HAARLEM'S DAGBLAD VRIJDAG 29 NOVEMBER 1929 DERDE BLAD LETTEREN EN KUNST MUZIEK. PIANO-RECITAL VAN SOPHIE WEST BROWN. In het gebouwtje van den Religieuzen Kring te Aerdenhout, dat reeds aan zoovele debutanten gastvrijheid schonk hoorden we gisteren een jonge pianiste. Sophie West Brown, verschillende pianocomposities spe len. Mej. West Brown gaf daarbij blijk een zeer goed en vertrouwbaar geheugen te be zitten en flinke pianostudies te hebben ge maakt; voor het geven van recitals in groo teren kring acht ik haar talent echter nog niet voldoende ontwikkeld. De techniek is nog lang niet gaaf; het passagewerk klinkt niet fijn geëgaliseerd; de triller wil niet voort; de kracht en trefzekerheid in de bas sen kan nog verbeteren en wat het goudlee- ren schoentje op het pedaal uitvoerde kan rationeel noch consequent genoemd worden. Ook schijnt de wijze waarop zij haar opvat tingen weergeeft, mij nog eenigszïns onge breideld. Het programma vermeldde voor een goed deel zeer bekende werken: de Chromatische Fantasie en Fuga van Bach, technisch lang niet correct en bovendien wat wild gespeeld; voorts een viertal composities van Chopin, een cyclus, beginnend en eindigend met een Polonaise, zonder dat ons het ridderlijke en Poolsch-aristocratische werd geopenbaard; het scheen eer een worsteling met de moei lijkheden, die niet steeds met een overwin ning voor de pianiste eindigde. In de voordracht der revolutie-etude op. 30 no. 12 en der Nocturne op. 27 no. 2 was veel roerigheid; zonder dat die echter in de eerste aan oproerigheid, in de tweede tof ontroering deed denken. Na de pauze werd het spel over 't alge meen beter. Liszt's Concertetude in f-min. werd althans technisch bevredigend ge speeld; de fijn-pianistische „Spaansche Dans" en het wilde en duistere „Scherzo macabre" van onzen begaafden componist Gerard von Brucken Fock slaagden zeer goed en bezorgden ook aan den aanwezigen auteur een hartelijk applaus: het Prelude in G-maj. van Rachmaninoff en de Zee-impressie van Palmgren werden verdienstelijk vertolkt. Met een toegiftje betoonde de pianiste zich erkentelijk voor den bijval der hoorders. De acoustiek in het te kleine zaaltje is voor piano niet gunstig te noemen; zelfs de kleine Steinway-vleugel kreeg geen gelegen heid tot voldoende ontwikkeling van zijn ge luid en klonk te zwaar. Oneffenheden in het spel, die in een grootere ruimte verdoeze len, komen in zoo'n' kleine ruimte onevenre dig sterk uit, tot schade van den indruk. Zes bloemstukken werden de pianiste aan geboden. K. DE JONG. R.K. HARMONIE VEREENIGING „EUPHONIA", Het muziekkorps uit Overveen, dat on langs met de feesten van den R.K. Volksbond de rij der concerten opende, gaf ditmaal voor donateurs en kunstlievende leden een con cert, wederom in dezelfde zaal als voorheen. We wezen op de goede gelegenheid, hier een harmoniegezelschap zijn uitvoeringen te doen geven, wijl de allicht te groote klank in deze omgeving aanmerkelijk wordt gecamoufleerd Of nu Euphonia gemeend heeft, den graad van toelaatbare klankgeving wat hooger te stellen, kan ik niet beoordeelen. Doch het had er allen schijn van. Met dit gevolg, dat er een ongemotiveerde wedstrijd ontstond tusschen het zeer massaal bezette koper en het vinnige hout. De latste betiteling mag voor de houtblazers ietwat onaangenaam aandoen, maar zeker is. dat zij zich nergens beperkten tot die klankgeving, die bij het dilettantenmuziekgezelschap de eenige juiste is. Klarinetten en ook fluiten waren bij deze geforceerde toonproductie niet bij machten de controle over het gehoor te behouden, zoo dat er van behoorlijken samenklank ditmaal bitter weinig terecht kwam. Aan de tempera tuur in de zaal kan