MAGGI*
FLITSEN
HANDELSBLAD
FEUILLETON
De Gestolen Diadeem
HAARLEM'S DAGBLAD
DINSDAG 10 DECEMBER 1929
H. D.-VERTELÜNGEN
(Nadruk verboden; auteursrecht voorbehouden).
De Trein van zes uur dertig
door MARJORIE BOWEN.
Ze werd Pearl genoemd, maar heit woord
drukte niet half de serene, p straling en
onbevangen eerlijkheid uit, die van haar
uitging.
Over de slechtheid van do wereld verwon
derde zij z'.oh altijd, met haar groote blauwe
oogen wijd open van verbazing, maar zich
afkeurend over lets uitla'en deed zij nooit.
Als haar iets gemeens of wreeds onder de
oogen kwam, schudde zij heftig haar korte,
goudblonde krullen, en zei met haar tee re
stemmetje:
„Dat kan ik bijna niet gelooven."
Men zei, dat een dergelijke natuur tot
groote opofferingen in staat moest zijn. Het
geen dan ook bleek.
Toen Tim Ditton, de man waarmee Pearl
verloofd was, als een onherstelbare invalide
uit den oorlog terug kwam, glimlachte zij
alle bezwaren tegen een huwelijk uit den
weg.
„Liefde moet iets sterks en groots zijn," zei
ze zachtjes. „Heel sterk en heel groot. Na
tuurlijk maakte het niet het minste verschil
voor mij. Tim (dit heel verlegen) heeft mij
noodlg".
En dus trouwden ze; de bruidegom straalde
van deemoedige dankbaarheid. Pearl zag er
uit als een in blanke sluiers gehulde mar
telares, en haar glimlach was zoo boven-
aardsch en haar gouden krullen dansten zoo
luchtig, dat ze wel een stralenkrans leken.
Natuurlijk zeiden de menschen afschu-
welke, minne kletskousen had je overal
dat de opoffering nu niet zoo erg groot was;
Pearl had geen sou en Tim Ditton was rijk
rijk genoeg om zich een liefhebbende
vrouw en een flinke staf van bedienden te
veroorloven.
En stiekum fluisterend, voegden ze erbij,
dat Pearl al een aardig eindje op streek
moest zijn „O, ze moet minstens dertig
zijn," Maar Pearl, zooals dikwijls, had ge
zegd: „Een opoffering is des te mooier, als
•hij verkeerd begrepen wordt."
De etherische glimlach werd veelvuldiger,
en in haar dure kleeren zag ze er jonger,
teerder en onschuldiger uit dan ooit. Een
goede modiste is veel waard. Het is en blijft
moeilijk om je een armoedige of slecht ge-
kleede engel voor te stellen.
Natuurlijk aanbad Tim haar; hij deed al
zijn best om haar met allerlei dingen schade
loos te stellen voor den echtgenoot in den
rolstoel. Pearl legde hem altijd het zwijgen
op met een vluchtige kus en een zilveren
lachje.
„Aoh, lieve ouwe dwaas, ik kan mezelf nu
eenmaal niet anders maken dan ik ben".
Mogelijk zuchtte ze even, heel even.
Natuurlijk had Tim een uitstekende ver
pleegster om hem op zijn wenken te bedie
nen, en de bedienden waren volmaakt.
„Ik wou zoo dolgraag zelf op hem passen",
zei Pearl met een weemoedig gl mlachje.
„Maar hij vindt het zoo afschuwelijk dus
ik heb er niet verder op aangedrongen."
Ze hadden een ideaal huis, van het soort
dat van buiten oud lijkt en van binnen van
alle moderne comfort is voorzien, en in den
winter zouden ze naar Rivièra gaan: ze
hadden veel kennissen en Pearl was zoo po
pulair als een vrouw, die haar zieken man
adoreert, maar zijn kan.
Natuurlijk, zei ze tegen iedereen, moest ze
erg voorzichtig zijn om dien armen goeden
Tim niet te kwetsen dien armen Tim, die
niets doen kon.
