De haute coiffure
komt naar Moskou
n",ettW \raJ"tn.
- BLIJDORP'S „SCHILLENHIT" n
VehkcJk
KOEK
PANDA EN DE GROTBOKSEB
MUIÜi!taSTA
vloiMü
PULLOVERS
Bibima en de Bosmannetjes
ÏBLif bf bfrlrbfn lijb
Dochter van Spaak
maakt filmdebuut
elke woensdag
jongensmarkt
Bijologie
Artis is de vierde
dierentuin ter wereld
Recordvangst
-'S WERELDS ZELDZAAMSTE ZOOGDIER—'
DINSDAG 7 MAART 1961
Overhemden in de
diplomatieke post
Kennedy gekozen als
de best-geklede-man
door Radu Tudoran
Vertaling Margot Bakker
HO jaai
deleder
I II
55-66
53. „Tja, mijn beste," sprak Joris tot Doctor van
Achterom, „ik zal -als Rijksinspecteur eens terdege met
mijzelf te rade gaan om uit te maken, welke gevolgen
we dit voorval zullen geven. Het ranselen van school
gaande jongeren ivordt dezerzijds ernstig afgekeurd; ze
zijn nog zo gevoelig, nietwaar?" „Ach, meneer de in
specteur," wierp het Hoofd met een moeilijke glimlach
tegen, „wij van het onderwijs weten toch hoe dat gaat
een stoeierig grapje, een aardigheidje op zijn tijd
„Juist," knikte Joris ernstig. „Daar zal dan rekening
mee gehouden worden. Ik zal u wel een mijner onder
geschikten zenden om een nader onderzoek in te stel
len. f." En zo wandelde hij waardig weg, met Panda
en de holbewoner achter zich aan. „Zeg Joris meen
je dat nu, van dat onderzoek?" vroeg Panda bezorgd.
„We zullen zien, vrind. Misschien kunnen we het bij
deze scherpe waarschuwing laten. Doch laat ons niet
verzuimen, zelf een les uit het gebeurde te trekken!
Gewone scholen blijken voor onze beschermeling min
der geschikt, dus we moeten een ander onderwijs-insti-
tuut voor hem vinden. Persoonlijk hel ik er toe over,
hem een Paleis der Sporten aan te raden..." Intussen
was Doctor van Achterom verontrust achter geblepen
en zijn bange vermoedens werden er niet beter op,
toen hij plotseling door een vreemdeling werd aange
sproken met de woorden: „Ik wil u even spreken! Ik
ben bezig aan een onderzoek.„Nu al?" kreet het
verbijsterde schoolhoofd.
In Moskou is nog niet lang geleden
in 1959 een moderne kap- en
schoonheidssalon geopend die spoedig
de reputatie kreeg, met de westerse
mode mee te gaan. Jonge Russische
meisjes zitten uren in de wachtkamer
- het systeem van afspraken maken is
(nog) niet tot de Sovjetrussische hoofd
stad doorgedrongen om hun haar te
laten opmaken in de „bouffante-stijl"
die in West-Europa zo grote opgang ge
maakt heeft.
Deze „salon de coiffure" staat in de
Koeznetskistraat waar in de dagen van
de tsaar vele chique kapsalons stonden
die gefrequenteerd werden door de
Russische adel.
In deze drukke, volle winkel proberen
Russische meisjes met opgetogen gezich
ten de eerste stroomloze permanent, ooit
in de Sovjet-Unie gezien en geïmporteerd
uit Oost-Duitsland, op hun gretige klanten
uit. Deze kapsters zijn ook de enigen in
Moskou die haarlak uit bussen, eveneens
Duitse import, gebruiken; het enige bruik
bare hulpmiddel om de „bijenkorf-coif
fures in haar fatsoen te houden.
De kapsters hebben de moderne Italiaan
se en andere westerse kapsels leren op
maken, afgekeken van buitenlandse mode
bladen. Zij hebben ook veel tips gekregen
van een „haarstylist" uit Amerika die de
kapsalon bezocht kort nadat deze werd
.opgericht.