het niet liggen, die was normaal, en ook viel er tusschen het eerst en het laatstgespeelde stuk geen verbetering te bespeuren in de stemming. Dan droegen wij een vorig maal heel wat prettiger herinneringen mee. Voor een deel kon dat een gevolg zijn geweest van het feit dat toen stukken werden uitgevoerd, waarin meermalen een matig sterke tot zachte toongeving was voorgeschreven. Moesten wij bij die gelegenheid toch nog wijzen op het geheel verkeerde van den te grooten toon- aanzet bij het hout in de forte-passages, we moeten ons jammer genoeg ditmaal ge heel bepalen tot het maken van die op merking, doch doen dit thans met den mees ten aandrang. Immers, met zulk een goed voorziene koperbezetting, en met Euphonia's streven, de minder goede instrumenten ts vervangen door soortgelijke van betere kwa liteit, moet het muziekkorps kunnen komen op veel hooger plan. Wij zullen ons ditmaal er van onthouden, om de uitgevoerde stukken afzonderlijk te be spreken. Van alle zonder uitzondering mag hetzelfde gezegd worden: een nijpend tekort aan zuivere intonatie, als gevolg van on evenredig sterke klankgeving bij de hout blazers. Naturulijk heeft ook het groot koper de bescheidenheid te betracht-en, want ook daar naderde af en toe de reine kwint heel bedenkelijk de kleine sext- Wat er in de marsc-h van Gerharz terecht kwam van de verminderde septime-accoorden valt buiten het kader der muziek en daar be hoef ik alzoo niet van te schrijven, evenmin als van de verdere programma-aanvullingen, die, zoo verzekerde men mij, zeer amusant waren. G. J. KALT. „DE HEILIGE VLAM Wegens het succes geeft het Vereenigd Tooneel (directie Verkade en Verbeek) Zaterdagavond 30 November in den Stads schouwburg te Haarlem wederom een voor stelling van „De Heilige Vlam", tooneelspel in drie bedrijven van Somerset Maugham. Medespelenden: Vera Bondam, Minny ten Hove, Betsy RanucciBeekman, Adrienne Canivez, Cees Laseur. Dirk Verbeek, Richard Flink, Adolphe Hamburger. ST. NICOLAASFEEST. BOND VAN NEDERLANDSCHE ONDERWIJZERS. Welk een prachtig werk doet de Bond van Nederlandsche Onderwijzers toch elk jaar weer met het organiseeren van zijn Sint Nicolaasfeesten voor de Haarlemsche School kinderen. Men moet er tusschen ingezet-en hebben, tusschen zoo'n duizend kinderen, om eenigszins te beseffen wat voor een feest- het voor al die jongens en meisjes is! Men moet. ze zien, zooals zij daar zitten in gespannen afwachting voordat het doek voor het groote gebeuren de opvoering van het St. Nico- laasstuk opgaat, men moet dien heerlijken schaterlach van zoo'n duizend kinderen heb ben gehoord, men moet het. lied van „Zie ginds komt de Stoomboot" door de zaal hebben hooren schallen om te weten, welk een vreugde dit feest van al die kinderen biedt! Hoe verkwikkend is het- ook voor ons ouderen op zoo'n feestavond te midden van uitgelaten, vroolïjke jeugd te mogen zitten, nog eens het „Zie de maan schijnt door de boomen!" met zoo'n overtuiging te hooren zingen en te denken aan je eigen onbezorgde kinderjaren! En wat zijn de stukken die de Amsterdam- sches Onderwijzersvereeniging elk jaar weer brengt, niet vroolijk en aardig, hoe ver steekt zoo'n opvoering uit boven wat wij doorgaans van zoogenaamd beroeostooneel als „Kinder voorstelling" in de schouwburgen te zien krijgen! Hoe fleurig is dadelijk het begin, dat boerenfeest in de herberg met die dan sende paren in hun frissche costuums uit de achttiende eeuw, het blaas-orkestje tegen den wand en de boeren in aardige groepeering om de dansenden gezeten. Daar hebben de ouderen evenveel plezier in, als de jonge ren! En wat weet de schrijver Fred. Berens de aandacht gespannen te houden, hoe weten de spelers