H. D.-VERTELLINGEN
FLITSEN
LAMPJE
ANDREA
Bij het boodschappen doen geen PUROL vergeten.
FEUILLETON
De Gestolen Diadeem
"HAARLEM'S DAGBLAD
DINSDAG 3 DECEMBER 1929
(Nadruk verboden; au>«ur«recHt voorbehoudenJ
door N. R. W.
Oogenblikken.
Zij schakelt het roodkoperen electrische
keteltje in en kijkt rond. De kamer is heel
gezellig .zoo. Wat is liij gezellig! Het donker
bruin van de meubelen is net goed van kleur;
er staat genoeg en vooral niet te veel, ze haat
volle kamers. De gordijnen zijn zoo mooi met
hun warmrood matpaars en beige, en de
stoelen zijn diep en de bank is volmaakt. De
laatste goudsbloemen uit den tuin staan in
een bolrond bowltje op het glanzende blad
van het vierkante tafeltje, en de plant op
haar boekenkast en de cactus op haar
schrijftafel glanzen van levenslust in hun
groene potten.
Nu begint het theewater te koken. Ze
glimlacht, legt de koekjes op het crème
schaaltje, waar zij zoo van houdt, en steekt
een sigaret op. De rook kringelt blauwig om
hoog. „Ik rook te veel", denkt zij, „en heele-
maal niet; omdat ik het zoo lekker vind. Al
leen om de gezelligheid. Ik haat sohoone,
naar wrijfwas ruikende kamers, waar niet
gerookt wordt." En ze staat weer op en legt
een blauw boek weg, dat op het onderste blad
van haar tafel ligt. „Wat ben Ik een idioot",
zegt ze hardop, en dan veronschuldigt ze
zich verder: „Ja,* maar het hindert me
lieusch. Blauw en bruin. Ik heb blauw en
bruin altijd zoo erg gevonden. Waarom ma
ken ze toch dc banden van zooveel boeken
blauw?"
Het theewater begint te zingen en ze
neemt het blauwe boek toch maar weer en
gaat er in zitten lezen. Later blijft het toch
op haar tafel liggen: blauw op bruin. Nee,
eigenlijk zal ze toch maar niet lezen; het is
veel prettiger om alleen tevreden rond te
blijven kijken. Het is intens gezellig. Als hij
nu komt zullen zc goed kunnen praten. Pra
ten. Niets dan praten. Ze zou veel liever niet
willen praten. Geen scherpe blik en een hel
der oordeel en een rappe mond hebben. Zou
den er mcnschen zijn, die weinig praten en
weinig denken? Vooral weinig denken. Maar
hoe kan je nu je gedachten stil zetten, als
je niet meer denken wilt? Denken maakt je
moe.
De bel. Stappen in de gang. De voordeur.
Daar komt hij de trap op, de kamer in.
„Dag meisje. Gezellig hier. Koud bulten."
En hij zit op haar bank en gooit alle kus
sens van hun plaats en wrijft in zijn handen
en kijkt tevreden ln het rond.
Ja, gezellig hier. Dat een man dat ook
ziet! Haar handen zijn bezig met de thee
kopjes, haar oogen met de boomen buiten,
haar gedachten met hem.
Wat zou hij te bepraten hebben? Wat
Ze zal het wel hooren.
Eerst tJhee. Dan praten. Ze is moe. Ze heeft
toch niets bijzonders gedaan vandaag.
Nu zit ze in een stoel en ze hebben beiden
een sigaret. Ze zeggen niets. Waarom zegt hij
niets? De stilte is te lang. Ze schraapt haar
keel en kijkt naar haar theekopje. Tegelijk
verbreken ze het zwijgen.
Zij zegt: „Nog thee?"
En hij legt zijn hoofd tegen een kussen
en kijkt haar vol aan en zegt bruusk: „Ik
heb dat boek je weet wel uit."
„O, ja," zegt ze dankbaar, „o, ja. En
En nu praten ze samen, druk en veel en
er z'jn geen stiltes. Praten ze niet wat al
te druk? Waarom valt hij zoo dadelijk in als
zij zwijgt? Vreest hij de stilte ook? De
woorden ratelen.
