iittilisil
de
eerste
brandende
:ial
PANDA EN DE GROTBOKSER
Waar hoort vader te zijn
als het kindje komt?
Blfoina en de Bosmannetjes
wereldmerk
from America's Best Tobaccos
„Vliegende verhuiswagens'
de mottenballenvloot
naar
In uraniumerts leeft
een werkzaam
micro-organisme
Stomp bracht hart
tot de orde
i
MAANDAG 6 MAART 1961
ARTSEN CONTRA ARTSEN
State Department wordt
afgeluisterd
f*
A V f
fg j, jfjwB
Klooster in Zweden?
door Radu Tudoran
Vertaling Margot Bakker
Verkeerd om
Advertentie
52. Nu zijn teer gemoed door de boosheid van de
schoolmeester van 'streek was geraakt, dook de oerfi
guur onder het sputteren van huilerige geluidjes ach
ter Panda's brede rug. „Ziet ge nu wel?" riep Joris
Goedbloed uit. „Dat heeft nu schools gedoe aan een on
schuldige gewrocht! Sapienti sat", zo roept hij met de
klassieken uit, menende dat hij het leren zat is! Ik heb
u gewaarschuwd Maar Panda luisterde nauwelijks,
want die was echt boos op Meester Doctor Van Achter
om, die de gevoelige holbewoner kennelijk niet met de
nodige liefde en zachtheid had aangepakt. Hij wilde daar
wel eens een paar scherpe woorden over zeggen, maar
toen de op wraak beluste opvoedkundige zich nu bij hen
voegde, wachtte deze niet af wat een ander in het mid
den zou willen brengen. „Daar is de bengel!" riep hij
uit. „Mijn wand bekledderen! Mijn muur vernielen! Ik
haal de politie er bij! De brandweer! Ik zdl hem!" „Een
enkel woordje alstublieft", sprak Joris nu kalmerend.
„Ik ben DoctorandusJ. Goedbloed, Rijksinspecteur
van het Algemeen Onderwijs, u waarschijnlijk niet on
bekend. Mijn departem.ent staat niet welwillend, tegen
over lijfstraffen, en ik vrees dat ik hier een lelijk staal
tje opmerk! Dit leerlingetje schijnt door onzielkundig
optreden van onderwijzend personeel terdege geschokt
te zijn! Ei, ei daar zal de minister van ophoren! Dat
zou wel eens in subsidie kunnen schelen!" Bij deze
woorden begon het schoolhoofd zienderogen te kalmeren.
WAAR BEHOORT de (aanstaande) nader te zijn als de baby gebóren wordt.,
in het cafeetje om de hoek, of naast zijn vrouw aan het kraambed? Over die ge
wichtige vraag wordt op het ogenblik een heftige briefwisseling gevoerd in de
kolommen van Groot-Brittannie s belangrijkste artsenblad, de „British Medical
Journal". Een groep van artsen aanhangers van de „laat-hem-maar-wat-water-
koken, dan is-ie-uit-de-buurt"-theorie, bekend uit vele familiefilms weigert,
zelfs maar te spelen met de gedachte van nog meer mannen in de kraamkamer.
Maar een andere groepbewonderaars van de „lief-en-leed-samen-delen'-leuze,
wil de vaders aanmoedigen, op de een of andere wijze deel te nemen aan het
grote gebeuren van de baring.
PRECIEZE CIJFERS zijn niet beschik
baar, maar men schat dat slechts een op
de tien Britse vaders aanwezig is bij een
of meer fasen van de geboorte van hun
kroost.
De discussie in het artsenblad is inge
leid door dr. Joseph Patterson, gynaecoloog
van het Tyrone County-ziekenhuis. Hij zet
te zijn offensief in met een felle aanval
op „diegenenen onder mijn geachte colle
gae, die met allerilei psychologische drog
redenen het hoogst onnatuurlijke verblijf
van de echtgenoot in de kraamkamer dul
den en zelfs bevorderen."
„Iedere normale vader", aldus dr. Pat
terson, „zal liever kilometers ver wegren
nen dan getuige te zijn van de geboorte
van zijn kind en iedere normale moe
der zal hem nog veel verder weg wensen.
