Gastconcert in abonnementscyclus
van het Brabants Orkest
m
Op en om het Binnenhof
C. Overbeek overleden
PI
II
ttll
Expositie van nieuw werk
van Jan van Heel
Harpklanken bij die Haerlemsche
Musyckcamer in het Frans Halsmuseum
Leden van „Puck'1 moesten
zelf affiches rondbrengen
m WÊm
4
ZATERDAG 21 JANUARI 1961
5
v-»VJ
SAMEN UIT t SAMEN
Bob Buys
tt,-
sl*
iifliiiilll
mmm
P. Zwaanswijk
Trio Pasquier woensdag
25 januari in Haarlem
Brandstichting in huis
van Beethoven berecht
„Twen" wordt „Taboe"
Dr. E. van Raalte
G,O.V. wordt Noordelijk
Filharmonisch Orkest
Nieuwe opdracht aan de
Commissie-Witteman
Geen culturele prijs
Groningen 1960
Première van „Troeleke"
in de Kleine Komedie
Jos. de Klerk
Kerkelijk nieuws
IN PLAATS VAN door ons eigen orkest werd het vijfde concert in de vrijdagavond
serie verzorgd door het Brabants Orkest, onder leiding van zijn vaste dirigent Hein
Jordans. Dat een dergelijke afwisseling de nieuwsgierigheid van het publiek prikkelt,
spreekt van zelf, hetgeen tevens bleek uit de extra verkoop van losse kaarten voor
dit concert. (Het Noordhollands Philharmonisch Orkest zal overigens „in ruil" een
concert in de provincie Brabant verzorgen). Déze belangstelling was trouwens ook
gerechtvaardigd door de geleverde prestaties. Het orkest uit Noord-Brabant bezit een
zeer gedisciplineerde stijl van spelen, kenmerkt zich door een harmonisch evenwicht
tussen de verscheidene groepen, met als enige reserve ten opzichte van deze kwali
teiten een gebrek aan warmte in de strijkersklank. Het „volle werk", het verwekken
van spanning door middel van een zorgvuldig opgebouwde klankexpansie, is de
kracht van het ensemble. (Of moet men zeggen: van de dirigent?). Waar vuurwerk
ontstoken wordt, waar het orkestrale palet kan schitteren in een grote verscheiden
heid van timbre-combinaties, voortgestuwd op een even markante als onontkoombare
ritmische impuls, speelt het orkest zijn hoogste troeven uit.
VANDAAR DAT MEN de beste herinne
ringen zal bewaren aan het gedeelte in de
pauze, met, de Scène en Danser uit de
Falla's „Driekante Steek" dus niet
alleen de drie stukken die men gemeen
lijk te horen krijgt, maar de beide suites
die door de componist uit de balletmuziek
zijn samengesteld. Een dergelijke men
ging van directheid (in de thematische ge
gevens, op de folklore geënt) en raffine
ment (in de harmonische aankleding, in
de orkestratie) geeft aan de beste moge
lijkheden van het orkest een kans. Sterker
nog bewerkte men dit in de tweede suite
uit Ravel's balletmuziek bij Daphnis et
Chloë. (Waarom geven de dirigenten ons
toch nooit eens de eerste suite te horen7)
Hier werd uit de alchemie van orkestrale
combinaties een poëzie gedistilleerd, die
alle lucide dronkenschap van Ravel's ge
droomde Hellas bevatte. De brille van het
orkestspel, die elders oppervlakkigheid zou
kunnen zijn, was hier een kwaliteit, waar
mee de inhoud van de muziek benaderd
werd. Men genoot van de prachtige con
tinuïteit in de lyriek van het „Lever du
Jour", de lome, quasi-geïmproviseerde
vervulling van het tweede deel „Panto
mime" met een fraai geblazen fluit-
solo), de geleidelijk aanzwellende bezeten
heid van de slotdans.