De echte Moskouse kapper gebruikt ech
ter nog kleverige zeep en ouderwetse ap
paraten voor permanente krullen, zware
lotions en metalen krulknijpers en zijn
coiffures zijn stijl 1930. De nieuwe salon
beschikt over nylon haarnetjes en over
minstens cfrie kapsters die in het westen
geen slecht figuur zouden slaan.
De directrice van het instituut, de blon
de Maria Voden, zegt echter zeer beslist,
zoals het een goede Russische patriotte
betaamt: ,.A1 onzecoiffures zijn Sovjet
stijl, geen buitenlandse".
Advertentie
ROEIT ZE GENADELOOS UIT
Dè dochter van Paül-Henri Spaak, de
voormalige secretaris-géneraal van de
NAVO maakt op het ogenblik haar debuut
in de Franse film „Le puit aux trois Véri-
tés" (de bron dér drie waarheden).
De 16-jarige Catherine Spaak, een wel
gevormd meiske, speelt er de rol in van
een schildersmodel. Zij vertelde aan UPI
dat haar vader toestemming had gegeven
voor haar filmloopbaan. „Hij vindt het
wel leuk," zei ze lachend, „ofschoon hij
weet, dat ik vrijwel naakt optreed."
De film wordt gemaakt door de jonge
Fransman Francois Villiers. Het is het
verhaal van een driehoeksverhouding.
De eigenares van een handel in antiek,
eèn rijke, goed uitziende vrouw, gespeeld
door Michèle Morgan, wordt verliefd op
een jonge kunstschilder, Jean-Claude
Brialy.
Wanneer de dochter van de vrouw, Ca-
therina Spaak, de schilder ontmoet, wordt
deze op haar verliefd en zij trouwen. De
dochter sterft na enige tijd en ieder van
de bij het drama betrokkenen heeft een
andere verklaring voor haar dood.
De film is een zware proef voor een jong
meisje als Catherine is, maar de zwaar
ste proef is wel de scène waarin zij mo
del staat vöor haar echtvriend-schilder.
Ondanks de enorme vorderingen van de
Sovjetrussische techniek schijnt het onmo
gelijk om in Moskou boorden gesteven te
krijgen, zo heeft de Britse onderminister
van Buitenlandse Zaken; Heath, in ant
woord op een vraag van een conservatief
Lagerhuislid verklaard. Hij gaf toe dat in
de afgelopen maanden zeven maal éen zen
ding overhemden, zoals die worden ge
dragen door officieren van de Britse ma
rine, met de diplomatieke post uit Mos
kou naar Londen en terug was gegaan
Dit was volgens Heath overeenkomstig de
reglementen, die het gebruikmaken van
de diplomatieke post voor uitzonderlijke
gevallen toestaat. Hij was dan ook niet
genegen aan dit „vuile-was-transport" een
èindé te maken.
De kwestie van de boorden kwam enige
wéken geleden aan de orde door „onthul
lingen" van een wasserij in Bournemouth
die de overhemden uit Moskou wast en
strijkt.
Toen ik me daar eens liet kappen, zo
vertelt UPI-verslaggeefster Aline Mosby,
zat de grote wachtkamer vol klanten, voor
negentig percent „tieners", die gelaten op
hun beurt wachtten. In de kamer ernaast
werkten negen kapsters voor marmeren
wastafels en grote spiegels.
Een knap meisje, Tanya Konstantina,
een van de beste kapsters, gaf mij een
stroomloze permanent en een luchtige Ita
liaanse coiffure. De permanent was een
beetje droog, maar het kapsel zou er ook
in het westen mee doorgekund hebben.
Tanya gebruikte plastic-krulknijpers die
zij in Boedapest had gekocht. Zij had daar
de tweede plaats veroverd op een concours
van Oosteuropese kappers. De andere kap
sters in de salon houden het bij Russische
knijpers van metaal.
De salon heeft ook een droogkamer met
droogkappen, iets wat de andere dames
kappers in Moskou nog niet hebben. Maar
de warme lucht komt alleen van achter
zodat de klant haar hoofd moet bewegen
om het haar geheel te drogen.
Op de eerste etage is een pedicure-salon.
