Peter Oosthoek debuteert met „Intermezzo"
als regisseur bij de Nederlandse Comedie
Haags gemeentemuseum
wordt uitgebreid
De getatoueerde roos
I
1
August Defresne overleden
L
DE ONTVOERING VAN
DE KLEINE ERIC PEUGEOT
Het
stond
in
m -■
4
Abraham van der Vies
overleden
FILMWERELD
VAN TENNESSEE WILLIAMS
Kostbaarste Rubens aan
Cambridge geschonken
Hebt u het authentieke relaas van de
kidnapper Pierre Larcher zelf, met alle
bijzonderheden over zijn laffe misdaad,
gemist? Jammerl
EXCLUSIEF
1
DE DIRECTIE VAN DE Nederlandse Comedie huldigt de vreemde ge
woonte om slechts de helft van de uitnodigingskaarten tot bijwoning van een
Eremière met de toevoeging „klein avondtoilet wordt op prijs gestelcl' te laten
estempelen. Het gevolg is, dat de bezoekers elkaar met wederzijdse verwon
dering in de wandelgangen van de Amsterdamse Stadsschouwburg lopen te
bekijken, stilzwijgend beschuldigend van snobisme of nonchalance, van uitsloverij
of onbeleefdheid. Die „practical joke" was ook bij de invitaties voor de eerste
voorstelling van „Intermezzo" van Jean Giraudoux toegepast, zodat sommigen
op hun paasbest verschenen en evenzovele anderen in hun zaterdagse plunje. Er
bestond ditkeer echter een dubbele aanleiding tot feestelijke gelegenheids
kleding. Om te beginnen betrof het hier het officiële debuut (na enige proef
nemingen bij „Arena" en „Studio") van de speciaal daartoe gediplomeerde Peter
Oosthoek als regisseur. En in de tweede maar zeker niet in de laatste plaats zou
men worden geconfronteerd met het werk van een schrijver, die in zijn in
leiding tot een biografie van zijn vriend Louis Jouvet uitdrukkelijk verlangde,
dat „niet*fle tekst maar de toeschouwer wordt opgesmukt".
De Nederlandse Comedie heeft zater
dag de première van „Intermezzo" van
Jean Giroudoux voor het voetlicht ge
bracht. De foto toont van links naar
rechts Joan Remmelts, Allard van der
Scheer, Mien Duymaer van Twist,
Jacqueline Royaards-Sandberg, Ko
van Dijk en Paul Meyer.
HET BOVENSTAANDE DIENT niet en
kel voor de aardigheid. De criticus, die
van het noodzakelijk geachte kwaad zij
ner aanwezigheid in de zaal een kunstzin
nige deugd probeert te maken, is gedwon
gen zich te bezinnen op de tweeledige
vraag: waarom heeft een regisseur het
vertoonde stuk gekozen en hoe heeft hij
zich van zijn taak als ordende bemidde
laar gekweten? Wij hebben hier te doen
met een buitengewoon gecompliceerde
zaak. Aan de ene kant is er de positie van
het Nederlandse toneelleven met zijn op
merkelijk tekort aan artistiek leidingge
vende persoonlijkheden. Daartegenover zit
het publiek met zijn buitensporig onrede
lijke verlangen van de recensent te wil
len vernemen of het zich al dan niet bij
een opvoering amuseren kan. Dat is alle
maal goed en wel maar wat moet on
dergetekende zijn lezers wijsmaken, als hij
het zelf niet weet? Hij kan slechts hopen,
dat zij hem volgen willen in zijn poging
tot benadering.