„Ja, maar
„En toch
„Waarom Is
maar ik geloof zeker dat het bestaat
vriendschap tusschen een man en een
vrouw
Zij glimlacht naar hem, hij glimlacht te
rug. Ze begrijpen elkaar zoo goed. Maar het
duurt te lang, en haar gezicht verstart in
dien glimlach en voelt als een grijnzend
masker. Ze vindt geen woorden en loopt weg
cn laat zich in den stoel vallen. Hij kraakt
luid en ze lacht en neemt een sigaret en
lacht: „Wat een weer buiten, hè?"
Alles is weg! Hij staat nog voor het raam.
Hij zit weer op de bank. Ze praten. De kamer
klinkt hol en leeg, haar sigaret vergeet zij.
Hij gaat gauw weg. Zij laat hem gaan, bijna
opgelucht. Als zij terug komt ziet zij het
blauwe boek op tafel liggen en zij stopt het
weg', diep in haar boekenkast. Het ergert
haar. De dooreen gegooide kussens op de
bank ergeren haar. Het verwarde gedenk in
haar hoofd ergert haar. Dan ziet zij, dat hij
in zijn haast zijn sigarettenkoker heeft ver-
geien. En zij moet alweer lachen. Hij is weg
Dien avond gaat zij aan haar schrijftafel
zitten en schrijft hem: en tenslotte
geloof ik toch ook, dat je gelijk hebt. Kom
eens gauw terug. Er is zooveel te bepraten."
VROUWENCLUB NED. VER. VAN
SPOOR- EN TRAMWEG
PERSONEEL.
Zaterdagavond gaf bovengenoemde club
een propaganda-feestavond in het gebouw
van den Haarlemsohen Kegelbond.
Toen de voorzitster, mevr. van Hoek-Nij-
huis, om ruim acht uur de bijeenkomst met
een woord van hartelijk welkom opende was
de zaal geheel bezet.
Nadat de zangvereenlging „De Stem des
Volks" onder leiding van den heer A. Kre-
lagc Jr., eenlgc strijdliederen ten gehoore
had gebracht was het woord aan mevrouw
Alida de Jong, hoofdbestuurslid van den
Bond in de Kledingindustrie.
De vrouw, aldus spreekster, heeft in de
arbeidersbeweging een minstens even belang
rijke taak te vervullen als' de man. Zijn de
arbeidstoestanden slecht, dan moeten niet
alleen de mannen hard en lang werken voor
weinig geld, maar moet de vrouw van dat
weinige geld zien rond te komen en zorgen,
dat man en kinderen gevoed en gekleed wor
den.
Gelukkig begint de belangstelling van de
vrouw voor den strijd der vakbeweging en
ook voor dien der politieke arbeiderspartij te
komen.
Spr. besprak het onderwijs voor het arbei
derskind. Nog altijd wordt onze kinderen op
de scholen geschiedenis geleerd, waarin de
vechtjassen op den voorgrond worden ge
steld cn de werkelijke groote mannen op tal
van ander gebied maar even of in het geheel
niet worden genoemd.
De arbeidersbeweging die den onver-
INGEZONDEN MEDEDEEL1NGEN
a 60 Ct«. per regel.
GEBATIKT KAPJE
67,5 GEHEEL
COMPLEET
(SR.H0UT5TR.163 TEL.12393
zoenlijken strijd tegen den oorlog heeft aan
gebonden en naar mate de vrouwen mee zul
len gaan doen aan dien strijd, er ook in
slagen zal 'n nieuwen massamoord te ver
hinderen zal den strijd ook aanbinden
tegen deze wijze van geschiedenis vertellen.
Uw mannen aldus spreekster zijn
werkzaam in een bedrijf, waarin vooral van
hen groote daden moeten worden verwacht,
indien de oorloghitsers den moed zouden
hebben opnieuw te pogen een oorlog te ont
ketenen. Zegt het uwe mannen, dat gij, vrou
wen, van hen verlangt, dat zij dan zullen
weigeren soldaten en oorlogstuig te vervoe
ren, opdat de misdaad van den oorlog niet
opnieuw over de menschheid zal komen en
het woord van den Christus „Vrede op aarde,
in de menschen een welbehagen" 'in vervul
ling zal gaan. (Langdurig applaus).
Het verdere gedeelte van den avond werd
gevuld door het Trio van der Woerd van
Beurzen, dat tol van humoristische voor
drachten ten beste gaf en gul met applaus
beloond werd.
