi zal goochelen, er worden films vertoond en dit is het belangrijkste na tuurlijk Sint Nicolaas komt zelf ook op het feest HAARLEMSCHE POSTDUIVENBOND. Bovengenoemde bond houdt a.s. Zaterdag en Zondag zijn jubileum-tentoonstelling in het gebouw „Caecilia" aan - de Jansstraat. Een mooie collectie is aldaar te bezichtigen. De keuring is aan zeer bevoegde handen toe vertrouwd; er zijn zeer vele eereprijzen voor deze tentoonstelling uitgeloofd. INSTITUUT VOOR ARBEIDERSONWIKKE- LING. Zondagmorgen spreekt in het gebouw van den Kegelbond de heer J. Hemelrijk over „Diogenes een oude wijsgeer". Er is voor mu zikale medewerking gezorgd. INGEZONDEN MEDEDEELINGEN a 60 Gt«. per regel. Verven Stoomen Stoppage Hoeden vormen Groote Houtstraat 5a GELOOF EN WETENSCHAP. PROF. DR. F. A. WEVE OVER FASCISME EN DEMOCRATIE. Verscheidene dames en heeren, meest de jongeren, waren Donderdagavond in den Schouwburg aan den Jansweg bijeen om te luisteren naar hetgeen prof. dr. F. A. Weve O. P. hoogleeraar aan de Handelshoogeschool te Tilburg had te zeggen over het zeker ac tueele onderwerp „Fascisme en democratie". De lezing ging uit van de vereeniging „Geloof en Wetenschap". De voorzitter dezer Vereeniging opende de samenkomst met het uitspreken van den Christelijken Groet. Ver der zeide de voorzitter, dat deze lezing is de eerste van een reeks over de geestelijke stroomingen van den tijd. Onder die geeste lij kes stroomingen is óók te beschouwen het fascisme, dat veelal verkeerd wordt opgevat en waaromtrent misvattingen heerschen. Het woord was daarna aan prof. dr. Weve. Deze begon met de opmerking, dat hetgeen de voorzitter in het inleidende woorcl zeide, waarheid in houdt. Het staat met het fascis me zóó, dat het óf ten Hemel wordt verheven óf hartgrondig wordt verguisd. Velen zien het als een stelsel, dat is gericht tegen de „democratie". Wat is „democratie", ver volgde ^pr. Het is een algemeene „leuze". In die „leu ze" gaat thans de menschheid gelooven. Maar weet een ieder wat met „democratie" wordt bedoeld en wat het is. Dat is verre. En iede re partij heft gaarne de „leuze" democratie aan. Dat was reeds vóór een eeuw aldus naar spr. aantoont met een citaat van Guizot. Met het woord „democratie" kan een com plex van meeningen worden aangeduid, waaruit dan een ieder haalt wat hem goed dunkt. Er is een „ware" en een „valsche" democratie. Het is dus noodig goed te on derscheiden". De „moderne democratie" is aan het einde der 18e eeuw geboren. Er was t-oen eer. zucht naar verlossing en bevrijding van het ancien régime. Dat régime was een stelsel van misstanden. Er moest een „krach" op volgen. Zóó kwam, na den tijd van het niet eerbiedigen van de rechten en de vrijheden van den mensch; van het gel den van den stelregel „Quod principi placuit legis habet vigorem" (wat den vorst behaagt, heeft kracht van wet) de Fransche revolu tie. De inzet der Fransche Revolutie was een feest van verbroedering en van idealisme. Maar daarna kwam de omkeering. De „vrij heid" veranderde in het meest brute „absolu tisme." De Fransche Revolutie ging uit van leerstellingen, die den menschen geen vrij heid kan geven betoogde spr. Volkomen ge lijke politieke rechten verlangde men. Alléén gezag dat uit den mensch opkomt wilde men erkennen. De moderne democratie leer de met Rousseau in zijn „Contract social", dat er is een democratische bestuursvorm en dat allen daaraan moeten deelnemen. Volgens dat stelsel is er geen sprake van „vertegenwoordigers" maar van „lasthebbers" van het volk. Tegen dat