MEN KAN, DUNKT MIJ na rijp beraad,
de keuze van „Intermezzo" van Girau
doux, merkbaar daterend uit de dertiger
jaren, het best verklaren als een daad van
gedurfde onderneming: een nieuwe regis
seur heeft zich voorgesteld door zich te
verbergen. Peter Oosthoek heeft zijn per
soonlijke voorkeur voor het poëtische
sfeerstuk laten verdedigen door een aan
tal prominenten van het gezelschap, zelfs
met een autoritair talent als Ko van Dijk
in wat men een ondergeschikte hoofdrol
zou moeten noemen. Er schuilt in die
eigenaardige houding van gecamoufleer
de zelfverzekerdheid, geboren en getogen
uit verlegenheid met een innerlijke be
geerde situatie, een meeslepend inspire
rende kwaliteit. Zijn stelling in de strijd
lijkt op die van Churchill: men gaf hem
de gevraagde materialen en liet hem het
werk doen.
Dat werk was in dit geval de verdedi
ging van een bijzonder hachelijke zaak.
„Intermezzo" van de in 1944 gestorven di
plomaat en toneelschrijver Girandoux is
een precieus blijspel vol verfijnde ironie
over de strijd tussen geest en materie in
een Franse provincieplaats. Het is een
zeldzaam, verbazingwekkend nauwkeurige
vermenging' van Molière, MariVauX en De
Musset ontleende spelingen van de mense
lijke natuur. Maar het verrukkelijke par
fum, waardoor wij ons voor de oorlog zo
gewillig lieten bekoren, is goeddeels ver
vlogen. Iets substantieels is er niet geble
ven, want dat was er nooit. Het is onzin
te vermoeden, dat Giraudoux met deze
fantasierijke plaisanterie diepere bedoe
lingen zou hebben gehad. Het is een amu
sante idylle, vooral dichterlijk als subtiele
demonstratie van het verlangen van klei
ne zielen naar het grote mysterie.
In zijn woning te Rotterdam is maan
dagavond omstreeks half zeven op 61-ja
rige leeftijd overleden de heer Abraham
van der Vies, een der directeuren van het
Rotterdams Toneel. Hij was bij dit ge
zelschap in hoofdzaak belast met de zake
lijke leiding. Hij was reeds enige tijd ziek.
Abraham van der Vies werd 23 decem
ber 1899 in Haarlem geboren. Hij volgde
de' h.b.s. in Den Haag en kreeg bij Lili
Green een balletopleiding. Van 1916-1919
studeerde hij bij Bernhard van den Sig-
tenhorst Meijer piano. Van 1921-1924 maak
te hij enkele kunstreizen. Voorts studeer
de hij psychologie in Wenen. Van 1924-1930
was hij choreograaf en danser in Praag
en Wenen. In 1926 vestigde hij zich in Am
sterdam. Van 1926-1940 regisseerde hij stu
dentenlustrumspelen, lekenspelen en open
luchtspelen.
Van 1940-1941 was hij directeur van De
Sprookjesspelers, van 1945-1950 artistiek
leider van Scapino en regisseur aan de
Nederlandse Opera. Van 1951 tot 1955 was
hij directeur van de Opera. Vorig jaar
september werd hij zakelijk leider van het
Rotterdams Toneel, na enige jaren secre
taris-generaal van de Association Euro-
péenne des Festivals de Musique te Ge-
nève te zijn geweest.
De begrafenis van de heer Van der Vies
is vastgesteld op vrijdag aanstaande. In
verband met dit overlijden is de première
van Irma-la-Douce, die op vrijdag 7 april
zou plaats vinden in de Rotterdamse
schouwburg, uitgesteld tot zaterdag 15
april a.s.
DE DRIE BEDRIJVEN zijn romantische
tableaus, grappig en charmant, met ver
makelijk gestandaardiseerde figuren: de
burgemeester, de controleur van maten en
gewichten, de inspecteur, de gefortuneer
de middenstander en een paar koddige oude
vrijsters. De onderwijzeres Isabelle (het
is merkwaardig dat alleen de vrouwen voor
namen dragen) heeft door haar actieve
gevoelsleven omgang met een man uit het
schimmenrijk, die zich in haar verbeel
ding als minnaar manifesteert maar door
de anderen als een spook wordt uitgeban
nen. Gelukkig heeft Peter Oosthoek geen
zichbare poging gedaan om achter het
weefsel der dagdroom naar filosofie te zoe
ken. Hij heeft het stuk gepresenteerd zoals
het is: een delicate verrassing voor men
sen, die in een vercommercialiseerde we
reld hun zintuigen met goede smaak willen
bevredigen.
