H. D.-VERTELLINGEN FLITSEN LAMPJE ANDREA Bij het boodschappen doen geen PUROL vergeten. FEUILLETON De Gestolen Diadeem "HAARLEM'S DAGBLAD DINSDAG 3 DECEMBER 1929 (Nadruk verboden; au>«ur«recHt voorbehoudenJ door N. R. W. Oogenblikken. Zij schakelt het roodkoperen electrische keteltje in en kijkt rond. De kamer is heel gezellig .zoo. Wat is liij gezellig! Het donker bruin van de meubelen is net goed van kleur; er staat genoeg en vooral niet te veel, ze haat volle kamers. De gordijnen zijn zoo mooi met hun warmrood matpaars en beige, en de stoelen zijn diep en de bank is volmaakt. De laatste goudsbloemen uit den tuin staan in een bolrond bowltje op het glanzende blad van het vierkante tafeltje, en de plant op haar boekenkast en de cactus op haar schrijftafel glanzen van levenslust in hun groene potten. Nu begint het theewater te koken. Ze glimlacht, legt de koekjes op het crème schaaltje, waar zij zoo van houdt, en steekt een sigaret op. De rook kringelt blauwig om hoog. „Ik rook te veel", denkt zij, „en heele- maal niet; omdat ik het zoo lekker vind. Al leen om de gezelligheid. Ik haat sohoone, naar wrijfwas ruikende kamers, waar niet gerookt wordt." En ze staat weer op en legt een blauw boek weg, dat op het onderste blad van haar tafel ligt. „Wat ben Ik een idioot", zegt ze hardop, en dan veronschuldigt ze zich verder: „Ja,* maar het hindert me lieusch. Blauw en bruin. Ik heb blauw en bruin altijd zoo erg gevonden. Waarom ma ken ze toch dc banden van zooveel boeken blauw?" Het theewater begint te zingen en ze neemt het blauwe boek toch maar weer en gaat er in zitten lezen. Later blijft het toch op haar tafel liggen: blauw op bruin. Nee, eigenlijk zal ze toch maar niet lezen; het is veel prettiger om alleen tevreden rond te blijven kijken. Het is intens gezellig. Als hij nu komt zullen zc goed kunnen praten. Pra ten. Niets dan praten. Ze zou veel liever niet willen praten. Geen scherpe blik en een hel der oordeel en een rappe mond hebben. Zou den er mcnschen zijn, die weinig praten en weinig denken? Vooral weinig denken. Maar hoe kan je nu je gedachten stil zetten, als je niet meer denken wilt? Denken maakt je moe. De bel. Stappen in de gang. De voordeur. Daar komt hij de trap op, de kamer in. „Dag meisje. Gezellig hier. Koud bulten." En hij zit op haar bank en gooit alle kus sens van hun plaats en wrijft in zijn handen en kijkt tevreden ln het rond. Ja, gezellig hier. Dat een man dat ook ziet! Haar handen zijn bezig met de thee kopjes, haar oogen met de boomen buiten, haar gedachten met hem. Wat zou hij te bepraten hebben? Wat Ze zal het wel hooren. Eerst tJhee. Dan praten. Ze is moe. Ze heeft toch niets bijzonders gedaan vandaag. Nu zit ze in een stoel en ze hebben beiden een sigaret. Ze zeggen niets. Waarom zegt hij niets? De stilte is te lang. Ze schraapt haar keel en kijkt naar haar theekopje. Tegelijk verbreken ze het zwijgen. Zij zegt: „Nog thee?" En hij legt zijn hoofd tegen een kussen en kijkt haar vol aan en zegt bruusk: „Ik heb dat boek je weet wel uit." „O, ja," zegt ze dankbaar, „o, ja. En En nu praten ze samen, druk en veel en er z'jn geen stiltes. Praten ze niet wat al te druk? Waarom valt hij zoo dadelijk in als zij zwijgt? Vreest hij de stilte ook? De woorden ratelen. „Ja, maar „En toch „Waarom Is maar ik geloof zeker dat het bestaat vriendschap tusschen een man en een vrouw Zij glimlacht naar hem, hij glimlacht te