Gastconcert in abonnementscyclus van het Brabants Orkest m Op en om het Binnenhof C. Overbeek overleden PI II ttll Expositie van nieuw werk van Jan van Heel Harpklanken bij die Haerlemsche Musyckcamer in het Frans Halsmuseum Leden van „Puck'1 moesten zelf affiches rondbrengen m WÊm 4 ZATERDAG 21 JANUARI 1961 5 v-»VJ SAMEN UIT t SAMEN Bob Buys tt,- sl* iifliiiilll mmm P. Zwaanswijk Trio Pasquier woensdag 25 januari in Haarlem Brandstichting in huis van Beethoven berecht „Twen" wordt „Taboe" Dr. E. van Raalte G,O.V. wordt Noordelijk Filharmonisch Orkest Nieuwe opdracht aan de Commissie-Witteman Geen culturele prijs Groningen 1960 Première van „Troeleke" in de Kleine Komedie Jos. de Klerk Kerkelijk nieuws IN PLAATS VAN door ons eigen orkest werd het vijfde concert in de vrijdagavond serie verzorgd door het Brabants Orkest, onder leiding van zijn vaste dirigent Hein Jordans. Dat een dergelijke afwisseling de nieuwsgierigheid van het publiek prikkelt, spreekt van zelf, hetgeen tevens bleek uit de extra verkoop van losse kaarten voor dit concert. (Het Noordhollands Philharmonisch Orkest zal overigens „in ruil" een concert in de provincie Brabant verzorgen). Déze belangstelling was trouwens ook gerechtvaardigd door de geleverde prestaties. Het orkest uit Noord-Brabant bezit een zeer gedisciplineerde stijl van spelen, kenmerkt zich door een harmonisch evenwicht tussen de verscheidene groepen, met als enige reserve ten opzichte van deze kwali teiten een gebrek aan warmte in de strijkersklank. Het „volle werk", het verwekken van spanning door middel van een zorgvuldig opgebouwde klankexpansie, is de kracht van het ensemble. (Of moet men zeggen: van de dirigent?). Waar vuurwerk ontstoken wordt, waar het orkestrale palet kan schitteren in een grote verscheiden heid van timbre-combinaties, voortgestuwd op een even markante als onontkoombare ritmische impuls, speelt het orkest zijn hoogste troeven uit. VANDAAR DAT MEN de beste herinne ringen zal bewaren aan het gedeelte in de pauze, met, de Scène en Danser uit de Falla's „Driekante Steek" dus niet alleen de drie stukken die men gemeen lijk te horen krijgt, maar de beide suites die door de componist uit de balletmuziek zijn samengesteld. Een dergelijke men ging van directheid (in de thematische ge gevens, op de folklore geënt) en raffine ment (in de harmonische aankleding, in de orkestratie) geeft aan de beste moge lijkheden van het orkest een kans. Sterker nog bewerkte men dit in de tweede suite uit Ravel's balletmuziek bij Daphnis et Chloë. (Waarom geven de dirigenten ons toch nooit eens de eerste suite te horen7) Hier werd uit de alchemie van orkestrale combinaties een poëzie gedistilleerd, die alle lucide dronkenschap van Ravel's ge droomde Hellas bevatte. De brille van het orkestspel, die elders oppervlakkigheid zou kunnen zijn, was hier een kwaliteit, waar mee de inhoud van de muziek benaderd werd. Men genoot van de prachtige con tinuïteit in de lyriek van het „Lever du Jour", de lome, quasi-geïmproviseerde vervulling van het tweede deel „Panto mime" met een fraai geblazen fluit- solo), de geleidelijk aanzwellende bezeten heid van de slotdans. MINDER ENTHOUSIASME kon de uit voering van een symfonie van Mozart K.V. 319 in Bes wekken, die correct en Advertentie Van de niet direct in onze naaste om geving werkende en wonende schilders is de te Den Haag gevestigde Jan van Heel wel heel bekend. Hij heeft een eigen ex positie gehad te Amsterdam en neemt re gelmatig deel aan