Postale zorgen. Het jaarverslag der Nederlandsche Bank N.V. FLITSEN DINSDAG 4 JUNI 1940 HAARLEM'S DAGBLAD 3 Dividend op f 55 per aandeel gesteld. Aan het jaarverslag der Nederlandsche Bank N.V. over het boekjaar 1939-1940 wordt het volgende ontleend: In de eerste plaats kan dan Worden vastgesteld, dat de verscherping der politieke spanningen m Europa, die eindigde met het uitbreken van den oorlog, op 3 September 1939, tot schokken geen aanleiding gaf. Dat een grootere vraag naar bank biljetten en zilveren munten intrad, kan echter geen verwondering wekken. Van Augustus 1939 tot 26 Maart 1940 bedroeg de stijging van den biljettonom- loop nog geen 9 procent; zij vertegenwoordigde een waarde van 89.328.550 en werd in belangrijke mate overschreden door de daling van de saldi in rekening-courant met 165.258.209. Wat de eischen aan het particuliere bankwezen betreft, deze vonden in het algemeen niet hun oor sprong in een toeneming van de binnenlandsche credietvraag. Zij vloeiden in hoofdzaak voort uit het wegtrekken van buitenlandsch kapitaal, dat op korten termijn of in effecten in Nederland werd aangehouden. Zij vormden een der factoren, welke leidden tot een vermindering van den goudvoorraad van de Nederlandsche Bank. Bedroeg die voorraad bij de afsluiting van het boekjaar 1938/1939 1.322.5 millioen, bij het einde van het laatst ver streken boekjaar was hij, afgescheiden van de herwaardeering, verminderd tot 1.013.6 millioen. Het grootste deel van deze vermindering komt in- tusschen op rekening van het tijdvak, dat aan het uitbreken van den oorlog voorafging. Dat deel beloopt 193.1 millioen tegen 115.8 millioen ge durende de zeven maanden, welke sedert den aan vang van den oorlog tot het einde van het boek jaar waren verstreken. De herwaardeering van den goudvoorraad van de Nederlandsche Bank is neergelegd in de wet van 16 Maart 1940. Onder deze wettelijke regeling, welke met ingang van 31 Maart 1940 in werking trad, is de waarde van den goudvoorraad gesteld op een bedrag van 2.009 per kilogram fijn; dit bedrag is gebaseerd op een depreciatie van den gulden met 18 ten honderd. De herwaardeering leverde een voordeelig ver schil op van 221.794.467.69. Volgens de voor schriften van genoemde wet is hiervan 13.932.609.73 aan de bank ten goede gekomen. Ten beloope van 7.629.955.16 is die som aange wend voor de delging van het overblijvende deel der vordering op den staat, welke de bank, inge volge de bepalingen der wet van 27 Mei 1932 op haar balans had gebracht tot voorloopige dekking van het in September 1931 op haar pondenbezit geleden verlies, voor zoover dit niet ten laste van de winst- en verliesrekening over het boekjaar 1931/1932 en uit de reserves der bank werd ge dekt. Dat verlies bedroeg in totaal 29.889.408.15, waarvan 6.302.654.57 aan de reserves onttrokken werd. Dat de last is weggenomen, die gedurende acht jaren op de bank gedrukt heeft wegens de delging van het op haar pondenbezit geleden verlies, stemt althans tot tevredenheid. Dien tengevolge is de winstverdeeling, zooals deze in artikel 31 van de Bankwet is voorgeschreven, hersteld. Ook overigens bracht de herwaardeering van den goudvoorraad niet onbelangrijke wijzigingen in de positie der bankmede, welke voor de eerste maal haar in vloed oefenden op de weekbalans per 1 April 1940. De waarde van onzen goudvoorraad steeg tot 1.235.293,964.97; de toeneming bedroeg 221.739.327.88. De post „Staat der Nederlanden" ad 7.629.955.16 is aan de debetzijde