INGEZONDEN MEDEDEELINGEN
a 60 Ct«. per regeL
DEZE MAAND GRATIS.
g|j Zij, die zich thans als kwartaal-
g| abonné opgeven, ontvangen het
gH Handelsblad tot 1 Januari gratis.
Hf Abonnement f 1.90 p. maand
gj en 5-50 per kwartaal. Buiten
Hg Amsterdam verhoogd met 20
SI cent per maand voor verzending.
:-J Abonnementen op te geven bij het
Bijkantoor Handelsblad
(Wensing's Alg. Advert.-Bureau)
TEMPELIERSSTR. 32
TELEFOON 10209
1
S
„Ik moet heel, heel erg mijn best doen!"
zei ze dapper, „hij is zoo gevoelig jullie
willen me wel helpen, hè?"
En ze hielpen allemaal, speciaal Amy
Howard, aan wie alles, behalve haar naam,
burgerlijk was. Ze chaperonneerde Pearl
overal, tennis, dansavonden, pic-nlcs, tocht
jes naar Londen. Tim was haar heel erg
dankbaar.
Pearl ook.
„Het is zoo'n prettig gevoel voor Mr. Dit
ton om te weten dat zijn vrouw een beetje
plezier van haar leven heeft", zei Amy Ho
ward.
En iedereen spande genoegelijk samen om
Mr. Ditton zooveel mogelijk van die prettige
gevoelens te bezorgen.
„Jullie zijn schatten", zei Pearl dikwijls
met tranen in haar oogen, „jullie weten niet
hoe een hulp jullie zijn." Ze was altijd zoo
kinderlijk eerlijk geweest- „Het is een kruis,
maar jullie maken het bijna mooi
.Xaat het liever met diamanten bezetten
en draag het op je jurk, in plaats van het
zoo hijgend en steunend op je rug te torsen",
zei Mrs. Howard, die soms hinderlijk vulgair
kon zijn.
Tim hield eigenlijk heelemaal niet van
haar, maar hij moest toegeven, dat het erg
aardig van Pearl was om altijd zoo met haar
op te trekken; anders zou ze misschien te
goede vrienden met een man ztfn geworden,
bijvoorbeeld met dien artiest, die een eindje
verder woonde en waar iedereen zoo mee op
scheen te hebben.
Tim had het land aan hem. Hij vond de
manier, waarop hij Altijd naaT Pearl keek,
afschuwelijk; hij vond hem ook geen prettig
gezicht hebben; hoewel hij niet leelijk was,
en tja, hij had al zijn ledematen nog.
Pearl was overigens een schat, ze merkte, dat
hij een „klein, piepklein beetje" jaloersoh was
op Jack Tressider, en zei, dat ze voor geen
geld wat met die lustigen jongeling te maken
wou hebben.
Niet lang daarna wist ze van hem gedaan
te krijgen, dat hij haar met Amy Howard,
..en nog een stelletje", naar den schouwburg
in Londen liet gaan. „Alleen Amy maar, Mr.
en Mrs. Marriott, dat meisje Dunsford en
Betty Kingston. Hè toe?"
„Natuurlijk, lieveling. Maar zijn het niet erg
vervelende menschen?"
„O! Het is mij alleen maar om het tooneel-
stuk te doen Een Indisch stuk is het; weet je
wel, waar we een paar avonden geleden over
praatten Opoffering. Het moet .zoo mooi
zijn".
„Zou het niet erg vermoeiend voor je
zijn?"
„O nee, als we den trein van zes uur dertig
nemen, halen we het makkelijk. Dan kunnen
we om elf uur dertig weer terug; Amy brengt
me wel thuis, maar dan moet jij allang in
slaap zijn, hoor!"
Tim had haar nog nooit zoo mooi gezien als
dien avond; heelemaal- in het wit, met haar
parelen en haar hermelijnen jas.
„Ik wou alles aandoen, wat ik van Jou ge
kregen had", zei ze verlegen.
Wat was ze toch een schat! Hij beek haar
na, toen ze door het schemerduister weg
wandelde. Mrs. Howard woonde maar een paar
huizen van hem af.