verenigingsexposities, die ook wel in Haarlem gehouden wer den. Tot 27 januari exposeert Van Heel thans in de Kunstzaal Martinus Liernus in het voor ons wat verder gelegen Den Haag en het is de verheugende kwaliteit van deze tentoonstelling, die mij noopt weer iets over Van Heels werk te zeggen. Van Heel is een rasschilder, die een produktie heeft, die te vergelijken is met die van zijn Franse collega's. Bij zo'n grote produktie is lang niet alles even interessant al getuigt het bij deze ras schilder altijd van smaak. Dit maakt dan dat de critisch gestemde beschouwer de aandacht voor het hem bekende wel eens verliest. Hij loopt er niet aan voorbij, maar „schrijft er niet over naar huis", omdat hij niets nieuws te vertellen weet. Als Van Heel thans weer meer boeit dan voorheen, is dat niet omdat hij tegemoet kwam aan de behoefte van de „nieuwsja- ger". Daartoe is hij waarlijk te sterk van karakter. Van Heel, doorgaande in zijn lijn, blijkt de laatste tijd echter duidelijk meer intensiteit te hebben kunnen opbren gen. Bij de kunsthandel M. L. de Boer was al zichtbaar dat bezoeken aan Span je aan zijn werken een ernstiger karakter bleken mee te geven. Of andersom: Van Heel zocht en vond in Spanje de kleur, motieven en structuren, die beantwoordden aan zijn geestelijk evolueren. Blijdschap om het nieuwverworvene kan met zich meebrengen een minder gespannen varië ren van het nieuwgevonden thema. Het gevoel kan enigszins naar de achtergrond verdrongen worden door verdere bezinning op de vorm. Mij kwam ter ore, dat Van Heel abstract zou zijn gaan werken. Op deze expositie zal het publiek een en an der wel tot abstracte kunst willen reke nen. Ik zag het er niet zo in. Maar ik kan me voorstellen, dat Van Heel beoog de nog verder boven het aanleiding ge vend of aan gevoelens beantwoordende on derwerp uit te komen. En dan kan ik enig abstract werk zien als fase in een rijpingsproces, dat resulteerde in deze ex positie. De tentoonstelling is ons aangekondigd als een van gouaches. Olieverfschilderijen nemen echter evenveel ruimte in beslag. Zij vormen het meest ernstige en naar hoge kwaliteit meest onvermengde deel van de tentoonstelling. Sommige gouaches moeten gerekend worden tot aanlooppo gingen. Ik denk aan twee clowns, waarvan Van Heel een hele reeks maakte. Zij be horen naar mijn smaak meer tot dat al tijd wel aantrekkelijke maar niet even gespannen werk, dat de vakman altijd wel maakt en best mag laten zien. En juist met de aanwezigheid van dergelijk werkt blijkt de grotere intensiteit van het vele andere duidelijker. gaaf klonk, maar ook wat stijfjes en wei nig „muzisch". In Mendelssohn's populai re vioolvoncert was György Paak, twee de eerste-concertmeester van het orkest solist, in plaats van de aangekondigde Pierre Jetteur, die Bruch's concert had zullen uitvoeren. De violist onderscheidde zich door een nobele toonvorming, en een muzikaal verantwoorde opvatting, al kreeg men niet de indruk van een persoonlijk doorwerkt-hebben van het veelgespeelde stuk. Het orkest gaf een goedsluitende, maar iets te luide en niet geheel door zichtige begeleiding. Alles bijeen was het optreden van dit gast-orkest een gewaardeerde afwisseling op de concerten die door ons „eigen" or kest gegeven worden. Het publiek heeft door de warmte en nadrukkelijkheid van zijn applaus, hierover geen twijfel laten bestaan. Sas Buiige OP HET CONCERT, dat „Die Haerlem sche Musyckcamer" vrijdagavond onder buitengewoon grote belangstelling in de Renaissance-zaal van het