Verder beschikt men nog over een „cos
metische kamer", waar een vrouw met
haar gezicht in een stomer zat „om de
poriën te openen", zo legde de directrice
uit. Je kunt er ook een „radioactief mas
ker" kopen voor een bedrag dat gelijk is
aan ongeveer drie gulden, gezichtsmassage
komst- drie gulden vijftig, gelaatsopmaak
met mascara eveneens 3,50, zonder mas
cara een rijksdaalder.
De directrice is erg trots op haar insti
tuut. Zij zegt dat zij onder haar clientèle
de vrouwen van vele buitenlandse diplo
maten, toeristen en andere vreemdelingen
telt. Omdat er zoveel buitenlandse klanten
zijn hebben 26 van de 55 employées zich
geworpen op de studie van de Engelse
taal.
De prijzen zijn nog altijd Moskovitisch:
voor wassen en opmaken van het haar de
tegenwaarde van drie gulden, voor knip
pen en permanent 25. De meeste buiten
landse klanten geven een fooi die het
dubbele is van de prijs.
Om deze „bourgeois-gewoonte" te be
strijden zijn communistische „brigades"
gevormd onder de employées van sommige
salons in Moskou. Op hun spiegels staat
met zeep geschreven: „Wij willen geen
fooien, het is onwaardig!".
Sinds maandag staat president John F.
Kennedy van de Verenigde Staten als eer
ste op de lijst van de „tien best-geklede-
mannen" van het land.
Deze ranglijst wordt samengesteld door
de „modestichting van Amerika".
Ook Henry Cabot Lodge, de verslagen
kandidaat van de Republikeinen voor het
vici-presidentschap, de baseballer Leo Du
rocher en de zanger-filmspeler Pat Boone
veroverden zich een plaatsje bij de uitver
korenen.
Advertentie
zuiver wollen
zomerkwaliteit,
ruim model in alle
moderne kleuren
speciaal verlaagde
J.M. prijs 4 jaar
kleine stijging per maat.
o.a. 9 jaar 11
14 jaar 15.7S
Een Oostenrijkse bioloog heeft ontdekt
dat Italiaanse bijen een andere „taal
spreken dan Oostenrijkse. Een Oostenrijkse
bij (bijvoorbeeld) „danst" betrekkelijk
levendig in vergelijking met een Ita
liaanse. In tegenstelling tot bijvoorbeeld
de Indiase bij kunnen Oostenrijkse en
Italiaanse bijen wel aan hun soortgenoten
vertellen waar zij voedsel hebben gevon
den. De Indiase bij kan alleen maar door
opgewonden dansen aangeven dat hij
voedsel heeft gevonden.
(Van onze Amsterdamse redacteur)
In de rij van de 310 belangrijkste dieren
tuinen die de wereld telt, neemt die van
Amsterdam, de Artis, de vierde plaats in.
De directie van de Amsterdamse dierentuin
heeft dit met vreugde geconstateerd uit de
cijfers die de Zoological Society of London
heeft gepubliceerd. De meeste diersoorten
zijn te vinden in de dierentuin van West-
Berlijn (1534), de Londense „Zoo" telt 1411
soorten, New York komt tot 1235 en daarop
volgt Artis met 1115 soorten. Deze cijfers
zijn evenwel van 1959. Sindsdien heeft
Artis zijn „assortiment" met de opening
van een nieuw vogelhuis nog belangrijk
uitgebreid. Het aquarium van Artis heeft
de op een na grootste viscollectie ter we
reld. Het aantal van 336 soorten wordt
slechts door het aquarium van West-Ber-
lijn overtroffen.
Met de bezoekcijfers komt Artis niet zo
goed uit de bus. Terwijl West-Berlijn.
Londen en New York ieder jaar op 2 mil
joen bezoekers kunnen rekenen, haalt Artis
met moeite de 800.000.
Niet minder dan 600 vissen, meest
vorens en alvers (een soort roofkarper)
heeft de 51-jarige heer P. Reijnders uit
Ooi bij Roermond zondag met zijn
hengel uit de Maas gehaald. De zondag
ervoor had hij het al tot ruim 500 ge
bracht. Deze man, magazijnbediende
van beroep, is dan ook wel een van de
succesvolste sportvissers van Limburg.
