FILATELIE
komms
Bridge
Dammen
ZATERDAG 28 JANUARI 1961
Erbij
PAGINA VIER
m«Slf^
..Hl Hlü l
HP ÜËf S
m lö Wm. ÜH
B. Dukel
H. W. Filarski
NIEUWE KINDERBOEKEN
De koe en de vis
Cor Beek
NIEUW-GUINEA. Ter gelegenheid
van de openingszitting van de Nieuw-
Guinea Raad te Hollandia op 5 april
a.s. zal een serie postzegels worden uit
gegeven. Bijzonderheden omtrent deze
emissie zijn nog niet bekend.
Evenals bij vorige gelegenheden zal
ook nu de Filatelisten Vereniging Ned.
Nieuw-Guinea haar bemiddeling ver
lenen voor de toezending van eerste-
dag-enveloppen (first-day-covers) en
afgestempelde series postfrisse
series zullen aan de filatelistenloketten
in Nederland verkrijgbaar zijn en wor
den derhalve niet door de vereniging
geleverd). De f.d.c.'s worden voorzien
van een eerste-dag-stempel van de
PTT. Bovendien wordt door het post
kantoor ter plaatse van de ter post aan
geboden couverts een kantoorstempel
aangebracht.
De kosten voor één f.d.c. (voorzien
van een serie zegels) bedragen 1,
terwijl het aantekenrecht 0,40 be
draagt. Gestempelde series zijn voor
f 0,55 verkrijgbaar.
Gegadigden wordt verzocht te zorgen
dat vóór 31 maart a.s. internationale
postwissels in het bezit van de vereni
ging zijn. De verzending uit Nederland
dient uiterlijk 15 maart a.s. te geschie
den aan het adres: Filatelisten Vereni
ging Ned. Nieuw-Guinea te Hollandia.
Op het zijstrookje van de postwissel in
vullen: a. de gewenste aantallen f.d.c.'s;
b. de gewenste aantallen afgestempelde
series. De postwissels behoren te zijn
voorzien van een blauw strookje „Per
luchtpost", teneinde de verzending per
zeepost te voorkomen. Postwissels die
na 31 maart a.s. aankomen zullen niet
meer worden behandeld en aan de af
zenders worden geretourneerd.
POLEN. Het tweede deel van de serie
met gezichten op oude Poolse steden is
dezer dagen uitgekomen. De waarden
zijn: 1,15 zl. Gdansk (Dantzig); 1,35 zl.
Wroclaw; 1,50 zl. Szczecin; 1,55 zl.
Opole; 2 zl. Kolobrzeg; 2,10 zl. Legnica;
2,50 zl. Katowice; 3.10 zl. Lodz; 5,60 zl.
Walbrzych.
ISRAEL. Ter vervanging van de thans
koerserende provisorische opdrukzegels
zal binnenkort een nieuwe definitieve
serie frankeerzegels in circulatie wor
den gebracht. De zegels geven afbeel-
dingen van de Dierenriem (Zodiak):
1 ag. ram, 2 ag. stier, 6 ag. tweelingen,
7 ag. kreeft, 8 ag. leeuw, 10 ag. maagd,
12 ag. weegschaal, 18 ag. schorpioen,
20 ag. boogschutter, 25 ag. steenbok,
32 ag. waterman, 50 ag. vissen.
FRANKRIJK. Twee postzegels, 0,20
en 0,25 fr., zijn uitgegeven voor het
frankeren van poststukken, afkomstig
van de UNESCO te Parijs, speciale
dienstzegels dus. De zegels vertonen
links de kop van een Khmer Boed
dha en rechts de kop van Hermes, ver
vaardigd door de beeldhouwer Praxi
teles.
PHILIPPIJNEN. In Manilla is van
10 januari tot 23 januari een conferentie
gehouden van de postadministraties van
de Philippijnen, Australië, Nationalis
tisch China, Japan, Zuid-Korea, Ma-
lakka, Nieuw-Zeeland en Thailand. Het
doel van deze conferentie was een Azia
tische postunie in het leven te roepen.