komen te ver vallen. Onder den invloed van de crediteering van het egalisatiefonds verminderde de post beleeningen voorschotten in rekening-courant van 270:992.697.27 tot 215.542.405.47. Aan de credit zijde der balans toonde het rekening-courantsaldo van het rijk een vermeerdering van 62.685.544.34 in verband met de tegoedschrijving met 132.506.208.49 wegens het aandeel van 's rijks schatkist in de baten der herwaardeering. Het reservefonds der bank ontving uit die baten 3.302.654.57, terwijl de bijzondere reserves met 3.000.000 gedoteerd werden. Bij het opmaken van de jaarbalans moest een belangrijk deel dezer bedragen worden besteed voor het opvangen van den achteruitgang in de waarde der beleggingen van het kapitaal en de reserves. Mede in verband met de hierboven bedoelde mutaties steeg de gouddekking van de direct op- eischbare verplichtingen der bank van 76.01 pro cent op 26 Maart 1940 tot 83.32 procent op 1 April idaaraanvolgende. Ingevolge Koninklijk Besluit \an 26 Maart 1940 wordt voor de berekening van de minimum-dekking van 40 ten honderd de waarde van de gouden munt en het gouden muntmateriaal gesteld op 2.009 per kilogram fijn, terwijl zilve ren muntmateriaal niet langer als dekking is toe gelaten. Zooals hierboven werd geconstateerd, heeft het Nederlandsche bankwezen zonder moeilijkheden aan de gevolgen van de oorlogsdreiging en daarna van het uitbreken van den oorlog het hoofd kun nen bieden. Van den ondergang van een bekend, te Amsterdam gevestigd, internationaal emissiehuis, heeft het economische leven van ons land geen nadeelige gevolgen ondervonden. De Nederland sche Bank, die een crediet had verleend, hetwelk ten tijde van zijn verstrekking, aan de hand van de haar gegeven inlichtingen, moest aangemerkt worden als te dienen voor de voorziening in tijde lijke liquiditeits-moeilijkheden, kon dit crediet op korten termijn afwikkelen zonder verlies, noch wat betreft de hoofdsom noch wat beti-eft de haar toe komende rente. Op 31 Maart 1940 waren kapitaal, reserves en pensioenfonds belegd tot een totaalbedrag van f 38.804.573. Deoia»q oeian „Jopie in oe f-a ^sctie diergaarde wil een goeden indruk maken op de bezoekers Bij het toilet maken wordt hij door zijn oppasser bijgestaan Het totaal van bankbiljetten, bankassignaties en creditsaldi in rekening-courant, te zamen uit makende de opeischbare schuld der bank, beliep gemiddeld in 1939—1940 f 1.412.593.464. De dekking van de opeischbare schuld door metahl bedroeg gemiddeld 78.97 procent, netaaldekking ingevolge Koninklijk besluit van 4 Januari 1929, dan resteert het beschikbaar metaal saldo. Gemiddeld beliep dit f 551.489.619. Het gemiddelde bedrag der bankbiljetten in omloop was f 1.089.251.227. De netto winst verschilde slechts weinig van die van het vorige boekjaar. Zij daalde van f 2.551.833 tot f 2.550.996. Hiervan komt volgens artikel 31 (2) van de Bankwet aan de bank: 3V2 procent over f 20.000.000 is f 700.000. Van het ovei-blijvende deel der wins ten ten bedrage van f 1.850.996.20 komt 15 procent ten bate van het reservefonds, dus f 277.649.43. Het overblijvende bedrag ad f 1.573.346.77 wordt aldus verdeeld: een vierde aan de bank f 393.336.69, drie vierden aan den staat f 1.180.010.08. Voor de aandeelhouders is dus over 19391940 beschikbaar gekomen: 3\'2 procent over f 20.000.000 f 700.000 en een vierde gedeelte van f 1.573.346.77 f 393.336.69. Tezamen dus f 1.093.336.69. Hierbij komt het onverdeeld saldo over 19381939 f 9.529.84 zoodat