Frans Halsmu seum gegeven heeft, werd speciale aan dacht gevraagd voor het koninklijke snaar instrument: de harp. De harpiste Rahel Mengelberg zou het instrument bespelen bij de uitvoering van het Concert in Bes voor harp, twee fluiten en strijkorkest van Handel Maar vóórdat zij hiertoe over ging, hield zij een aantrekkelijke causerie over de harp. De oorsprong van het instrument ligt in de verre oudheid, in vóór-historische tij den. toen de mensheid nog aan het begin stond van haar ontdekkingstocht op de gebieden van wetenschap en kunst. Tal loos vele instrumenten zijn van harpach- tige bouw geweest. Temidden van deze veelheid gingen ten slotte de diatonische en de chromatische harpen zich onder scheiden, van welke de diatonische harp door de uitvinding van het pedaalmecha niek de voornaamste plaats zou gaan in nemen. De harp, die Rahel Mengelberg op deze avond bespeelde, was een pedaal- harp, waarvan de mechaniek het toeliet de zeven diatonische tonen tweemaal te verstemmen, bij voorbeeld de ces tot c en deze c weer tot cis. Ter kennismaking met het klankkarak ter en met de bespelingstechniek vertolkte Rahel Mengelberg vóór 't spelen van Han dels Concert de Sonate in d voor harp-solo van de destijds beroemde harpspeler en componist van harpmuziek Francois Jo seph Nadermann (1773-1835). De charman te muziek van deze sonatine bracht de toehoorders in gedachten terug naar het tijdperk van speeldozen en glasharmoni ca's, naar de liefelijke intimiteit van tere romantiek bij kaarslicht. Rahel Mengel berg toverde verfijnde klanken, door lich te nuanceringen verrassend gedifferen tieerd, uit haar glanzende instrument en toonde zich daarbij een fijnzinnige kun stenares met een grote technische beheer sing. Daarvan getuigde eveneens haar vertol king van dé solo-partij van het Concert van Handel, aangename, niet diep-gaande, on-problematische muziek. Zij schonk het auditorium een prettige ervaring, die men eveneens op rekening kon zetten van het toegewijd spelende strijkorkest, de solo fluitisten Edo Wilod Versprille en Taco Ferwerda en uiteraard ook de dirigent van de „Musyckcamer" André Kaart. Ter inleiding van het concert had An dré Kaart een fraai klinkende uitvoering gedirigeerd van een suite uit het treurspel ..Abdelazer" voor strijkorkest van Henry Purcell. In een zelfde nobele vertolkings stijl bracht het orkest voor de pauze nog een fraai Concerto grosso in g van de 18de- eeuwse Nederlandse componist Pieter Hel- lendaal, waarbij met een frisse musiceer- geest het orkestspel karakter en inhoud kon geven. Een hoogtepunt van deze uitvoering werd het schone Largo door de gevoelige, tere klank der strijkers. Het concertino (de violistes Trude Schultheiss en Riek Mantje) kreeg in het concerto een bijzon der zorgvuldige vertolking. In de tweede helft van de avond kreeg de hobosolist Kees Kuyper een prachtige kans om zich met het spelen van de solo partij van het Concert in C van Domenico Cimarosa (1749-1801) als een uitstekende instrumentalist, in muzikale en technische zin te laten gelden. Op een kleine oneffen heid na stond het strijkorkest de solist goed terzijde. Als slotnummer fungeerde de „Musique de Table" van Georg Philipp Telemann, voorname amusementsmuziek uit de 18e eeuw. Het woord „amusement" heeft in onze tijd, in verband gebracht met mu ziek, een bedenkelijke klank gekregen. Het is daarom misschien gewenst om te spre ken van muziek „pour faire plaisir". En deze bijzondere opdracht heeft Telemanns „Musique de