H. D.-VERTELLINGEN
J. Lottgering
tfreru-tfreru. i/öncCejfhr<£eb<ycTri"(Goudetiket)is cfe eenige echte.
De Gestolen Diadeem
HAARLEM'S DAGBLAD
VRIJDAG 29 NOVEMBER 1923
(Nadruk Terkodan; auteursrecht voorbehouden.)
Symboliek.
door
WILLY VAN DER TAK.
HIJ was nog heel Jong. En In machtelooze
woede verwenschte hij het noodlot, dat
hem, drie weken voor hij naar Indië zou
gaan. verliefd deed worden op het mooiste,
aardigste, aantrekkelijkste meisje van heel
Engeland. Een meisje, dat geknipt was voor
•••-m! Want hij, met drie liefdéshistories ach
ter den rug, was zoo langzamerhand tot een
zeer gedecideerde meening over eigen karak
ter en een vast omlijnd beeld van haar, waar
aan zijn hart behoefte had, gekomen. Een
meisje, dat zou probeeren hem te ringelooren,
«•n in hem den meerdere zou moeten erken
nen; een meisje, dat met een zucht van za
ligheid het trotsche hoofd buigen zou, een
meisje met spirit en geest, als een fijne bloem,
een raspaardjeNiet zonder welbehagen
liet hij zich meevoeren op den stroom van
zijn eigen forsche symboliek, en dook er weer
ontnuchterd uit op, toen hij tot het teleur
stellende besef kwam, dat hij haar onmoge
lijk kon vragen zich beschikbaar te stellen
voor dergelijke experimenten op een salaris
van honderd vijftig gulden in de maand. Het
leven is hard.
Zijn laatste veertien dagen bracht hij door
In een roes van onmatig geluk en matelooze
smart, ging met haar uit, belde haar op om
te vragen of ze met hem uit wilde gaan, ging
haar halen of bracht haar thuis. Hij nam
driemaal afscheid van haar, deed het toen
nog tweemaal telefonisch over, met een van
aandoening trillende stem, schreef haar toen
nog een roerenden brief, die haar bereiken
zou, als de zee reeds een niet te overbrug
gen kloof tusschen hen had gemaakt en be
steedde zijn ganschen laatsten ochtend aan
het uitvoeren van een idee. dat in den sla
peloos doorwaakten nacht bij hem was opge
komen, en dat hij ontroerd en verteerden! in
zich had voelen groeien en vasten vorm aan
nemen.
In April was zij jarig, en helaas! in het vo
rig jaar April was zij, die nu alles voor hem
betoekendc, hem even onbekend geweest als
het verre Calcutta het nu was.
Bloemen! Say it with flowers! Bestond er
delicatere en subtielere wijze om haar zijn
gevoelens kenbaar te maken, nu voorloopig
woorden hem een practische onmogelijkheid
waren, vanwege de overhaasting, waarmee
papa's met hun nuchteren kijk op een zoo
schoon ding als de liefde zich plegen te bui
ten te gaan aan het stellen van intieme vra
gen? Neen, duizend maal neen!
Met kloppend hart en starre oogen begaf
hij zich naar den duursten bloemenwinkel,
dien hij kende, en zijn handen beefden, ter
wijl hij zijn bestelling deed. Op den twaalf
den April twintig van de allermooiste rozen,
die zij hadden, te bezorgen aan haar adres,
en er bij te voegen de enveloppe, die al dien
tijd in zijn vestjeszak op zijn hart had ge
zeten en waarvan hij slechts noode afstand
deed. Waren daar niet in besloten zijn tee-
derste gedachten voor haar, de slotapotheose
van zijn gevoelens? Hij betaalde meteen, met
het geld, dat hij aan twee paar zijden sokken
voor zichzelf had willen besteden
Hij reisde dien dag af, meer himmelhoch
jauchzend dan zum Tode betrübt. Plet be
wustzijn van een schoone daad te hebben
verricht, nietwaar
En het meisje, dat even oud was als hij,
en dus veel ouder, zei dien avond tegen haar
wat sentimenteele moeder:
„Ja, ik weet 't wel. Maar 't zal wel over
gaan. Misschien houdt hij het nu wel een
heel jaar uit zonder op een ander verliefd
te worden. Het kan hem niet anders dan
goed doen. En het geld, dat hij nu aan post
zegels voor brieven besteedt, kan hij niet
aan verderfelijker dingen uitgeven".