Voor deze gelegenheid is een postzegel
van 6 centavo in omloop gebracht. Op
de zegel ziet men tegen een achtergrond
van de kaart van Azië Mercurius, de
boodschapper van de Griekse goden, die
een brief in zijn linkerhand houdt.
ARGENTINIË. Voor de internationale
verkennersjamboree is een postzegel
van 1 peso (karmijnrood en zwart) in
circulatie gebracht, waarop het em
bleem van de Argentijnse verkenners
is afgebeeld. Het ontwerp is van Horacio
Alvarez Boero.
FEDERATIE VAN MALAKKA. Ter
gelegenheid van de installatie van Z.M.
Tuanku Syed Hassan Jamalullai D.M.N.
D. K. (Brunei) als de Yang di-Pertuan
Agong (soeverein staatshoofd) is een
postzegel van 10 sen uitgegeven met
diens portret.
JAPAN. Zeventig jaar geleden werd
de eerste zitting van de keizerlijke
Japanse rijksdag geopend. Dit feit is
herdacht door de uitgifte van twee
postzegels. Op de 5 sen ziet men het
rijksdaggebouw en sterren (als sym
bool van het verloop van de tijd) en op
de 10 sen is de openingszitting van de
rijksdag in beeld gebracht.
Larsen (Denemarken) en Ivkov (Joego
slavië) hebben tezamen het 23ste Hoog
oventoernooi op hun naam gebracht. En
dat terwijl zij haast in alles elkanders anti
poden zijn. Larsen zet aanstonds het bord
in vuur en vlam, schroomt geen risico's en
is het type van de vlotte student. Ivkov
doet het kalm aan; hij vermijdt alle ge
varen en er gebeurt op zijn bord schijn
baar niets, totdat de tegenstander plotse
ling verloren blijkt te staan. Hij concen
treert zich fanatiek op het spel en onder
houdt tijdens een wedstrijd weinig contact
met zijn omgeving.
Typerend voor Larsen's stijl was zijn
opwindende partij tegen Uhlmann, die
trouwens ook van wanten weet. Men oor-
dele:
Wit: W. Uhlmann. Zwart: B. Larsen
Ben Oni-verdediging
1) d2-d4 Pg8-f6, 2) c2-c4 e7-e6, 3) g2-g3
c7-c5. 4) d4-d5 e6xd5, 5) c4xd5 d7-d6, 6)
Rfl-g2 g7-g6, 7) Pgl-f3 Rf8-g7, 8) Pbl-c3
0-0, 9) Pf3-d2 Pb8-d7, 10) 0-0 Tf8-e8, 11)
a2-a4 Pd7-e5, 12) h2-h3 Alles volgens
bekende motieven. Het witte plan is, met
f2-f4 zwart's Pe5 terug te drijven en
daarna op c4 een paard te nestelen, dat
druk uitoefent op de zwakke pion d6. Op
originele, maar riskante, manier gaat Lar
sen hier tegenin.
12) g6-g5!? De meesten zouden een
dergelijke verzwakking van de konings
stelling hebben vermeden, maar Larsen
poogt daarmede juist, zijn tegenstander uit
z'n tent te lokken. 13) Pd2-e4 Pf6xe4, 14)
Pc3xe4 h7-h6!? Een verdere verzwakking!
Minder verplichtend was g5-g4. 15) f2-f4
g5xf4. 16) g3xf4 Pe5-g6, 17) f4-f5 Pg6-h4,
18) f5-f6 De verwikkelingen begin
nen. 18)Ph4xg2. Merkwaardig genoeg
ging Uhlmann hier drie kwartier naden
ken. Daarmede legde hij in feite de grond
slag aan zijn verlies, omdat hij naderhand
tijd te kort kwam om ook zelfs maar
redelijke zetten te vinden. Toch lag in de
onderhavige stelling geen al te grote pro
blematiek. Na b.v. 19) Kg2: Te4: 20) fg7,
kan zwart aanstonds een dodelijke aanval
ontketenen met 20) Rh3:f. Veel keus
was er dus niet en wit had dan ook voor
zijn volgende zet niet zoveel tijd mogen
nemen.
