De haute coiffure komt naar Moskou n",ettW \raJ"tn. - BLIJDORP'S „SCHILLENHIT" n VehkcJk KOEK PANDA EN DE GROTBOKSEB MUIÜi!taSTA vloiMü PULLOVERS Bibima en de Bosmannetjes ÏBLif bf bfrlrbfn lijb Dochter van Spaak maakt filmdebuut elke woensdag jongensmarkt Bijologie Artis is de vierde dierentuin ter wereld Recordvangst -'S WERELDS ZELDZAAMSTE ZOOGDIER—' DINSDAG 7 MAART 1961 Overhemden in de diplomatieke post Kennedy gekozen als de best-geklede-man door Radu Tudoran Vertaling Margot Bakker HO jaai deleder I II 55-66 53. „Tja, mijn beste," sprak Joris tot Doctor van Achterom, „ik zal -als Rijksinspecteur eens terdege met mijzelf te rade gaan om uit te maken, welke gevolgen we dit voorval zullen geven. Het ranselen van school gaande jongeren ivordt dezerzijds ernstig afgekeurd; ze zijn nog zo gevoelig, nietwaar?" „Ach, meneer de in specteur," wierp het Hoofd met een moeilijke glimlach tegen, „wij van het onderwijs weten toch hoe dat gaat een stoeierig grapje, een aardigheidje op zijn tijd „Juist," knikte Joris ernstig. „Daar zal dan rekening mee gehouden worden. Ik zal u wel een mijner onder geschikten zenden om een nader onderzoek in te stel len. f." En zo wandelde hij waardig weg, met Panda en de holbewoner achter zich aan. „Zeg Joris meen je dat nu, van dat onderzoek?" vroeg Panda bezorgd. „We zullen zien, vrind. Misschien kunnen we het bij deze scherpe waarschuwing laten. Doch laat ons niet verzuimen, zelf een les uit het gebeurde te trekken! Gewone scholen blijken voor onze beschermeling min der geschikt, dus we moeten een ander onderwijs-insti- tuut voor hem vinden. Persoonlijk hel ik er toe over, hem een Paleis der Sporten aan te raden..." Intussen was Doctor van Achterom verontrust achter geblepen en zijn bange vermoedens werden er niet beter op, toen hij plotseling door een vreemdeling werd aange sproken met de woorden: „Ik wil u even spreken! Ik ben bezig aan een onderzoek.„Nu al?" kreet het verbijsterde schoolhoofd. In Moskou is nog niet lang geleden in 1959 een moderne kap- en schoonheidssalon geopend die spoedig de reputatie kreeg, met de westerse mode mee te gaan. Jonge Russische meisjes zitten uren in de wachtkamer - het systeem van afspraken maken is (nog) niet tot de Sovjetrussische hoofd stad doorgedrongen om hun haar te laten opmaken in de „bouffante-stijl" die in West-Europa zo grote opgang ge maakt heeft. Deze „salon de coiffure" staat in de Koeznetskistraat waar in de dagen van de tsaar vele chique kapsalons stonden die gefrequenteerd werden door de Russische adel. In deze drukke, volle winkel proberen Russische meisjes met opgetogen gezich ten de eerste stroomloze permanent, ooit in de Sovjet-Unie gezien en geïmporteerd uit Oost-Duitsland, op hun gretige klanten uit. Deze kapsters zijn ook de enigen in Moskou die haarlak uit bussen, eveneens Duitse import, gebruiken; het enige bruik bare hulpmiddel om de „bijenkorf-coif fures in haar fatsoen te houden. De kapsters hebben de moderne Italiaan se en andere westerse kapsels leren op maken, afgekeken van buitenlandse mode bladen. Zij hebben ook veel tips gekregen van een „haarstylist" uit Amerika die de kapsalon bezocht kort nadat deze werd .opgericht. De echte Moskouse kapper gebruikt ech ter nog kleverige zeep en ouderwetse ap paraten voor permanente krullen, zware lotions en metalen krulknijpers en zijn coiffures zijn stijl 1930. De nieuwe salon beschikt