Dien avon$L liet Tim zich een eind den
weg oprijden, want er was een onweér op
komst, en het was drukkend.
De verpleegster duwde hem voorbij Jack
Tressider's villatje; hij was blij toen hij zag
dat er licht in het atelier op was, want hij
was eigenlijk een beetje bang geweest dat
hij op het laatste oogenblik mee was gegaan.
Maar nee, daar was zijn schaduw, en het
licht ging net uit. Terwijl Tim's wagentje
werd omgedraaid, ging het in een
andere kamer weer aan; de gordijnen gingen
dicht en even zag hij een vrouwenfiguur be
wegen.
Tim had altijd wel gedacht, dat Jack zoo'n
vent was; een model of misschien niet
eens een bah!
Wat was hij blij, dat Pearl gezegd had. dat
ze niets met hem te maken wilde hebben!
Hij geloofde vast, dat zij het instinctief ge
voeld had; hij herinnerde zioh, hce hij haar
had hooren zeggen, dat Mr. Tressider dingen
bon zeggen, die niet heelemaal comme il faut
waren.
Dien avond bracht de verpleegster hem naar
bed als gewoonlijk, maar hij bleef wakker
liggen tot hij de voordeur zachtjes hoorde
open gaan, haar zachte voetstappen, de deur
van haar slaapkamer open en dicht doen.
„God zegene haar", zei hij en ging slapen.
Zij was laat den volgenden ochtend, en
toen zij hem zag slaakte zij een kreet van
„Wat is er met Jou, lieveling? Je ziet er
fataal uit!"
Hij vouwde de ochtendkrant op en dronk
zijn koffie op.
„Ik? Niets, Pearl. Slecht geslapen. Vertel
eens van het stuk".
„Goddelijk! Je zou genoten hebben! O,
het was prachtig!"
„Vertel me er eens alles van".
Levendig, vol enthousiasme beschreef ze den
Inhoud, de spelers, de decors.
„Het was zoo mooi, Tim, zoo verheffend.
„Opoffering". Is hc^ niet vreemd, dat dat
eene woord al het andere leelijk maakt?"
De zachte blauwe oogen straalden; het
gouden haar leek in de stralen van de mor
genzon meer op een aureool dan ooit.
„En Amy Howard? Hoe vond die het?"
„Ach ja- Die arme Amy! Misschien heeft ze
-.et toch niet heelemaal begrepen. Ze heeft
niet geleden; ik geloof, dat alleen menschen
die werkelijk geleden hebben, „Opoffering"
zullen kunnen begrijpen!"
Tim vouwde de krant nog eens dubbel en
'egde er zijn arm op; hij dronk een grooten
slok koffie en had nog niets gegeten.
„Was de reis prettig?"
„Ja, best. Alleen is de zes uur dertig altijd
erg vol".
„Ik dacht, dat je hem gemist had".
„Welnee, malle, dat is de eenige trein,
waarmee je op tijd voor den schouwburg
bent".
„Dus een goeie reis?"
„Ja heusch. Jou schat, om je daar zoo be
zorgd over te maken. Bij Charing Cross pikte
Mr. Marriott meteen een taxi op, dus we kon
den direct door naar den schouwburg gaan".
„Dat was een bof".
„Geweldige bof!" riep ze opgewekt uit. „En
ik heb heerlijk uitgeslapen. Maar jij stoutert.
jij ziet er verschrikkelijk moe uit".
„Wil je de krant hebben?" vroeg Tim, ter
wijl hij haar open vouwde.
„Jakkes nee! Ik haat kranten. Altijd vol
met nare dingen".
„Van morgen zul je hem nog wel erger
gaan haten daan ooit". Zijn stem had een
klank, die ze er nog nooit in gehoord had;
haar zachte blauwe oogen keken opeens fel
naar den bleeken man aan het hoofdeind van
de keurige ontbijttafel.
„Wil je het nieuws weten?" gooide rij er
met moeite uit.
