FILATELIE mwm. m ZO'N DOM POESJE Doen alsof" Wf e men ,,Êb, lü lil lH ül i AaIBR-DAG 7 JANUARI 1961 Erbij PAGINA VlbR Aft&ENTi.NA ïm&mm mi mv*i fmmsi ms. mwmo&z gabormse m^wm fm «t Wm wm.a Mg H. W. Filarski Jo Paap Anneke en Hanneke E. M. Smulders HONGARIJE. Een serie van acht waarden met afbeeldingen uit beroem de sprookjes, is in omloop gebracht. Op de 20 „De raap" (een Russisch sprookje), op de 30 f. „Sneeuwwitje en de zeven dwergen", op de 40 f. „De molenaar, zijn zoon en de ezel", op de 60 „De gelaarsde kat", op de 80 f. „De vos en de raaf", op de 1 ft. „De fluit in de esdoorn", op de 1,70 ft. „De vos en de ooievaar" en op de 2 ft. .Momotaro" (een Japans sprookje). De oplage bedraagt 450.000 getande en 15.000 ongetande series. ARGENTINIë. Ter gelegenheid van de internationale beeldfilatelistische ten toonstelling „Temex 61" zijn vier post zegels met bloemen erop verkrijgbaar gesteld. De waarden en wetenschappe- lijke namen zijn: 0,50 0,50 p. Jaca- randa mimosifolia, 1 1 p. Passiflora coerulea, 3 3 p. Chorisia speciosa en 5 5 p. Tabebuia ipe. De zegels zijn ontworpen door Hector A. Viola. INDONESIë- De Indonesische poste rijen hebben een serie van zes postze gels het licht doen zien naar aanlei ding van de 3e Sociale dag. De zegels, waarop symbolische voorstellingen voorkomen, zijn ontworpen door Juna- lies. De waarden zijn: 10 10 sen (geel), 15 15 sen (violet), 20 20 sen (blauw) 50 25 sen (bruin), 75 25 sen (groen) en 3 roepiah 50 sen (rood). ITALIë. Voor de Dag van de postze gel 1960 is een zegel van 15 lire (don kerbruin en roodbruin) uitgegeven. Op de zegel ziet men een postdiligence, door vier paarden getrokken en een posthoorn. Het ontwerp is van Luigi Gasbarra. COMMUNISTISCH CHINA. Ter her innering aan het feit, dat honderdveer tig jaar geleden de Duitse socialist Friedrich Engels (1820-1895), met Marx de grondlegger van het moderne weten schappelijke socialisme, werd geboren, is een serie postzegels van twee waar den verschenen. Het zijn een 8 fen, waarop Engels is afgebeeld tijdens een toespraak op het Haagse congres van de Eerste Internationale in 1872 en een 10 fen met zijn portret. FRANSE AUSTRALISCHE EN AN TARCTISCHE GEBIEDEN. Een serie van vier definitieve frankeerzegels, die de Antarctische fauna in beeld brengt, is in omloop gebracht: 2 fr. vogels, 4 fr. zeeluipaard, 25 fr. zeehond en 85 fr. koningspinguin. Voorts een postzegel van 25 fr. ter herdenking van Yves- Joseph de Kerguelev-Tremarec, de ont dekker van de Kerguelen-archipel. De zegel vertoont zijn portret en drie zeil schepen. TURKIJE. Ter herinnering aan de re volutie van de 27ste mei zijn vier post zegels uitgekomen. Het zijn een 10 koe- roes met een standbeeld en een groep revolutionairen, een 30 k. met een arm die een vlammende toorts draagt, en het portret van Kemal Ataturk. een 40 k. met een steigerend paard en een 105 k. met soldaten temidden van jon geren. GABON. Naar aanleiding van het vijfde Wereldbosböuwcóngres is een luchtpostzegel van 100 fr. (kastanje- bruin, zwart en donkergroen) versche nen. De zegel laat twee houthakkers zien, die een boom vellen. Hij is ont worpen en gegraveerd door Decaris. Strategie is belangrijk en kennis ervan is onmisbaar. Maar de combinatie beslist. De ene helft van des schakers taak is zeer globaal gezegd het opbouwen van een zodanige stelling, dat daaruit voor hem gunstige combinaties kunnen voort vloeien en de andere helft is het vinden en scherp uitwerken van die combinaties. Enige treffende staaltjes uit de Olym piade te Leipzig. Zwart: Dr. EUWE (aan zet) **>XX* V.