Het blijft niettemin merkwaardig dat
een jonge regisseur zich laat voorstellen
met een stuk, dat tot een volledig voor
bije periode behoort. Men zou toch veel
eer een nieuw geluid hebben verwacht.
Wie uitgaat van Giraudoux kan evenmin
de pretentie koesteren een nieuwe stijl te
willen aandragen. Nu mag men wel zeg
gen dat het misschien verstandiger als
uitdaging aan het vakmanschap ware ge
weest om Peter Oosthoek met een „moei
lijkere" opgave te belasten, maar er is
toch een uiterst belangrijke winst geboekt.
Peter Oosthoek heeft het toneel willen ge
bruiken om anderen te laten meedelen
in wat hem als iets heel moois getroffen
heeft, om van gevonden schoonheid te ge
tuigen. Dusdoende geeft hij blijk van een
welkome opvatting van de tegenwoordig zo
vaak overschatte functie van de regisseur,
namelijk als regelende bemiddelaar bij de
vertolking, als dirigent bij het weergeven
van wat er voorgeschreven staat.
EN NU HERHAALT ZICH enigszins de
reeds geschetste paradox. De regisseur
van de stukken van Giraudoux is de or
ganisator van de stemverlening aan diens
tekst. In Louis Jouvet heeft hij destijds
een ideale en wederkerig bezielende mede-"
werker gevonden. Jouvet deelde zijn ge
loof, dat het theater bestaat bij de alles
beheersende kracht en gratie van het
woord. De Fransman aldus Giraudoux
wil in zijn aandacht voor de mondeling
uitgevochten veldslagen van het hart niet
worden gestoord door produktietechnische
bijkomstigheden, voor hem als met rede
gezegend wezen is de dialoog de hoogste
vorm van duel. Bij de Nederlandse voor
stelling echter kregen de decors van Ni-
colaas Wijnberg terecht al direct bij
de onthulling applaus. En zo moest er
meer naar ruimte en tijd dichterbij wor
den gebracht door de onzichtbaar blijven
de man achter de schermen, ook in de
typeringen.
OVER HET ALGEMEEN heeft Peter
Oosthoek met zijn sterke bezetting een
verdienstelijk resultaat bereikt. De keuze
van Petra Laseur voor de rol van Isabella
leek mij niet helemaal gelukkig. Zij was
goed in de dromerige passages, maar de
natuurlijkheid daarachter kwam niet sterk
genoeg door. Will van Seist als de geest
verschijning (in 1933 gespeeld door Pierre
Renoir) was vooral onwezenlijk door saai
heid. Kostelijk daarentegen, vrijmoedig
naar eigen trant met als climax de
lyrische verheerlijking van het ambte
narendom, onderscheidde zich Allard van
der Scheer als de destijds door Jouvet in
eigen persoon belichaamde controleur. De
typeringen door Joan Remmelts en Paul
Meyer zouden met iets meer humor ge
baat zijn geweest, de inspecteur van Ko
van Dijk vooral voor de pauze uit
stekend kon zo uit een Franse film naar
het Leidseplein zijn overgestapt. Hoogte
punten van hilariteit zijn aan de dames
Royaards-Sandberg en Duymaer van Twist
te danken, maar ook de heren Swidde
en Poncia droegen stemmig het hunne tot
de wat schaarse vrolijkheid bij. Voortref
felijk was het optreden van de acht
schoolmeisjes. Welke van hun namen zou
men later in de programma's terugvin
den? In de oorspronkelijke bezetting vond
ik Odette Joyeux vermeld die naderhand
drievoudig bekend is geworden: als dan
seres, toneelspeelster en schrijfster.