Table" op deze avond on getwijfeld kunnen vervullen, mede door het spel van de solohoboïsten Kees Kuy per en Hans Leonhardt, de leiding van de dirigent André Kaart en over het alge meen ook door het aandeel, dat aan het strijkorkest was gegeven. Vrijdagmiddag is men er eindelijk in geslaagd de rijnaak en de sleepboot, die bij de stuw van Borgharen zijn ge zonken, te bergen. Doordat de water stand omlaag is gebracht, waren tien tallen schepen voor anker gegaan. In de Meesterserie van het Haarlems Comité voor Kamermuziek geeft het Trio Pasquier woensdag 25 januari, aanvang 20 uur, in het Concertgebouw te Haarlem, een kamermuziekavond. Het programma vermeldt Trio Serena de op. 8 in D. gr. t. van Beethoven, Trio van Albert Roussel en, met medewerking van Gerard van Blerk (piano) en Ber nard de Vries (contrabas) het Forellen- kwintet op. 114 in A. gr. t. van Schubert. Een rechtbank in Bonn heeft de 60- jarige koopman Botho von Steegen veroor deeld tot vijf jaar tuchthuis wegens brandstichting en vernieling in het Beet- hovenhuis in Bonn. De man is bovendien voor vijf jaar van zijn burgerlijke en poli tieke rechten vervallen verklaard. Hij heeft op 9 mei van het vorig jaar met drie liter benzine brand gesticht in het geboor tehuis van Beethoven om daardoor de aan dacht op zijn persoonlijke noden als vluch teling te vestigen. Bij de brand zijn tal rijke manuscripten van de componist waarvan de waarde op 170.000 mark wordt geschat, verloren gegaan. Het nieuwe Nederlandse tijdschrift voor jongeren, waarvan het eerste nummer on der de naam „Twen" verscheen, mag, zo als bekend, deze naam krachtens een door de president van de Amsterdamse recht bank gewezen vonnis niet meer voeren. Het tweede nummer zal nu uitkomen on der de naam „Taboe". Het zal ook een nieuwe omslag» krijgen. Gemoedelijk samenzijn Per Fedèrspiel de voorzitter van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa, heeft van iets nieuws op het Binnenhof kunnen genieten. Als gast van de beide Kamers is hij in haar midden opgetreden. Dit gebeurde echter niet in een verenigde vergadering, maar in een gemoedelijk samenzijn van leden der Tweede en Eerste Kamer. Ware het een verenigde vergadering geweest, dan zou de voorzitter van de Eerste Kamer, die hiertoe door de grondwet is aangewe zen, de hamer hebben moeten hanteren. Dit gebeurde echter niet. Mr. Kortenhorst zat voor en hij deed dit ook in zijn gewone wandelpakje, nadat hij schielijk, voordat de samenkomst begon, zijn rok van Pre sident der Tweede Kamer, in welke zaal men bijeen was, had uitgetrokken. Heel veel nieuws kon de heer Federspiel niet zeggen. Hij deed er in elk geval goed aan zich van lyrische ontboezemingen over de Europese samenwerking te onthouden en veeleer zijn kracht te zoeken in enige cri- tische opmerkingen over de nuchtere wer kelijkheid, die vrij wat onderlinge ver deeldheid in Europa te aanschouwen geeft. Verkeer en Waterstaat Overigens kenmerkt zich de afgelopen week door een parlementaire gedachten- wisseling van rustige aard. Wel gaf de behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat tal van afgevaardigden ge legenheid om minister Korthals met vele, gemeenlijk nogal wat geld kostende wen sen aan boord te komen, maar het eind van het lied was, dat hij dit keer zijn begroting in veilige haven wist binnen te loodsen zonder dat hij zich door min of meer stormachtige kritiek in het nauw ge bracht had gezien. Het is waar, aanvankelijk was er door een bonte rij van afgevaardigden, zoals