het winstsaldo, dat ter beschik king van de algemeene vergadering van aandeel houders staat f 702.866.53 bedraagt. Wanneer men wil vasthouden aan het gebruik om het dividend in guldens per geheel aandeel af te ronden, laat het ter beschikking van de alge meene vergadering van aandeelhouders staande bedrag van f 1.102.866.53 een uitkeering van f 55 per aandeel toe. VAN DE TRAP GEVALLEN. ROTTERDAM, 3 Juni. Vannacht is de 64. jarige caféhouder A. H. van der Zijden, wonende op het Hudsonplein, tengevolge van de duisternis van de ti-ap gevallen. De man kwam zeer onge lukkig terecht en was reeds overleden, toen de huisgenooten het ongeluk ontdekten. (A.N.P.) Dr. A. CHARLOTTE RUIJS. Maandag 10 Juni des namiddags te 4 uur, zal dr. A. Charlotte Ruijs, benoemd tot buitengewoon hoog leeraar in de microbiologie der infectieziekten aan de Amsterdamsche universiteit, haar ambt aanvaar den met het uitspreken eener rede. (A.N.P.) Wat niet gefotografeerd mag worden. Het A.N.P. meldt: 'sGRAVENHAGE 3 Juni. Vanwege den Duit- schen militairen bevelhebber hier te lande wordt nog eens het volgende ter algemeene kennis ge bracht. Zonder uitdrukkelijke toestemming van de Duit- sche militaire autoriteiten is het niet toegestaan: I. Opnemingen te maken van militaire werken en werktuigen van de Duitsche weermacht. II. Opnemingen te maken van de Duitsche weer macht, zoowel als-afbeeldingen van door krijgshan delingen verwoeste steden, dorpen, vlekken, brug gen, enz., te verkoopen, te verspreiden of op andere wijze in omloop te brengen. Deze maatregel is van toepassing op ieder, die zich met het maken van opnemingen in welken vorm ook bezig houdt, en beperkt zich bijgevolg niet tot fotografen, persfotografen of instellingen. N.V. Nederlandsche Scheepvaart Unie. Dividendvoorstel van ƒ76 (v. j. ƒ69). Naar het A.NP. verneemt, zal aan de binnen kort te houden algemeene vergadering van aan deelhouders der Nederlandsche Scheepvaart Unie worden voorgesteld een dividend van f 76 per aandeel van f 1000 uit te kee.ren. N.V. NED. AANNEMING MAATSCHAPPIJ VOORHEEN FIRMA H. F. BOERSMA. •s-GRAVENHAGE. 3 Juni. Op de heden ge houden algemeene vergadering van aandeelhou ders der N.V. Nederlandsche Aanneming Maat schappij voorheen firma H. F. Boersma is met algemeene stemmen besloten, dat in afwijking van het bepaalde in de vergadering van den 9den Mei j.l.. de betaling van het dividend over '939 gewijzigd wordt met dien verstande dat de helft of 7 pet. direct en de andere helft op nader door het bestuur vast te stellen tijdstip betaalbaar wordt gesteld. (A.N.P.) De wederopbouw van het Grebbeliniegebied. Naar het A. N. P. verneemt, is de heer W. Gerret- sen, architect B. N. A., belast met den wederopbouw van het gebied in de Grebbe-linie. De taak van den heer Gerretsen, die o.a. zijn spo ren verdiende bij den heropbouw van Borculo, be staat vooreerst in het opnemen van de schade, het maken van berekeningen voor de restauratie en het globaal begrooten van de kosten der vernieuwingen. NIEUWE SERIE No. 13 Bedankbrief 1. Krijgt de bood schap, dat hij niet mag gaan spelen, voor hij een brief je aan tante Truus heeft ge schreven om te bedanken voor zijn verjaarsca deau. 2. Moppert een tijdje. zucht, vraagt wat hij zal schrijven en be reidt zich moei zaam voor op zijn taak. 3. Vindt einde lijk papier en vult en leegt zijn vul pen meerdere ma len, 4. Mérkt op, dat het misschien be ter is, als hij eerst zijn handen gaat wasschen, er is wat inkt aange komen. 