MAGGI* FLITSEN HANDELSBLAD FEUILLETON De Gestolen Diadeem HAARLEM'S DAGBLAD DINSDAG 10 DECEMBER 1929 H. D.-VERTELÜNGEN (Nadruk verboden; auteursrecht voorbehouden). De Trein van zes uur dertig door MARJORIE BOWEN. Ze werd Pearl genoemd, maar heit woord drukte niet half de serene, p straling en onbevangen eerlijkheid uit, die van haar uitging. Over de slechtheid van do wereld verwon derde zij z'.oh altijd, met haar groote blauwe oogen wijd open van verbazing, maar zich afkeurend over lets uitla'en deed zij nooit. Als haar iets gemeens of wreeds onder de oogen kwam, schudde zij heftig haar korte, goudblonde krullen, en zei met haar tee re stemmetje: „Dat kan ik bijna niet gelooven." Men zei, dat een dergelijke natuur tot groote opofferingen in staat moest zijn. Het geen dan ook bleek. Toen Tim Ditton, de man waarmee Pearl verloofd was, als een onherstelbare invalide uit den oorlog terug kwam, glimlachte zij alle bezwaren tegen een huwelijk uit den weg. „Liefde moet iets sterks en groots zijn," zei ze zachtjes. „Heel sterk en heel groot. Na tuurlijk maakte het niet het minste verschil voor mij. Tim (dit heel verlegen) heeft mij noodlg". En dus trouwden ze; de bruidegom straalde van deemoedige dankbaarheid. Pearl zag er uit als een in blanke sluiers gehulde mar telares, en haar glimlach was zoo boven- aardsch en haar gouden krullen dansten zoo luchtig, dat ze wel een stralenkrans leken. Natuurlijk zeiden de menschen afschu- welke, minne kletskousen had je overal dat de opoffering nu niet zoo erg groot was; Pearl had geen sou en Tim Ditton was rijk rijk genoeg om zich een liefhebbende vrouw en een flinke staf van bedienden te veroorloven. En stiekum fluisterend, voegden ze erbij, dat Pearl al een aardig eindje op streek moest zijn „O, ze moet minstens dertig zijn," Maar Pearl, zooals dikwijls, had ge zegd: „Een opoffering is des te mooier, als •hij verkeerd begrepen wordt." De etherische glimlach werd veelvuldiger, en in haar dure kleeren zag ze er jonger, teerder en onschuldiger uit dan ooit. Een goede modiste is veel waard. Het is en blijft moeilijk om je een armoedige of slecht ge- kleede engel voor te stellen. Natuurlijk aanbad Tim haar; hij deed al zijn best om haar met allerlei dingen schade loos te stellen voor den echtgenoot in den rolstoel. Pearl legde hem altijd het zwijgen op met een vluchtige kus en een zilveren lachje. „Aoh, lieve ouwe dwaas, ik kan mezelf nu eenmaal niet anders maken dan ik ben". Mogelijk zuchtte ze even, heel even. Natuurlijk had Tim een uitstekende ver pleegster om hem op zijn wenken te bedie nen, en de bedienden waren volmaakt. „Ik wou zoo dolgraag zelf op hem passen", zei Pearl met een weemoedig gl mlachje. „Maar hij vindt het zoo afschuwelijk dus ik heb er niet verder op aangedrongen." Ze hadden een ideaal huis, van het soort dat van buiten oud lijkt en van binnen van alle moderne comfort is voorzien, en in den winter zouden ze naar Rivièra gaan: ze hadden veel kennissen en Pearl was zoo po pulair als een vrouw, die haar zieken man adoreert, maar zijn kan. Natuurlijk, zei ze tegen iedereen, moest ze erg voorzichtig zijn om dien armen goeden Tim niet te kwetsen dien armen Tim, die niets doen kon. INGEZONDEN MEDEDEELINGEN a 60 Ct«. per regeL DEZE MAAND GRATIS. g|j Zij, die zich thans als kwartaal- g| abonné opgeven, ontvangen het gH Handelsblad tot 1 Januari gratis. Hf Abonnement f 1.90 p. maand gj en 5-50 per kwartaal. Buiten Hg Amsterdam verhoogd met 20 SI cent per maand voor verzending. :-J Abonnementen op te geven bij het Bijkantoor Handelsblad (Wensing's Alg. Advert.-Bureau) TEMPELIERSSTR. 