rug. Ze begrijpen elkaar zoo goed. Maar het duurt te lang, en haar gezicht verstart in dien glimlach en voelt als een grijnzend masker. Ze vindt geen woorden en loopt weg cn laat zich in den stoel vallen. Hij kraakt luid en ze lacht en neemt een sigaret en lacht: „Wat een weer buiten, hè?" Alles is weg! Hij staat nog voor het raam. Hij zit weer op de bank. Ze praten. De kamer klinkt hol en leeg, haar sigaret vergeet zij. Hij gaat gauw weg. Zij laat hem gaan, bijna opgelucht. Als zij terug komt ziet zij het blauwe boek op tafel liggen en zij stopt het weg', diep in haar boekenkast. Het ergert haar. De dooreen gegooide kussens op de bank ergeren haar. Het verwarde gedenk in haar hoofd ergert haar. Dan ziet zij, dat hij in zijn haast zijn sigarettenkoker heeft ver- geien. En zij moet alweer lachen. Hij is weg Dien avond gaat zij aan haar schrijftafel zitten en schrijft hem: en tenslotte geloof ik toch ook, dat je gelijk hebt. Kom eens gauw terug. Er is zooveel te bepraten." VROUWENCLUB NED. VER. VAN SPOOR- EN TRAMWEG PERSONEEL. Zaterdagavond gaf bovengenoemde club een propaganda-feestavond in het gebouw van den Haarlemsohen Kegelbond. Toen de voorzitster, mevr. van Hoek-Nij- huis, om ruim acht uur de bijeenkomst met een woord van hartelijk welkom opende was de zaal geheel bezet. Nadat de zangvereenlging „De Stem des Volks" onder leiding van den heer A. Kre- lagc Jr., eenlgc strijdliederen ten gehoore had gebracht was het woord aan mevrouw Alida de Jong, hoofdbestuurslid van den Bond in de Kledingindustrie. De vrouw, aldus spreekster, heeft in de arbeidersbeweging een minstens even belang rijke taak te vervullen als' de man. Zijn de arbeidstoestanden slecht, dan moeten niet alleen de mannen hard en lang werken voor weinig geld, maar moet de vrouw van dat weinige geld zien rond te komen en zorgen, dat man en kinderen gevoed en gekleed wor den. Gelukkig begint de belangstelling van de vrouw voor den strijd der vakbeweging en ook voor dien der politieke arbeiderspartij te komen. Spr. besprak het onderwijs voor het arbei derskind. Nog altijd wordt onze kinderen op de scholen geschiedenis geleerd, waarin de vechtjassen op den voorgrond worden ge steld cn de werkelijke groote mannen op tal van ander gebied maar even of in het geheel niet worden genoemd. De arbeidersbeweging die den onver- INGEZONDEN MEDEDEEL1NGEN a 60 Ct«. per regel. GEBATIKT KAPJE 67,5 GEHEEL COMPLEET (SR.H0UT5TR.163 TEL.12393 zoenlijken strijd tegen den oorlog heeft aan gebonden en naar mate de vrouwen mee zul len gaan doen aan dien strijd, er ook in slagen zal 'n nieuwen massamoord te ver hinderen zal den strijd ook aanbinden tegen deze wijze van geschiedenis vertellen. Uw mannen aldus spreekster zijn werkzaam in een bedrijf, waarin vooral van hen groote daden moeten worden verwacht, indien de oorloghitsers den moed zouden hebben opnieuw te pogen een oorlog te ont ketenen. Zegt het uwe mannen, dat gij, vrou wen, van hen verlangt, dat zij dan zullen weigeren soldaten en oorlogstuig te vervoe ren, opdat de misdaad van den oorlog niet opnieuw over de menschheid zal komen en het woord van den Christus „Vrede op aarde, in de menschen een welbehagen" 'in vervul ling zal gaan. (Langdurig applaus). Het verdere gedeelte van den avond werd gevuld door het Trio van der Woerd van Beurzen, dat tol van humoristische voor drachten ten beste gaf en gul met applaus beloond werd. „Dc