over nylon haarnetjes en over minstens cfrie kapsters die in het westen geen slecht figuur zouden slaan. De directrice van het instituut, de blon de Maria Voden, zegt echter zeer beslist, zoals het een goede Russische patriotte betaamt: ,.A1 onzecoiffures zijn Sovjet stijl, geen buitenlandse". Advertentie ROEIT ZE GENADELOOS UIT Dè dochter van Paül-Henri Spaak, de voormalige secretaris-géneraal van de NAVO maakt op het ogenblik haar debuut in de Franse film „Le puit aux trois Véri- tés" (de bron dér drie waarheden). De 16-jarige Catherine Spaak, een wel gevormd meiske, speelt er de rol in van een schildersmodel. Zij vertelde aan UPI dat haar vader toestemming had gegeven voor haar filmloopbaan. „Hij vindt het wel leuk," zei ze lachend, „ofschoon hij weet, dat ik vrijwel naakt optreed." De film wordt gemaakt door de jonge Fransman Francois Villiers. Het is het verhaal van een driehoeksverhouding. De eigenares van een handel in antiek, eèn rijke, goed uitziende vrouw, gespeeld door Michèle Morgan, wordt verliefd op een jonge kunstschilder, Jean-Claude Brialy. Wanneer de dochter van de vrouw, Ca- therina Spaak, de schilder ontmoet, wordt deze op haar verliefd en zij trouwen. De dochter sterft na enige tijd en ieder van de bij het drama betrokkenen heeft een andere verklaring voor haar dood. De film is een zware proef voor een jong meisje als Catherine is, maar de zwaar ste proef is wel de scène waarin zij mo del staat vöor haar echtvriend-schilder. Ondanks de enorme vorderingen van de Sovjetrussische techniek schijnt het onmo gelijk om in Moskou boorden gesteven te krijgen, zo heeft de Britse onderminister van Buitenlandse Zaken; Heath, in ant woord op een vraag van een conservatief Lagerhuislid verklaard. Hij gaf toe dat in de afgelopen maanden zeven maal éen zen ding overhemden, zoals die worden ge dragen door officieren van de Britse ma rine, met de diplomatieke post uit Mos kou naar Londen en terug was gegaan Dit was volgens Heath overeenkomstig de reglementen, die het gebruikmaken van de diplomatieke post voor uitzonderlijke gevallen toestaat. Hij was dan ook niet genegen aan dit „vuile-was-transport" een èindé te maken. De kwestie van de boorden kwam enige wéken geleden aan de orde door „onthul lingen" van een wasserij in Bournemouth die de overhemden uit Moskou wast en strijkt. Toen ik me daar eens liet kappen, zo vertelt UPI-verslaggeefster Aline Mosby, zat de grote wachtkamer vol klanten, voor negentig percent „tieners", die gelaten op hun beurt wachtten. In de kamer ernaast werkten negen kapsters voor marmeren wastafels en grote spiegels. Een knap meisje, Tanya Konstantina, een van de beste kapsters, gaf mij een stroomloze permanent en een luchtige Ita liaanse coiffure. De permanent was een beetje droog, maar het kapsel zou er ook in het westen mee doorgekund hebben. Tanya gebruikte plastic-krulknijpers die zij in Boedapest had gekocht. Zij had daar de tweede plaats veroverd op een concours van Oosteuropese kappers. De andere kap sters in de salon houden het bij Russische knijpers van metaal. De salon heeft ook een droogkamer met droogkappen, iets wat de andere dames kappers in Moskou nog niet hebben. Maar de warme lucht komt alleen van achter zodat de klant haar hoofd moet bewegen om het haar geheel te drogen. Op de eerste etage is een pedicure-salon. Verder beschikt men nog over een „cos metische kamer", waar een vrouw