Haar moeder zweeg onbevredigd. Haar
vader mopperde wat over moderne lichtzin
nigheid en met vuur spelen.
Toch kreeg ze op een klein beetje na
gelijk.
Na zes maanden vroeg hij haar schrifte
lijk ten huwelijk, en toen hij na acht haar
verbijsterende weigering kreeg, was hij al een
maand op een ander verliefd. Dat wist hij
zelf nog niet, maar de andere wist het wel.
Twee dagen lang was hij doodongelukkig,
sloot zich op, staarde met wanhoopsoogen
voor zich uit en pijnigde zijn hersens af
over de onbegrijpelijke reden, die ze voor
haar weigering opgaf. Toen gaf hij het op.
kamde zijn haar, waar hij lang en veel in
gegraaid had, weer glad, trok een schoon pak
aan en ging, met het prettige gevoel van
miskend te zijn, zijn troost zoeken bij het
aardigste, liefste meisje van heel Engelsch-
Indië.
Het geld, dat hij voor dien tijd aan post
zegels besteed had, gaf hij nu uit aan bloe
men.
De reden die het aardigste meisje van heel
Engeland had opgegeven, was geïnspireerd
geweest door zijn eigen wat al te forsche
symboliek. „Een vrouw, die twintig jaar
ouder is dan jij, is niets voor jouw, mijn
beste jongen, en daaromEn het was
alles de schuld geweest van zijn bloemenwin
kel en de sokken, die hij niet gekocht had.
In November had hij zijn rozen besteld en
betaald, in April moesten ze bezorgd worden
en in April waren de rozen zoo veel goed-
kooper, dat er in plats van twintig, veertig
vlammende roode rozen haar verjaardag op
luisterden. Tusschen de symboliek van hun
doornige stelen zat de symboliek van zijn
mannelijke gelukwensch: „Een roos voor elk
jaar, mijn liefste
En het meisje zei, niet erg gepiqueerd:
„Uit den mond der kinderenVeertig
jaar! Maar dan is hij zeker veel te jong voor
me!"
STADSNIEUWS
GEEN DIERENMISHANDELING
Eenige dagen geleden werd ons door den
eigenaar van Kennel Fauna medegedeeld, dat
hij een hond had opgenomen die nabij het
Openbaar Slachthuis door mannen gesteenigd
was, zoodat het dier een poot gebroken had.
Het bestuur van de vereer,iging tegen het
mishandelen van dieren deelt ons mede, dat
blijkens haar onderzoek het geval zich anders
heeft toegedragen:
De herdershond in kwestie heeft een
schaap achterna gezeten van een van de han
delaren, die dagelijks hun werk hebben in het
slachthuis. Toen men het schaap wilde be
vrijden, heeft de hond de menschen aange
vallen. Tot zelfverdediging is men den hond
met een stok te lijf gegaan, waarbij het dier
een gevoeligen tik heeft opgeloopen, waardoor
dit beest is verwond. Men heeft daarna direct
voor hulp gezorgd. Van mishandeling is dus
geen sprake geweest.
ST. NICOLAASFEEST VAN
„KINDERVREUGD".
Voor den vijf-en-twintigsten keer organiseert
de vereeniging „Kindervreugd" uit het Leid-
sehe Kwartier een Sint Nicolaasfeest. Dit
jaar geschiedt het op 4 December in de zaal
van den Haarlemschen Kegelbond, Tempe
liersstraat. Er ls een uitgebreid programma,
mr. Conradi zal goochelen, er worden films
vertoond en dit is het belangrijkste na
tuurlijk Sint Nicolaas komt zelf ook op
het feest
HAARLEMSCHE POSTDUIVENBOND.
Bovengenoemde bond houdt a.s. Zaterdag
en Zondag zijn jubileum-tentoonstelling in
het gebouw „Caecilia" aan - de Jansstraat.
