i 1 F 1 I '1- Jl i I mI I I i 1 B 1 - I KSE door Karl Breyer Ziekten Rotstekeningen HEID IG Leefgemeenschap Geboortenbeperking Naar recente schattingen bedraagt het aantal Bosjesmannen thans tussen de vijftig- en zestigduizend, waarvan 26.000 in Namibië, de vroegere Duitse kolonie Zuidwest-Afrika. De rest woont, door deTswana- bevolking onderdrukt en veracht, in de onafhankelijke republiek Botswana. Nog slechts zes- tot achtduizend van hèn leiden een even vrij en ongebonden leven als hun illustere voorvaderen. Volgens wetenschappelijke rapporten zal rond het jaar 2000 het overgrote deel van dit nomadenvolk zijn verdwenen. De weinige nog overgebleven, in het stenen tijdperk levende Bosjesmannen zullen daarna waarschijnlijk verder vegeteren als een soort bush-proletariaat. Kliktaal - Geen volk in Afrika is de laatste honderd jaar zo onderdrukt, opgejaagd en zelfs letterlijk uitgemoord als het raadselachtige volk van de Bosjesmannen. In de Tswanataal heten ze polocholo: wilde dieren. De Xhosa’s en Zoeloes, beide behorend tot de grote Bantoefamilie. noemen hen ratten. De blanken zowel als de zwarten in zuidelijk Afrika beschouwen hen sinds mensenheugenis als een minderwaardig ras, als slaven en paria's. Tot het begin van deze eeuw werden ze door bereden boeren opgejaagd en als dieren afgeschoten. Een Twana-hoofd- man heeft ooit gezegd: „Ze zijn even schadelijk als sprinkhanen". s 2 8 - ater voor oorwaar- De ondergang van de Bosjesmannen it Een Bosjesman maakt vuur 'eer. :ts goeds it Een Bosjesman-vrouw vermaalt kruiden ,nruimte zelf- oinden. nene Za- ventuele stel 14. stratieve □led) en st gebied zoals het kantoor- inste ty- ren kan en), voor verdeeld uitroepteken of een schuine streep. Antropologen noemen de Bosjesmannen fossiele overblijfselen uit het stenen tijdperk en zijn van mening dat de Bosjesmannen al meer dan 12.000 jaar het belangrijkste etnische element vormen in zuidelijk Afrika. Toen de Hollanders in 1652 in zuidelijk Afrika voor het eerst met deze autochtone bevolking in contact kwam, noemden ze deze' bewoners van de met kreupelhout begroeide steppen naar hun woongebied: Bosjesmannen. Door veracht. Op veel plaatsen in Namibië en Botswana worden de Bosjesmannen als slaven behandeld. Als herders zijn ze net goed genoeg of anders verrichten ze slavenarbeid. Enkele duizenden van hen verdienen op door zwarten geleide veebedrijven een loon van 12 gulden per maand plus wat rpaismeel. Daarnaast krijgen ze nog wat suiker en tabak, ’s Avonds mogen ze niet met de zwarte veedrijvers rond het zelfde vuur zitten. De eerste blanke Boeren die vanaf Kaap de Goede Hoop noordwaarts trokken, maakten het nog bonter. Had een Bosjesman, omdat alle eigendomsrecht hem vreemd is, een stuk vee gedood, dan werd hij achter een paard gebonden en over de grond gesleept tot hij dood was. In de loop der tijden hebben talrijke wetenschappers, missionarissen, onderzoekers en artsen zich met dit fascinerende volkje beziggehouden. Om de taal van de Bosjesmannen te leren begrijpen, stuurde de Zuidafrikaanse universiteit van Witwatersrand zes taalkundigen de Kalahari in. De resultaten van deze expeditie leidden tussen 1958 en 1967 tot 21 nieuwe onderzoekings tochten. Maar nog steeds is het aantal zwarten of blanken dat de Bosjesmannentaai enigermate beheerst op de vingers van één hand te tellen. De betrouwbaarste gegevens over de leefwijze van de Bosjesmannen kwamen echter van de Duitse antropoloog Hans Joachim Heinz. Hij zag kans lid te worden van een leefgemeenschap van Bosjesmannen, trouwde met het meisje Namkwa, leerde de uiterst gecompliceerde kliktaal en heeft zich enorm ingezet voor verbetering van het lot van de Bosjesmannen. Hij moest later de groep, zijn vrouw en zijn kind verlaten. Zijn boek. „Namkwa. mijn leven onder de Bosjesmannen”, werd zelfs in Zuid- Afrika een bestseller. Hoewel zij bekend staan als onvermoeibare jagers die te voet een antilope kunnen achtervolgen tot het dier volledig uitgeput door zijn poten zakt, gelden de Bosjesmannen als een vreedzaam volk, dat nooit naar de wapens zal grijpen om onderlinge twisten te beslechten. Er bestaan wel degelijk spanningen tussen de families en clans, maar