Enrico
voor
Selfmade man, ex-verzetschef,
staatskapitalist, prijsbreker
en koper van Russische olie
Toon Hermans repeteert in
Minerva voor Duitse show
Wereldpremière in Londen
van stuk over Van Meegeren
Mattei, Italiaanse spelbreker onderzoek in utrecht
de reuzen der olie-industrie
4
Olie-reportage
IV yr T. 1- 11 1 Muziek-sociologisch
EEN HOND MET ZES POTEN
Onweerstaanbaar
Puriteins
Onaantastbaar
ZATERDAG 28 JANUARI 1961
Masterpiecein Royal Theatre
(Van onze reisredacteur W. L. Brugsma)
MILAAN. Een menselijke vloedgolf omspoelt de man
op wie ik wacht. „Dottori" en „ingeniori" struikelen over
hun voeten om hem de hand te drukken, „carabinieri"
maken een pad vrij tussen een menigte die hem verzaligd
aanstaart. Men mompelt zijn naam. Hij is de machtigste
man van Italië. Maar ik, die hem moet interviewen, kan
hem niet onderscheiden in het kluwen bewonderaars dat
hem omstuwt. Ik vraag het de bescheidenste van het
groepje. „Signor Enrico Mattei?", zegt die, „dat ben ik".
De machtigste man van Italië, de schrik van de internatio
nale oliewereld, ziet eruit als een van zijn eigen mede
werkers. Hij pakt mij bij de arm en nu straalt de al
gemene bewondering ook op mij af en duwt mij een
lift in. Vijf minuten later en vijftien verdiepingen hoger
zit ik met de meest omstreden man uit de westelijke
economie achter een glas tomatensap en twist met hem
over de vraag of men forellen met een natte of een droge
kunstvlieg moet vangen
Een frivool onderwerp? De list en de vasthoudendheid van
forellenhengelaar Mattei zijn ook de eigenschappen van olie
man Mattei, die de vermetelheid had een lijntje uit te gooien
in het onomstreden domein van Standard Oil, Koninklijke
Shell, Texaco en de andere oliegiganten. „Hij vist in troebel
water" zeggen die, „hij verlaagt de benzineprijzen, hij heeft
het fifty-fifty akkoord in Perzië doorbroken. En het aller
ergste: hij koopt Russische olie". Bij het laatste kijken zij u
veelbetekenend aan; mc moet van afgrijzen achterover val
len. „Die man Mattei", zoals zij hem noemen, blijft bedaard
uitleggen, waarom hij, ten eerste, de droge vlieg verkiest en
waarom hij, ten tweede, de internationale oliebelangen aan
zijn laars lapt, wanneer hij directeur van E.N.I., de Ita
liaanse staatsoliemaatschappij voor zijn energie-arme land
goedkope olie zoekt. Zijn gezicht is daarbij een studie waard:
hij praat zachtjes maar weloverwogen. Hij heeft soms een
snel gevoelig glimlachje om de lippen, maar zijn donkere
ogen blijven waakzaam en hard.
Wat is de 54-jarige Mattei vandaag? Als baas van E.N.I.
(Ente Nazionale Idrocarburi) leidt hij een olierijk dat twee
miljard dollar waard is en 65 dochtermaatschappijen omvat.
Het is gebouwd op het aardgasmonopolie in de Po-vlakte
(dochtermaatschappij A.G.I.P.), dat de Noorditaliaanse econo
mie voedt met goedkope energie: zes miljard kubieke meter
methaangas per jaar. Gasvondsten in Matera gaan nu het
onderontwikkelde zuiden een soortgelijke injectie geven.
A.G.I.P. verklaart voor een deel het raadsel dat Italië in de
vijftiger jaren zijn nationale inkomen heeft kunnen ver
dubbelen. Dat is E.N.I.'s gas, nu E.N.I.'s olie.