19) Ddl-d3!Nu staan er twee zwar
te stukken in, zodat wit het achterstallige
materiaal terugwint. 19) Pg2-h4, 20)
Dd3-g3! Sterker dan 20) fg7: Rf5, 21)
Tf5: Pf5: 22) Df3 De7! en de tegenaanval
op Pe4 pareert alle gevaren. 20) Ph4-
g6, 21) Pe4xd6 Te8-e5!? Een gewone speler
zou hier Rf8 geprobeerd hebben. Men
merke op dat nu na 22) fg7: Dd6: ware
gevolgd met behoud van de materiële voor
sprong. Het inlassen van 22) Pc8: baat
niet wegens Rf6: en het witte paard gaat
verloren. 22) Pd6xf7!?Wederom zeer
boeiend gespeeld; er staan nu 4 zwarte
figuren en prise,
22)Kg8xf7, 23) f6xg7f Kf7xg7. Even
uitblazen. Wit staat een stuk achter tegen
slechts één pion, maar zijn volgende zet
openbaart, aan welke gevaren zwart nog
bloot staat. 24) b2-b4!Met de vreselijke
•dreiging Rb2 en de dubbele penning (van
Te5 en Pg6) schenken wit tal van kansen.
24) Dd8xd5. Volgens Larsen zelf ware
cb4: hier beter geweest; 25) Rcl-b2.
Zwart: LARSEN (a.an zet)
COOOOCOOOOCOOOC;OOC^''^CCOC<>0^/~^^OC-Of>:_^CO
de dreiging Tgl. Nu is het mis. 40)
Pc5-b3! Vreemd genoeg is wit thans red
deloos verloren, omdat al zijn zware stuk
ken aan de velden gl-g2-g3 gebonden
staan. Stukverlies is daarom niet te ver
mijden.
Uhlmann dacht hier 50 minuten na en
noteerde toen met een zucht zijn afgegeven
zet. 41) Tcl-fl. Even later capituleerde hij
echter, daar zwart ongestraft 41)
Pd4: kan spelen.
Dit is nu, wat schakers: „schwindelen"
noemen!
Mr. Ed. Spanjaard
m wW/.
ACHILLESHIEL.
Ondanks het voortschrijden der bied-
techniek, blijft over het algemeen het
slambieden bij de meeste paren een zwak
punt. Vooral de „distributionele slams"
dat zijn die spellen waarin het maken van
12 of 13 slagen afhangt van een singleton
(enkele kaart) of renonce in één der twee
handen blijken de Achilleshiel te zijn
óók van de meesterklasseparen. In een
meesterklasse wedstrijd tussen het Haagse
Studiecentrum en de Utrechtse Bridge
Club bleek bij voorbeeld dit slambod voor
beide paren te moeilijk:
WEST
H V B 3
7 3
O A V B 8 3
A 10
OOST
A 8 2
9
O H 7 2
HV 9 8 6 3
WEST
H 7 2
9AH83
O V 10 8 6
V 4
OOST
A V 6
C 7 4
O H B 9 3
«f- A H 7 5
JU Wffl.
OOOOOOOOCOOOCOOOOCOOOCOOOOOCXDOCOOOCOOOOOOOOOOO
Wit: UHLMANN
In deze uiterst gecompliceerde stelling
grijpt de Deen nu mis, waardoor hij ver
loren komt te staan. Bewonderenswaardig
is, hoe hij niettemin koelbloedig stand
houdt. 25) Rc8-e6? Ziet de voornaam
ste dreiging over het hoofd. Zwart had 25)
De4. 25) cb4: of 25) Kh7
moeten proberen. 26) e2-e4ü Dat was
het! Zwart mag wegens 27) Tael niet De4:
spelen en wordt nu geheel teruggedrongen.