Een mooie collectie is aldaar te bezichtigen.
De keuring is aan zeer bevoegde handen toe
vertrouwd; er zijn zeer vele eereprijzen voor
deze tentoonstelling uitgeloofd.
INSTITUUT VOOR ARBEIDERSONWIKKE-
LING.
Zondagmorgen spreekt in het gebouw van
den Kegelbond de heer J. Hemelrijk over
„Diogenes een oude wijsgeer". Er is voor mu
zikale medewerking gezorgd.
INGEZONDEN MEDEDEELINGEN
a 60 Gt«. per regel.
Verven Stoomen
Stoppage Hoeden vormen
Groote Houtstraat 5a
GELOOF EN WETENSCHAP.
PROF. DR. F. A. WEVE OVER
FASCISME EN DEMOCRATIE.
Verscheidene dames en heeren, meest de
jongeren, waren Donderdagavond in den
Schouwburg aan den Jansweg bijeen om te
luisteren naar hetgeen prof. dr. F. A. Weve
O. P. hoogleeraar aan de Handelshoogeschool
te Tilburg had te zeggen over het zeker ac
tueele onderwerp „Fascisme en democratie".
De lezing ging uit van de vereeniging
„Geloof en Wetenschap". De voorzitter dezer
Vereeniging opende de samenkomst met het
uitspreken van den Christelijken Groet. Ver
der zeide de voorzitter, dat deze lezing is de
eerste van een reeks over de geestelijke
stroomingen van den tijd. Onder die geeste
lij kes stroomingen is óók te beschouwen het
fascisme, dat veelal verkeerd wordt opgevat
en waaromtrent misvattingen heerschen.
Het woord was daarna aan prof. dr. Weve.
Deze begon met de opmerking, dat hetgeen
de voorzitter in het inleidende woorcl zeide,
waarheid in houdt. Het staat met het fascis
me zóó, dat het óf ten Hemel wordt verheven
óf hartgrondig wordt verguisd. Velen zien
het als een stelsel, dat is gericht tegen de
„democratie". Wat is „democratie", ver
volgde ^pr.
Het is een algemeene „leuze". In die „leu
ze" gaat thans de menschheid gelooven. Maar
weet een ieder wat met „democratie" wordt
bedoeld en wat het is. Dat is verre. En iede
re partij heft gaarne de „leuze" democratie
aan. Dat was reeds vóór een eeuw aldus naar
spr. aantoont met een citaat van Guizot.
Met het woord „democratie" kan een com
plex van meeningen worden aangeduid,
waaruit dan een ieder haalt wat hem goed
dunkt. Er is een „ware" en een „valsche"
democratie. Het is dus noodig goed te on
derscheiden". De „moderne democratie" is
aan het einde der 18e eeuw geboren. Er was
t-oen eer. zucht naar verlossing en bevrijding
van het ancien régime. Dat régime was een
stelsel van misstanden. Er moest een
„krach" op volgen. Zóó kwam, na den tijd
van het niet eerbiedigen van de rechten en
de vrijheden van den mensch; van het gel
den van den stelregel „Quod principi placuit
legis habet vigorem" (wat den vorst behaagt,
heeft kracht van wet) de Fransche revolu
tie.
De inzet der Fransche Revolutie was een
feest van verbroedering en van idealisme.
Maar daarna kwam de omkeering. De „vrij
heid" veranderde in het meest brute „absolu
tisme." De Fransche Revolutie ging uit van
leerstellingen, die den menschen geen vrij
heid kan geven betoogde spr. Volkomen ge
lijke politieke rechten verlangde men. Alléén
gezag dat uit den mensch opkomt wilde
men erkennen. De moderne democratie leer
de met Rousseau in zijn „Contract social",
dat er is een democratische bestuursvorm
en dat allen daaraan moeten deelnemen.
Volgens dat stelsel is er geen sprake van
„vertegenwoordigers" maar van „lasthebbers"
van het volk. Tegen dat stelsel ontwikkelde
spr. verschillende bezwaren.
Tegenover deze „democratie" staat een an-
dere, zette spr. uiteen. Het is de „democra
tie", die hierop neerkomt, dat een Staatsge
heel dient tot welzijn van de geregeerden
zelf. De Staat is tot welzijn van de burgers.