Stem des Volks" bracht op verdienste lijke wijze nog een aantal liederen ten ge hoore. De voorzitster mocht dan ook in haar slot woord met recht van een welgeslaagde bij eenkomst spreken. EEN WINKEL. DIE IIET BEKIJKEN WAARD IS. Een fraaie winkel voor dameshandwer- ken is het, die de dames Rengers ge opend hebben op den Kleinen Houtweg, nummer 7. In een stemmig, voornaam aange kleed vertrek hebben zij neergelegd en neergehangen kleedjes en sjaals, kleurige en fijn bewerkte doeken, artikelen voor salon- en toilettafels. Alles is naar eigen ontwerp van Maison Rengers te Weenen speciaal voor de zaak vervaardigd. Iets zeer bijzonders is het Madeira-handwerk op Iersch linnen, een noviteit, waarvan Maison Rengers voor Haar lem de alleen-vertegenwoordiging heeft. Be halve dit alles worden hier verkocht hand- werkbenoodigdheden en ook kousen en lin gerieën. Het is een winkel, die ten zeerste de aandacht trekt en waarvan de bezichtiging alleen reeds een genot is, zelfs voor den leek. NIEUWE WINKEL VAN „DE EENDRACHT". Dinsdagmiddag opent de coöperatie „De Eendracht" U.A. een filiaal in de Amster- öamsche Buurt. Dat is dit jaar de tweede winkel die „De Eendracht" opent; de eerste is gevestigd in het Leidsche kwartier, nl. Brouwersplein, ter wijl deze gelegen is Kruistochtstraat 1 hoek Zomervaart, dus op de grens van de Am- stordamschc buurt en het Slachthuiskwar tier. ZOOEVEN VERSCHENEN. Zaterdag 7 December geeft het Ver. Rot- terdamsch-Hofstad-Tooneel (Directeur Cor v. d. Lugt Melsert) in den Stadsschouwburg te Haarlem een wederopvoering van: „Zoo even verschenen", het onderhoudende blij spel van Edouard Bourdet, met Lily Frenkel Bouwmeester, en de heeren Louis Gimburg, Louis van Gasteren, Theo Frenkel e.a. in de hoofdrollen. VIJFTIG JAAR BIJ „nAARLEM'S ZANGGENOT" De heer J. Brinkman, die 50 jaar lid is van de Liedertafel „Haarlem's Zanggenot" heeft hedenmorgen reeds eenige gelukwenschen ontvangen, te zijnen huize aan het Verwulft De groote huldiging door „Haarlem's Zang genot" zal echter plaats hebben hedenavond 9 uur in gebouw ,.Zang en Vriendschap". HAARLEM'S KINDERKOOR. Haarlem's Kinderkoor „Inter Nos", afd. Haarlem-Noord en -Centrum, dirigent de heer Jan Booda, is voornemens op Donderdag 19 December een concert te geven in de Gem. Concertzaal. O.m. zal, op veelvuldig verzoek worden uitgevoerd „De Bloemencantate", van Gcertuida van Vladcracken. CHR. BOUWVAK PATROONS BOND Vrijdagavond werd een vergadering gehou den van Chr. Bouwvakpatroons in Haarlem en omstreken. In beginsel werd besloten tot oprichting van een afdeeling. Een comité werd gekozen, hetwelk de noo- dige voorbereidingen zal treffen. De vergadering stond onder leiding van den heer L. Attema uit Hilversum, lid van het Hoofdbestuur van den Chr. Midden standsbond. MAJOOR B. W. T. VAN SLOBBE. De nieuw gouverneur van Curacao. Op gcr-~ van het Correspondentiebureau in Den Haag, meldden wij gisteren, dat majoor B. W. T. van Slobbe genoemd wordt als de opvolger van ir, Fruytier als gouver neur van Curacao Majoor Van Slobbe, die 47 jaar is, kwam 17 jaar oud als vrijwilliger in dienst, waar na hij de verschillende rangen doorliep om in October 1923 naar den Generalen Staf overgeplaatst te worden, sedert 1 October is hij majoor. Als leeraar aan de Hoogere Krijksschool onderwijst hij de vakken strategie, krijgsge schiedenis en militaire aardrijkskunde. Majoor Van Slobbe is redacteur van „De militaire spectator" en bestuurslid van de R.K. Officieren-vereeniging. Menschen die hem goed kennen noemen hem volgens het Hbld., een man van ka rakter, een sterke persoonlijkheid, een flink en bekwaam officier.. DE MOORDEN TE DüSSELDG?.F*. SPOREN NAAR NEDERLAND. Dezer dageh heeft de heer Beekman, in specteur van politie te Rotterdam, een studie reis gemaakt naar Düsseldorf om daar kor ten tijd met de autoriteiten, belast met het onderzoek naar de reeks afschuwelijke moor den aldaar, samen te werken. De heer Beek man, bekend in verband met de naspeurin gen in de zaak van den moord in den polder Büjdorp, deelde aan de Tel. mede, dat enkele sporen van Düsseldorf uit naar Nederland hebben geleid. Verschillende van de slachtoffers schijnen n.l. relaties gehad te hebben met personen in ons land. o.a. in Amsterdam. De Düssel- dorfsche politie sprak tegenover den heer Beekman haar voldoening uit over de wijze, waarop de Amsterdamsche politie hulp heeft geboden. Ook werd den heer Beekman ver zocht den dank van de Düsseldorf er autori teiten over te brengen aan de Nederlandsehe pers, die op .zoo waardige wijze van de mis daden in Düsseldorf heeft mening gemaakt. DE JAARBEURS. EEN DERDE GEBOUW. Naar de Tel. verneemt, heeft de Raad van Beheer van de Ned. Jaarbeurs ernstig in overweging genomen, zulks in verband met de groote aanvraag naar expositieruimte, over te gaan tot den bouw van een derde vast jaarbeursgebouw. VAN HAARLEM'S DAGBLAD No. 1517 VOOR JANTJE. Vader doet de deur open op een kier cm zich te overtuigen dat de kust vrij is avanceert behoed zaam met Jantje's slee probeert haar te ver bergen terwijl hU de deur sluit sluipt langs den muur naar de kelder trap schaaft zijn hand I aan een spijker en I laat de slee met veel I lawaai vallen trekt zijn jas uit en verbergt de slee hier onder. wenschende dat hij daar eerder aan had gedaoht bereikt dc kelderdeur vindt bij zijn terug- waar de jas van de slee afglijdt en brengt het cadeau haastig naar bensden komst Jantje zwij gend op de onderste tree van de trap staan en vraagt zich af of hü wat gemerkt heeft (Nadruk verboden). INGEZONDEN MEDEDEELINGEN a 60 Cts. per regel. STADS BIBLIOTHEEK EN LEESZAAL. Aantal bezoeken in November 11022, waar van 4882 aan de Krantenkamer en 1798 aan de algemeene leeszaal. Uitgeleend werden 8744 boeken. GASBEDWELMING ROTTERDAM. TE TWEE PERSONEN BEWUSTELOOS. ROTTERDAM, 2 Dec. (V.D.) In den af- gelcopen nacht omstreeks een uur werd een scherpe gaslucht waargenomen in een pand aan den Schiedamschendijk. Bij onderzoek bleek deze te komen uit een kamer bewoond door de Duitsche vrouw II. R. De deur was op slot. Nadat men deze met een bijl had opengebroken vond men de vrouw bewuste loos op den grond liggen, terwijl op de ca napé een man bewusteloos lag. Beiden wer den door den inmiddels gealarmecrden Ge neeskundigen Dienst naar het Ziekenhuis aan den Coolsingel vervoerd. De man bleek te zijn een Duitsch scheepstimmerman, die reeds gerulmen tijd in Rotterdam verblijf houdt. De toestand van beide slachtoffers, vooral van den man is zorgwekkend. Men heeft nog niet kunnen uitmaken wat dc oorzaak van het ongeluk is. TWIST TUSSCHEN TWEE VROUWEN IN ROTTERDAM. EEN VAN HEN ERNSTIG GEWOND. De 25-jarige mej. K. G. D. te Rotterdam, had een liefdesbetrekking aangeknoopt met een kellner aldaar. Deze laatste scheen op de voortzetting daarvan geen prijs te stel len en ging