T Letterkast Reiziger 6319 :R I 3*: 3100 4 V-^0081 i 36 ■n -4 i Bob Tadema Sporry dan zo 5 6319 (Kees Tops) Zaken net Na duur reisapotheekje. Maar helaas, toen in de ne gentiende eeuw Japan zich in het Westerse pak begon te steken (met zakken!) was het afgelopen met de inro als gebruiksvoor werp. Gelukkig vond men er een nieuwe toepassing voor. De inro werd verzamelob ject en is dat gebleven tot op de dag van vandaag. Zelfs nu bestaan er nog enkele lakkuristenaars die ook nog een enkele inro maken. wurgen, kwam 830 al in zicht, waar we wederom moesten overstappen. Het laatste deel van de reis, met de Sprinter van 17.22 naar 838, verliep voorspoedig. door de landelijke rust van 824 nog meer gezelligheid tegemoet. im heb- eid zijn’ richten. en, ;en. SB <<77e beleefden genoeglijke uren, eer we Vl op eerste kerstdag om 16.08 weer in het weldra rollend materieel spron gen. De plaats van bestemming was nu 824, zodat we ons tussen 834 en 832 bij de conduc teur een aanvullend weekendretour 830-824 aanschaften. Hollend bereikten we in 800 de aansluitende stoptrein van 16.43 naar 450. Drie stations verder stapten we om 16.57 uit en wandelden sV let fT^weede kerstdag. De stoptrein, afkom stig uit 490, die om 10.03 in 824 voor- reed, had als bestemming 800, maar in 821 stapten we weer uit. Niet uit ontevreden heid over de geboden rit; eenvoudig omdat we daar moesten zijn. (Ik ben trouwens opwindend vraagstuk voor puzzelaars zowel in 821 als in 800 geboren!) Een kleine 13 uur later verwisselden we in datzelfde 821, maar nu aan de overzijde van de rails, het perron voor de treeplank van de stoptrein die ons (ditmaal via 880) terug zou brengen naar 900. Voldaan, maar doodmoe, zaten we de vervelende rit uit. Zonder een spoor van weemoed bekeken we de honder den nog brandende lichtjes van onze vorige woonplaats 903. De stoptrein van 00.11 bracht ons tenslotte van 900 naar 962. Daar aangekomen, keken we de rode achterlichten na, die pas in 992 zouden doven, en wandelden tevreden naar huis. T'ien inro was, en is zeker nu, een zeer B^ kostbaar ding. Wie rijk was bezat er een hele collectie van, want de inro behoor de te worden aangepast bij de stemming van de drager en het seizoen waarin men leefde. Ook de weersomstandigheden en de sfeer van de omgeving bepaalden de keuze van de inro-van-de-dag, evenals men zijn of haar kimono koos, want ook die droeg en draagt men nog steeds niet zomaar. Dat zou getui gen van slechte smaak en gebrek aan ont wikkeling. Wie een collectie inro’s bezat en dat konden er tientallen zijn borg deze veilig op, want lak is een teer materiaal. Om ieder inro behoort een zijden of brokaten zakje te zitten, dat vervaardigd wordt volgens apart vastgestelde normen. Die gingen dan in de speciaal gemaakte inrokast, die door een groot lakkunstenaar gemaakt werd. Iedere dag maakte men zijn keuze uit die collectie, iets wat misschien wel geestelijke moeilijk heden zal hebben opgeleverd als de stem ming eens niet paste bij een stralende dag De inhoud van de inro’s was inmiddels ook uitgebreid met zaken als kaneel, zoet hout, mirre en ginseng, dat magische wortel tje, waaraan Chinezen en Japanners zo’n betekenis toekennen, omdat het lijkt op een mannetje. Bij het maken van een inro kwa men drie mannen aan bod: de eerste was de maker van het kernrompje, bij voorkeur gemaakt van hinokihout, dat trekvrij en Tjet geneesmiddel behoort bij de mens I—I als de dop bij een ei. Sinds tientallen eeuwen hebben de mensen die artse nijen met zich meegezeuld en slechts één volk slaagde er in van het omhulsel van de geneesmiddelen een kunstvoorwerp te ma ken: het Japanse. Nu hadden de Japanners enige eeuwen geleden wel al een medicijndoos, maar die was zo onhandig groot dat je hem niet mee op reis kon