Alleen voor de bewoning moet men zelf zorgen Jeugdtoneelstuk van Kokoschka thans voor het eerst opgevoerd in Wenen Hij sprak zo mooi.. Amerika bouwt nieuwe woonwijken: razendsnel en met alles inbegrepen Wekelijks toegevoegd aan alle edities van aarlems Dagblad Oprechte Haarlemse he Courant en IJmuider Courant NIEUWE UITGAVEN Dr. P. H. Schroder WIE VOOR ZICHZELF wil bouwen heeft op zijn blauwdruk de goedkeuring van de gemeentelijke bouwinspecteur nodig. De goedkeuring wordt altijd gegeven als het te bouwen huis in overeenstemming is met de bouwcode, een van gemeentewege uit gegeven boekje van 200 bladzijden. Ook een architect moet bij zijn goedkeuring de regels van de bouwcode in acht ne men. Zo houdt iedere gemeente in Ame rika de vinger in de bouwpap, maar de staten en de federale regering bemoeien er zich niet mee. Wel huldigt iedere staat enkele algemene bouwprincipes maar die zijn reeds opgenomen in de gemeentelijke bouwcodes. De voorschriften jn de code zijn te vergelijken met bouwvoorschriften in Nederland. De regels zijn er in de eerste plaats voor om de veiligheid van de bewoners te waarborgen, maar ook wordt precies omschreven hoe dik een muur tenminste moet zijn, en hoe groot een kamer of hoe hoog. Die voorschriften zijn in iedere gemeente verschillend. De bouwcode van Princeton dateert van 1931. Sindsdien zijn er wel enkele wijzigingen op gekomen, maar in geen enkel geval had den deze betrekking op het verscherpen van de voorschriften. De wijzigingen wa ren óf verzachtingen, óf hadden iets te zaaien. Als de toplaag verwijderd is, gra ven bulldozers ruwweg de straten en de gaten voor de funderingen van de huizen. Deze moderne huizen in Princeton krijgen een betonnen fundering en worden voor het merendeel van hout opgetrokken. Een eenvoudig huis is in drie maanden klaar. Een wat ingewikkelder type in vijf maan den. Dat soort huizen noemt men „residen tial". Ze staan tenminste 50 meter van elkaar, hebben eer voor- en achtergazon, een garage voor ëén of twee auto's, twee badkamers met bad, douche, vaste wasta fel en toilet, vijf tot tien kamers, een kel der, waarin je rechtop kunt staan en die meestal de hele oppervlakte van het huis beslaat, centrale gasverwarming en warm en koud stromend water door het hele als zijn buurman, want er moet afwisse ling zijn. Er is grote kleurenvariëteit; rose wanden met zwarte daken staat bijzonder goed. Maar er zijn ook zwarte huizen met bruine daken. Er zijn lichtgroene huizen, muisgrijze, wijnrode, witte, donker- en lichtgele, strenggroene en zachtpaarse hui zen. Sommige huizen hebben luiken, geen echte, ze lijken alleen maar op luiken, en zijn aan weerskanten van de ramen tegen de houten muren gespijkerd. Ook die lui ken zijn in allerlei kleuren leverbaar. Bruin op gele muren, zwart op wit, een heel kleurengamma. Een Amerikaan houdt van kleuren, en waarom ook niet, als je toch houten huizen bouwt? Twee man schilderen het buitenwerk in één dag. Daarna komen ze nog een dag terug voor de deklaag. Dakpannen zijn ook van hout en weersbestendig. Ze worden over elkaar of tegen elkaar aan gespijkerd. Met de laatste orkaan Donna klapperden ze hier en daar wel op en neer, wat lekkages ver oorzaakte, maar de meeste bleven op het Een deel van de woonwijk bij het Institute for Advanced Study in Princeton. Op de achtergrond kan men een bungalow onder scheiden, één der vele die in drie maanden gebouwd zijn. maken met het gebruik van nieuwe ma terialen zoals plastic. ZODRA EEN BOUWER zijn goedkeuring heeft gaat hij aan de gang. Bulldozers halen bomen om, die in de weg staan van toekomstige huizen of straten. Aardver- schuivers duwen de bovenste laag aarde van 20 tot 30 cm. op een hoop. De grond eronder bestaat voor een groot deel uit keien, een samenstelling waar niets op wil groeien. Aan de oostkust heeft Amerika maar een dun laagje cultuurgrond en men is er zuinig mee. Later als de huizen klaar zijn, spreidt men de bijeengegaarde aarde om de huizen uit om er gras in te Nassau Hall is het oudste gedeelte van de Princeton