--V OOOOOtXXXXJOOOOOÓOOOt OOOOOOCOOOCOOOOOOOOOOO: aDOOOOCOOOOCODOOOOOOOOO Wit: GLIGORIC Zwart aan zet. Er dreigt o.a. Ra7: Pareert zwart dit met b7-b6, dan worden de witte centrumpionnen wel zeer sterk. Na e4-e5 mag zwart niet op e5 slaan, hetgeen bij onderzoek blijkt. Maar wat is er tegen, dat zwart pion e4 aanstonds elimineert? Euwe zag het niet en vervolgde met: 23) Te8xe4? De beslissende fout, als gevolg van een combinatoire finesse op de 27ste zet. 24) Re3-b€! Valt zowel de zwarte dame als de toren op e4 aan, terwijl bo vendien Td8 bedreigd wordt. Zwart ver liest dus de kwaliteit, hetgeen Euwe na tuurlijk niet had voorzien. Ten onrechte meende hij echter, dat hij die kwaliteit aanstonds terug zou winnen. Er volgde: 24) Dc7xb6, 25) Df2xb6 a7xb6, 26) Telxe4 Rc8-f5. Tot zover had zwart ge rekend, maar er volgt een vreselijke ver rassing: 27) Tbl-dlü Zwart mag deze toren niet slaan wegens 28) Te8 mat, zodat wit op de volgende zet zijn nu niet meer gepende toren e4 kan verwijderen en de kwaliteit vóór blijft, hetgeen voldoende bleek voor de winst. Een van de elementen van bovenstaan de combinatie was het dreigende mat op de onderste lijn. Zou de zwarte h-pion op h6 hebben gestaan, dan ware het hele grapje niet mogelijk geweest. Dezelfde factor speelt een rol in de slot- combinatie van Zwart: BOTWINNIK (aan zet) HET GELUK MET DE DOMME? Bridgespelers kan men in het algemeen onderbrengen in één der volgende twee groepen: de groep der zogenaamde weten- schappelqken en de groep der (laat ik ze noemen) met-de-pet-ernaar-gooiers. De eerste groep ergert zich altijd mate loos, als de MDPE-gooiers door blind ge luk met de prijzen of de overwinningen strijken gaat. De wetenschappelijken trach ten altijd langs wetenschappelijke lijnen op het meest redelijke eindbod te belanden de andere groep doet maar wat en heeft het gróótste plezier als de stunt, list of brutaliteit gelukt is. Daar het bridgespel nu eenmaal een spel is waarin de geluksfactor een rol speelt, is het dwaas er boos over te worden als iemand een gelukkige dag heeft en daardoor wint. Op den duur zal het betere, wetenschappelijke spel wel winnen let u er vooral op dat ik zeg het betere wetenschappelijke spel. Hoe dat niet is. wil ik u demonstreren met. maar kijkt u éérst zelf eens naar het mooie volgende zuidspel: H <35 OHVB10 9 A H V 10 7 3 Wilt u eens méébieden? U opent met 1 klaveren de tegenpartij past voortdu rend uw partner noord biedt 1 schop pen als zuid biedt ge twee ruiten waarna uw partner het verheugende bod doet van 4 klaveren, waarmede hij sterke steun voor de klaverenkleur aangeeft. Wat nu? De speler die het spel in handen bad, bood 4 Sansatout (azen vragen) en kreeg als antwoord 5 ruiten (één Aas). Bent u het eens met het azen-vragen en óók mét zuids opvatting, dat hij nu moest passen, want met één Aas bij noord, kan geen'slam worden gespeeld? Hier hebt u het complete spel: A V 7 3 2 9HV64 - B 9 5 2 10 4 B 10 9 7 3 O A 8 7 5 4 8 W O B 9 8 6 5 C A 8 2 <>632 6 4 aieon OOOOÓOCkvO - >A\ Wit: NEJKIRCH De ex-wereldkampioen combineert nu op scherpe wijze de matgevaren langs de eerste lijn. de zwakte van veld g2 en de hangende positie van Ta5 en Rel. Er volgde: 24) De8-d8!I Bezet de d-lijn. valt Ta5 aan en dwingt de witte dame tot een keuze. Na 25) Dd8: Td8: (dreigt Tdl). 