32 TELEFOON 10209 1 S „Ik moet heel, heel erg mijn best doen!" zei ze dapper, „hij is zoo gevoelig jullie willen me wel helpen, hè?" En ze hielpen allemaal, speciaal Amy Howard, aan wie alles, behalve haar naam, burgerlijk was. Ze chaperonneerde Pearl overal, tennis, dansavonden, pic-nlcs, tocht jes naar Londen. Tim was haar heel erg dankbaar. Pearl ook. „Het is zoo'n prettig gevoel voor Mr. Dit ton om te weten dat zijn vrouw een beetje plezier van haar leven heeft", zei Amy Ho ward. En iedereen spande genoegelijk samen om Mr. Ditton zooveel mogelijk van die prettige gevoelens te bezorgen. „Jullie zijn schatten", zei Pearl dikwijls met tranen in haar oogen, „jullie weten niet hoe een hulp jullie zijn." Ze was altijd zoo kinderlijk eerlijk geweest- „Het is een kruis, maar jullie maken het bijna mooi .Xaat het liever met diamanten bezetten en draag het op je jurk, in plaats van het zoo hijgend en steunend op je rug te torsen", zei Mrs. Howard, die soms hinderlijk vulgair kon zijn. Tim hield eigenlijk heelemaal niet van haar, maar hij moest toegeven, dat het erg aardig van Pearl was om altijd zoo met haar op te trekken; anders zou ze misschien te goede vrienden met een man ztfn geworden, bijvoorbeeld met dien artiest, die een eindje verder woonde en waar iedereen zoo mee op scheen te hebben. Tim had het land aan hem. Hij vond de manier, waarop hij Altijd naaT Pearl keek, afschuwelijk; hij vond hem ook geen prettig gezicht hebben; hoewel hij niet leelijk was, en tja, hij had al zijn ledematen nog. Pearl was overigens een schat, ze merkte, dat hij een „klein, piepklein beetje" jaloersoh was op Jack Tressider, en zei, dat ze voor geen geld wat met die lustigen jongeling te maken wou hebben. Niet lang daarna wist ze van hem gedaan te krijgen, dat hij haar met Amy Howard, ..en nog een stelletje", naar den schouwburg in Londen liet gaan. „Alleen Amy maar, Mr. en Mrs. Marriott, dat meisje Dunsford en Betty Kingston. Hè toe?" „Natuurlijk, lieveling. Maar zijn het niet erg vervelende menschen?" „O! Het is mij alleen maar om het tooneel- stuk te doen Een Indisch stuk is het; weet je wel, waar we een paar avonden geleden over praatten Opoffering. Het moet .zoo mooi zijn". „Zou het niet erg vermoeiend voor je zijn?" „O nee, als we den trein van zes uur dertig nemen, halen we het makkelijk. Dan kunnen we om elf uur dertig weer terug; Amy brengt me wel thuis, maar dan moet jij allang in slaap zijn, hoor!" Tim had haar nog nooit zoo mooi gezien als dien avond; heelemaal- in het wit, met haar parelen en haar hermelijnen jas. „Ik wou alles aandoen, wat ik van Jou ge kregen had", zei ze verlegen. Wat was ze toch een schat! Hij beek haar na, toen ze door het schemerduister weg wandelde. Mrs. Howard woonde maar een paar huizen van hem af. Dien avon$L liet Tim zich een eind den weg oprijden, want er was een onweér op komst, en het was drukkend. De verpleegster duwde hem voorbij Jack Tressider's villatje; hij was blij toen hij zag dat er licht in het atelier op was, want hij was eigenlijk een beetje bang geweest dat hij op het laatste oogenblik mee was gegaan. Maar nee, daar was zijn schaduw, en het licht ging net uit. Terwijl Tim's wagentje werd omgedraaid, ging het in een andere kamer weer aan; de gordijnen gingen dicht en even zag hij een vrouwenfiguur be wegen. Tim had altijd wel gedacht, dat Jack zoo'n vent was; een model of misschien niet eens een bah! Wat was hij blij, dat Pearl gezegd had. dat ze niets met hem te maken wilde hebben! Hij geloofde vast, dat zij het instinctief ge voeld had; hij herinnerde zioh, hce hij haar had hooren zeggen, dat Mr. Tressider dingen bon zeggen, die niet heelemaal comme il faut waren. Dien avond bracht de verpleegster hem naar bed als gewoonlijk, maar hij bleef wakker liggen tot hij de voordeur zachtjes hoorde open gaan, haar zachte voetstappen, de deur van haar slaapkamer open en dicht doen. „God zegene