„Dc Stem des Volks" bracht op verdienste
lijke wijze nog een aantal liederen ten ge
hoore.
De voorzitster mocht dan ook in haar slot
woord met recht van een welgeslaagde bij
eenkomst spreken.
EEN WINKEL. DIE IIET BEKIJKEN
WAARD IS.
Een fraaie winkel voor dameshandwer-
ken is het, die de dames Rengers ge
opend hebben op den Kleinen Houtweg,
nummer 7. In een stemmig, voornaam aange
kleed vertrek hebben zij neergelegd en
neergehangen kleedjes en sjaals, kleurige en
fijn bewerkte doeken, artikelen voor salon-
en toilettafels. Alles is naar eigen ontwerp
van Maison Rengers te Weenen speciaal voor
de zaak vervaardigd. Iets zeer bijzonders is
het Madeira-handwerk op Iersch linnen, een
noviteit, waarvan Maison Rengers voor Haar
lem de alleen-vertegenwoordiging heeft. Be
halve dit alles worden hier verkocht hand-
werkbenoodigdheden en ook kousen en lin
gerieën. Het is een winkel, die ten zeerste de
aandacht trekt en waarvan de bezichtiging
alleen reeds een genot is, zelfs voor den
leek.
NIEUWE WINKEL VAN „DE EENDRACHT".
Dinsdagmiddag opent de coöperatie „De
Eendracht" U.A. een filiaal in de Amster-
öamsche Buurt.
Dat is dit jaar de tweede winkel die „De
Eendracht" opent; de eerste is gevestigd in
het Leidsche kwartier, nl. Brouwersplein, ter
wijl deze gelegen is Kruistochtstraat 1 hoek
Zomervaart, dus op de grens van de Am-
stordamschc buurt en het Slachthuiskwar
tier.
ZOOEVEN VERSCHENEN.
Zaterdag 7 December geeft het Ver. Rot-
terdamsch-Hofstad-Tooneel (Directeur Cor
v. d. Lugt Melsert) in den Stadsschouwburg
te Haarlem een wederopvoering van: „Zoo
even verschenen", het onderhoudende blij
spel van Edouard Bourdet, met Lily Frenkel
Bouwmeester, en de heeren Louis Gimburg,
Louis van Gasteren, Theo Frenkel e.a. in de
hoofdrollen.
VIJFTIG JAAR BIJ „nAARLEM'S
ZANGGENOT"
De heer J. Brinkman, die 50 jaar lid is van
de Liedertafel „Haarlem's Zanggenot" heeft
hedenmorgen reeds eenige gelukwenschen
ontvangen, te zijnen huize aan het Verwulft
De groote huldiging door „Haarlem's Zang
genot" zal echter plaats hebben hedenavond
9 uur in gebouw ,.Zang en Vriendschap".
HAARLEM'S KINDERKOOR.
Haarlem's Kinderkoor „Inter Nos", afd.
Haarlem-Noord en -Centrum, dirigent de heer
Jan Booda, is voornemens op Donderdag 19
December een concert te geven in de Gem.
Concertzaal. O.m. zal, op veelvuldig verzoek
worden uitgevoerd „De Bloemencantate",
van Gcertuida van Vladcracken.
CHR. BOUWVAK PATROONS BOND
Vrijdagavond werd een vergadering gehou
den van Chr. Bouwvakpatroons in Haarlem
en omstreken.
In beginsel werd besloten tot oprichting
van een afdeeling.
Een comité werd gekozen, hetwelk de noo-
dige voorbereidingen zal treffen.
De vergadering stond onder leiding van
den heer L. Attema uit Hilversum, lid van
het Hoofdbestuur van den Chr. Midden
standsbond.
MAJOOR B. W. T. VAN SLOBBE.
De nieuw gouverneur
van Curacao.
Op gcr-~ van het Correspondentiebureau
in Den Haag, meldden wij gisteren, dat
majoor B. W. T. van Slobbe genoemd wordt
als de opvolger van ir, Fruytier als gouver
neur van Curacao
Majoor Van Slobbe, die 47 jaar is, kwam
17 jaar oud als vrijwilliger in dienst, waar
na hij de verschillende rangen doorliep om
in October 1923 naar den Generalen Staf
overgeplaatst te worden, sedert 1 October
is hij majoor.