DE MUZIEK van Francis Poulenc is
door composities van Cor Lemaire ver
vangen, die door Koen van Slogteren en
Frans Vester werden gespeeld. Remco
Campert zorgde voor een vlotte en frisse
vertaling, waarbij men zich alleen kon af
vragen of men terwille van een onbelang
rijke woordspeling van een „superieure
raad" mag spreken. Vreemd genoeg maar
met leuk resultaat heeft men de teksten
van de liedjes niet door deze dichter maar
door de acteur Tom van Beek laten ver
vaardigen. Er werd na afloop heftig ge
applaudisseerd. maar een langdurig suc
ces zou ik niet durven voorspellen.
David Koning
Als de bouw voorspoedig verloopt, zal
het Haagse Gemeentemuseum schep
ping van architect Berlage er in juni
van het volgend jaar een tentoonstellings
ruimte bij hebben, die een kwart bedraagt
van de nu beschikbare ruimte. Op 1 juni
van dit jaar hoopt men te starten met
de bouw van een paviljoen dat links van
het gebouw zal verrijzen en ontworpen is
door de gemeentearchitecten S. J. Scham-
hart en J. F. Heijligers.
Tien jaar lang heeft men over deze uit
breiding gepraat, maar hoewel men nu
spoedig met de bouw zal beginnen, staan
nog niet alle details op papier. Wel is be
kend, dat het gebouw zal worden bekleed
met een licht soort natuursteen. Bij het
ontwerpen van dit paviljoen moesten de
architecten door de schepping van de gro
te Berlage in de directe nabijheid
de grootst mogelijke voorzichtigheid in
vormgeving in achtnemen. Zij moesten
een hedendaags gebouw ontwerpen dat
een goede relatie heeft met het bestaan
de.
Men heeft in het paviljoen een aantal
expositieruimten ontworpen welke met el
kaar zijn verbonden en waarvan de maten
variëren. Maten, welke weer zijn aange
past aan die welke Berlage gebruikte. Bui
ten de expositieruimten en de werkvertrek
ken is er nog een ruimte, waar kinderen
van bezoekers met verf en klei onder toe
zicht bezig gehouden worden.
De verbinding van het oude met het
nieuwe gebouw bestaat uit een luchtbrug
over geaccidenteerd terrein, omdat men
in de omgeving van het nieuwe paviljoen
een licht-glooiende talud heeft ontworpen.
Een gelukkige omstandigheid bij de plaats-
WIM SONNEVELD
Wim Sonneveld heeft als gevolg van een
korte ziekte tijdens de paasdagen in enige
voorstellingen van „My fair Lady" in Carré
te Amsterdam niet kunnen optreden. Zijn
rol werd gespeeld door zijn plaatsvervan
ger Eduard Palmers. Tijdens de avond
voorstelling op tweede paasdag stond Wim
Sonneveld weer op de planken.
bepaling (overigens door Berlage in een
uitbreidingsschets al gedeeltelijk aangege
ven) was de voorgenomen profielswijzi-
ging van het kruispunt Willem de Zwij
gerlaanStadhouderslaan. Voor dit pro
ject heeft de raad een krediet van 1
miljoen beschikbaar gesteld. Er is bij het
ontwerpen overleg gepleegd met architect
Oud, wiens congresgebouw ook in de on
middellijke omgeving komt te staan. Men
verwacht de rijksgoedkeuring voor de
bouw zeer binnenkort.
De nieuwe studentenbioscoop Kriterion,
die is verrezen op het dak van het groot
handelsgebouw te Rotterdam, zal naar
alle waarschijnlijkheid op donderdag 27
april worden geopend met een speciale
filmvoorstelling. Het ligt in de bedoeling,
dat de burgemeester van Rotterdam, mr.
