Een kwetsbare verkenner p 0 'ERS DUITSERS ZWEREN BIJ NASYNCHRONISATIE GERRIT KROL INTRIGEREND IN \ND •1 FL „EEN FRIES HUILT NIET” 1 I doen. Nederlandse volk dankzij de kabeltelevisie tegenwoordig volop kan „genieten”. door Wouter Hendrikse Of® H I 1 „Zelfde stem” „Los zand” denhout 'oor- zij. er 'rage. •d. Parterre aken, toilet badkm. m 755.000, yebroek 'houd, tuin schuur m 1578 m2 n, toilet. 1e 2e etage op terrein EREN J B.V Boeiend patroon Het is warm in de studio. Twee oudere acteurs staan ingespannen naar een groot televisiescherm te kijken waarop een Franse film te zien is. Na 4 seconden wordt - het beeld onderbroken en het fragment opnieuw gestart, ditmaal zonder geluid. De twee acteurs spreken vanaf een katheder de tekst opnieuw in, niet in het Frans, maar in het Duits. Nasynchronisatie: een fenomeen waarvan het Gehoorgestoorden In opstand Wie als Nederlander in een Duitse bioscoop of via een van de Duitse televisienetten naar een Engels-talige film kijkt, kent het verschijnsel: John Wayne en Columbo blijken plotseling Duits te spreken. Nasynchronisatie: „Jawohl, sir”, „Danke schön, mister” het klinkt ons, gewend als we zijn aan ondertiteling, vreemd in de oren, maar onze oosterburen zweren erbij. Wouter Hendrikse stak zijn licht op in de grootste nasynchronisatiestudio van Duitsland. - lil gr. berg- Acteurs in de film Acteurs in de studio Regisseur en cutter (snijder) jm op öe ook voor bedrijfs- m. Vrije weg Den is op het inclusief TB Uwe Gaube; ..zelf een hekel aan nasynchronisatie Ij" kaki Gerrit Krol JOKE LINDERS-NOUWENS >9551* Qerrit Krol: Een Fries huilt niet Quendo; 21,50. 15.000,- ie en een „Wanneer we opdracht krijgen om een Amerikaanse speelfilm te synchroniseren wordt er eerst uitvoerig vergaderd. Daarbij zijn betrokken de regisseur, de vertaler en ik. We bekijken de film en zoeken dan de acteurs uit. Dezen moeten zoveel mogelijk de stem hebben van degene wiens tekst ze gaan inspreken. Er zijn bijvoorbeeld acteurs die altijd John Wayne doen of actrices die gespecialiseerd zijn in Barbra Streisand. De vertaler krijgt opdracht de film zó te vertalen, dat het mogelijk is de meeste teksten lipsynchroon op te nemen. In 99 percent van de gevallen hoeft hij alleen grammaticale veranderingen aan te brengen en daar streven we ook naar; we hoeven tenslotte geen nieuwe film te maken”. „Als we een langdradige buitenlandse serie krijgen, dan herschrijven we die weleens. Om het aantrekkelijker te maken. Voordat de auteur aan de slag gaat, heeft de regisseur de hele film in stukjes van 4 seconden gesneden. De schrijver, inmiddels gereed met zijn kan verbeteren”. Uwe Gaube heeft gelijk. By bestudering van een willekeurige serie of speelfilm, zal het zelfs de grootste criticus opvallen dat de meeste teksten zelfs lipsynchroon zijn, iets dat voor de Duitsers zeer zwaar telt. Hierdoor zijn de kosten wel zeer hoog. Een uur synchronisatie kost tussen de dertig- en veertigduizend Mark en men is er gemiddeld een maand mee bezig. vertaling, gaat dan de Duitse teksten inpassen, vaak zinnetje voor zinnetje. Wanneer dat klaar is gaan de regisseur en een opnameleider met de acteurs aan de slag. Na dit stadium moet het geheel nog worden gemonteerd en voorzien van achtergrondgeluiden en muziek. Het is relatief gezien een heel complexe werkwijze, maar we moeten wel”. Ondanks de onwil van de bevolking vreemde talen aan te horen, begint er langzamerhand wel wat kritiek te komen op het Duitse systeem. Vooral de Duitse pers let scherp op in hoeverre nasynchronisatie de film schaadt. „Ik heb zeker het idee dat de mensen wat bewuster beginnen te worden”, zegt Gaube. „De laatste jaren krijgen we brieven van boze kijkers, die de vertaling niet goed vonden. En de Duitse pers is bezig de interesse voor het origineel weer op te wekken. Door deze ontwikkeling worden op het derde net nu ook regelmatig ondertitelde films uitgezonden. We hebben plannen liggen om binnen twee jaar via twee geluidskanalen te gaan uitzenden: kanaal links in de originele taal en kanaal rechts in het Duits. Dan kunnen de kijkers kiezen. De kritiek die we te horen krijgen, nemen we zeer ter harte. We roepen de mensen