den lach. telkens weer in de zaal 'le tooveren! Welk een vreugde, als de oude, mopperen de waard in zijn slaap van zijn stoel valt, wat 'n plezier als de drie gildebroeders zich na het feest uitkleeden en Meyer de kleer maker, op zijn strooleger gezeten, papilott-en in zijn pruik gaat zetten! Wat 'n aardig tafereeltje, wanneer de nachtwacht binnen komt met zijn lantaarn en zijn piek en de boeren en boerinnen onder vroolijk gezang de herberg verlaten! En is het ook niet een voor kinderen mooie, spannende intrige, die Fred. Berens voor dit St. Nicolaas-stuk heeft bedacht? Vrouw Fortuna, die midden in den nacht voor de arme, reizende gildebroeders ver schijnt en hun wenschen verhoort en in ver vulling doen gaan! Hoe uitstekend is heel dat eerste bedrijf, welk een voor kinderen boeien de handeling! Dat was kindertooneel op z'n best! In het tweede bedrijf zien wij Meijer, den kleermaker, in zijn nieuwen staat als rijke baron en wij denken even aan „De Burger- Edelman" van Molière! Maar deze Meijer heeft minder plezier in al die rijkelui's frat sen dan Jourdain! Hij is stijf van een -ral van zijn paard, hij heeft het spit in den rug van al het buigen, hij is moe van het dan sen en schermen en als hij dan nog hoort, dat hij van alle kanten bedrogen en opge licht wordt, verlangt hij naar de dagen der armoede terug! En wanneer zijn vriend van Loenen, de schoenmaker, al even triest en beroerd bij hem komt, geeft Meijer er de brui aan en gaat hij met zijn kameraad op reis om den derden makker, die geen an deren wensch had dan hard te werken en zijn Letje te trouwen op te zoeken! Dit bedrijf leek mij voor kinderen nu en dan een weinig te lang. Er zou zonder be zwaar hier en daar wat geschrapt kunnen worden, maar er zijn ook kostelijke tafereel tjes in! Hoe heerlijk is voor kinderen die zangrepetitie van de meiden en knechten onder de leiding van den intendant! Er werd niet meer gelachen, er werd gebruld in de zaal! Een jongetje vlak voor mij sloeg tel kens dubbel en kraaide van louter vreugde. In het derde bedrijf zijn wij op het brui loftsfeest van Blaker met zijn Jetje en wer kelijk, men behoeft geen kind te zijn om plezier te hebben in die fleurigen bruilofts stoet! Wat was dat aardig en levendig! En hoe goed is telkens de toon voor een voor stelling voor kinderen getroffen! Wat 'n plezier t-e hebben in dien fleurigen bruilofts- drijvigheid van den knecht, die het schild wil ophangen, om de zoen-grage oude juffrouw, die in haar „aandoening" ieder wil omhel zen. in den kleinen onderwijzer, die het koor leidt, en in Meijer en Van Loenen, die het voorbeeld van hun vriend, den hoedenmaker, volgen en zich een Jetje uitzoeken! Ja, het was een alleraardigste, vroolijke avond en ik wil hier wel bekennen, dat ik daar bij dit opgewekte spel tusschen die uit gelaten jeugd meer heb genoten dan op me- nigen „echt-en" tooneelavondHulde ook voor de muziek van den heer Stiphout, door het dilettanten-orkestje met opgewektheid ge speeld! Nog vijf maal wordt de voorstelling van Vrouw Fortuna herhaald, duizende Haarlem sche kinderen zullen er dus nog van genie ten! Had ik geen recht te zeggen, dat de Bond van Nederlandsche Onderwijzers met het or ganiseeren van deze feestavonden een voor treffelijk werk verricht? J. B. SCHUIL. UITGAAN. Haarlem's Operette Ensemble: „Rose-Marie". Haarlem's Operette Ensemble geeft Zater dag 30 November in den Schouwburg aan den Jansweg een opvoering van „Rose Marie", een oorspronkelijke operette van Sam Vles- sing, ter viering van het één-jarig bestaan. Na afloop is er bal onder leiding van den heer de Lange, en „The Frivoly Wags" zor gen dan voor de muziek. SCHOUWBURG JANSWEG. „De Witte