De Vaderlandse Club: een partij vol eigenbelang Oorlogsjaren in de tropen J I I 11 H IR. VAN ’T HOOFT VECHT VOOR DE CENTRESEMA PUBESCENS DE Fit fel Hartendwaas door door Pieter van de Vliet A Een keurige verschijning, de ingenieur. Correct gekapt, netjes in het pak. Nog krap vijf jaar en hij heeft aow. Zeer onlangs heeft hij zich geketend aan de kerncentrale van Borssele. Na de komst van de Mobiele Eenheid werd hij losgezaagd, in de boeien geslagen en in de kerker geworpen. Daar, in Middelburg, zong de zestigjarige, na het tweede nachtelijk verhoor, uit volle borst: „In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands Glorie, potverdorie”. Waarmee de oude leraar wis- en natuurkunde de moed erin hield en doorging met de strijd. Onooglijk Woestijn rukt op Briex „Ik I laat he uur of marine Duitse Elk ja: 10 mei de slag gevecht en de s Kornwe lijn er e lies ver tegenst leger b< maar h van de overige nauweli Zo zc gen of om Net eiland Het Du volslag zand vt hoogha „Niks ninger; man di< lig serc de ove lands met vit Een m een ma goede „de str üij ook de veei een rëi die ind gekreg „tot he Het politieke bedrijf is in het koloni ale Indië in het algemeen gesproken nooit een populair tijdverdrijf ge weest, niet bij de trekkers, de Neder landers die voor een paar jaar naar de kolonie kwamen, maar evenmin bij de totoks, de Nederlanders die in Indië waren geboren of daar kwamen om er te blijven. Daar waren natuurlijk redenen voor. De Nederlanders in Indië of het nu de trekkers waren of de totoks, kenden geen of weinig proletariaat; beide groepen behoor den tot de maatschappelijke midden- of bovenlaag en hadden als blanke elite voldoende invloed in het bestel globaal naar hun wensen in te richten. ■nm Éi’: A 4'Zc - sH M ij - j£.< Onooglij k plantj e kan woestij n groen maken Ir. van 't Hooft, ontketend Tekening van Junghuhn (uit Ja va's Onuitputtelijke Natuur) confuus van teruggekeerd. Ton NilUssen Franz Wilhelm Junghuhn Er wordt wat afgebedeld, daar op Java. De strijd tegen het atoom. De strijd voor een nieuwe, groene wereld, boordevol energie. De strijd van de Wereldbond tot Behoud van Mens en Milieu, waarvan ir. A. van ’t Hooft, de man die zich vrijwillig ketende, president is. Het hoofdkwartier van deze piepkleine bond is gevestigd in een rijtjeshuis, in de Haagse Meloenstraat. Pal tegenover de fleurige etalage van groenteman Willem, wiens waar de ingenieur weert, omdat het bespoten is. Gezonder groen betrekt hij uit de eigen weelderig woekerende tuin. Goed Groen. Daar mag hij graag naar kijken. Want dat groen wordt schaars. Het onvruchtbaar worden van de aarde neemt jaarlijks toe met een oppervlakte van tweemaal Nederland. Zo kan het niet doorgaan. Het hoeft zo ook niet door te gaan, zegt de ingenieur. Maar dan moeten ze eindelijk naar hem luisteren. En eindelijk de Ecologische Methoden van G. F. van der Meulen toepassen. Deze uit Wageningen afkomstige deskundige op het gebied van de Drooglever schetst in korte lijnen de oprichting van de Volksraad waarin zo wel Nederlanders als Indonesiërs zaten. De raad waarin zowel gekozen als be noemde leden zitting hadden, liet zich aanvankelijk vooral leiden door wat toen werd genoemd de associatiege- dachte. Basis hiervan was dat emancipa tie van de inlander niet behoefde te betekenen, dat dit op den duur zou lei den tot het verdwijnen van de Nederlan der uit de Indische samenleving. Een naast elkaar wonen en werken zou mo gelijk moeten zijn, aldus deze uiteraard vooral in Nederlands-Indische kringen aangehangen theorie. De Vaderlandse Club is een belangrijk politiek fenomeen geweest. Kwantitatief: volgens Drooglever be- Dat die associatiegedachte een niet realiseerbare wensdroom was, is achter af een gemakkelijke constatering. Wie had immers in de eerste twintig jaar van deze eeuw durven voorspellen, dat nog geen dertig jaar later het Nederlandse koloniale rijk in het Verre Oosten niet meer zou bestaan, op Nieuw Guinea na. zegt de