5. Komt na een half uur weer te rug en schrijft: lieve tante Truus 6. Legt na deze inspanning den brief even op zij om poppetjes te gaan teekenen op het vloeiblad. 7. Zucht op nieuw, informeert, wat hij nu verder moet schrijven en wipt met de ach- terpooten van den stoel. 8. Slaat achter over en moeder maakt vermoeid de opmerking, dat zij wel voor hem aan tante zal schrijven. EEN DIE NIET BIJ DE PAKKEN NEER ZAT. De boekhandelaar op het station D. P. te Rotterdam heeft een noodwinkcl gebouwd. De ondernemende zakenman legt de laatste hand aan zijn „stalletje". Interessante juridische kwestie. Kunnen voor één feit twee vervolgingen tegen een verdachte worden ingesteld? Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft, recht sprekende in hooger beroep van een vonnis van de rechtbank te Maastricht, genoemd vonnis vernie tigd en na ten laste van mej. W. de J. diefstal te hebben bewezen verklaard, haar tot een gevange nisstraf veroordeeld, nadat de raadsman van de ver dachte betoogd had, dat de officier van justitie niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat de ver dachte reeds eerder door de rechtbank te Maas tricht van hetzelfde materieele feit werd vrijgespro ken. Dit vonnis was echter nog niet in kracht van gewijsde gegaan en op dien grond is het Bossche Hof dit verweer voorbijgegaan. Tegen 's Hofs arrest werd cassatie aangeteekend. De advocaat-generaal bij den Hoogen Raad, mr. Rombach, nam Maandag in deze zaak conclusie en noemde haar merkwaardig uit een oogpunt van strafvordering. Kan ter zake van een feit, welks be rechting bij den strafrechter aanhangig is, doch nog niet tot een in kracht van gewijsde gegaan vonnis heeft geleid, een tweede vervolging worden inge steld? Dit is de principieele vraag, waarop aldus mr. Rombach een antwoord zal moeten worden gegeven. Noch in het tegenwoordige Wetboek van Strafvordering noch in het vroegere vindt men een bepaling, die een reehtstreeksch antwoord op de vraag geeft, welke men ook zóó kan formuleeren: kan een verdachte, tegen wien een strafgeding ter zitting is aangevangen, zich alleen op grond daarvan in een nieuw strafproces wegens hetzelfde feit ver weren? Het kwam spr. voor. dat dit het geval moet zijn. Het eenmaal aangevangen rechtsgeding beoogt te leiden tot een definitieve uitspraak van den rech ter en verschillende bepalingen zorgen daarvoor. De verdachte heeft dus recht op een onherroepelijke Den velen moeilijkheden werd echter het hoofd geboden. (Van onzen specialen verslaggever). Er waren in de benaxxwende oorlogsdagen van 10- 15 Mei vele problemen, waarvoor men plotseling geplaatst werd en waarvan de oplossing niet zoo spoedig was te geven als het vraagstuk kwam opdui ken. Een der meest brandende kwesties was wel: hoe staat het met onze post? In de vooroorlogsche dagen wist men in ons land hoe men elkaar per brief of anderszins kon bereiken. Maar toen de oorlog een feit was wei-den de telegraaf- en tele foonlijnen door de militaii-en bezet en bleef er voor den gewonen burger niets anders over dan te ver trouwen op ons aller „Tante Pos". Nauwelijks waren echter enkele oorlogsuren verstreken of ook het postverkeer was volkomen gederailleerd. Dit bracht onzekex-heid. een onzekex-heid voor degenen die op geroepen wax*en om het vaderland te dienen en voor degenen die achterbleven. Welnu, om ons op de hoogte te stellen van het postverkeer in de span nende dagen hebben wij ons gewend tot een der di recteuren van het postkantoor te Utrecht, die ons in chronologische volgorde vertelde van de moeilijk heden op het P. T. T.