Peter Oosthoek debuteert met „Intermezzo" als regisseur bij de Nederlandse Comedie Haags gemeentemuseum wordt uitgebreid De getatoueerde roos I 1 August Defresne overleden L DE ONTVOERING VAN DE KLEINE ERIC PEUGEOT Het stond in m -■ 4 Abraham van der Vies overleden FILMWERELD VAN TENNESSEE WILLIAMS Kostbaarste Rubens aan Cambridge geschonken Hebt u het authentieke relaas van de kidnapper Pierre Larcher zelf, met alle bijzonderheden over zijn laffe misdaad, gemist? Jammerl EXCLUSIEF 1 DE DIRECTIE VAN DE Nederlandse Comedie huldigt de vreemde ge woonte om slechts de helft van de uitnodigingskaarten tot bijwoning van een Eremière met de toevoeging „klein avondtoilet wordt op prijs gestelcl' te laten estempelen. Het gevolg is, dat de bezoekers elkaar met wederzijdse verwon dering in de wandelgangen van de Amsterdamse Stadsschouwburg lopen te bekijken, stilzwijgend beschuldigend van snobisme of nonchalance, van uitsloverij of onbeleefdheid. Die „practical joke" was ook bij de invitaties voor de eerste voorstelling van „Intermezzo" van Jean Giraudoux toegepast, zodat sommigen op hun paasbest verschenen en evenzovele anderen in hun zaterdagse plunje. Er bestond ditkeer echter een dubbele aanleiding tot feestelijke gelegenheids kleding. Om te beginnen betrof het hier het officiële debuut (na enige proef nemingen bij „Arena" en „Studio") van de speciaal daartoe gediplomeerde Peter Oosthoek als regisseur. En in de tweede maar zeker niet in de laatste plaats zou men worden geconfronteerd met het werk van een schrijver, die in zijn in leiding tot een biografie van zijn vriend Louis Jouvet uitdrukkelijk verlangde, dat „niet*fle tekst maar de toeschouwer wordt opgesmukt". De Nederlandse Comedie heeft zater dag de première van „Intermezzo" van Jean Giroudoux voor het voetlicht ge bracht. De foto toont van links naar rechts Joan Remmelts, Allard van der Scheer, Mien Duymaer van Twist, Jacqueline Royaards-Sandberg, Ko van Dijk en Paul Meyer. HET BOVENSTAANDE DIENT niet en kel voor de aardigheid. De criticus, die van het noodzakelijk geachte kwaad zij ner aanwezigheid in de zaal een kunstzin nige deugd probeert te maken, is gedwon gen zich te bezinnen op de tweeledige vraag: waarom heeft een regisseur het vertoonde stuk gekozen en hoe heeft hij zich van zijn taak als ordende bemidde laar gekweten? Wij hebben hier te doen met een buitengewoon gecompliceerde zaak. Aan de ene kant is er de positie van het Nederlandse toneelleven met zijn op merkelijk tekort aan artistiek leidingge vende persoonlijkheden. Daartegenover zit het publiek met zijn buitensporig onrede lijke verlangen van de recensent te wil len vernemen of het zich al dan niet bij een opvoering amuseren kan. Dat is alle maal goed en wel maar wat moet on dergetekende zijn lezers wijsmaken, als hij het zelf niet weet? Hij kan slechts hopen, dat zij hem volgen willen in zijn poging tot benadering. MEN KAN, DUNKT MIJ na rijp beraad, de keuze van „Intermezzo" van Girau doux, merkbaar daterend uit de dertiger jaren, het best verklaren als een daad van gedurfde onderneming: een nieuwe regis seur heeft zich voorgesteld door zich te verbergen. Peter Oosthoek heeft zijn per soonlijke voorkeur voor het poëtische sfeerstuk laten verdedigen door een aan tal prominenten van het gezelschap, zelfs met een autoritair talent als Ko van Dijk in wat men een ondergeschikte hoofdrol zou moeten noemen. Er schuilt in die eigenaardige houding van gecamoufleer de zelfverzekerdheid, geboren en getogen uit verlegenheid met een innerlijke be geerde situatie, een meeslepend inspire rende kwaliteit. Zijn stelling in de strijd lijkt op die van Churchill: men gaf hem de gevraagde materialen en