De juiste plaats voor de vader-in-wording
is: zijn stamcafé.
„Met uitzondering van het mannelijke
zeepaardje dat de geboorte van zijn kroost,
zo ongeveer van het vrouwtje overneemt
en daar een verschrikkelijke hoop deining
bij maakt (hetgeen zijn verdiende loon is),
heeft elke aanstaande vader in de dieren
wereld daarbij inbegrepen de homo sa
piens de natuurlijke aandrift om zich
verre te houden als de partus aan de gang
is. Laat ons daarom niet zwichten voor on
gezonde nieuwsgierigheid en sensatie
zucht, nog voor de warhoofden en ijdeltui
ten die deze dwaze „mode" ingang wil
len doen vinden."
OP ZULK UITDAGENDE taal moest
natuurlijk een gespierd antwoord volgen
en dat kwam dan ook prompt. Dr. Brian
Burne uit Amersham, een exponent van de
nieuwe methode riposteerde in het volgen
de nummer van de Journal: „De echtge
noot hoort erbij als het huwelijk gesloten
wordt. Hij hoort er dus ook te zijn als
zijn kinderen geboren worden, tenminste
als het een kerel is."
„Waarom verschijnt hij, schaapachtig
kijkend, met een bosje bloemen als het
allemaal achter de rug is? Omdat hij zich
schuldig voelt: gedeserteerd in een crisis
die hen beiden, man en vrouw, aangaat."
„Huisartsen", aldus zegt dr. Burne ten
slotte, „moeten de vaders aanmoedigen
schikkingen te treffen dat hun vrouwen
thuis bevallen en dat zij erbij kunnen
zijn."
EEN DERDE GENEESHEER die zich
in de discussie mengde, was dr. Albert
Davis, die zijn praktijk heeft in de dure
en deftige Londense „specialistenwijk"
Harley Street. Hij verklaarde zich nog
voor, noch tegen enige methoden, maar
constateerde alleen feiten. Voor de gemid
delde vader is het geboorteproces niet be
paald een aantrekkelijke belevenis," zegt
hij, „en het is dan ook geen zeldzaamheid
dat hij er bij flauwvalt.
Toch is er, sedert de tweede wereldoor
log, een stijgende tendens onder de va
ders, bij de geboorte van hun kinderen
aanwezig te zijn en zelfs te helpen waar
dat mogelijk is. Dikwijls, zo zeggen vele
artsen, kunnen zij beter helpen dan de dok
ter of de verpleegster: hun aanwezigheid
geeft de barende rust en moed en dat
is precies wat een vrouw in die omstan
digheden het hardste nodig heeft.
Een vrouwenarts, voorstander van
„haal-de-man-erbij", geeft zelfs voorlich
tingscursussen voor echtparen die een kind
venoachten. „Het zijn de mannen," zo ont
hult hij, „die na enige tijd de meeste be
langstelling tonen
30-31. Bïbina had uit de verte gezien,
wat de boze Gromgram deed.
O wat gemeen! zei ze. Die arme slak.
Ze was er zo ontdaan van, dat ze in
snikken uitbarstte. Ja, het feet je huilde,
omdat die slechte Gromgram. altijd zo le
lijk deed tegen iedereen en tegen haar. Ze
(UPI) William O. Boswell, directeur
van de veiligheidsdienst van het Ameri
kaans ministerie van Buitenlandse Zaken,
heeft het Congres 637.000 dollar gevraagd
voor spoedmaatregelen tegen het afluiste
ren van gesprekken.
De veiligheidsdienst van het „State De
partment" weet veel van de moderne elek
tronische spionage-apparatuur te ontdek
ken, doch er bestaan tegenwoordig nieuwe
middelen welke met de huidige ontdek
kingsmethoden niet kunnen worden achter
haald. Daarom moeten met spoed nieuwe
elektronische opsporingsmiddelen worden
ontwikkeld. Er is grote haast bij en dit
verklaart de grootte van het bedrag, aldus
Boswell.