MINDER ENTHOUSIASME kon de uit
voering van een symfonie van Mozart
K.V. 319 in Bes wekken, die correct en
Advertentie
Van de niet direct in onze naaste om
geving werkende en wonende schilders is
de te Den Haag gevestigde Jan van Heel
wel heel bekend. Hij heeft een eigen ex
positie gehad te Amsterdam en neemt re
gelmatig deel aan verenigingsexposities,
die ook wel in Haarlem gehouden wer
den. Tot 27 januari exposeert Van Heel
thans in de Kunstzaal Martinus Liernus
in het voor ons wat verder gelegen Den
Haag en het is de verheugende kwaliteit
van deze tentoonstelling, die mij noopt
weer iets over Van Heels werk te zeggen.
Van Heel is een rasschilder, die een
produktie heeft, die te vergelijken is met
die van zijn Franse collega's. Bij zo'n
grote produktie is lang niet alles even
interessant al getuigt het bij deze ras
schilder altijd van smaak. Dit maakt dan
dat de critisch gestemde beschouwer de
aandacht voor het hem bekende wel eens
verliest. Hij loopt er niet aan voorbij,
maar „schrijft er niet over naar huis",
omdat hij niets nieuws te vertellen weet.
Als Van Heel thans weer meer boeit dan
voorheen, is dat niet omdat hij tegemoet
kwam aan de behoefte van de „nieuwsja-
ger". Daartoe is hij waarlijk te sterk van
karakter. Van Heel, doorgaande in zijn
lijn, blijkt de laatste tijd echter duidelijk
meer intensiteit te hebben kunnen opbren
gen. Bij de kunsthandel M. L. de Boer
was al zichtbaar dat bezoeken aan Span
je aan zijn werken een ernstiger karakter
bleken mee te geven. Of andersom: Van
Heel zocht en vond in Spanje de kleur,
motieven en structuren, die beantwoordden
aan zijn geestelijk evolueren. Blijdschap
om het nieuwverworvene kan met zich
meebrengen een minder gespannen varië
ren van het nieuwgevonden thema. Het
gevoel kan enigszins naar de achtergrond
verdrongen worden door verdere bezinning
op de vorm. Mij kwam ter ore, dat Van
Heel abstract zou zijn gaan werken. Op
deze expositie zal het publiek een en an
der wel tot abstracte kunst willen reke
nen. Ik zag het er niet zo in. Maar ik
kan me voorstellen, dat Van Heel beoog
de nog verder boven het aanleiding ge
vend of aan gevoelens beantwoordende on
derwerp uit te komen. En dan kan ik
enig abstract werk zien als fase in een
rijpingsproces, dat resulteerde in deze ex
positie.
De tentoonstelling is ons aangekondigd
als een van gouaches. Olieverfschilderijen
nemen echter evenveel ruimte in beslag.
Zij vormen het meest ernstige en naar
hoge kwaliteit meest onvermengde deel
van de tentoonstelling. Sommige gouaches
moeten gerekend worden tot aanlooppo
gingen. Ik denk aan twee clowns, waarvan
Van Heel een hele reeks maakte. Zij be
horen naar mijn smaak meer tot dat al
tijd wel aantrekkelijke maar niet even
gespannen werk, dat de vakman altijd
wel maakt en best mag laten zien. En
juist met de aanwezigheid van dergelijk
werkt blijkt de grotere intensiteit van het
vele andere duidelijker.
gaaf klonk, maar ook wat stijfjes en wei
nig „muzisch". In Mendelssohn's populai
re vioolvoncert was György Paak, twee
de eerste-concertmeester van het orkest
solist, in plaats van de aangekondigde
Pierre Jetteur, die Bruch's concert had
zullen uitvoeren. De violist onderscheidde
zich door een nobele toonvorming, en een
muzikaal verantwoorde opvatting, al kreeg
men niet de indruk van een persoonlijk
doorwerkt-hebben van het veelgespeelde
stuk. Het orkest gaf een goedsluitende,
maar iets te luide en niet geheel door
zichtige begeleiding.
Alles bijeen was het optreden van dit
gast-orkest een gewaardeerde afwisseling
op de concerten die door ons „eigen" or
kest gegeven worden. Het publiek heeft
door de warmte en nadrukkelijkheid van
zijn applaus, hierover geen twijfel laten
bestaan.