G. van Walsum, de opening zal verrich
ten.
Het Kriterion theater krijgt een kleine
staf van vast personeel. Voor de rest zul
len de werkzaamheden worden verricht
door tien tot vijftien studenten van de eco
nomische hogeschool, die maximaal twintig
uur per week in het theater zullen wer
ken en aldus een deel van hun studiekos
ten kunnen verdienen.
Er zullen hoofdzakelijk films worden
vertoond, die zich door hun aard niet le
nen voor vertoning in een gewone bios
coop, zo deelt de Nederlandsche Bioscoop-
Bond mede.
LANDOWSKI OVERLEDEN
De bekende Franse beeldhouwer Paul
Maximilien Landowski is vrijdag in zijn
woning te Boulogne-sur-Seine overleden
na een hartaanval. Hij werd 86 jaar. De
uitvaartdienst zal woensdag in de Notre
Dame de Boulogne worden gehouden. Lan
dowski werd in 1875 te Parijs geboren.
99
99
RUIM TIEN JAAR GELEDEN zag ik in het Martin Beck Theatre in New York de
eerste opvoering van „The rose tattoo" door Tennessee Williams. De verwachtingen
omtrent het nieuwe stuk van de schrijver, die met „The glass menagerie" en „A
streetcar named Desire" sensationele successen had behaald, waren hoog gespannen.
De regie was in handen van de kundige, geroutineerde Daniel Mann, maar de hoofdrol
was toevertrouwd aan een jonge actrice die pas in heel enkele stukken was opgetreden
en bij het publiek dus nog zo goed als onbekend was: Maureen Stapleton. De nieuws
gierigheid werd bovendien nog geprikkeld door de woorden die de auteur als „motto"
van zijn stuk in het programma had laten zetten: de stromen zijn in hun bed
dingen als de kreten van vrouwen en deze wereld heeft meer schoonheid dan een
rood-geverfd ramsvel!" (een citaat uit „Aanbase" van St. John Perse).
IK KAN NIET ZEGGEN dat „The rose
tattoo" aan de verwachtingen voldeed; het
bleek een ietwat barbaars maar met sterk
dramatisch instinct toebereid mengelmoes
te zijn van sexuele, sensuele en sentimen
tele motieven, een gevarieerde collectie
van zuidelijke temperamenten geplaatst in
het door Williams zo graag gebruikte
zwoele milieu van de zelfkant van het
Amerikaanse leven aan de Golf van Mexi
co. De regisseur had het werk danook
voornamelijk opgevat als een stuk zeden
schildering en de individuele personages
daaraan ondergeschikt gemaakt. Die op
vatting had ertoe geleid dat hij geen .ster
ren" in de rolbezetting had opgenomen;
door alle nadruk te leggen op het Sici-
liaans-Amerikaanse milieu, op de sfeer,
bijgevolg op het ensemble en dus niet op
de hoofdrollen had hij de sterkste kant
van het stuk naar voren gehaald en de
zwakke plekken verdoezeld.
HET IS ONBEGRIJPELIJK dat Ko van
Dijk, die „The rose tattoo" (onder de le-
lijk-vertaalde titel „De getatoueerde
roos") nu bij de Nederlandse Comedie
heeft geregisseerd, precies andersom te
werk is gegaan. Des te onbegrijpelijker
omdat hét stuk in de tien jdar, die sedert
de New Yorkse première zijn verlopen, er
niet beter op is geworden én de gebre
ken ervan nu nog meer in het oog vallen
dan toen. Niettemin heeft Ko van Dijk er
juist wèl op aangestuurd, van Serafina een
sterrerol te maken; hij heeft Ank van der
Moer nadrukkelijk als ,ster" op de voor
grond geplaatst en haar daardoor belast
met een taak die haar zowel door de
problemen die de rol opwerpt als door
haar specifieke eigenschappen als actrice
wel buitengewoon zwaar moet zijn ge
vallen. En ook wat de andere hoofdrollen
betreft heeft de regisseur zich volledig toe
gelegd op het onderstrepen van spelmo
menten, op het uitbuiten van acteermo-
gelijkheden, met voorbijzien van de aller
eerste vereiste van dit stuk: het duidelijk
en geloofwaardig maken van dat vreemde
brok dorpssamenleving in de hete, voch
tige, benauwende kuststrook van Mississip
pi. Want zolang dat milieu niet overtui
gend voor ons leeft zolang kunnen we
niet geloven in de mensen die Tennessee
Williams eruit naar voren laat komen.
