EDUARD VERKADE, Nederlands grootste toneelvernieuwer wHT" m Georgette Hagedoorn excelleert in „Familiegenoegens" van Hériat Aicher Super S paanulaa Bij de dood van Eduard Ver kade Eerste harpiste bij het Concertgebouworkest It MAANDAG 13 FEBRUARI 1961 4 Vera Badings benoemd Rudolf Kerer wint Russisch pianoconcours FILM EN FILMWERELD Première bij de Haagse Comedie David Konins Akkoord met Teddy Van Goghfilm NCRV-hoorspel over rassendiscriminatie De radio geeft dinsdag 7 elevisie pro gramma MET EDUARD VERKADE is een van onze grootste toneelleiders en stellig de allergrootste Nederlandse toneelvernieuwer uit de eerste helft van deze eeuw, van ons heengegaan. Eigenlijk zou ik moeten zeggen: uit de eerste veertig jaar van deze eeuw, want de bloeiperiode van Verkades kunstenaarschap lag geheel vóór de tweede wereldoorlog; het zou onjuist en onrechtvaardig zijn, bij het beoordelen van zijn betekenis voor ons toneel zijn pres taties uit later jaren enig gewicht in de schaal te doen werpen. Ik wil daarmee niet zeggen dat Verkade zijn roem heeft overleefd, maar wel dat de vrachten van zijn ver- nieuwingsarbeid intussen zo zeer zijn gerijpt dat die arbeid zelf het door hem uitgestrooide zaad nu nietig zou kunnen lijken in verhouding tot wat er uit is voortgekomen, en dat men de belangrijkheid van zijn eigenlijke werk daar door achteraf gemakkelijk zou kunnen onderschatten. Dit houdt echter tevens in dat, al is het hoofdstuk „Eduard Ver kade" in de geschiedenis van het Nederlandse toneel dan reeds lang afgesloten, zodat thans alleen ouderen zich de hoogtepunten ervan zullen herinneren, de resultaten van Verkade's pionierswerk ook heden ten dage nog springlevend DE REVOLUTIE, die Eduard Verkade tot stand bracht, was drieledig. Zij be stond uit: verinnerlijking en geestelijke verdieping van het toneelspel, verbetering van het gehalte van het repertoire, en so ciale verheffing van de toneelspelersstand Wat het eerste betreft, moet men goed beseffen dat in de tijd, toen Verkade zijn intrede in onze schouwburgwereld deed, het hoogste ideaal van een acteur was .,in de huid van een ander te kruipen waarbij de nadruk vooral kwam te liggen op „huid", want men vond het toen in 't algemeen zó belangrijk, het maximum aan uiterlijke typeerkunst en explosieve dramatische kracht te bereiken dat de meeste spelers er niet toe kwamen, ook in de ziel van een ander te kruipen laat staan zich te verdiepen in de spiri tuele en psychologische intenties van de toneelschrijver. Verkade daarentegen er kende de technische volkomenheid, die te voren als een toppunt van artistiek kun nen was beschouwd, niet meer als doel maar nog slechts als middel; hij wenste geen uiterlijke virtuositeit, maar innerlijk beseffen en beleven; en hij verving het streven naar afbeelding in een stre ven naar verbeelding. AAN DE REGIE stelde hij soortgelijke eisen. Zelf heeft hij daarover, in het be gin van zijn carrière, gezegd: „Bij de naturalistische wijze van regisseren wordt getracht door een angstvallige nabootsing der engere werkelijkheid, van het bij komstige en bijzondere, de toeschouwer de illusie te geven dat hij tegenwoordig is bij zeer waarschijnlijke gebeurtenissen. Het doel van de toneelleider moet echter zijn, een schone schijnwereld te doen ont staan, in welke de toeschouwer, meele vend, voor zijn geestesoog iets van het algemeen menselijke ziet verschijnen; zulks echter in een vorm welke de toe schouwer van de levenswaarheid der per sonen op het toneel overtuigt en hem de gebeurtenissen als onafwendbaar doet aan vaarden." Natuurlijk valt er over de beginselen, waardoor Verkade zich als regisseur liet leiden, nog heel wat meer te zeggen