Het onaangename is. dat zijn dame Te5
moet blijven dekken. 26) Dd5-d6, 27)
Tal-dl Dd6-c7, 28) Tfl-f5 Zwart's
positie is critiek; na 28) Rf5: 29) ef:
is het direct uit. 28) Kg7-h7, 29) Rb2x
e5 Reeds is wit bij goede stelling de
kwaliteit vóór. 29) Dc7-e7, 30) Re5-f6
De7-f7 31) Tfl-f2 c5enb4, 32) Ff6-b2 Df7-
e7. 33) Tdl-cl Ta8-g8, 34) Kgl-h2?....
Veel sterker was 34) Tc7, maar nu wreekt
zich Uhlmann's tijdgebrek. 34)Pg6-f8!
Met allerlei wonderlijke zetten maakt Lar
sen het nu extra moeilijk. 35) Df3-f4 Pf6-
d7, 36) Tcl-c7 De7-e8! Alles even koel
bloedig.
37) e4-e5?? Slechts zij, die de pa
nische angsttoestand, welke tijdnood met
zich mee kan brengen, aan den lijve heb
ben ondervonden, kunnen begrijpen dat
een grootmeester een dergelijke dwaze zet
kan uitvoeren. Zonder enige redelijke zin
sluit wit de prachtige diagonaal van zijn
loper af en verspeelt hij een kostbaar
tempo. Na 37) Tg2 stond hij nog steeds
glad gewonnen. Nu grijpt Larsen zijn kans
door het bezetten van de g-lijn. Men merke
op dat van dit moment af de drie zware
witte stukken gebonden staan. Df4 moet
g3dekken, Tf2 veld g2 en de andere toren
gl. 37)De8-g6. 38) Tc7-cl Pd7-c5! De
dreiging Pd3 is wegens de riposte Tc7t en
Df6t nog niet levensgevaarlijk, maar wie
ziet dat in paniek?
39) Rb2-d4 Wit moet nog één zet
doen en heeft nog slechts een enkele se
conde. Wat nu volgt is typisch Larsen. Hij
doet een rustige, zgn. stille zet. op welke
wit niet gerekend had.
39) b7-b6! Tactisch veel beter dan
Pb3 of Pd3, waarop wit 40) Tc7f gereed
had; nu grijpt hij mis. 40) Df4-e3? De
beslissende fout; na een zet met Tf2 langs
de tweede lijn redt wit zich nog dankzij
West opende met 1 harten de tegen
partij paste en oost sprong naar 2 Sans-
atout. Kijkt u eens naar het westspel
wat zou u anders gedaan hebben dan ge
woon 3 SA bieden? Onze west deed dat
ook hierna ging oost „azen vragen"
en tenslotte belandde het OW-schip op
6 Sansatout. Dat zat er nu niet in, want
zuid hield zorgvuldig 4 klaveren vast en
noord de hartens.
Het goede eindbod is 6 ruiten en het
was 'oosts fout dat dit niet werd bereikt.
Een veel beter bod over 1 harten, is
voorlopig 2 klaveren; west zal dan 2
ruiten moeten bieden (voor 2 SA is hij te
zwak) en de goede troefkleur is gevonden.
Zes ruiten is vrijwel zeker gewonnen en is
niet moeilijk af te spelen. Oosts 2 SA was
dus fout: teveel kracht en te weinig infor
matief over de bij oost aanwezige kleuren.
Van één ding kunt u zeker zijn: mees
terklasseparen zouden dit slambod in rui
ten bepaald niet hebben gemist!
mw/ wtvÊ/
In drie kleurcontrasten vallen er 12 sla
gen te maken doch aan de éne tafel
kwam men via een soort Italiaans bied-
systeem met talrijke biedronden toch niet
verder dan een simpel 4 schoppenbod, ter
wijl aan de andere tafel men bij 5 klave
ren bleef steken.
Wéér geloof ik, dat men via logica en
een minimum aan conventie het slam
bod moet kunnen bereiken en wel ais
volgt: west 1 ruiten oost 2 klaveren
west 2 schoppen oost 4 klaveren west
5 klaveren oost 6 klaveren.