Een en ander kwam ter sprake toen de
commissie voor de toewijzingen van het
Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de
begroting van de Amerikaanse geheime
dienst behandelde. De direkteur van de
geheime dienst, Baughman, verklaarde
tijdens het verhoor door de commissie dat
zijn dienst voor het eerst in vele jaren
met een tekort werkt. De presidentsver
kiezingen en de bescherming van de be
langrijkste kandidaten hebben grote uitge
ven gevergd.
Ex-president Eisenhower wordt nog
steeds beschermd, president en mevrouw
Kennedy en hun kinderen staan onder
voortdurende bescherming.
BELGRADO, (UPI) Blijkens een of
ficiële bekendmaking in Belgrado heeft
een groep Joegoslavische geleerden een
micro-organisme ontdekt, dat leeft in ura
niumerts en dat tot nog toe niet bekend
was. De groep die de ontdekking deed
stond onder leiding van Bela Bunji.
Volgens de eerste gegevens is het mi
cro-organisme ongevoelig voor radio-actie
ve straling. De geleerden ontdekten, dat
het micro-organisme in staat is uranium
erts in een vloeibare vorm te verande
ren, van waaruit langs de gebruikelijke
technologische weg de micro-organismen
geïsoleerd kunnen worden. In het biolo
gisch instituut in Belgrado zijn een aan
tal culturen van deze micro-organismen
gemaakt voor studiedoeleinden.
Het organisme leeft in het erts en voedt
zich er mee. Het organisme heeft ook in
vloed op de scheiding van zuivere erts van
de andere samenstellende delen van de
grondstof. Het is nog niet bekend, of de
organisme ook invloed hebben op het ura
nium zelf.
had ook zo'n medelijden met de slak, die
tóch niemand kwaad deed. Foei, waarom
moest die nare Gromgram dat nu doen?
Met de handen voor de ogen liep Bibina
het bos door, in de richting van het Bos
mannetjesdorp.
v .(O*
's C
LEXINGTON
De rooms-katholieke Theresia-stichting
heeft de Zweedse regering toestemming
verzocht voor het'stichten van een Car-
melitessenklooster in Skoane, in het zuiden
van Zweden. Wanneer die toestemming ge
geven wordt, zal dit r.k. klooster het eer
ste zijn in het Protestantse Zweden sedert
de opheffing van het kloosterverbod bij de
wet op de godsdienstvrijheid van 1951.
De Zweedse minister van Onderwijs en
Kerkelijke zaken, Ragnar Edenman, ziet
geen reden om de toestemming te weige
ren, op voorwaarde dat kloosterlingen die
achteraf zouden willen uittreden dit zullen
kunnen doen zonder risico van godsdiensti
ge tegenmaatregelen. Verder moet de
staat controle kunnen uitoefenen over de
gang van zaken in het klooster en de auto
riteiten zullen op de hoogte gehouden moe
ten worden van aantal en nationaliteit der
kloosterlingen. Het parlement moet nu
over de aanvrage beslissen.
jnsbies
Enige dagen geleden heeft een zoge
naamde „Vliegende Verhuiswagen" van de
Amerikaanse luchtmacht een vlucht boven
eeno efenterrein in Evreux, Frankrijk, ge
maakt. Valschermsoldaten sprongen er uit
en toen de laatste verdwenen was, keerde
de machine huiswaarts, naar de basis van
Evreux. Zijn laatse vlucht „in werkelijke
dienst" was voltooid en daarmee de car
rière van de laatste „vliegende verhuis
wagen" in Europa.
Het toestel zal teruggevlogen worden
naar de V.S. en daar worden gevoegd bij
de mottenballenvloot van „gepensioneer
de" machines.
De toestellen worden niet gesloopt, maar
gereed gehouden voor noodgevallen.
59)
De eerste druppels vielen en de gasten renden het
Casino binnen. Paarden en rijtuigen kwamen met el
kaar in botsing, want de duisternis viel merkwaardig
plotseling in. De uit de stad opgetrommelde kelners
schoten de gasten te hulp. Binnen in het restaurant
wachtte al een tweede troep muzikanten. Zij begonnen
te spelen zodra de stoet naderde. Maar Bocanu baande
zich een weg door de wachtende menigte en riep de
muzikanten toe: „Stil! Wie heeft gezegd dat jullie al
moesten beginnen. Jullie willen zeker bruiloft vieren
zonder de ouders van de bruid?"