Raaf". Zondagavond geeft het kleinkunst-ensemble „De Witte Raaf", onder leiding van Piet Holman, in den schouwburg aan den Jans weg nog een enkele voorstelling. Het pro gramma is vol afwisseling en de smaak volle décors, die de heer Holman speciaal heeft laten vervaardigen, dragen er niet weinig ioe bij een artistieke sfeer te schep pen, welke voor voorstellingen als deze ten eenenmale onmisbaar is. AVOND VAN SOLISTEN BIJ „VOLKSZANG" De heer Sixma vertelde ons van de Arn- hemsche afdeeling van Volkszang, die de groote zaal van .Musis Sacrum" noodig heeft voor haar avonden en 1100 menschen trekt. Zóó bloeit de Haarlemsche afdeeling nog niet, maar aan den groei, die er in zit-, zou den wij zeggen, dat het wel eens zoo zal wor den, dat de groote zaal van het Gemeentelijk Concertgebouw vol met Volkszangers zal zijn. De „buitengewone" avonden van ae Vereeniging tot Verbetering van den Volks zang tenminste zijn groot in aantal en ze zijn druk bezocht. Alle stoelen bezet, zoo was het ook Woensdag in de zaal van gebouw „Cae- cilia". En, zooals wij dat op Volkszangavon den gewoon zijn. er werd weer met enthou siasme en uit volle borst gezongen. De heer Sixma leidde met de hem eigen bezieling, de heer B. Vink begeleidde op de piano volg zaam en krachtig. Doch het wel zeer bijzondere op dezen avond was het optreden van mejuffrouw Miep Meder, celliste. Zij, een leerlinge van Marix Loevensohn is een speelster van groote begaafdheid, de wijze waarop zij de Sonate van Corelli en het Concert van Bocherini speelde, deed dat direct voelen. Zij heeft een superbe streek, de toon van haar instrument is vol. haar voordracht vol gratie. Als iets heel kostbaars werd dit spelen onder de groot-ste aandacht genoten. En het was al weer de heer Vink. die in het succes deelen mocht door zijn zich bij het spel zoo voor treffelijk aansluitende begeleiding. Een andere genieting was het zingen van mejuffrouw Ely Mostert. sopraanzangeres t-e Haarlem, een leerlinge van mevrouw Dres den te Amsterdam. Mejuffrouw Mostert zong twee liedekens van Hendrika van Tussen broek. „Meihoveke" en „Verstaat gij die Taal0" en „Van 't Beierlandsch Boerken", schalksche verzen, met de vereischte voor dracht gezongen op bijzonder innemende wijze: En met „Lied" van Bernard Zweers toonde mejuffrouw Mostert zich andermaal een zangeres, die talent heeft. Mejuffrouw Cor Teves. eveneens een stadgenoote, zorgde voor de begeleiding, waarin zij de zangeres krachtig, doch met- de yereischte bescheiden heid ondersteunde. Na de pauze traden nog op mevrouw Geerle Wentinkv. d. Brink en de heer Herman Boelen uit Amsterdam, die vroolijke liedjes voordroegen, zooals van Loosjes „Mooi Lïe- vertje, ga je een grachtje mee rond?" en „Boerenvrijage". Met een enkele geste, een sobere mimiek, weten belden charme te leg gen in de voordracht en vooral met- „Het kosterken" van Hullebroeck, hadden zij een éclatant succes. De Volkszangers zullen deze Amsterdammers graag weerzien. Alle vier de dames kregen een bewijs van de dankbaarheid van haar gehoor in een bouquet bloemen. Tusschen de bedrijven door was het woord natuurlijk aan de leden zelf. die het gegeven voorbeeld ter harte namen en zoo goed zongen als de heer Sixma het maar kan wenschen. BEELDHOUWKUNST. De Haarlemsche winster van den Prix de Rome. Een buste van Heijermans in het Vondelpark. Nog enkele dagen blijven de werkstukken der vier mededingers naar den Prix de Rome voor beeldhouwkunst, in de expositiezaal der Rijksacademie, op de Stadhouderskade, voor iedereen te bezichtigen. Men kan het ver moedelijk wel met de uitspraak der Jury eens zijn die aan onze stadgenoote, mej. Heslenfeld den Prix toekende, en aan haar