samenwonen met de 20-jarigè mej. J. C. K.. Mej. D. ging daarop naar mej. "K. toe, waarbij een woordenwisseling ontstond en mej. D. laatstgenoemde een klap met een bierflesch op het gezicht gaf, meldt de Tel. In het ziekenhuis aan den Coolsingel werd het slachtoffer verbonden. Later kwam mej. D. weer terug. Haar tegenstandster lokte haar naar boven. Toen mej. D. in de kamer was, deed mej. K. de deur op slot. Opnieuw begon een ruzie, welke ten slotte zoo hoog liep, dat mej. D. haar mede-minnares met een mes een steekwonde toebracht in den linkerarm en een snijwond aan de bovenlip. Ernstig gewond is het slacht offer naar het ziekenhuis gebracht. Mej. D. is in bewaring gesteld. (Onderstaande berichten zijn reeds In een deel van de vorige oplaag opgenomen.) LAGER, MIDDELBAAR EN VOORB. HOOGER ONDERWIJS DE VERBANDSCOMMISSIE. In de commissie tot bevordering van de aaneensluiting van hei, Lager- aan het Mid delbaar- en Voorbereidend Hooger Onderwijs zijn door Burgemeester en Wethouders met ingang van 1 Januari 17 leden benoemd. Permanent lid daarvan zijn: a. de heeren Dr. C. Spoelder, Ir. W. C. G. H. van Mourik Broekman, Dr. A. D. Donk, Ir. M. Voorzanger en mej. J. Berdenis van Berlekom, en de voorzitter van de Plaatselijke Commissie van Toezicht op de Scholen voor M.O. en L.O. Voorts zijn benoemd tot leden voor 2 jaar de heeren H. Cransberg, Th. M. J. Donker sloot, J. A. L. Doyer, hoofden van opleidings scholen, E. ten Broeke, H. van Leeuwen en B. J. te Kiefte hoofden van 7 klassige Openb. Scholen, H. Bijkerk en W. J. Speller, hoofden van bijzondere scholen en voor het jaar 1930 de heeren W- Barneveld onderwijzer aan school 18 en L. van Berkel, dito aan school 37. PROF. IIAZEU OVERLEDEN. In Wassenaar is op 59-jarigen leeftijd overleden prof. dr. G. A. J. Hazeu. oud-hoog leeraar in de Javaansche Taal- en Letter kunde aan de Leidsche Universiteit. G. A. J. Hazeu werd op 28 Augustus 1S70 te Amsterdam geboren. Hij bezocht het Gym nasium te Arnhem, studeerde te Leiden cn promoveerde aldaar op 30 Januari 1897 op een proefschrift, getiteld: „Bijdrage tot de kennis van het Javaansch tooneel". Na zijn promotie werd hij leeraar in het Javaansch aan het Gymnasium „Willem III" te Batavia. In 1910 werd hij directeur van Onderwijs en Eeredienst in Indië. Na een kort buiten- landsch verlof in 1914 werd hij na zijn terug komst in Indië regeeringscommissaris voor Inlandsche Zaken en deed zich toen kennen als een der vurigste voorstanders van de z.g. ethische richting. In 1920 werd hij hoog leeraar te Leiden als opvolger van prof. Jon ker. In verband met zijn zwakke gezondheid legde hij het hoogleeraarsambt in Septem ber 1928 neer. Uit het Engclsch van ARCHIBALD EYRE. 9) „Daarom stolde ze zooveel belang in mijn zwarte koffer!" riep mevrouw Hammings ont hutst. „Nu begrijp ik haar gedienstigheid. George, die koffer zie ik nooit terug!" „Misschien vergis ik me wel", zei George, vol spijt dat hij zijn verdenking er zoo on doordacht had uitgeflapt. „Ik weet het ten slotte niet zeker, maar meer kan ik u niet zeggen". „Geen wonder dat ze zoo rijk gekleed is", peinsde mevrouw Hemmings hardop. Ze vond de scnsationeele veronderstelling van haar zoon veel te mooi, om daarvan weer goed schiks afstand van te doen. „O. George wat moeten wij vanavond met ons zilver doen!'