IJMUIDEN IN
OORLOGSTIJD
Vissersplaats in vrees
'9
r
surs
5T.
ebur
i BÜ
Éi Oil
I
Y
fcs
11
1980
ZATERDAG 10 MEI
10
1
■ouran
irlem
van
en
n
JL
t r
Vluchtelingen
Og
dat
en
en
Havenmond
s
"Ter gelegenheid van
I het feit dat 35 jaar
geleden een einde kwam aan de Tweede Wereld
oorlog beschreven twee IJmuidenaren exclusief voor
onze bladen een aantal gebeurtenissen die plaats
vonden in IJmuiden tussen 1940 en 1945. Peter A.
Veldheer en Paul N. J. Steenbakker houden zich nog
steeds intensief bezig met het verzamelen van gege
vens uit die tijd en het reconstrueren van de door hun
ingewonnen informatie.
Jj
Doelwit
X
ïXyy.. •xxsx
123-25068
Vijf
oorlogs
daden in
IJmuiden 10 tot 14 mei 1940
1
■3R
zal het opgevallen zijn, dat het
merendeel van de Engelse
militairen behoorde tot de „Royal
Engineers”, speciaal toegerust voor
het uitvóeren van vernielingen en
geen „vechtende troepen” waren.
Hoopvol ging men de eerste
oorlogsnacht in.
Boven: Teneinde de haven
onbruikbaar te maken werd de
toegang voor de komst van de
Duitsers versperd. Op de voor
grond het tot zinken gebrachte
Stoomschip Naaldwijk (open
pijl). Op de achtergrond (dichte
pijl) de Jan Pietsz. Coen.
Onder: Ter gelegenheid van
het 125-jarig bestaan van de
Nederlandse kustartillerie in
specteert burgemeester M. M.
Kwint in gezelschap van kapi
tein Drukker op 9 januari 1939
de compagnie van de kustartil
lerie.
slachtoffers; de woningen waren
reeds op de eerste dag ontruimd, de
straten voor burgers tot verboden
gebied verklaard. Niettemin was
het psychologisch effect
aanzienlijk- de bevolking besefte,
eigenlijk voor het eerst, dat
IJmuiden het doelwit was
geworden. In toenemende
spanning verstreek de dag.
Men zou zich wellicht nog grotere
zorgen hebben gemaakt, als men
geweten had dat het Prinselijk
gezin, vanuit Den Haag in een
pantserauto van de Nederlandsche
Bank overgebracht, al vanaf de
avonduren in het markante
stadhuis te Velsen-Zuid verbleef,
wachtend op een mogelijkheid zich
in te schepen, op weg naar
Engeland. Tegen het vallen van de
schemering slopen enkele Engelse
oorlogsbodems, waaronder de
torpedojager „Codrington”, de
pieren binnen. De „Codrington”
koos ligplaats bij de Grote Sluis. Zo
onopvallend mogelijk werden
Prinses Juliana, Prins Bernhard-en
hun twee kinderen Beatrix en
Irene, alsmede enige
personeelsleden, met de Rijkspont
daarheen vervoerd, waarna het
schip weer uitvoer. Slechts een
enkele „official” was op de hoogte.
Tevoren was een ander transport,
richting Engeland, vertrokken,
waarover de Duitsers zich later nog
méér zouden opwinden. Onder
dekking van de duisternis was een
lange trein, afgeladen met
ongeveer 300 gevangen genomen
„Fallschirmjager”, het station
IJmuiden-West binnengerold. De
manschappen, allen behorend tot
het puikje van de Duitse
Strijdkrachten, werden - streng
bewaakt door Nederlandse
militairen - na in de vishal te zijn
verzameld, doorgevoerd. Er
zouden, later, door de bezetters
pijnlijke vragen worden gesteld
over dit buiten het land brengen
van zoveel kostbaar
mensenmateriaal, dat daardoor,
voor de rest van de oorlog,
onbereikbaar voor hen werd. De
luchtlandingstroepen, die bij de
voorgenomen landing in Engeland
een belangrijke rol moesten spelen,
waren er ernstig door gedupeerd.
Volgens sommige
geschiedschrijvers zijn ze er nooit
meer overheen gekomen. Een
tweede transport gevangenen zou
nog in de namiddag van 14 mei
worden verscheept.