Toeristen in Italië kennen de vuurspuitende zwarte hond
met zes poten, mascotte van „Supercorte-Maggiore, la potenta
benzina Italiana". De E.N.I.-groep wint wat olie in Italië en
exploreert in Perzië, Egypte, Marokko. Tunesië, Libië. Soe
dan. In drie jaar tijd zal E.N.I. in Perzië en Egypte tenminste
vier miljoen ton olie jaarlijks winnen. o* niiit.sers wib
Maar Italië heeft achttien miljoen ton per
jaar nodig. Omziend naar goedkope olie
heeft Mattei een contract met de Sovjet-
Unie afgesloten: twaalf miljoen ton over
de komende vier jaar, tegen een prijs die
ver onder die van de grote oliemaatschap
pijen ligt.
Mattel's olierijk omvat meer: raffinade
rijen in binnen- en buitenland, een tanker-
vloot, vijfduizend kilometer pijpleiding,
een grote petrochemische fabriek in Ra
venna. Maar ook dingen die minder met
olie te maken hebben: motels,elektro
nische industrie, het begin van een kern
industrie, machinefabrieken. Hoe groot
E.N.I. ook al mag zijn, vergeleken met de
grote internationale oliemaatschappijen is
het nog maar een dreumes. Maar een
levenskrachtige, dynamisch en snel
groeiende, vooral wanneer men bedenkt
dat het een staatsmaatschappij is. Want de
staat is zijn enige aandeelhouder en presi
dent-directeur Mattei, die steeds voor drie
jaar wordt benoemd, is alleen verantwoor
ding schuldig aan de Italiaanse minister
raad. Hetgeen geenszins verhindert, dat
E.N.I.'s eigen dagblad „II Giorno" op een
na de grootste krant van Italië af en toe
de regering aanvalt. Het is dus wel een
eigenaardige staatsmaatschappij.
Monti en Marconi
Hoe zijn Mattei en E.N.I. zo gegroeid?
De zoon van een Italiaanse politieman is
altijd een bijzondere jongen geweest. Op
zijn veertiende stond hij in een meubel
fabriek bedden te lakken, op zijn negen
tiende was hij directeur van een leer
looierij, op zijn dertigste bezat hij een che
misch fabriekje. Op zijn 34ste was hij
onder de schuilnaam „Monti" chef van „De
Groene Vlam", een verzetsorganisatie van
de christen-democraten. Monti werd twee
maal door de Duitsers gearresteerd. Hij
ontkwam steeds. De laatste keer stond hij
op het punt gefusilleerd te worden, maar
De hond met dè zes poten. De voor
treffelijke service-stations en motels
die Mattei langs de Italiaanse wegen
zette (en waar hij zijn benzine
prijzenslag begon) komen straks
ook in het buitenland. Met die van
de Zwitser Dutweiler gaan zij het
gevecht „aan de pomp" tegen de
grote maatschappijen aan
de Duitsers wilden nog uit hem krijgen
wie de andere verzetschef, Marconi", was.
Zij verloren hun tijd, want Marconi was
ook Mattei.
Na de oorlog werd Mattei als regerings
commissaris belast met de liquidatie van
Italiës staatsoliemaatschappij A.G.I.P.,
maar omdat hij geen behoorlijke prijs voor
A.G.I.P.'s machinepark kon krijgen, begon
hij tegen de orders van de regering In
op de smeekbeden van jonge geologen in
te gaan .en in de Po-vlakte naar olie te
boren. Hij vond aardgas. Tegen alle econo
mische en politieke pressie der grote Ame
rikaanse oliemaatschappijen in (hij liet zijn
putten door partisanen bewaken) kreeg
A.G.I.P. een staatsmonopolie in de Po-
vlakte. Later werd E.N.I. gevormd: Mattei's
opmars was begonnen. Dat hij zich niet
makkelijk laat stuiten, heeft hij in Cre
mona laten zien. De stad verzette zich
tegen het leggen van een buizennet voor
de distributie van het aardgas. Mattei liet
midden in de nacht zijn arbeiders en parti
sanen buisgeulen dwars door de stad gra
ven. 's Ochtends maakte hij zijn excuses
bij de burgemeester voor deze „vergissing"
en bood aan onmiddellijk het werk stop
te zetten. De burgemeester smeekte hem
op de knieën de geulen weer dicht te
gooien. Met de gasbuizen erin uiteraard.