Universiteit. Op de voorgrond een promotiestoet. dak. De zijwanden van de huizen worden vaak met dezelfde „dakpannen" gedekt. Daarnaast gebruikt men elkaar overlap pende planken voor daken en wanden. Regenpijpen zijn van aluminium. Je kunt ze met één hand dichtknijpen. Alhoewel ieder huis er minstens zes heeft, zijn ze bij zware regens ontoereikend, omdat de dakgoten veel te smal zijn. Het met twee man aanbrengen van alle regenpijpen kost drie uur. HET „INVULLEN" met houten wanden van het raamwerk van een huis is welis waar aan maten onderhevig, maar gebeurt nogal provisorisch. Men plaatst een stuk huis. De broodtrommel, die precies in een van de keukenkasten past is er ook bij in begrepen. Soms ook de wasmachine en de ijskast, maar meestal koopt de bewoner die zelf. De oppervlakte van huis met voor- en achtergazon varieert van 2000 tot 8000 vierkante meter. Alles bij de koop inbegrepen, evenals het inzaaien van het gras, het leveren en planten van tien al- tijd-groene struiken of sparretjes, die ie dere Amerikaan aan de voorzijde op een rijtje geplant wil hebben, en een verhar de rijweg (met uitwijkplaats) van de gara ge in een straat. IN DE PRIJS VAN een huis zijn niet begrepen de aanleg- en onderhoudskosten van gas-, elektriciteits- en waterleidingen. Hiervoor betaalt iedere bewoner maande lijks een vast bedrag aan particuliere on dernemingen, meestal monopolies, die te gelijkertijd de maandelijkse verbruikskos- ten toucheren. Wél inbegrepen zijn aan leg- en onderhoudskosten van straten, riolering en (aparte) regenwaterafvoerpij- pen. Zodra deze gereed zijn. behoeven zij goedkeuring van de gemeentelijke bouw inspecteur. Na goedkeuring draagt de bouwer deze voorzieningen in eigendom over aan de gemeente, die er verder voor zorgt. Als een huis uit twee verdiepingen bestaat noemt men het „colonial", en wan neer alle vertrekken gelijkvloers liggen is het een „ranche". „Splitlevel" is een type met halve verdiepingen, dat wil zeggen, dat bij voorbeeld enkele vertrekken maar twee meter hoger liggen dan de kamers gelijkvloers. Men creëert zo bijzonder aar dige effecten met verbindingstrappen en aantrekkelijke doorkijkjes. Ieder type kent weer veel uitvoeringen en tussenvormen met andere types. Zo beschikt een gemid delde bouwer vaak over 100 tot 200 mo dellen waaruit de kandidaat-koper kan kiezen. Een bouwer heeft in zijn bouwwijk altijd enkele modelhuizen staan die vol ledig ingericht zijn en die vooral in het weekend druk bezocht worden door aspi rant kopers. ER BESTAAT IN Princeton een voor schrift, dat twee dezelfde huizen niet te dicht bij elkaar mogen staan in deze mo derne wijken. Hoogstens ieder vijfde huis mag dezelfde uitvoering hebben. Wie het zich kan veroorloven zo'n huis te kopen kan de kleur zelf bepalen als hij tenmin ste niet dezelfde kleurencombinatie wenst (Van onze correspondent) WENEN. Op het traject tussen Salz burg en Wenen ligt een van de meest prozaïsche plaatsen die Oostenrijk kent. Het stadje heet Poechlarn en is wellicht oeroud, want deze naam komt al in het Nibelungenlied voor. Het is niet be roemd of bekend behalve door het feit dat hier de schilder O. Kokoschka werd geboren. Hier heeft hij een gedeelte van zijn jeugd doorgebracht. Daarna ging hij naar Wenen, waar hij in de grootste ont bering het economische, sociale en ook culturele verval na de Eerste Wereld oorlog meemaakte en zich als schilder bij de expressionistische richting aansloot. De gevolgen van deze oorlog maakten een zo deprimerende indruk op hem, dat hij ideeën en gevoelens niet alleen in schil derijen. maar ook in essays en zelfs in vier toneelstukken tot uitdrukking bracht. In deze tijd stond hij in nauwe relatie met Alma Chindler, een bijzonder begaaf de vrouw die achtereenvolgens de echt genote was van drie vooraanstaande kun stenaars: eerst van de architect Gropius, toen van Gustav Mahler en tenslotte van Franz Werf el. Men behoeft de herin nerin gen van deze uitzonderlijke vrouw maar te lezen om enigzins te bevroeden, hoe zij met haar grote gaven, maar ook met