haar", zei hij en ging slapen. Zij was laat den volgenden ochtend, en toen zij hem zag slaakte zij een kreet van „Wat is er met Jou, lieveling? Je ziet er fataal uit!" Hij vouwde de ochtendkrant op en dronk zijn koffie op. „Ik? Niets, Pearl. Slecht geslapen. Vertel eens van het stuk". „Goddelijk! Je zou genoten hebben! O, het was prachtig!" „Vertel me er eens alles van". Levendig, vol enthousiasme beschreef ze den Inhoud, de spelers, de decors. „Het was zoo mooi, Tim, zoo verheffend. „Opoffering". Is hc^ niet vreemd, dat dat eene woord al het andere leelijk maakt?" De zachte blauwe oogen straalden; het gouden haar leek in de stralen van de mor genzon meer op een aureool dan ooit. „En Amy Howard? Hoe vond die het?" „Ach ja- Die arme Amy! Misschien heeft ze -.et toch niet heelemaal begrepen. Ze heeft niet geleden; ik geloof, dat alleen menschen die werkelijk geleden hebben, „Opoffering" zullen kunnen begrijpen!" Tim vouwde de krant nog eens dubbel en 'egde er zijn arm op; hij dronk een grooten slok koffie en had nog niets gegeten. „Was de reis prettig?" „Ja, best. Alleen is de zes uur dertig altijd erg vol". „Ik dacht, dat je hem gemist had". „Welnee, malle, dat is de eenige trein, waarmee je op tijd voor den schouwburg bent". „Dus een goeie reis?" „Ja heusch. Jou schat, om je daar zoo be zorgd over te maken. Bij Charing Cross pikte Mr. Marriott meteen een taxi op, dus we kon den direct door naar den schouwburg gaan". „Dat was een bof". „Geweldige bof!" riep ze opgewekt uit. „En ik heb heerlijk uitgeslapen. Maar jij stoutert. jij ziet er verschrikkelijk moe uit". „Wil je de krant hebben?" vroeg Tim, ter wijl hij haar open vouwde. „Jakkes nee! Ik haat kranten. Altijd vol met nare dingen". „Van morgen zul je hem nog wel erger gaan haten daan ooit". Zijn stem had een klank, die ze er nog nooit in gehoord had; haar zachte blauwe oogen keken opeens fel naar den bleeken man aan het hoofdeind van de keurige ontbijttafel. „Wil je het nieuws weten?" gooide rij er met moeite uit. „Nieuws?" De beroemde glimlach was maar heel zwakjes. „Nieuws interesseert me niet, Tim „Maar dit wel hij duwde haar de krant toe „de trein van zes uur dertig is gisteren vlak bij Charing Cross verongelukt; Amy Howard en Mr. Marriott zijn allebei gedood!" VAN HAARLEM'S DAGBLAD No. 1521 MOEILIJK BESLUIT VOOR OP.N POLITIE RECHTER. Onbetrouwbaar broodbezorger De vroegere broodbezorger J. K. liet verstek gaan. Hij is in dienst geweest bij den Haarlem- schen bakkerspatroon S. en maakte er nu en dan zijn werk van bij de klanten quitan- ties te presenteeren en te innen, die hij zelf met den naam van zijn patroon ondertee- kende. Zoo had hij zich 35 toegeëigend, waarvan zijn patroon niets wist. Hij was twee jaar bij den heer S. in dienst geweest. De eisch luidde 4 maanden het vonnis 2 maanden gevangenisstraf. Ruzies. Een 21-jarige Juffrouw wandelde met een kind van twee jaar door Haarlem's straten, toen plotseling een meisje den kleinen jongen een boodschappenboekje uit de hand rukte. De juffrouw pakte het boekje met een vin- nigen ruk af en zei daarbij: „Geef hier. Ik heb altijd last van dezelfden". In den avond van dienzelfden dag kreeg de juffrouw op straat een slag op het hoofd, die haar hoofdpijn bezorgde. De veronder stelling ligt eenigszins voor de hand, dat deze slag haar werd toegebracht door de moeder van het boodschappenboekjesaf nemende meisje. Dit was ook inderdaad zoo en de klap ging gepaard aan het verzoek: „Blijf voortaan van mijn kinderen af". De moeder van het meisje ontkende echter een klap gegeven te hebben. De beide dames hadden elkaar alleen zoo'n beetje vastgehou denbij de haren. Maar nóg een andere juffrouw had gezien dat verdachte, „begon nen .was". j_>e verdachte die in 1916 wegens vernieling