Vandaag proberen de grote oliemaat
schappijen Mattei's opmars in het buiten
land te stuiten. Soms lukt dat, soms niet.
Mattei heeft concessies gekregen met zijn
nieuwe formule, fifty-fifty winstverdeling
tussen staat en maatschappij, met dien
verstande dat het gastland voor de helft
in de exploitatiemaatschappij participeert,
zodat het in feite 70 tot 75 percent van de
winst krijgt. Een veelbelovende concessie
voor de kust van Koeweit werd hem echter
door Koninklijke Shell door de neus ge
boord, „omdat", zo zegt Mattei, „de Britse
resident druk uitoefende op de sjeik van
Koeweit". Maar hij noteert met innig ge-
1 noegen dat ook de machtige Koninklijke
den uitgevoerd.
Dit onderzoek zal het eerste zijn van
I dien aard in ons land. Om dit onderzoek
j mogelijk te maken is een beroep gedaan
op enige studenten in de sociologie, die
onder verantwoordelijkheid van de weten
schappelijke staf van het instituut inter
views met geregelde concertbezoekers
zullen hebben. De resultaten van dit
onderzoek zullen worden neergelegd in
een rapport, waarbij de anonimiteit der
ondervraagden volledig zal worden ge
handhaafd. Dit rapport wordt te zijner
tijd ter beschikking gesteld van het
Utrechts Stedelijk Orkest. Verwacht
wordt dat dit rapport zal kunnen bijdra-
gen tot een beter inzicht in de problema
tiek van het concertwezen in Nederland.
Prof. mr. G. J. Wiarda, voorzitter van
het Prins Bemhard Fonds, reikt de
prijs voor vertaling in het Nederlands
uit aan mr. Evert Straat. In het mid
den Gerda van Woudenberg die de
prijs kreeg voor vertaling uit het
Nederlands.
De heren Hoogeveen en Kubatz mogen het ons vergeven, maar wij hebben donder
dagmiddag zonder hun voorkennis het Minerva Theater betreden. Of beter gezegd,
wij zijn het gebouw uiterst omzichtig binnengeslopen, na ons er eerst zorgvuldig van
te hebben overtuigd, dat niemand in de hal aanwezig was. De verklaring voor een
dergelijk geheimzinnig gedrag is spoedig afgelegd. Tijdens een recent professioneel
bezoek aan het theater had een der ouvreuses ons in haar enthousiasme namelijk
verteld: „Toon repeteert weer bij ons!" Een onthulling, welke ruim voldoende was
om onze nieuwsgierigheid in hoge mate te prikkelen. Het is immers algemeen bekend,
dat Toon Hermans zojuist in Wenen en München waarlijk eclatante successen mocht
behalen en hij in aansluiting hierop, een nieuwe tournee door Duitsland voorbereidt.
Wanneer hij dus zo intensief aan het repeteren was geslagen, kon het niet anders,
of dit moesten de voorbereidingen zijn tot het reeds aangekondigd optreden.
L. A. M. LICHTVELD IN NEDERLAND
De Surinaamse schrijver L. A. M. Licht
veld (Albert Helman), voorzitter van de
rekenkamer in Paramaribo, is uit Surina
me op Schiphol aangekomen. Met de dis
trictscommissaris, mr. dr. A. J. A. Quintus
Bosz, en de procureur-generaal, mr. Hugo
Pos, heeft hij voor Suriname zitting in de
nieuwe „Adviesraad voor Culturele Sa
menwerking tussen de landen van het Ko
ninkrijk", die op 2 februari a.s. in het ge
bouw van het ministerie van Onderwijs
zal worden geïnstalleerd.
Enrico Mattei gooit een lijntje uit
in wat eens het privé-viswater van
de grote oliemaatschappij was.
in dat contract voor het eerst een partici
patieclausule heeft moeten opnemen.
De grote maatschappijen, die vandaag
oprecht bang zijn voor Mattei (niet van
wege de omvang van zijn operaties, maar
wel vanwege de precedenten die hij schept
en de spaken die hij tussen hun commer
ciële wielen steekt) hebben Mattei tot hun
vijand gemaakt toen na nationalisatie van
de Perzische olie-industrie het internatio
nale olieconsortium werd gevormd. Mattei
vroeg voor Italië groot verbruiker van
Perzische olie een aandeel van twee
percent in het consortium. Het werd hem
hooghartig geweigerd. Waarom ook niet?