die worden opgelost tijdens urenlange palavers en Kinderen hebben onder de Bosjesmannen gelijke rechten. Het zou niet bij hen opkomen een lastig kind een klap te geven. Van al hun natuurlijke gaven is bij de Bosjesmannen het gevoel voor muziek wel het sterkst ontwikkeld. Daarnaast vindt men over geheel zuidelijk Afrika hun rotstekeningen, die van grote schoonheid en kracht zijn. De laatste van deze tekeningen zijn vermoedelijk aan het eind van de vorige eeuw gemaakt. De Duitse archeoloog dr. Wendt heeft echter in een vroeger bewoonde grot beschilderde stenen platen gevonden, waarvan de leeftijd met de zogenaamde C14-methode (meting radioactieve koolstof) kon worden bepaald op maar liefst 14.000 jaar. Naast hun tekentalent zijn de Bosjesmannen goede dansers, zangers en vooral vertellers. Een speelse conversatie vormt voor de Bosjesmannen volwassenen en kinderen het meest geliefde tijdverdrijf. Al spelend leren de jonge kinderen van hun oudere broertjes en zusjes. Seksueel onderscheid wordt in het spel bepaald door een verschillende interesse. De hele familie hokt samen, de vrouwen babbelen met hun baby’s, er wordt natuurlijk veel gepraat en op de kalimba of een De vrouw van de Bosjesman hoeft niet aan de pil. Het Zuidafrikaanse Instituut voor Geneeskundig Onderzoek heeft vastgesteld dat de vrouwen een door de natuur ingegeven geboortenbeperking kennen. De door dr. André van der Walt en prof. Trevor Jenkins uitgevoerde onderzoeken op vrouwen uit de Kalahari hebben aangetoond dat ieder jaar in april het aantal geboorten een piek bereikt. Hieruit volgt dat de bevruchting in juli of augustus van het vorig jaar plaats heeft moeten vinden. Juist in deze twee maanden zijn ook de mannen beter gevoed dan de rest van het jaar, omdat op de steppen dan meer plantengroei voorkomt, wat meer wild aanlokt. Hierop stelde men zich de vraag of er aantoonbaar verband bestaat tussen deze gevolgtrekking en of de vrouwen in de deze periode ook vruchtbaarder zouden zijn. Van der Walt stelde vast dat in tijden Van voedselschaarste vrijwel geen enkele Bosjesvrouw ovuleert, waardoor ook weinig zwangerschappen voorkomen. Conclusie: deze vrouwen kunnen alleen worden bevrucht wanneer hun gezondheidstoestand goed is en zij relatief goed zijn gevoed. In deze toestand heeft de ongeboren vrucht de grootste kans zich normaal te ontwikkelen en ook na de geboorte te overleven. ander instrument gespeeld. Homo Ludens in het stenen tijdperk. gerust ilijvend verdwijnen tijdens mysterieuze, rituele dansen, waarbij de geesten van de steppe worden bezworen. Door de ritmische gezangen raken de dansers geheel in vervoering. Binnen een gemeenschap van Bosjesmannen bestaat geen hoofdman. In bepaalde situaties neemt de meest ervaren jager of spoorzoeker eenvoudig de leiding. Zelf heb ik in Tsumkwe meermalen de nacht doorgebracht in de hut van een oude Bosjesman die door de anderen met het grootste respect werd behandeld. Men vroeg hem om raad en hij gold zo’n beetje als voorbeeld voor de hele clan. Zijn grote kracht was dat hij de geluiden van de dieren in het kreupelhout zo goed kon imiteren dat de giraffen en zebra’s niet op of om keken. Vooral voor een jager een onmisbaar talent. guerrillabewegingen. Velen van hen werden door de Portugezen overgehaald dienst te nemen. Naast hun soldij - voor een Bosjesman een vermogen - kregen ze van de Portugezen een bonus voor de afgesneden oren van een guerrillero. Na de overwinning van de MPLA volgde bloedige wraak. Vrijwel meteen nadat de wapens op veilig waren gezet, raakte de Bosjesmannen opnieuw tussen twee fronten. Ditmaal werden ze het slachtoffer van de strijd tussen de MPLA en de Unita. Ook ae eetgew< au deze steppenbewoners zijn onderzocht. De in Grootfontein wonende arts dr. Van der Merwe schoot eens voor vier Bosjesmannen een bok. die met botten en gewei mee 200 kilo woog. Na zonsondergang legden de vier een vuur aan waarop de lever, het hart, de longen en de nieren het - eerst werden gebraden en als lekkernijen opgepeuzeld. Met de mond nog vol sneden ze daarna de springbok aan stukken. Met vel en al werden deze grote brokken gebraden en opgegeten. Rond middernacht leken de buiken van