Sas Buiige
OP HET CONCERT, dat „Die Haerlem
sche Musyckcamer" vrijdagavond onder
buitengewoon grote belangstelling in de
Renaissance-zaal van het Frans Halsmu
seum gegeven heeft, werd speciale aan
dacht gevraagd voor het koninklijke snaar
instrument: de harp. De harpiste Rahel
Mengelberg zou het instrument bespelen
bij de uitvoering van het Concert in Bes
voor harp, twee fluiten en strijkorkest van
Handel Maar vóórdat zij hiertoe over
ging, hield zij een aantrekkelijke causerie
over de harp.
De oorsprong van het instrument ligt in
de verre oudheid, in vóór-historische tij
den. toen de mensheid nog aan het begin
stond van haar ontdekkingstocht op de
gebieden van wetenschap en kunst. Tal
loos vele instrumenten zijn van harpach-
tige bouw geweest. Temidden van deze
veelheid gingen ten slotte de diatonische
en de chromatische harpen zich onder
scheiden, van welke de diatonische harp
door de uitvinding van het pedaalmecha
niek de voornaamste plaats zou gaan in
nemen. De harp, die Rahel Mengelberg
op deze avond bespeelde, was een pedaal-
harp, waarvan de mechaniek het toeliet
de zeven diatonische tonen tweemaal te
verstemmen, bij voorbeeld de ces tot c
en deze c weer tot cis.
Ter kennismaking met het klankkarak
ter en met de bespelingstechniek vertolkte
Rahel Mengelberg vóór 't spelen van Han
dels Concert de Sonate in d voor harp-solo
van de destijds beroemde harpspeler en
componist van harpmuziek Francois Jo
seph Nadermann (1773-1835). De charman
te muziek van deze sonatine bracht de
toehoorders in gedachten terug naar het
tijdperk van speeldozen en glasharmoni
ca's, naar de liefelijke intimiteit van tere
romantiek bij kaarslicht. Rahel Mengel
berg toverde verfijnde klanken, door lich
te nuanceringen verrassend gedifferen
tieerd, uit haar glanzende instrument en
toonde zich daarbij een fijnzinnige kun
stenares met een grote technische beheer
sing.
Daarvan getuigde eveneens haar vertol
king van dé solo-partij van het Concert
van Handel, aangename, niet diep-gaande,
on-problematische muziek. Zij schonk het
auditorium een prettige ervaring, die men
eveneens op rekening kon zetten van het
toegewijd spelende strijkorkest, de solo
fluitisten Edo Wilod Versprille en Taco
Ferwerda en uiteraard ook de dirigent van
de „Musyckcamer" André Kaart.
Ter inleiding van het concert had An
dré Kaart een fraai klinkende uitvoering
gedirigeerd van een suite uit het treurspel
..Abdelazer" voor strijkorkest van Henry
Purcell. In een zelfde nobele vertolkings
stijl bracht het orkest voor de pauze nog
een fraai Concerto grosso in g van de 18de-
eeuwse Nederlandse componist Pieter Hel-
lendaal, waarbij met een frisse musiceer-
geest het orkestspel karakter en inhoud
kon geven.
Een hoogtepunt van deze uitvoering
werd het schone Largo door de gevoelige,
tere klank der strijkers. Het concertino
(de violistes Trude Schultheiss en Riek
Mantje) kreeg in het concerto een bijzon
der zorgvuldige vertolking.
In de tweede helft van de avond kreeg
de hobosolist Kees Kuyper een prachtige
kans om zich met het spelen van de solo
partij van het Concert in C van Domenico
Cimarosa (1749-1801) als een uitstekende
instrumentalist, in muzikale en technische
zin te laten gelden. Op een kleine oneffen
heid na stond het strijkorkest de solist
goed terzijde.
Als slotnummer fungeerde de „Musique
de Table" van Georg Philipp Telemann,
voorname amusementsmuziek uit de 18e
eeuw. Het woord „amusement" heeft in
onze tijd, in verband gebracht met mu
ziek, een bedenkelijke klank gekregen. Het
is daarom misschien gewenst om te spre
ken van muziek „pour faire plaisir". En
deze bijzondere opdracht heeft Telemanns
„Musique de Table" op deze avond on
getwijfeld kunnen vervullen, mede door
het spel van de solohoboïsten Kees Kuy
per en Hans Leonhardt, de leiding van de
dirigent André Kaart en over het alge
meen ook door het aandeel, dat aan het
strijkorkest was gegeven.