MAAR WAT NOG ERGER IS: de regie
van Ko van Dijk stemde op vele punten
bepaald niet overeen met het karakter van
het werk. Alles wat bij Tennessee Williams
ook maar even naar het komische zweeft
werd aangedikt alsof het klucht gold en
met allerlei regie-invallen werd het lach
succes nog vergroot. Deze kluchtscènes
werden afgewisseld door „ernstige mo
menter." die met sentimentaliteit overla
den waren en waarbij soms dan nog een
.geluidsdecor" werd gebruikt van een
stijl die herinneringen opwekte aan oude
films en melodramatische hoorspelen.
Bijgevolg viel de opvoering uiteen in over
dreven kluchtige en sterk pathetische ta
ferelen, waardoor niet slechts de eenheid
ontbrak maar ook de stijl van de auteur
hopeloos zoek raakte.
Dat de opvoering ondanks dit alles toch
nog positieve aspecten bezat, is (behalve
aan Wim Vesseur, die voor een kleurrijk
decor en ëeh gevrteljge belichting had ge
zorgd) vooral te danken aan enige van de
spelers. Ank van der Moer had het zoals
gezegd, heel moeilijk in de rol van Serafi
na, die haar allesbehalve op het lijf ge
schreven is; maar door een voornamelijk
cerebrale benadering van de figuur en met
behulp van haar indrukwekkende techniek
Idie aanvankelijk echter wel wat doorzich
tig was) wist de actrice, vooral in de twee
de helft van het stuk, toch wel herhaalde
lijk zeer boeiend spel te geven.
Heel knap, en duidelijk blijk gevend van
een groot talent, was de vertolking van de
lichtelijk debiele vrachtrijder door de Belg
Paul Cammermans, ontegenzeglijk een be
langrijke aanwinst voor de Nederlandse
Comedie; jammer alleen dat de regisseur
deze rol zo sterk naar het kluchtige had
gedreven.
VOORTS WAS ER goed spel te zien van
de jonge Kitty Courbois als het zestienja
rige dochtertje Rosa en van Jurg Mole
naar, die (als vervanger van Will van
Seist) de rol van de verliefde matroos
speelde en dit op een voortreffelijke ma
nier deed. Door vele van de andere mede
werkenden werden met grote overtuiging
In de nacht van zaterdag op zondag is op 67-jarige leeftijd in Amsterdam overleden
de schrijver-regisseur August Defresne. Hij was auteur van vele toneelstukken,
romans en novellen. De heer Defresne was lid van de Raad voor de Kunst en de
Amsterdamse Kunstraad en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Toneel
kunstenaars. Ook was hij lid van de Nationale Unesco Commissie. De begrafenis
zal in alle stilte geschieden. Namens de directie van de Nederlandse Comedie heeft
de actrice Marie Hamel zondag in de Haarlemse Stadsschouwburg vóór de op
voering van „De getatoeëerde roos" August Defresne met enkele woorden herdacht.
A. Defresne werd op 6 november 1893
te Maastricht geboren. Hij studeerde Ne
derlandse taal en letteren te Amsterdam.