mr. Aantjes (A.R.), de heer Zegering Had- ders (V.V.D.) mejuffrouw mr. Schilthuis (P.v.d.A.) op aangedrongen, de kosten van de werken voor de afsluiting van de Lau- werszee op één lijn te stellen met die van de Deltawerken. Maar in een goed gefun deerd betoog slaagde de minister er in duidelijk te maken, dat in het laatste ge val beveiliging tegen de zee wel, daaren tegen in het eerste geval niet bovenal op de voorgrond staat. Bij de Lauwerszee spelen veel meer speciale belangen van de daarbij het meestbetrokken provincies een rol. En dus is het logisch, dat zij in de financiering een belangrijk aandeel zullen hebben té dragen, waartoe trouwens de bereidheid ook in voldoende mate voor handen schijnt te zijn. Opnieuw gevoerde warme pleidooien voor verbetering van de Scheveningse bui tenhaven stuitten voor de zoveelste maal op het kostenprobleem af. Op het ogen blik laat de begroting niet toe de in de Kamer tot uiting gebrachte verlangens te verwezenlijken. Wanneer er echter meer geld beschikbaar is, dan geeft ook de mi nister aan de Scheveningse buitenhaven de voorrang boven de Katwijkse haven. Bepaald een winstpunt voor de minis ter vormde zijn mededeling, dat het Rijk thans alle medewerking zal verlenen ten behoeve van de zo hoog nodige en ook zo vurig gewenste uitbreiding van Schiphol. Eerst was er nog enig gemopper ge weest, omdat er beduchtheid bestond dat er nieuwe vertraging in het aanpakken van de hiertoe vereiste werken zou ont staan doordat een particulier ingenieurs bureau met een goedkoper plan voor de dag was gekomen. Op zichzelf mocht daar in voor de schatkist wel enige aantrek kelijkheid gezeten hebben, dit nam niet weg dat de minister van Verkeer en Wa terstaat de Kamer en vele anderen daar buiten kon verblijden met zijn mededeling dat nu tot uitvoering van het grote plan- Schiphol besloten is. Begrijpelijkerwijze waren hiermee thans ook de critici ge heel en al bevredigd. En zo zag de mi nister zijn begroting danook door een de ze keer in goede stemming geraakte Ka mer zonder slag of stoot aangenomen. Meer geld voor Kongo Op zijn beurt wist minister Marijnen, ook alweer door achterwege laten van be denkelijke schrielheid, tevredenheid te wekken. Mr. Patijn (Arb.) gebruikte na melijk het mondelinge vragenuurtje om te informeren hoe het zat met Nederland's bijdrage tot de hulpactie van de Wereld voedselorganisatie ter bestrijding van de hongersnood in de Kongolese provincie Kasai. Toen de minister van Landbouw mededeelde dat de Nederlandse staat, naast wat er overigens nog van Neder landse zijde geschiedt, een miljoen gulden beschikbaar stelt, erkende deze afgevaar digde dat er inderdaad reden bestaat om hierover voldaan te zijn. Terecht heeft de regering een dergelijk besluit genomen, want het ligt zeker op de weg van een land als het onze voor zulk een doel de nodige gelden aan te wenden. Juist besluit Aan de overzijde van het Binnenhof is het deze week ook rustig toegegaan. Er bleek alleen vrij grote verdeeldheid tus sen de senatoren te bestaan over een door de Tweede Kamer in het wetsontwerp op de dierenbescherming ingelast verbod tot het couperen van paardestaarten. Er wa ren zelfs leden, die de neiging schenen te koesteren om het hele ontwerp wegens die bepaling te verwerpen. Te hopen valt, dat zij de volgende week, nadat de mi nisters Beerman, Marijnen en Van Rooy gelegenheid zullen hebben gehad het ont werp te verdedigen, zullen inzien, dat het principieel onjuist zou zijn, wanneer de Kamer van