Iedereen wilde wel percenten in dat con
sortium. „Inderdaad", zegt Mattei nu,
„maar ze hebben het net de verkeerde ge
weigerd". Het heeft er alle schijn van:
deze dynamische autodidact is hard, vast
houdend, vurig Italiaans nationalist, een
tikje verbitterd over het feit dat „Italië
altijd als een geit is uitgezogen". Hij is
omringd door een kring van onvoorwaar
delijk getrouwen uit het Italiaanse verzet
en door een groep tomatensap drinkende
jonge economen en ingenieurs, die hij in
spireert met meer dan zomaar een hoog
salaris.
„Er zijn dingen in het leven", zo zei Mat
tei tegen mij, „die men niet alleen voor
het geld doet". En inderdaad, zelfs zijn
Ons werd nu onverwacht de kans gebo
den met eigen ogen te aanschouwen, op
welke wijze deze grote Nederlandse caba
retier een dergelijk programma instudeert.
Vandaar dat wij met de reeds boven
vermelde voorzichtigheid naar het balkon
zijn geslopen, waar wij ons in een donker
hoekje hebben geïnstalleerd, ten einde
Toon Hermans en de zijnen rustig te kun
nen gadeslaan. Het is een even interes
sante als onderhoudende ervaring geweest,
die wij voor geen prijs hadden willen mis
sen.
Want Toon Hermans is tijdens de repe
tities even „zonnig" als tijdens zijn optre
den voor een uitverkochte zaal. Wie zou
menen dat hem de roem naar het hoofd
is gestegen en hij zich temidden van zijn
kleine ensemble beweegt als de gevierde
en ongenaakbare ster, vergist zich terdege.
Het blijkt immers, dat Hermans een gro
te waarde hecht aan het oordeel der vier
leden, van het hem begeleidend orkestje.
Hij debatteert langduirg over de kwestie
van een o-ktaaf hoger of lager, luistert
daarbij aandachtig naar een andere op
vatting en toetst déze onmiddellijk aan de
praktijk.
Donderdagmiddag werd het eerste ge
deelte van zijn „Eén-mansshow" voor
Duitsland nog eens doorgenomen. Een
programma, dat kennelijk door een spec
taculaire en virtuoze muzikale introduktie
van het orkest wordt voorafgegaan, om
daarna door Toon Hermans te worden ge
opend met een vlot Nederlands melodie
tje: „D'r zit een liedje in!".
Wat van de zaal uit gezien zo als van
zelfsprekend lijkt te verlopen, blijkt in
werkelijkheid tot op de seconde te zijn
.getimed", waarbij geen enkele factor
aan het toeval wordt overgelaten. In een
voorbeeldige verstandhouding met zijn
musici, worden de diverse mogelijkheden
van zulk een liedje uitvoerig besproken,
waarbij zijn begeleiders soms meer aan
het woord zijn dan Toon zelf. Zonder de
minste aarzeling brengen zij hun mening
naar voren, met de wetenschap, dat zij
als volkomen gelijkwaardig worden behan
deld. Soms zegt Hermans dan: „Wacht
even, jongens. Dit moet ik onthouden.
Daar zit ook een liedje in!".
En dan wordt de repetitie weer voort
gezet, waarbij Toon Hermans zijn liedje
zingt met de uiterst simpele tekst van een
tot twaalf tellen. Het un, deux, trois wordt
bijna argeloos ingezet, het melodietje hup
pelt vervolgens voort op de andere telwoor
den, waarna in het onze, douze, dan plot
seling op zulk een onnavolgbare wijze een
melo-dramatische nadruk wordt gelegd,
dat men hierbij werkelijk niet weet of
lachen wel gepast zal zijn. Ook dit liedje
wordt telkens onderbroken, tot men ein
delijk de juiste vorm van uitvoering heeft
vastgesteld.