In 1929 werd hij als regisseur-dramaturg
verbonden aan het Oost-Nederlands To
neel. Van 1930 tot 1933 was hij als zodanig
werkzaam bij het Amsterdams Toneel, van
1933 tot 1938 was hij artistiek directeur
van de Amsterdamse Toneelvereniging,
van 1938 tot 1942 regisseur-dramaturg bij
het Nederlands toneel. Tijdens de oorlog
was hij lid van het kunstenaarsverzet en
was gedurende drie jaar ondergedoken.
Na de oorlog was hij als artistiek direc
teur achtereenvolgens verbonden aan De
5 mei groep in de Stadsschouwburg te Am
sterdam (1945), Het Amsterdams-Rotter
dams Toneel (in 1946), Het Amsterdams
Toneel gezelschap (1947-1953) en de Toneel
Vereniging (1953-1956).
In 1956 trok Defresne zich van het toneel
terug. In totaal heeft hij meer dan hon
derd stukken geregisseerd.
Defresne heeft ook bekendheid verwor
ven als toneelschrijver. In de periode 1922
tot 1956 verschenen de volgende stukken:
.Moordromance" „Lord Lister Legende"
(blijspel), „Valse Bankbiljetten" (blijspel)
Cagliostro" (tragedie), „De Woonschuit"
(tragedie), „De Woekeraarster" (zeden
spel), „De Uitvreter" (tragi-komedie),
„Koningen", (tragedie), „Andere leiders"
(zedenspel), „De rare Rechter" (tragi-ko-
medie), „Van Kelder tot Dak" (blijspel),
„De Naamlozen van 1942" (toneelspel),
„Het onbewoonde Eiland" (toneelspel),
„Anno Christi" (zinnenspel) en „Het eeuwi
ge Toeval" (toneelspel).
„Lord Lister Legende" werd behalve in
Nederland ook opgevoerd in België (Ant
werpen). „De naamlozen van 1942" werd
ook in Londen en Antwerpen gebracht.
„Het onbewoonde Eiland" is opgevoerd in
Engeland, Noorwegen, Finland, West-
Duitsland, Oostenrijk, Turkije en de Ver
enigde Staten.
Van Defresne's hand verschenen bewer
kingen voor toneel van de romans „Sprot
je" van Scharten-Antink, „De Opstandige"
van J. van Ammers Küller, „Boeven en
Burgers" van F. Pauwels, „De klop op
de Deur" van Ina Boudier-Bakker. Ook
heeft Defresne een aantal romans geschre
ven: „Het Eethuis", „Moord", „De vrolij
ke Speelman", „Pension Rustig", „De
wonderlijke familie", „Een Avond in Am
sterdam" en „Professor Kasper". „Het
Gehucht" verscheen in 1958 als Boeken
weekgeschenk.
Van de toneelwerken die onder regie van
Defresne zijn opgevoerd noemen wij „de
Drie Stuiversopera" van Brecht en Weill,
„Liefde onder de Olmen" van O'Neill,
„Beter dan Vroeger", „De Naakten Kle
den" „Het Verleden ener Vrouw" en „Wat
is de Waarheid" van Pirandello, „Schuld
en Boete" van Dostojewski, „St. Joan"
van Shaw, de „Gijsbreght" van Von
del, „La Folie de Chaillot" van Girau
doux, „Onze Stad" van Thornton Wilder,
„Uitkomst" van Heyermans, „Beschuit
met Muisjes" van Heyermans, „Het Huis
van Bemarda Alba" van Lorca, „Mac
beth", „Richard III" en „King Lear" van
Shakespeare, „Phèdre' van Racine, „Elec-
tra" van Sophocles", „Medea" van Euri
pides
Zijn belangrijkste toneelwerk heeft De
fresne verricht in de perioden waarin hij
samenwerkte met Albert van Dalsum. Die
samenwerking begon bij het Oost-Neder
lands Toneel, dat in Arnhem gevestigd
was, en werd later voortgezet in Amster
dam, waar het tweemanschap Van Dal-
sum-Defresne in de tien jaar die aan de
oorlog voorafgingen en in de eerste acht
jaren na de bevrijding een aantal toneel
evenementen van grote betekenis tot stand
bracht.