haar eigengereidheid en haar fel tempe rament voor de ene man een zegen kon worden en voor de ander een kwelling. Met Kokoschka kwam het tot de grootste conflicten, maar dat nam niet weg dat Alma inspirerend ook op deze kunstenaar heeft gewerkt. Dat bewijst het drama „Or- jeus en Eyridice" dat de schilder-schrijver in de twintiger jaren op schrift stelde, maar dat tot nu toe niet werd opgevoerd. NU BIJNA VEERTIG JAAR later leert Wenen deze onbekende Kokoschka kennen als de auteur van een expressionistisch drama. De mythe van het liefhebbende godenpaar wordt hier omgewerkt en op grond van Kokoschka's ervaringen met Alma verdiept. Andere kunstenaars heb ben in dit thema het symbool gezien van de onvergankelijke liefde tussen man en vrouw, van een liefde die zelfs de dood en de Hades wist te overwinnen. Gluck bijvoorbeeld, heeft deze liefde op mee slepende wijze in zijn gelijknamige ope ra vertolkt. In zijn onderwereld blijft de lier van Orfeus betoverende melodieën spelen, in Kokoschka's drama echter krijgt de lier als het ware een barst. De samen klank tussen man en vrouw is verdwe nen en het geluid dat hier weerklinkt barst uit in haat en geschreeuw. Volgens de oude mythe vindt Orfeus zijn Eurydice weliswaar in de onderwereld, maar hij mag haar gelaat niet zien. Kokoschka werkt dit motief als volgt uit: de man die een vrouw leert liefhebben mag niet omzien, hij mag niet vragen naar het verleden van de geliefde. Aan het begin ligt niet de liefde, maar de strijd tussen de ge slachten. In het stuk van Kokoschka draagt Euridice een kind van Hades onder het hart en daarom moet zij naar het rijk der schaduwen' terugkeren. HET STAAT EEN DICHTER, vrij om zijn stof uit te kiezen of een oud gegeven zelfstandig om te werken. Van deze vrij heid heeft Kokoschka in ruime mate ge bruik gemaakt en men moet eigenlijk toe geven dat zijn variant niet alleen nieuw is, maar bovendien rijke mogelijkheden bevat. Kokoschka heeft echter de wetten van het drama overschreden en maakte van dit gegeven een expressionistische ver tolking, die geen drama meer is en die grotendeels bestaat uit losse zinnen, uitroe pen, onderdrukt geschreeuw en tussen werpsels. De verschillende tonelen hangen slechts los aan elkaar, ze roepen wel een bepaalde drukkende atmosfeer op met as sociaties en visioenen, maar het blijft bij losse gespreksflarden, die geen organisch laat staan een dramatisch geheel vormen. Het stuk is een interessant staal van expressionistische litteratuur, die ech ter reeds lang tot het verleden behoort, zodat het alleen nog als document beteke nis heeft. Toch heeft een Weens kelder theater het „Ateliertheater am Nasch- markt" er goed aan gedaan door dit werk eindelijk eens op te voeren, omdat men daardoor kennis maakt met een soort litteratuur, die ondanks alle verschillen toch ook merkwaardige overeenkomsten vertoont met het huidige experimentele to neel. Bovendien leert men hier Kokosch ka als een veelzijdig kunstenaar kennen, die aan de schilderkunst niet genoeg meente te hebben en die daarom toneel stukken. essays en manifesten schreef. Het is een interessante ontdekking, al is hij geen groot, schrijver. Hij schijnt dit ook zelf te hebben begrepen, want aan het schrijven van drama's heeft hij al lang een einde gemaakt, het schilderen echter kan hij niet laten, al is hij nu 74 jaar JAPAN, IN KIMONO EN OVERALL, door dr. Jef Last (n.v. Uitg. Mij Kos mos, A'dam) Over de stormachtige ont wikkeling van het feodale imperium Nip pon tot een moderne democratie en eco nomische wereldmacht zijn al ettelijke boeken verschenen, maar geheel en al heb ben die het raadsel van deze wonderlijke transformatie toch niet kunnen ophelderen. Ook dit boek van Jef Last laat vele vra gen onbeantwoord, maar de auteur heeft in ieder geval een poging gedaan, Japan's „Umwertung aller Werten" vanuit ver schillende gezichtshoeken te verklaren. Hij heeft tweemaal vijf maanden in het land van de Rijzende zon doorgebracht om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de levenswijze en de gedachtenwe- reld