Als leeraar aan de Hoogere Krijksschool
onderwijst hij de vakken strategie, krijgsge
schiedenis en militaire aardrijkskunde.
Majoor Van Slobbe is redacteur van „De
militaire spectator" en bestuurslid van de
R.K. Officieren-vereeniging.
Menschen die hem goed kennen noemen
hem volgens het Hbld., een man van ka
rakter, een sterke persoonlijkheid, een flink
en bekwaam officier..
DE MOORDEN TE DüSSELDG?.F*.
SPOREN NAAR NEDERLAND.
Dezer dageh heeft de heer Beekman, in
specteur van politie te Rotterdam, een studie
reis gemaakt naar Düsseldorf om daar kor
ten tijd met de autoriteiten, belast met het
onderzoek naar de reeks afschuwelijke moor
den aldaar, samen te werken. De heer Beek
man, bekend in verband met de naspeurin
gen in de zaak van den moord in den polder
Büjdorp, deelde aan de Tel. mede, dat enkele
sporen van Düsseldorf uit naar Nederland
hebben geleid.
Verschillende van de slachtoffers schijnen
n.l. relaties gehad te hebben met personen
in ons land. o.a. in Amsterdam. De Düssel-
dorfsche politie sprak tegenover den heer
Beekman haar voldoening uit over de wijze,
waarop de Amsterdamsche politie hulp heeft
geboden. Ook werd den heer Beekman ver
zocht den dank van de Düsseldorf er autori
teiten over te brengen aan de Nederlandsehe
pers, die op .zoo waardige wijze van de mis
daden in Düsseldorf heeft mening gemaakt.
DE JAARBEURS.
EEN DERDE GEBOUW.
Naar de Tel. verneemt, heeft de Raad
van Beheer van de Ned. Jaarbeurs ernstig in
overweging genomen, zulks in verband met
de groote aanvraag naar expositieruimte,
over te gaan tot den bouw van een derde
vast jaarbeursgebouw.
VAN HAARLEM'S DAGBLAD No. 1517
VOOR JANTJE.
Vader doet de deur
open op een kier cm
zich te overtuigen
dat de kust vrij is
avanceert behoed
zaam met Jantje's
slee
probeert haar te ver
bergen terwijl hU de
deur sluit
sluipt langs den
muur naar de kelder
trap
schaaft zijn hand I
aan een spijker en I
laat de slee met veel I
lawaai vallen
trekt zijn jas uit en
verbergt de slee hier
onder. wenschende
dat hij daar eerder
aan had gedaoht
bereikt dc kelderdeur vindt bij zijn terug-
waar de jas van de
slee afglijdt en
brengt het cadeau
haastig naar bensden
komst Jantje zwij
gend op de onderste
tree van de trap
staan en vraagt zich
af of hü wat gemerkt
heeft
(Nadruk verboden).
INGEZONDEN MEDEDEELINGEN a 60 Cts. per regel.
STADS BIBLIOTHEEK EN LEESZAAL.
Aantal bezoeken in November 11022, waar
van 4882 aan de Krantenkamer en 1798 aan
de algemeene leeszaal.
Uitgeleend werden 8744 boeken.
GASBEDWELMING
ROTTERDAM.
TE
TWEE PERSONEN BEWUSTELOOS.
ROTTERDAM, 2 Dec. (V.D.) In den af-
gelcopen nacht omstreeks een uur werd een
scherpe gaslucht waargenomen in een pand
aan den Schiedamschendijk. Bij onderzoek
bleek deze te komen uit een kamer bewoond
door de Duitsche vrouw II. R. De deur was
op slot. Nadat men deze met een bijl had
opengebroken vond men de vrouw bewuste
loos op den grond liggen, terwijl op de ca
napé een man bewusteloos lag. Beiden wer
den door den inmiddels gealarmecrden Ge
neeskundigen Dienst naar het Ziekenhuis
aan den Coolsingel vervoerd. De man bleek
te zijn een Duitsch scheepstimmerman, die
reeds gerulmen tijd in Rotterdam verblijf
houdt. De toestand van beide slachtoffers,
vooral van den man is zorgwekkend. Men
heeft nog niet kunnen uitmaken wat dc
oorzaak van het ongeluk is.
TWIST TUSSCHEN TWEE
VROUWEN IN ROTTERDAM.
EEN VAN HEN ERNSTIG GEWOND.