liet hem het werk doen. Dat werk was in dit geval de verdedi ging van een bijzonder hachelijke zaak. „Intermezzo" van de in 1944 gestorven di plomaat en toneelschrijver Girandoux is een precieus blijspel vol verfijnde ironie over de strijd tussen geest en materie in een Franse provincieplaats. Het is een zeldzaam, verbazingwekkend nauwkeurige vermenging' van Molière, MariVauX en De Musset ontleende spelingen van de mense lijke natuur. Maar het verrukkelijke par fum, waardoor wij ons voor de oorlog zo gewillig lieten bekoren, is goeddeels ver vlogen. Iets substantieels is er niet geble ven, want dat was er nooit. Het is onzin te vermoeden, dat Giraudoux met deze fantasierijke plaisanterie diepere bedoe lingen zou hebben gehad. Het is een amu sante idylle, vooral dichterlijk als subtiele demonstratie van het verlangen van klei ne zielen naar het grote mysterie. In zijn woning te Rotterdam is maan dagavond omstreeks half zeven op 61-ja rige leeftijd overleden de heer Abraham van der Vies, een der directeuren van het Rotterdams Toneel. Hij was bij dit ge zelschap in hoofdzaak belast met de zake lijke leiding. Hij was reeds enige tijd ziek. Abraham van der Vies werd 23 decem ber 1899 in Haarlem geboren. Hij volgde de' h.b.s. in Den Haag en kreeg bij Lili Green een balletopleiding. Van 1916-1919 studeerde hij bij Bernhard van den Sig- tenhorst Meijer piano. Van 1921-1924 maak te hij enkele kunstreizen. Voorts studeer de hij psychologie in Wenen. Van 1924-1930 was hij choreograaf en danser in Praag en Wenen. In 1926 vestigde hij zich in Am sterdam. Van 1926-1940 regisseerde hij stu dentenlustrumspelen, lekenspelen en open luchtspelen. Van 1940-1941 was hij directeur van De Sprookjesspelers, van 1945-1950 artistiek leider van Scapino en regisseur aan de Nederlandse Opera. Van 1951 tot 1955 was hij directeur van de Opera. Vorig jaar september werd hij zakelijk leider van het Rotterdams Toneel, na enige jaren secre taris-generaal van de Association Euro- péenne des Festivals de Musique te Ge- nève te zijn geweest. De begrafenis van de heer Van der Vies is vastgesteld op vrijdag aanstaande. In verband met dit overlijden is de première van Irma-la-Douce, die op vrijdag 7 april zou plaats vinden in de Rotterdamse schouwburg, uitgesteld tot zaterdag 15 april a.s. DE DRIE BEDRIJVEN zijn romantische tableaus, grappig en charmant, met ver makelijk gestandaardiseerde figuren: de burgemeester, de controleur van maten en gewichten, de inspecteur, de gefortuneer de middenstander en een paar koddige oude vrijsters. De onderwijzeres Isabelle (het is merkwaardig dat alleen de vrouwen voor namen dragen) heeft door haar actieve gevoelsleven omgang met een man uit het schimmenrijk, die zich in haar verbeel ding als minnaar manifesteert maar door de anderen als een spook wordt uitgeban nen. Gelukkig heeft Peter Oosthoek geen zichbare poging gedaan om achter het weefsel der dagdroom naar filosofie te zoe ken. Hij heeft het stuk gepresenteerd zoals het is: een delicate verrassing voor men sen, die in een vercommercialiseerde we reld hun zintuigen met goede smaak willen bevredigen. Het blijft niettemin merkwaardig dat een jonge regisseur zich laat voorstellen met een stuk, dat tot een volledig voor bije periode behoort. Men zou toch veel eer een nieuw geluid hebben verwacht. Wie uitgaat van Giraudoux kan evenmin de pretentie koesteren een nieuwe stijl te willen aandragen. Nu mag men wel zeg gen dat het misschien verstandiger als uitdaging aan het vakmanschap ware ge weest om Peter Oosthoek met een „moei lijkere" opgave te belasten, maar er is toch een uiterst belangrijke winst geboekt. Peter Oosthoek heeft het toneel willen ge bruiken