„Leve de vader van de bruid!" riep de violist.
„Leve Bocanu!" riepen de gasten.
Hij nam plaats aan het hoofd van de tafel.
„Kom binnen!" commandeerde hij zijn gasten.
Een paar kijkers vroegen verwonderd: „Heeft de brui
degom geen familie?"
„Ze zeggen dat het een weesjongen is. Hij is bij
Bocanu opgegroeid. Van niks afkomstig!"
Kelners brachten de pruimebrandewijn binnen. De
„hond" maakte zich van een van de flessen meester
en haastte zich zijn schoonvader eigenhandig in te schen
ken. Bocanu kwam onder de indruk en leek zijn schoon
zoon te willen omhelzen. Hij hield van de jongen even
zeer als hij de andere mensen verachtte. „Dat het le
ven je geluk mag brengen, jongen!" gromde hij. „Dat
we samen nog lang leven!"
Een donderslag overstemde haast de muziek.
„De regen brengt geluk. Daar groeit het koren van!'
„Heb ik belang bij koren?" antwoordde een van de
gasten. „Olie moeten we hebben."
„En wat wil je met olie beginnen als je geen brood
hebt?"
Bocanu ving de laatste woorden op en riep woedend:
„Voor mijn geld kan ik alles kopen wat ik wil. Wat
maal ik óm koren?" Zodra de kelners de eerste ge
rechten opgediend hadden moest Bocanu met zijn gas
ten klinken. Hij lachte voldaan over de vleierijen die
hem toegevoegd werden.
„Daar is meneer Dumitrica ook!" riep een van de
gasten. „Komt u toch binnen om een goed glas met
ons te drinken."
Dumitrica wankelde de zaal binnen, Hij leek dronken
te zijn. Hij was blootshoofds en doornat.
„Ach mensen," stotterde hij, terwijl hij de armen
ophief. De muziek hield op en de gasten keken de
nieuwe gast met verschrikte blik aan. Bocanu gromde
geërgerd en had de caféhouder het liefst de deur uit
gesmeten. Nog eens stotterde Dumitrica dezelfde woor
den. En daarna lachte hij als een krankzinnige. In
galop was hij door de regenbui gereden en had er
niet eens aan gedacht, dat hij verkouden zou kunnen
worden of een andere ziekte oplopen.
„De hand Gods!" riep hij ten slotte, weer lachend
als' een gek of een dronkeman. Nog eens riep hij: „De
hand Gods. Kijk. dat toch eens! Zoiets gebeurt maar
eenmaal."
„Wat zegt hij? Waarover heeft hij het?"
„Vijf spuiters, allemaal op mijn terrein!" riep hij
buiten zichzelf. „God heeft mij gezegend."
„Nou, dan kun je best een glas met ons drinken!"
nodigde Bocanu hem uit, die zich nog altijd aan de
opwinding van de caféhouder ergerde.
Terwijl hij een kelner wenkte om hem een stoel
voor Dumitrica te laten brengen ging het licht uit.
Het bleef donker en de gasten begonnen om licht te
roepen. De kelners kwamen ten slotte met kaarsen en
petroleumlampen aandragen en een van de ingenieurs
ging naar Bocanu.
„De leiding is door de bliksem getroffen."
„Licht maken voor de bruiloft van mijn dochter!"
bulderde Bocanu woedend. Daarvoor zijn jullie er toch?"
Door het raam zagen de gasten de bliksem in een
boortoren inslaan. Vuur en rook stegen omhoog. De
vlammen verlichtten het Casino beter dan het elek
trisch licht had kunnen doen.
„Nu kunnen jullie doorspelen!" riep Bocanu voldaan
tegen de zigeuners, die hij even tevoren het zwijgen
opgelegd had. „Zo hebben we voldoende licht". De
violist zette weifelend de strijkstok op de snaren. „Maar
zullen we hier geen brand krijgen?" vroeg de bekken
slager angstig.