De 25-jarige mej. K. G. D. te Rotterdam,
had een liefdesbetrekking aangeknoopt met
een kellner aldaar. Deze laatste scheen op
de voortzetting daarvan geen prijs te stel
len en ging samenwonen met de 20-jarigè
mej. J. C. K.. Mej. D. ging daarop naar mej.
"K. toe, waarbij een woordenwisseling ontstond
en mej. D. laatstgenoemde een klap met een
bierflesch op het gezicht gaf, meldt de Tel.
In het ziekenhuis aan den Coolsingel werd
het slachtoffer verbonden.
Later kwam mej. D. weer terug. Haar
tegenstandster lokte haar naar boven. Toen
mej. D. in de kamer was, deed mej. K. de
deur op slot. Opnieuw begon een ruzie, welke
ten slotte zoo hoog liep, dat mej. D. haar
mede-minnares met een mes een steekwonde
toebracht in den linkerarm en een snijwond
aan de bovenlip. Ernstig gewond is het slacht
offer naar het ziekenhuis gebracht. Mej. D.
is in bewaring gesteld.
(Onderstaande berichten zijn reeds In een
deel van de vorige oplaag opgenomen.)
LAGER, MIDDELBAAR EN
VOORB. HOOGER ONDERWIJS
DE VERBANDSCOMMISSIE.
In de commissie tot bevordering van de
aaneensluiting van hei, Lager- aan het Mid
delbaar- en Voorbereidend Hooger Onderwijs
zijn door Burgemeester en Wethouders met
ingang van 1 Januari 17 leden benoemd.
Permanent lid daarvan zijn: a. de heeren
Dr. C. Spoelder, Ir. W. C. G. H. van Mourik
Broekman, Dr. A. D. Donk, Ir. M. Voorzanger
en mej. J. Berdenis van Berlekom, en de
voorzitter van de Plaatselijke Commissie van
Toezicht op de Scholen voor M.O. en L.O.
Voorts zijn benoemd tot leden voor 2 jaar
de heeren H. Cransberg, Th. M. J. Donker
sloot, J. A. L. Doyer, hoofden van opleidings
scholen, E. ten Broeke, H. van Leeuwen en
B. J. te Kiefte hoofden van 7 klassige Openb.
Scholen, H. Bijkerk en W. J. Speller, hoofden
van bijzondere scholen en voor het jaar 1930
de heeren W- Barneveld onderwijzer aan
school 18 en L. van Berkel, dito aan school
37.
PROF. IIAZEU OVERLEDEN.
In Wassenaar is op 59-jarigen leeftijd
overleden prof. dr. G. A. J. Hazeu. oud-hoog
leeraar in de Javaansche Taal- en Letter
kunde aan de Leidsche Universiteit.
G. A. J. Hazeu werd op 28 Augustus 1S70
te Amsterdam geboren. Hij bezocht het Gym
nasium te Arnhem, studeerde te Leiden cn
promoveerde aldaar op 30 Januari 1897 op
een proefschrift, getiteld: „Bijdrage tot de
kennis van het Javaansch tooneel". Na zijn
promotie werd hij leeraar in het Javaansch
aan het Gymnasium „Willem III" te Batavia.
In 1910 werd hij directeur van Onderwijs
en Eeredienst in Indië. Na een kort buiten-
landsch verlof in 1914 werd hij na zijn terug
komst in Indië regeeringscommissaris voor
Inlandsche Zaken en deed zich toen kennen
als een der vurigste voorstanders van de z.g.
ethische richting. In 1920 werd hij hoog
leeraar te Leiden als opvolger van prof. Jon
ker. In verband met zijn zwakke gezondheid
legde hij het hoogleeraarsambt in Septem
ber 1928 neer.
Uit het Engclsch van
ARCHIBALD EYRE.
9)
„Daarom stolde ze zooveel belang in mijn
zwarte koffer!" riep mevrouw Hammings ont
hutst. „Nu begrijp ik haar gedienstigheid.
George, die koffer zie ik nooit terug!"
„Misschien vergis ik me wel", zei George,
vol spijt dat hij zijn verdenking er zoo on
doordacht had uitgeflapt. „Ik weet het ten
slotte niet zeker, maar meer kan ik u niet
zeggen".
