7 de raadskamer werd 100,= per jaar be- Voor de raadsvergaderingen behoefde de burgemeester niet ver te gaan; die werden gehouden in "Het Wapen van Heemstede", aan het Kerkplein. Voor het gebruik van taald. Men zag toen al uit naar een betere behuizing, die gevonden werd in het huis "Overlaan", dat op 1 mei 1855 kon worden be trokken. De meerdere ruimte kwam goed van pas, want - zoals we boven reeds zagen - Mr. Pabst was tevens burgemeester van Haar lemmermeer geworden en het ligt voor de hand, dat de beide se cretarieën geconcentreerd werden in het raadhuis van Heemstede. Hiervoor moest de jonge gemeente 40,= per jaar betalen plus kosten voor vuur en licht, hetgeen een prix d'amitié voor goe de buren genoemd kan worden. Het beheer van drie gemeenten, Heemstede, Bennebroek en Haarlem mermeer, werd, niet het minst door de grote afstanden, te zwaar en daarom vroeg Mr. Pabst - mede met het oog op zijn gezondheid - met ingang van 1 september 1856 ontslag als burgemeester van Heemstede en Bennebroek, zodat hij al zijn krachten aan de nieuwe gemeente kon geven. Van de hand van de heer W. Slob (zoon van de oud-burgemeester van Haarlemmermeer Mr. A. Slob, die van 1908 tot 1911 in Heem stede - Raadhuisplein 5 - woonde) zijn in de Hoofddorpse Courant tussen 13-9-1963 en 6-4-1964 een vijftal artikelen verschenen, die de grote verdiensten van Mr. Pabst als mens en bestuurder doen uitkomen. De personele unie en ook het medegebruik van de secretarie heeft dus slechts één jaar geduurd. Mr. Pabst bleef op "Meer en Bosch" wonen, totdat hij - slechts 45 jaar oud - op 11 juni 1863 stierf. Hij werd in Heemstede be graven op de Algemene Begraafplaats, waar zijn graf onlangs enigs zins gerestaureerd werd. In Heemstede verliep de opvolging, evenals in 1850, vlot; want een maand later, op 4 October 1856, kon de heer C. van Lennep geïnstalleerd worden als burgemeester. In de Meer werd Mr. Pabst opgevolgd door Mr. J.P. Amersfoordt (1863-1869), stich ter van de Badhoeve. T n - Ir. B.W. Colenbrander.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

HeerlijkHeden | 1976 | | pagina 14