„Nieuws?" De beroemde glimlach was maar
heel zwakjes. „Nieuws interesseert me niet,
Tim
„Maar dit wel hij duwde haar de krant
toe „de trein van zes uur dertig is gisteren
vlak bij Charing Cross verongelukt; Amy
Howard en Mr. Marriott zijn allebei gedood!"
VAN HAARLEM'S DAGBLAD No. 1521
MOEILIJK BESLUIT
VOOR OP.N POLITIE
RECHTER.
Onbetrouwbaar broodbezorger
De vroegere broodbezorger J. K. liet verstek
gaan.
Hij is in dienst geweest bij den Haarlem-
schen bakkerspatroon S. en maakte er nu
en dan zijn werk van bij de klanten quitan-
ties te presenteeren en te innen, die hij zelf
met den naam van zijn patroon ondertee-
kende. Zoo had hij zich 35 toegeëigend,
waarvan zijn patroon niets wist. Hij was twee
jaar bij den heer S. in dienst geweest.
De eisch luidde 4 maanden het vonnis 2
maanden gevangenisstraf.
Ruzies.
Een 21-jarige Juffrouw wandelde met een
kind van twee jaar door Haarlem's straten,
toen plotseling een meisje den kleinen jongen
een boodschappenboekje uit de hand rukte.
De juffrouw pakte het boekje met een vin-
nigen ruk af en zei daarbij: „Geef hier. Ik
heb altijd last van dezelfden".
In den avond van dienzelfden dag kreeg
de juffrouw op straat een slag op het hoofd,
die haar hoofdpijn bezorgde. De veronder
stelling ligt eenigszins voor de hand, dat deze
slag haar werd toegebracht door de moeder
van het boodschappenboekjesaf nemende
meisje. Dit was ook inderdaad zoo en de klap
ging gepaard aan het verzoek: „Blijf voortaan
van mijn kinderen af".
De moeder van het meisje ontkende echter
een klap gegeven te hebben. De beide dames
hadden elkaar alleen zoo'n beetje vastgehou
denbij de haren. Maar nóg een andere
juffrouw had gezien dat verdachte, „begon
nen .was".
j_>e verdachte die in 1916 wegens vernieling
en in 1918 wegens mishandeling is veroor
deeld, kreeg voor den klap 10 boete of 10
dagen.
Maar zij gaat in appèl.
De radio gireerde in het heele blok huizen
en ze zeiden allemaal dat die eene juffrouw
daarvan de schuld was.
„Nou, en als ik het dan doe, dan kom jij
morgen om 10 uur maar eens bij mij luiste
ren", zei de van gireer-lust beschuldigde
juffrouw tot een buurdame, „dan kun je zelf
hooren
„Jij?", zei de buurvrouw. „Jij?". En zoo
woedend was ze, omdat de ander geen „u"
zei. dat ze haar metéén een pats in haar ge
zicht gaf
Zul je Oom Karei waarschuwen, dat hij op je room
soes is gaan zitten, of zul je de zaken maar op hun
beloop laten
(Nadruk verboden).
„Ik heb het waarschijnlijk wel gedaan",
zeide verdachte en om te verklaren in wel
ken gemoedstoestand ze het had gedaan, ging
ze V/2 jaar in 't verleden terug, om daarna
langzamerhand weer het heden te bereiken.
10 of 5 dagen kreeg ze.
(Onderstaande berichten zijn reeds in een
deel van de vorige oplaag opgenomen.)
ED. VAN BEINUM.
De heer Eduard van Beinum, dirigent der
H.O.V. is weer in zooverre hersteld dat hij
op het ledenconcert op 'Woensdag 11 Decem
ber, de leiding weer op zich zal nemen.
Wegens verbintenissen buiten de stad zal
het eerstvolgende Zondagmiddagconcert in
de Gemeentelijke Concertzaal plaats hebben
op Zondag 29 December a.s.
VERDUISTERING VAN EEN STOFZUIGER.
Ter zake van verduistering van een stof
zuiger heeft de politie proces-verbaal opge
maakt tegen J. van W. te Haarlem. De stof
zuiger is in beslag genomen.
HEEMSTEDE
LEZING DR. J. VAN DER SPEK.