om anderen te laten meedelen in wat hem als iets heel moois getroffen heeft, om van gevonden schoonheid te ge tuigen. Dusdoende geeft hij blijk van een welkome opvatting van de tegenwoordig zo vaak overschatte functie van de regisseur, namelijk als regelende bemiddelaar bij de vertolking, als dirigent bij het weergeven van wat er voorgeschreven staat. EN NU HERHAALT ZICH enigszins de reeds geschetste paradox. De regisseur van de stukken van Giraudoux is de or ganisator van de stemverlening aan diens tekst. In Louis Jouvet heeft hij destijds een ideale en wederkerig bezielende mede-" werker gevonden. Jouvet deelde zijn ge loof, dat het theater bestaat bij de alles beheersende kracht en gratie van het woord. De Fransman aldus Giraudoux wil in zijn aandacht voor de mondeling uitgevochten veldslagen van het hart niet worden gestoord door produktietechnische bijkomstigheden, voor hem als met rede gezegend wezen is de dialoog de hoogste vorm van duel. Bij de Nederlandse voor stelling echter kregen de decors van Ni- colaas Wijnberg terecht al direct bij de onthulling applaus. En zo moest er meer naar ruimte en tijd dichterbij wor den gebracht door de onzichtbaar blijven de man achter de schermen, ook in de typeringen. OVER HET ALGEMEEN heeft Peter Oosthoek met zijn sterke bezetting een verdienstelijk resultaat bereikt. De keuze van Petra Laseur voor de rol van Isabella leek mij niet helemaal gelukkig. Zij was goed in de dromerige passages, maar de natuurlijkheid daarachter kwam niet sterk genoeg door. Will van Seist als de geest verschijning (in 1933 gespeeld door Pierre Renoir) was vooral onwezenlijk door saai heid. Kostelijk daarentegen, vrijmoedig naar eigen trant met als climax de lyrische verheerlijking van het ambte narendom, onderscheidde zich Allard van der Scheer als de destijds door Jouvet in eigen persoon belichaamde controleur. De typeringen door Joan Remmelts en Paul Meyer zouden met iets meer humor ge baat zijn geweest, de inspecteur van Ko van Dijk vooral voor de pauze uit stekend kon zo uit een Franse film naar het Leidseplein zijn overgestapt. Hoogte punten van hilariteit zijn aan de dames Royaards-Sandberg en Duymaer van Twist te danken, maar ook de heren Swidde en Poncia droegen stemmig het hunne tot de wat schaarse vrolijkheid bij. Voortref felijk was het optreden van de acht schoolmeisjes. Welke van hun namen zou men later in de programma's terugvin den? In de oorspronkelijke bezetting vond ik Odette Joyeux vermeld die naderhand drievoudig bekend is geworden: als dan seres, toneelspeelster en schrijfster. DE MUZIEK van Francis Poulenc is door composities van Cor Lemaire ver vangen, die door Koen van Slogteren en Frans Vester werden gespeeld. Remco Campert zorgde voor een vlotte en frisse vertaling, waarbij men zich alleen kon af vragen of men terwille van een onbelang rijke woordspeling van een „superieure raad" mag spreken. Vreemd genoeg maar met leuk resultaat heeft men de teksten van de liedjes niet door deze dichter maar door de acteur Tom van Beek laten ver vaardigen. Er werd na afloop heftig ge applaudisseerd. maar een langdurig suc ces zou ik niet durven voorspellen. David Koning Als de bouw voorspoedig verloopt, zal het Haagse Gemeentemuseum schep ping van architect Berlage er in juni van het volgend jaar een tentoonstellings ruimte bij hebben, die een kwart bedraagt van de nu beschikbare ruimte. Op 1 juni van dit jaar hoopt men te starten met de bouw van een paviljoen dat links van het gebouw zal verrijzen en ontworpen is door de gemeentearchitecten S. J. Scham- hart en J. F. Heijligers. Tien jaar lang heeft men over deze uit breiding gepraat, maar hoewel men nu spoedig met de bouw