stelsel ontwikkelde spr. verschillende bezwaren. Tegenover deze „democratie" staat een an- dere, zette spr. uiteen. Het is de „democra tie", die hierop neerkomt, dat een Staatsge heel dient tot welzijn van de geregeerden zelf. De Staat is tot welzijn van de burgers. Uit dezen gedachtengang ontstond de con- stitutioneele Staat. In de idee van dien Staat is de vox-st de dienaar van het gemeene wel zijn. De grondgedachte dezer democratie is: de gezagsdrager is de dienaar van het al gemeen belang. Zóó kwam er de democrati- seering van het Staatsdoel. In deze demo cratie is te zien de val van de autocra tie. Het doel dezer democratie is te maken dat het belang van geheel het volk beter kan worden behartigd. Daarna kwam spr. op het fascisme. Hij zag eerst de vraag onder de oogen hoe te denken over het fascisme, dat genomen in meer algemeenen zin. Het dus beziende, is het te omschrijven als een „straffe Staatsor ganisatie door een dictatoriaal gezag". En nu staat het daar zóó mede, betoogde spr., dat er tijden kunnen zijn dat een „dicta tuur" goed is. Het dictatoriaal gezag kan mede het algemeen welzijn gaan bevorderen. In Italië ontstond het fascisme door de on macht van de bestuursorganisaties. En er moet erkend, dat thans in Italië in meer dan één opzicht verbetering in de toestanden is gekomen. De toestanden in Italië waren rijp voor een tijdelijke dictatuur. Op zichzelf, concludeer de spr., is een dictatoriale regeering niet te veroordeelen. Verder gaande, beschouwde spr. het fascisme in meer engeren zin. Daar bij werd door hem gegeven een uiteenzetting van de gedachte, die tot het fascisme heeft geleid en nagegaan de ideeën, die door voor aanstaande Italianen waren verkondigd vóórdat Mussolini kwam. Kort werd geme moreerd hoe Mussolini aanvankelijk socialist was en hoe hij was gekomen tot het fas cisme. Over het. fascistisch stelsel van Musso- i lin! wijdde spr. aan het slot van zijn rede uit. De grondgedachten ervan werden ont vouwd. Met de gedachte van „een innerlijke éénheid van den Staat" plaatst het fascisme zich op Thomistischen grondslag, verklaar de spr. Verkondigde het fascisme alléén d i e theo rie, dan zouden we het niet anders dan kun nen toejuichen en aanhangen voegde spr. daaraan toe. Maar het fascisme verkondigt óók andere leerstellingen, theorieën die niet Christelijk zijn en er kan gezegd worden, dat in beginsel het fascisme ondemocratisch is. Moet het fascisme dus van democratisch standpunt veroordeeld worden? Spr. die de vraag stelde, maande toch aan tot voor zichtigheid. Want theorie is theorie. En in de practijk van het fascisme is te zien een poging om „de idéé van de sociale saamhoo- righeid van alle groepen der maatschappij" te trachten te verwezenlijken. De rede van den spreker, die met groote aandacht was aangehoord en die veel feiten materiaal gaf, werd met een krachtig ap plaus aan het einde begroet. Nadat de voor zitter van „Geloof en Wetenschap" den spre ker woorden van dank had gebracht, werd te ruim elf uur de samenkomst gesloten. HET ADVIES VAN DEN COMMISSARIS. KLEERMAKER SLACHTOFFER VAN EEN OPLICHTER. Dit was eigenlijk het kardinale punt: „Als de kleermaker het niet deed, zou hij er reuze-nadeel van hebben". Het moge eenigs- zins vreema klinken, maar deze woorden hadden in niet onbelangrijke mate aan be- teekenis gewonnen, doordat de man, die nu in het bankje der verdachten van de Haar- lemsche Rechtbank zat, ze uitsprak met de deurknop in de hand. Het was om zoo te zeggen een kwestie geweest van „to be or not to