en in 1918 wegens mishandeling is veroor deeld, kreeg voor den klap 10 boete of 10 dagen. Maar zij gaat in appèl. De radio gireerde in het heele blok huizen en ze zeiden allemaal dat die eene juffrouw daarvan de schuld was. „Nou, en als ik het dan doe, dan kom jij morgen om 10 uur maar eens bij mij luiste ren", zei de van gireer-lust beschuldigde juffrouw tot een buurdame, „dan kun je zelf hooren „Jij?", zei de buurvrouw. „Jij?". En zoo woedend was ze, omdat de ander geen „u" zei. dat ze haar metéén een pats in haar ge zicht gaf Zul je Oom Karei waarschuwen, dat hij op je room soes is gaan zitten, of zul je de zaken maar op hun beloop laten (Nadruk verboden). „Ik heb het waarschijnlijk wel gedaan", zeide verdachte en om te verklaren in wel ken gemoedstoestand ze het had gedaan, ging ze V/2 jaar in 't verleden terug, om daarna langzamerhand weer het heden te bereiken. 10 of 5 dagen kreeg ze. (Onderstaande berichten zijn reeds in een deel van de vorige oplaag opgenomen.) ED. VAN BEINUM. De heer Eduard van Beinum, dirigent der H.O.V. is weer in zooverre hersteld dat hij op het ledenconcert op 'Woensdag 11 Decem ber, de leiding weer op zich zal nemen. Wegens verbintenissen buiten de stad zal het eerstvolgende Zondagmiddagconcert in de Gemeentelijke Concertzaal plaats hebben op Zondag 29 December a.s. VERDUISTERING VAN EEN STOFZUIGER. Ter zake van verduistering van een stof zuiger heeft de politie proces-verbaal opge maakt tegen J. van W. te Haarlem. De stof zuiger is in beslag genomen. HEEMSTEDE LEZING DR. J. VAN DER SPEK. Donderdag 12 December hoopt Dr. J. van der Spek, van Heemstede, in de Herv. Kerk een lezing te houden over „Erfelijkheid en Verantwoordelijkheid" (met lichtbeelden). De bijeenkomst gaat uit van het 'comité voor winterlezingen te Heemstede. IJMUIDEN. TOONEELVOORSTELLING. Op Woensdag 11 December zal de tooneel- club N. E. A. van „Looft den Heer" in het gebouw voor Christelijke Belangen een too- neeluitvoering geven. Opgevoerd zal worden „In den Mist". RIJKSVISCHAFSLAG TE IJMUIDEN. DE ELECTRIFICATIE. Door onvoorziene omstandigheden is er vertraging ontstaan in het gereedkomen der werkzaamheden verband houdend met de electrificatie van den Rij ksvischafslag te IJmuiden. De Directie had gehoopt het electrisch toe stel reeds vóór den verkoop van de drifter haring in dit seizoen in gebruik te kunnen nemen om daarna tot een geleidelijke invoe ring van de nieuwe wijze van afslag bij den verkoop van de trawlvisch over te gaan doch dit is niet mogelijk gebleken. In den loop dezer maand zullen de werkzaamheden zeker gereed komen, doch door de drukte is het tijdstip niet gunstig om tot invoering over te gaan, daar dit alleen bij geringen aanvoer bij wijze van proef wenschelijk is. Met zeker heid Is dan ook nog niet te zeggen wanneet het toestel in gebruik zal worden genomen. BEVERWIJK. GEVONDEN VOORWERPEN. Herdershond, konijn, dameshandschoen, rljwielmerk, deksel van een melkbus. GROOTE BRAND TE HELMOND. GROOT AANTAL DIEREN VERBRAND. HELMOND, 9 Dec. (VJD.) Hedennacht brak te Helmond brand uit in enkele pak huizen gelegen aan de Laan Vredelust nabij de Molenstraat. Door den storm breidde het vuur zich geweldig uit. In allerijl werd de brandweer gealarmeerd, die spoedig ter plaatse was. Het vuur bleek te woeden in een stal van den heer A. Maas, eigendom van den heer J. Hermans. Drie varkens en twee wagens werden een prooi der vlammen. Naast dezen stal was een pakhuis gelegen van den heer J. Leloup, waarin de heer Bombeek meubelen had opgestapeld. Het vuur tastte ook dit gebouw aan en baande zich een weg naar een volgende opslagplaats van den heer Bombeek, waarin eveneens meubelen waren geborgen. Niets bleef gespaard. Een kippenhok met verschillende hoenders en een