FLITSEN
De Internationale Loonregeling.
STADSNIEUWS
onzE groemtue^
FEUILLETON
De Gestolen Diadee,m
HAARLEM'S DAGBLAD
ZATERDAG 7 DECEMBER 1929
Heeft de voorgenomen actie kans op succes?
Het standpunt der arbeiders
voorheen en thans.
Door ARTHUR PUGH; secretaris van de
Britsche Federatie van ijzer- en staalhande-
laren; vroeger president van het Congres van
vakvereenigingen.
De loonen en arbeidsvoorwaarden in de
Industrie verschillen belangrijk in de onder
scheiden landen en, daar andere dingen ge
lijk zijn verschillen ook de algemeene ar-
beidsonkosten van een bepaalde industrie.
Hoogere loonen beteekenen evenwel niet
noodzakelijk verhooging van de totale onkos
ten voor de loonen; de graad van de produc
tie en de hoeveelheid arbeid die voor die
productie noodig is geweest zijn ook belang
rijke factoren.
Toch blijft het feit bestaan dat, in het al
gemeen gesproken, de loonen op het vaste
land lager zijn dan in Groot-Brittannië, zij
zijn in Frankrijk, België en Polen lager dan
in Dultschland en zij zijn in Engeland lager
dan in Amerika. Er zijn hiervoor verschillen
de redenen. Het is gedeeltelijk een quaestie
van methode en betallngsysteem; ook is de
koopkracht van de loonen in de betrokken
landen van veel invloed. Een onverander
lijke loonstandaard bijvoorbeeld, die niet
verbetert naarmate de productie toeneemt,
zal de arbeidsonkosten op een laag peil hou
den terwijl daar, waar de loonen ln overeen
stemming worden gebracht met de produc
tie, een neiging tot stijging van den loon
standaard bestaat, ofschoon de eigenlijke
loonstandaard, berekend per productie-een
heid misschien dezelfde zal blijven. Stuk
werk zal de verdiensten doen stijgen in ver
houding tot de toenemende productie, zooals
we dat in Amerika zien gebeuren.
Deze internationale verschillen in loonen
en arbeidsvoorwaarden moeten zooveel mo
gelijk verdwijnen zoodat geen industrie lijdt
onder lage loon- en arbeidsvoorwaarden in
een concurreerend land. Mijns inziens is in
ternationale actie noodzakelijk als middel
om een internationaal peil van arbeidsvoor
waarden te bereiken.
De vraag is gesteld of zulk een actie mo
gelijk en practisch uitvoerbaar is.
Terwijl misschien een internationale 1 o on-
regeling niet mogelijk is, is toch zulk een
regeling van arbeids- en sociale toestanden
die tenslotte de loonen bepalen wèl mo
gelijk, met goeden wil. Dit is inderdaad het
doel der Internationale Arbeidsorganisatie.
Maar het bereiken van internationale over
eenkomsten betreffende arbeidsvoorwaarden
is weer iets anders dan de practische toepas
sing er van, in 't bijzonder wanneer die taak
wordt gelegd op de schouders van regeerin
gen, die niet sympathiek staan tegenover de
arbeiderspartijen.
Neem bijvoorbeeld de overeenkomst van
Washington van 1929 betreffende den acht-
urigen werkdag. Deze overeenkomst is voor
waardelijk bekrachtigd door Frankrijk, Ita
lië en Duitschland, maar de voorwaarde was,
dat de overeenkomst ook door de Britsche
regeering zou geratificeerd worden en daar
deze regeering belangen vertegenwoordigde,
tegengesteld aan de overeenkomst, was het
niet waarschijnlijk dat deze officieel zou
worden aanvaard.
Dezelfde beschouwing is van toepassing op
algemeen economisch terrein. Het Is niet ge
noeg dat vertegenwoordigers van de indus
trieën in de verschillende landen te zamen
komen en tot een onderlinge overeenkomst
geraken op een economische wereldconferen
tie: de onderscheidene regeeringen moeten
ook bereid zijn de overeenkomst te bekrach
tigen en de wetgeving daarnaar in te rich
ten.