kunstzuster mej. Rueter de zilveren me daille verleende. De beide andere mededin gers, mej. Klaassen en de heer Van der Veen mogen in hun werk een groote ernst van op vatting van hun metier vertoonen, het laat zich begrijpen dat het bij de beoordeeling toch wel om de twee eerstgenoemde dames gegaan is. Beiden vertoonen een „kant", iets van eigen karakter in het gepresteerde, de andere hebben minder uitgesproken per soonlijkheid, lijken gedweeër, volgzamer. Uit de kleine compositieschets, zoowel als uit het eigenlijke beeld dat. ieder te maken kreeg, is dat wel eenigszins af te lezen. Als compositieschets was opgegeven een voorstelling van Saul door Samuel tot Ko ning gezalfd; als beeld een voorstelling van Judith, geïnspireerd op het Bijbelwoord: „en wiesch en zalfde zich met kostelijk water en vlocht haar haar". Zelfs in de schets van mej. Heslenfeld is spannende activiteit uitgedrukt; er zit gang in haar Samuel en een enthousiaste ver wachting in het staan van Sauf. Mej. Rueter voelt het oud-test-amentische meer naar den gevoeligen kant, houding en gebaar hebben verwantschap met de wijze waarop Rem brandt het Joodsch sentiment uit zijn Bijbel figuren liet spreken, en ook haar Judit-h- beeld heeft iets Rembrandtieks in stand, li chaamsbouw en wijze van zich in den hand spiegel te bekijken. De Judith van mej. Hes lenfeld heeft de haren reeds gevlochten en houdt met beide handen de tressen boven 't hoofd wat een vondst lijkt als compositie, al zou een figuur die bijvoorbeeld een mand je bloemen op 't hoofd draagt in den stand niet veel verandering behoeven en is het dramatische van de Judith-figuur bij geen van beiden erg opvallend. Van de beide an deren is de Judith nog tammer. Wat de zal ving van Saul aangaat, alleen bij den heer Van der Veen ontbreekt de zalfbus, hij heeft zich het geval anders gedacht en beeldt- Samuel uit, zich vriendelijk neigend over Saul en dezen, als het ware, een waarschu wend woord ten afscheid meegevend. Een opvatting die even goed recht- heeft als een andere. Maar nog eens resumeerend lijkt inderdaad mej. Heslenfeld de meest zelfstan dige en zeker niet de minst knappe van de comparanten voor wie wij nu maar hopen willen dat zij gelegenheid krijgen hun mooi vak verder in de praktijk te brengén. Waar toe in Nederland nu niet zoo bijzonder veel gelegenheid is. Vooral niet voor wie geen beelden schept die met de architectuur ver bonden kunnen worden. Daar vindt de sty- leerende of in abstracties werkende beeld houwer nog wel arbeidsgelegenheid. Maar voor puur statuaire beeldhouwkunst biedt ons land nu eenmaal niet veel mogelijkhe den. Te meer jammer dan bovendien, wan neer het eens voorkomt, dat het resultaat niet bevredigt. Het Heijermans-monumentje (kop op zuil) thans in een zonderling zijperkje in het Vondelpark geplaatst en door Mendes da Costa, een ongetwijfeld bijzonder kunstenaar, vervaardigd, bevredigt maar matig. Het heeft iets van een in den grond gestoken potlood met een bizarren kop er op. zooals die waarmee de schoolknapen vaak zoo blij gemaakt worden. Het is een armetierig meubeltje, in die parkruimte, die ondanks het ietwat aan den kant liggende van de plek toch groote charme heeft. Charme heeft deze kop niet. Het is puur hersenwerk en misschien het abstracte beeld van Heijer mans' kunst en wezen. Misschien is het de verstarde realiteit van den grooten journa list en tooneelschryvermisschien ook niet. Wat deze aan sentiment had en dat was geen beetje wat- er muzikaals aan hem was, is weggeabstraheerd. Ge kunt hem tijdens zijn leven avond aan avond in De Kroon op 't Rembrandtplein hebben zien zitten en dit monument voorbijloopen zonder u zijner te herinneren. Als