In zijn laatste levensjaar is August De
fresne verbonden geweest aan de To
neelschool te Amsterdam, waar hij bij de
regie-afdeling les gaf in dramatische ana
lyse.
Door Defresne's overlijden verliest het
Nederlandse toneel een eerlijk en bekwaam
voorvechter, die zowel door zijn eigen dra
matisch werk als door zijn regie herhaal
delijk heeft bewezen, een zuiver gevoel te
hebben voor de eisen van een volop-levend
hedendaags toneel. Daarvan getuigt de leus
waaronder hij en Van Dalsum destijds
werkten: „Wij spelen het levende toneel
van deze tijd." Hij deinsde niet terug voor
de problemen die er aan verbonden waren
artistieke problemen niet alleen, maar
ook sociale problemen, zoals die waardoor
de opvoering van het anti-nazi stuk „De
beul" enkele jaren vóór de oorlog tot hevige
relletjes in Amsterdam leidde. Ook heeft
hij steeds veel begrip getoond voor de
noodzaak om, terwille van onze drama
tische kunst, een grote publieke belang
stelling voor Nederlandse toneelschrijf
kunst aan te kweken.
Paul Cammermans en Ank van der
Moer in „De getatoueerde roos" van
Tennessee Williams.
Italiaanse woorden als „Si, si" en „ecco,
ecco" uitgesproken zonder dat deze spe
lers overigens ook maar in 't minst de in
druk wekten, van Siciliaanse afkomst of,
in het algemeen, van zuidelijk ras te zijn.
De vertaling van Gerrit Kouwenaar was er
trouwens ook allerminst op afgestemd, de
vermenging van Italiaans en (in dit geval)
Nederlands aannemelijk en natuurlijk te
laten klinken.
Het publiek dat zaterdagavond bij de
voorstelling in de Haarlemse Stadsschouw
burg, de zaal vrijwel tot de laatste plaats
vulde, heeft aan het slot voor de vertolkers
van de hoofdrollen hartelijk geapplaudis
seerd.
Simon Koster
„Aanbidding door de wijzen"
(Van onze correspondent)
LONDEN Het reusachtige doek van
Rubens, „Aanbidding door de Wijzen", dat
destijds door de Nederlandse kunsthande
laar in Londen Leonard Koetser voor de
wereldrecordprijs van 275.000 pond ster
ling op de veiling van Sotheby werd ge
kocht in opdracht van dè toen nog niet
genoemde Londense bouwondernemer Al
fred Ollnatt, wiens naam toen nog geheim
werd gehouden, zal worden geschonken
aan de universiteit van Cambridge. Een
jaar geleden werd de naam van de eige
naar toevallig onthuld. De heer Ollnatt
heeft verder besloten een El Greco portret
van de „Heilige Jacobus", waarvoor hij
72.000 pond betaalde, ten geschenke te
geven aan New College, Oxford.
Ollnatts jongste aankoop had plaats in
december 1960 toen hij 182.000 pond be
taalde voor „De sombere Cavalier" (tegen-
stuk van de lachende) van Frans Hals.
WERK VAN LEONARDO DA VINCI
Een New Yorkse schilderijenrestaurateur
heeft, toen hij in 1932 voor een bescheiden
bedrag het „Portret van een Florentijn"
kocht, wellicht een werk van Leonardo da
Vinci in handen gekregen. Het werk blijkt
Amerigo Vespucci voor te stellen, de zee
vaarder naar wie Amerika is genoemd.
Proeven in het laboratorium van het Bos
tons museum van schone kunsten hebben
aangetoond, dat het schilderij is vervaar
digd in de tijd waarin Leonardo zijn beste
werk maakte.
Advertentie
Panorama