Vrijdagmiddag is men er eindelijk in
geslaagd de rijnaak en de sleepboot,
die bij de stuw van Borgharen zijn ge
zonken, te bergen. Doordat de water
stand omlaag is gebracht, waren tien
tallen schepen voor anker gegaan.
In de Meesterserie van het Haarlems
Comité voor Kamermuziek geeft het Trio
Pasquier woensdag 25 januari, aanvang
20 uur, in het Concertgebouw te Haarlem,
een kamermuziekavond.
Het programma vermeldt Trio Serena
de op. 8 in D. gr. t. van Beethoven, Trio
van Albert Roussel en, met medewerking
van Gerard van Blerk (piano) en Ber
nard de Vries (contrabas) het Forellen-
kwintet op. 114 in A. gr. t. van Schubert.
Een rechtbank in Bonn heeft de 60-
jarige koopman Botho von Steegen veroor
deeld tot vijf jaar tuchthuis wegens
brandstichting en vernieling in het Beet-
hovenhuis in Bonn. De man is bovendien
voor vijf jaar van zijn burgerlijke en poli
tieke rechten vervallen verklaard. Hij
heeft op 9 mei van het vorig jaar met drie
liter benzine brand gesticht in het geboor
tehuis van Beethoven om daardoor de aan
dacht op zijn persoonlijke noden als vluch
teling te vestigen. Bij de brand zijn tal
rijke manuscripten van de componist
waarvan de waarde op 170.000 mark wordt
geschat, verloren gegaan.
Het nieuwe Nederlandse tijdschrift voor
jongeren, waarvan het eerste nummer on
der de naam „Twen" verscheen, mag, zo
als bekend, deze naam krachtens een door
de president van de Amsterdamse recht
bank gewezen vonnis niet meer voeren.
Het tweede nummer zal nu uitkomen on
der de naam „Taboe". Het zal ook een
nieuwe omslag» krijgen.
Gemoedelijk samenzijn
Per Fedèrspiel de voorzitter van de
Raadgevende Vergadering van de Raad
van Europa, heeft van iets nieuws op het
Binnenhof kunnen genieten. Als gast van
de beide Kamers is hij in haar midden
opgetreden. Dit gebeurde echter niet in
een verenigde vergadering, maar in een
gemoedelijk samenzijn van leden der
Tweede en Eerste Kamer. Ware het een
verenigde vergadering geweest, dan zou
de voorzitter van de Eerste Kamer, die
hiertoe door de grondwet is aangewe
zen, de hamer hebben moeten hanteren.
Dit gebeurde echter niet. Mr. Kortenhorst
zat voor en hij deed dit ook in zijn gewone
wandelpakje, nadat hij schielijk, voordat
de samenkomst begon, zijn rok van Pre
sident der Tweede Kamer, in welke zaal
men bijeen was, had uitgetrokken. Heel
veel nieuws kon de heer Federspiel niet
zeggen. Hij deed er in elk geval goed aan
zich van lyrische ontboezemingen over de
Europese samenwerking te onthouden en
veeleer zijn kracht te zoeken in enige cri-
tische opmerkingen over de nuchtere wer
kelijkheid, die vrij wat onderlinge ver
deeldheid in Europa te aanschouwen geeft.
Verkeer en Waterstaat
Overigens kenmerkt zich de afgelopen
week door een parlementaire gedachten-
wisseling van rustige aard. Wel gaf de
behandeling van de begroting van Verkeer
en Waterstaat tal van afgevaardigden ge
legenheid om minister Korthals met vele,
gemeenlijk nogal wat geld kostende wen
sen aan boord te komen, maar het eind
van het lied was, dat hij dit keer zijn
begroting in veilige haven wist binnen te
loodsen zonder dat hij zich door min of
meer stormachtige kritiek in het nauw ge
bracht had gezien.