die aan zo’n omstreden film hebben meegewerkt bij elkaar en spreken de hele film nog een keer met hen door. Om te zien wat er mis is gegaan. Vaak ligt het dan aan de schrijver. Er zijn in Duitsland maar heel weinig auteurs die voor nasynchronisatie kunnen schrijven”. Aan de andere kant kan de Duitse die erbij hoort maar toch alleen is, een schakelaar, een scharnier, een beweeglijke maar kwetsbare verkenner. Hem rest niet anders dan door te reizen naar zijn einddoel, de dood, en verslag uit te brengen van zijn bevindingen. Maar omdat hij is opgevoed als een echte Fries, omdat zijn moeder hem gehard heeft, huilt hij niet, hij constateert Slechts. Geen bitterheid dus, ook geen nostalgisch omzien naar het verleden, maar een poging de waarde van een mensenleven te schatten. „Al die verschijnselen die je om je heen ziet, en verklaren wil. Het lukt je niet als je alleen maar die verschijnselen ziet, die hangen als los zand aan elkaar”. Krol heeft geprobeerd in deze roman te beschrijven hoe die verschijnselen opvoeding, werk, relaties, ideeën met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden. In „Een Fries huilt niet” betekent dat dat de hoofdpersoon in een poging zijn leven richting en systeem te geven er toch niet in geslaagd is een plaatsje te vinden. Hij is de boom op de vlakte. Een mooie boom die niemand nodig heeft. Een boom die zijn bladeren verliest. Iemand die nergens bijhoort. En zo is de cirkel rond. Het beeld van de glazenwasser uit de proloog die misschien nog het beste af is omdat hij zijn werk doet, maar tenminste aan de buitenkant staat, maakt in de epiloog plaats voor het beeld van een oudere man in een hotel aan zee, aan het einde van zijn leven. Zijn waarde is bijzonder klein. „Hij heeft bepaalde inzichten en die wil hij, op verzoek, nog wel eens spuien”. „Een Fries huilt niet” is een knap geconstrueerde roman vol symboliek. In deze bespreking heb ik maar een paar draden uit het weefsel kunnen lichten. Wie zich de moeite getroost nog meer draden te volgen zal ontdekken dat bij lezing en herlezing iedere zin meer gaat boeien. televisiekijker de „vertaling” moeilijk controleren, omdat hij het origineel niet kent. Bij Engelse comedyseries bijvoorbeeld komt het voor dat de vertaler in moeilijkheden gebracht door de onvertaalbare Britse humor zelf maar een geheel nieuw verhaal schrijft. 1EBR0EK ig te koop n. m. open uifpui naar d. 2e toilet ak en wanp buitenkra wel degelijk en kan „Een Fries huilt niet” terecht aanspraak maken op de aanduiding roman. Er is een duidelijk tijdsverloop tussen begin en einde van het verhaal, het denken en de gevoelswereld van de hoofdpersoon ontwikkelt zich onder invloed van ervaringen en conflicten met de omgeving. JENHOUT tee, grow gas-c.v er ut zit-, Stü- badkamer :m. douche 1 - 1005Ó a plm. 236 r 1981. Jawohl, sir! De schrijver heeft het zijn lezer ogenschijnlijk erg makkelijk gemaakt zijn boek op de juiste wijze te begrijpen door op verschillende plaatsen in de roman aan te geven waar het verhaal over gaat. „Dit boek gaat geheel over de hoofdpersoon. Het behandelt zijn verhouding met de mooie maar onbetrouwbare Yvonne en zijn ideeën daarover” (p. 52). Die twee elementen samen vormen de schering en inslag van een bijzonder ingewikkeld maar boeiend weefpatroon. We volgen die hoofdpersoon, Robert Roffel, vanaf zijn middelbare schooltijd op zijn weg door de militaire dienst, in een aanvankelijk succesvolle relatie met een zeer mooie vrouw, en zijn bliksemcarrière als radarspecialist bij de Havendienst. Maar het maatschappelijk welslagen getracht de nasynchronisatie overboord te zetten en er ondertitels voor in de plaats te brengen. Helaas, het Duitse publiek kwam massaal in opstand en het experiment kwam zeer snel tot een roemloos einde. Volgens Uwe Gaube vormen de Duitsers een lui volk, dat zich niet wenst te interesseren voor andere talen. „In de oorlogsjaren waren er in de Duitse bioscopen uiteraard geen buitenlandse films te zien. Het Duitse publiek was dus al enorm gewend om films te zien in de eigen taal. Na de oorlog werd de markt overstroomd met Engelse, Amerikaanse en Franse speelfilms. Uit een soort