be" voor den kleermaker, aan wien de deurknop behoorde. De zaak had zoo in elkaar gezeten: Een kleermaker hier in de stad, die „vroeger al tijd zijn boterham gehad heeft door voor de heeren officieren te werken", cfyoch. die van de opheffing van het garnizoen een tot dus ver onbekend gebleven slachtoffer is gewor den, heeft een nieuw bestaan gevonden in het maken van kleeding voor de Haarlemsc'ne politie. Wat niet wegneemt, dat hij „af en toe wel eens een pakje tusschen het politie werk door" maakt. Den 20sten Juni 's morgens te half twaalf vervoegde zich bij den kleermaker een heer, althans een „als heer gekleed persoon", die zei van den Commissaris van Politie te komen De heer had zich in de gegeven verhoudingen moeilijk een betere introductie kunnen ver schaffen. De Commissaris van Politie had den heer den kleermaker ten zeerste aanbevolen, zei de bezoeker, en er ten sterkste op aangedron gen, dat hij zou voldoen aan den wensch van den bezoeker om een advertentie te plaatsen in een te Amsterdam uitgegeven blad, dat de belangen der schermsport dient. De commissaris zou dat heel prettig vinden. Niet ten onrechte scheen den kleermaker deze handelwijze van den commissaris eenigs- zins vreemd toe aangezien hij zich zelf ken de wel als een klein, maar tevens als een alleszins solide kleermaker en de commis saris wel zeer. tegen het belang der politie zou handelen, indien hij zich door aanbe veling aan anderen van zulk een trouw dienaar zou berooven. Want als er werk van particulieren op de advertentie kwam zou het politiewerk er onder lijden. Klaarblijkelijk was echter de gedachtengang van den com missaris niet die van den kleermaker ge weest. Het zou dus raadzaam zijn om het advies van den commissaris op te volgen, vooral daar de bezoeker met een niet te ont kennen welbespraaktheid en een zekere overredingskracht, die de vroegere militaire kleermaker, zich herinnerde aan militairen eigen te zijn de voordeelen duidelijk maakte, die aan het afsluiten van een advertentie contract in een blad, dat de belangen der schermsport dient, verbonden zijn. De kleer maker zou bekend worden met (militairen en officieren, wellicht zou het zijn volledig herstel in de militaire wereld beteekenen. En toch zou dit alles niet in staat geweest, zijn om de bevreemding van den kleer maker te overwinnen, had niet de boven ge schetste coup de théatre plaats gegrepen, waarin de deurknop als deus ex machina ver scheen. De bezoeker toch stond op het punt om succesloos te vertrekken om volgens het ad vies van de echtgenoote van den kleermaker „morgen maar eens terug te komen", toen hij, met de deurknop in de hand, plotseling het „reuze-nadeel" in het geding bracht. En onder dit dreigement heeft de kleer maker maar toegegeven. Er werd een contract afgesloten volgens hetwelk het orgaan twee jaar lang elke maand 10 regels zou plaatsen, tegen den prijs van 40 cent per regel. Aangezien de kleermaker dor de zaak eenigszins confuus geworden was teekende diens 17-jarige zoon het con tract. De bezoeker dicteerde gemakshalve wat er in zou staan. De firma, die het orgaan uitgeeft berichtte den volgende dag, dat het contract geaccep teerd was. Doch de kleermaker, wiens geloof in de voordeelen zoowel als in het reuze nadeel na het bezoek ten zeerste verminderd v/as, schreef per omgaande terug, dat hij het contract wenschte te annuleeren. De directie van de uitgeverij schreef daarop weer een brief, dat zij het contract niet wenschte te annuleeren. „Want", zoo getuigde de uitgever, „er