Op dit ogenblik waren deze hard werken
de artiesten toe aan een verkwikkend kop
je koffie en omdat wij wel als klandestien
toeschouwer, doch niet voor arglistig lui
stervink wilden fungeren, hebben wij ons
toen bescheiden teruggetrokken. Wel vin
gen wij bij het voorzichtig openen van de
buitendeur nog op, dat Toon Hermans het
Duitse publiek in München lauwer vond,
dan het Nederlandse. Een compliment,
dat wij uit uw aller naam gaarne stilzwij
gend hebben geaccepteerd.
(Van onze correspondent)
LONDEN. De tragiek van de Nederlandse schilder Han van Meegeren heeft
twee jonge Amerikaanse auteurs, Larry Ward en Gordon Russell, geïnspireerd
tot het schrijven van het toneelstuk „Masterpiece" (meesterwerk) dat vrijdag in
het Royal Theatre in Londen zijn wereldpremière heeft gekregen. De hoofdrol
werd vertolkt door de bekende Engelse acteur Anton Walbrook, die in het stuk
Han van Maasdijk heet, en de Australische Margaret Johnston. Alle namen uit
het werkelijke drama zijn veranderd. De bekende kunstkenner dr. Bredius kreeg
de naam Bredeker. Het stuk oogstte veel succes.
Over dit werk hebben wij een gesprek
gevoerd met Gordon Russell, die met Lar
ry Ward voor deze première naar Londen
is overgekomen. Hij vertelde ons dat dit
hun tweede stuk is en dat hij hoopt dat
het hun naam als toneelschrijvers zal ves
tigen. Het eerste, een verhaal over het
Amerikaanse leger, viel min of meer in
het water. Beide auteurs schrijven ook
ergste vijanden geven toe, dat
strikt eerlijk is, voor geen bedrag
Deze industriële Cromwell is een
die karig leeft van de opbrengst
klein fabriekje en zijn hele E.N
weggeeft aan een weeshuis in
boorteplaats. Zijn enige luxe is
weekeind.
de man
te koop.
puritein,
van zijn
I.-salaris
zijn ge-
zijn vis-
Tegenover zijn getrouwen en bewonde^
raars staat een legioen van doodsvijanden,
dat hem met niet altijd even frisse mid
delen de benen heeft willen breken. Steeds
weer hebben zich coalities gevormd: mono
polistische Italiaanse industriëlen, die lie
ver parlementsleden huurden om tarief
muren op te richten dan hun bedrijven te
moderniseren, schreeuwden moord en
brand tegen Mattei's doorkruisen van het
„particulier initiatief". De rechtervleugel
van zijn eigen christen-democratische par
tij, bepaalde kringen in het Va,ticaan,
Europese kolenbelangen, de Standard Oil
voerden politieke, diplomatieke en pers
campagnes tegen hem. In de tijd dat Clare
Booth Luce Amerikaans ambassadeur was,
maakte het Time Life-concern van haar
echtgenoot hem wekelijks zwart. Hij was
een communistisch agent, een Italiaanse
De Gaulle, een fascist, een socialist. Men
stuurde privé-detectives op hem af om
bezwarend materiaal te vinden.
Mattei heeft zich met alle politieke en
commerciële middelen en met succes ver
weerd. Hij steunt op de linkervleugel van
zijn eigen christen-
democratiscne partij,
maar kan, als het
moet, ook de socialis
ten en soms de com
munisten mobiliseren.
Een Italiaanse rege
ring die hem zou dur
ven ontslaan, valt op
hetzelfde moment.
Zeker is E.N.I. een
staat in de staat. Maar
het is een kernge
zonde en dat m een
staat waarvan zulks
niet in alle opzichten
gezegd kan worden.
E.N.I. heeft voor de
Italiaanse economie
ontzaglijk veel ge
daan en begint nu
het zuiden te ontwik
kelen. „Zolang er een
miljoen werklozen in
Sicilië is. is mijn taan
niet afgelopen" zegt
Mattei. E.N.I. is een
staafsmaatschsppij,
maar maakt winst en
ademt een geïn
spireerde dynamiek
waarbij het apparaat
van een grote maat
schappij soms een
logge ambtelijke bu
reaucratie schijnt.