dan deze paar woorden waarmee hij in 1908 aangaf in welke richting hij wenste te gaan. Maar in 1908 baarden zelfs die weinige woorden die voor ons nu zo vanzelfsprekend klinken opzien genoeg in de toen nogal muffe atmosfeer van de Hollandse toneelwereld. En in de twintig jaar die volgden verdiepte Verkade deze beginselen terwijl hij zijn vernieuwende invloed gestadig in alle richtingen over heel het toneelleven van ons land uitbreid de. Ook ten aanzien van het repertoire heeft hij een verfrissende en veredelende in vloed gehad. In de eerste plaats was hij een apostel van Shakespeare, voor wiens werk hij een geestdriftige belangstelling had opgevat toen hij in zijn jeugd in En geland scheikunde studeerde. Door zijn bezoek aan Engelse schouwburgen ont waakte zijn liefde voor het toneel en zijn verlangen om zelf Shakespeare maar dan heel anders dan hij het in Engeland gezien had ten tonele te brengen. Het is typerend voor de hele figuur van Ver kade, dat hij toen niet eerst naar een to neelschool ging maar Europa ging berei zen om overal de dramatische kunst te bestuderen., vanuit de zaal. En toen hij, 26 jaar oud, in Nederland terugkwam, be gon hij niet voorzichtig kleine rolletjes te spelen, maar stelde hij zich in Amster dam onbevreesd aan het publiek voor met een voordracht van Shakespeare's gehele ..Macbeth", waarbij zijn gebrek aan rou tine en techniek in het niet verzonk te genover de overrompelende originaliteit van zijn stijl en opvatting. HET EERSTE SHAKESPEARE-drama, dat hij met een ensemble opvoerde, was ..Hamlet" en dit stuk heeft hij telkens en telkens weer ten tonele gebracht, in ver- Verkade's meest gedurfde experiment: „Hamlet" in modem kostuum, in 1925 in de Amsterdamse Stadsschouwburg vertoond. Links Eduard Verkade als Hamlet tussen zijn vrienden Rosen- kranz (Johan Carpentier Alting) en Guildenstern (Ben Groenevelt); rechts Paul Huf als Polonius. zijn en als het ware een geestelijk erfgoed vormen waarvan ook de jongste generatie van onze toneelkunstenaars nog profiteert. In de laatste vijftien jaar hebben de opvattingen omtrent de stijl van spel en regie weliswaar opnieuw belang rijke veranderingen ondergaan, maar deze ontwikkeling zou nauwelijks denkbaar zijn geweest als Verkade er niet de grondslag voor had gelegd door in de eerste jaren van de twintigste eeuw een strijd op leven en dood jan te binden tegen de monsterlijke combinatie van kleinburgerlijkheid romantisch realisme, conventionele speeltechniek, fantasie loze regie en „Schmiere", waardoor onze toneelwereld toen werd beheerst. Het was inderdaad een strijd op leven en dood, want daarbij stonden aan de ene kant alle krachten en machten van het toenmalige toneel en ook het overgrote deel van het publiek, en aan de andere kant de jonge Eduard Verkade die (behalve in de weinige maanden van zijn samen werking met Willem Royaards) als eenling moest vechten; de vernieuwingsarbeid van Royaards, die minder revolutio nair van aard was dan die van hemzelf, heeft hem in de moeilijke jaren immers ook meer gehinderd dan gesteund. Verkade in zijn vermaarde vertolking van „Hamlet", een rol die hij vele honderden keren heeft gespeeld. schillende enscèneringen (waaronder in 1925 zijn meest gewaagde experiment: „Hamlet" in modern kostuum) waarbij hij gewoonlijk zelf de titelrol speelde een rol die als 't ware een spiegel van zijn leven werd omdat hij met het rijpen van zijn levensinzicht steeds weer nieuwe as pecten in de rol ontdekte en daarvan tel kens weer in een gewijzigde vertolking ge tuigde. Ook Shakespeare's „Romeo en Ju lia", „Naar het u lijkt" en „Het spel der vergissingen" heeft hij met liefde gere gisseerd. Van zijn