Het is waar, aanvankelijk was er door
een bonte rij van afgevaardigden, zoals
mr. Aantjes (A.R.), de heer Zegering Had-
ders (V.V.D.) mejuffrouw mr. Schilthuis
(P.v.d.A.) op aangedrongen, de kosten van
de werken voor de afsluiting van de Lau-
werszee op één lijn te stellen met die van
de Deltawerken. Maar in een goed gefun
deerd betoog slaagde de minister er in
duidelijk te maken, dat in het laatste ge
val beveiliging tegen de zee wel, daaren
tegen in het eerste geval niet bovenal op
de voorgrond staat. Bij de Lauwerszee
spelen veel meer speciale belangen van
de daarbij het meestbetrokken provincies
een rol. En dus is het logisch, dat zij in
de financiering een belangrijk aandeel
zullen hebben té dragen, waartoe trouwens
de bereidheid ook in voldoende mate voor
handen schijnt te zijn.
Opnieuw gevoerde warme pleidooien
voor verbetering van de Scheveningse bui
tenhaven stuitten voor de zoveelste maal
op het kostenprobleem af. Op het ogen
blik laat de begroting niet toe de in de
Kamer tot uiting gebrachte verlangens te
verwezenlijken. Wanneer er echter meer
geld beschikbaar is, dan geeft ook de mi
nister aan de Scheveningse buitenhaven de
voorrang boven de Katwijkse haven.
Bepaald een winstpunt voor de minis
ter vormde zijn mededeling, dat het Rijk
thans alle medewerking zal verlenen ten
behoeve van de zo hoog nodige en ook zo
vurig gewenste uitbreiding van Schiphol.
Eerst was er nog enig gemopper ge
weest, omdat er beduchtheid bestond dat
er nieuwe vertraging in het aanpakken
van de hiertoe vereiste werken zou ont
staan doordat een particulier ingenieurs
bureau met een goedkoper plan voor de
dag was gekomen. Op zichzelf mocht daar
in voor de schatkist wel enige aantrek
kelijkheid gezeten hebben, dit nam niet
weg dat de minister van Verkeer en Wa
terstaat de Kamer en vele anderen daar
buiten kon verblijden met zijn mededeling
dat nu tot uitvoering van het grote plan-
Schiphol besloten is. Begrijpelijkerwijze
waren hiermee thans ook de critici ge
heel en al bevredigd. En zo zag de mi
nister zijn begroting danook door een de
ze keer in goede stemming geraakte Ka
mer zonder slag of stoot aangenomen.
Meer geld voor Kongo
Op zijn beurt wist minister Marijnen,
ook alweer door achterwege laten van be
denkelijke schrielheid, tevredenheid te
wekken. Mr. Patijn (Arb.) gebruikte na
melijk het mondelinge vragenuurtje om te
informeren hoe het zat met Nederland's
bijdrage tot de hulpactie van de Wereld
voedselorganisatie ter bestrijding van de
hongersnood in de Kongolese provincie
Kasai. Toen de minister van Landbouw
mededeelde dat de Nederlandse staat,
naast wat er overigens nog van Neder
landse zijde geschiedt, een miljoen gulden
beschikbaar stelt, erkende deze afgevaar
digde dat er inderdaad reden bestaat om
hierover voldaan te zijn. Terecht heeft
de regering een dergelijk besluit genomen,
want het ligt zeker op de weg van een
land als het onze voor zulk een doel de
nodige gelden aan te wenden.
Juist besluit
Aan de overzijde van het Binnenhof is
het deze week ook rustig toegegaan. Er
bleek alleen vrij grote verdeeldheid tus
sen de senatoren te bestaan over een door
de Tweede Kamer in het wetsontwerp op
de dierenbescherming ingelast verbod tot
het couperen van paardestaarten. Er wa
ren zelfs leden, die de neiging schenen te
koesteren om het hele ontwerp wegens
die bepaling te verwerpen. Te hopen valt,
dat zij de volgende week, nadat de mi
nisters Beerman, Marijnen en Van Rooy
gelegenheid zullen hebben gehad het ont
werp te verdedigen, zullen inzien, dat het
principieel onjuist zou zijn, wanneer de
Kamer van Vijfenzeventig in een geval
als het onderhavige haar vetorecht zou
toepassen. Geheel en al los van mijn me
ning over paardestaarten ben ik van oor
deel, dat het bepaald niet aangaat, indien
de Eerste Kamer wegens zulk een haar
onwelgevallige amendering door de Twee
de Kamer een wetsontwerp zou verwer
pen.