Donderdag 12 December hoopt Dr. J. van
der Spek, van Heemstede, in de Herv. Kerk
een lezing te houden over „Erfelijkheid en
Verantwoordelijkheid" (met lichtbeelden).
De bijeenkomst gaat uit van het 'comité
voor winterlezingen te Heemstede.
IJMUIDEN.
TOONEELVOORSTELLING.
Op Woensdag 11 December zal de tooneel-
club N. E. A. van „Looft den Heer" in het
gebouw voor Christelijke Belangen een too-
neeluitvoering geven. Opgevoerd zal worden
„In den Mist".
RIJKSVISCHAFSLAG TE
IJMUIDEN.
DE ELECTRIFICATIE.
Door onvoorziene omstandigheden is er
vertraging ontstaan in het gereedkomen der
werkzaamheden verband houdend met de
electrificatie van den Rij ksvischafslag te
IJmuiden.
De Directie had gehoopt het electrisch toe
stel reeds vóór den verkoop van de drifter
haring in dit seizoen in gebruik te kunnen
nemen om daarna tot een geleidelijke invoe
ring van de nieuwe wijze van afslag bij den
verkoop van de trawlvisch over te gaan doch
dit is niet mogelijk gebleken. In den loop
dezer maand zullen de werkzaamheden zeker
gereed komen, doch door de drukte is het
tijdstip niet gunstig om tot invoering over te
gaan, daar dit alleen bij geringen aanvoer
bij wijze van proef wenschelijk is. Met zeker
heid Is dan ook nog niet te zeggen wanneet
het toestel in gebruik zal worden genomen.
BEVERWIJK.
GEVONDEN VOORWERPEN.
Herdershond, konijn, dameshandschoen,
rljwielmerk, deksel van een melkbus.
GROOTE BRAND TE HELMOND.
GROOT AANTAL DIEREN VERBRAND.
HELMOND, 9 Dec. (VJD.) Hedennacht
brak te Helmond brand uit in enkele pak
huizen gelegen aan de Laan Vredelust nabij
de Molenstraat. Door den storm breidde het
vuur zich geweldig uit. In allerijl werd de
brandweer gealarmeerd, die spoedig ter
plaatse was. Het vuur bleek te woeden in een
stal van den heer A. Maas, eigendom van
den heer J. Hermans. Drie varkens en twee
wagens werden een prooi der vlammen. Naast
dezen stal was een pakhuis gelegen van den
heer J. Leloup, waarin de heer Bombeek
meubelen had opgestapeld. Het vuur tastte
ook dit gebouw aan en baande zich een weg
naar een volgende opslagplaats van den
heer Bombeek, waarin eveneens meubelen
waren geborgen. Niets bleef gespaard. Een
kippenhok met verschillende hoenders en
een kooi waarin twee vossen gezeten waren
en een duiventil met 40 postduiven, werden
bovendien nog een prooi der vlammen. Hier
na kon het vuur gestuit worden.
INGEZONDEN MEDEDEELINGEN
a 60 Ct*. per regel.
SilPiSUfQEP
Uit het Engelsch van
ARCHIBALD EYRE.
15)
„Misschien verdenkt hij u", zei Lilian met
een matten glimlach, maar haar oogen ble
ven ernstig.
Hij monsterde haar met een snellen, on
derzoekenden blik.
„De kerel zag er brutaal genoeg voor uit."
„Wat verschrikkelijk als hij bij zijn onder
zoek dit pakje geopend had. Dan zouden de
platen bedorven zijn!"
De jongen met het engelengezicht scheen
niet op zijn gemak.
„Daar was ik ook bang voor", zei hij flauw
tjes.
Lilian vingers gleden onwillekeurig nog
maals langs het pakje en er was een raad
selachtige uitdrukking in haar oogen toen
ze vroeg:
„Hoeveel platen zitten ln het pakje?
„Or^veerongeveer een dozijn".
„Het is licht voor een dozijn platen".
"Het zijn films", luidde het snelle ant-
w^rd.
„Zoo!"