ingenieur. Te wijten aan grootschaligheid. Of, om het anders te zeggen, te wijten aan: hebben halen en houden. Welke is die Groene Energie van Van der Meulen? In zijn proefschrift schetst Drooglever deze politieke partij die in wezen geen politiek bedreef, maar slechts het eigen belang najoeg op een ook voor die tijd soms gênante wijze. Er werden door de VC ook nauwelijks politieke alternatie ven aangedragen. Maatregelen en beleid zoals ze binnen de Volksraad aan de orde kwamen, werden slechts op één punt getoetst: in hoeverre waren de be langen van de blanke bovenlaag er mee gediend. reikte de VC op haar hoogtepunt het aantal van 9000 leden; Kwalitatief: veel van de invloedrijke totoks waren lid dan wel actieve suppor ters van de Club. „Men hoeft zich niet af te vragen waarom dagelijks honderden vliegtuigen boven de oerbossen van de Amazone in de weer zijn met ontbladeringsmiddelen. Immers, de oorlog in Vietnam was te snel voorbij voor die industrie. En Brazilië zit met een staatsschuld van 50 miljard dollar, terwijl de ontbladerde en daardoor gemakkelijker te rooien bossen 2000 miljard dollar opleveren. De Brazilianen wordt voorgehouden dat ze voor die bossen landbouwgrond terug krijgen. Onzin. De hete tropenzon verbrandt de kwetsbare bosgrond. Kunstmest zal het nog ernstiger verbranden. En zo zullen de onbewoonbare, bliksems bijzonder. Want het neemt vocht op uit de atmosfeer en geeft het af aan de bodem. Voedingszouten brengt het diep uit de grond omhoog. Het dichte bladerdek beschermt de bodem tegen zonnebrand, winderosie, afspoeling en uitloging. Het geeft een enorme hoeveelheid organisch materiaal dat mét de grond door regenwurmen en bacteriën in een vruchtbare biologisch levende humuslaag wordt omgezet. Het plantje maakt uiterst beroerde grond paradijselijk. De Sahel zou er wel bij varen. Op die begenadigde bodembedekker is plaats voor de Babassu-palm. Die produceert zeer harde, zware noten. De jaarlijkse oogst is ten minste negentig ton per hectare, tegenover een maximale opbrengst van drie ton voor andere houtsoorten. Door droge destillatie kan houtskool, methylalcohol (brandstof voor auto’s) en houtgas worden gewonnen. Geconcentreerde zonne-energie. Door de noot uit de nood. Waarom zijn we nog niet zo ver? „Ómdat”, zegt de ingenieur, „naijver van minder vindingrijke collega’s van de heer Van der Meulen daar een stokje voor staken. En wat dacht u van de belangen van olieprodukten en kunstmest fabrikanten Zoals gezegd, dat is aan het veranderen. Niet mag men vre zen omdat in ons land nu in eens zoveel aandacht bestaat voor de oorlogsjaren in het In- sulinde, maar omdat uitgevers, al enige tijd geconfronteerd met een Indonesië-trend in de verkopen, er nu wel brood in zien naast al die fraai verpakte nostalgia die momenteel de toonbanken overgaat, ook wat kampliteratuur mee te sturen. Dat nu steeds meer Neder landers een bezoek te brengen In de langzaam in kantoor veranderende woonkamer van de ingenieur ligt een stapel papieren, waarop deskundigen met klinkende namen verklaren dat de methode- Van der Meulen werkt. Eén van diens supporters is de bekende boomchirurg Alrik Copijn uit Groenekan. Voordat de ingenieur zich ketende in Borssele verspreidde hij reclamemateriaal voor de bodembedekker die samen met genoemde palm volgens zijn berekeningen op één miljard hectaren vijfmaal zoveel energie kan leveren dan de wereld rond de de uiteenzetting met zeer grote aandacht. Er was enthousiasme. De discussieleider noemde de bijeenkomst zeer geslaagd, zei dat Wageningen nu ook het grote belang van de bodembedekkers in de tropen erkent. Dat had de ommekeer moeten zijn. Maar je hoort sindsdien boe noch ba. Ja, er werden wat proefjes in kassen gedaan”. eeuwwisseling nodig denkt te hebben. Prima energie van zieltogende grond. Na zijn arrestatie maakte de politie een foto van de ingenieur, tegen diens zin met de ketenen over de borst gedrapeerd. „Tot op heden heb ik die foto niet