-terrein en den ontzaggelijken rbeid welke verricht is om het postverkeer zoo goed en zoo kwaad mogelijk in stand te houden, vooral in de dagen van 10 tot 15 Mei en daarna. Daar de Duitsche troepen midden in den nacht hun aanvallen inzetten ontstond er al direct een geweldige stagnatie met de nachttreinen. Utrecht is het knooppunt van deze treinen en uit alle deelen van het land komen zij om ongeveer half twee 's nachts in het centrum van het land aan. Dan heerscht er op de Utrechtsche perrons een ongeloofe- lijke drukte, worden er op groote schaal brieven en postpaketten uitgewisseld. Deze „bijenkorfdrukte" was in den nacht van Donderdag 9 op Vrijdag 10 Mei niet ten einde (het was half vier) toen men via de radio vernam, dat de oorlogstoestand ingetreden was. Direect werden alle treinen gerequireerd, zoo dat Utrecht met zeker 80 pCt. van het landelijk post- verkeer van dien nacht opgescheept zat. Wat moest er op dat oogenblik gedaan worden? Niemand begreep aanvankelijk wat er stond te ge beuren en aan den anderen kant wenschte men toch het werk zoo lang mogelijk te volbrengen. De trei nen, die stapels post uit Vlissingen, Maastricht, Arnhem, Hengelo, Zwolle, Leeuwarden, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag naar Utrecht hadden ver voerd, werden te Utrecht voor oorlogsdoeleinden ingeschakeld. Het duurde echter niet lang of er reed geen trein meer in Nedex-land, en er moest in Utrecht angstvallig gewaakt worden over tonnen post, welke hier noodgedwongen bleven. Het overlaadstalion was tot werkloosheid gedoemd en als eerste reactie hierop zochten de postautoriteiten een uitweg door middel van autovervoer. Aanvankelijk dacht men tot Arnhem en het Zuiden van het land alsmede het gevechtsvrije Westen te kunnen komen, doch de Duitsche opmarsch ging zoo snel in zijn werk, dat de uitgestippelde ring hoe langer hoe kleiner werd. Men stuitte door het optreden van de op vele plaat sen neergekomen parachutisten op onovei-komelijke moeilijkheden, welke tot werkloosheid doemden. Kon men den eersten dag (Vrijdag) nog tot de dorpen langs de Grebbelinie en zelfs tot Tiel komen, met de Pinksterdagen behoorde dit eveneens tot de onmogelijkheden. De telefoonlijnen waren óf on klaar óf in handen van de militairen, zoodat men aangewezen was op persoonlijk contact en eigen initiatief. De bergen post, welke in Utx-echt waren opgesla gen. konden pas gedistribueerd worden, nadat de capitulatie van ons leger een feit was geworden. Hoe men dit aangepakt heeft? Allereerst door de kleine postauto's als verkenners uit te sturen. Deze maakten links en rechts verkenningstochten, waarbij zij vaak langs smalle dijkjes en kronkelende landweggetjes tot diep in het land dno: drongen. Dik wijls kwamen de chauffeurs met goede berichten thuis. Die en die plaats is weer bereikbaar en dat en dat dorp kan zoo en zoo worden ingeschakeld in het postverkeer. Inmiddels waren alle verloven van het post- en telegraafpersoneel ingetx-okken en werk te het reusachtige bedrijf op volle toeren. Niemand keek op tijd en uur en van rusten wilde men bijkans niet weten. Iedex-een begreep dat duizenden landge- nooten om berichten zaten te springen en dat alles in het werk gesteld diende te worden oxn het con- tact-per-bi-ief weer te bewerkstelligen. Intusschen deden er zich nieuwe moeilijkheden voor, bijvoorbeeld des avonds in verband met ae voorgeschreven verduistering. Het