Op 't oogenblik hebben wij te Genève de
instellingen, bij internationale overeenkomst
totstand gebracht met den vrede van Ver
sailles en waarvan het doel is te bevorderen
dat de landen het onderling over deze quaes-
ties eens worden en de arbeidskrachten in
de geheele wereld leggen een steeds groeien
de belangstelling voor den Volkenbond aan
den dag. In deze richting moeten wij een ge
concentreerde actie zoeken.
Er bestaan onderscheidene internationale
arbeidersorganisaties, maar een internatio
nale vakvereeniging kan niet alleen het ge-
wenschte resultaat bereiken. In 't algemeen
genomen hebben die organisaties opvoeden
de kracht; zij brengen de vertegenwoordi
gers van de arbeiders In de verschillende lan
den bij en tot elkaar en stellen hen in staat
hun gemeenschappelijke vraagstukken te
bestudeeren in verband met de verschillende
omstandigheden in de verschillende landen
en zij geven aanleiding tot een zekere één
heid op het gebied der politieke en tot een
goed begrip van elkanders moeilijkheden,
maar als organisaties om een internationaal
peil van arbeidsvoorwaarden in de industrie
in 't leven te roepen zijn zij niet voldoende
en haar arbeidsveld is te begrensd in aan
merking genomen de wijze waarop de dingen
zich in onzen tijd ontwikkelen.
Ik geloof dat er reden is om aan te nemen
dat de arbeiders beginenn in te zien dat het
een te beperkt standpunt is, zich alleen te be
palen bij vraagstukken betreffende loonen en
arbeidsduur.
Er valt in onzen tijd een neiging bij de ar
beiders te bespeuren zich bezig te houden
met vragen van een breedere economische
strekking. En terecht. De arbeiders hebben
dat in het verleden niet kunnen doen, om
dat zij de erkenning van hun positie in het
nationale en internationale leven niet als
een recht hebben opgeëischt.
Langs dezen weg zal hun beleid zich ont
wikkelen en zoo zal het mogelijk zijn een ge
zaghebbende internationale regeling te ver
krijgen voor de arbeidstoestanden in de in
dustrie.
Wat den arbeidsduur betreft bestaat er
geen groot verschil tusschen den arbeidstijd
in Engeland en dien in de landen van het
vasteland. Het verschil is over 't algemeen
niet grooter dan vóór den oorlog en in den
tegenwoordlgen tijd bestaat de neiging de
verschillen die er nog zijn, zoo klein moge
lijk te maken. In Dultschland bijvoorbeeld
voeren de arbeiders, gedeeltelijk ook door de
toenemende populariteit van alle takken van
sport, een actie voor den vrijen Zaterdag
middag en deze is nu opgenomen in het pro
gram der Duitsche vakvereenigingen. Bo
vendien is er dit verschil, dat behalve bij
de mijnen en de spoorwegen de arbeids
duur in Engeland wordt bepaald door een
overeenkomst tusschen de werkgevers en de
werkliedenorganisaties terwijl de arbeids
duur op het vasteland in de wet wordt vast
gelegd en het voeren van een politieke actie
noodig is voordat herziening of verbetering
kan plaats hebben. Aan den anderen kant
kunnen herzieningen getroffen worden waar
tegen een van beide partijen bezwaar heeft
en waardoor wrijving ontstaat.
(Nadruk verboden).
INGEZONDEN MEDEDEELINGEN
a 60 Ct» per regeL
Eindelijk het middel gevonden
tecren overtollig vet.
Eindelijk na vier jaar zoeken, het middel
gevonden, dat afdoende helpt tegen over
matig vet. Het is de kleine, dagelijksche dosis
Kruschen Salts!
„Na vier jaar voortdurend zoeken en na
veel geld verspild te hebben aan allerlei
medicijnen, heb ik tenslotte het middel
ontdekt om mijn gewicht te verminde
ren zonder gevaarlijke nawerking
Kruschen Salts". W. B. L.
Origineele brief ter Inzage.
Dit schreef ons een man, die van alles ge-
nrobeerd had zonder resultaat. Kruschen
Salts doet geen wonderen, maar door zijn
bijzondere eigenschappen wekt het lever,
nieren en ingewanden op tot betere werking,
waardoor schadelijke stoffen uit het lichaam
verdreven worden en het bloed krachtiger
gaat stroomen. Spoedig zult ge U gezonder,
flinker en energieker voelen, stralend van
levenslust en opgewektheid.