Verklaring: wests eerste twee oiadingen
wijzen op kracht oosts aansluitingen in
ruiten en schoppen doen hem zeker zijn
van een manche en mocht er aansluiting
in klaveren zijn, dan is het zesbod wel
zeker, daar de westspeler voor zijn biedin
gen zeker over tenminste twee azen moet
beschikken.
Wil men nog wat meer (conventionele)
zekerheid, dan kan oost inplaats van 4
klaveren het conventionele bod doen van
„3 harten". Dit bod in de „vierde kleur"
is forcing en vraagt de partner om verdere
omschrijving van zijn spel het betekent
dus niet, dat oost óók goede hartens
heeft, want daarmede zou oost (na 2
schoppen) eenvoudig 2 of 3 SA bieden, d ,ar
harten als troefkleur volmaakt onbelang
rijk geworden is.
Het zou dus kunnen gaan: west 1 ruiten
oost 2 klaveren west 2 schoppen
oost 3 harten west 4 klaveren (ook wat
mee in klaveren, partner!) oost 4 SA.
(azen vragen) west 5 harten oost 6
klaveren
Jf. óp
Maar laat ik niet de indruk vestigen,
alsof slechts de meesterklassers door de
knieën gaan bij slamproblemen. Het vol
gende spel zag ik enkele dagen later in een
sociëteitspartijtje en het toont een
levensgrote fout, die door talrijke minder
sterke spelers veelvuldig wordt gemaakt:
oooooooooooooooooooooocjooooooooooooooooooooooooooooooooc
Zwart: 8, 13, 14, 17, 18, 19, 23 en 24.
Wit: 25, 27, 32, 33, 35, 38, 45 en 48.
Met zwart aan zet dwingt Deslauriers
de winst af door: 1) 17-22. 2) 48-43
22x31. 3) 32-28 23x32. 4) 38x36 19-23. 5)
45-40 8-12. 6) 43-38 12-17. 7) 36-31. Op 40-34
17-22 34-30 14-19 en zwart wint. Op 38-32
23-29 33-28 en 18-22 wint. 7) 17-22.
8) 31-26 22-27. 9) 40-34. Op het offer 38-32
en 26-21 volgt 24-30 en 23-28. 9)18-22.
10) 35-30. Op 10) 34-30 13-19, 38-32 27x29
26-21 22-27 en dam op 50 wint. 10)
24x35. 11) 33-29 13-18. 12) 29-24 14-19. 13)
24x13 18x9. 14) 38-33 23-28. 15) 33-29 28-32.
Stand: zwart 9, 22, 27, 32, 35. Wit 25, 26,
29, 34.
16) 29-24 32-37. 17) 24-19 37-41. 18) 26-21
27x16. 19) 19-14 9x20. 20) 25x14 41-47. 21)
14-9 gedw. 22-27. 22) 9-3 27-31. 23) 3-14
31-36. 24) 14-10 47-38. 25) 10-14 en na 38-27
wordt 34 aangevallen. Moet dus 34-29,
waarna 40 is vrijgekomen en zwart vrij
gemakkelijk wint.
Na de openingen komt de partij speler
16 om 16 stukken in het middenspel wat tot
8 om 8 stukken duurt. Rest is eindspel.
De schrijver geeft tal van voorbeelden
hoe de combinatie en slagzet in dit ge
deelte van het spel naar voren komt. De
damzet in de volgende stand is leerzaam.
Zwart: 2, 3, 6, 7, 8, 9, 12, 13, 15, 19, 20,
22, 24, 25.
Wit: 26, 31, 32, 33, 34, 35, 38, 39, 40, 42,
43, 45, 47, 48.
Op 47-41? Als foutzet volgt: 1)24-29.
2) 34x14 13-19. 3) 14x23 22-28. 4) 33x22
25-30. 5) 35x24 20x47.
Leuk is de damzet op bezet veld.
Zwart: 1 2, 3, 4, 6, 7, 9, 10, 12, 13, 15, 17,
18, 20, 24, 25, 26.