. „Hoe weet u dat zij naar Woollacombe 8a,?Dat heeft ze me zelf verteld, dat zei ik je toch al. Ze gaat logeeren in die lunchroom in High Street. Zo luistert natuurlijk de ge sprekken van de bezoekers af en komt op die manier het een en ander over grendels en sloten te weten. Als we ln Woollacombe zijn, gaan we dadelijk naar de politie'. Mevrouw Hemmings' romantische fantasie werkte thans koortsachtig. „Neen. neen", riep George verschrikt. ..tk heb tenslotte geen ^üdoende grond voor mijn beschuldiging. Hoe meer Ik er over nadenk, hoe meer ik overtuigd ben. dat ik mij waar schijnlijk vergis. Zij heeft eerlijke oogen; bc- roepsmisdadigsters hebben meestal geen kuiltjes in de wangen. En hebt u dien glans gezien die over haar haar ligt?" „Neen", antwoordde zijn moeder streng. „Maar dat kan ze wel met een of ander che mische stof doen. Het doet mij leed dat je zooveel aandacht hebt geschonken aan haar uiterlijk. Ik kan er gewoon om huilen". George trachtte zijn moeder luchtigjes- weg te troosten. I-Iij was een knappe jonge man met een prettig, jongensachtig gezicht. Hij was buiten opgevoed, onder het onaf gebroken gezicht van zijn bedilzieke moeder cn bezat nog niets van de wereldwijsheid die de meeste menschen pas door pijnlijke on dervinding verkrijgen. De eenige belangrijke gebeurtenis in zijn jonge leven was de nacht, dien hij in de gevangenis had doorgebracht, verdacht van inbraak en het was niet ver wonderlijk. dat dc onverwachte weder ver schijning van het jonge meisje, dat de oor zaak was geweest van zijn gevangenneming, hem met ontsteltenis vervuld had. Maar toen hij den eersten schrik te boven was, maakte die ontsteltenis langzamerhand plaats voor een vaag gevoel van welbehagen. Een jon geman. immers die eenvoudig en ver van het gewoel der wereld opgevoed is en die het le ven nooit anders dan uit het gezichtspunt van zijn moeder bekeken heeft, is nu een maal ontvankelijker voor vrouwelijke be koorlijkheden dan minder streng-opgevoede jongelui. „Neen, moeder", zei hij op beslisten toon, na een lange pauze die alleen maar onder broken was door het snikken van mevrouw Hemmings. „U zult niets van dien aard doen. Ik zal zelf alle noodige maatregelen nemen, als dat noodig blijkt te zijn". „Ik kan niet toelaten", klaagde mevrouw Hemmings door haar tranen heen dat de heele streek bestolen wordt, zonder dat er tegen wordt gewaarschuwd". „Maakt u zich maar niet bezorgd", ant woordde George. „Ik zal den loop van de gebeurtenissen afwachten en als het oogen- blik komt, zal ik heusch niet aarzelen om toe te slaan". Mevrouw Hemmings was onder den Indruk door de ongewone beslistheid van haar altijd zoo volgzamen zoon. „Maar je mag je eigen veiligheid toch niet niet in dc waagschaal stollen om de schul dige te ontmaskeren. Wij betalen zooveel be lasting' dat, de beambten, die daarvoor sa laris ontvangen, dergelijke gevaarlijke werk jes kunnen opknappen". „Dat zulen zc ook heusch wel doen", zei George op geruststellenden toon. „Maar la ten we nu niet verder over dit pijnlijke on derworp praten." Toen mevrouw Hemmings en haar zoon in Woollacombe uit den trein stapten, greep de oudere dame verschrikt George's arm. „Kijk George", riep ze, buiten zichzelf van opwinding, terwijl ze naar een bulletin van een van de plaatselijke bladen wees. George las het vet gedrukte opschrift met gefronste wenkbrauwen: INBRAAK OP KASTEEL nARSMORE. DE DIADEEM VAN DE GRAVIN GESTOLEN! „Arme Lady Harsmore!" zuchtte mevrouw Hemmings. Ze was doodsbleek geworden. „Het is