portret- zegt deze logge kop met zijn staarblik naar het Pa viljoen. waar de dure Amsterdammers thans uit diner-dinatoiren gaan, my niets. Als symbool voor een levenswerk als het dan toch in de abstractie moet lykt het pover, 't Is een raar ding. dit werkstuk van Neer- land's eersten beeldhouwer. Althans, daar in het Vondelpark staat het onvoordeelig, n'en déplaise meneer Wibaut en meneer Van Eeghen. J. H. DE BOIS.' TENTOONSTELLING VAN WERKEN DOOR WILLEM VAN SCHAICK, Waaggebouw, Spaarne. De Kring Haarlem van de Nooit Meer Oor log Federatie heeft een verzameling werken van W. van Schaick, betrekking hebbende op den oorlog, naar hier doen komen om die tot Maandag aanstaande te exposeeren, &ls prachtig materiaal om de belangstelling voor haar streven te wekken en levendig te houden. Deze expositie werd Donderdagmid dag met. een rede van den voorzitter, den heer Op 't Einde, geopend, waarin hy o.a. aan zijn medebestuurslid mevrouw Meeter. dank zegde voor haar bemoeiingen en het arrangeeren van deze tentoonstelling. Het is zooals de redenaar zeide: men kan nooit ge noeg op de ellende van den oorlog blijven wyzen, wil men de belangstelling in den strijd daartegen niet doen verflauwen. En even juist zeide hy, dat een beeld een direc te voorstelling van die ellende beter propa ganda materiaal voor een federatie als deze zijn kan dan wat ook. omdat het beeld zich in het geheugen nestelt en onderbewust by de menschen hangen blijft. Als er in de zeventiende eeuw,- t-oen Callofc zyn Misères de la guerre, en in het eind der achttiende, toen Goya zyn Desastros de la Guerra voltooide, eens een Nooit-meer-oor log-federatie bestaan hadwie weet hoe ver wij dan nu al zouden zijn! Gruwelijker afbeeldingen van het oorlogswee zyn niet denkbaar en als graphisch werk waren ze voor verspreiding uiterst geschikt. De kun stenaars zijn bijna zonder uitzondering anti- oorlogsmannèn en het aantal hunner dat na den laatsten oorlog zich in dien geest heeft uitgesproken, is legio. Gaat het nu daarom, van hun prestaties de propagandis tische zijde te scheiden van de artistieke mérites dan kunnen wy van Willem van Schaick's werk zeggen dat 't sterker is naar den tendenz-kant. dan als zuiver kunstpres tatie bekeken/Waarmee allerminst gezegd wil zijn dat het zonder verdienste is. Vooral in zijn zwart-en-wit toont hy zich een verdien stelijk teekenaar van zijn vizioenen en in menig schilderij een knap compositeur. Vaak echter blijft hij in de groote werken in de verfmaterie zitten en wordt groezelig. Inte ressant zijn echter composities als de dood van den dienstweigeraar, welk schilderij ook picturale qualiteiten bezit. Het was, laten wij daarmee eindigen, dezen middag nu niet het geschikte moment om kunst te beoordee len. Reeds om twee uur moest het kunstlicht ontstoken worden. Doch waar deze expositie yan korten duur is wilde ik niet mijn aan kondiging tot een tweede bezoek uitstel len en te laat zijn om uwe belangstelling voor deze tentoonstelling te wekken. 3. H. DE BOIS. De bekende vredesstrijder, de heer J- W. van Warmelo, oud-officier en de dichter Martien Beversluys bezochten de tentoonstelling. De eerste hield een rede waarin hy op het belang er van wees om de kinderen de verschrikke lijke gevolgen van den oorlog onder de oogen te brengen, opdat zy later wanneer de indrukken vervaagd zijn, niet al te gemak kelijk aan den oorlog zullen deelnemen. De heer Beversluys droeg enkele zijner ge dichten voor op een wijze die de aanwezi- gen ontroerde en aangreep. -De dichter verklaarde zich bereid om zijn werk vor een grooter gehoor nog eens voor te dragen en wel Maandagavond 2 December in de zaal van den Protestantenbond. Deze