van de Japanners uit verschillende milieus en daarover bericht ij in de boeiende reportagestijl die hem eigen is: nuchter en zakelijk, maar met een scherp oog voor het anekdotische en het absurde twee elementen waaraan de Japanse samenleving van heden overrijk is. Naast deze subjectieve interpretatie van eigen be levenissen en hun achtergronden geeft hij in het tweede deel van zijn boek een enorme hoeveelheid objectieve cijfers en feiten ter toelichting en verklaring van het Japanse „Wirtschaftswunder", van de po litieke emancipatie van het volk en van de niet geringe sociaal-economische conse quenties die uit dit alles zowel voor de maatschappelijke klassen als voor de een ling in Japan voortvloeien. Hij signaleert ook de vreemde tegenstelling. ,tussen_het praktisch-progressieve denken en de onuit roeibare eeuwenoude maatschappelijke ethiek, volgens welke het „zijn gezicht verliezen" voor de Japanner nog altijd de ergst denkbare schande is. Zulk een schan de zelfs, dat jonge lieden, die b.v. voor een examen zakken, er vaak aan de lo pende band zelfmoord plegen.. De auteur knoopt ten slotte aan bij en kele recente gebeurtenissen: de afzegging van Eisenhower's reis naar Tokio en de verijdeling van het bezoek van de Karei Doorman aan Jokohama: twee communis tische successen, die hij niet al te zwaar wil tellen en waarvoor zijns inziens ook de wederpartij in casu het westen schuld draagt. Overigens stelt dr. Last, dat het Japanse communisme vooral bij de jongeren in hoofdzaak buitenkantig is, en zeker niet diep wortelt. Hetgeen wij hem gaarne helpen hopen. ER WAS EENS een man die zo'n prach tige lezing hield, dat iedereen hem wilde horen. Elke avond stond hij voor een volle zaal en hij sprak zó mooi dat de mensen er helemaal ontroerd van werden. De ene dag was hij in Avenhorn en de an dere dag in Meppel i en overal zeiden ze: Zo'n mooie lezing hebben we nog nooit gehoord. OP EEN AVOND merkte de man dat hij met zijn gedachten helemaal niet was bij wat hij vertelde. Hij had hetzelfde al zó dikwijls gezegd, dat het zonder gedachten ook wel ging. Eerst schrok hij en pro beerde er gauw weer in te komen, maar toen het de volgende avond weer gebeurde vond hij het wel gemakkelijk. Hij ging op een stoel in een hoekje van de zaal zitten en luisterde naar wat hij zei. Tegen de pauze kwam hij weer tot zichzelf terug, want hij was bang dat hij anders de vragen niet zou kunnen beantwoorden die hem tijdens het kopje koffie altijd gesteld werden. Maar na een poosje merk te hij, dat hij dat ook gerust aan zijn schil kon overlaten. Het waren toch altijd de zelfde vragen. Op het laatst ging hij al na de inleidende zinnen uit zichzelf weg en soms dommelde hij rustig in op z'n stoel in het hoekje van de zaal die hij nu al van te voren voor zich reserveerde. Het was op die manier ook minder vermoeiend. Op zekere dag kwam het denkbeeld bij hem op dat hij tijdens zijn lezing best eens kon gaan kijken hoe zijn vrouw het maakte. Hij had een heel mooie en lieve vrouw op wie hij zeer verliefd was. Dus nam hij na de eerste zinnen haastig de benen en was in een oogwenk thuis. Zijn vrouw zat rustig te lezen en was wat blij dat hij zo vroeg alweer terug was. Zij omhelsden elkaar wat ze konden en bleven bijeen tot het einde van de lezing naderde Toen ijlde hij naar zichzelf terug en kwam net op tijd om de laatste, treffende zinnen nog met gevoel uit te spreken en bewogen te danken voor het applaus. EENS GEBEURDE ER bijna een onge luk. Hij sprak die keer ergens in Gronin gen, bracht de avond heel genoeglijk thuis door en repte zich toen terug. Maar opeens merkte hij dat hij de naam van de plaats waar hij aan het spreken was, volkomen was vergeten. En er liggen veel dorpen in Groningen. Ten einde raad spurtte hij weer naar huis en schreeuwde tegen zijn vrouw: „In 's hemelsnaam, waar spreek ik op het ogenblik?" „In Middelstum", riep zij en weg was hij weer. Hijgend kwam hij aan, net nog op tijd, want ze klapten al. In het vervolg zorgde hij wel. goed zijn agenda te raadplegen, voor hij