Uit dezen gedachtengang ontstond de con-
stitutioneele Staat. In de idee van dien Staat
is de vox-st de dienaar van het gemeene wel
zijn. De grondgedachte dezer democratie is:
de gezagsdrager is de dienaar van het al
gemeen belang. Zóó kwam er de democrati-
seering van het Staatsdoel. In deze demo
cratie is te zien de val van de autocra
tie. Het doel dezer democratie is te maken
dat het belang van geheel het volk beter kan
worden behartigd.
Daarna kwam spr. op het fascisme. Hij
zag eerst de vraag onder de oogen hoe te
denken over het fascisme, dat genomen in
meer algemeenen zin. Het dus beziende, is
het te omschrijven als een „straffe Staatsor
ganisatie door een dictatoriaal gezag". En
nu staat het daar zóó mede, betoogde spr.,
dat er tijden kunnen zijn dat een „dicta
tuur" goed is. Het dictatoriaal gezag kan
mede het algemeen welzijn gaan bevorderen.
In Italië ontstond het fascisme door de on
macht van de bestuursorganisaties. En er
moet erkend, dat thans in Italië in meer
dan één opzicht verbetering in de toestanden
is gekomen.
De toestanden in Italië waren rijp voor een
tijdelijke dictatuur. Op zichzelf, concludeer
de spr., is een dictatoriale regeering niet te
veroordeelen. Verder gaande, beschouwde
spr. het fascisme in meer engeren zin. Daar
bij werd door hem gegeven een uiteenzetting
van de gedachte, die tot het fascisme heeft
geleid en nagegaan de ideeën, die door voor
aanstaande Italianen waren verkondigd
vóórdat Mussolini kwam. Kort werd geme
moreerd hoe Mussolini aanvankelijk socialist
was en hoe hij was gekomen tot het fas
cisme. Over het. fascistisch stelsel van Musso- i
lin! wijdde spr. aan het slot van zijn rede
uit. De grondgedachten ervan werden ont
vouwd. Met de gedachte van „een innerlijke
éénheid van den Staat" plaatst het fascisme
zich op Thomistischen grondslag, verklaar
de spr.
Verkondigde het fascisme alléén d i e theo
rie, dan zouden we het niet anders dan kun
nen toejuichen en aanhangen voegde spr.
daaraan toe. Maar het fascisme verkondigt
óók andere leerstellingen, theorieën die niet
Christelijk zijn en er kan gezegd worden, dat
in beginsel het fascisme ondemocratisch is.
Moet het fascisme dus van democratisch
standpunt veroordeeld worden? Spr. die de
vraag stelde, maande toch aan tot voor
zichtigheid. Want theorie is theorie. En in
de practijk van het fascisme is te zien een
poging om „de idéé van de sociale saamhoo-
righeid van alle groepen der maatschappij"
te trachten te verwezenlijken.
De rede van den spreker, die met groote
aandacht was aangehoord en die veel feiten
materiaal gaf, werd met een krachtig ap
plaus aan het einde begroet. Nadat de voor
zitter van „Geloof en Wetenschap" den spre
ker woorden van dank had gebracht, werd te
ruim elf uur de samenkomst gesloten.
HET ADVIES VAN DEN
COMMISSARIS.
KLEERMAKER SLACHTOFFER VAN
EEN OPLICHTER.
Dit was eigenlijk het kardinale punt: „Als
de kleermaker het niet deed, zou hij er
reuze-nadeel van hebben". Het moge eenigs-
zins vreema klinken, maar deze woorden
hadden in niet onbelangrijke mate aan be-
teekenis gewonnen, doordat de man, die nu
in het bankje der verdachten van de Haar-
lemsche Rechtbank zat, ze uitsprak met de
deurknop in de hand. Het was om zoo te
zeggen een kwestie geweest van „to be or not
to be" voor den kleermaker, aan wien de
deurknop behoorde.