chauvinisme is men toen gaan nasynchroniseren. Bovendien was het goedkoper dan ondertiteling. Het gebeurde dan ook erg slecht. Ik denk dat we nu perfect nasynchroniseren. Dat hangt natuurlijk nauw samen met de bekende Duitse Gründlichkeit, maar je kan van ons zeggen watje wilt, nasynchroniseren is iets dat niemand ons Een groep Duitse kijkers voor wie nasynchronisatie bepaald niet het ideale systeem is, wordt gevormd door de gehoorgestoorden. Hebben dezen in Nederland een eigen journaal en een steuntje in de rug in de vorm van ondertiteling, zelfsvia Teletekst straks van de eigen taal, in Duitsland staat men niet bij deze gedupeerden stil. Bij Uwe Gaube, die al vele jaren in het nasynchronisatievak zit verschijnt een glimlach op het gezicht. „Verrek”, zegt hij, „daar heb ik nog nooit aan gedacht. Het is inderdaad een enorm gemis voor deze mensen. Nee, daar hebben we echt nooit rekening mee gehouden, maar ze hebben volgens mij ook nog nooit aan de bel getrokken. Waar we wel over spreken is dat het opvoedige opvoedkundige element dat een film kan hebben, door die buitenlandse taal, verdwijnt als je nasynchroniseert”. Een bezoek aan de nasynchronisatiestudio’s van Bavaria. Mijn eerste indruk: je zal maar acteur of regisseur geworden zijn en dan hier terechtkomen. Regisseur en cutter (snijder) zitten in een klein, met apparatuur volgepakt, hokje achter een grote ruit. Daarvoor staan de acteurs en een dame die erop moet toezien dat de spelers goed synchroon en met de juiste intonatie inspreken. Zowel deze dame als de regisseur als de cutter moet met een scène akkoord gaan, voordat aan het volgende fragment kan worden begonnen. Gevolg: alles moet vier of vijf keer over. Nogal trots vertelt de regisseur dat de twee acteurs in kwestie al twintig jaar in het vak zitten en het dus erg snel gaat. Bovendien zijn ze al drie weken met deze film bezig, dus ze zijn helemaal ingespeeld. Een scène, die 15 of 20 keer over moet is eerder regel dan uitzondering. De acteurs hebben twee microfoons tot hun beschikking. De ene voor binnen met een beetje echo erin, en één die een ruimtelijk geluid, als ware men buiten, produceert. Volgens Uwe Gaube zijn het vooral de oudere Duitsers die het nasynchronisatiesysteem nog in ere houden. Zij hebben zelfs bezwaren tegen Engelstalige liedjes op de radio. Maar als het aan de jongere generatie ligt, wordt de nasynchronisatie overboord gezet. Probleem is alleen dat er nog geen geschikt alternatief voor de Duitsers bestaat, want ondertitels willen zelfs de jongeren niet. leert niet wat je eigen plaats is daarin”. Kantoorgangers voelen zich wellicht geprikkeld door het volgende: „Eenmaal in een kantoor, (hoef) je niet bang te zijn dat je geen functie hebt. Integendeel. Waar in een kantoor twee mensen samen zijn, wordt gepraat. Zo ontstaat werk”. En wat vindt u van deze vraagstelling? „Het idee jezelf te willen zijn. Wat betekent dat? Doen waar je zin in hebt?” Zo voorgesteld lijkt „Een Fries huilt niet” nog het meest op een verzameling ideeën la Multatuli, waar de lezer zelf zijn verhaal uit mag lichten. Die suggestie wordt nog versterkt door de wijze waarop de tekst gepresenteerd is; een techniek die Krol ook hanteerde in onder andere „De weg naar Sacramento”, en „In dienst van de Koninklijke”. Het boek is verdeeld in twaalf hoofdstukken, ieder hoofdstuk in paragrafen, iedere paragraaf bevat grotere en kleinere stukken tekst die een afgerond geheel vormen, steeds gescheiden door regels wit. Voeg daarbij nog het gegeven dat Krol graag gebruik maakt van schema’s en formules uit de exacte wetenschappen dan zal duidelijk zijn dat de samenhang tussen al die afzonderlijke stukjes tekst niet meteen te vinden is. Toch is die samenhang er jstemd? er geval oonhjke is in dit doen rancielej >1 komen iheden? /ij er de heer jur bent k wijzer nes kost ijk mets Onze oosterburen zweren bij nasynchronisatie. Nederlanders moeten er niet zoveel van hebben: een Amerikaanse cowboy moet Engels spreken en niet Nederlands of Duits. Dustin Hofman vol overtuiging „Ich liebe dicht” te horen zeggen, is op zijn zachtst 1 gezegd een beetje vreemd. Het klopt gewoonweg niet. Het Westduitse