stationspostkan toor te Utrecht heeft een geheel uit glas bestaande overkapping waardoor het 's avonds moeilijk werken werd. Des nachts kon dan ook alleen in de souster - rains van het gebouw gewerkt worden, hetgeen een beperking van den arbeid beteekende. Zoodra uit de verkenningen van de „stoottroepen" bleek, dat men steeds verder kon komen, was liet moment aangebroken om daadwerkelijk met de dis tributie te beginnen. Omdat er nog altijd geen trei nen liepen werden eenvoudig gi-oote trailers en ver huiswagens gehuurd. Een enkele vex-huiswagen ver voerde soms 20 ton post en nadat na zoeken en tas ten Zwolle bereikt kon worden (via een wankel bruggetje bij Kampen) werd er een groote tocht ondei-nomen voor distributie van post en postpaket ten naar Noord-Brabant, Zeeland en Limbui-g. Groo te verhuiswagens.startten uit Utrecht in de richting Gorinchem en gaven in Breda het „langverwachte" af voor de provincie Zeeland. Uit Breda vertrokken tevens de gecharterde „postauto's" naar Tilburg en Eindhoven, waar zij o.m. de post voor geheel Lim burg deponeerden. Via Den Bosch werd dan de te rugtocht naar fle Domstad aanvaard, waar men echter niet met leege, maar zoo mogelijk met nog voller geladen auto's terugkwam. In deze dagen was op alle plaatsen, welke de auto's aandeden de post blijven liggen en voor midden- en West-Nederland nam men flinke vrachtjes mede. Toen eenmaal de treinenloop normaal werd in die gedeelten van Nederland, welke niet door den oor log hadden geleden, hernam het postleven zijn ge wone rechten. Thans stagneert het hier en daar nog wel eens, doch over het geheel genomen function- neert het apparaat behoorlijk en kan ..Tante Pos" een beetje uitblazen van de groote moeilijkheden. Is er'door den buitendienst van P. T. T. reusachtig veel werk verzet, niet minder geldt dit voor het groote postkantoor op de Neude. Neem alleen maar dc run op de postspaarbank, welke er oorzaak van was. dat er negenmaal zooveel uitbetaald moest worden dan gewoonlijk. Honderden en honderden vertrouwden voorts hel papiergeld niet meer, zoodat de afdeeling zilver- en pasmunt eveneens onder hoogen druk kwam te staan. Toevallig heeft Utrecht aan alle verplichtingen kunnen voldoen. Niet alleen sprong de agent van.de Nederlandsche Bank met een omvangrijk bedrag bij. maar de Rijksmunt was om zoo te zeggen naast de deur. En mede dank zij deze hulpbronnen kon men rustig doorgaan me; wis selen. temeer daar ook Arnhem den eersten oorlogs dag nog een aanzienlijk bedrag had gestuurd. P. T. T. heeft inderdaad in het centrum van het land voor heete vuren gestaan. Maar nu alles achter den rug is en het leed voor het grootste gedeelte is geleden, heef; men alle reden om met trots op de geleverde prestaties terug te zien. Er is aangepakt door hoog en laag om alles te verwerken. Door eensgezinde samenwerking is dit gelukt! (Nadruk verboden). beslissing op het feit, waarvoor hij is gedagvaard. Met dit recht is onvereenigbaar een bevoegdheid van het openbaar ministerie om hangende zoodanig onderzoek opnieuw te vervolgen. Mr. Rombach concludeerde op deze gronden tot vernietiging van het arrest en tot verwijzing dér zaak naar een ander Hof. Dc Hooge Raad zal 24 Juni arrest wijzen, (A.N.P.) Deel van het personeel der B. P. M. op wachtgeld. 