De goudvoorraden van de
Nederlandsche Bank waren,
ondermeer met de KNSM-schepen
„Iris” en „Titus”, al eerder
afgevoerd. Die nacht liep tussen de
pieren het S.S „Van Rensselaar” op
een mijn: talloze opvarenden,
merendeels vluchtelingen, raakten
gewond. In de vishallen (overal
voor gebruikt in die turbulente
dagen) werd een opvangcentrum
voor de slachtoffers ingericht,
ernstige gevallen kwamen in het St.
Anthoniusziekenhuis terecht. Het
was nu volop oorlog in IJmuiden,
langzamerhand verdween het
optimisme, de frontberichten
werden met het uur slechter. Zelfs
het schouwspel van Britse troepen,
die af en toe kranig door de stad
marcheerden, kon het dalende
moreel niet opvijzelen. Tussen het
Fort en de Sluizen lagen nog enkele
Engelse oorlogsschepen, echter
voortdurend onder stoom, klaar
om elk moment zee te kiezen.
Maandag 13 mei, reeds in alle
vroegte, trok een ononderbroken
stroom auto’s van allerlei aard en
type, IJmuiden binnen, de
voorhoede van een onafzienbare
menigte vluchtelingen, veelal
joden, die wanhopig naar een
uitweg zochten. Overal in het
havengebied zag men ze
onderhandelen met schippers of
gewone visserlui. Er orden
fabelachtige bedragen geboden
voor een overtocht naar Engeland,
een enkeling wilde wel een héél
schip kopen. tevergeefs meestal
Weinigen wilden bij hun vrouw en
kinderen vandaan en de boten
vormden hun broodwinning.
Toch vertrokken er in de loop van
de dag diverse trawlers, gevolgd
door andere vaartuigen (sommige
oorspronkelijk bestemd als
„zinkschip”), met betraande ogen
nagestaard door de achterblijvers,
die er geen plaatsje meer op
hadden kunnen bemachtigen. Met
de uren verstreken hun kansen. De
situatie versomberde, dat kon
iedereen zien. In de haven
bereidden Britse militairen
vernielingen voor. Vanaf het Fort
sleepte men kisten explosieven
aan. Duitse bommenwerpers
zorgden in de middag voor een
kleine paniek, door herhaalde
malen over het oude stadscentrum
te kruisen. De salvo’s van een
buitengewoon actieve batterij
luchtdoelgeschut, die achter de
Visserijschool stond opgesteld,
deden de ruiten van de omringende
woningen trillen, maar geen van de
aanvallers werd geraakt.
De dag daarop werd de sfeer van
dreiging nog sterker. Al vroeg in de
morgen ontstonden geruchten dat
de Engelsen het Fort, de sluizen en
de spoorbrug in de lucht wilden
laten vliegen. In Amsterdam
hadden zij petroleumvoorraden in
brand gestoken. In de omgeving
van het Fort heerste grote
activiteit. Het s.s. „Naaldwijk” van
de Stoomvaart Maatschappij
„Wijklijn” werd samen met een
mijnenveger m het
Zuidertoeleidingskanaal tot zinken
gebracht, waardoor dit volkomen
werd afgesloten.
s Middags nam het gevoel van
onbehagen zodanig toe, dat grote
groepen mensen, voornamelijk in
het oude deel van IJmuiden, hun
huizen vei lieten. Tenslotte kwam
het tot een bijna massale uittocht.