Enfin, het hoge gezelschap verdient an
derzijds een pluimpje en wel omdat het
akkoord is gegaan met inwilliging van het
verlangen van de fractie der P.v.d.A. om
de regering te brengen tot openbaarma
king van het rapport der commissie-Le-
maire over de gedeeltelijke herziening van
de bewindsregeling Nieuw-Guinea. Die re
geling heeft inmiddels al rechtskracht ge
kregen. Doch er bestaat een goede kans,
dat bedoeld rapport nog wel eens een be
langwekkend licht zou kunnen werpen op
zekere ontwikkelingen in denken en han
delen van de regering met betrekking tot
heel het vraagstuk Nieuw-Guinea. Om die
reden heeft de fractie van de P.v.d.A. op
de publicatie aangedrongen, een reden die
zeker gegrond te achten valt.
Angst en Ellende van het Derde Rijk
Een groot aantal winkeliers en caféhou
ders te Amsterdam heeft gisteren bezoek
gekregen van actrices en acteurs van de
toneelgroep „Puck" die de raambiljetten
kwamen plaatsen voor de première van
Brecht's spel „Angst en ellende van het
Derde Rijk". De toneelspelers waren ver
ontwaardigd met de affiches de straat op
gegaan, toen de firma, die zich in de hoofd
stad met het plaatsen van raambiljetten
bij een duizendtal winkeliers belast, in dit
geval weigerde de opdracht uit te voeren.
De raambiljetten zijn groter van afme
ting dan de gebruikelijke en tonen, ge
drukt op grauw papier, een Duitse adelaar
en een hakenkruis waaronder de tekst is
aangebracht. De firma grondde de wei
gering op het feit dat de afmeting te groot
en de kleur te grauw is, om de affiches te
kunnen plaatsen. Men vreest hierdoor de
winkeliers afkerig te maken van het op
hangen van raambiljetten.
In een voordracht aan de raad stellen
B, en W. van Groningen voor over te
gaan tot reorganisatie van de stichting
G.O.V. (Groninger Orkest Vereniging),
aangezien de wenselijkheid gebleken is de
gemeentelijke stichting G.O.V. een meer
regionaal karakter te geven.
Overleg is gepleegd met de colleges van
G. S. van Groningen en Drente. Het pro
vinciaal bestuur van Friesland, met het
welk G. S. van Groningen zich terzake in
verbinding hebben gesteld, heeft bericht,
dat het zich in verband met de ontwikke
ling van het Fryske Orkest van medewer
king aan een plan tot reorganisatie meent
te moeten onthouden. Door de reorganisa
tie zal de G.O.V. een regionaal in plaats
van een in hoofdzaak stedelijk karakter
krijgen.
De betekenis van het orkest voor het
culturele leven in de provincies Groningen
en Drente zal worden vergroot, onder meer
door het veelvuldiger geven van concerten
in plaatsen buiten de stad Groningen. Het
financiële draagvlak van het orkest zal
worden verbreed. B. en W. van Groningen
stellen nu voor de naam van de stichting
Groninger Orkest Vereniging te wijzigen
in Noordelijk Filharmonisch Orkest (or
kest van Groningen en Drente). Voorge
steld wordt de statuten dienovereenkom
stig te wijzigen.
De staatssecretaris van Onderwijs,
Kunsten en Wetenschappen mr. V. Schol
ten heeft de Commissie-Wltteman, die tot
taak heeft hem rapport uit te brengen
over vraagstukken betreffende de van
rijkswege gesubsidieerde symfonie-orkes
ten, een nieuwe opdracht gegeven.