KRUSCHEN SALTS is verkrijgbaar bij alle
apothekers en drogisten a 0.90 per flacon.
De groote flesch a 1.60 bevat 3 maal den
inhoud van de kleine flacon.
Imp.: N.V. Rowntree Handels Mij., Keizers
gracht 124. Amsterdam C.
IJSCLUB VOOR HAARLEM EN
OMSTREKEN.
VERBETERINGEN EN PLANNEN.
Er wordt een strenge winter voorspeld.
Wij kunnen mededeelen dat het bestuur
der IJsclub voor Haarlem en omstreken zich
niet bij verrassing zal laten nemen. Alles is
aan de Kleverlaan in gereedheid gebracht
om den wintervorst te ontvangen.
Herhaaldelijk kwamen er klachten bij het
het bestuur in dat de klnderbaan te klein
was. Daarin is thans voorzien. De „jeugd-
baan" heeft nu een mooie oppervlakte en er
zal ook zorg worden gedragen dat alleen de
jeugd van deze baan gebruik maakt. Verder
bestaan er plannen voor een' afzonderlijke
tint voor de kinderen; zeer waarschijnlijk
zullen deze plannen wel uitgevoerd worden.
Dan komt er een groote klok op de ijs-
baan, hetgeen zeker het gevoel van gezellig
heid en huiselijkheid, dat ledereen al op
onze ijsbaan heeft, nog zal verhoogen. Deze
klok is een geschenk van den eere-voorzitter
der IJsclub, jhr. A. Bas Backer, burgemeester
van Bloemendaal.
Gp het eerste gedeelte van het midden
terrein komt nu de kunstrijbaan en ongeveer
op 1/3 van de baan, van de tent af gere
kend, een afgezette IJshockey-baan.
De mogelijkheid bestaat dat de Belgen
uit Antwerpen, die verleden jaar zulk een
attractie vormden, ook dit jaar weer zullen
komen. Zij zouden dan op een Zaterdag
naar de Haagsche en op den daarop volgen
den Zondag naar de Haarlemsche IJsclub
komen.
Men ziet dus dat het bestuur der IJsclub
doet wat het kan om de IJsclub steeds beter
en aantrekkelijker te maken.
De plannen voor het IJshockey te spelen
door de leerlingen der middelbare scholen en
het gymnasium nemen al vasteren vorm aan.
De heer II. L. Warnier, Inspecteur der Licha
melijke Opvoeding alhier, heeft zich bereid
verklaard, de leiding van het geheel op
zich te nemen. Op het oogenblik zijn al vijf
scholen: de Midd. Technische School, de
Rijkskweekschool voor Onderwijzers, het
Kennemer Lyceum, het Gem. Lyceum en het
Gymnasium zeer enthousiast voor deelne
ming.
De voorzitter van de IJsclub, Jhr. Boo-
gaert, heeft een Belgisch IJshockey regle
ment kunnen machtig worden en dat uit het
Fransch in het Nederlandsch vertaald. Dit
reglement zal in druk verschijnen en tegen
kostprijs verkrijgbaar zijn.
Het kan misschien geen kwaad, mede te
deelen, dat dit jaar geen IJshockeystokken
meer beschikbaar gesteld zullen worden, daar
deze te veel worden vernield. De liefheb
bers moeten zelf voor hun stokken die
trouwens zeer goedkoop verkrijgbaar zijn
zorgen.
Nu is dus alleen het wachten op vorst!
DE VERBREEDING VAN DEN
ZIJLWEG.
BOUWVERBOD EN ONTEIGENING
Bij raadsbesluit van 25 Juli 1928 zijn ver
schillende strooken grond aan den Zijlweg
aangewezen, als in de naaste toekomst te
zijn bestemd voor straataanleg.
Intusschen zijn verschillende van die
strooken grond door de gemeente aange
kocht. Aankoop van drie strooken grond kon
niet plaats hebben omdat voor de betreffen
de perceelen een te hooge koopprijs werd
gevraagd.