film- en televisiebedrijf Bavaria in München is een van de grootste I nasynchronisatiebedrijven van dat land. Zowel televisieseries als buitenlandse speelfilms worden er van Duitse teksten voorzien. Grote man daar is Uwe Gaube. Je zou het niet van hem verwachten, maar hij heeft een verschrikkelijke hekel aan I nasynchronisatie. Ook hij vindt het I belachelijk om Columbo „Jawohl, sir!” te I horen zeggen. Aan ondertitels echter heeft hij een nog grotere hekel. I „We passen nasynchronisatie toe omdat J ondertitels ons, het Duitse volk, helemaal I niet liggen. Ondertitels vereisen van de kijker kennis van de taal, die in de film wordt gesproken. Negentig percent van de Duitsers spreekt alleen de moedertaal. Engels is uit den boze, laat staan een andere taal. Bovendien vind ik dat een ondertitelde film te veel aan kwaliteit verliest. De kijker moet zich enorm concentreren om de regels te lezen en I verliest daardoor veel van het beeld, terwijl de dialoog onvolledig wordt. Ondertitels worden in een soort telegramstijl toegevoegd. Als je de taal waarin de film gesproken wordt niet machtig bent, dan irriteren die ondertitels”. „Ik kan me heel goed voorstellen dat men zich in Nederland ergert aan Duits- „ledere zin van een roman moet boeien, niet alleen de eerste zin”, heeft Gerrit Krol ooit beweerd in een interview met Jan Brokken in De Haagse Post. Als we deze uitspraak hanteren als uitgangspunt bij de beoordeling van Krols jongste roman, dan is „Een Fries huilt niet” zonder meer geslaagd. Iedere zin van deze overigens niet eenvoudige roman heeft mij geïntrigeerd. Het zorgvuldige taalgebruik van Gerrit Krol garandeert dat elke uitspraak, ieder beeld een fünctie heeft en aanzet tot denken of herkenning. Een paar voorbeelden van zijn precieze, logische redeneertrant wil ik u niet onthouden. Ze illustreren tevens dat Krol erin slaagt wijsheid aan humor te paren. „Op die HTS leerde ik in een paar jaar meer dan in de zes jaar op het gymnasium. Op het gymnasium had ik geleerd denkbeelden te vormen; omdat je niet geleerd wordt, daar, na te gaan wat die denkbeelden precies betekenen, kan je eigenlijk elk denkbeeld in je laten opkomen datje wilt. Daar staat tegenover een technische opvoeding. Een technische opvoeding alleen is geen opvoeding, want je leert wel wat de wetten zijn volgens welke de wereld beweegt en zich ontwikkelt, maar je bevredigt niet zijn diepe en wanhopige verlangen ergens deel van uit te maken. Hij neemt ontslag om zich vrij te kunnen voelen, zijn eigen pijl te volgen. De relatie met Yvonne is dan al een hele tijd niet meer wat de hoofdpersoon zich daarvan voorstelt. Aanvankelijk voelde hij zich erg bevestigd door haar schoonheid. „De aandacht van de mensen voor haar verschijning is aandacht voor mij, in principe. Haar hand, aan mijn arm gehouden, bevestigt mijn bestaan”. Maar de afstand tussen hen beiden wordt steeds groter. Yvonne is heel anders, zij heeft veel vrienden, zij heeft allure. En alhoewel hij haar daarom bewondert, kan hij dit leven niet delen. Hij heeft behoefte aan systeem en diepte. De zo vurig gewenste eenheid wordt niet bereikt en hun wegen scheiden zich. Dan gaat de ik opnieuw op zoek naar een dak boven zijn hoofd. Even lijkt het erop of de zus van Yvonne hem dat vaste punt kan bieden, maar tenslotte kiest hij ervoor zijn eigen weg en richting te volgen, alleen. Hij ontdekt dan dat zijn leven is voorbijgegaan met het zoeken naar een eenheid tussen man en vrouw, dat hij aan het einde van zijn leven nog net zo eenzaam is, de buitenstaander, iemand gesproken Amerikaanse films. Het is ook raar en onjuist. Maar een feit is, dat de Duitsers nu zo ver zijn dat ze het niet eens meer door hebben dat het nagesynchroniseerd is. Het is in Duitsland een traditie geworden. De mensen zijn er zo aan gewend dat ze stomverbaasd zijn, wanneer ze horen dat bijvoorbeeld Clark Gable Engels spreekt. Nasynchronisatie is een compromis, net zo goed als ondertitels dat zijn. Het voordeel van ons systeem is dat we veel minder missen van de film”. De Duitse televisie heeft lang geleden eens i OU

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1980 | | pagina 31