nemen. Een of andere slimmerd vond toen een nieuwe uit, zo klein, dat je die in de mouw van je kimono kon meedragen Japanners hebben nooit in zakken ge loofd tot ze die vanuit het westen leerden kennen en zo keurig ingedeeld dat de medicijnen er gedoseerd, vochtvrij en lucht dicht in konden worden opgeborgen. Die slimmerd heeft kennelijk op een goede dag zijn zegeldoosje ook een onmisbaar on derdeel van zijn persoonlijkheid eens bekeken en via de vonk der inspiratie ge dacht: „Alsjeblieft, daar héb je een ideale medicijndoos!” Of hij toen het Japanse equi valent van eureka heeft uitgeroepen weten we natuurlijk niet, maar van die tijd af begon de opmars van de inro, die schitteren de juweeltjes van voornamelijk lakkunst, die nu behoren tot de meest gezochte en duurst betaalde kunstvoorwerpen. Een inro is nooit veel groter dan ongeveer 10 centimeter. Alleen wanneer hij het eigen dom was van lieden die aan de weg plegen te timmeren, zoals worstelaars en acteurs, kreeg hij een fiks formaat om vooral goed op te vallen. In de grote bloeitijd van de inro werd deze een statussymbool als geen ande re. Een heer van stand (en geld!) herkende men aan de inro die aan zijn gordel, zijn obi hing. En meer dan wat ook bepaalde de inro de smaak van zo’n heer, want ook hier gold altijd: (Dure) eenvoud is het kenmerk van het ware. De naam van de inro dekt overigens niet meer de inhoud. Inro betekent zegeldoos: in zegel en ro doos. De échte medicijn doos, die ook iedereen bezat, was vrij groot en werd in huis bewaard. Vanaf de 15e eeuw bezat iedere man van ook maar enige betekenis een zegeldoos, want iedereen had het altijd druk met het laten stempelen van alle mogelijke papieren die anders niet geldig zouden zijn. Nu waren die stempeltjes klein en zeker ook weer bij heren van stand verfijnd en heel erg mooi. Daarnaast voerde hij een doos met stempel- pasta mee, een ongeveer even morsig en onhandig ding als onze dozen met stempel inkt. Het enige verschil was dat die pasta- doos zo mooi mogelijk was en onze stempel- inktdoos zo lelijk mogelijk. Japanners reisden veel, graag en ver en die eigenschap bezitten ze ook nog altijd. In de handige wijde mouwen van hun kimono’s voerden ze allerlei dingen met zich mee, waaronder eerst ook de inro. Toen het mode werd om de kimono niet te laten los hangen, maar deze te omgorden met een koord of een obi, hing men daaraan goed zichtbaar de inro, die nu meteen bij de hand was. Een inro bestaat net als een etensdrager uit een aantal ineenpassende vakjes met een deksel er bovenop. Langs de zijkanten lopen een soort „tunneltjes”, waardoor een koord geregen wordt dat alle vakjes keurig bij elkaar houdt. De beide uiteinden van dit zijden koord, in kleur zorgvuldig aangepast bij de inro, worden bovenop bijeengehou den met een mooie kraal, de ojime, en aan de twee uiteinden door de netsuke (uitspreken net’ské), een soort tegenwicht dat ook al evenals trouwens de ojime, een wereldbe kend verzamelobject is geworden. In China kende men sinds de eerste eeuw al spécialités. Die bestonden uit pillen, pas tilles, korreltjes, pasta’s en poedertjes. Altijd in droge vorm waar men dan aftreksels van maakte. Omdat er altijd nauwe betrekkin gen bestonden tussen Japan en China behalve als ze weer eens oorlog voerden deed het industriële geneesmiddel al gauw zijn intrede in Japan. Die geneesmiddelen waren gewoon ge schapen om in de vakjes van een inro te bergen en zo begon die dus zijn zegetocht als ot de moeilijkste onderdelen van de inro behoren de vakjes. Hoe moeizaam het vervaardigen hievan is, moge een beschrijving van een van de toegepaste tech nieken bewijzen. Vóór het aanbrengen van het eerste laklaagje op het blote houten rompje worden de vakjes en het deksel met minuscuul dunne