mogen ontvangen”, zegt hij. Tegen zijn wil werden er ook handpalmafdrukken genomen. „Met een handdruk van mijn ondervragers bezegelde ik hun menselijke toezegging dat deze afdrukken in Middelburg zullen blijven”. Die is gek, dachten de politiemannen. Wie is gek, wat is gek. Atoomenergie is helemaal te gek, vindt de ingenieur. Hij meent dat Nederland na West-Duitsland aardig op weg is naar de atoomstaat. „Vandaar dat ik nog menigmaal hoop te kunnen bijdragen aan het herstellen van onze democratie waarin ieder mens ten volle de gelegenheid dient te krijgen zijn diepste identiteit te beleven”. tropische land- en bosbouwkunde werd voornamelijk verguisd. Nu, 86 jaar oud, gedeeltelijk verlamd en desondanks strijdbaar, gloort er enig begrip voor hem. Ook in Wageningen. Zélfs in Wageningen. Want daar werd hij nooit erkend. De Methode-Van der Meulen moet op grote schaal worden toegepast. Omdat het op grote schaal mis is, De associatie-idee werd in de twintiger jaren al snel aangetast door de voortdu rend militanter wordende nationalisti sche bewegingen, uitmondend in twee korte maar felle opstanden, in 1926 en 1927, op Java en Sumatra. Significant omdat hieruit bleek dat in inlandse kring steeds minder vertrouwen werd gehecht aan de ontvoogdingspolitiek, zo als die door het koloniaal gezag werd gevoerd; anderzijds kreeg de associatie gedachte nogal wat erosie van Neder- lands-Indische kant te verduren toen de gevangengenomen opstandelingen naar mening van de Europese pers te zwak werden gestraft. Ook in de veel gematig der Volksraad werd betreurd dat in een aantal gevallen de doodstraf door land voogd jhr. mr. A. C. D. de Graeff werd omgezet in levenslang. De onontkoom bare reactie kwam in 1929. Nadat de blanke bovenlaag, de totoks, hadden moeten constateren dat er in 1928 een Indonesische meerderheid bestond in de Volksraad, het beleid van De Graeff bij voortduring te zwak en te ethisch werd bevonden, er in de ogen van de totoks te weinig ferm werd opgetreden tegen In donesische nationalisten, dat de maat schappelijke emancipatie van de inlan ders de Indische Nederlander banen ging kosten, werd er gereageerd met de oprichting van de Vaderlandse Club (VC). Dat is de Centresema pubescens. Een onooglijk plantje. Maar Slechts heil kan worden verwacht van bodembedekker en palm. Deze begenadigde boom groeit dan ook op de slechtste grond. Van deze grond is er nogal wat op de geteisterde aarde. Per jaar komt er 300.000 hectare woestijn bij. De woestijn rukt op. Het atoom ook. Het einde der tijden naakt. „Een halfjaar geleden heeft de heer Van der Meulen voor de vakgroep van het Instituut van de Tropische Plantenteelt van de Landbouwhogeschool in Wageningen twee en een half uur lang aan de hand van 66 dia’s, als 86-jarige, nog geheel uit het hoofd uiteengezet welke successen hij op Java boekte met zijn methode. De daarbij aanwezige hoogleraren, alsook wetenschappelijke medewerkers en studenten volgden onbestuurbare miljoenensteden met hun krottenwijken nog groter word °r>” Nou lijk kv ke onz was, d -maa maar i zo’n r schree gewon wel ka valt. Dus il meded maar 1 nou pi ook ni eiland ren, vi luizen vig Wl mand mee h houde We huis g u maa moede Nog s Duitse halen zetten brieve mee ser, d: wal o: Die voor gingei maar het zo in wf iof, d twee Noon quert water expre Dus me nog weer n de tele: Mijn si ant”, z in oorl ons va< slot: ik Die r „met-jc sproke: beurd” me dat dat mo de ooi uitgebi raken gestaai ook we den to merooi zand v Meer r Het programma bleek de blanke kie zer voldoende aan te spreken: bij de verkiezingen voor de Volksraad van de cember 1930 stapte de VC met 5 man de raad binnen. Dat was in de politieke verhoudingen van die tijd een aardver schuiving. De Volksraad kende eind 1920 in totaal 60 leden. Van die zestig waren 30 zetels toebedacht aan Indone siërs; vijf aan zogeheten „vreemde oos terlingen” en 25 aan de Nederlanders. Van die laatste 25 werden er tien be noemd. Op een