De zaak had zoo in elkaar gezeten: Een
kleermaker hier in de stad, die „vroeger al
tijd zijn boterham gehad heeft door voor de
heeren officieren te werken", cfyoch. die van
de opheffing van het garnizoen een tot dus
ver onbekend gebleven slachtoffer is gewor
den, heeft een nieuw bestaan gevonden in
het maken van kleeding voor de Haarlemsc'ne
politie. Wat niet wegneemt, dat hij „af en
toe wel eens een pakje tusschen het politie
werk door" maakt.
Den 20sten Juni 's morgens te half twaalf
vervoegde zich bij den kleermaker een heer,
althans een „als heer gekleed persoon", die
zei van den Commissaris van Politie te komen
De heer had zich in de gegeven verhoudingen
moeilijk een betere introductie kunnen ver
schaffen.
De Commissaris van Politie had den heer
den kleermaker ten zeerste aanbevolen, zei
de bezoeker, en er ten sterkste op aangedron
gen, dat hij zou voldoen aan den wensch
van den bezoeker om een advertentie te
plaatsen in een te Amsterdam uitgegeven
blad, dat de belangen der schermsport dient.
De commissaris zou dat heel prettig vinden.
Niet ten onrechte scheen den kleermaker
deze handelwijze van den commissaris eenigs-
zins vreemd toe aangezien hij zich zelf ken
de wel als een klein, maar tevens als een
alleszins solide kleermaker en de commis
saris wel zeer. tegen het belang der politie
zou handelen, indien hij zich door aanbe
veling aan anderen van zulk een trouw
dienaar zou berooven. Want als er werk van
particulieren op de advertentie kwam zou het
politiewerk er onder lijden. Klaarblijkelijk
was echter de gedachtengang van den com
missaris niet die van den kleermaker ge
weest. Het zou dus raadzaam zijn om het
advies van den commissaris op te volgen,
vooral daar de bezoeker met een niet te ont
kennen welbespraaktheid en een zekere
overredingskracht, die de vroegere militaire
kleermaker, zich herinnerde aan militairen
eigen te zijn de voordeelen duidelijk maakte,
die aan het afsluiten van een advertentie
contract in een blad, dat de belangen der
schermsport dient, verbonden zijn. De kleer
maker zou bekend worden met (militairen
en officieren, wellicht zou het zijn volledig
herstel in de militaire wereld beteekenen.
En toch zou dit alles niet in staat geweest,
zijn om de bevreemding van den kleer
maker te overwinnen, had niet de boven ge
schetste coup de théatre plaats gegrepen,
waarin de deurknop als deus ex machina ver
scheen.
De bezoeker toch stond op het punt om
succesloos te vertrekken om volgens het ad
vies van de echtgenoote van den kleermaker
„morgen maar eens terug te komen", toen
hij, met de deurknop in de hand, plotseling
het „reuze-nadeel" in het geding bracht.
En onder dit dreigement heeft de kleer
maker maar toegegeven.
Er werd een contract afgesloten volgens
hetwelk het orgaan twee jaar lang elke maand
10 regels zou plaatsen, tegen den prijs van
40 cent per regel. Aangezien de kleermaker
dor de zaak eenigszins confuus geworden
was teekende diens 17-jarige zoon het con
tract. De bezoeker dicteerde gemakshalve wat
er in zou staan.
De firma, die het orgaan uitgeeft berichtte
den volgende dag, dat het contract geaccep
teerd was. Doch de kleermaker, wiens geloof
in de voordeelen zoowel als in het reuze
nadeel na het bezoek ten zeerste verminderd
v/as, schreef per omgaande terug, dat hij het
contract wenschte te annuleeren. De directie
van de uitgeverij schreef daarop weer een
brief, dat zij het contract niet wenschte te
annuleeren.
„Want", zoo getuigde de uitgever, „er waren
meer adverteerders, die door alle mogelijke
chicanes van hun contracten af wilden ko
men".
„Misschien wel, omdat zij op alle moge
lijke wijze zijn bewogen om het af te sluiten"-',
zei de president.
De kleermaker dan liet bij monde van zijn
zoon weten, dat hij andere middelen zou
vinden om het contract ongedaan te maken.
Betalen deed hij niet.