26) Re3 Tdlt, 27) Rgl Td2 heeft wit niet veel meer te hopen, maar hij had nog kunnen spelen. Na de door wit gekozen voortzet ting is het aanstonds uit. maar dat was geenszins duidelijk. 25) Dd6xe6t Tf8-f7! Nog sterker dan Kh8. 26) De6-el Dekt schijnbaar alles. 26) Tf7-e7! Beslissend. Wit kan de onderste lijn en Ta5 nog slechts beschermen met 27) Dd2. maar dan maakt Td7 aan alles een einde, zodat wit capituleerde. Tenslotte een voorbeeld, dat al te bril jante combinaties soms, gelijk hoogmoed, voor de val komen. Zwart: LARUSSON oocooooooory>DCXDOoocooooorx5ooonoooooooooooooooc Wit: PUIG (aan zet) Wit aan zet zou op ingewikkelde wijze hebben kunnen winnen door zijn paard op e5 te offeren. Dit was echter zeer moeilijk te berekenen. Wit meende het „eenvoudi ger" te kunnen doen en besloot tot een dame-offer, n.l. 20) Db2xb6? De be doeling is duidelijk: na 21) ab6: 21) Ta8:t Kf7, 22) Th8: heeft wit twee torens en een paard tegen de dame Maar de koude douche is nabij: 20) Dd3xf3 en wit kon opgeven. Na 21) gf3: Tg8t volgt mat en 21) Dc6:| wordt beantwoord met Df3xc6, Men ziet, hoe schaakleven en -dood voortdurend aan een zijden combinatie draadje hangen Dat maakt ons spel zo boeiend, maar tevens zo inspannend en zenuwslopend! Mr. Ed. Spanjaard H 5 O H V B 10 9 A H V 10 7 3 Zuid moest dus tenslotte 5 ruiten spelen west kwam met hartenboer uit, noord hartenheer, oost hartenaas. Oost speelde harten na, noord won. Zuid kwam met schoppenheer aan slag en speelde troef west won en speelde natuurlijk weer har ten. U kunt wel uitrekenen wat er gebeur de zuid moest int oeven en kon geen troef meer vragen; het eind van het liedje werd drie down kwetsbaar, 300 voor OW. Inmiddels zqi.tu wel onjdekt Ijebbep, .dat 'NZ zonder enigè moeite een contract van 6 klaveren kunnen maken. Het geluk, was hier dus bepaald niet met de domme of vindt u, dat uid niet dom geboden heeft? Zuids bieden is een voorbeeld, van slecht „wetenschappelijk" bieden en nog meer is het een voorbeeld van wat er gebeuren kan, als men té veel het initiatief tot zich wil trekken. Zuids 4 SA-azenvraag was foutief, daar hij na het mogelijk ant woord van 5 ruiten, géén controle meer over het bieden zou hebben. Een perfect biedverloop is moeilijk te vinden voor deze grillige spellen, doch redelijk zou geweest zijn: 1 klaveren-1 schoppen-3 ruiten-3 schoppen-4 klaveren-6 klaveren. Moge het u in 1961 voorspoediger ver gaan dan onze zuid met het bovenstaande 5-ruitencon tract. Bridgevraag dezer week: Noord gever, NZ kwetsbaar. Als zuidspeler hebt u (vier- tallenwedstrijd-robberbridge): *9852 9? 