„Als we verbranden is het Gods wil, zei de violist
gelaten. De brand breidde zich snel uit, de boortoren
wankelde en stortte ineen. In het licht van de vlam
men zagen zij arbeiders in de deuren van de barakken
staan, machteloos in de rode gloed starend. De gasten
drongen naar de ramen, toen de ene boortoren na de
andere vlam vatte. Meneer Bilascu sloeg zijn jas om
en stormde de duisternis in. Al gauw kwam een van de
bruiloftsgasten, die hem nagelopen was, terug met de
mededeling: „Er is geen ramp gebeurd. Geen mensen
levens te betreuren".
„Ook niet bij de eerste toren?"
„Nee, daar was niemand. Gelukkig maar'
„Dan gaat het feest door," beval Bocanu
„Hoera, leve Bocanu!" riep een van de jonge kerels.
Hij ging naar de deur en loste buiten een schot in de
lucht.
„Bocanu moet een toespraak houden zei er iemand
en alle gasten klapten in de handen...
Bocanu gromde voldaan en stond enigszins moeilijk
op.
„Stilte voor meneer Bocanu!"
Zodra het rustig werd hoorden zij het geknetter van
de vlammen en het kraken van brandend hout beneden
in het dal.
„Als jullie een toespraak willen horen dan heb ik
jullie alleen dit te zeggen: „Denk eraan met wie jullie
te maken hebben als jullie mij te na komen!"
„Bravo, meneer Bocanu. Niet klein laten krijgen
Ja, denken jullie soms dat ik, omdat een of andere
schoft een papiertje aan de bomen plakt, niet meer ben
die ik altijd ben geweest? Haha, ik heb er niets bij
verspeeld.
Mijn macht hangt toch niet naast die briefjes aan de
bomen? Mijn macht ligt in dé bank. In de grote bank
van Ploesjti en in die andere banken in Boekarest. We
ten jullie nu, wie ik ben?"
„Dat weten we, meneer Bocanu".
„Jullie zijn allemaal stommerikken," gromde hij, greep
zijn glas en goot de drank zijn keelgat binnen.
Door de ruiten drong het flakkerend licht naar bin
nen, nu eens af-, dan weer toenemend, terwijl de zigeu
ners hun instrumenten namen en de bruiloftsgasten
naar hun glazen grepen.
HOOFDSTUK XXIX
In de herfst liep de prijs per wagon olie tot vijfen
dertigduizend lei op. in januari was het al zesendertig
duizend, vlak na Pasen achtendertigduizend. Daarbij
bleef het voorlopig.
Lipanescu zat aan zijn bureau voor het raam zijn
coupons te tellen. Sedert de herfst had hij nu negen
honderd wagons afgeleverd. Nog twee weken en het
zouden er precies duizend zijn.
„We komen dichterbij, Pascu," zei hij monter, een
raadselachtig lachje onder zijn snor verbergend.
Aan het andere bureau maakte de administrateur de
lijsten op van tot dusver uitbetaalde lonen. Hij was
minder tevreden.
„Waarom houdt u die coupons toch vast, meneer
Lipanescu? Wij hebben immers geen geld meer voor de
lonen".
Met verwijtend geheven wijsvinger keerde Lipanescu
zich naar hem toe.
„Pascu, bemoeit u zich hier niet mee. Ik heb zo
mijn plannen. Ik heb immers ook oude boorputten ge
kocht tegen uw advies in en u ziet, wat ik eruit
heb gehaald".