Naar de meening van B. en W. is het ge-
wenscht, dat zoo spoedig mogelijk wordt
overgegaan tot onteigening van de betrokken
perceelen of perceelsgedeelten overeenkom
stig titel IV van de Onteigeningswet. In
middels dient echter het bouwen of herbou
wen op de voor straat bestemde strooken
grond te worden voorkomen.
Met het oog daarop stellen B. en W. den
raad voor te besluiten tot vaststelling van
een verordening tot het leggen van een
bouwverbod op vorenbedoelde strooken
grond.
Dit zijn Kad. Sectie A 1681 groot 358 M2.
waarvan 40 M2 noodig is voor straataanleg.
Eigenaresse is C. Gaykemavan Duivenbode.
A. 1551 en 4432 groot respectievelijk 318 en
129 M2, waarvan 105 en 6 M2 noodig zijn
voor straataanleg. Eigenaar is J. Viets.
N AZ ORG VERLOTING.
Ten behoeve van de Haarlemsche Nazorg
fondsen werd dit jaar een groote
verloting gehouden. De trekking heeft 20 De
cember door notaris J. Wildschut plaats in
het gebouw van den Haarl. Kegelbond.
Totaal werden 20.000 loten van 25 ct. uit
gegeven, terwijl het batig saldo ongeveer
f 4000 zal bedragen.
VAN HAARLEM-S DAGBLAD No. 1520
ST. NICOLA A SWEE.
Je komt na vol
brachte dagtaak in de
hulskamer om rustig
de krant te lezen
en vindt Mientje's ca
deautjes op Je stoel
je neemt een anderen
moeder merkt op dat
-ze dien stoel noodig
heeft omdat het
vouwbeen dat tante
Martha gestuurd
heeft verdwenen is en
zij de naden wil na-
de schommelstoel
blijkt in beslag geno
men te zijn door
doozen papier en
touw
de stoel in den heek
is bestemd voor Jan's
cadeaux
je gaat terug naar
den stoel-met-het-
vouwbeen tot moeder
je eraan herinnert
dat ze dien nog moet
nazoeken
en je beëindigt je lec
tuur tenslotte onge
stoord op de eerste
tree van de trap
(Nadruk verboden).
VERGADERING VAN DEN IJSBOND
HOLLAND'S NOORDERKWARTIER.
De afdeeling Haarlem van den IJsbond
Holland's Noorderkwartier hield in hotel De
Leeuwerik Vrijdagavond een ledenvergade
ring, onder voorzitterschap van mr. J. D. v. d.
Plaats. De opkomst was zeer gezing.
De secretaris mr. Vaillant, herinnerde na
tuurlijk in zijn jaarverslag aan den zeer
strengen winter. De Amsterdamsche vaart
was in Februari in exploitatie, doch met het
oog op de financiën alleen Zaterdags en
Zondags.
De rekening en verantwoording van den
penningmeester den heer Baart de la Faille
werden goedgekeurd. De kas staat er niet
slecht voor. Het totaal bedraagt f 490.85. Ook
met het ledental staat de afdeeling er goed
voor, het bedraagt 73.
De heeren mr. Vaillant en dr. A. AE. S.
Sluyterman werden bij acclamatie herkozen
tot bestuursleden.
Tot afgevaardigde naar de algemeene ver
gadering te Alkmaar werd aangewezen de
heer Baart de la Faille. Hem werd opgedra
gen als plaats voor de volgende vergadering
niet Haarlem voor te dragen doch Amster
dam.
De voorzitter klaagde er over dat er in
de afdeelingen een streven Is om zelfstandig
wedstrijden, en nog wel zeer onbeduidende,
te gaan organiseeren terwijl het doel van
den Bond, het uitzetten van goede banen
voor tochten, voorbij gezien wordt. Dezen
winter heeft de heer v. d. Plaats overal weg
wijzers gemist, hij heeft den indruk gekre
gen dat de Bond niets doet.
Na nog eenige discussies over dit punt
werd de vergadering gesloten.
GEVONDEN VOORWERPEN EN DIEREN.
Terug te bekomen bij: Ruyzenaar, Hyr. v.