Hij heeft bij vier wedstrijden al vier
fietsen in de wacht weten te slepen,
's Zondags zit hij trouw aan de Maas
van 's morgens zes tot 's middags vier
uur. Een vangst als die van afgelopen
zondag noemde hij zelf een uitzonde
ring. Van werphengel en ander modern
vistuig wil hij niet horen. Het beste
resultaat verkrijg ik met een gewoon
lapannertje (vaste bamboehengel),
32-33. En Gromgram? Die was nog
kwaad, omdat hij Bibina niet had kunnen
pakken. Hij was alleen tevreden, dat hij
z'n woede had kunnen koelen op de bloe
men en het slakje. Ja, zo'n lelijkerd was
hij!
Nu liep hij langzaam naar z'n sombere,
vervallen huisje terug. Hij keek nog eens
dreigend om, voordat hij de deur binnei1
ging.
Toen ging hij voor het raam met de ge
barsten, smerige ruiten staan en keek naar
buiten.
Wacht maarzodra er weer iemand
in de buurt komt, zal ik tonen, dat ik
niet op bezoek gesteld ben gromde hij.
Diergaarde Blijdorp in
Rotterdam heeft haar Prze-
walski-hengst „Asanow",
die deze week een jaar oud
is geworden, met de dier
gaarde in Kopenhagen ge
ruild voor de ongeveer een
half jaar oude Przewalski-
hengst „Kobenhavn". Dit is
gebeurd om niet te veel in
teelt te krijgen in de fok-
groep van deze zeldzame
diersoort, die met uitster
ven wordt bedreigd.
Het wordt niet uitge
sloten geacht, dat er nog
enkele zuivere exemplaren
van deze paardensoort in
de steppen van Binnen-
Mongolië leven. De even
eens enkelingen in ge
vangenschap kunnen nog
niet eens alle op die zui
verheid bogen. Diergaarde
Blijdorp kan dat wel, want
toen in 1954 het eersté
Przewalski-paar „Ivan" en
„Ama" in Praag gekocht
werd, is een deskundige
van de Diergaarde naar de
Tsjechische grens gereisd,
om er op toe te zien, dat ze
niet verwisseld werden
Behalve door Praag, dat
de fraaiste voorraad van
deze dieren heeft, is door
Rotterdam een bijdrage
aan het behoud van dit
paardenras geleverd. Er
zijn daar in Blijdorp al
twee merries en drie
hengsten geboren. In 1956
„Walski" die met vader
Ivan in 1960 zelf de merrie
„Taki" voortbracht), in 1958
de hengst „Kertach" (die
dat zelfde jaar al naar
Artis in Amsterdam ver
kocht werd), in 1959
„Tichonow" (die een jaar
later naar Karsruhe ging),
en tenslotte in 1960 „Asa
now" (die nu dus geruild is
met „Kobenhavn"). Moeder
„Arna" is na al deze ver
richtingen vorig jaar ver
kocht naar Artis en vormt
daar met zoon „Kertach"
nu weer een paar. Om de
Nederlandse familiever
houdingen niet al te ge
compliceerd te maken, is
nu „Kobenhavn" aange
trokken.
Er is eigenlijk nog maar
weinig bekend over de
Przewalski-paarden. Ze
worden tot de allerzeld
zaamste verschijningen ge
rekend, en zijn in elk geval
de zeldzaamste zoogdieren
ter wereld. Ze zijn ge
noemd naar de Rus die hen
omstreeks 1870 in de step
pen van Binnen-Mongolië
ontdekte. Men kende toen
behalve het „Isabella- of
geelkleurige Przewalski-
paard", ook de andere
echte wilde paardensoort
„Tarpan", die echter tussen
1870 en 1880 volledig uitge
roeid is. No die tijd is er
althans nooit meer een ge
zien. Wel is men er in ge
slaagd, een paard „terug"
te fokken waarvan gezegd
kan worden: zo zag de
Tarpan er ongeveer uit.