zal beginnen, staan nog niet alle details op papier. Wel is be kend, dat het gebouw zal worden bekleed met een licht soort natuursteen. Bij het ontwerpen van dit paviljoen moesten de architecten door de schepping van de gro te Berlage in de directe nabijheid de grootst mogelijke voorzichtigheid in vormgeving in achtnemen. Zij moesten een hedendaags gebouw ontwerpen dat een goede relatie heeft met het bestaan de. Men heeft in het paviljoen een aantal expositieruimten ontworpen welke met el kaar zijn verbonden en waarvan de maten variëren. Maten, welke weer zijn aange past aan die welke Berlage gebruikte. Bui ten de expositieruimten en de werkvertrek ken is er nog een ruimte, waar kinderen van bezoekers met verf en klei onder toe zicht bezig gehouden worden. De verbinding van het oude met het nieuwe gebouw bestaat uit een luchtbrug over geaccidenteerd terrein, omdat men in de omgeving van het nieuwe paviljoen een licht-glooiende talud heeft ontworpen. Een gelukkige omstandigheid bij de plaats- WIM SONNEVELD Wim Sonneveld heeft als gevolg van een korte ziekte tijdens de paasdagen in enige voorstellingen van „My fair Lady" in Carré te Amsterdam niet kunnen optreden. Zijn rol werd gespeeld door zijn plaatsvervan ger Eduard Palmers. Tijdens de avond voorstelling op tweede paasdag stond Wim Sonneveld weer op de planken. bepaling (overigens door Berlage in een uitbreidingsschets al gedeeltelijk aangege ven) was de voorgenomen profielswijzi- ging van het kruispunt Willem de Zwij gerlaanStadhouderslaan. Voor dit pro ject heeft de raad een krediet van 1 miljoen beschikbaar gesteld. Er is bij het ontwerpen overleg gepleegd met architect Oud, wiens congresgebouw ook in de on middellijke omgeving komt te staan. Men verwacht de rijksgoedkeuring voor de bouw zeer binnenkort. De nieuwe studentenbioscoop Kriterion, die is verrezen op het dak van het groot handelsgebouw te Rotterdam, zal naar alle waarschijnlijkheid op donderdag 27 april worden geopend met een speciale filmvoorstelling. Het ligt in de bedoeling, dat de burgemeester van Rotterdam, mr. G. van Walsum, de opening zal verrich ten. Het Kriterion theater krijgt een kleine staf van vast personeel. Voor de rest zul len de werkzaamheden worden verricht door tien tot vijftien studenten van de eco nomische hogeschool, die maximaal twintig uur per week in het theater zullen wer ken en aldus een deel van hun studiekos ten kunnen verdienen. Er zullen hoofdzakelijk films worden vertoond, die zich door hun aard niet le nen voor vertoning in een gewone bios coop, zo deelt de Nederlandsche Bioscoop- Bond mede. LANDOWSKI OVERLEDEN De bekende Franse beeldhouwer Paul Maximilien Landowski is vrijdag in zijn woning te Boulogne-sur-Seine overleden na een hartaanval. Hij werd 86 jaar. De uitvaartdienst zal woensdag in de Notre Dame de Boulogne worden gehouden. Lan dowski werd in 1875 te Parijs geboren. 99 99 RUIM TIEN JAAR GELEDEN zag ik in het Martin Beck Theatre in New York de eerste opvoering van „The rose tattoo" door Tennessee Williams. De verwachtingen omtrent het nieuwe stuk van de schrijver, die met „The glass menagerie" en „A streetcar named Desire" sensationele successen had behaald, waren hoog gespannen. De regie was in handen van de kundige, geroutineerde Daniel Mann, maar de hoofdrol was toevertrouwd aan een jonge actrice die pas in heel enkele stukken was opgetreden en bij het publiek dus nog zo goed als onbekend was: Maureen Stapleton. De nieuws gierigheid werd bovendien nog geprikkeld door de woorden die de auteur als „motto" van zijn stuk in het programma had laten zetten: de stromen zijn in hun bed dingen als de kreten van vrouwen en deze wereld heeft meer