verkiesbaar bestand van 15 derhalve, haalde de VC eenderde van het aantal beschikbare zetels. Veel meer of minder zou de VC tot aan de oorlog niet halen. Toen de Japanners binnen vielen, had de Club er ondanks de vele interne conflicten nog altijd vier. Waarom en hoe deze afstandelijkheid en ingeïnteresseerdheid van de meest invloedrijke groep in de Indische samen leving veranderde is het onderwerp van beschouwing in het onlangs uitgekomen proefschrift van dr. P. J. Drooglever: De vaderlandse Club, met als ondertitel To toks en de Indische politiek. Augusta Lampe heeft in Da den onder de Zon haar ervarin gen neergelegd in vier verhalen over vrouwenkampen in Ne- derlands-Indië. Ze heeft in die verhalen de dagelijkse grote en kleine gang van zaken ge schetst zoals die zich aan de bewoonsters van de kampen voordeed. Het is jammer te moeten constateren, dat de ver halen nergens het conversatie- niveau zoals tussen mensen die eens wat over zichzelf vertel- Het programma waarmee de Vader landse Club de verkiezingen inging loog er dan ook niet om. Geen of nauwelijks hoger onderwijs voor Indonesiërs, ga ranties voor grondbezit voor Nederlan ders, geen of nauwelijks belemmeringen voor investeringen, desnoods gedwon gen arbeidstelling van inlanders, uiter aard was de koloniale band van Indië met Nederland een onaantastbare en niet bespreekbare en werd ook uitge sproken, dat het Indonesische volk als eenheid niet bestond. In toenemende mate gelukkig maar doorbre ken zij die de oorlogsjaren in Japanse kampen in Indo nesië en elders hebben doorgebracht, hun zwijgen. Een zwijgen vaak veroor zaakt door het gevoel, dat in Nederland voor hun lij den en sores geen aandacht bestaat; dat Nederland zijn eigen onverwerkte oorlogs verleden heeft. aan dat legendarische Insulin- de, het moment zou aanbreken waarin een jongere landgenoot vol schuldgevoelens zou terug komen en aan zijn geprangd gemoed uiting zou geven in een boekje, was voorspelbaar en is dan ook gebeurd. De Achter neef van J.P. Coen in Indonesië van Kees Simhoffer, is zo’n boekje. Simhoffer is een paar weken in Indonesië geweest en het is hem klaarblijkelijk niet meegevallen. Al dat leed. Hij is leningen van Junghuhn het er confuus van teruggekeerd. bekjjken volop waard zijn en de toelichtende tekst van Nieu- wenhuys en Jaquet zeer verhel derend. Een aanwinst in de reeks nostalgia. Het vervelende met dit soort huilerige verhalen van terug- kerenden vol schuldgevoel, is dat er niet meer is dan dat. Vanuit een gevoel, dat onver anderlijk calvinistisch van grondtoon is, wordt niet meer dan geconstateerd dat „hullie het zo arm en wij zo rijk heb ben’. Dat is allemaal waar, maar als je dat als toerist con stateert en daaraan een zekere bewogenheid ontleent, is het beter bij terugkomst eens wat te gaan studeren op het land zelf, waarbij zal blijken dat een beter inzicht in de problemen van Indonesië ook oplevert een wat grotere kennis over de ma nier waarop men die proble men probeert op te lossen en wellicht is dan het moment aangebroken om boekjes over een land te schrijven. Met de nu door Simhoffer geëtaleerde bewogenheid op niets af, schiet niemand wat op, ook niet de achterneven en -nichten van de heer J.P. Coen. len, ontstijgen. Nergens krijgt de lezer een wezenlijke betrok kenheid met wat toch diepe en pijnlijke ervaringen moeten zijn geweest. Het is zoals ge zegd conversatie, voor direct betrokkenen wellicht een stuk herkenning; de lezer kan er geen kant mee op. Schrijven kan Hélène Weski wel. In haar nieuwe bundel Niet Meer Dan een Rat werkt ze het motief verder uit dat ook al ter sprake kwam in haar Van Mensen en Machten. In Weski’s optiek is niets zonder gevolgen. Daden zowel als woorden hebben hun conse quenties en bedoeld of onbe doeld, daaraan valt niet te ont komen. Raadsel is alleen waar om dit Indië-literatuur wordt genoemd. Waar is dat de verha len in Indië spelen, waar is dat Weski het bij Indische Neder landers zo populaire