It. de duinen vut ide Uien zicli
redelijk veilig, het voetbalveld van
„Stormvogels" leek opeens wel een
kampeerterrein - overal zag men
mensen zitten, liggen of zelfs hun
potje koken. Ook ‘t Heerenbos was
uitermate in trek. Toen, op een
i
>rdt
t
f 4gr
■r
pdrachte
sering nis
orden. Al
ngegevet
gt voord
Af en toe hoorde men het geronk
van overtrekkende vliegmachines,
maar voor het daglicht gloorde was
er nog nergens geschoten of
gebombardeerd. Al hadden de
sirenes al wèl het sein
„Luchtalarm” gegeven. Tegen 4
uur scheerden enkele Duitse
vliegtuigen, herkenbaar aan de
zwarte kruisen op vleugels en
romp, laag over de haven en
wierpen tussen de pieren enige
cylindervormige voorwerpen af,
waarvan er één met donderend
geweld ontplofte, vermoedelijk
magnetische mijnen. Dat voorval
veroorzaakte ’.n lichte paniek-onder.-
de vele mensen die op dat moment
op het havenhoofd stonden. Op de
omringende kaden was het een
drukte van belang, er kwamen
steeds meer mensen bij. Tegen de
middag begonnen politie en
militairen orde in de chaos te
scheppen. Met evereende krachten
ontruimde men het havengebied,
dat gedeeltelijk onder bewaking
kwam te staan. Talloze huizen in de
„gevarensector” werden eveneens
ontruimd, de bewoners werden
ondergebracht in een veiliger deel
van de gemeente. Enige uren
tevoren had al een ander soort
„volksverhuizing” plaats gehad
toen een aantal Rijksduitsers en
„verdachte personen” op last van
de overheid was gearresteerd. Het
ging in totaal om ongeveer 150
personen, die aanvankelijk in de
ULO school aan de Platanenstraat
werden geïnterneerd, maar later
deels zijn overgebracht naar
Hoorn. Dit soort gebeurtenissen,
gevoegd bij de geruchten over
gelande parachutisten en de
verwarring die ontstond bij het
onregelmatig laag overvliegen van
Duitse bommenwerpers- fel
beschoten door de op het Fort en
aan de Zuidzijde opgestelde
luchtafweerbatterijen- droeg
weinig bij tot de rust van de
bevolking. Men vroeg zich af hoe de
zaken er eigenlijk voor stonden - en
bovenal waar de Fransen en de
Engelsen bleven.Van de
berichten die de radio doorgaf
werd men niet veel wijzer, die
zouden ook wel wat geflatteerd
zijn, en de kranten liepen helemaal
hopeloos bij de situatie achter. De
gedrukte stemming klaarde
aanmerkelijk op toen, aan het eind
van de middag, de gehavende
Britse torpedojager „Whitshed”
aan de toeristensteiger afmeerde
en een detachement „Tommies”
ontscheepte, 150 man onder bevel
van Commander M. G.
Goodenough. Zelfs een onverwacht
bombardement, dat de
toeschouwers uiteen joeg en een
grote consternatie verwekte (alle
vuurmonden in de omgeving, ook
de kanonnen van het bij het Fort
gelegen batterijschip „Jacob van
Heemskerk” kwamen
oorverdovend in actie) kon het
enthousiasme niet doven.
Bovendien vielen de bommen,
zonder kwaad te stichten, in het
water. De stuksbemanningen van
de luchtafweer waren zó geladen
dat zij niét evenveel animo het vuur
openden op enkele vliegtuigen, die
i
In de nacht van 9 op 10 mei 1940 veranderde de positie van Nederland
van neutrale mogendheid in die van een aangevallen staat; tezamen met
België werd deze gedwongen zich te voegen in de niet onaanzienlijke
reeks van landen die reeds eerder door het oppermachtige Derde Rijk
waren overweldigd en daardoor vrijwel automatisch met de alliantie
van Fransen en Britten verbonden.
Vanaf 2.15 uur gaf de radio onafgebroken meldingen door over Duitse
vliegtuigen die het Nederlandse luchtruim schonden, parachutisten
uitwierpen en bombardementen uitvoerden. Aan de grenzen werd
gevochten.
In IJmuiden had de nuchtere bevolking, na de eerste schok, de situatie
geaccepteerd voor wat ze was. Men had ’t al lang zien aankomen. Rond
de haven en het sluizencomplex, waar militairen op post stonden, was
de spanning reeds enkele dagen voelbaar geweest. De oorlog hing in de
lucht. Nu, eindelijk was het dan zover.
Om 3 uur ontving de commandant van het gedeeltelijk in de gemeente
gelegerde 42e Regiment Infanterie, res. Luitenant-Kolonel van
Blarkom, via de Kapitein-Luitenant ter Zee Hellingman (Comm. Positie
IJmuiden) bevel de alarmstellingen in te nemen: C-42 R. I te IJmuiden-
Oost, C-lll-42 R. I. in Oud IJmuiden, 1-111-42 R. I. op het
Hoogoventerrein en 2-111-42 R. I. bij de sluizen. 3-111-42 R. I. was als
reserve voorlopig ondergebracht in een school. Een
grensbewakingsdetachement, 1-10-G. B., bezette het duinterrein ten
zuiden van het Buitenkanaal- min één sectie, die op het Fort was
geplaatst. Andere bewakingstroepen waren gesitueerd in Wijk aan Zee
en Beverwijk. Een afzonderlijk bataljon, van 12-R. I., bevond zich te
Velsen-Zuid.