10 7 6 4 3 8 5 4 3 - Biedverloop: noord (uw partner) 1 harten oost 1 schoppen zuid 2 harten west 3 ruiten noord 4 harten oost en zuid passen west 4 schoppen noord pas oost pas wat moet zuid bieden? Ant woord elders op deze bladzijde. Het damtoernooi om het kampioenschap 1960 in de hoofdklasse van de Noordhol landse Dambond heeft bijzonder lang ge duurd. Het toernooi begon in september met zestien spelers. Half oktober kwamen P. v. d. Berg (DCIJ) en J. H. Ansems en J. H. Beeke (beiden van GS) op de eerste plaats aan. De eerste herkamp eindigde in remise. De tweede herkamp dreigde ook al zo te lopen, totdat v. d. Berg in zijn partij met Ansems een steek liet vallen; hij verloor na 66 zetten. Daardoor won Ansems voor de tweede keer de Noord hollandse damtitel. Met Beeke zal Ansems in het voorjaar 1961 deelnemen aan het nationaal toernooi. Van den Berg, die voor het eerst in een provinciale wedstrijd uit kwam, bleef ongeslagen en kan op een uitstekend toernooi terugzien. Hieronder volgt de laatste en beslissende partij. Wit Ansems; zwart v. d. Berg. 1) 31-27 19-23. 2) 35-30 14-19. 3) 40-35 10-14. 4) 44-40 17-21. 5) 36-31 21-26. 6) 41-36 11-17. Ansems bood aan om een familie variant Roozenburg te spelen, maar daar ging v. d. Berg niet op in. Na de tweede zet was hiervoor 20-25 de zet geweest. Toch blijft de speelwijze Roozenburg in teressant en kansrijk. 7) 27-21 16x27. 8) 31x11 7x16. 9) 32-27 6-11. 10) 50-44 12-17. 11) 30-24 20x29. 12) 33x24 19x30. 13) 35x24 8-12. 14) 34-30 14-19. 15) 30-25 19x30. 16) 25x34 2-8. 17) 34-30 15-20. 18) 39-33 17-21. 19) 30-24 21x41. 20) 24x15 11-17. 21) 46x37 17-21. De opening is uitgespeeld en zwart heeft verreweg de beste kansen en de be tere stelling in het middenspel. In het vol gend spel komt zwart met terreinwinst ge ducht opzetten. 22) 44-39 18-22. 23) 40-34 12-18. 24) 45-40 9-14? Stukken bijtrekken met 1-7-12 of 5-10-14 is sterker. 25) 40-35 14-19. 26) 35-30 8-12. 27) 33-29 1-7. 28) 39-33 7-11. 29) 37-31 26x37. 30) 42x31 21-26. 31) 47-42 26x37. 32) 42x31 12-17? Veel sterker (en zeer kansrijk voor het eindspel) is 23-28. Dwingt wit tot 43-39 waarna 16-21 gunstig spel geeft. 33) 43-39 3-9? Daar 16-21 niet kan wegens 30-24 en 31-27 Maar in plaats van 3-9 komt 17-21 als sterker in aanmerking. 34) 48-42 22-27. 35) 31x22 17x28. 36) 33x22 18x27. 37) 29x18 13x22. 38) 33-29 5-10. 39) 39-33 10-14. 40) 42-37 16-21. 41) 49-44 9-13. 42) 44-39 13-18. Tot zover is het spel weer volkomen gelijk. 43) 29-24 11-16. 44) 24x13 18x9. 45) 39-34 14-19? Aangewezen en gedwongen spel geeft de opbouw 9-13-18. 46) 34-29 19-23. 47) 29x18 22x13. 48) 33-29 13-19. 49) 38-33 9-13. 50) 33-28 21-26. 51) 29-23 27-32. 52) 23x14 32x23. 53) 14-10 23-28. 54) 10-5 28-33. In de partij vervolgde wit 30-24 doch snel ler wint 5-32, dwingt tot 33-39 32-49 16-21 49x16 39-44 16-2 13-18 2-7 18-22 37-31 26x37 7-11 en wit wint. Stand van het eindspel. v. d. BERG OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOC<XXXXXX>OOOCOOCOOOOC)OOCGOCCOOOOOOG ANSEMS Stand in cijfers: wit dam op 5; vier stukken op 15, 30, 36, 37; zwart vijf stukken op 4, 13, 16, 26, 33. In de partij vervolgde Ansems met 55) 30-24 33-39. 56) 5-19 39-44. Zwart moet wel laten slaan, omdat op 13-18 wit door 19-2 wint. 57) 19x2 44-50. 58) 2-19 50-39. Voor eindspelliefhebbers is het aardig op te merken dat Ansems na afloop aan toonde dat de mooiste kans op remise voor zwart in de zet 58) 50-44 was doch wij heb ben geen goede remise-spelgang gevonden. In de partij als volgt: 59) 19-32 39-25. 60) 24-19 25-9. 61) 32-43 9-22. 62) 43-32 22-9. 63) 32-38 9-22. 64) 38-47 22-17. 65) 19-14 16-21. 