.5
PERSONELE UNIE TUSSEN HEEMSTEDE
EN HAARLEMMERMEER.
Onze oostelijke buurgemeente heeft dit jaar een publicatie
doen verschijnen, verzorgd door het Sociografisch bureau
De Meerlanden, welke als een schets van historie en ontwik
keling gepresenteerd werd.
Zoals men weet, viel de Haarlemmermeer in 1852 droog. Oor
spronkelijk had men gedacht de nog prille provinciegrens tus
sen Zuid- en Noordholland te handhaven en uit te gaan van
twee gemeenten met de daarbij behorende hoofddorpen, die dan
Venneperdorp en Kruisdorp zouden heten. In maart 1854 werd
Heemstede nog herinnerd aan zijn plicht om het er aan grenzen
de gedeelte van de polder op te meten. Toen was er nog geen
polderbestuur noch een gemeentebestuur, zodat men wel met de
bestaande organisaties moest werken.
Het volgende jaar - 1855 - werd besloten in Haarlemmermeer
één, in Noordholland gelegen, gemeente te maken. Op 11 juli
1855 werd de gemeente Haarlemmermeer ingesteld en op 14 sep
tember van dat jaar kon de eerste burgemeester, Mr. M.S.P.
Pabst, geïnstalleerd worden. "Een gemeentehuis was er aan
vankelijk niet; de gemeente-administratie werd te Heemstede in
een kamer van het raadhuis aldaar gevoerd", zo gaat het boek
je verder. Waarom juist een kamer in Heemstede voor dit doel
moest dienen, wordt niet vermeld en dit is voor mij aanleiding
geweest enige merkwaardige feiten uit onze eigen geschiedenis
uit het midden der vorige eeuw naar voren te halen.
Gedurende de eerste helft der negentiende eeuw werd het bestuur
onzer kleine gemeenschap beheerst door de heren Dolleman. Sinds
1837 was burgemeester, tevens notaris, J. Dolleman, terwijl zijn
broer W.A. Dolleman secretaris en ontvanger was. Het bij de wet
van 9 juli 1842 ingevoerde reglement van het Bestuur ten plat-
telande verbood de combinatie van burgemeesters- en notaris
ambt, doch voor de reeds bestaande combinaties kon dispensatie
verleend worden. Die dispensatie werd einde 1843, bij de herbe
noeming van de burgemeester, verleend en kwam einde 1849 op
nieuw ter sprake. De Gouverneur der Provincie richtte zich tot
de gemeenteraad met het verzoek te willen mededelen, of men de