met haar gezicht in een stomer zat „om de poriën te openen", zo legde de directrice uit. Je kunt er ook een „radioactief mas ker" kopen voor een bedrag dat gelijk is aan ongeveer drie gulden, gezichtsmassage komst- drie gulden vijftig, gelaatsopmaak met mascara eveneens 3,50, zonder mas cara een rijksdaalder. De directrice is erg trots op haar insti tuut. Zij zegt dat zij onder haar clientèle de vrouwen van vele buitenlandse diplo maten, toeristen en andere vreemdelingen telt. Omdat er zoveel buitenlandse klanten zijn hebben 26 van de 55 employées zich geworpen op de studie van de Engelse taal. De prijzen zijn nog altijd Moskovitisch: voor wassen en opmaken van het haar de tegenwaarde van drie gulden, voor knip pen en permanent 25. De meeste buiten landse klanten geven een fooi die het dubbele is van de prijs. Om deze „bourgeois-gewoonte" te be strijden zijn communistische „brigades" gevormd onder de employées van sommige salons in Moskou. Op hun spiegels staat met zeep geschreven: „Wij willen geen fooien, het is onwaardig!". Sinds maandag staat president John F. Kennedy van de Verenigde Staten als eer ste op de lijst van de „tien best-geklede- mannen" van het land. Deze ranglijst wordt samengesteld door de „modestichting van Amerika". Ook Henry Cabot Lodge, de verslagen kandidaat van de Republikeinen voor het vici-presidentschap, de baseballer Leo Du rocher en de zanger-filmspeler Pat Boone veroverden zich een plaatsje bij de uitver korenen. Advertentie zuiver wollen zomerkwaliteit, ruim model in alle moderne kleuren speciaal verlaagde J.M. prijs 4 jaar kleine stijging per maat. o.a. 9 jaar 11 14 jaar 15.7S Een Oostenrijkse bioloog heeft ontdekt dat Italiaanse bijen een andere „taal spreken dan Oostenrijkse. Een Oostenrijkse bij (bijvoorbeeld) „danst" betrekkelijk levendig in vergelijking met een Ita liaanse. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Indiase bij kunnen Oostenrijkse en Italiaanse bijen wel aan hun soortgenoten vertellen waar zij voedsel hebben gevon den. De Indiase bij kan alleen maar door opgewonden dansen aangeven dat hij voedsel heeft gevonden. (Van onze Amsterdamse redacteur) In de rij van de 310 belangrijkste dieren tuinen die de wereld telt, neemt die van Amsterdam, de Artis, de vierde plaats in. De directie van de Amsterdamse dierentuin heeft dit met vreugde geconstateerd uit de cijfers die de Zoological Society of London heeft gepubliceerd. De meeste diersoorten zijn te vinden in de dierentuin van West- Berlijn (1534), de Londense „Zoo" telt 1411 soorten, New York komt tot 1235 en daarop volgt Artis met 1115 soorten. Deze cijfers zijn evenwel van 1959. Sindsdien heeft Artis zijn „assortiment" met de opening van een nieuw vogelhuis nog belangrijk uitgebreid. Het aquarium van Artis heeft de op een na grootste viscollectie ter we reld. Het aantal van 336 soorten wordt slechts door het aquarium van West-Ber- lijn overtroffen. Met de bezoekcijfers komt Artis niet zo goed uit de bus. Terwijl West-Berlijn. Londen en New York ieder jaar op 2 mil joen bezoekers kunnen rekenen, haalt Artis met moeite de 800.000. Niet minder dan 600 vissen, meest vorens en alvers (een soort roofkarper) heeft de 51-jarige heer P. Reijnders uit Ooi bij Roermond zondag met zijn hengel uit de Maas gehaald. De zondag ervoor had hij het al tot ruim 500 ge bracht. Deze man, magazijnbediende van beroep, is dan ook wel een van