waren meer adverteerders, die door alle mogelijke chicanes van hun contracten af wilden ko men". „Misschien wel, omdat zij op alle moge lijke wijze zijn bewogen om het af te sluiten"-', zei de president. De kleermaker dan liet bij monde van zijn zoon weten, dat hij andere middelen zou vinden om het contract ongedaan te maken. Betalen deed hij niet. Aan de ontwikkeling van die andere mid delen was blijkbaar de rechtszitting van Donderdagmiddag gewijd, want de uitgeverij wacht met het aan de orde stellen van de niet-betalingskwestie tot over haar colpor teur het oordeel geveld ls. Het Openbaar Ministerie vond, dat er op lichting in het spel was. Weliswaar zijn alle onwaarheden, die in den handel te pas ge bracht worden geen oplichting, doch deze hebben volgens den officier de grenzen in derdaad overschreden. De commissaris t-och, was volkomen onbekend met verdachte en verdachte bekende zelf ter zitting, dat hij den commissaris niet kende. Waaruit volgt, dat hij ook ontkende over den commissaris en diens aanbeveling gesproken te hebben, maar de kleermaker, de zoon en diens moe der hadden het alle drie pertinent gehoord en daar verdachte al vier maal veroordeeld is en één keer gezeten heeft, werden de getui gen, die bovendien onder eede stonden meer geloofd dan hij. De commissaris was des kleermakers broodheer, van die afhankelijk heid heeft verdachte handig misbruik ge maakt door den kleermaker met diens advies te willen imponeeren. De eisch was een geld boete en wel f 50 of 50 dagen. Verdachte zeide, dat hij door een politie agent naar den ex-militairen kleermaker verwezen was. Hij kende den naam bij over levering van zijn grootvader, die ook officier; was. De colporteur werd verdedigd door mr. Ed. Emmering uit Amsterdam. De advocaat be toogde, dat de in het Wetboek van Straf recht genoemde voorwaarden voor het ten laste leggen van oplichting niet aanwezig waren. Verdachte heeft noch een valschen naam opgegeven, noch listige kunstgrepen toeg. -,ast, noch zich bediend van een samen weefsel van verdichtselen. De man kon er toch niets aan doen, dat hij imponeerde door zijn figuur, dat den kleermaker hem voor een oud-kapitein of een majoor deed aanzien! En welke beweeg reden zou hij hebben om oplichting te ple gen? Hij heeft met de heele affaire slechts f 1.20 verdiend, het voordeel is toch niet in verhouding tot het risico van zijn betrekking te verliezen. Zoo een veroordeeling mocht volgen dringt, pleiter aan op een geldboete. Over 14 dagen is de uitspraak. acLfy BROEDERSCHAPS-FEDERATIE. De afd., Haarlem van de Broederschaps federatie houdt morgen, Zaterdagavond een propaganda-avond in de Remonstrantsche Kerk. Als sprekers zullen optreden: Mej. Tony de Ridder met het onderwerp: „De levenshouding van den nieuwen mensch" en Ds. Padt over: „Ik en de anderen". Het Rem. Zangkoor verleent zijn medewer king. INGEZONDEN MEDEDEELINGEN a 60 Ct«. per regel. Amsterdam, Utrecht, Nieuwendijk 225'229 Oude Gracht 151 FEUILLETON Uit het Engclsch van ARCHIBALD EYRE. 6) „Vader", zei ze vertrouwelijk, terwijl ze samen voort wandelden, „ik vind het heerlijk om naar tante Martha te gaan. Ik heb ge noeg van Londen. Er is hier te veel geld. U hebt te veel en iedereen die ik ken heeft te voel. Ik vind de atmosfeer hier afschuwe- lsjk; de menschen die ik spreek zijn geen van allen in staat om eens een ernstig ge sprek te voeren; ze kunnen alleen maar gek heid maken. Niemand van onzen kring voelt zich eigenlijk gelukkig en niemand schijnt iets anders te doen te hebben dan door