laagjes zuivere bijenwas op elkaar geplakt. Als de laklaag gedroogd is verwarmt men de inro even, waardoor de was smelt. Een heel licht tikje is dan genoeg om het laklaagje op de voeg haarfijn te doen splijten. Daardoor komen vakjes en deksel dan weer los van elkaar. Bij iedere nieuwe laklaag moet deze techniek herhaald wor den, dus zeker dertig keer! Zou hierbij ook maar één foutje begaan worden dan kan de inro worden weggegooid! De moderne tijd kwam vanzelfsprekend met moderne methoden, maar eerst de verre toekomst mogelijk een paar eeuwen? zal kunnen bewijzen of die even perfect zijn als de oude. Want die houden, zo teer en kwetsbaar als ze zijn het letterlijk eeu wenlang uit als ze met liefde en zeer zorg zaam behandeld en gebruikt worden. Men voegt nu bijvoorbeeld bij het lakken olie en ijzeroxyde toe als katalysators, waardoor een sneller drogen mogelijk is geworden. De lakkunstenaars werken in Japan nog altijd voor de eigen markt blaadjes, kom metjes, saké-„glaasjes”, presenteerbladen, meubelpanelen maar ook voor de export. De eisen zijn overigens even zwaar geble ven. Ze hebben hun ontwerpen aangepast aan de moderne tijd, echter zonder de antie ke decoraties te hebben afgezworen. De op leiding duurt nog altijd even lang als vroe ger, want het is een vak dat van de beoefe naar ervan het uiterste vergt aan geduld, uithoudingsvermogen, scherpe ogen, lenige vingers en fantasie. Het is normaal dat een jongetje begint als hij zeven jaar oud is en pas als volleerd wordt beschouwd als hij de twintig gepasseerd is. En dan nogHoe lang duurt het niet eer hjj zelfs maar natio naal bekend wordt? De eisen die Japanners aan hun kunstenaars stellen zijn naar ons gevoel bijna niet te halen. Nog altijd is een Japans lakatelier vol maakt stofvrij en wordt alle gereedschap smetteloos onderhouden en opgeborgen. Hoe vereerd de grote lakkunstenaars in het verleden werden blijkt wel uit het feit dat de beroemde familie Koma niet minder dan elf generaties lang werkte voor het hof. En wat je dan moest kunnen is onvoorstelbaar. En wat je dan kon maken was van de opperste perfectie, schoonheid en duurzaamheid. nro’s, ze zeiden het al, behoren tot de zeer gezochte verzamelobjecten en ze worden steeds zeldzamer en natuurlijk duurder. Toch bestaat de mogelijkheid om een collec tie aan te leggen nog altijd. Met een prijs van 1000 kan men al iets aardigs, niet iets heel moois vinden. Een luxe auto is ongeveer 3 tot 4 top-inro’s waard Maar die behouden natuurlijk hun waarde, terwijl een auto al tijd een wegwerpvoorwerp zal blijven. Wie eerst eens inro’s wil gaan bekijken om erachter te komen waar het nu wel om gaat kan niet beter doen dan zich te begeven naar de Aziatische afdeling van het Rijksmuseum in Amsterdam. Veel te weinig mensen ken nen die afdeling die ware schatten bevat aan het beste wat Azië heeft gemaakt in de loop der eeuwen. De collectie Westendorp-Osieck, die daar te bezichtigen is, zal iedereen die er gevoelig voor is verbijsteren. Daar vindt men alle Japanse verzamelobjecten van topklasse bij elkaar: inro’s met hun ojimes en netsuke’s tsuba’s, de stootplaten van zwaarden plus al die prachtige kleine dingetjes die een zwaard pas mooi maken, zoals de minuki’s en andere minuscule plaatjes die erop zijn aangebracht, maar die ieder een eigen on misbare functie hebben. Er hangen lapjes zijde en borduursel, en er is porselein uit China, Japan, Korea, Chinese graffiguren, brons van 20 eeuwen oud, T’ang-beelden en de rest, te veel om op te noemen. Maar een bezoek aan deze afdeling van het museum (ingang Hobbemastraat) is de moeite meer dan waard. /Amdat we de kerstdagen zouden door- I B brengen in de omgeving van 800, bega- ven we ons de 24ste december 's mid dags naar het stationnetje van onze