66) 14-10 en zwart gaf zich gewon nen. Het eindspel is dan ook op, omdat na 10-5 het stuk op 21 verloren gaat. Tot slot een zeer fraai eindspel dat de 15-jarige Cees Pippel samenstelde. PIPPEL (IJmuiden) OOOOOOOC'C-OOOOOOO QOCOOOOOOOry 'OOOCO - ~OOOCC*" ~~oo m wwpf. MMW. OOOOOOOOOOOOOOOOOOCXXXXOOÓOOOOttXXOOOOOOOOOCCCC :jgooóooo Zwart twee stukken op 15 en 16. Wit drie stukken op 23, 24, 39. Wit speelt en wint. Wie lost dit op? B. Dukel ;und x -jajqnop :g-sed tuajund 9-uajjeq s luajund 0i-uaj3ABX5i s :3uuapjBBA\ qpjOM pjaajq -nopaS xaq iep 'sueq sjojS ap uba uaizagje uassBd ibz jaiu jaqaz paoou óojbem uaj -8ABIJI g (gidojJOOA) uiojEEp si aipc ajsaq spinz uaAaojjui ubjj uajaABjq pmz jep ';aaM pjoou iep qfugueiaq jaq si u e p ua usiinjsaq uapnoz uaddoqos 3 joj gou pmz uba poquajjeq-jfiA ajeqsjaMq jaq ,i3ao M.O jep 'qfnufiqasjBBMuo jaiu st jan 'uauiau -japuo 3} 'sjai gou qfqagoiu suizsgiua oz 'pmz ube qaozaaA uaa sjb uapjoM pgapg -jtn X3A\ jaoui sed ajsiBB[ spjoou ua uajajq -nop a; uaddoqos uio jsn[ giutaA\ do qoo 'xads qjajs (tja uaa do }s(tm uapaiq sproofq :qaaM jazap SeejAagpijq do pjooa\juv (Vervolg van pag. 3) rige gevallen. Maar wat heeft men aan die verhalen als hun verhouding, hun breukcijfer tot écht leven niet voelbaar wordt? Er is geen toon van deernis in dit boek, geen meeleven, geen afstand van de gezonde levensnoemer uit. De toon is die van het verslag, een bewogen toon maar geen bewegende. Als het boek ge lezen is heeft de lezer zijn nieuwsgierig heid voortreffelijk bevredigd gekregen door een knap stylist. GOUDEERLIJK en scherp van optiek bevat dit goedvertelde boek een analyse van schrijverschap van de hoofdfiguur Dolf. Adriaan van der Veen heeft met Dolf gemeen dat zijn greep op de werkelijkheid te intellectueel schematisch is. Hij be speelt - als Dolf - zijn eigen waarheid on barmhartig, hij levert die zelfs aan ons uit. Met groot respect voor deze niets ont ziende, diamantharde poging, vind ik toch dat „Doen alsof" als feitelijk verslag van onechtheid de aansluiting mist met litte raire echtheid. In „Schrijvers Blootshoofds" heeft Adriaan van der Veen geschreven: „Een grondthema is dus eigenlijk niets anders dan de reactie van de schrijver op de manier, waarop het leven hem heeft beetgehad". Als „Doen alsof" aan die stel ling beantwoordt acht ik het niet onmo gelijk dat dit boek litterair faalt, omdat het zich van dezelfde manier bedient als die waarop het reageert. Hij is beetge nomen door de onechtheid der mensen en heeft bij het aanwenden van die onechtheid als thema haar aard tezeer gerespecteerd. Litterair bezien heft het boek daardoor zichzelf op. Doen alsof" door Adriaan van der Veen (Querido, A'dam 1960). Ton Neelissen LIESJE HAD EEN POESJE gekre gen. Oh, wat was ze er blij mee. De hele dag speelde ze met het beestje, dat ze zelf een naam had mogen ge ven. Vlekje had ze het genoemd, want het was een zwart-wit gevlekt poesje. En het was zo'n grappig diertje. Als je een klosje aan een touwtje deed en je trok dat langzaam weg, dan sprong het poesje er boven op en probeerde het klosje met zijn kleine pootjes vast te houden. Als Vlekje ging slapen dan rol de ze zich helemaal op en dan kon je bijna niet zien waar haar kopje of haar staartje was. Oh ja die staart, dat was ook zo leuk. Soms ontdekte