T kort daarop boven de haven
■5 verschenen; in hun opwinding niet
beseffend dat dit Fransen waren.
Z uitgerust met speciale apparatuur
voor het opruimen van
Imagnetische mijnen. Gelukkig
werd géén ervan geraakt! Iedereen
verkeerde in een roes van
verwachting. Slechts een enkeling
gegeven ogenblik, enkele zware
ontploffingen over de gemeente
rolden, keek men elkaar aan: „Zie
je wel, goed dat we hier zitten, alles
gaat eraan!!”
Zo’n vaart zou het gelukkig niet
lopen, ofschoon de Britten, in
samenwerking met Nederlandse
marine-specialisten, wél een
redelijk geslaagde poging deden de
havenmond te versperren. Het s.s.
„Jan Pieterszoon Coen” was
daartoe - om 14.00 uur uit
Amsterdam aangekomen - haaks
op de Zuid pier gezet en opgeblazen
ondanks een venijnige aanval van
Duitse vliegtuigen, die het schip op
zijn laatste reis herhaaldelijk met
mitrailleurvuur bestookten. Achter
de „Coen” zonk men ten
overvloede een oude mijnenveger
af, de MV-3, dit echter niet geheel
volgens plan, omdat deze teveel
westelijk kwam te liggen en de
toegang nog voor een deel vrij-liet.
Voor „meer” was geen tijd. Het
sluizensysteem werd slechts
provisorisch onbruikbaar
gemaakt, de spoorbrug ongemoeid
gelaten. De burgerbevolking
behoefde zich geen zorgen te
maken.
Heel langzaam kwamen de mensen
weer tot bezinning. Politie en
Nederlandse militairen spanden
zich tot 't uiterste in om de vrees bij
de talloze vluchtelingen weg te
nemen. Toen in de schemering de
straatverlichting werd ontstoken,
als onmiskenbaar teken dat de
gevechtshandelingen op
Nederlandse bodem- uitgezonderd
in Zeeland- ten einde waren,
keerden de meesten terug.
In de straten was het een chaos.
Meer dan 50 personenauto’s waren
onbeheerd in de stad
achtergebleven, de meeste
geparkeerd in het havengebied.
Overal lagen persoonlijke
bezittingen en militair materiaal
verspreid. De Britse soldaten
hadden zich teruggetrokken,
evenals een aantal Nederlandse
autoriteiten, waaronder de Comm.
Positie IJmuiden, uit vrees voor
represailles. Zo viel de avond, in
een vreemde sfeer van tragiek,
vermengd met opluchting. Daarna
kwam de nacht, een lange nacht.
19468, lm.
len vraagt
lemen van
ichten van
zelfstandi-
WO-opiei.
3- Bent t
vtenstaant
De volgende morgen werd
IJmuiden opnieuw opgeschrikt
door donderende explosies. Het
afweergeschut nam een drietal
watervliegtuigen onder vuur, dat
wijde cirkels boven de havenmond
trok, maar spoedig verdreven
werd- één van de toestellen werd
getroffen door 152 Btij.LuA en
stortte neer bij Assendelft.
Niettemin had het groepje zijn taak
uitgevoerd; het leggen van mijnen
tussen de pieren en in het
Noordzeekanaal. De aktie zou,
later, noodlottige gevolgen hebben
voor een Nederlandse
mijnenveger, die, heen en weer
varend tussen sluizen en
spoorbrug, plotseling met een
daverende klap in de lucht vloog.
Resultaat: doden en gewonden,
’s Avonds verschenen wederom de
bondgenoten voor IJmuiden in de
vorm van diverse oorlogsbodems,
van de Franse marine ditmaal.
Sommige kozen een ligplaats
achter het Fort. Het doel van hun
komst werd duidelijk toen, na
enige tijd, een aantal autobussen
met vluchtelingen op het
sluizencomplex arriveerde. De
Franse Republiek evacueerde haar
burgers.
De sleepboten „Hector” en
„Stentor” brachten de angstige
mensen naar de schepen, die kort
daarop het anker lichtten en
vertrokken. Een Britse vrachtboot,
de „Dottere!”, nam personeel van
het Engelse consulaat uit
Amsterdam op.
Op zondag 12 mei. eerste
Pinksterdag, vielen er bommen in
IJmuiden. In de omgeving van de
haven werden enkeit- a oonhuizen.
een café en een paar
haringpakhuizen verwoest.
Gelukkig kostte de aanval geen
u
p
'X X'Xy.
s
A -V<