de succesvolste sportvissers van Limburg. Hij heeft bij vier wedstrijden al vier fietsen in de wacht weten te slepen, 's Zondags zit hij trouw aan de Maas van 's morgens zes tot 's middags vier uur. Een vangst als die van afgelopen zondag noemde hij zelf een uitzonde ring. Van werphengel en ander modern vistuig wil hij niet horen. Het beste resultaat verkrijg ik met een gewoon lapannertje (vaste bamboehengel), 32-33. En Gromgram? Die was nog kwaad, omdat hij Bibina niet had kunnen pakken. Hij was alleen tevreden, dat hij z'n woede had kunnen koelen op de bloe men en het slakje. Ja, zo'n lelijkerd was hij! Nu liep hij langzaam naar z'n sombere, vervallen huisje terug. Hij keek nog eens dreigend om, voordat hij de deur binnei1 ging. Toen ging hij voor het raam met de ge barsten, smerige ruiten staan en keek naar buiten. Wacht maarzodra er weer iemand in de buurt komt, zal ik tonen, dat ik niet op bezoek gesteld ben gromde hij. Diergaarde Blijdorp in Rotterdam heeft haar Prze- walski-hengst „Asanow", die deze week een jaar oud is geworden, met de dier gaarde in Kopenhagen ge ruild voor de ongeveer een half jaar oude Przewalski- hengst „Kobenhavn". Dit is gebeurd om niet te veel in teelt te krijgen in de fok- groep van deze zeldzame diersoort, die met uitster ven wordt bedreigd. Het wordt niet uitge sloten geacht, dat er nog enkele zuivere exemplaren van deze paardensoort in de steppen van Binnen- Mongolië leven. De even eens enkelingen in ge vangenschap kunnen nog niet eens alle op die zui verheid bogen. Diergaarde Blijdorp kan dat wel, want toen in 1954 het eersté Przewalski-paar „Ivan" en „Ama" in Praag gekocht werd, is een deskundige van de Diergaarde naar de Tsjechische grens gereisd, om er op toe te zien, dat ze niet verwisseld werden Behalve door Praag, dat de fraaiste voorraad van deze dieren heeft, is door Rotterdam een bijdrage aan het behoud van dit paardenras geleverd. Er zijn daar in Blijdorp al twee merries en drie hengsten geboren. In 1956 „Walski" die met vader Ivan in 1960 zelf de merrie „Taki" voortbracht), in 1958 de hengst „Kertach" (die dat zelfde jaar al naar Artis in Amsterdam ver kocht werd), in 1959 „Tichonow" (die een jaar later naar Karsruhe ging), en tenslotte in 1960 „Asa now" (die nu dus geruild is met „Kobenhavn"). Moeder „Arna" is na al deze ver richtingen vorig jaar ver kocht naar Artis en vormt daar met zoon „Kertach" nu weer een paar. Om de Nederlandse familiever houdingen niet al te ge compliceerd te maken, is nu „Kobenhavn" aange trokken. Er is eigenlijk nog maar weinig bekend over de Przewalski-paarden. Ze worden tot de allerzeld zaamste verschijningen ge rekend, en zijn in elk geval de zeldzaamste zoogdieren ter wereld. Ze zijn ge noemd naar de Rus die hen omstreeks 1870 in de step pen van Binnen-Mongolië ontdekte. Men kende toen behalve het „Isabella- of geelkleurige Przewalski- paard", ook de andere echte wilde paardensoort „Tarpan", die echter tussen 1870 en 1880 volledig uitge roeid is. No die tijd is er althans nooit meer een ge zien. Wel is men er in ge slaagd, een paard „terug" te fokken waarvan gezegd kan worden: zo zag de Tarpan er ongeveer uit. Zo er nog Przewalski- paarden in het wild voor mogen komen, ze zijn heel moeilijk te vangen. Ze zijn temperamentvol, zo niet onhandelbaar en in elk ge val niet geschikt om voor een wagen te spannen De paardjes zijn niet be paald „mooi". Bezoekers