Mattei wil uit zijn
persoonlijk succes een
persoonlijke filosofie
puren, namelijk dat
de olie-industrie ais
energiebron in de handen van de staat
hoort. Mattei's welslagen daarbij doet de
particuliere olieondernemers de Jampen
aan. Misschien zal E.N.I. handelbaarder
worden naarmate he*, meer olie gaat pro
duceren. Het producentenbeiang zal dan
zijn aanvankelijk typische consumenten
standpunt (zoveel mogelijk olie tegen zo
laag mogelijke prijs) gaan completeren.
Maar zeker is dat de olie-industrie ruim-
Mattei's droofn: de onderontwikkel
de gebieden van Italië op gang
brengen door met E.N.I.-boortorens
de aardgas- en oliereserves van de
Italiaanse bodem aan te spreken.
schoots gelegenheid zal krjjgen de aanvan
kelijke onderschatting van deze nieuwe
oliebaby te herzien.
voor televisie en film, onder andere tek
sten voor Alfred Hitchcock. Thans lopen
zij met plannen rond om een film te ma
ken over moderne jazz. Maar zij hebben
hun hart het meest aan het toneel ver
pand.
„Wat trekt u het meeste aan?" „Provo
catieve onderwerpen, zoals dit Van Mee
geren stuk". „Hoe kwam u op het denk
beeld om dit te schrijven?". „Wij lazen
John Godley's „Master Art Forger"
(meester kunstvervalser) nadat een van
onze vrienden, een producer, onze aan
dacht er op had gevestigd. Wij hebben
geprobeerd zo veel mogelijk Nederlandse
sfeer in het stuk te brengen. De scènes
in de rechtzaal er komen twee pro
cessen voor in het stuk, waarin veel dich
terlijke vrijheid wordt gebruikt en de
kléding van de rechters en uniformen van
de politie zijn authentiek."
„Masterpiece poogt de vragen in het
middelpunt te plaatsen welke nog nooit
beantwoord zijn en waarop ook de schrij
vers het antwoord schuldig blijven; name
lijk waarom Van Meegeren, toen hij uitvoe
ring gaf aan zijn plan, geen voet bij stuk
hield en zich door het ontvangen geld liet
verleiden in plaats van de chèque te ver
scheuren zoals hij zich had voorgenomen."
„Waarom vernietigde Van Meegeren zich
zelf nadat hij met de geslaagde verval
sing zijn triomf had bereikt?"
Het stuk opent met een gefingeerd pro
ces naar aanleiding van Van Meegeren's
collaboratie in de oorlog. Hierbij wordt de
vervalsing ter sprake gebracht waarna de
techniek van flash-back wordt gebruikt om
een licht te werpen op zijn loopbaan als
schilder met als hoogtepunt het tweede
proces over de door hem gepleegde frau
de, het enige dat in werkelijkheid plaats
vond.
Anton Walbrook bleek geestdriftig over
zijn rol en hoopt het stuk later in Ame
rika te spelen. Van de andere hoofdper
sonen kunnen worden genoemd Margaret
Johnston en Arnold Marie. Regisseur is
de canadees Henry Kaplan. De producer
is Stephen Mitchell, die verantwoordelijk
is voor onder andere „Separate Tables"
en Tiger at the Gate". Russell «acht het
niet uitgesloten dat wanneer het stuk suc
ces heeft er later ook een filmversie van
zal worden gemaakt. Hij is enorm goed
te spreken over het Engelse toneel. Het
spel en de grote discipline van de acteurs
maken op hem als Amerikaan grote in
druk. Ook is hij enthousiast over moderne
schrijvers als Harold Pinter (de huisbe
waarder) en de Londense experimentele
theaters zoals de Royal Court.
I Airorloir tiieoon tint Koe tuur iron
Overleg tussen het bestuur van het
Utrechts Stedelijk Orkest en het Sociolo
gisch Instituut der Rijksuniversiteit heeft
ertoe geleid dat in Utrecht en omstreken
een muziek-sociologisch onderzoek zal wor-