„Geen wonder dat ze zoo rijk gekleed is",
peinsde mevrouw Hemmings hardop. Ze vond
de scnsationeele veronderstelling van haar
zoon veel te mooi, om daarvan weer goed
schiks afstand van te doen. „O. George wat
moeten wij vanavond met ons zilver doen!'.
„Hoe weet u dat zij naar Woollacombe
8a,?Dat heeft ze me zelf verteld, dat zei ik je
toch al. Ze gaat logeeren in die lunchroom
in High Street. Zo luistert natuurlijk de ge
sprekken van de bezoekers af en komt op die
manier het een en ander over grendels en
sloten te weten. Als we ln Woollacombe zijn,
gaan we dadelijk naar de politie'.
Mevrouw Hemmings' romantische fantasie
werkte thans koortsachtig.
„Neen. neen", riep George verschrikt. ..tk
heb tenslotte geen ^üdoende grond voor mijn
beschuldiging. Hoe meer Ik er over nadenk,
hoe meer ik overtuigd ben. dat ik mij waar
schijnlijk vergis. Zij heeft eerlijke oogen; bc-
roepsmisdadigsters hebben meestal geen
kuiltjes in de wangen. En hebt u dien glans
gezien die over haar haar ligt?"
„Neen", antwoordde zijn moeder streng.
„Maar dat kan ze wel met een of ander che
mische stof doen. Het doet mij leed dat je
zooveel aandacht hebt geschonken aan haar
uiterlijk. Ik kan er gewoon om huilen".
George trachtte zijn moeder luchtigjes-
weg te troosten. I-Iij was een knappe jonge
man met een prettig, jongensachtig gezicht.
Hij was buiten opgevoed, onder het onaf
gebroken gezicht van zijn bedilzieke moeder
cn bezat nog niets van de wereldwijsheid die
de meeste menschen pas door pijnlijke on
dervinding verkrijgen. De eenige belangrijke
gebeurtenis in zijn jonge leven was de nacht,
dien hij in de gevangenis had doorgebracht,
verdacht van inbraak en het was niet ver
wonderlijk. dat dc onverwachte weder ver
schijning van het jonge meisje, dat de oor
zaak was geweest van zijn gevangenneming,
hem met ontsteltenis vervuld had. Maar toen
hij den eersten schrik te boven was, maakte
die ontsteltenis langzamerhand plaats voor
een vaag gevoel van welbehagen. Een jon
geman. immers die eenvoudig en ver van het
gewoel der wereld opgevoed is en die het le
ven nooit anders dan uit het gezichtspunt
van zijn moeder bekeken heeft, is nu een
maal ontvankelijker voor vrouwelijke be
koorlijkheden dan minder streng-opgevoede
jongelui.
„Neen, moeder", zei hij op beslisten toon,
na een lange pauze die alleen maar onder
broken was door het snikken van mevrouw
Hemmings. „U zult niets van dien aard
doen. Ik zal zelf alle noodige maatregelen
nemen, als dat noodig blijkt te zijn".
„Ik kan niet toelaten", klaagde mevrouw
Hemmings door haar tranen heen dat de
heele streek bestolen wordt, zonder dat er
tegen wordt gewaarschuwd".
„Maakt u zich maar niet bezorgd", ant
woordde George. „Ik zal den loop van de
gebeurtenissen afwachten en als het oogen-
blik komt, zal ik heusch niet aarzelen om toe
te slaan".
Mevrouw Hemmings was onder den Indruk
door de ongewone beslistheid van haar altijd
zoo volgzamen zoon.
„Maar je mag je eigen veiligheid toch niet
niet in dc waagschaal stollen om de schul
dige te ontmaskeren. Wij betalen zooveel be
lasting' dat, de beambten, die daarvoor sa
laris ontvangen, dergelijke gevaarlijke werk
jes kunnen opknappen".
„Dat zulen zc ook heusch wel doen", zei
George op geruststellenden toon. „Maar la
ten we nu niet verder over dit pijnlijke on
derworp praten."
Toen mevrouw Hemmings en haar zoon in
Woollacombe uit den trein stapten, greep de
oudere dame verschrikt George's arm.
„Kijk George", riep ze, buiten zichzelf van
opwinding, terwijl ze naar een bulletin van
een van de plaatselijke bladen wees.
George las het vet gedrukte opschrift met
gefronste wenkbrauwen:
INBRAAK OP KASTEEL nARSMORE.