van diergaarde Blijdorp, die niet weten hoe zeld zaam ze zijn, zeggen soms: „Wat zijn dat voor schillen- hitten De dieren zijn gedrongen en wat grof ge bouwd; ze zijn zandkleurig, hebben een bruine streep over de rug, een witte neus, en korte, staande manen. De paardjes leefden vroe ger in kleine kudden van vijf tot vijftien merries onder aanvoering van een hengst, in Midden-Azië, op de grens van Siberië en het. Chinese keizerrijk. Karl Hagenbeek uit Hamburg heeft hen indertijd naar Europa gebracht en voor totale uitroeiing behoed. Er is een internationaal stamboek opgericht voor deze paarden, dat twee on verwante lijnen omvat. Een groep paarden uit Praag waar de Rotterdamse dieren dus uit voortgeko men zijn en een uit de dierentuin in München. Uit deze laatste stammen die uit Kopenhagen. Het brandende dal 60) „Even afwachten," zei Lipanescu. „Die gaan wel weer weg, maar ik blijf". 61) De aanmaningen van de banken maakten hem niet zenuwachtig. In een klap zou hij iedereen de mond snoeren. Het enige dat hem dwarszat was, dat hij de bouw van zijn kasteel nog niet had kunnen voltooien. Wel had hij kans gezien een voorlopig dak te laten aanbrengen, zodat de regen binnenshuis geen schade kon aanrichten. Ook op het huis had hij een hypotheek willen nemen, maar de banken te Campina weigerden hem een cent te geven en de banken te Ploesjti hielden hem aan het lijntje. Zij beloofden iets en gaven tenslotte ook niets. Pas in het voorjaar was het hem gelukt een half miljoen van Dimopol los te krijgen. De bankier had met bezwaard gemoed afstand van zijn geld gedaan, nadat hij tevoren het huis herhaaldelijk grondig had bekeken. Nu werd er dus weer aan gewerkt en Lipa nescu hoopte het in augustus te kunnen betrekken. Tegen die tijd zou hij ook de verlangde duizend wagons hebben afgeleverd. Voor die grote dag had hij niet minder grote plannen. Hij zou, met het ene been over het andere ge slagen, naar Ploesjti rijden. Een half uur rekende hij voor het inwisselen van de coupons, tien minuten voor het oponthoud in de kredietbank, eveneens tien minuten voor de Petroleumbank en tien minuten voor Dimopol, of nee, daarvoor was vijf minuten voldoende. Hij zou hem zijn armzalig half miljoen als afval op het bureau gooien, zodat de bankier daarna geen aanleiding meer zou hebben eens per week naar Campina te komen om het kasteel te bekijken. Van Dimopol zou hij zich met de auto vliegensvlug naar huis laten rijden: „Al die armoedzaaiers de winkel uit! Vooruit! En weg met die firmanaam! Lipanescu verkoopt geen lijm en spijkers meer". En dan zou er marsmuziek komen, en honderd flessen champagne. Wat? Vijfhonderd..duizend! Met verhit hoofd onderbrak hij zijn gedachten. Hij voelde de bloedvaten aan zijn slapen zo heftig kloppen, dat hij een ogenblik vreesde onwel te zullen worden. Zodra hij tot, zichzelf kwam spon hij zijn gedachten verder uit: „Ja, duizend flessen champagne, een grote vlag in de nationale kleuren op het kasteel, aoslof er een landelijke feestdag werd gevierd een japon van onschatbare waarde voor Anghelina, met diaman ten „Toch zou het misschien beter zijn als u nu verkocht, meneer Lipanescu". „Waarom zou ik nu voor achtendertigduizend verko pen als ik morgen veertigduizend kan krijgen?" „En als de prijs zakt?" „Waarom zou de prijs zakken? Wat stijgt daalt niet". Pascu keek hem onthutst aan, deze logica kon hij niét geheel volgen. Met