de wijk nam. TOCH IS HET EENS misgelopen. Hij kwam uit Zierikzee naar huis en merkte dadelijk dat zijn vrouw anders was dan gewoonlijk. Zij was wat stil, wat afwezig. Zou ik niet welkom zijn? dacht de man, dat kan ik haast niet geloven. Hij deed zijn uiterste best haar te behagen, met snaakse invallen en vloeiende woordjes en zoet ge- streel. maar 't was boter aan de galg. Reeds was het de hoogste tijd om te vertrekken, toen zij plotseling haar armen innig om hem heen sloeg en tal van lieve woordjes begon te stamelen. Hij kon zich haast met losrukken, maar hij moest. Wat zou er gebeuren als hij daarginds in Zierikzee was uitgepraat zonder er zelf bij te zijn? Terwijl hij zich losmaakte, zag hij dat zijn vrouw de tranen in de ogen stonden. Wat is er toch liefste? vroeg hij teder, wat heb .ie toch? En snikkend riep zij uit: Ik was in Zierikzee en je hebt zó mooi gesproken! wand tussen de balken, zet potloodstreep jes, zaagt de wand dienovereenkomstig op maat en timmert hem vast. In bijna alle garages die ik zag, waren te lange spij kers gebruikt om de houten pannen tegen de muren te spijkeren, zodat de binnen kant van de garage er steeds uitzag als een fakirbed. De prijs van zo'n huis in Princeton varieert van 25.000 tot 40.000 dollar. Algemeen is de gewoonte om van dit bedrag een kwart contant te betalen en voor de rest een hypotheek te nemen of een lening van de bank. Interest be draagt 5 tot 6 percent. Men rekent 25 tot 30 jaar voor de afbetaling. Er wordt geen rente betaald voor geld dat al afbetaald is. DE MENSEN DIE deze huizen in Princeton kopen verdienen ongeveer tien tot 15.000 dollar per jaar bruto. De inkom stenbelasting is in de meeste gevallen ho ger dan in Nederland. De eigendomsbe lasting op huizen bedraagt in New Jersey 2,1 per mille, dat betekent dus ongeveer 600 dollar per jaar voor een huis van 30.000 dollar. Als de huizen klaar zijn ziet zo'n nieuwe wijk er erg aantrekkelijk en afwisselend uit. De kleurige huizen staan niet op een rijtje maar ver van elkaar op ongelijke afstanden en op verschillende hoogtes afhankelijk van de golvingen van het terrein. Ze staan een eind van de straat, soms evenwijdig ermee, soms met de voorzijde wijkend van de rooilijn, nu en dan weggedoken onder overgebleven bomen van de voormalige bebossing, en ook wel halfoverhuivend een grillig beekje, dat hier en daar door het landschap stroomt. De gazons rijen zich aaneen, ner gens onderbroken door bloemperken, maar vaak beplant met groepjes bomen of strui ken. Er is rust stilte en geborgenheid in zo'n woonwijk, een rust die de Amerikaan welbewust zoekt na de ongelooflijk harde arbeid van iedere dag, in welk beroep dan ook. PRINCETON, de bijna 20.000 inwoners tellende universi teitsstad in New Jersey, bouwt, zoals bijna heel Amerika, in de vrije sector. Het bouwt hoofdzakelijk voor de midden groepen, hier „upper-middle class' genoemd. Deze bestaat uit professoren en wetenschapsmensen van de universiteit en uit afgestudeerden die komen werken bij een van de negenendertig speurwerkinstituten die Princeton rijk is. Men vraagt voor een koophuis een fikse prijs, maar de be talingsvoorwaarden zijn soepel geregeld en het woongerief is bijna altijd vergelijkbaar met een Wassenaarse of Aerden- houtse villa. Maar Amerika bouwt geen huizen die de eeuwen trotseren, en een degelijke Hollandse aannemer zou de wijze van bouwen klompemakerswerk noemen. Iedereen die een huis wil bouwen kan beginnen, want Amerika kent geen bouwstop. Je koopt een stuk land, dat altijd in handen is van particulieren, bestelt aannemers en gaat bouwen. Je hoeft niets van een huis af te weten, je hebt er geen vak diploma voor nodig. Maar voorschriften zijn er wel. Wie voor anderen gaat bouwen moet op zijn blauwdrukken een goedkeuring van een architect hebben. Dan krijgt de bou wer tegen een kleine vergoeding zonder meer een bouw vergunning van de gemeente, die overigens nog wel beslist of het bijbehorende wegen- en rioleringsplan niet al te dwaas is.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 11