Maleise slang regelmatig door haar verhalen strooit, maar zo het haar bedoeling is geweest daarmee ook een stuk Indische sfeer op te roepen, dan is dat nauwelijks gelukt. De verhalen zijn knap van structuur en stijl, maar Indië-literatuur? Neen. Illustratief in dat verband is bijvoor beeld de koele mededeling van het Soe- rabajasch Handelsblad bij de oprichting van de Volksraad in 1917: „Het lijkt ons ganschelijk overbodig, het lijkt ons zelfs ongewenscht toe, hiér in dit blad ge trouw alle moties en amendementen af te drukken, weermede de Volksraad In dië pleegt gelukkig te maken; wij zouden er een lief ding onder willen verwedden, dat toch geen sterveling dit alles leest.” Een standpunt waarmee het Soeraba- jasch Handelsblad geenszins alleen stond. Praktisch de gehele Europese pers volgde een dergelijk beleid ten aan zien van de Volksraad. Dr. Drooglever heeft in zijn proef schrift een bijzonder interessant stuk politieke geschiedenis in het Indië van tussen 1929 en 1942 behandeld. Hij heeft bovendien de vele feiten en feitjes in een sober maar leesbaar verhaal gebracht en dat is in de wereld van de wetenschap een niet geringe verdienste. TON NILLISSEN De Vaderlandse Club 1929-1942, Totoks en de Indische politiek. Auteur: dr. P. J. Drooglever. Uitgever: T. Wever-Franeker. Prijs: ingenaaid 65 gulden, gebonden 75 gulden. Voor die tijd waren er overigens al signalen geweest die wezen op een ver scherpen van het streven de eigen belan gen veilig te stellen: door de Indo-Euro- peanen was in 1918 het Indo-Europees Verbond opgericht en de uiteindelijk succesvolle pressie in het moederland een wat minder op de politiek-koloniale ethiek gerichte opleiding van koloniale bestuursambtenaren van de grond te tillen. Veel kritiek had mep in Indië op de bestaande opleiding in Leiden die te weinig zou zijn gericht op de belangen van de Nederlanders. De nieuwe oplei ding kwam in Utrecht en heette al spoe dig de oliefaculteit. Bevrijding zonder Bevrij ders is zo’n uiting daarvan. De auteur, Rudy Verheem, heeft zijn ervaringen in Japanse kampen overigens in een wat breder kader geplaatst. Ook zijn jeugdervaringen op Java en Borneo en na zijn interne ring de aanzet tot de definitieve onafhankelijkheid, krijgen in Bevrijding zonder Bevrijders hun plaats. De grote kracht van het boek is zonder enige twijfel het talent van de schrij ver de sfeer zoals hij die onder ging zo te tekenen, dat ze bijna zicht- en tastbaar wordt. Voor de strikt literaire waarde lijkt minder reden tot grote waarde ring. Door de vele korte zinnen en vooral bijzinnen, schokt de verteltoon nogal en krijgt het verhaal een nogal anecdotisch karakter. Niettemin door zijn soms terloopse verteltrant ma ken ervaringen, vooral in de kampen en tijdens de trans porten, vaak diepere indruk dan wellicht met fraai gesti leerde zinnen het geval zou zijn geweest. Heel mooi is het platen- en tekstboek Java’s Onuitputtelij ke Natuur. Het bevat de verza melde reisverhalen, tekenin gen en fotografieën van de Duitse romanticus Franz Wil helm Junghuhn, een arts die een belangrijk deel van zijn leven in Indië heeft doorge bracht en dan vooral op het eiland dat hij bovenal liefhad, Java. Het boek is samengesteld door Rob Nieuwenhuys en Frits Jaquet. Er valt weinig meer over te zeggen, dan dat de uitvoering schitterend is, de te- Bevrijding zonder Bevrijders Auteur Rudy Verheem. Uitgever Hollandia, Baarn. Prijs: 19-'5 gulden. Daden onder de Zon. Auteur: Au gusta Lampe. Uitgever: OmniboeK, Den Haag. Prijs 22,50 gulden. Niet Meer Dan een Rat. Auteur. Hélène Weski. Uitgever: Moesson, Den Haag. Prijs 18,50 gulden. De Achterneef van J-P- Coen in Indonesië. Auteur: Kees Simhoffer. Uitgever: Corrie Zelen, Maasbree. Prijs: 16,90 gulden. Java’s Onuitputtelijke Natuur Auteur: Frans Wilhelm Junghuhn. Uitgever: A.W. Sijthoff, Alphen aan den Rijn. Prijs 49,50 gulden. II if is 5 ■tl I

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1980 | | pagina 26