Alphenstraat 38, bril. Vernout, Papaver
straat 8. borstel v. stofzuiger. Heule, Zijlweg
192. bril. Bur. v. Politie. Smedestraat. cein
tuur. Scheepers, Soutmanstraat 29, das- Ver
nout. Papaverstraat 8, dasspeld. Prinsen, v.
Berensteijnstraat 32, halsband. Verhagen.
Heerensingel 99. handsohoen. Postkantoor.
Ged- Oudegraoht, handschoenen, v. Kessel.
Anthoniestraat 67. handschoen. Kennel
Fauna, herdershondje, gebracht door: Wit-
hamer. K. v. Manderstraat 32: grijze kat, ge
bracht door Milatz, Spaarndammerweg 56.
Vos. Oostindischestraat 106. kerkboek RK.
Spook, Leidschestraat 112, muts. Greeuw,
Spaanschevaartstraat 112, idem. Coers,
Kloosterstraat 65, portemonnaie met inhoud.
Bur. v. Politie, Smedestraat, portemonnaie.
Beljon, Tugelastraat 41, Idem met inhoud.
Aanholt, Meidoornplein 8, idem. De Bruin,
Zuidpolderstraat 15, idem. Postkantoor, Ged.
Audegraoht, parapluies. Vogelenzang, Groote
Houtstraat 28, boeken. Bode Stadhuis, plaat
je met letters, v. d. Einde, Bilderdijkstraat
17rd-, rijwielbelastingmerk. Koelemeijer,
Houtvaartpad 194, idem. Strijker, Karolin-
genstraat 18, idem. Bode Stadhuis, ring.
Oukers, Bosch en Hovenstraat 130, rozen
krans. Bur. v. Politie, Smedestraat, sleutels.
Sanders, Javastraat 23, tasch met inhoud.
Werding, Twijnderslaan 25, tasch.
GEMEENTEVERSLAG.
Gisteren verscheen het verslag der gemeenté
over 1928.
Het jaar 1929 is bijna verstreken, zoodat
het gemeentebestuur geen hulde gebracht
kan worden voor een vlugge verschijning!
Veel nieuws is uit het verslag trouwens
niet op te diepen nu in den loop der
laatste maanden reeds verslagen van ver
schillende bedrijven en takken van onder
wijs verschenen zijn. Bovendien worden de
belangrijkst feiten geregeld verwerkt in de
statistische gegevens die de gemeente uit
geeft.
Wij willen nog even herinneren aan de
volgende zaken.
De bevolking vermeerderde in 1928 met
1130 mannelijke en 1063 vrouwelijke ingeze
tenen, totaal 2193.
Op 31 December 1928 bedroeg de bevolking
54,989 M., 60.508 vr., totaal 115.497.
In 1928 werden 834 huwelijken gesloten,
tegen 761 in 1927.
Op 15 Mei 1928 telde de kiezerslijst 61,834
kiezers voor de Tweede Kamer, 60,286 voor
de Prov. Staten en 57,799 voor den Gemeen
teraad.
De oppervlakte van het blijvend grasland
(wei- en hooiland) was in 1928: 1,097,56 HA.,
van den tuingrond 195.54 HA., waarvan
140.04 HA. bloembollengrond.
De bouw van een school voor Voorberei
dend Lager Onderwijs aan de Marnixstraat
werd in 1928 niet uitgevoerd en is, zooals
bekend, nog niet uitgevoerd.
DIM5DA6
DONDERDAG
ZATERDAG 1
Uit het Engelsch van
ARCHIBALD EYRE.
„Voelt u zich dan soms als mijn gouver
nante?" vroeg George.
„Gouvernante of goede engel of een meng
sel daarvan, net zooals u wilt."
„Zeker door u zelf aangesteld?"
„O neen, heelemaal niet. Vrijwillig zou ik
nooit zoo'n ondankbare taak op mij geno
men hebben".
„Mag ik dan vragen wie uw belangstelling
in mijn bescheiden persoontje opgewekt
heeft?"
Lilian schudde het hoofd. „Op het oogen
blik mag ik dat nog niet zeggen, misschien
vertel ik het u later wel, tenminste als u
vorderingen maakt".
„Welke fouten van mij stelt u zich voor
te verbeteren?"
„Voornamelijk één".
„En die is?"