kooi waarin twee vossen gezeten waren en een duiventil met 40 postduiven, werden bovendien nog een prooi der vlammen. Hier na kon het vuur gestuit worden. INGEZONDEN MEDEDEELINGEN a 60 Ct*. per regel. SilPiSUfQEP Uit het Engelsch van ARCHIBALD EYRE. 15) „Misschien verdenkt hij u", zei Lilian met een matten glimlach, maar haar oogen ble ven ernstig. Hij monsterde haar met een snellen, on derzoekenden blik. „De kerel zag er brutaal genoeg voor uit." „Wat verschrikkelijk als hij bij zijn onder zoek dit pakje geopend had. Dan zouden de platen bedorven zijn!" De jongen met het engelengezicht scheen niet op zijn gemak. „Daar was ik ook bang voor", zei hij flauw tjes. Lilian vingers gleden onwillekeurig nog maals langs het pakje en er was een raad selachtige uitdrukking in haar oogen toen ze vroeg: „Hoeveel platen zitten ln het pakje? „Or^veerongeveer een dozijn". „Het is licht voor een dozijn platen". "Het zijn films", luidde het snelle ant- w^rd. „Zoo!" Er viel een stilte; hij durfde Lilian niet aan te zien. „Och, ik geloof dat ik u maar niet lastig moet vallen, ik kan ze hem wel per post sturen", klonk het op aarzelenden toon. „Dat zal dunkt me, het beste zijn", zei ze ernstig. Er was een eigenaardige klank in haar stem. „Ik vind het prettiger om dit niet voor u te bewaren". Zij legde het pakje op de tafeL „Wat bedoelt u?" vroeg hij benepen. „Laat ik u niet langer ophouden, uw moe der moet anders op u wachten" Hij keek haar angstig aan. „U bedoelt iets", zei hij. „Dat merk ik best". „Hoe oud bent u?" vroeg Lilian plotseling. Haar stem klonk vriendelijk en op haar ge zicht kwam een zachte uitdrukking, iets moe derlijks bijna. „Hoe oud? Ik ben achttien". „Zoo jong! Bent u eenig kind?" „Ja". „Hebt u geen vader meer?" „Neen". Er was geen spoor van kleur meer op zijn mooi jongensgezicht en zijn blauwe oogen keken met starre verbijstering in de hare. „Waarom vraagt u dat allemaal?" vroeg hij heesch. „U bent nog maar een jongen; een kind eigenlijk nog maar!" „Ik begrijp u niet, waarom praat u zoo te gen megelooft u werkelijk....?" „Ik vind het. zoo vreeselijk jammer. Waar om hebt u het toch gedaan?" „Wat gedaan? Lilian keek voor zich en zuchtte. „Het is mijn zaak niet", zei ze verdrietig, „maar het spijt mU het spijt mij heel erg". Zij keer de zich om. „Een vrouw merkt het onmid dellijk als ze een juweelen étui in de hand heeft" Er teekende zich doodelijke angst af op het gezicht van den jongen. „U praat onzin", hijgde hij. „Ik geloof dat u niet goed wijs bent". Hij stond haastig op. „Ik heb geen lust om hier langer beleedigd te worden". „U vergeet uw pakje", zei Lilian zacht. Hij nam het op en stak het in zijn zak, en op het zelfde oogenblik kwam de man, dien de graaf als Warden had aangeduid, den winkel binnen. Zijn zwierige manieren van den vorigen dag waren verdwenen. Zijn grof gezicht was nat van zweet en hij veegde het met een vuilen zijden zakdoek af. Met on zekere passen kwam hij op Harlsmore toe. „Dat is me ook wat moois", begon hij met een heesche stem, terwijl hij Lilian een wenk gaf om weg te gaan, „den heelen middag ben ik door een paar lui gevolgd; ik dacht dat ik ze nooit kwijt zou raken, maar op het laatst was ik ze toch te vlug af". De jopge man trok zich verder terug in de schaduw van de afscheiding waartegen hij zat. „Ben je achtervolgd?" vroeg hij ge jaagd. „Waarom ben je dan in vredesnaam hier gekomen?" Zijn stem trilde van woede, „Ik wil niet met jou samen gezien worden; wat zullen ze wel denken". „Het kan me niet schelen wat ze denken. Ik heb niets gedaan dat het daglicht niet mag zien". Harlsmore keek rond om zich te over tuigen dat Lilian uit de buurt was. „Ik wil wedden dat het twee detectives van het kasteel waren", fluisterde hij. „Ik kwam gisteren inspecteur