In de afgelopen zomer had hij, zonder dat Anghelma
dit te weten was gekomen, zijn terrein met een hypo
theek moeten belasten, daar zijn saldo op de bank in
middels geheel opgenomen was. Met de hypotheken en
het geld dat hij voor zijn leveranties had ontvangen
had hij de werkplaats, de woonbarakken en talrijke ver
beteringen kunnen bekostigen. Hij had nog meer opgege
ven terreinen aangekocht, maar sedert kort wilde nie
mand meer verkopen. Nu de prijs zo boven verwachting
was gestegen bleek het zelfs lonend de olie bij druppels
te winnen. De duizenden tonnen, die op het nieuwe
terrein dagelijks uit de grond spoten, waren voor de
kleine ondernemers geen belemmering moeizaam wagon
na wagon te winnen. Sedert de vorige herfst leek ook
het oude terrein weer tot leven te zijn gekomen. De
verwaarloosde barakken kregen nieuwe blanke balken,
de boortorens werden opgeknapt. In het. salon-restau
rant verschenen nieuwe ingenieurs en administrateurs,
die nog geen olievlekken op hun kleding hadden.
(Wordt vervolgd)
Tien jaar geleden werden de C-119's in
dienst gesteld De eerste serie toestellen
kreeg al gauw de bijnaam van „vliegende
doodkisten." Er waren te zwakke propel-
lors op geplaatst en deze braken tijdens
de vlucht nog wel eens af met alle nare
gevolgen daarvan. Het waren lelijke plom
pe vliegtuigen, met een dikke buik, die
stomp was van achteren, en met twee
staarten, die er belachelijk dun uitzagen.
In 1952 werden er enkele verbeteringen
aangebracht en sindsdien was de „vliegen
de verhuiswagen" een der meest betrouw
bare middelen van transport door de lucht.
„Eenvoudig niet uit de wolken te slaan,"
werd ervan gezegd. Het toestel was vooral
van belang voor „luchtbruggen" en andere
methoden van bevoorrading uit de lucht
wegens zijn enormen laadvermogen.
Valschermsoldaten waren gelukkig als
zij uit deze toestellen moesten springe.
Zij konden door de grote achterdeur weg
komen zonder gevaar te lopen tegen de zij
wand van het vliegtuig te worden geslagen
De „vliegende verhuiswagens" verdwij
nen voorlopig alleen uit het Europese
luchtruim, waar zij vervangen worden
door C-130's turboprop transporttoestellen.
Verscheidene „Flying Boxcarts" doen
nog dienst bij de UNO-troepen in Kongo.
Het vertrek uit Europa is echter toch
wel het begin van het einde, want de
„modernisering" van de luchttransport
middelen gaat steeds verder.
De tienjarige staat van dienst van de
„vliegende verhuiswagens" vormt volgens
luchtvaartbegrippen al een bijzonder lange
termijn. Alleen de dakota heeft een lange
re staat van dienst.
In de Britse „Lancet" heeft een Ierse
arts, dr. J. B. Mealy uit Dublin, zijn col
legae meegedeeld dat hij een 55-jarige
man wiens hart de dienst gestaakt had, tot
het leven had teruggebracht door hem een
stomp op de maag te geven.
Tijdens een medische behandeling, al
dus de arts, hield 's mans hart ineens op
met slaan. Injecties hadden geen resultaat
en een verpleegster rende weg om een
scalpel te halen, waarmee de arts de borst
holte wilde openen om hartmassage toe te
passen.
Impulsief gaf de arts zijn patiënt toen
„een harde slag op het epigastrum" (de
maagstreek) en tot zijn niet geringe ver
bazing begon de patiënt daarna weer te
ademen. Het hart had tenminste een volle
minuut stilgestaan. Toen de patiënt zeven
maanden later nogeens onderzocht werd
bleek hij in uitstekende gezondheid te ver
keren, aldus dr. Mealy.
Op 65-jarige leeftijd is de gepensioneer
de Angelo Chinaglia, die te Costa du Ro-
vigo in de Italiaanse provincie Venetië
woont, er achter gekomen dat zijn hart en
milt rechts en zijn lever en het bovenste
deel van zijn maag links zitten.
Chinaglia heeft zich altijd goed gevoeld
In 1914 werd hij voor de militaire dienst
goedgekeurd en om zijn krachtige
lichaamsbouw bij de bergartillerie inge
deeld. Kortgeleden moest hij echter voor
een korte tijd in het ziekenhuis worden
opgenomen. Hier ontdekten artsen de af
wijkingen.