Zo er nog Przewalski-
paarden in het wild voor
mogen komen, ze zijn heel
moeilijk te vangen. Ze zijn
temperamentvol, zo niet
onhandelbaar en in elk ge
val niet geschikt om voor
een wagen te spannen
De paardjes zijn niet be
paald „mooi". Bezoekers
van diergaarde Blijdorp,
die niet weten hoe zeld
zaam ze zijn, zeggen soms:
„Wat zijn dat voor schillen-
hitten De dieren zijn
gedrongen en wat grof ge
bouwd; ze zijn zandkleurig,
hebben een bruine streep
over de rug, een witte neus,
en korte, staande manen.
De paardjes leefden vroe
ger in kleine kudden van
vijf tot vijftien merries
onder aanvoering van een
hengst, in Midden-Azië, op
de grens van Siberië en het.
Chinese keizerrijk. Karl
Hagenbeek uit Hamburg
heeft hen indertijd naar
Europa gebracht en voor
totale uitroeiing behoed.
Er is een internationaal
stamboek opgericht voor
deze paarden, dat twee on
verwante lijnen omvat. Een
groep paarden uit Praag
waar de Rotterdamse
dieren dus uit voortgeko
men zijn en een uit de
dierentuin in München. Uit
deze laatste stammen die
uit Kopenhagen.
Het brandende dal
60)
„Even afwachten," zei Lipanescu. „Die gaan wel
weer weg, maar ik blijf".
61)
De aanmaningen van de banken maakten hem niet
zenuwachtig. In een klap zou hij iedereen de mond
snoeren. Het enige dat hem dwarszat was, dat hij de
bouw van zijn kasteel nog niet had kunnen voltooien.
Wel had hij kans gezien een voorlopig dak te laten
aanbrengen, zodat de regen binnenshuis geen schade
kon aanrichten. Ook op het huis had hij een hypotheek
willen nemen, maar de banken te Campina weigerden
hem een cent te geven en de banken te Ploesjti hielden
hem aan het lijntje. Zij beloofden iets en gaven tenslotte
ook niets. Pas in het voorjaar was het hem gelukt
een half miljoen van Dimopol los te krijgen. De bankier
had met bezwaard gemoed afstand van zijn geld gedaan,
nadat hij tevoren het huis herhaaldelijk grondig had
bekeken. Nu werd er dus weer aan gewerkt en Lipa
nescu hoopte het in augustus te kunnen betrekken. Tegen
die tijd zou hij ook de verlangde duizend wagons hebben
afgeleverd. Voor die grote dag had hij niet minder grote
plannen. Hij zou, met het ene been over het andere ge
slagen, naar Ploesjti rijden. Een half uur rekende hij
voor het inwisselen van de coupons, tien minuten voor
het oponthoud in de kredietbank, eveneens tien minuten
voor de Petroleumbank en tien minuten voor Dimopol,
of nee, daarvoor was vijf minuten voldoende. Hij zou
hem zijn armzalig half miljoen als afval op het bureau
gooien, zodat de bankier daarna geen aanleiding meer
zou hebben eens per week naar Campina te komen om
het kasteel te bekijken.
Van Dimopol zou hij zich met de auto vliegensvlug
naar huis laten rijden: „Al die armoedzaaiers de winkel
uit! Vooruit! En weg met die firmanaam! Lipanescu
verkoopt geen lijm en spijkers meer". En dan zou er
marsmuziek komen, en honderd flessen champagne.
Wat? Vijfhonderd..duizend!
Met verhit hoofd onderbrak hij zijn gedachten. Hij
voelde de bloedvaten aan zijn slapen zo heftig kloppen,
dat hij een ogenblik vreesde onwel te zullen worden.
Zodra hij tot, zichzelf kwam spon hij zijn gedachten
verder uit: „Ja, duizend flessen champagne, een grote
vlag in de nationale kleuren op het kasteel, aoslof
er een landelijke feestdag werd gevierd een japon
van onschatbare waarde voor Anghelina, met diaman
ten
„Toch zou het misschien beter zijn als u nu verkocht,
meneer Lipanescu".
„Waarom zou ik nu voor achtendertigduizend verko
pen als ik morgen veertigduizend kan krijgen?"
„En als de prijs zakt?"
„Waarom zou de prijs zakken? Wat stijgt daalt niet".