Vijfenzeventig in een geval als het onderhavige haar vetorecht zou toepassen. Geheel en al los van mijn me ning over paardestaarten ben ik van oor deel, dat het bepaald niet aangaat, indien de Eerste Kamer wegens zulk een haar onwelgevallige amendering door de Twee de Kamer een wetsontwerp zou verwer pen. Enfin, het hoge gezelschap verdient an derzijds een pluimpje en wel omdat het akkoord is gegaan met inwilliging van het verlangen van de fractie der P.v.d.A. om de regering te brengen tot openbaarma king van het rapport der commissie-Le- maire over de gedeeltelijke herziening van de bewindsregeling Nieuw-Guinea. Die re geling heeft inmiddels al rechtskracht ge kregen. Doch er bestaat een goede kans, dat bedoeld rapport nog wel eens een be langwekkend licht zou kunnen werpen op zekere ontwikkelingen in denken en han delen van de regering met betrekking tot heel het vraagstuk Nieuw-Guinea. Om die reden heeft de fractie van de P.v.d.A. op de publicatie aangedrongen, een reden die zeker gegrond te achten valt. Angst en Ellende van het Derde Rijk Een groot aantal winkeliers en caféhou ders te Amsterdam heeft gisteren bezoek gekregen van actrices en acteurs van de toneelgroep „Puck" die de raambiljetten kwamen plaatsen voor de première van Brecht's spel „Angst en ellende van het Derde Rijk". De toneelspelers waren ver ontwaardigd met de affiches de straat op gegaan, toen de firma, die zich in de hoofd stad met het plaatsen van raambiljetten bij een duizendtal winkeliers belast, in dit geval weigerde de opdracht uit te voeren. De raambiljetten zijn groter van afme ting dan de gebruikelijke en tonen, ge drukt op grauw papier, een Duitse adelaar en een hakenkruis waaronder de tekst is aangebracht. De firma grondde de wei gering op het feit dat de afmeting te groot en de kleur te grauw is, om de affiches te kunnen plaatsen. Men vreest hierdoor de winkeliers afkerig te maken van het op hangen van raambiljetten. In een voordracht aan de raad stellen B, en W. van Groningen voor over te gaan tot reorganisatie van de stichting G.O.V. (Groninger Orkest Vereniging), aangezien de wenselijkheid gebleken is de gemeentelijke stichting G.O.V. een meer regionaal karakter te geven. Overleg is gepleegd met de colleges van G. S. van Groningen en Drente. Het pro vinciaal bestuur van Friesland, met het welk G. S. van Groningen zich terzake in verbinding hebben gesteld, heeft bericht, dat het zich in verband met de ontwikke ling van het Fryske Orkest van medewer king aan een plan tot reorganisatie meent te moeten onthouden. Door de reorganisa tie zal de G.O.V. een regionaal in plaats van een in hoofdzaak stedelijk karakter krijgen. De betekenis van het orkest voor het culturele leven in de provincies Groningen en Drente zal worden vergroot, onder meer door het veelvuldiger geven van concerten in plaatsen buiten de stad Groningen. Het financiële draagvlak van het orkest zal worden verbreed. B. en W. van Groningen stellen nu voor de naam van de stichting Groninger Orkest Vereniging te wijzigen in Noordelijk Filharmonisch Orkest (or kest van Groningen en Drente). Voorge steld wordt de statuten dienovereenkom stig te wijzigen. De staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen mr. V. Schol ten heeft de Commissie-Wltteman, die tot taak heeft hem rapport uit te brengen over vraagstukken betreffende de van rijkswege gesubsidieerde symfonie-orkes ten, een nieuwe opdracht gegeven. De staatssecretaris heeft de commissie uitgenodigd hem advies uit te