De staatssecretaris heeft de commissie
uitgenodigd hem advies uit te brengen
over de vraag of er uit artistiek oogpunt
beschouwd, aanleiding toe bestaat, wijzi
ging te brengen in de huidige indeling in
klassen van de gesubsidieerde symfonie
orkesten en voorts of er aanleiding toe
bestaat de afstand in salaris tussen de
verschillende orkesten te herzien. Afgezien
van het antwoord op deze vraag heeft de
staatssecretaris de commissie gevraagd
of zij het gewenst acht om ten behoeve
van het Concertgebouworkest als nationa
le instelling bijzondere maatregelen voor
te stellen en zo ja welke. De staatssecre
taris heeft de commissie uitgebreid door
tot leden te benoemen de heren dr. C. L.
Walther Boer en B. van Lier.
Gedeputeerde Staten van Groningen
hebben besloten toekenning van de cultu
rele prijs van de provincie Groningen voor
1960 achterwege te laten. De gebruikelijke
bijeenkomst op 17 februari zal in het jaar
1961 dus geen doorgang vinden.
Op achtenzeventigjarige leeftijd is te
Haarlem overleden de heer C. Overbeek,
vroeger hoofd van één de twee inmiddels
opgeheven doopsgezinde scholen in Haar
lem en een geziene figuur in zangerskrin
gen.
De thans overledene is in 1882 in Haar
lem geboren, studeerde aan de Rijkskweek
school voor onderwijzers aldaar en behaal
de in 1902 de onderwijzersakte. Hij begon
zijn loopbaan bij het onderwijs aan de
..zesde tussenschool" aan de Tetterode
straat in Haarlem en in 1908 werd hij be
noemd tot onderwijzer aan de Doopsgezin
de school aan het Groot Heiligland. In
1934 volgde hij de heer A. C. Hendriks
op als hoofd van de Doopsgezinde school
in de Ripperdastraat en deze functie heeft
de heer Overbeek tot zijn pensionering
vervuld. Hij had zitting in diverse com
missies en besturen op onderwijsgebied
(ondermeer ondersteuningsfonds van het
N.O.G., plaatselijke commissie van toe
zicht op het lager onderwijs en het P.H.
van der Leyfonds). Vooral als lid en voor
zitter van het Doopsgezind Zangkoor was
hij in zangerskringen zeer gezien. Veertig
jaar heeft hij het voorzitterschap waar
genomen. Verder is hij voorzitter geweest
van de Koninklijke Bond van Gemengde
Zangverenigingen in Nederland en voor
zitter van de Internationale Federatie van
gemengde, vrouwen- en jeugdkoren, die in
1955 in Hilversum is opgericht. Ook had
hij in plaatselijke federaties en commis
sies op het gebied van de zang zitting
Woensdagmiddag om twee uur zal zijn
In de Kleine Komedie te Amsterdam
heeft 't toneelgezelschap van Johan Kaart
en Johan Boskamps de première gegeven
van het blijspel „Troeleke". Het stuk is
van de Franse schrijver Jean de Letraz,
met als titel „Bichon", en ls in het Neder
lands vertaald door Tilly PérinBouw
meester.
„Troeleke" is de naam van een baby, die
voortdurend malle situaties en verwikke
lingen teweeg brengt. De zaal was vrij
goed bezet en de medespelenden, onder
andere Johan Boskamp, Henk Molenberg,
Wieke Muiier en Tilly PérinBouwmees
ter, kregen enige malen een open doekje
Na afloop vielen hun vele bloemen en zelfs
een grote fruitmand ten deel.
„Troeleke" is het laatste stuk dat door
het ensemble van Johan Kaart die zelf
op het ogenblik een rol vervult in „My
fair Lady" wordt gebracht. Nadat de
meeste leden van dit gezelschap jarenlang
avond aan avond in de Kleine Comedie
zijn opgetreden, vooral met Potasch en
Perlemoer, zullen de leden ervan zich na
afloop van de reeks voorstellingen van
„Troeleke" verspreiden over de andere
toneelensembles.
Kaart's voormalige partner Johan Bos
kamp heeft plannen om zelf een toneel-
groepje samen te stellen, hetgeen er in de
praktijk op zal neerkomen dat het gezel
schap Kaart in de zelfde samenstelling,
maar zonder Kaart zal worden voortgezet.