woon plaats 962 en kochten een weekendretour naar 838. T. en B. hadden daar een huisje gehuurd, vlakbij het strand, om eens een weekje lekker uit te waaien, en ze zouden het leuk vinden als we langskwamen. De stoptrein van 15.37 naar 900 had op weg van 990 naar 962 kennelijk vertraging opge lopen; hij vertrok veel te laat, zodat we in 900 onze aansluiting misten. In plaats van de geplande intercity naar 710, werd het dus de stoptrein naar 790 een verbinding waar ik om diverse redenen een verschrikkelijke hekel aan heb. Precies volgens de dienstregeling rolden we om 16.08 900 uit en jawel hoor: wij hadden het ongeluk ons te bevinden in een comparti ment waar zich tevens een vrouwmens met een buitengewoon schel stemgeluid ophield, welk wezen zich tot overmaat van ramp tot taak had gesteld, haar zoontje uitgerekend gedurende déze treinreis de tafel van 6 bij te brengen. Ter hoogte van 840 werd deze marteling me .echt te bar, maar voordat ik het monster kon elastisch is en daardoor bestand tegen hitte en kou, vocht en droogte. Een enkele maal koos men voor honde- of katteleer, of een combinatie van hout en leer. Deze basisinro moest reeds zo perfect zijn afgewerkt dat de vakjes lucht- en vochtdicht sloten, óók als later de talloze laagjes lak zouden worden aangebracht. Het ging hier bij om fracties van millimeters, zodat men begrijpt wat voor vakman zo’n dingetje moest vervaardigen. Dan ging het rompje naar de man die de eerste dertig laklaagjes in -en uitwendig aanbracht, de achtergrond waarop de lak kunstenaar tenslotte zijn decoratie moet aanbrengen. Iedere laagje lak moet goed drogen en dan spiegelglad gepolijst worden eer het volgende kan worden aangebracht. Het maken van zo’n basisinro duurde een maand. En dan kwam de beurt aan de lakkunste naar die in overleg met de toekomstige eige naar de versiering bepaalde, vaak aan de hand van een boek vol ontwerpen, die echter een eindeloos variëren mogelijk maakten. De gebruikte technieken bepaalden ook de prijs. Men had gesneden lak (in Chinese winkels nu te zien, maar dan van plastic!), goud- en zilverlak, reliëflakken en inlays van zilver, tin, ivoor, keramiek, porselein, parelmoer, koraal of lood. Het aanbrengen van de decoratie vergde van de lakkunstenaar het uiterste van zijn kunnen en wie geen buitengewoon scherpe ogen had kon het ook wel vergeten. Vanaf de allereerste penseelstreek moest hij precies weten hoe de inro er bij gereedkomen zou uitzien en het verbeteren van zelfs een mini maal foutje was uitgesloten. Van enige re touche kon geen sprake zijn en een foutje betekende dat de hele inro waardeloos was geworden. Ook de lakkunstenaar moest laagje voor laagje aanbrengen, laten drogen en polijsten, eer hij verder kon gaan. 3 2 b q i 'V F betaald kunstvoorwerp ij de >che man roep ak- Inro in goudlak. ling 10 uur L w. rerk i Mid- an het hoven, arlem. 10 uur 7 uur 6 uur Magnifieke inro van topkwaliteit in goudlak op een zwarte onderlaag. Het is een bekende voorstelling van wielen die in een rivier drijven. nummers) niet kon oordelen en dit liever overliet aan de „technische man”. Dat was Henk van der Molen. Henk van der Molen vond alles prachtig. Hij gaf iedere artiest gemiddeld 82 punten. Wel had hij wat meer noten op zijn zang, maar hij is dan ook muzikant. Niettemin bekende hij over de muzikale prestaties van de reggae-groep niet te kunnen oordelen, omdat de leden hiervan uit Aruba kwamen en daar was zulk een heel eigen muziekcultuur, dat wij daar, „met ons blanke huidje”, niet over moesten praten. De groep won. Alexander Pola door presentator Henk van Montfoort hardnekkig Bram genoemd vond alles prachtig. Hij gaf iedere artiest gemiddeld 95 punten. Nou ja, de dialoog die de Belg met zijn sprekende pop afstak vond hij niet