Wit: 27, 29, 32, 33, 34, 35, 37, 38, 39, 40,
42, 43, 44, 45, 47, 48, 49.
Door 34-30, 33-29, 39x8, 37-31, 27-22,
38-32 en 42x2 komt de dam op een bezet
veld 2 in de aanvangstelling.
Tot slot een zeer fraaie problematische
winst, voorgekomen in de partij:
xxxxx/ - vxjolxy i 'xar cyy~r>
OOOnrx X1COOGGCXJIA .XXXXXXXxx (xXKXXAaaxx.xjCO'.aax AXXWOOOOOC
Wit staat op de korte vleugel 30, 34, 35,
40, 45 opgesloten, hetgeen een groot nadeel
is. Hoe groter de uitwijkmogelijkheden van
de stukken, des te moeilijker voor de
tegenpartij om controle op het spel te
krijgen.
Wit aan zet 1) 37-31 dwingt tot zwart
21-26. 2) 30-24 19x39. 3) 28x19 39x37 of? 4)
43-39 14x23. 5) 48-43 37x48. 6) 39-34 48x30.
7) 35x2 26x37. 8) 27-21 2x46 wint. Ook het
eindspel wordt uitvoerig behandeld.
Bridge vraag dezer week: Allen kwets
baar, viertallenwedstrijd, noord gever.
Noord opent met 2 SA en de partner, zuid,
heeft:
V 10 8 7 10 9 6 5 3 O A B 4 V
Na noords 2 SA passen de tegenstanders;
zuidt biedt 3 klaveren (Staymanconventie,
vragend naar een eventuele biedbare kleur
in de noordhand) noord 3 harten. Wat
moet zuid bieden?
•us;und
S n? )jeq f !ua;und 9 ;no;Bsues
f> ius;und 01 uaijeq g :§uij3Pjbbm
•ipiBBUiaë qCqaqjjeuiaS ;aq pja/A jjfjpjajd
ap ui *)3Bj)uoo sffjjsuEq apuaop[OA uaa jaM
qaop 'jaj»az uaaS pjeejaijn si ua;jeq saz
S0IKV+ 01 A <0> HAVÓ SHV*
:pcq qfTiqejd ap ui
Ctq jEAi auagjBp do uauiauuBB guiSitpou;in
ap nc'i pjoon qjaaq sajojiuoa agoq apuaop
-)OA guiuado-vs z u?!z si qeMZ a) iaiu
•inapgsoJi ufiz sib 'uapaiq a; 9 iqaozjaA
jau;jBa utiz pinz apauiJBBM ua;jeq g si
poq ajsaq spmz ufiz ua)jeeq agoq apuaop
-jOA jaqaz ja uaqnz 'poqsgutuado spjoou
uaizag ;uem '„uagejA a) uaze" uio ubb s;aiu
yoo ja jjaaq Ctq ua ubbjsjoa aj uajjBq
gipnoAuaa ;aui uio paog a) si pds spmz
:SBBjAaSpuq asqfqaqaM do pjooM?uv
Bij de uitgeverij Kosmos te Amsterdam
is verschenen de vijfde druk van een ver
zameling praktische damlessen voor be
ginners en gevorderden onder de titel
„Weten en Kunnen", door Philip de Schaap
(oud-kampioen van Amsterdam). Was het
vierde werkje grotendeels gewijd aan de
nieuwe Roozenburg-opstelling, dit boekje
bevat leerstof van de ex-wereldkampioenen
Deslauriers (Montreal) en Koeperman
(Kiev). Men kan er voorts behalve het
spelreglement en de algemene bepalingen
ook nog notatie uit leren. Populaire ope
ningen als: Hollandse opening, Hoogland
variant, Springer, Raichenbach, De Haas en
dr. Molimard-variant, worden op gemak
kelijk te begrijpen wijze behandeld; voorts
bevat het 68 bladzijde tellende boekje
fraaie diagrams met mooie fragmenten van
oud-wereldkampioenen Deslauriers en
Koeperman.