's-GRAVENHAGE, 3 Juni De Bataafsche Pe- troleum-Maatschappij heeft onder de huidige bui tengewone omstandigheden besloten met ingang van 1 Juli a.s. een gedeelte van haar personeel op wachtgeld te stellen. (A. N. P.). LANGS DE STRAAT Dc gesjochte kapper. We hebben Maandagmiddag op de Botermarkt te Haarlem den gesjochten kapper gezien. Vóórdien zagen we hem nimmer en we hadden ook nooit van hem gehoord. Maar wie Maandagmiddag van hel Verwulft de Botermarkt naderde, behoefde of men wilde of niet geen moment in het onzekere te verkeeren, want hij stelde zichzelf met luider stemme aan het publiek voor: „Menschen, hier staat de gesjochte kapper!" En omdat het prachtig weer is, komt er veel pu bliek kennis met hem maken, wat trouwens zijn bedoeling is.... immers, waar het volk is, is de nering. De gesjochte koopman ziet er anders heelemaal niet gesjochten uit. Zijn toilet is, zooals men dat van een marktkoopman aanvaarden wil. Hij staat daar met een pantalon, keurig in de vouw; hij draagt lak schoenen, maar geen jas en vest! In de plaats daar van zien we een keurig gestreken overhenjd, waar van de mouwen, die blijkbaar te lang zyn, door een elastiekje worden opgehouden. Aan eiken pink draagt hij een dikken gouden ring: het glimt tenminste! Zijn hoofdhaar is zooals men zelfs van een ge sjochten kapper mag verwachten: een rechte schei ding zy het ook een breede in het midden. Als de man van ooi-deel is, dat er voldoende pu bliek om zijn kraampje staat, begint hij zijn artikel aan te prijzen. Maar evenals een goochelaar op het podium heeft hij hulp van iemand uit de nieuws gierige schare noodig. Lang zoekt hij niet. Hij ziet een jochie van 'n jaar of twaalf. „Hé, jonkman, wil jij den gesjochten kapper eens komen helpen?" Onbewust van wat er met hem gebeuren gaat komt de jongen schoorvoetend naderbij. „Kom-an, je behoeft niet bang van me te zijn, hoor! Ik heb nog nooit iemand kwaad gedaan! Hoe heet je?" „Wimpie." „Wimpie! Wat 'n pracht naam! Zoo heette mijn grootvader ook, toen-ie nog klein was! En zal ik nou es een heel anderen jongen van je maken?" Meteen pakt hij den jongen bij het weelderig met haar begroeide hoofd, neemt een geheimzinnige flesch in de hand en sprenkelt rijkelijk van den inhoud over de krullen van den jongen, die, nu hij merkt dat hij het voorwerp van den lachlust van het publiek is geworden, wel gaarne weg zou willen loopen. Maar de kapper spreekt hem, terwijl hy hem grondig wascht, kalmeerend toe: „Zie je nou wel, dat er niks met je gebeurt! Straks ben je een kwartje méér waard!" Vervolgens worden de kam en de borstel er bij gehaald en terwijl de kapper de laatste hand aan het toilet slaat, roept hij triomfantelijk: „Nou, je eigen moeder zal niet willen gelooven dat je Wim pie bent!" En zich tot het geanimeerde publiek wen dend, voegt hij er aan toen: „ziet u, dames en heeren, dat is nou Nederlandseh fabrikaat!" Terwijl de werkelijk opgeknapte Wimpie een haastig heenkomen zoekt, vervolgt de gesjochte kap per zijn dialoog: „Ik zal u, dames en heeren, nou'es haarfijn vertellen, hoe hbt in een winkel in een groo te stad toegaat. Daar moet u, behalve het artikel, nog veel meer betalen. Daar betaalt u de groote uit stalkast, het stoeltje waar u effe op zitten mag en ook de juffrouw, die u bedient! Van dit alles is bij den gesjochten kapper op de markt geen sprake! Bij mij betaalt u alleen deze kostelijke flesch. Die kost u geen 1.83, geen zes kwartjes, maar zóóveel! Het wordt zelfs een eind onder den gulden". Er zijn nogal wat menschen die een flesch met het gekleurde haarwater koopen. Dan zoekt de gesjochte kapper weer naar een nieuwe hulp.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1940 | | pagina 5