Het duo Kaart-Boskamp zal men in ieder
geval nog één keer kunnen zien. In ver
band met de 70ste verjaardag van Johan
Boskamp zullen beide acteurs tijdens een
feestvoorstelling op zaterdag 11 februari
het tweede bedrijf van „Potasch en Per
lemoer" spelen.
Stoffelijk overschot op de algemene be
graafplaats aan de Kleverlaan ter aarde
worden besteld.
Onze muziekmedewerker Jos. de Klerk
tekent bij dit overlijden het volgende aan:
Op achtenzeventigjarige leeftijd is vrij
dag de. in de Haarlemse zangerswereld
zeer bekende en hooggeachte heer Corne-
lis Overbeek overleden. Toen hij ongeveer
twee jaar geleden, na een operatie te heb
ben ondergaan, zijn functie als voorzitter
van Doopsgezind Zangkoor neerlegde, kon
men dit beschouwen als het begin van het
einde. Want deze taak, naast veel andere
taken die zijn zorg en zijn liefde hadden,
was een deel. en wel een zeer belang
rijk deel van zijn leven. Ruim veertig jaar
had hij het bestuur van deze vereniging
gepresideerd en als koorlid in het ensemble
meegezongen, tal van initiatieven geno
men en als idealist en optimist zware con
sequenties aangedurfd en in tijden van de
pressie zijn zangersschaar met een „deser-
pereert niet" het vertrouwen geschonken
dat hem nooit verliet. Jk kan mij nog le
vendig herinneren hoe 'de heer Overbeek-
destijds hoofdonderwijzer van de Eer
ste Doopsgezinde school in de eerste
jaren van zijn presidentschap het roer
omgooide bij het Zangkoor tot dan toe
een a capella-vereniging en met
Haydns „Jahreszeiten" de richting van
het oratorium insloeg.
Verder hoe hij zich ingezet heeft om de
„Quo Vadis" van Nowowiesky in Haar
lem te laten klinken en na de oorlog als
eerste, de idealistische daad stelde de
Matthaeus Passie van Bach in de Ne
derlandse vertaling van Jan Engelman te
doen uitvoeren. Rust kende hij niet, en
toch ging er van zijn beminnelijke persoon
lijkheid rust en kalmte uit. Daar kunnen
de gedeputeerden van de Federatie van
Haarlemse Zang en Oratoriumvereni
gingen van meespreken. Deze Federatie
heeft hij destijds met wijlen J. E. Voet
vice-voorzitter van de Kon. Liedertafel
„Zang en Vriendschap", in 't leven geroe
pen en er als voorzitter van gefungeerd,
dat wil zeggen breeddenkend en actief in
de weer geweest om de koorzang in Haar
lem te bevorderen en voor zijn belangen
op de bres te staan.
Dat Cornelis Overbeek bovendien bijna
twintig jaar voorzitter geweest is van de
Koninklijke Bond van Zang- en Oratorium
verenigingen in Nederland, als redacteur
meewerkte, aan het maandblad van die
bond, „Koor en Kunstleven", en geijverd
heeft om het wat in de slof geraakte con
certwezen in nieuwe, gezonde banen te
leiden, het district Noordholland van de
Federatie van Nederlandse Zangersbon
den stichtte en jarenlang presideerde,
het getuigt alles te samen van zijn drang
naar schoonheid en zijn eerlijk streven
om anderen in die gevoelssfeer te laten
delen.
Wars van hokjesgeest heeft deze gebo
ren en getogen Haarlemmer met zijn rus
teloze en begenadigde activiteiten op het
gebied van het koorverenigingswezen een
zegenrijke, bindende taak vervuld. De
naam van Cornelis Overbeek zal dan ook
in de Haarlemse zangers wereld ongetwij
feld dankbaar en met ere genoemd blij
ven.
Hij ruste in vrede.
Geref. Gemeenten
Tweetal te Genemuiden: Chr. van Dam
te Rotterdam-Zuid en L. Rijksen te Rotter
dam-West.