bepaald sterk, maar verder was dit nummer toch prachtig! Margriet Eshuys tenslotte vond alles prachtig. Ook zij gaf iedere artiest gemiddeld 95 punten. Zonder meer. De rol die Van Montfoort in dit VARA- amusement speelde, was een tweeledige: ten eerste bekende Nederlander zijn, en ten tweede giechelen om de grappen van de panelleden. Hihihi, dat is een goeie, hahaha!, riep hij steeds uit. Die nacht droomde ik dat een omroepbestuurder op het idee was gekomen, de tot vervelens toe op het scherm geëxposeerde bekende Nederlanders voorgoed van dat scherm te weren, opdat de kijker althans énige kans zou lopen op een aardig programma, zo nu en dan. Zijn suggestie werd in 't Gooi met gekerm begroet, doch onmiddellijk uitgevoerd. Maar het was slechts een droom. KEES TOPS Die nacht droomde ik dat een NOS- vormgever op het idee was gekomen, de omtrekken van het onzichtbare Europa door middel van een dun stippellijntje zichtbaar te maken, opdat de kijker enig nut van de satellietfoto zou hebben. Zijn suggestie werd vanzelfsprekend met gejuich begroet en onmiddellijk uitgevoerd, maar het was slechts een droom. Gezien, in het NOS-journaal: wolken. We keken naar een satellietfoto van West-Europa, aldus de begeleidende tekst, maar van West-Europa was niets te zien. Boven Nederland (Floep! pijltje in de grijze brij) was het bewolkt, zo verduidelijkte de nieuwslezer. Boven Parijs (Floep! pijltje weg; nieuw pijltje, elders in de vormeloze vlek) eveneens. Pijltjes floepten aan en uit, en verder zag je niets dan een schermvullend wolkendek. De enige herkenbare vorm, een deel van de Scandinavische kustlijn, was tot stand gekomen door bijwerking van de foto ein bh lap en >or F i. Inro uit de 19e eeuw met ojime (het masker) en netsuke (lotuszaad). Het masker slaat op de voorstel ling: een feestje met muziek. Op de voorgrond moeders met kinderen. Gezien, op VARA-televisie: bekende Nederlanders. We keken naar het programma „Nieuwe gezichten”, aldus het programmablad, maar we zagen in hoofdzaak oude gezichten. Als je een bekende Nederlander bent, dan word je gevraagd om in amusementsprogramma's als panellid op te treden en je oordeel uit te spreken over zaken waarvan men meent dat je erover kunt oordelen op grond van je hoedanigheid als bekende Nederlander. „Nieuwe gezichten”, zo kondigde de VARA aan, is een programma waarin „nog niet bekende artiesten een kans krijgen”, dat wil zeggen: de kans om bekend te worden. Het programma fungeert dus als couveuse voor bekende Nederlanders in spé en daarom had men „de deskundige jury" samengesteld uit Albert Mol, Alexander Pola, Henk van der Molen en Margriet Eshuys. De eerste twee zijn gerenommeerde bekende Nederlanders, de derde is een gewóne bekende Nederlander, maar dik bevriend met een zéér bekende Nederlander, en de vierde is zelf-net uit de couveuse. De tot bekendheid te bevorderen artiesten waren twee jongens met een gitaar, een jongeman met een zelfgemaakte steelpan (op zijn Engels uit te spreken als stielpèn: een bewerkt olievat), een zanger, een Belg met een sprekende pop, een reggae-groep en een zangeres. Telkens wanneer een nummer was volbracht, stelde de verantwoordelijke artiest of groep zich eerbiedig (staand) tegenover de jury (zittend) op om het deskundig commentaar in ontvangst te nemen. Albert Mol vond alles prachtig. Hij gaf iedere artiest gemiddeld 99 van de 100 punten. Wel verbond hij aan vrijwel ieder oordeel de bekentenis dat hij over de muzikale kwaliteiten (het enig belangrijke onderdeel van vijf van de zes Van reisapotheek tot duur'l Drie inro’s in goudlak, met uitzondering van de middenbovenste. waarbij goudlak werd aangebracht op uitgeschuurd hout.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

Haarlem's Dagblad | 1980 | | pagina 37