het leven heen te dansen. Tante moet voor haar eigen brood werken; ik ben er van overtuigd dat. zij natuurlijk is. En ik ben van plan om ook natuurlijk tc worden; al is het voorloopig maar voor een half jaar!" HOOFDSTUK V. De laatste sigaret. Veertie ndagen daarna werd Josiah Tur ner's tweede huwelijk voltrokken in de kerk op Hannover Square en Lady Shepheard was •yan nu al' aan mevrouw Turner. Vóór het pas-getrouwde paar de huwelijksreis aan vaardde, omhelsde de stiefmoeder Lilian hartelijk. „Ik ben nu je moeder, Lilian", zei ze. „ver geet niet dat ie huis hier is, bij ons. Als het bezoek aan .ie tante korter mocht duren dan ic denkt, zou ik graag willen dat je direct hier kwam. Ik houd er niet van dat jonge meisjes zonder geleide op reis gaan. Natuur lijk is een bezoek aan je tante wel iets an ders, maar om je de waarheid te zeggen en ik vind dat ik er nu het recht toe heb om openhartig met je te praten je heele ma nier van doen is naar mijn smaak een klein beetje te onafhankelijk., „Ik weet het. Ik ben te modern naar uw zin". „Een beetje", zei mevrouw Turner op ver goelijkenden loon. „Een beetje, maar dat kan gelukkig makkelijker verholpen worden dan een lichaamsgebrek. We zullen het samen best kunnen vinden!" „Wees lief voor papa", vroeg Lilian ern stig. „Ik doe altijd mijn plicht", antwoordde me vrouw Turner plechtstatig. Lilian omhelsde haar vader. „Wees een goed kind", zei deze, „en ver geet vooral niet mijn groeten aan tante Martha te doen". Daarop nam hij afscheid van het gezelschap en ging met zijn bruid naar den auto die gereed stond om hen naar het station te brengen. Minister Greville en Tommy gingen toe vallig tegelijk met Lilian de deur uit en deze vroeg hen om met haar mee te gaan thee drinken in haar eigen huis aan de over zijde. „Morgen", zei ze een beetje bedrukt, toen ze met hun drieën in den salon zaten, „laat ik alle aanstellerij varen en keer ik terug naar Moeder Natuur. Zij dineert midden op den dag en 's avonds eet ze een boterham. Zij stopt ook haar eigen kousen en verstelt haar eigen kleeren". „Moeder Natuur en tante Martha zijn waarschijnlijk nauw aan elkaar verwant?" veronderstelde Tommy. „Ze zijn zusters". Lilian dronk peinzend haar thee uit. „Ik heb zes maanden om mij zelf te hervormen", ging zij voort. „Als wij elkaar weer ontmoeten zal ik mijn losse tong in bedwang hebben; ik zal nooit meer luidruchtig zijn of met mijn ellebogen op de tafel leunen. Ik zal geen scherpe opmer kingen meer maken en nooit oneerbiedig zijn tegen oudere menschen". „Wij mogen je toch in je verbanningsoord komen opzoeken?" vroeg Greville. „Tommy niet-. U natuurlijk wel, dat- hebt u trouwens al beloofd, maar Tommy in geen geval. Hij roept de slechtste instincten in mij wakker. Als hij in de buurt is. moet ik onhebbelijk zijn. of ik wil of niet". „Ik ben ook heelemaal niet van plan om je te komen opzoeken", gromde Tommy. „Als je mij telegrafeert- zal ik je noodkreten negee- ren, als je schrijft, krijg je in het gunstigste geval antwoord van mijn kamerdienaar. Als je een advertentie plaatst bijwijze van laat sten roep om hulp. zal ik op dezelfde manier doen weten dat het noodeloos is om iets van mij te verwachten." „Lieve Tommy", zei Lilian vriendelijk. Tommy kreeg een kleur en zijn lippen tril den. Maar om niet te laten merken wat er In hem omging, zei hij spottend: „Om mijn afhankelijkheid te toonen zal ik een sigaret opsteken zonder permissie te vragen". Hij hield de beide andere zijn koker voor en alle drie rookten ze een oogenblik