andere enscèneringen van het klassieke repertoiregfirf vooral „Elckerlyc", Vondel's „Gysbreght" en „Adam in ballingschap" en „Sheridan's „Rivalen" in veler herinnering blijven voortleven. Verkade's latere populariteit bij het grote publiek kwam echter voor namelijk voort uit zijn opvoeringen van auteurs als Bernard Shaw, Oscar Wilde. Arthur Schnitzler, Franz Molnar en John Galsworthy, auteurs wier werk hij en zijn ensemble vertolkten in een van zoveel goe de smaak en beschaving getuigende stijl en met een zo verrassend scherpe psycho logische speeltrant als men op de Neder landse planken nooit eerder had gezien. Een van Molnar's stukken „De Duivel", werd voor Verkade als acteur een triomf, alleen vergelijkbaar met die welke hij in Charles Bann Kennedy's „Dienstknecht in het huis" behaalde. Over deze twee crea ties heeft Verkades grootste discipel Al- bert van Dalsum eens gezegd dat de eerste door Verkades vertolking „een dui vel in mensengedaante" en de tweede „een heilige in mensengedaante" was geworden „doordat hij het magische in de figuur liet prevaleren en op de zaal wist over te brengen. WAT VERKADE VOOR de sociale ver heffing van de toneelspelersstand heeft gé- daan is waarschijnlijk het meest contro versiële aspect van zijn carrière als to neelleider. Want Verkade vond de salaris sen, die in de eerste decennia van deze eeuw aan Nederlandse acteurs en actrices werden betaald, kunstenaars onwaardig en hij verhoogde daarom het salarispeil aanzienlijk, met het gevolgdat de geldmiddelen vaak vóór het einde van het seizoen uitgeput waren en de spelers juist daardoor in de grootste moeilijkheden kwamen! Toch heeft Verkade's standpunt ook in dit opzicht vrucht gedragen, omdat het uiteindelijk dit standpunt is geweest dat heeft geleid tot de algemene erken ning van de noodzaak van overheidssub sidies. Verkade zelf heeft het in zijn glorie tijd, toen hij in Den Haag als vast be speler van de Koninklijke Schouwburg de ene prachtige opvoering na de andere bracht, moeten doen met een gemeente lijke subsidie van ongeveer vijftig gulden per voorstelling, of nog geen vijfde deel van wat hij die gemeente aan schouwburg- huur betaalde! In „De Garde-Luitenant" van Molnar bewees Verkade, als acteur en regis seur ook het eigentijdse blijspelgenre volkomen te beheersen. In diezelfde glorierijke jaren heeft Edu ard Verkade eens een wijze les gegeven aan een enthousiaste maar nog stuntelige beginneling op het gebied van de toneel kritiek, die zo graag eens uitvoerig met hem wilde praten over zijn opvattingen van de dramatische kunst. „Komt u liever mijn repetities bijwonen," zei Verkade; „daar kunt u meer van leren en niet alleen omtrent mijn opvattingen dan van uren praten." De pas-beginnende to neelrecensent is er heen gegaan, naar de repetities van „De ernst •VanEr-vst'" en „Hamlet" en „De dienstknecht ip fiet huis" en talc van-andere stukken^ en^hrij heeft er inderdaad méér van geleerd om trent wat toneel is en moet zijn dan hij van uren praten en dagenlang lezen had kunnen leren. Maar vooral heeft hij erdoor geleerd, wat het betekent als een kunstenaar zó bezield is van zijn ideeën, zó bezield is van de liefde voor zijn kunst, dat hij die ideeën en die liefde op hele generaties van kunstenaars kan over brengen en die anderen daardoor ook weer weet te bezielen tot het verrichten van grote prestaties. Dat kon Eduard Ver kade. Want in hem brandde het heilige vuur. Zijn levensmotto was: „In het geloof ligt de toekomst achter ons. In de kunst is het. tegenwoordige het Eeuwige". Die gedachte zal blijven leven, ook nu Eduard Verkade zelf niet meer onder de levenden is. Simon Koster (Vervolg van pag. 1) In 