wel heel toevallig!" mompelde George. „Zou ze hierheen zijn gekomen om haar medeplichtigen te ontmoeten?" „Mijn instinct zegt me wat ik van dezen diefstal moet denken!" zc zijn moeder. „O, George, in wat voor poel van misdaad en ge meenheid zijn we tc land gekomen! We moe ten zorgen, dat haar bagage onderzocht wordt!" „Stil toch, moeder". „Kijk, daar is ze! Ze staat bij mijn zwarten koffer. O, George, red dien tenminste!" Maar daar haar zoon geen aanstalten maakte om te doen wat ze hem zoo opge wonden verzocht, snelde mevrouw Hemmings in hoogst eigen persoon naar de groep reizi gers die bij den bagagewagen op hun kof fers stonden te wachten en met beide han den omklemde ze haar dierbaar bezit, terwijl ze Lilian tartend aankeek. „Wat is ze toch bezorgd voor dien koffer", dacht Lilian, die zich glimlachend een eindje van dc groep verwijderde, om een witkiel orders te geven om haar bagage in ontvangst te nemen. Zij keek onzeker om zich heen of haar tan te er ook was; een welgedane dame met een blozend vriendelijk gezicht kreeg haar in het oog en kwam op haar toe. „Ik geloof dat ik weet wie je bent, Lilian Turner, natuurlijk", zei ze opgewekt, „je lijkt sprekend op je lieve moeder". „Dus u bent tante Martha?" vroeg Lilian. „Juist, lieve kind. geef me maar gauw een zoen". „Wat vriendelijk van u om zelf te komen", zei Lilian na een stevige omhelzing. „Wat moet ik met mijn bagage doen?" „Daar zal John wel voor zorgen". Zij wees naar een jongen in een met meel bestoven costuum, die verlegen aan zijn pet tikte. „Mijn karretje staat buiten, daar kan hij ze opladen, ik woon niet ver van het station; we behoeven alleen High Street maar af te len. Maar lieven kind, wat vind ik het toch heerlijk om de dochter van mijn zuster te zien en te merken dat zij zich niet te deftig voelt om bij mij te komen logeeren". Het ontging Lilian niet dat de jonge Hem mings naar hun gesprek stond to luisteren. „Ik vind het heerlijk dat u mij hebben wilt", antwoordde het meisje hartelijk. „Ik ben zoo blij, dat ik uit Londen weg ben. Als u eens wist hoe ik naar het rustige buiten leven verlangd heb". „Je hebt zeker een erg drukken tijd gehad, maar dat moet je me later maar eens ver tellen". Lilian keek torsluiks naar George en vroeg zich af waarom mannen zoo zelden kunnen luisteren zonder dat het in de gaten loopt, een kunst die vrouwen zoo uitstekend ver staan! John had inmiddels de bagage opgenomen en liep het perron af. Lilian's blik viel op het aanplakbiljet. „Lieve hemel", riep ze uit, „de diadeem van de gravin van Harsmore gestolen! Dat is gewoon een prachtstuk!" „Heb je dien dan wel eens gezien?" vroeg haar tante geïmponeerd. „O ja, ik ken de gravin heel goed." Zij wierp een snellen blik op haar tante, want ze was bang, dat deze haar opmerking erg blufferig zou vinden, maar haar vrees was ongegrond. „O ja", vroeg ze alleen maar. „Je ontmoet zooveel verschillende men schen in Londen", legde Lilian verontschuldi gend uit. Zij had zich overtuigd, dat me vrouw Hemmings uit de buurt was. ,Jk vind het erg jammer voor haar", bab belde tante Martha". Ze is pas een paar we ken geleden op het kasteel teruggekomen. Het was een heele poos aan een Amerikaan- schen millionair verhuurd. Ze zeggen dat zij niet zoo heel veel geld meer heeft, maar dat zul je wel weten als je haar kent". .(Wordt vervolgd.^

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1929 | | pagina 6