zonder iets te zeggen. „De laatste sigaret", spotte Greville. „Een mooi onderwerp voor een schilderij!" Weer rookten ze zwijgend verder, tot Li lian opeens opetond. „Tk licb zoo'n idee", zei ze, „dat mijn ka menier bezig is om mijn nieuwste avondja pon in té pakken. Dat moet ik haar beletten! Moeten jullie heusch gaan?" voegde ze erbij, toen ze zag dat haar bezoekers opstonden. „Het duurt waarschijnlijk niet zoo lang voor we elkaar weer zien", zei Greville, toen hij afscheid nam. „Binnenkort hoop ik me een paar dagen te kunnen vrijmaken en dan ga ik naar Woollaeombe om mijn zuster te be zoeken. Dan kan ik meteen mijn neef aan Je voorstellen. Ik wil dat hij zoo gauw mo gelijk onder je leiding komt". Tommy fronste de wenkbrauwen. „Geen enkel werkelijk zachtaardige vrouw belast zich met de taak om een ruwen jon geman op te voeden". „Als je een greintje gevoel van dankbaar heid bezit of een beetje zelfkennis, zou je dat. nie't zeggen", riep Lilian. Greville glimlachte in zichzelf. Tommy was een beste jongen, maar bloed was nu een maal dikker dan water! Lord Dunnepynford wachtte met afscheid nemen tot de minister weg was. „Dag Tommy", zei Lilian. Hij hield haar hand vast. „Ik houd zooveel van je zooveel", zei hij heesch, „waarom kan je niet een klein beetje van mij hou den?" Haar hart verzachtte zich. „Kom over zes maanden bij me terug Tommy en als je me dan nog noodig hebt, zeg dan nog eens. wat je al zoo dikwijls gezegd heb. Dan zullen we verder zien. Maar ik beloof niets!" HOOFDSTUK VII. De treinreis. Den volgenden middag reed Lilian in haar eentje naar Liverpool Street Station; ze had zoo min mogelijk bagage meegenomen. Ze gaf een witkiel orders om haar koffers iri een eerste klas coupé te brengen en was heel blij dat hij een compartiment voor haar uit zocht, waarin alleen maar een oudere dame zat. Deze dame scheen zoo bezorgd over een zwarten koffer met een witten band en deed zooveel vragen aan verschillende menschen op het perron, die er niets van wisten dat Lilian zich verplicht voelde haar diensten aan te bieden, die dankbaar werden aan vaard. Toen zij weer van den bagagewagen terugkwam met de geruststellende mededee- ling dat de koffer veilig daar in was opge borgen, wist de dame haast niet hoe ze haar bedanken moest. „Ik reis zelden alleen", legde zij uit. ..Tic heb altijd zoo'n verloren gevoel in Londen". „Ik kan me volkomen in uw gevoelens in denken". antwoordde Lilian vriendelijk, ..ik heb hetzelfde gevoel als ik buiten ben. De stilte van een landweg doet mij heimwee krijgen naar de aanwezigheid van een poli- tie-agent". Haar reisgezellin kon zich dit niet begrij pen en zei dit ook: „Buiten voel ik mij hee lemaal thuis; daar bestaat voor mij geen eenzaamheid. De vogels zingen en de blaco- ren ritselen en dan voel ik mij nooit alleen". „Ik ben van plan thee uit den restauratie wagen te laten komen", zei Lilian, „mag ik om een extra kopje voor u vragen?" Dc oudere dame was verrukt. „Wat vriendelijk van u!" riep ze uit, ,.op die manier zal de reis me niet zoo lang val len". De suiker in haar theekopje was nog niat gesmolten of de oudere dame vroeg haar wel willende, aardige reisgenoote of zij haar raad mocht vragen over iets dat met haar bezoek naar Londen in verband stond. „Ik ben zoo vol van wat ik gehoord heb en ik heb be hoefte om mij daarover eens tegen een vrouw; uit te spreken en er is", zei ze. ..Met het grootste genoegen", anlwoorcldfli Lilian. (Wordt vervolgd^

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1929 | | pagina 6