1911 is Verkade met een gedeelte van het gezelschap naar Nederlandsch-Indië vertrokken, waar hij in Batavia vijf voor stellingen van „Hamlet" heeft gegeven. Na terugkeer in Nederland ging Verkade spelen bij de „Toneelvereeniging" ondeT leiding van Herman Heijermans, doch in 1913 herleefde het gezelschap „De Haghe- spelers". Na grote successen te hebben geboekt in ..De Magiër" van Chesterton, „Hedda Ga- bler" van Henrik Ibsen en in stukken van Jan Fabricius en Jo van Ammers-Küller nam Verkade de leiding op zich van drie toneelgezelschappen: hij was toen direc teur van „De Haghespelers" en werd tege lijkertijd mede-directeur van het Rotter- damsch Toneelgezelschap en lid van de raad van beheer der Koninklijke Vereni ging Het Nederlandsch Toneel. Deze poging tot concentratie mislukte echter. Verkade vertrok naar Engeland, maar reeds het volgende jaar 1 seDtember 1921. was hij (met A. W. Stellwagen) als leider van „De Haghespelers" in Den Haag terug. Zijn grootste successen uit die tijd zijn „De Zwaan" van Molnar, „Naar het u lijkt" en „Een blijspel vol verwarring", beide van Shakespeare. „De karos van den bisschop' van Prosper Mérimée. „De gebroeders Ka- ramazov" van Dostojefski (met Verkade als de vader) en Teirlinck's „Vertraagde film". In 1924 hebben „De Haghespelers" en het gezelschap „Comoedia" zich aaneengeslo ten tot „Het Vereenigd Toneel". Dit gezel schap, onder directie van Verkade en Dirk Verbeek, werd vaste bespeler van de Stadsschouwburg in Amsterdam. Het ge zelschap bleef niet lang bijeen. Met Albert van Dalsum en A. Defresne leidde Ver kade nog korte tijd de Amsterdamse To neelvereeniging, maar na een fusie met de Koninklijke Vereeniging werd hij uitge schakeld. ondanks een motie van protest van 25 leden. Een half jaar later kwam Verkade terug met het „Gezelschap Verkade". Hier regis seerde hij onder meer „Liefdelessen" van Molière, „De koopman van Venetië". „Men kan nooit weten" en „Te waar om goed te zijn" van Shaw. ..Nora" van Ibsen en „Graaf X" van Molnèr. In 1944 schreef Eduard Verkade het boek ..Shakespeare's Hamlet als leesdrama": drie jaar later verscheen van zijn hand „Uit het dagboek van Horatio". Bijna veertien jaar geleden, op 28 mei 1947. nam hij afscheid van het toneel Tijdens een galavoorstelling in de Stads schouwburg te Amsterdam waren alle oude getrouwen, die onder zijn leiding de weg naar roem hebben gevonden, om hem verzameld, toen hii fragmenten u>t ziin successen „Hamlet" en „Macbeth" op voerde De heer Verkade was officier in de orde van Oranje-Nassau. Vóór de aanvang van de matinee, die zondag in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag is gegeven, heeft de directeur van dit theater, de heer G. J. van Leersum. oud-acteur bij de Haagse Comedie de overleden toneelleider Eduard Verkade herdacht. Verkade heeft tal van keren in "'de" "K7)?i(nRlTjRë Schouwburg" geregis seerd en gespeeld. Eduard "Verkade is gisteren voor de mi crofoon van Radio Nederland Wereld omroep herdacht door Albert van Dalsum. die Verkade kenschetste als de vernieuwer van het Nederlandse toneel en als de leer meester van zoveel acteurs van Van Dal- sums generatie. Het is aan Verkade's ver nieuwingen te danken geweest dat het toneel zich kon handhaven tegen de film. die zoveel groter mogelijkheden heeft voor realistische nabootsing, aldus Albert van Dalsum in zijn radio-rede. Als opvolgster van Phia Berghout is Vera Badings benoemd tot eerste harpiste van het Concertgebouw Orkest. Vera Badings werd geboren te Santpoort. Op vijftienjarige leeftijd begon zij haar harpstudie. Een jaar later werd zij toe gelaten op het Amsterdams Conservato rium, waar zij als leerlinge van mevrouw