Pascu keek hem onthutst aan, deze logica kon hij niét
geheel volgen. Met tegenzin verzette hij zich nog. „En de
dumping?"
Lipanescu werd kwaad. Hij wist niet wie dit woord in
omloop had gebracht, anders zou hij de man vermoede
lijk aangevlogen zijn. Als een spookbeeld waarde het
woord onder de mensen rond. Zij vertelden elkaar be
klemd, dat men in overzeese gebieden in de petroleum
zwom en dat er binnenkort geen afnemers meer zouden
zijn aan wie de exporteurs de inheemse olie konden ver
kopen. „Laat die dumping naar de hel lopen!" vloekte
hij, rood van woede en sloeg met de vuist op zijn
bureau. „Dat is toch maar een term, Pascu, een domme
term. Die hebben de bankiers bedacht, om ons de cou
pons vlugger te laten verkopen".
Hij wijdde zijn aandacht weer aan zijn coupons, maak
te er een keurige stapel van en stak die voorzichtig in
zijn binnenzak. Buiten werd het donker. De sirenes van
de werkplaatsen gaven aan dat het zeven uur was ge
worden.
„Luister eens", zei Lipanescu. „Onze sirene is krach
tiger dan alle andere".
Hij bleef luisteren tot de sirene zweeg en nam toen
zijn pet en stok. „Ik ga naar de salon. Eens kijken hoe
de zaken staan". Van de hellingen stroomden de arbei
ders in lange rijen dalwaarts. De weg naar het grote
plein was overvol met mensen die boodschappen gin
gen doen. Tussen de boorputten en de inderhaast opge
trokken woonbarakken hadden zich enkele nieuwe zaken
gevestigd. De kooplui boden aan de kant van de weg
hun waren op eenvoudig houten stellages aan. Het lijkt
wel een kermis, dacht Lipanescu. En hoeveel kooplui
er ook naar het boorterrein waren gekomen, het waren
er altijd nog te weinig voor de talrijke kopers.
Iedereen beschikte nu over geld. De daken van de
huizen werden vernieuwd, er werden nieuwe stallen ge
bouwd: de olie stroomde onophoudelijk door alle leidin
gen. Zelfs de opgegeven boorputten werden weer in het
bedrijf genomen. Kleine ondernemers, die jaren tevoren
al waren weggetrokken, kwamen terug om hun aandeel
in de buit op te eisen. Met alle middelen zogen de men
sen zelfs de laatste druppels olie uit de grond. Uit de
stad werden nieuwe uitrustingen en nieuwe meubels aan
gevoerd, want ook de eisen werden hoger: klerenkasten
met spiegels, eetkamerameublementen, woonkamerin
richtingen, sofa's, elektrische kooktoestellen.
Voor de kapperszaak zag Lipanescu een lange rij
wachtende klanten staan. De kapper had nieuwe spie
gels, stoelen en apparaten uit de stad laten komen, hij
had nieuwe bedienden aangenomen en zijn eigen slaap
kamer bij de zaak getrokken, maar ook nu kon hij de
stroom klanten niet verwerken. Voor de feestdagen
moesten de meesten de tocht van twaalf kilometer naar
Campina ondernemen, wilden zij het haar geknipt krij-
£en-
Lipanescu baande zich met enige moeite een weg door
het publiek, dat zich op het grote plein verdrong. De kel
ners draafden van de een naar de ander met tzuika en
andere dranken, want in het restaurant zelf was allang
geen plaats meer. Buiten het salon-rest.aurant stonden
een twintigtal boeren in goede pakken en hagelwitte
overhemden. Ieder had zijn coupon in de zak. Vroeger
hadden zij zich hier zelden vertoond. Zij waren naar de
stad gereden, hadden hun geld geïnd en hadden het
rechtstreeks veilig naar huis gebracht, hoogstend één
glas tzuika gedronken. De nog altijd stijgende prijs van
de aardolie had hen ook uit hun gewone doen gébracht
en hun zorgen vermeerderd. Elke avond kwamen zij
voor het restaurant bijeen om te vernemen hoeveel de
prijs gestegen was.