brengen over de vraag of er uit artistiek oogpunt beschouwd, aanleiding toe bestaat, wijzi ging te brengen in de huidige indeling in klassen van de gesubsidieerde symfonie orkesten en voorts of er aanleiding toe bestaat de afstand in salaris tussen de verschillende orkesten te herzien. Afgezien van het antwoord op deze vraag heeft de staatssecretaris de commissie gevraagd of zij het gewenst acht om ten behoeve van het Concertgebouworkest als nationa le instelling bijzondere maatregelen voor te stellen en zo ja welke. De staatssecre taris heeft de commissie uitgebreid door tot leden te benoemen de heren dr. C. L. Walther Boer en B. van Lier. Gedeputeerde Staten van Groningen hebben besloten toekenning van de cultu rele prijs van de provincie Groningen voor 1960 achterwege te laten. De gebruikelijke bijeenkomst op 17 februari zal in het jaar 1961 dus geen doorgang vinden. Op achtenzeventigjarige leeftijd is te Haarlem overleden de heer C. Overbeek, vroeger hoofd van één de twee inmiddels opgeheven doopsgezinde scholen in Haar lem en een geziene figuur in zangerskrin gen. De thans overledene is in 1882 in Haar lem geboren, studeerde aan de Rijkskweek school voor onderwijzers aldaar en behaal de in 1902 de onderwijzersakte. Hij begon zijn loopbaan bij het onderwijs aan de ..zesde tussenschool" aan de Tetterode straat in Haarlem en in 1908 werd hij be noemd tot onderwijzer aan de Doopsgezin de school aan het Groot Heiligland. In 1934 volgde hij de heer A. C. Hendriks op als hoofd van de Doopsgezinde school in de Ripperdastraat en deze functie heeft de heer Overbeek tot zijn pensionering vervuld. Hij had zitting in diverse com missies en besturen op onderwijsgebied (ondermeer ondersteuningsfonds van het N.O.G., plaatselijke commissie van toe zicht op het lager onderwijs en het P.H. van der Leyfonds). Vooral als lid en voor zitter van het Doopsgezind Zangkoor was hij in zangerskringen zeer gezien. Veertig jaar heeft hij het voorzitterschap waar genomen. Verder is hij voorzitter geweest van de Koninklijke Bond van Gemengde Zangverenigingen in Nederland en voor zitter van de Internationale Federatie van gemengde, vrouwen- en jeugdkoren, die in 1955 in Hilversum is opgericht. Ook had hij in plaatselijke federaties en commis sies op het gebied van de zang zitting Woensdagmiddag om twee uur zal zijn In de Kleine Komedie te Amsterdam heeft 't toneelgezelschap van Johan Kaart en Johan Boskamps de première gegeven van het blijspel „Troeleke". Het stuk is van de Franse schrijver Jean de Letraz, met als titel „Bichon", en ls in het Neder lands vertaald door Tilly PérinBouw meester. „Troeleke" is de naam van een baby, die voortdurend malle situaties en verwikke lingen teweeg brengt. De zaal was vrij goed bezet en de medespelenden, onder andere Johan Boskamp, Henk Molenberg, Wieke Muiier en Tilly PérinBouwmees ter, kregen enige malen een open doekje Na afloop vielen hun vele bloemen en zelfs een grote fruitmand ten deel. „Troeleke" is het laatste stuk dat door het ensemble van Johan Kaart die zelf op het ogenblik een rol vervult in „My fair Lady" wordt gebracht. Nadat de meeste leden van dit gezelschap jarenlang avond aan avond in de Kleine Comedie zijn opgetreden, vooral met Potasch en Perlemoer, zullen de leden ervan zich na afloop van de reeks voorstellingen van „Troeleke" verspreiden over de andere toneelensembles. Kaart's voormalige partner Johan Bos kamp heeft plannen om zelf een toneel- groepje samen te stellen, hetgeen er in de