de vier jagers opgeblazen Van Mamuno aan de grens tussen Namibië efl Botswana tot Ghanzi en Kuke wonen de Kinderen van het Veld, zoals ze zichzelf noemen. In .Tsumkwe, de uit een school, een kerk, een hotelletje en een ramschwinkel bestaande hoofdstad van hun vroegere woongebied, leiden ze in hun primitieve hutten van stokken en gras een armoedig bestaan. De ongeveer 8000 Bosjesmannen in Kavonga vormen een minderheid zonder rechten binnen de 62.000 zielen tellende zwarte bevolking. Men vindt ook nog Bosjesmannen in Tsau, een verlaten uithoek van de Kalahariwoestijn, die slechts bereikbaar is na een moordende rit door steengruis, zandverstuivingen en laag kreupelhout, langs moerassen en zoutmeren. In het niemandsland' van deze zo goed als onbewoonde, van Zuid-Afrika tot Angola reikende steppen kan men nog een in lompen gehulde Bosjesmannenfamilie tegen het lijf lopen. Hier wonen ze in hun armoede en hun angst voor de „Munguwa”, de zwarte mens, en hun van iedere ontwikkeling gespeende eenvoud. Op deze dorre steppe zoeken ze baar het schaarse wild, water of wat eetbare planten en hun Boodschap van de Hoop. Maar ondanks hun geringe ontwikkeling zijn ze er achter gekomen dat Bosjesman in zuidelijk Afrika een scheldwoord is, iets waartegen ze bij de regering van Botswana hebben geprotesteerd. Ze willen nu Basarwa worden genoemd. Oorspronkelijk reikte het gebied van de Bosjesmannen van de Zambesi tot Kaap de Goede Hoop. Ze woonden samen in familie-, groeps- of stamverband. Ook nu nog spreken ze een eigenaardige taal met klikgeluiden en klakken met de tong die door taalkundigen niet anders kan worden aangegeven dan met een de eeuwen heen zijn ze een volk van nomadische jagers geweest. Niet alleen de blanken die rond Kaap de Goede Hoop steeds meer land in bezit namen, waren bang voor de korte, gedrongen Bosjesman, ook de Bantoes vreesden de gifpijlen van deze uiterst snelle jagers. Waarschijnlijk uit pure angst de Bantoes dachten dat de Bosjesmannen zichzelf in leeuwen konden veranderen; hun huidskleur is immers bruin-geel... worden de Bosjesmannen nu nog door de zwarten onderdrukt en Maar ook uit het westen stammende „beschaafde” ziekten als syfillis, mazelen, griep en rode hond eisen hun tol. Volgens dr. Heinz leidt 80 procent van de Bosjesmannen aan tbc. Omdat ze door hun lichtere huidskleur kennelijk een grote aantrekkingskracht hebben op de zwarte mannelijke bevolking, worden veel van de jonge vrouwen gedwongen te werken in bordelen. Bij veel zwarte stammen vindt men als slaaf tewerk gestelde Bosjesmannen. Intusen is ook het Zuidafrikaanse leger begonnen de Bosjesmannen voor zijn karretje te spannen. In de Caprivistrook heeft men enkele barakken neergezet die moeten dienen als onderdak voor hen die de slachting in Angola hebben overleefd. Hier worden jonge Bosjesmannen aangeworven als spoorzoekers en ingezet tegen de Swapo. Wellicht wacht hun een zelfde lot als dat van hun broeders aan de overkant van de Zambesi en‘ de Cubangorivier. Slechts enkele duizenden Bosjesmannen zijn nog niet aangetast door de vernietigende kracht van de westerse beschaving en leven als hun voorouders enkele duizenden jaren geleden. Nog jagen ze met pijl en boog. De vrouwen zoeken eetbare wortels, vruchten, larven en wormen. Het menu van de woestijn laat weinig andere keus. Vandaar de bovenbeschreven schranspartij als er een stukje vlees is. Maar ook hier dringt zich de vraag op hoe lang hun eigen cultuur nog zal kunnen standhouden tegen transistorradio’s, spiegeltjes en 11 Een Bosjesman-familie waren alleen het skelet en het gewei nog over. Om de gaatjes te vullen, sloegen ze de botten stuk en zogen het merg er uit. Toen Van der Merwe naderhand de resten woog, bleken deze zo’n vijftig kilo te wegen. Nadat grote aantallen Bosjesmannen door Boeren en Bantoes waren vermoord, begonnen ze zich geleidelijk aan terug te trekken in de Kalahari. Maar het grootste bloedbad moest toen nog komen: Angola na de aftocht van de Portugezen. Met hun uitzonderlijk goed ontwikkeld jagersinstinct en hun aan de steppen aangepaste levenswijze waren de Bosjesmannen E N W

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1980 | | pagina 33