De uitgevers H. J. W. Becht en Van
Holkema en Warendorf, beiden te Am
sterdam, hebben zes „Valerientje"-deel
tjes het licht doen zien, uit het Frans
van Madeleine Grize vertaald door Mies
Bouhuys, met tekeningen van Ariane
Chatel. Het zijn boekjes die voor vol
wassenen niet onmiddellijk een grote
aantrekkingskracht hebben, maar
de kinderen zijn er dol op. De boekjes
laten ruimte voor ongebreidelde fanta
sie en de tekeningen, die wij eigenlijk
niet zo best vinden, blijken precies dat
te bezitten wat kinderen heerlijk vinden
en de kinderen hebben gelijk. Deze zes
boekjes voor de kleintjes zullen in elk
gezin een succes blijken.
De titels zijn „Valerientje en het klei
ne lokomotiefje"„Valerientje aan zee",
„Valerientje in de helicopter", „Vale
rientje op het carnaval in Rio", „Vale
rientje in het grote hotel" en „Vale
rientje met de krokodil in de dieren
tuin".
KONING BORIS van Baldonië had
weer eens niet zo'n erg beste bui. Hij
mopperde de hele dag. Hij vond, dat de
lakeien te lahgzaam liepen. „Als het
eten op tafel staat, is het al koud", foe
terde hij, „kunnen jullie dat kleine
eindje van de keuken tot de eetzaal niet
een beetje harder lopen? Vooruit, zeg
op Opperlakei, vind je zelf niet, dat dit
koude eten nog te slecht is voor een
varken? Waarom loop je niet harder
man? Vooruit, vertel me dat eens!"
De Opperlakei werd een beetje
zenuwachtig, hij kreeg een hoofd als een
biet en stotterde: „Nee, pardon, jawel
Sire Majesteit, ik èh, ik bedoel, dat we
echt, heus waar niet harder kunnen
lopen Sire Majesteit. Van de keuken
tot de eetzaal is juist een afstand van
een kilometer ziet u. We rennen zo hard
als we kunnen met de schalen met eten,
maar we hebben toch vijf minuten no
dig om die kilometer te lopen".
„Luilak!!", schold de koning, „dat is
geen lopen wat jullie doen, dat is krui
pen. Kruipen zeg ik je. Man ik weet
zeker dat ik dat eindje in twee minuten
loop, met een grote schaal soep in mijn
handen. Kom maar eens mee naar de
keuken".
De koning liep driftig naar de keuken,
met de Opperlakei achter zich aan.
„Geef me soep", schreeuwde de ko
ning tegen de verbaasde kok, „een grote
schaal soep".
De kok schepte haastig een grote
schaal vol gloeiendhete soep en wilde
die aan de lakei geven.
„Niets daarvan", brulde koning Boris,
„die soep draag ik en niemand anders.
Jij kok, gaat bij de eetzaal staan, en
kijk precies hoe lang ik er over doe om
daar naartoe te lopen. Vooruit man
schiet op".
De kok rende weg, zo hard zijn knik
kende benen maar wilden.
„Jij zegt: „Klaar-af", beval de koning
aan de Opperlakei, „en let maar eens
op wat je dan zult zien".
DE OPPERLAKEI deed wat hem ge
zegd was en daar ging de koning!
Hij rende door de gang, met de schaal
hete soep. Maarde koning was
helemaal niet gewend om hard te lopen
en opeens, boem!, daar lag de koning
voorover op de grond, midden in de
hete soep!!
Wat zag koning Boris eruit! Zijn
mooie mantel was helemaal bedorven,
maar erger was, dat de koning zich
vreselijk schaamde. Hij hinkte naar de
eetzaal, want zijn knie deed erg veel
pijn.
„Precies een kwartier", riep de kok,
die geduldig had staan wachten.
„Hoepel op", riep de koning kwaad
en gooide de deur van de eetzaal achter
zich dicht.
Maar de volgende dag liet de koning
zien dat hij nog niets geleerd had.