by eenkomst zal des te meer waarde hebben voor hem of haar, die te voren de schilderyen gezien heeft. VERKEERSONGELUKKEN. Te Haarlem. Donderdagavond wilde de bestuurder van een auto bij de Parklaan op den Jansweg een anderen auto inhalen. Hij reed daarbij den lantaarnpaal op den vluchtheuvel aan. met het gevolg dat de kap er af brak. Eén onzer lezers vestigt er onze aandacht op, dat deze ongelukken daar wel meer zul len voorkomen, omdat de automibilisten dit lantaarnlicht voor een zoogenaamd hangend licht aanzien. DE DIJK VAN DEN WILLEM ANNA- POLDEft. Het gevaar geweken. Woensdagmiddag heeft men onder begun stiging van zeer goed weer het tweede stuk laten zinken ter plaatse van de verzakking in den zeedijk van de Willem Anna polder (Zuid-Beveland). De belangstelling van de zijde van het publiek was weer zeer groot. Algemeen heerscht thans de meening dat sinds Zondag, toen het eerste zinkstuk is ge legd, het gevaar is geweken, meldt de N.R.C. TWIST OP DEN BURGWAL. Donderdagmiddag ontstond op den Burg wal een twist tusschen M. S. en J. B. De twist liep zóó hoog. dat B. aan S. eenige ste ken in borst en rug toebracht. De verwon dingen waren niet ernstig, zoodat de ge troffene zich loopend naar het Sint Eliza beths Gasthuis kon begeven om daar ver bonden te worden. Daarna deed hij bij de politie aangifte van de mishandeling. De politie stelt een onderzoek in. VELSEN. VERGADERING VAN DEN GEMEENTERAAD Er wordt een openbare vergadering van der gemeente Velsen gehouden op Dinsdag den raad der gemeente Velsen geouden op Dinsdag 3 Dcc., des voormiddags 10 uur, ten gemeentehuize. Agenda 1. Behandeling van de volgende begrootin gen voor 1930 met de daarbU behoorencle stukken: a. van het Grondbedrijf; b. van het Gasbedrijf: c. van de Waterleiding: d. van het bedrUf Openbare Werken: e. van het bedryf Reinigings- en Ontsmet- tingsdienst; f. van den Ophaal- en Stortingsdienst g. van de Burgerlijke instellingen voor Maatschappelijk Hulpbetoon; h. van de Gezondheidscommissie: i. van de Commissie van toezicht op hcÉ Lager Onderwijs; j. van de Gemeente. IJMUIDEN. DE INKLARINGSDIENST TE IJMUIDEN. In de Memorie van Antwoord op de be grooting voor financiën zegt minister De Geer: De inklaringsdienst is van IJmuiden voor de rechtstreeks naar Amsterdam varen de schepen naar deze laatste stad verplaatst in verband met de binnenkort te verdachten ingebruikstelling van de nieuwe schutsluis te IJmuiden. De tyd voor het schutten wordt dan veel te kort om daarin t evens de inkla- ringsformaliteiten te vervullen. Hy was hier voor trouwens reeds dikwijls ontoereikend. Indien de schepen voor deze formaliteiten nu toch vrijwel even lang a!s voorheen te IJmuiden opgehouden zouden moeten wor den, zou het versnelde schutten zijn doel missen. Gezorgd wordt, dat de lossing te Am sterdam, door de inklaring aldaar, niet on- noodig vertraagd wordt, zoodat de meest mogelyke tijdwinst verkregen wordt. SANTPOORT „VOLKSONDERWIJS"-AVOND. Woensdagavond was door de afdeeling Santpoort van „Volksonderwijs" een propa- ganda-kunstavond belegd. Dc zaal van „De Weyman" was ei-vol. De heer W. Landeweert sprak een propa- ganda-woord. Hy vestigde er allereerst de aandacht op. dat „Volksonderwijs" nu reeds 60 jaar strijd voor het openbaar onderwys voert. De vereeniging is geboren uit den strijd, die gevoerd werd tusschen de voor standers der openbare school en die der by- zondere. In de geschiedenis van ons onder wys neemt „Volksonderwys" aldus de spr. een zeer voorname plaats in. Zy was het, die krachtige propaganda heeft gevoerd voor de invoering van de leerplicht. Toen deze was ingevoerd sloot „Volksonderwijs" een periode van intensieven arbeid af, doch