Aan de ontwikkeling van die andere mid
delen was blijkbaar de rechtszitting van
Donderdagmiddag gewijd, want de uitgeverij
wacht met het aan de orde stellen van de
niet-betalingskwestie tot over haar colpor
teur het oordeel geveld ls.
Het Openbaar Ministerie vond, dat er op
lichting in het spel was. Weliswaar zijn alle
onwaarheden, die in den handel te pas ge
bracht worden geen oplichting, doch deze
hebben volgens den officier de grenzen in
derdaad overschreden. De commissaris t-och,
was volkomen onbekend met verdachte en
verdachte bekende zelf ter zitting, dat hij
den commissaris niet kende. Waaruit volgt,
dat hij ook ontkende over den commissaris
en diens aanbeveling gesproken te hebben,
maar de kleermaker, de zoon en diens moe
der hadden het alle drie pertinent gehoord
en daar verdachte al vier maal veroordeeld is
en één keer gezeten heeft, werden de getui
gen, die bovendien onder eede stonden meer
geloofd dan hij. De commissaris was des
kleermakers broodheer, van die afhankelijk
heid heeft verdachte handig misbruik ge
maakt door den kleermaker met diens advies
te willen imponeeren. De eisch was een geld
boete en wel f 50 of 50 dagen.
Verdachte zeide, dat hij door een politie
agent naar den ex-militairen kleermaker
verwezen was. Hij kende den naam bij over
levering van zijn grootvader, die ook officier;
was.
De colporteur werd verdedigd door mr. Ed.
Emmering uit Amsterdam. De advocaat be
toogde, dat de in het Wetboek van Straf
recht genoemde voorwaarden voor het ten
laste leggen van oplichting niet aanwezig
waren. Verdachte heeft noch een valschen
naam opgegeven, noch listige kunstgrepen
toeg. -,ast, noch zich bediend van een samen
weefsel van verdichtselen.
De man kon er toch niets aan doen, dat
hij imponeerde door zijn figuur, dat den
kleermaker hem voor een oud-kapitein of
een majoor deed aanzien! En welke beweeg
reden zou hij hebben om oplichting te ple
gen? Hij heeft met de heele affaire slechts
f 1.20 verdiend, het voordeel is toch niet in
verhouding tot het risico van zijn betrekking
te verliezen. Zoo een veroordeeling mocht
volgen dringt, pleiter aan op een geldboete.
Over 14 dagen is de uitspraak.
acLfy
BROEDERSCHAPS-FEDERATIE.
De afd., Haarlem van de Broederschaps
federatie houdt morgen, Zaterdagavond een
propaganda-avond in de Remonstrantsche
Kerk. Als sprekers zullen optreden: Mej.
Tony de Ridder met het onderwerp: „De
levenshouding van den nieuwen mensch" en
Ds. Padt over: „Ik en de anderen".
Het Rem. Zangkoor verleent zijn medewer
king.
INGEZONDEN MEDEDEELINGEN
a 60 Ct«. per regel.
Amsterdam, Utrecht,
Nieuwendijk 225'229 Oude Gracht 151
FEUILLETON
Uit het Engclsch van
ARCHIBALD EYRE.
6)
„Vader", zei ze vertrouwelijk, terwijl ze
samen voort wandelden, „ik vind het heerlijk
om naar tante Martha te gaan. Ik heb ge
noeg van Londen. Er is hier te veel geld. U
hebt te veel en iedereen die ik ken heeft te
voel. Ik vind de atmosfeer hier afschuwe-
lsjk; de menschen die ik spreek zijn geen
van allen in staat om eens een ernstig ge
sprek te voeren; ze kunnen alleen maar gek
heid maken. Niemand van onzen kring voelt
zich eigenlijk gelukkig en niemand schijnt
iets anders te doen te hebben dan door het
leven heen te dansen. Tante moet voor haar
eigen brood werken; ik ben er van overtuigd
dat. zij natuurlijk is. En ik ben van plan om
ook natuurlijk tc worden; al is het voorloopig
maar voor een half jaar!"
HOOFDSTUK V.
De laatste sigaret.