tegenzin verzette hij zich nog. „En de dumping?" Lipanescu werd kwaad. Hij wist niet wie dit woord in omloop had gebracht, anders zou hij de man vermoede lijk aangevlogen zijn. Als een spookbeeld waarde het woord onder de mensen rond. Zij vertelden elkaar be klemd, dat men in overzeese gebieden in de petroleum zwom en dat er binnenkort geen afnemers meer zouden zijn aan wie de exporteurs de inheemse olie konden ver kopen. „Laat die dumping naar de hel lopen!" vloekte hij, rood van woede en sloeg met de vuist op zijn bureau. „Dat is toch maar een term, Pascu, een domme term. Die hebben de bankiers bedacht, om ons de cou pons vlugger te laten verkopen". Hij wijdde zijn aandacht weer aan zijn coupons, maak te er een keurige stapel van en stak die voorzichtig in zijn binnenzak. Buiten werd het donker. De sirenes van de werkplaatsen gaven aan dat het zeven uur was ge worden. „Luister eens", zei Lipanescu. „Onze sirene is krach tiger dan alle andere". Hij bleef luisteren tot de sirene zweeg en nam toen zijn pet en stok. „Ik ga naar de salon. Eens kijken hoe de zaken staan". Van de hellingen stroomden de arbei ders in lange rijen dalwaarts. De weg naar het grote plein was overvol met mensen die boodschappen gin gen doen. Tussen de boorputten en de inderhaast opge trokken woonbarakken hadden zich enkele nieuwe zaken gevestigd. De kooplui boden aan de kant van de weg hun waren op eenvoudig houten stellages aan. Het lijkt wel een kermis, dacht Lipanescu. En hoeveel kooplui er ook naar het boorterrein waren gekomen, het waren er altijd nog te weinig voor de talrijke kopers. Iedereen beschikte nu over geld. De daken van de huizen werden vernieuwd, er werden nieuwe stallen ge bouwd: de olie stroomde onophoudelijk door alle leidin gen. Zelfs de opgegeven boorputten werden weer in het bedrijf genomen. Kleine ondernemers, die jaren tevoren al waren weggetrokken, kwamen terug om hun aandeel in de buit op te eisen. Met alle middelen zogen de men sen zelfs de laatste druppels olie uit de grond. Uit de stad werden nieuwe uitrustingen en nieuwe meubels aan gevoerd, want ook de eisen werden hoger: klerenkasten met spiegels, eetkamerameublementen, woonkamerin richtingen, sofa's, elektrische kooktoestellen. Voor de kapperszaak zag Lipanescu een lange rij wachtende klanten staan. De kapper had nieuwe spie gels, stoelen en apparaten uit de stad laten komen, hij had nieuwe bedienden aangenomen en zijn eigen slaap kamer bij de zaak getrokken, maar ook nu kon hij de stroom klanten niet verwerken. Voor de feestdagen moesten de meesten de tocht van twaalf kilometer naar Campina ondernemen, wilden zij het haar geknipt krij- £en- Lipanescu baande zich met enige moeite een weg door het publiek, dat zich op het grote plein verdrong. De kel ners draafden van de een naar de ander met tzuika en andere dranken, want in het restaurant zelf was allang geen plaats meer. Buiten het salon-rest.aurant stonden een twintigtal boeren in goede pakken en hagelwitte overhemden. Ieder had zijn coupon in de zak. Vroeger hadden zij zich hier zelden vertoond. Zij waren naar de stad gereden, hadden hun geld geïnd en hadden het rechtstreeks veilig naar huis gebracht, hoogstend één glas tzuika gedronken. De nog altijd stijgende prijs van de aardolie had hen ook uit hun gewone doen gébracht en hun zorgen vermeerderd. Elke avond kwamen zij voor het restaurant bijeen om te vernemen