zij ontwaakte als het ware weer na de lager onderwys-wet van 1920. De gedachte was. dat deze wet den schoolstryd zou doen beëindigen, doch het tegendeel is het geval geweest. Een harer nadeelen was wel, dat zy mogelijkheid open de tot het stichten van allerlei scholen en schooltjes, waaraan absoluut geen behoefte was. Dat dit de kosten ontvettend deed stij gen, is te begrypen. De klacht werd dan ook geuit, dat er bezuinigd moest worden. Toen stond „Volksonderwijs" weer direct klaar, om te betoogen, dat het onderwys zelve niet mocht verslechteren. Met een krachtige opwekking „Volksonder wijs" to steunen in haar strijd voor de open bare school, besloot de heer Landeweert zijn rede. Hierna werd een Indische film afgedraaid, welke op uitnemende wijze door den heer Temme, leider van de onderwysfilm van de „Polygoon", werd toegelicht. (Onderstaande berichten zijn reeds in een deel van de vorige oplaag opgenomen.) VEREENIGING WELDADIGHEID NAAR VERMOGEN. Woensdagmiddag had de gewone Jaarhjk- sche algemeene vergadering dezer vereeni ging plaats. Dc kamer, waarin de Vereeni ging zoovele jaren bureau heeft gehouden, heeft het bestuur afgestaan aan den direc teur van het Burgerlijk Armbestuur, het heeft nu de beschikking gekregen over een andere groote kamer op dezelfde verdieping in het Proveniershuis. De secretaris en de penningmeester brachten verslag uit over het afgeloopen vereenigingsjaar loopende van I November 1928 tot 31 October 1929- Gemenio- reeds werd het veertigjarig Jubileum op 13 November 1928, den Collcctedag op 17 No vember, de uitvoering op 1 Februari gege ven door den heer W. A. J. Goeting, leeraar in de Lichameiykc Opvoeding, met zyn leer lingen ten bate van het Centraal Genoot schap voor Kinder Herstcllingoorden en Va- cantie-kolonies en Weldadigheid naar Ver mogen. Verder werd nog herinnerd aan de strenke koude in de maanden Februari en Maart en dank gebracht aan alle milde ge vers, die mogelyk gemaakt hebben om in den zeer abnormalen tijd extra stcunwerk te ver richten. Gedurende het afgeloopen jaar was mevrouw M. E. van den Burg met succes werkzaam geweest als propagandiste. Van de 154 nieuwe leden traden er door hare be middeling 125 tot de Vereeniging toe Helaas staat tegenover deze aanwinst, een verlies van 67, waarvan het meerendeel wegens vertrek. Het ledenaantal groot 932 van een vereeniging, die gedurende 41 Jaren bewezen heeft nuttig neutraal liefdadig werk te ver richten, is voor een stad van 110.000 inwoners beslist te klein. Gehoopt wordt dan ook, dat in het nieuwe vereenigingsjaar vele nieuwe leden geworven zullen worden- Onder de schenkingen werd weder vermeld een gift groot 520,— van Monseigneur L D. J. Aen- genent ter verdceling gedurende 13 weken onder een 10-tal niet-Roomsch Katholieke gezinnen. De zoogenaamde Kerst-circulaires, welke ieder jaar in December in zee gaan Sn de hoop op extra giften, hadden een zeer goed resultaat, n.l. 2500.De hoop wordt uitgesproken, dat de oogst, welke na liet ver zenden der a s. circulaires zal binnen komen, ook zeer bevredigend zal uitvallen. Van de tien leden van het bestuur aan de beurt van aftreden werden er negen herko zen, terwyi voor Mejuffrouw C. L. A. Ott. die zich niet herkiesbaar stelde, voorloopig nie mand benoemd werd. ARROND. RECHTBANK. UITSPRAAK. De 42-jarige vrachtrijder uit Bakkum, die Augustus te Heemskerk door onvoorzich tigheid een uit een zypad komenden fletser met zyn auto heeft aangereden, waardoor deze middenvoet-beentjes in den linkervoet brak werd veroordeeld tot f 50 boete sub sidiair 30 dagen hechtenis. De cisch was f 60 of 30 dagen.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1929 | | pagina 9