Veertie ndagen daarna werd Josiah Tur
ner's tweede huwelijk voltrokken in de kerk
op Hannover Square en Lady Shepheard was
•yan nu al' aan mevrouw Turner. Vóór het
pas-getrouwde paar de huwelijksreis aan
vaardde, omhelsde de stiefmoeder Lilian
hartelijk.
„Ik ben nu je moeder, Lilian", zei ze. „ver
geet niet dat ie huis hier is, bij ons. Als het
bezoek aan .ie tante korter mocht duren dan
ic denkt, zou ik graag willen dat je direct
hier kwam. Ik houd er niet van dat jonge
meisjes zonder geleide op reis gaan. Natuur
lijk is een bezoek aan je tante wel iets an
ders, maar om je de waarheid te zeggen
en ik vind dat ik er nu het recht toe heb om
openhartig met je te praten je heele ma
nier van doen is naar mijn smaak een klein
beetje te onafhankelijk.,
„Ik weet het. Ik ben te modern naar uw
zin".
„Een beetje", zei mevrouw Turner op ver
goelijkenden loon. „Een beetje, maar dat kan
gelukkig makkelijker verholpen worden dan
een lichaamsgebrek. We zullen het samen
best kunnen vinden!"
„Wees lief voor papa", vroeg Lilian ern
stig.
„Ik doe altijd mijn plicht", antwoordde me
vrouw Turner plechtstatig.
Lilian omhelsde haar vader.
„Wees een goed kind", zei deze, „en ver
geet vooral niet mijn groeten aan tante
Martha te doen". Daarop nam hij afscheid
van het gezelschap en ging met zijn bruid
naar den auto die gereed stond om hen naar
het station te brengen.
Minister Greville en Tommy gingen toe
vallig tegelijk met Lilian de deur uit en deze
vroeg hen om met haar mee te gaan thee
drinken in haar eigen huis aan de over
zijde.
„Morgen", zei ze een beetje bedrukt, toen
ze met hun drieën in den salon zaten, „laat
ik alle aanstellerij varen en keer ik terug
naar Moeder Natuur. Zij dineert midden op
den dag en 's avonds eet ze een boterham.
Zij stopt ook haar eigen kousen en verstelt
haar eigen kleeren".
„Moeder Natuur en tante Martha zijn
waarschijnlijk nauw aan elkaar verwant?"
veronderstelde Tommy.
„Ze zijn zusters". Lilian dronk peinzend
haar thee uit. „Ik heb zes maanden om
mij zelf te hervormen", ging zij voort. „Als
wij elkaar weer ontmoeten zal ik mijn losse
tong in bedwang hebben; ik zal nooit meer
luidruchtig zijn of met mijn ellebogen op
de tafel leunen. Ik zal geen scherpe opmer
kingen meer maken en nooit oneerbiedig
zijn tegen oudere menschen".
„Wij mogen je toch in je verbanningsoord
komen opzoeken?" vroeg Greville.
„Tommy niet-. U natuurlijk wel, dat- hebt u
trouwens al beloofd, maar Tommy in geen
geval. Hij roept de slechtste instincten in
mij wakker. Als hij in de buurt is. moet ik
onhebbelijk zijn. of ik wil of niet".
„Ik ben ook heelemaal niet van plan om je
te komen opzoeken", gromde Tommy. „Als je
mij telegrafeert- zal ik je noodkreten negee-
ren, als je schrijft, krijg je in het gunstigste
geval antwoord van mijn kamerdienaar. Als
je een advertentie plaatst bijwijze van laat
sten roep om hulp. zal ik op dezelfde manier
doen weten dat het noodeloos is om iets van
mij te verwachten."
„Lieve Tommy", zei Lilian vriendelijk.
Tommy kreeg een kleur en zijn lippen tril
den. Maar om niet te laten merken wat er
In hem omging, zei hij spottend:
„Om mijn afhankelijkheid te toonen zal
ik een sigaret opsteken zonder permissie te
vragen".
Hij hield de beide andere zijn koker voor
en alle drie rookten ze een oogenblik zonder
iets te zeggen.
„De laatste sigaret", spotte Greville. „Een
mooi onderwerp voor een schilderij!"