Berghout op 18-jarige leeftijd haar orkest diploma behaalde met onderscheiding en op 20-jarige leeftijd het eindexamen be haalde met onderscheiding voor artistieke en instrumentale eigenschappen. In 1958 werd zij benoemd tot eerste harpiste van het Utrechts Stedelijk Orkest. De positie bij het eerste orkest van ons land is voor de tweeëntwintigjarige harpiste een bij zondere en zeer verheugende onderschei ding. Rudolph Kerer, pianoleraar aan het con servatorium van Tasjkent, heeft zaterdag in Moskou het pianoconcours van de Sov jet-Unie gewonnen. De tweede prijs werd toegekend aan Helena Moerina, leerlinge van het conservatorium in Leningrad en Valeri Kamitsjof van het conservatorium te Moskou. De prijswinnaars zullen deel nemen aan het Tsjaikofski pianoconcours; dat begin volgend jaar wordt gehouden, Regisseur Richard Fleischer is van plan de totale eclips van de zon die zich vol gende week zal voltrekken, te gebruiken voor zijn film „Barabbas", die het levens verhaal van de „goede moordenaar" tot onderwerp heeft. Fleischer, die in Italië de opnamen voor zijn film maakt, zei dat hij er over had zitten denken hoe hij de kruisiging van Christus met de beide moor denaars moest verfilmen, zoals de bijbel het beschrijft dat „de dag verandere in de nacht". „Toen dacht ik, waarom de natuur niet laten zorgen voor de belichting, met een echte eclips," zei hij. Hij zou op een van de heuvels rondom Florence drie kruisen laten oprichten. In die omgeving zal de zonsverduistering namelijk totaal zijn Een andere groep camaralieden zou dan in de studio's de pa niek in de straten van Jeruzalem verfil men. Een van de grote Amerikaanse bioscoop concerns, Loew's Theatres, heeft groot op zien gebaard met de bekendmaking van een plan om over te gaan tot de produk- tie van speelfilms. Dit plan houdt verband met de schaarste aan speelfilms, waarme de de Amerikaanse bioscopen zich reeds geruime tijd geconfronteerd zien. Loew's Theatres is jarenlang een dochteronderne ming geweest van de filmmaatschappij Metro Goldwyn Mayer, maar enige tijd ge leden een zelfstandige onderneming gewor den op grond van het feit, dat de Ameri kaanse autoriteiten een scheiding tussen filmproduktie en bioscoopexploitatie nood zakelijk achtten in verband met de bepa lingen van de anti-trustwetten. In Ame rikaanse filmkringen ziet men in deze de- kartellisering de voornaamste oorzaak voor het ontstaan van een tekort aan speelfilms. Men verwacht dan ook. dat de Amerikaanse autoriteiten hun goedkeuring zullen hechten aan de produktieplannen van Loew's Theatres. Advertentie VRAAGT UW HANDELAAR WEI BETER NIET DUURDER PHILIPPE HéRIAT is met zijn één meter achtentachtig de grootste schrijver van Frankrijk van tegenwoordig. In het begin van dit seizoen werd van deze meermalen onder andere met de Prix Goncourt bekroonde romancier het derde toneelstuk in Parijs voor het voetlicht gebracht. Men kan bepaald niet zeggen dat „Les joies de la familie" met veel vreugde door de critiek ontvangen werd. Voor zover dit eigen aardige blijspel een succes is geworden, was dit in hoofdzaak aan de ook van het witte doek befaamde actrice Gaby Morlay te danken. De Haagse Comedie heeft niet lang geaarzeld met de aankoop van de vertoningsrechten en jongstleden zaterdag de Nederlandse première ervan onder de wat armzalige titel „Familiegenoegens" in de Koninklijke Schouwburg gegeven. Kennelijk heeft men er een geschikte hoofdrol voor de vedette Georgette Hagedoorn in gezien, van wie een grote aantrekkingskracht op het publiek uitgaat, vooral sinds zij haar carrière als actrice voor een veeljarige „tour de chant" onderbrak. Zij is nu terug op de planken als