hoeveel de prijs gestegen was. „Goede avond, meneer Lipanescu", zeiden sommigen, terwijl zij beleefd een stap opzij gingen. „Hebt u nog iets gehoord?" Zonder te antwoorden ging Lipanescu de salon binnen, waar de andere petroleumhandelaars al bijeen waren. De ondernemers bemoeiden zich liever niet met de ge wone profiteurs, die zij als parasieten beschouwden, omdat de coupons hun toestroomden zonder dat zij van het bedrijf enig besef hadden. In het restaurant zaten of stonden in dichte rookwol ken gehuld de mannen in groepjes bijeen te praten. Hier en daar knalde een kurk van een champagnefles. Sé- dert enige tijd werd er bij Dumitricia geen wijn meer gedronken. Zelfs in de arbeiderskroegen was champag ne de gebruikelijke drank geworden. „Hoe staat het, meneer Lipanescu", vroeg er iemand „Verkopen we of wachten we nog af?" Alle hoofden keerden zich in zijn richting, want inmid dels twijfelde niemand meer aan zijn inzicht. Wie hem een boorput had verkocht zag nu in, dat Lipanescu meer verstand van zaken gehad dan hijzelf en bènijdde hem. Lipanescu trok zijn wenkbrauwen samen in een raad selachtige driehoek en wilde zijn mond opendoen om antwoord te geven toen er buiten een auto stopte. Zij hoorden Gogoi lachen. De gasten ruimden een plaats voor hem in. „Heeft iemand u boos gemaakt, meneer Gogoi?" „Mij kan niemand boos maken. De dood is mijn enige vijand. Laat hem maar komen. Ik wacht erop. Hé Du- mitrica, brengt u mij iets te drinken". Hij was gewend nog altijd om Dumitrica te roepen, ook al liet de caféhouder zich zelden meer in het restau rant zien; doordat hij in zijn woning altijd over zijn be rekeningen zat gebogen. Gogoi zag door het raam de schimachtige gestalte van baba Neaga voorbijsluipen en smeet zijn gleufhoed tegen de ruit. „Kssj, oude kip. Vort jij". De oude vrouw vluchtte met ritselende kleren langs de buitenmuur en zocht haar kamer op. Dumitrica had de stem van Gogoi herkend en kwam binnen om te vra gen, hoeveel hij voor zijn coupons had geRregen. Ook Lipanescu vroeg, „Raad eens" „Vijfennegentig duizend." „Hoeveel honderd, bedoel ik." (Wordt vervolgd) Advertentie Oprechte Donderdagse Haerlemse Courant den 5 Maart 1761 Marpurg den 17 February. Gisteren wiêrd het Lyk van zyne Excel lentie, van Breiten- b a c h, gepasseerde Satur- dag in de Attaque op deeze Stad gesneuveld, in de Evangelise Cathedraal- Kerk alhier, volgens des- zelfs Caracter en Stand met Statie begraven. De Tocht begon uyt het Dömbergse Hof en wierd door een Major voorgegaan en opgeleyd: Hierop volgden 7 stukken Canon, yder door 4 Paerden getrokken en door een Commando Artilleristen met brandende Lonten ver gezeld; wyders 4 Detachementen van de Regimenten Bourbonnois, la Mark, Dillon en Ogilvy, wier Officiers Rouwbanden aan hunne Hoeden en Degens droegen; de Trommels waren met zwart Laken overtrokken, en de Hautboisten en Pypers hadden Lanfers aan hunne Instru menten: Het Lyk wierd van 10 Sergeanten, en de 4 Slippen van het Dekkleed door 4 Capiteyns gedragen; Achter hetzelve volgde eene menigte Staf- en Subalterne Officiers met brandende Wasch-Kaarsen. Wanneer het Lyk in de Kerk quam, hield de Heer Superintendent eene welgepaste Lyk-Rede, na dewelke onder de Aflating van hetzelve in het Graf, de gantsche Plechtigheyd door een driemaal herhaald Salvo uyt het kleyn Geweer besloten wierd. <4,

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 9