Weer rookten ze zwijgend verder, tot Li
lian opeens opetond.
„Tk licb zoo'n idee", zei ze, „dat mijn ka
menier bezig is om mijn nieuwste avondja
pon in té pakken. Dat moet ik haar beletten!
Moeten jullie heusch gaan?" voegde ze erbij,
toen ze zag dat haar bezoekers opstonden.
„Het duurt waarschijnlijk niet zoo lang
voor we elkaar weer zien", zei Greville, toen
hij afscheid nam. „Binnenkort hoop ik me een
paar dagen te kunnen vrijmaken en dan ga
ik naar Woollaeombe om mijn zuster te be
zoeken. Dan kan ik meteen mijn neef aan
Je voorstellen. Ik wil dat hij zoo gauw mo
gelijk onder je leiding komt".
Tommy fronste de wenkbrauwen.
„Geen enkel werkelijk zachtaardige vrouw
belast zich met de taak om een ruwen jon
geman op te voeden".
„Als je een greintje gevoel van dankbaar
heid bezit of een beetje zelfkennis, zou je
dat. nie't zeggen", riep Lilian.
Greville glimlachte in zichzelf. Tommy was
een beste jongen, maar bloed was nu een
maal dikker dan water! Lord Dunnepynford
wachtte met afscheid nemen tot de minister
weg was.
„Dag Tommy", zei Lilian.
Hij hield haar hand vast. „Ik houd zooveel
van je zooveel", zei hij heesch, „waarom
kan je niet een klein beetje van mij hou
den?"
Haar hart verzachtte zich. „Kom over zes
maanden bij me terug Tommy en als je me
dan nog noodig hebt, zeg dan nog eens. wat
je al zoo dikwijls gezegd heb. Dan zullen we
verder zien. Maar ik beloof niets!"
HOOFDSTUK VII.
De treinreis.
Den volgenden middag reed Lilian in haar
eentje naar Liverpool Street Station; ze had
zoo min mogelijk bagage meegenomen. Ze
gaf een witkiel orders om haar koffers iri
een eerste klas coupé te brengen en was heel
blij dat hij een compartiment voor haar uit
zocht, waarin alleen maar een oudere dame
zat. Deze dame scheen zoo bezorgd over een
zwarten koffer met een witten band en deed
zooveel vragen aan verschillende menschen
op het perron, die er niets van wisten dat
Lilian zich verplicht voelde haar diensten
aan te bieden, die dankbaar werden aan
vaard. Toen zij weer van den bagagewagen
terugkwam met de geruststellende mededee-
ling dat de koffer veilig daar in was opge
borgen, wist de dame haast niet hoe ze haar
bedanken moest.
„Ik reis zelden alleen", legde zij uit. ..Tic
heb altijd zoo'n verloren gevoel in Londen".
„Ik kan me volkomen in uw gevoelens in
denken". antwoordde Lilian vriendelijk, ..ik
heb hetzelfde gevoel als ik buiten ben. De
stilte van een landweg doet mij heimwee
krijgen naar de aanwezigheid van een poli-
tie-agent".
Haar reisgezellin kon zich dit niet begrij
pen en zei dit ook: „Buiten voel ik mij hee
lemaal thuis; daar bestaat voor mij geen
eenzaamheid. De vogels zingen en de blaco-
ren ritselen en dan voel ik mij nooit alleen".
„Ik ben van plan thee uit den restauratie
wagen te laten komen", zei Lilian, „mag ik
om een extra kopje voor u vragen?"
Dc oudere dame was verrukt.
„Wat vriendelijk van u!" riep ze uit, ,.op
die manier zal de reis me niet zoo lang val
len".
De suiker in haar theekopje was nog niat
gesmolten of de oudere dame vroeg haar wel
willende, aardige reisgenoote of zij haar raad
mocht vragen over iets dat met haar bezoek
naar Londen in verband stond. „Ik ben zoo
vol van wat ik gehoord heb en ik heb be
hoefte om mij daarover eens tegen een vrouw;
uit te spreken en er is", zei ze.
..Met het grootste genoegen", anlwoorcldfli
Lilian.
(Wordt vervolgd^