Wells in High street tegen",vertelde Warden peinzend. „Hij keek mij aan op een manier die mij niet beviel. Hij kent me uit Londen en hij heeft me nog nooit op iets verkeerds kunnen be trappen, maar hij was toch een paar maai aan het rondscharrelen in de buurt van mijn logement". „En toch ben je hier gekomen!" De stem van den jongen beefde van boosheid en op winding. „Waar haal je den moed vandaan?" „Je hoeft niet te probeeren mij bang te maken, jongeman! Wat verbeeld jij je wel? Heb je het ding misschien bij je?" „Ja. Neem jij het in 's hemelsnaam, dan ben ik het kwijt". De graaf haalde het bruine pakje te voor schijn en duwde het zijn metgezel toe, die het begeerig aanpakte. „Gelijk heb je", zei hij voldaan. Hij liet het op den top van zijn vinger balanceeren. „En nudrommels!" Zijn blik viel op het gezicht van een man die door het étalage- raam gluurde. „Ze zitten me weer achterna!" Lord Harlsmore stond zenuwachtig op. „Ik wil niet dat ze ons samen zien. Ga aan een ander tafeltje zitten, verdraaid, waarom ben je ook hier gekomen?" De zoogenaamde paardenhandelaar was kalmer dan zijn jeugdige bondgenoot. „Wees niet zoo opgewonden. Hier, neem dat ver- wenschte ding maar weer terug; ik wil het nu niet hebben, dank je! Het is me hier een beetje te onveilig, geef het mfj later maar eens". „Ik wil het niet terug hebben", protesteer de de jongeman. „Jij hebt me er in gehaald, en nu moet je me er ook weer uithalen". Hij dempte zijn stem tot gefluister toen hij Lilian zag nader komen. „Wat mag ik uw vriend brengen?" vroeg ze beleefd. „Brandewijn met sodawater", bestelde War den. „Maar dat hebben jullie natuurlijk niet. Het eenige waaraan ik op het oogenblik eigenlijk behoefte heb is een aparte kamer. Ik moet een gesprek onder vier oogen heb ben met mijn vriend. „Daar heb je hem!" „Wie?" vroeg Lilian nieuwsgierig. „Niemand. Ik vergiste me". „Uw vriend schijnt zich vandaag niet hee lemaal goed te voelen", zei Lilian tegen lord Harlsmore. „Zonnesteek?" „Beste kind", zei Warden, „je bent een beetje te vrij met je klanten. Maar ik ben van gedachten veranderd. Breng me maar een kop koffie". Lilian ging weg. „Wat moeten we nu doen?" zuchtte Lord Harlsmore, „wat ben ik toch een ongeloof- lijke gek geweest". „Je moet niet zoo angstig zijn", zei Warden minachtend „Dacht je nu heusch dat je moe der jaar naar de gevangenis laat gaan? Het risico is heelemaal voor mij, vergeet dat niet. Neen, ik zeg je nog eens, ik wil dat ding na niet hebben; houdt het zoolang. Als je er mee weg kunt komen, zal ik je later wel ontmoe ten. Ze staan buiten op ons te wachten". „Ik zal het aan het meisje in bewaring geven", opperde lord Harlsmore, „dat is mijn eenige kans. Als ze dat ding bij mij vinden, ben ik verloren". „Reuzen-idee", vond Warden enthousiast. „Geef hier, laat het maar aan mij over, ik kan beter met dat soort vrouwen omsprin gen dan jij". Toen Lilian met de koffie terugkwam, lachte hij haar op zijn beminnelijkste ma nier toe. „Lieve kind", begon hij, „weet jij wat een aardig vogeltje mij vertelde?" „Neen", antwoordde Lilian. „En ik kan mij ook niet voorstellen dat een aardig vo geltje tegen u zou praten". Hij grinnikte bij, deze weinig vleiende op merking. „Toch is het zoo. Het heeft mij verteld dat er in een kruisbessenstruik een bankbiljet van vijf pond groeide voor een zeker lief dametje". Lilian was heftig verontwaardigd dat iemand haar op een dergelijke verkapte ma nier probeerde om te koopen. „Op dat bankbiljet", ging Warden onver stoorbaar voort, „staat geschreven: „Voor een goed meisje dat haar mond kan houden". Ken jij een meisje op wie dat van toepas sing is?" „Neen", antwoordde Lilian kortaf. (Wordt vervolgd)!

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1929 | | pagina 6