„Zoetsappigheid 1"
Hij zette groote oogen op. „Ik begrijp niet
wat u bedoelt".
Zwijgend speelde zij een poos ver>rr en
Lilian bleef aan de winnende hand. Pas toen
de vijfde en zesde „hole" gespeeld waren,
begon George weer te spreken.
„Ja", zei hij plotseling, „ik geloof dat ik
weet wat u bedoelt. U vindt mij een melk
muil, die achter zijn moeders boezelaar aan
loopt, een zoete jongen zonder fut".
„Werkelijk, meneer Hemmings, ik moet u
ge'lukwenschen met uw zelfkennis"
Hij liep norsch verder; toen bleef hij stil
staan. „Maar u hebt ongelijk en ik zal u be
wijzen dat u zich vergist. Wat is de inzet?"
„Ik meen dat u straks gezegd hebt dat u
niet. om een inzet speelt?"
„Ik ben van gedachten veranderd".
„En wat is die inzet dan?"
Zijn eerlijk jongensgezicht werd vuurrood.
„Een kus".
„O!" Lilian was echt geschrokken, zij keek
om zich heen om zich te overtuigen of de
jochies buiten gehoor waren.
„Nu, is het afgesproken?" Hij kwam vlak
bij haar en raakte haar arm aan; zijn ge
zicht glom als een spiegel. „U hoeft niet te
doen alsof u geschrokken bent, want dat kan
mij niets schelen".
Lilian ging een stap achteruit en keek hem
ontsteld aan. „U bent geloof ik, plotseling
krankzinnig geworden. Die arme moeder
van u!"
„Wat kan mij mijn moeder schelen! Ik
zal u bewijzen dat ik een man ben".
„Door te toonen dat u géén heer bent?"
Zijn gezicht betrok, haar opmerking was
een raak schot geweest. „Ik heb geen recht
om tegen een onbeschermde dame te spre
ken zooals ik tegen u heb gesproken", mom
pelde hij oeschaamd.
„Ik ben niet heelemaal onbeschermd", zei
Lilian, terwijl zij naar haar golfstokken
wees, maar het is een feit dat u zich niet
behoorlijk hebt gedragen".
„Wilt u naar het clubhuis teruggaan?"
vroeg hij onderworpen.
„Zooals u wenscht", antwoordde Lilian met
eenige aarzeling. Inwendig amuseerde zij
zich kostelijk en ze voelde er niets voor om
nu al een eind aan het spel en het gesprek
te maken.
„Ik geef er de voorkeur aan om den wed
strijd uit te spelen, want het zal een goede
les voor u zijn, als u verslagen wordt door
de vrouw die u beleedigd hebt".
„Vooruit dan", riep hij uitdagend, „en ver
sla me als u kunt".
„Op één voorwaarde", zei Lillian, „als lk
dezen wedstrijd win, moet u mij de belofte
geven dat u nooit meer tegen me zult spre
ken".
Hij werd vuurrood. „Ik stel dezelfde voor
waarde van mijn kant. De hemel weet dat
dit spel geen pretje voor me is!"
Hij sloeg een bal een flink eind weg.
„Het eenige schot dat u vandaag gehad
hebt", zei Lilian spijtig. „Kijk waar u mijn
bal naar toe hebt geslagen, tusschen een
hoop brandnetels. Mijn handen zijn overal
bezeerd", vervolgde ze bitter, „en het kan u
natuurlijk niets schelen".
Hij gaf geen antwoord en weer speelden ze
zwijgend verder. Beiden deden ze hun best,
doch alles wees er op dat Lilian de partij
zou winnen. Zij keerde zich om cn glimlachte
medelijdend. „De looden mantel der zwijg
zaamheid zal weldra om u zijn heengeslagen,
zeg nu uw laatste woord; het is uw eenige
kans".
„Mijn laatste woord is een dat ik niet kan
zepsen in gezelschap van een dame!"
Hij keek naar zijn bal die in het lange
gras lag. „Maar ik geef toch niet toe dat u
beter speelt dan ik".
De wedstrijd was op de laatste „hole" na
beslist. George nam zijn stok op en sloeg,
de bal kwam in beweging, rolde een helling
af en kwam juist in het gat terecht.