praktijk op zal neerkomen dat het gezel schap Kaart in de zelfde samenstelling, maar zonder Kaart zal worden voortgezet. Het duo Kaart-Boskamp zal men in ieder geval nog één keer kunnen zien. In ver band met de 70ste verjaardag van Johan Boskamp zullen beide acteurs tijdens een feestvoorstelling op zaterdag 11 februari het tweede bedrijf van „Potasch en Per lemoer" spelen. Stoffelijk overschot op de algemene be graafplaats aan de Kleverlaan ter aarde worden besteld. Onze muziekmedewerker Jos. de Klerk tekent bij dit overlijden het volgende aan: Op achtenzeventigjarige leeftijd is vrij dag de. in de Haarlemse zangerswereld zeer bekende en hooggeachte heer Corne- lis Overbeek overleden. Toen hij ongeveer twee jaar geleden, na een operatie te heb ben ondergaan, zijn functie als voorzitter van Doopsgezind Zangkoor neerlegde, kon men dit beschouwen als het begin van het einde. Want deze taak, naast veel andere taken die zijn zorg en zijn liefde hadden, was een deel. en wel een zeer belang rijk deel van zijn leven. Ruim veertig jaar had hij het bestuur van deze vereniging gepresideerd en als koorlid in het ensemble meegezongen, tal van initiatieven geno men en als idealist en optimist zware con sequenties aangedurfd en in tijden van de pressie zijn zangersschaar met een „deser- pereert niet" het vertrouwen geschonken dat hem nooit verliet. Jk kan mij nog le vendig herinneren hoe 'de heer Overbeek- destijds hoofdonderwijzer van de Eer ste Doopsgezinde school in de eerste jaren van zijn presidentschap het roer omgooide bij het Zangkoor tot dan toe een a capella-vereniging en met Haydns „Jahreszeiten" de richting van het oratorium insloeg. Verder hoe hij zich ingezet heeft om de „Quo Vadis" van Nowowiesky in Haar lem te laten klinken en na de oorlog als eerste, de idealistische daad stelde de Matthaeus Passie van Bach in de Ne derlandse vertaling van Jan Engelman te doen uitvoeren. Rust kende hij niet, en toch ging er van zijn beminnelijke persoon lijkheid rust en kalmte uit. Daar kunnen de gedeputeerden van de Federatie van Haarlemse Zang en Oratoriumvereni gingen van meespreken. Deze Federatie heeft hij destijds met wijlen J. E. Voet vice-voorzitter van de Kon. Liedertafel „Zang en Vriendschap", in 't leven geroe pen en er als voorzitter van gefungeerd, dat wil zeggen breeddenkend en actief in de weer geweest om de koorzang in Haar lem te bevorderen en voor zijn belangen op de bres te staan. Dat Cornelis Overbeek bovendien bijna twintig jaar voorzitter geweest is van de Koninklijke Bond van Zang- en Oratorium verenigingen in Nederland, als redacteur meewerkte, aan het maandblad van die bond, „Koor en Kunstleven", en geijverd heeft om het wat in de slof geraakte con certwezen in nieuwe, gezonde banen te leiden, het district Noordholland van de Federatie van Nederlandse Zangersbon den stichtte en jarenlang presideerde, het getuigt alles te samen van zijn drang naar schoonheid en zijn eerlijk streven om anderen in die gevoelssfeer te laten delen. Wars van hokjesgeest heeft deze gebo ren en getogen Haarlemmer met zijn rus teloze en begenadigde activiteiten op het gebied van het koorverenigingswezen een zegenrijke, bindende taak vervuld. De naam van Cornelis Overbeek zal dan ook in de Haarlemse zangers wereld ongetwij feld dankbaar en met ere genoemd blij ven. Hij ruste in vrede. Geref. Gemeenten Tweetal te Genemuiden: Chr. van Dam te Rotterdam-Zuid en L. Rijksen te Rotter dam-West.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 5