DE DIADEEM VAN DE GRAVIN GESTOLEN!
„Arme Lady Harsmore!" zuchtte mevrouw
Hemmings. Ze was doodsbleek geworden.
„Het is wel heel toevallig!" mompelde
George. „Zou ze hierheen zijn gekomen om
haar medeplichtigen te ontmoeten?"
„Mijn instinct zegt me wat ik van dezen
diefstal moet denken!" zc zijn moeder. „O,
George, in wat voor poel van misdaad en ge
meenheid zijn we tc land gekomen! We moe
ten zorgen, dat haar bagage onderzocht
wordt!"
„Stil toch, moeder".
„Kijk, daar is ze! Ze staat bij mijn zwarten
koffer. O, George, red dien tenminste!"
Maar daar haar zoon geen aanstalten
maakte om te doen wat ze hem zoo opge
wonden verzocht, snelde mevrouw Hemmings
in hoogst eigen persoon naar de groep reizi
gers die bij den bagagewagen op hun kof
fers stonden te wachten en met beide han
den omklemde ze haar dierbaar bezit, terwijl
ze Lilian tartend aankeek.
„Wat is ze toch bezorgd voor dien koffer",
dacht Lilian, die zich glimlachend een eindje
van dc groep verwijderde, om een witkiel
orders te geven om haar bagage in ontvangst
te nemen.
Zij keek onzeker om zich heen of haar tan
te er ook was; een welgedane dame met een
blozend vriendelijk gezicht kreeg haar in het
oog en kwam op haar toe.
„Ik geloof dat ik weet wie je bent, Lilian
Turner, natuurlijk", zei ze opgewekt, „je lijkt
sprekend op je lieve moeder".
„Dus u bent tante Martha?" vroeg Lilian.
„Juist, lieve kind. geef me maar gauw een
zoen".
„Wat vriendelijk van u om zelf te komen",
zei Lilian na een stevige omhelzing. „Wat
moet ik met mijn bagage doen?"
„Daar zal John wel voor zorgen". Zij wees
naar een jongen in een met meel bestoven
costuum, die verlegen aan zijn pet tikte.
„Mijn karretje staat buiten, daar kan hij
ze opladen, ik woon niet ver van het station;
we behoeven alleen High Street maar af te
len. Maar lieven kind, wat vind ik het toch
heerlijk om de dochter van mijn zuster te
zien en te merken dat zij zich niet te deftig
voelt om bij mij te komen logeeren".
Het ontging Lilian niet dat de jonge Hem
mings naar hun gesprek stond to luisteren.
„Ik vind het heerlijk dat u mij hebben
wilt", antwoordde het meisje hartelijk. „Ik
ben zoo blij, dat ik uit Londen weg ben. Als
u eens wist hoe ik naar het rustige buiten
leven verlangd heb".
„Je hebt zeker een erg drukken tijd gehad,
maar dat moet je me later maar eens ver
tellen".
Lilian keek torsluiks naar George en vroeg
zich af waarom mannen zoo zelden kunnen
luisteren zonder dat het in de gaten loopt,
een kunst die vrouwen zoo uitstekend ver
staan!
John had inmiddels de bagage opgenomen
en liep het perron af.
Lilian's blik viel op het aanplakbiljet.
„Lieve hemel", riep ze uit, „de diadeem van
de gravin van Harsmore gestolen! Dat is
gewoon een prachtstuk!"
„Heb je dien dan wel eens gezien?" vroeg
haar tante geïmponeerd.
„O ja, ik ken de gravin heel goed." Zij
wierp een snellen blik op haar tante, want
ze was bang, dat deze haar opmerking erg
blufferig zou vinden, maar haar vrees was
ongegrond.
„O ja", vroeg ze alleen maar.
„Je ontmoet zooveel verschillende men
schen in Londen", legde Lilian verontschuldi
gend uit. Zij had zich overtuigd, dat me
vrouw Hemmings uit de buurt was.
,Jk vind het erg jammer voor haar", bab
belde tante Martha". Ze is pas een paar we
ken geleden op het kasteel teruggekomen.
Het was een heele poos aan een Amerikaan-
schen millionair verhuurd. Ze zeggen dat zij
niet zoo heel veel geld meer heeft, maar dat
zul je wel weten als je haar kent".
.(Wordt vervolgd.^