„Die schilders werken te langzaam",
bromde hij tegen de minister van Oor
log, die nooit iets te doen had, omdat er
in Baldonië geen oorlog gevoerd werd.
„U bedoelt Sire?", vroeg de minister
beleefd.
„Wat ik bedoel? Die schilders die de
paleistrap aan het schilderen zijn, die
bedoel ik. Die lui werken veel te lang
zaam. Ze zijn nu al een hele week bezig
en nóg is de trap niet klaar. Ik weet
zeker dat ik het veel vlugger en mooier
kan".
„Daar twijfel ik niet aan Majesteit",
huichelde de minister.
„Ozo", vond de koning, „als je dat
maar weet. Weet je wat minister, jij
hebt toch niets te doen, wij gaan samen
vandaag die trap schilderen".
De minister trok een lelijk gezicht,
maar durfde niets te zeggen en daarom
liep hij vlug met de koning mee naar
de trap.
„Gaan jullie maar weg", riep de ko
ning tegen de schilders, „ik doe het
zelf vlugger en beter".
De koning klom op een laddertje met
een grote pot groene verf en een kwast.
„Jij moet je voet tegen de ladder hou
den minister, de rest doe ik wel".
Maar dat viel de koning erg tegen;
hij morste meer verf op het hoofd van
de arme minister dan dat er op de trap
kwam. Na een uurtje riep de koning:
„Ik stop ermee, ik heb grote blaren op
mijn handen en vind dat ik vandaag
hard genoeg gewerkt heb".
NU WAS HET IN HEEL Baldonië
blkend geworden dat de koning met de
soep was gevallen en dat de koning de
schilders had weggestuurd. Overal
stonden mensen in groepjes en met
lachende gezichten over hun verwaande
koning te praten.
De koning, die met de minister aan
het wandelen was, werd nieuwsgierig.
„Kom minister", zei hij, „ik wil eens
weten waar die mensen allemaal zo'n
pret om hebben".
De koning ging bij een groepje men
sen staan.
Maar toen hij begreep waarover ze
het hadden, voelde hij zich rood worden
van schaamte. Een dikke slager, die erg
veel pret had, riep heel hard:
„Wat een verwaande koning hebben
we toch, die denkt dat ie alles beter
kan dan een ander. Wij bemoeien ons
toch ook niet met het regeren van de
koning, laat hij zich dan ook niet met
het werk van anderen bemoeien".
Toen de koning dat hoorde begreep
hij dat de slager gelijk had, hij verliet
stilletjes het groepje lachende mensen
en ging terug naar het paleis. Van die
dag af is hij nooit meer verwaand ge
weest.... jan Neigen
rj-r-
I
Er was eens een koe die balken kon,
zo mooi, zo mooi, dat zelfs de zon
(en die is toch heel wat gewend)
zei: ,,'k Heb nog nooit een koe gekend
die als een ezeltje balken kon
en ik ben hier toch al jaren zon
Er was eens een vis die tjilpen kon,
zo mooi, zo mooi, dat de baron
(en die had toch veel meegemaakt)
riep: ,,'k Ben tot tranen toe geraakt!
Tjilpende vissen vind je niet veel,
nog nooit had ik ze op 't kasteel
Het was toen al bijna kwart voor acht.
Ze hielden 't vol tot middernacht.
Maar bij de allerlaatste slag
werd het weer als de vorige dag:
de koe vond 't warm, de vis vond 't kil;
de koe ging weer loeien, de vis zweeg stil.
„Da's goed", zei de boer, „want denk eens aan:
Wanneer het met ieder zo zou gaan,
gaf een kikker misschien wel luid geblaat
en dan kwaakten de schapen natuurlijk kwaad!
Dan ruilde de leeuw met de pauw van geluid
en miauwde de ooievaar tegen zijn bruid
De mens kan per slot ook alleen maar praten
En hij wandelde vlug door de stille straten.
Maar al spoedig begon hij te fluiten, te zingen.
Dat had hij vergeten: de mens kan drie dingen!