Hij staarde Lilian aan en zij hem.
„Wat een buitengewoon gelukje voor u",
riep ze, „nu zullen we toch nog gelijk spe
len".
Nu ging zij naar den bal toe. sloeg
en miste. Zij keek hem verbijsterd aan.
„Ik heb gewonnen", jubelde hij „en dat na
al uw bluffen en hoonen!"
Haar vernedering was onbeschrijfelijk. Zij
keerde zich om en liep met groote passen
naar het clubhuis; hij volgde langzaam.
„O," zei ze tegen zichzelf, „nu kan ik hem
niet eens vertellen hoe ik over hem denk!
Verslagen te zijn en dan nog te moeten
zwijgen. Waarom ben ik ook zoo dwaas ge
weest!"
In het clubgebouw ontmoetten zij mevrouw
Amherst, wier taak als assistente van haar
man blijkbaar al weer afgeloopen was. De
doktersvrouw informeerde belangstellend
hoe het spel verloopen was.
Lilian wees met haar hoofd in de richting
van het veld. „Daar komt meneer Hemmings
hij zal u er alles van vertellen; hij is er
vol van".
„O, dan is hij zeker de overwinnaar! Zij
glimlachte tegen den jongeman. „Hoe was
het?"
„Ik heb gewonnen maar het had een haartje
gescheeld of we hadden gelijk gespeeld",
antwoordde hij kort.
Mevrouw Amherst was oprecht verbaasd.
„Dat is een heele prestatie, juffrouw Turner.
Meneer Hemmings is een van onze beste
spelers".
„Ik moet nu naar huis", zei Lilian gejaagd.
„Ik ga uw kant uit, juffrouw Turner", ant
woordde de doktersvrouw, „wacht u even".
„Hebt u al een partner voor den wedstrijd
van de volgende week?" wendde ze zich tot
George. „Neen? Waarom vraagt u juffrouw
Turner dan niet, u zult samen een goed fi
guur maken".
„Het zou mij veel genoegen doen als zij
wilde".
„Ik speel niet op een openbaren wedstrijd,
mevrouw Amherst", zei Liüan haastig.
Mevrouw Amherst keek Lilian goedkeurend
aan, zij vond haar een bescheiden meisje,
die haar plaats kende. „Ik zal er niet verder
op aandringen als u liever niet wilt, maar
wilt u morgen meespelen? Mijnheer Hem
mings en ik zouden tegen Lord Harlsmore
en zijn moeder spelen maar Lady Harlsmore
heeft juist door haar zoon laten weten dat
zij zoo van streek is door den diefstal op het
kasteel, dat zij zich niet in staat voelt om
te komen. De jonge Harlsmore heeft mij
gevraagd een partner voor hem te zoeken".
„Ik doe het liever niet", zei Lilian.
„Ik sta er eenvoudig op", drong mevrouw
Amherst vriendelijk aan. „U mag ons spel
niet bederven".
„Is lord Harlsmore hier?" vroeg George.
„Ja, hij is in de rookkamer".
Mevrouw Amherst liep naar een deur en
opende die.
„Lord Harlsmore, ik heb een partner voor
u gevonden", riep ze, kom hier, dan zal ik
u voorstellen". Ze liep de rookkamer binnen.
George wendde zich naar Lilian. „Lord
Harlsmore", zei hij fluisterend, „is de zoon
van gravin Harlsmore, wier diadeem gesto
len is. Hebt u redenen om liever niet met
hem te spelen?"
Lilian keek hem met een hooghartigen
blik aan en draaide zich om.
„Ik vraag het alleen", ging hij haastig
voort, „omdat ik niet wil dat u in moeilijk
heden komt, Geloof mij
Mevrouw Amherst verscheen met den jon
gen lord.
„Lord Harlsmore, mag lk u juffrouw Tur
ner voorstellen, juffrouw Turner, Lord
Harlsmore".
Lilian wist het eerste oogenblik niet hoe ze
het had, want de jongeman, die haar werd
voorgesteld, was niemand anders dan de
jongeling met het engelengezicht en het ge
ruite pak, die den vorigen middag in de
lunchroom geweest was.
(Wordt vervolgd.)