Vlekje dat ze een staart had en dan probeerde ze die te pakken. Ze draaide dan heel vlug rond en Liesje moest daarom al tijd vreselijk lachen, 's Avonds als Lies- je naar bed ging, dan ging Vlekje ook mee naar de slaapkamer en ze mocht haar poesje nog even knuffelen voordat moeder haar toedekte. Vlekje sliep na tuurlijk niet in een bed, of eigenlijk toch wel, maar dan in een poezebed- je, dat was een oud kersenmandje dat moeder op de zolder had gevonden. Liesje ging steeds heel blij slapen, want ze dacht dan alweer aan de volgende dag. en wat ze allemaal met het poesje zou spelen. En ook wat ze allemaal te gen Vlekje zou zeggen. Ja, want Lies je praatte ook tegen Vlekje, die kon haar wel geen antwoord geven, maar ze keek altijd net of ze het begreep. OP EEN AVOND WAS Liesje door haar moeder naar bed gebracht en ze had Vlekje even tegen zich aangedrukt. „Tot morgen", had ze gezegd en toen was' 'zé héérlijk gaan slapen. De vol gende morgen was ze opgestaan >én in haar pyama naar de kamer gelopen om' Vlekje te halen. Het mandje was leeg en haar moeder die in de keuken be zig was met het klaarmaken van het ontbijt had haar geroepen. „Liesje had haar moeder gezegd Vlekje is er niet, toen vader gisteravond laat bin nenkwam is ze naar buiten gegaan en hoe we ook riepen ze kwam niet terug, maar kleed je maar gauw aan, dan gaan we samen zoeken". Toen was Liesje erg bedroefd geworden en ze wilde gaan huilen, maar moeder had gezegd: „Hij komt heus wel terecht Liesje, een poesje loopt nooit zo ver." Waar was Vlekje? Toen vader de deur had opengedaan was ze vlug naar buiten geglipt en ze vond het daar zo leuk, dat ze maar liet roepen. „Straks kom ik wel terug" dacht Vlekje. Maar oh het domme poesje vergat dat 's nachts de mensen moeten slapen en dat ze niet de hele nacht aan de deur blijven staan roepen. EERST WAS VLEKJE achter een paar blaadjes aangehold, die in het don ker wel wat op kleine vlugge muisjes leken en toen was ze de tuin verder ingelopen. Oh wat was de wereld groot en wat was het donker buiten. Vlekje kon wel goed zien in het. donker, dat kunnen poesjes allemaal, maar ze vond het toch soms wel een beetje grieze lig. Vooral omdat er zoveel grote bo men in de tuin stonden, dat leken wel heel grote mensen. Net was ze van plan weer terug te gaan, toen ze de deur hoorde dichtgaan. Vader en moeder, die om beurten hadden geroepen en met een zakje kattenbrood hadden geram meld, waren maar weggegaan, naar bed, ze hadden afgesproken om mor gen maar weer te roepen, ze konden toch niet de hele nacht aan de deur staan roepen en rammelen met een zak je. „Domme kat", had vader gezegd en: „Arm poesje en arme Liesje", had moeder gedacht. Ja en nu was ze alleen buiten, er waren bijna geen mensen meer, want het was al nacht. Vlekje vond het nu buiten lang zo leuk niet meer als eerst en eigenlijk verlangde ze wel naar haar kersenmandje, maar inplaats dat het domme poesje nu voor de deur ging zitten miauwen, liep het nog verder weg. Ze kwam op de straat en ze liep helemaal de verkeerde kant uit. Zo nu en dan miauwde ze zachtjes, dat be tekende natuurlijk: „Liesje, kom me maar terughalen, ik heb er genoeg van om buiten të zijn." Maar Liesje lag te slapen en droomde van lieve poesjes die nooit wegliepen. TOEN PLOTSELING