Er viel een stilte; hij durfde Lilian niet
aan te zien. „Och, ik geloof dat ik u maar niet
lastig moet vallen, ik kan ze hem wel per
post sturen", klonk het op aarzelenden toon.
„Dat zal dunkt me, het beste zijn", zei ze
ernstig. Er was een eigenaardige klank in
haar stem. „Ik vind het prettiger om dit niet
voor u te bewaren".
Zij legde het pakje op de tafeL
„Wat bedoelt u?" vroeg hij benepen.
„Laat ik u niet langer ophouden, uw moe
der moet anders op u wachten"
Hij keek haar angstig aan.
„U bedoelt iets", zei hij. „Dat merk ik
best".
„Hoe oud bent u?" vroeg Lilian plotseling.
Haar stem klonk vriendelijk en op haar ge
zicht kwam een zachte uitdrukking, iets moe
derlijks bijna.
„Hoe oud? Ik ben achttien".
„Zoo jong! Bent u eenig kind?"
„Ja".
„Hebt u geen vader meer?"
„Neen".
Er was geen spoor van kleur meer op zijn
mooi jongensgezicht en zijn blauwe oogen
keken met starre verbijstering in de hare.
„Waarom vraagt u dat allemaal?" vroeg
hij heesch.
„U bent nog maar een jongen; een kind
eigenlijk nog maar!"
„Ik begrijp u niet, waarom praat u zoo te
gen megelooft u werkelijk....?"
„Ik vind het. zoo vreeselijk jammer. Waar
om hebt u het toch gedaan?"
„Wat gedaan?
Lilian keek voor zich en zuchtte. „Het is
mijn zaak niet", zei ze verdrietig, „maar het
spijt mU het spijt mij heel erg". Zij keer
de zich om. „Een vrouw merkt het onmid
dellijk als ze een juweelen étui in de hand
heeft"
Er teekende zich doodelijke angst af op het
gezicht van den jongen.
„U praat onzin", hijgde hij. „Ik geloof dat
u niet goed wijs bent". Hij stond haastig op.
„Ik heb geen lust om hier langer beleedigd
te worden".
„U vergeet uw pakje", zei Lilian zacht.
Hij nam het op en stak het in zijn zak, en
op het zelfde oogenblik kwam de man, dien
de graaf als Warden had aangeduid, den
winkel binnen. Zijn zwierige manieren van
den vorigen dag waren verdwenen. Zijn grof
gezicht was nat van zweet en hij veegde het
met een vuilen zijden zakdoek af. Met on
zekere passen kwam hij op Harlsmore toe.
„Dat is me ook wat moois", begon hij met
een heesche stem, terwijl hij Lilian een wenk
gaf om weg te gaan, „den heelen middag ben
ik door een paar lui gevolgd; ik dacht dat
ik ze nooit kwijt zou raken, maar op het
laatst was ik ze toch te vlug af".
De jopge man trok zich verder terug in
de schaduw van de afscheiding waartegen
hij zat. „Ben je achtervolgd?" vroeg hij ge
jaagd. „Waarom ben je dan in vredesnaam
hier gekomen?" Zijn stem trilde van woede,
„Ik wil niet met jou samen gezien worden;
wat zullen ze wel denken".
„Het kan me niet schelen wat ze denken.
Ik heb niets gedaan dat het daglicht niet
mag zien".
Harlsmore keek rond om zich te over
tuigen dat Lilian uit de buurt was.
„Ik wil wedden dat het twee detectives van
het kasteel waren", fluisterde hij.
„Ik kwam gisteren inspecteur Wells in High
street tegen",vertelde Warden peinzend.
„Hij keek mij aan op een manier die mij niet
beviel. Hij kent me uit Londen en hij heeft
me nog nooit op iets verkeerds kunnen be
trappen, maar hij was toch een paar maai
aan het rondscharrelen in de buurt van
mijn logement".
„En toch ben je hier gekomen!" De stem
van den jongen beefde van boosheid en op
winding. „Waar haal je den moed vandaan?"
„Je hoeft niet te probeeren mij bang te
maken, jongeman! Wat verbeeld jij je wel?