toneelspeelster. Ik behoor tot degenen die daar blij om zijn. En ik mag noch wil er enige twijfel over laten bestaan: zij viert haar rentrée thans met een verrukkelijke, briljante creatie. „FAMILIEGENOEGENS" is in zover re een komedie als het een naargeestig spottende schets geeft van veranderende zeden. Het is een kwestie van leefregels, zou men kunnen zeggen. Zoals ter inlei ding in het programma staat geschreven: verzetten kort geleden de jongelui zich nog tegen de onderdrukking door en on billijkheid van hun ouders, nu gaan wij blijkbaar het tijdperk in van de onbegre pen en oproerige grijsaards. De medische wetenschap heeft het gemiddelde van het aardse bestaan aanzienlijk omhoogge haald. Door deze omwenteling ontstaan tal van conflicten, ook in de beste fami lies. Omkering en overdrijving zijn de mid delen waar Philippe Hériat mee werkt. Zijn hoofdpersoon is de vijfenzeventigjari ge mevrouw Turpin, een bijzonder origi neel type, die op haar oude dag als we duwe van het leven wil genieten, daartoe in staat gesteld door een onmetelijke rijk dom, die echter met alle middelen door haar nakomelingen wordt begeerd en be twist. Per slot van rekening verlangen haar dochters en hun echtgenoten hun deel van de erfenis, als zij er het meest profijt van kunnen hebben. Mevrouw Turpin ondervindt hoe moei lijk het is rijk te zijn. Iedere poging, die zij aanwendt om haar geld in geluk om te zetten, stuit op verzet van de erfenis jagers en wordt als onverantwoordelijke verkwisting uitgelegd. Men wordt getuige van de wettige en onwettige pogingen om haar ontoerekenbaar verklaard en onder curatele gesteld te krijgen. De verwende „kinderen" vertonen in hun afschuwelijke hebzucht en ondankbaarheid gelijkenis met de nakomelingen van Koning Lear, zij laten haar zelfs ontvoeren en opslui ten in een psychiatrische kliniek van ver dacht allooi. Het zou beslist onaardig zijn om te verraden hoe het allemaal afloopt, want het behoort tot de genoegens, die men aan deze voorstelling kan beleven, de oplossing eerder te zien dan de bij de amusante handeling betrokkenen. Ik zal dit genoegen, toekomstige toeschouwer, niet voor u bederven. Maar dan moet u mij beloven echt te gaan kijken.. Als u van komediespelen houdt, mag u deze ge legenheid niet verzuimen. HET IS WAAR, dat „Familiegenoegens" beslist geen meesterwerk genoemd mag worden. Hériat is bij lange na geen Mo lière, geen Pirandello, zelfs geen Lilian Hellman, waar het gaat om het uitbeelden van schijnheiligheid, dubbelzinnigheid of roofdierlijkheid. Hij vervalt van het ene uiterste in het andere, van de klucht in het melodrama en omgekeerd. Maar men kan niet zeggen dat hij zijn eigen prin cipe ontrouw zou zijn geworden. En dat luidt: „Bij het ware toneel gaat het in de eerste plaats om de rollen". Al zijn zorgen en moeiten zijn er op gericht ge weest aan komedianten de gelegenheid te geven hun vakkundige middelen te ont plooien. En al zijn sensationele verwikke lingen en karikaturale figuren zijn terug te brengen tot een kern van waarheid de spanning tussen verschillende genera ties. „Tegenwoordig blijf je heel jong tot je heel oud bent!" zegt mevrouw Turpin ergens in de loop van het stuk. Zo luidt de tekst in de vertaling van Louise Kooi man althans. In de oorspronkelijke tekst staat: „Aujourd'hui on est jeune trés vieux". DE ROL VAN mevrouw Turpin is bij zonder knap geschreven en wordt door Georgette Hagedoorn formidabel knap ge speeld. Alles wat zij zegt en wat zij doet vloeit voort uit een bepaald karakter in wisselende situaties. De „gekste" over gangen weet zij een allure van naturlijk- heid mee te geven. Haar verandering van „vrolijk weeuwtje" in de rebelse