„Goede avond, meneer Lipanescu", zeiden sommigen,
terwijl zij beleefd een stap opzij gingen. „Hebt u nog
iets gehoord?"
Zonder te antwoorden ging Lipanescu de salon binnen,
waar de andere petroleumhandelaars al bijeen waren.
De ondernemers bemoeiden zich liever niet met de ge
wone profiteurs, die zij als parasieten beschouwden,
omdat de coupons hun toestroomden zonder dat zij van
het bedrijf enig besef hadden.
In het restaurant zaten of stonden in dichte rookwol
ken gehuld de mannen in groepjes bijeen te praten. Hier
en daar knalde een kurk van een champagnefles. Sé-
dert enige tijd werd er bij Dumitricia geen wijn meer
gedronken. Zelfs in de arbeiderskroegen was champag
ne de gebruikelijke drank geworden.
„Hoe staat het, meneer Lipanescu", vroeg er iemand
„Verkopen we of wachten we nog af?"
Alle hoofden keerden zich in zijn richting, want inmid
dels twijfelde niemand meer aan zijn inzicht. Wie hem
een boorput had verkocht zag nu in, dat Lipanescu meer
verstand van zaken gehad dan hijzelf en bènijdde
hem.
Lipanescu trok zijn wenkbrauwen samen in een raad
selachtige driehoek en wilde zijn mond opendoen om
antwoord te geven toen er buiten een auto stopte. Zij
hoorden Gogoi lachen. De gasten ruimden een plaats
voor hem in.
„Heeft iemand u boos gemaakt, meneer Gogoi?"
„Mij kan niemand boos maken. De dood is mijn enige
vijand. Laat hem maar komen. Ik wacht erop. Hé Du-
mitrica, brengt u mij iets te drinken".
Hij was gewend nog altijd om Dumitrica te roepen,
ook al liet de caféhouder zich zelden meer in het restau
rant zien; doordat hij in zijn woning altijd over zijn be
rekeningen zat gebogen. Gogoi zag door het raam de
schimachtige gestalte van baba Neaga voorbijsluipen
en smeet zijn gleufhoed tegen de ruit.
„Kssj, oude kip. Vort jij".
De oude vrouw vluchtte met ritselende kleren langs
de buitenmuur en zocht haar kamer op. Dumitrica had
de stem van Gogoi herkend en kwam binnen om te vra
gen, hoeveel hij voor zijn coupons had geRregen. Ook
Lipanescu vroeg,
„Raad eens"
„Vijfennegentig duizend."
„Hoeveel honderd, bedoel ik."
(Wordt vervolgd)
Advertentie
Oprechte Donderdagse Haerlemse Courant
den 5 Maart 1761
Marpurg den 17 February. Gisteren wiêrd
het Lyk van zyne Excel
lentie, van Breiten-
b a c h, gepasseerde Satur-
dag in de Attaque op deeze
Stad gesneuveld, in de
Evangelise Cathedraal-
Kerk alhier, volgens des-
zelfs Caracter en Stand
met Statie begraven. De Tocht begon uyt
het Dömbergse Hof en wierd door een
Major voorgegaan en opgeleyd: Hierop
volgden 7 stukken Canon, yder door 4
Paerden getrokken en door een Commando
Artilleristen met brandende Lonten ver
gezeld; wyders 4 Detachementen van de
Regimenten Bourbonnois, la Mark,
Dillon en Ogilvy, wier Officiers
Rouwbanden aan hunne Hoeden en Degens
droegen; de Trommels waren met zwart
Laken overtrokken, en de Hautboisten en
Pypers hadden Lanfers aan hunne Instru
menten: Het Lyk wierd van 10 Sergeanten,
en de 4 Slippen van het Dekkleed door
4 Capiteyns gedragen; Achter hetzelve
volgde eene menigte Staf- en Subalterne
Officiers met brandende Wasch-Kaarsen.
Wanneer het Lyk in de Kerk quam, hield
de Heer Superintendent eene welgepaste
Lyk-Rede, na dewelke onder de Aflating
van hetzelve in het Graf, de gantsche
Plechtigheyd door een driemaal herhaald
Salvo uyt het kleyn Geweer besloten wierd.
<4,