kwam er door de duisternis een dier aan, een groot zwart dier. Vlekje schrok en wilde eerst weglopen, maar toen was het al te Iaat. Het grote zwarte dier was al vlak bij haar en daarom zette ze maar een hoge rug op en blies vreselijk uit haar kleine roze neusgaatjes, net of ze erg boos was. Ze was natuurlijk alleen maar bang. Het grote zwarte dier kwam op haar af en bleef vlak voor haar staan. Hij gromde even en Vlekje voel de hoe zijn adem over haar huidje streek. Nu durfde Vlekje helemaal niet meer weg te lopen, stel je voor dat dat grote zwarte beest haar van achteren pakte. Ze maakte haar rugje nog hoger en blies nog harder, dat betekende: „Ga je weg, lelijk boos dier, ga je weg of ik pak je hoor". Maar het beest ging helemaal niet weg. Het kwam vlak bij Vlekje en deed zijn grote bek open. Oh Vlekje wilde wel wegkruipen van angst want ze zag de witte grote tanden van het beest. En toen plotseling: „Woef", zei het dier en nog eens, „Woef". Ja toen durfde Vlekje niet langer met een kromme rug te blijven staan. Ze vloog weg en holde naar een groot hok dat in de tuin stond. Een kolenhok. Geluk kig kwam het boze beest haar niet ach terna, maar Vlekje bleef toch zitten, de hele nacht, ze was zo geschrokken. Ze bleef op de kolen zitten en merkte niet eens, dat haar witte vlekken ook zwart werden. PAS TOEN HET LICHT werd, durfde ze weer te kijken, maar uit het hok ko men nee, dat durfde ze nog lang niet. Heel voorzichtig keek ze telkens over de rand van het hok en toentoen zag ze in de verte een deur opengaan en een vrouw en een meisje kwamen naar buiten, ze keken links en ze ke ken rechts en toentoen begonnen ze te roepen„Vlekje, Vlekje, riepen ze. Oh wat was Vlekje blij, want ze zag dat het Liesje was en haar moeder. Ze dacht niet meer aan boze zwarte bees ten, ze holde de tuin door en rende tot vlak voor Liesje en haar moeder. Daar stond ze stil en stak blij haar staartje in de hoogte en zei: „Miaaaauw". Dat betekende: „Wat ben ik blij, dat ik jullie terugzie". Je kunt begrijpen dat Liesje ook blij was. Vlug pakte ze het poesje op en- drukte het tegen haar wang. Moeder lachte maar en zei: „Nou Liesje, Vlekje mag wel in bad gestopt, ze zit onder het kolengruis, maar eerst moet je haar maar wat melk geven". Dat deed Liesje ook en terwijl Vlekje met haar roze tongetje de lekkere melk oplikte, lag Liesje er op haar knietjes bij en ze zei tegen Vlekje: „Je moet nooit meer weglopen hoor, want dan ga ik huilen". Vlekje scheen het te begrijpen, want onder het likken van de lekkere melk kneep ze even haar oogjes dicht. y ix >r, Anneke en Hanneke Die liepen in een laantje. Ze waren stil uit huis gegaan En keken naar het maantje. Want 's avonds om een uur of tien Is daar een mannetje te zien. Ze wisten dat van buurman Piet En jokken nee dat dee die niet. Anneke en Hanneke Die zagen heel geen maantje. Dat hield zich achter wolken schuil En dichtbij kraste er een uil; Ze waren bang in 't laantje. Anneke en Hanneke Die liepen op een draf naar huis, Zo angstig als een kleine muis. En kijk de deur stond heel wijd open Ze konden zo naar binnen lopen. Moeder had ze juist gemist En was al heel erg ongerust. Ze werden gauw in bed gestopt En nog eens goedenacht gekust.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 14