gevan gene, die gaat twijfelen aan haar gezond verstand, is daarom ook zo voorbeeldig omdat zij deze grand-guignol-scène vol gens hetzelfde ritme doorloopt als een lu gubere farce. En wat misschien nog be langrijker is: in alle omstandigheden is haar tegenwoordigheid van geest gemengd met toeschietelijk sentiment. Als regisseur heeft Joris Diels bij alle moedwillige schokken en schommelingen voortdurend het hachelijke evenwicht weten te bewa ren. Ook dat is een niet geringe prestatie, zeker als men bedenkt hoe eenzijdig over dreven de goede en vooral slechte kwali teiten der andere personen zijn geschetst. Van de verdere medewerkenden kreeg vooral Maria de Booy een kernachtige kans in het eerste bedrijf zich te onderscheiden, als een jeugdige bondgeno te uit rancune. In de uitbeelding der al te grof getekende volwassen monsters van kinderen bracht Do van Stek de meeste verfijning aan. Jan van der Linden leek mij in deze omgeving als volkstoneelach tige marqué misplaatst. Kostelijk van toe passing was daarentegen het natuurtalent van Piet Römer als de trouwe chauffeur. Lou Steenbergen ontwierp een fraai decor naar het Franse voorbeeld. Holiday on Ice. De Amerikaanse ijs- revue „Holiday on Ice" zal voor de eerste maal in Amsterdam een reeks voorstel lingen geven in het nieuwe RAI-gebouw van woensdag 15 maart tot en met zondag 9 april a.s. Dat Teddy en Henk Scholten op het ge bied van de kleinkunst hun vak verstaan hebben zij ook zaterdagavond weer onder streept. Teddy blijft met haar natuurlijke charme een verschijning naar wie velen graag kijken en luisteren. Voor een luch tig programma als „Zaterdagavondakkoor den" is zij geknipt. De duetjes die zij met haar man zingt geeft zij juist die toets die nodig is om een vlakke inhoud op te tillen. Jos van der Valk had zijn „brouwsel" ditmaal met een saus a la Carnaval opgediend. Dat lag voor de hand met het feest in het zuiden. Het heeft weinig zin de andere medewerkenden op de korrel te nemen, zij deden namelijk niet zulke opvallende dingen. Voor een avondje ontspanning was het toch wel aar dig. Het Hitchcock-filmpje slaagde er niet in de faam van zijn maker als griezelex pert waar te maken. Het ging over een meneer die zicji door een dubbelganger zo van de kook liet brengen dat zijn geest vermogens daar een flinke knauw van kregen. De onwaarschijnlijkheid van het verhaaltje lag er wel wat al te dik op. Het zondagavondprogramma bracht de bekende gezichten. Pierre Janssen ging voort met zijn kunstmin ten toon te sprei den, Lou van den Burg sloeg zich onver vaard verder heen door zijn show van spelletjes, waarvoor ditmaal de Overijse- laren het publiek in de zaal leverden. Nieuwe gezichtspunten leverden de pro grammaonderdelen niet op, nieuwe gezich ten wel. AVRO's Televizier verrastte met een interview, dat minister Luns werd afgeno men in de trein, op weg van Parijs naar Den Haag. De bijzonderheden van dat vraaggesprek vindt de lezer op pagina 1. Ons trof vooral de snelheid, waarmee de t.v. nieuwsdiensten de kranten voorbij- sprinten bij het binnenhalen van de oogst. Beeldschermer (Van onze correspondent) BRUSSEL. De Amerikaanse televisie maatschappij „National Broadcasting Cy" is bezig met een nieuwe film, gewijd aan het leven van Vincent van Gogh. De film zal „Vincent van Gogh: a self-portrait" heten en in kleuren worden opgenomen in Engeland, Frankrijk, België en natuurlijk ook in Nederland. De historische en ar tistieke supervisie is in handen van de Belgische kunstgeleerde dr. Marc E. Tral- baut, de leider van het befaamde Ant werpse Van Gogh-archief. De verhouding tussen de zwarte en de blanke mê'fts Ts het thema van het hoor spel, dat