Heb je het ding misschien bij je?"
„Ja. Neem jij het in 's hemelsnaam, dan
ben ik het kwijt".
De graaf haalde het bruine pakje te voor
schijn en duwde het zijn metgezel toe, die
het begeerig aanpakte.
„Gelijk heb je", zei hij voldaan. Hij liet
het op den top van zijn vinger balanceeren.
„En nudrommels!" Zijn blik viel op het
gezicht van een man die door het étalage-
raam gluurde. „Ze zitten me weer achterna!"
Lord Harlsmore stond zenuwachtig op. „Ik
wil niet dat ze ons samen zien. Ga aan een
ander tafeltje zitten, verdraaid, waarom ben
je ook hier gekomen?"
De zoogenaamde paardenhandelaar was
kalmer dan zijn jeugdige bondgenoot. „Wees
niet zoo opgewonden. Hier, neem dat ver-
wenschte ding maar weer terug; ik wil het
nu niet hebben, dank je! Het is me hier een
beetje te onveilig, geef het mfj later maar
eens".
„Ik wil het niet terug hebben", protesteer
de de jongeman. „Jij hebt me er in gehaald,
en nu moet je me er ook weer uithalen".
Hij dempte zijn stem tot gefluister toen hij
Lilian zag nader komen.
„Wat mag ik uw vriend brengen?" vroeg
ze beleefd.
„Brandewijn met sodawater", bestelde War
den. „Maar dat hebben jullie natuurlijk niet.
Het eenige waaraan ik op het oogenblik
eigenlijk behoefte heb is een aparte kamer.
Ik moet een gesprek onder vier oogen heb
ben met mijn vriend.
„Daar heb je hem!"
„Wie?" vroeg Lilian nieuwsgierig.
„Niemand. Ik vergiste me".
„Uw vriend schijnt zich vandaag niet hee
lemaal goed te voelen", zei Lilian tegen lord
Harlsmore. „Zonnesteek?"
„Beste kind", zei Warden, „je bent een
beetje te vrij met je klanten. Maar ik ben
van gedachten veranderd. Breng me maar
een kop koffie".
Lilian ging weg.
„Wat moeten we nu doen?" zuchtte Lord
Harlsmore, „wat ben ik toch een ongeloof-
lijke gek geweest".
„Je moet niet zoo angstig zijn", zei Warden
minachtend „Dacht je nu heusch dat je moe
der jaar naar de gevangenis laat gaan? Het
risico is heelemaal voor mij, vergeet dat niet.
Neen, ik zeg je nog eens, ik wil dat ding na
niet hebben; houdt het zoolang. Als je er mee
weg kunt komen, zal ik je later wel ontmoe
ten. Ze staan buiten op ons te wachten".
„Ik zal het aan het meisje in bewaring
geven", opperde lord Harlsmore, „dat is mijn
eenige kans. Als ze dat ding bij mij vinden,
ben ik verloren".
„Reuzen-idee", vond Warden enthousiast.
„Geef hier, laat het maar aan mij over, ik
kan beter met dat soort vrouwen omsprin
gen dan jij".
Toen Lilian met de koffie terugkwam,
lachte hij haar op zijn beminnelijkste ma
nier toe.
„Lieve kind", begon hij, „weet jij wat een
aardig vogeltje mij vertelde?"
„Neen", antwoordde Lilian. „En ik kan
mij ook niet voorstellen dat een aardig vo
geltje tegen u zou praten".
Hij grinnikte bij, deze weinig vleiende op
merking.
„Toch is het zoo. Het heeft mij verteld dat
er in een kruisbessenstruik een bankbiljet
van vijf pond groeide voor een zeker lief
dametje".
Lilian was heftig verontwaardigd dat
iemand haar op een dergelijke verkapte ma
nier probeerde om te koopen.
„Op dat bankbiljet", ging Warden onver
stoorbaar voort, „staat geschreven: „Voor
een goed meisje dat haar mond kan houden".
Ken jij een meisje op wie dat van toepas
sing is?"
„Neen", antwoordde Lilian kortaf.
(Wordt vervolgd)!