maandagavond 13 februari (van avond) om 8.15 uur door de N.C.R.V. wordt uitgezonden. De titel is: „Het teken van de valk". Dit hoorspel speelt zich af in woelig Afrika rondom o.a. een terro ristenleider, blanke kolonisten, een poli tiechef, een zendingspredikant, een neger dominee en een Engelse gouverneur. Er wordt in dit spel van Henk Lokman ge baseerd op gegevens, die ontleend zijn aan de gelijknamige film, geen inventaris opgemaakt van haat e, ellende zonder meer. Ongeduld, haat en valse trots ko men er zeker in voor, maar overwinnen niet. Ze worden tenslotte geveld door lief de en begrip in de kracht van het Evan gelie. In de roverdleling komen voor Paul van der Lek als de jonge Afrikaanse leider Obam; Ingrid van Benthem als Renee, zijn vrouw; Rob Geraerds als Craig, de Amerikaanse zendeling; Paul Deen als Amagu, de Afrikaanse predikant; Jan van Ees als de gouverneur enz. enz. De regie van het hoorspel heeft Johan Bodegraven. HILVERSUM 1. 402 m. 7.00 AVRO. 7.50 VPRO. 8.00-24.00 AVRO AVRO: 7.00 Nieuws. 7.10 Gymnastiek. 7.20 Gram. VPRO: 7.50 Dagopening. AVRO: 8.00 Nieuws 8.15 Gram. 9.00 Gymn. voor de vrouw. 9.10 De groen teman. 9.15 Gram. 9.35 Waterst. 9.40 Morgenwij ding 10 00 Gram. 10.50 Voor de kleuters. 11.00 Pianospel. 11.15 Voor de zieken. 12.00 Zang en piano. 12.20 Regeringsuitz.: Uitz. voor de landb 1.7.30 Land- en tuinb meded. 12.33 Dansmuz. 13.00 Nieuws. 13.30 Gram. 14.00 Strijkkwartet. 14.40 Schoolradio 15.00 Voor de vrouw. 15.30 Cello en piano. 16.00 Jeugd in Oost-Duitsland, lezing 16 15 Gram. 16.30 Voor de ieugd. 17.30 Amateursprogr 18.00 Nieuws. 18.15 Pianospel. 18.30 RVU.: To neel: décor en kostuum, door prof dr Fr. W S. van Thienen. 19.00 Voor de kleuters. 19.05 Paris vous parle, gesproken brief. 19.10 Gram. 20.00 Nieuws. 20.05 Kom er maar eens uit!, quiz. 22.00 Pianoduo. 22.30 Nieuws. 22.45 Act. 23.00 Gram. 23.30 Studentenhaver. 23.55—24.00 Nieuws. HILVERSUM II 298 m. 7.00—24.00 KRO. KRO: 7.00 Nieuws. 7.15 Gram. 7.30 Voor de Jeugd 7.40 Gram. 7.45 Morgengebed en overweging 8.00 Nieuws. 8.18 Gram. 8.50 Voor de vrouw. 9.40 Schoolradio. 10.00 Voor de kleuters. 10.15 Licht baken, lezing (herh 10.25 Gram. 11.00 Voor de Vrouw. 11.30 Gram. 11.50 Volaan.. vooruit, le zing. 12.00 Middagklok - noodklok. 12.04 Ben je zestig? 12.30 Land- en tuinb.meded. 12.33 Gram 12.50 Act. 13.00 Nieuws. 13.15 Zonnewijzer. 13.20 Nieuwe gram. 13.35 Lichte muz. 14.00 Gram. 14.35 Voor de plattelandsvrouwen. 14.45 Gevar. progr (herh.) 16.00 Voor de zieken. 16.30 Ziekenlof. 17.00 Voor de Jeugd. 17.40 Beursber. 17.45 Regerings uitz.: Litteratuur over de Nederlandse Antillen (II), door me). L. van der Steen. 18.00 Lichte muz. 18.20 Kaarten op tafel, gesprekken. 18.30 Voor de Jeugd. 19.00 Nieuws. 19.10 Act. 19.25 Me- mojandum. 19.30 Gram. 20.00 Die Fledermaus, operette (le acte). 20.45 Rep. 21.00 Die Fleder maus, operette (2e acte). 22.30 Nieuws. 22 40 Die Fledermaus, operette (3e acte). 23.20 Gram. 23.55 24.00 Nieuws. BRUSSEL. 324 m. 12.02 Filmmuz 12.15 Pianospel. 12.30 Weerber 12.35 Pianospel (verv.) 12.50 Beursber. 13.00 Nws 13.15 Gram. 14.00 Schoolradio. 15.45 Gram 16 00 Beursber. 16.06 Duitse les. 16.21 Gram. 17.00 Nws 17.15 Ork.conc. 17.40 Boekbespr. 17.50 Muz. door de jeugd. 18.20 Voor de soldaten. 18.50 Sportkron Nieuws. 19.40 Gram. 19.50 Syndikale kron 20.00 Hoorsp. 21.15 Gram. 21.30 Klankbeeld. 22.00 Nieuws. 22.15 Pianorecital. 22.55—23.00 Nieuws. VOOR MAANDAG NTS: 20.00 Journ. en weeroverz. VARA- 20.20 Achter het nieuws. 20.30 Filmkroniek. 20.55 Tele- visiebiografie van een landgenoot. VOOR DINSDAG 2 0 Ao"— 22 S p e e lLlm^2°'2° Do~^lre flta'

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 4