schoonheid dan een rood-geverfd ramsvel!" (een citaat uit „Aanbase" van St. John Perse). IK KAN NIET ZEGGEN dat „The rose tattoo" aan de verwachtingen voldeed; het bleek een ietwat barbaars maar met sterk dramatisch instinct toebereid mengelmoes te zijn van sexuele, sensuele en sentimen tele motieven, een gevarieerde collectie van zuidelijke temperamenten geplaatst in het door Williams zo graag gebruikte zwoele milieu van de zelfkant van het Amerikaanse leven aan de Golf van Mexi co. De regisseur had het werk danook voornamelijk opgevat als een stuk zeden schildering en de individuele personages daaraan ondergeschikt gemaakt. Die op vatting had ertoe geleid dat hij geen .ster ren" in de rolbezetting had opgenomen; door alle nadruk te leggen op het Sici- liaans-Amerikaanse milieu, op de sfeer, bijgevolg op het ensemble en dus niet op de hoofdrollen had hij de sterkste kant van het stuk naar voren gehaald en de zwakke plekken verdoezeld. HET IS ONBEGRIJPELIJK dat Ko van Dijk, die „The rose tattoo" (onder de le- lijk-vertaalde titel „De getatoueerde roos") nu bij de Nederlandse Comedie heeft geregisseerd, precies andersom te werk is gegaan. Des te onbegrijpelijker omdat hét stuk in de tien jdar, die sedert de New Yorkse première zijn verlopen, er niet beter op is geworden én de gebre ken ervan nu nog meer in het oog vallen dan toen. Niettemin heeft Ko van Dijk er juist wèl op aangestuurd, van Serafina een sterrerol te maken; hij heeft Ank van der Moer nadrukkelijk als ,ster" op de voor grond geplaatst en haar daardoor belast met een taak die haar zowel door de problemen die de rol opwerpt als door haar specifieke eigenschappen als actrice wel buitengewoon zwaar moet zijn ge vallen. En ook wat de andere hoofdrollen betreft heeft de regisseur zich volledig toe gelegd op het onderstrepen van spelmo menten, op het uitbuiten van acteermo- gelijkheden, met voorbijzien van de aller eerste vereiste van dit stuk: het duidelijk en geloofwaardig maken van dat vreemde brok dorpssamenleving in de hete, voch tige, benauwende kuststrook van Mississip pi. Want zolang dat milieu niet overtui gend voor ons leeft zolang kunnen we niet geloven in de mensen die Tennessee Williams eruit naar voren laat komen. MAAR WAT NOG ERGER IS: de regie van Ko van Dijk stemde op vele punten bepaald niet overeen met het karakter van het werk. Alles wat bij Tennessee Williams ook maar even naar het komische zweeft werd aangedikt alsof het klucht gold en met allerlei regie-invallen werd het lach succes nog vergroot. Deze kluchtscènes werden afgewisseld door „ernstige mo menter." die met sentimentaliteit overla den waren en waarbij soms dan nog een .geluidsdecor" werd gebruikt van een stijl die herinneringen opwekte aan oude films en melodramatische hoorspelen. Bijgevolg viel de opvoering uiteen in over dreven kluchtige en sterk pathetische ta ferelen, waardoor niet slechts de eenheid ontbrak maar ook de stijl van de auteur hopeloos zoek raakte. Dat de opvoering ondanks dit alles toch nog positieve aspecten bezat, is (behalve aan Wim Vesseur, die voor een kleurrijk decor en ëeh gevrteljge belichting had ge zorgd) vooral te danken aan enige van de spelers. Ank van der Moer had het zoals gezegd, heel moeilijk in de rol van Serafi na, die haar allesbehalve op het lijf ge schreven is; maar door een voornamelijk cerebrale benadering van de figuur en met behulp van haar indrukwekkende techniek Idie aanvankelijk echter wel wat doorzich tig was) wist de actrice, vooral in de twee de helft van het stuk, toch wel herhaalde lijk zeer boeiend spel te geven. Heel knap, en duidelijk blijk gevend van een groot talent, was de vertolking van de lichtelijk debiele vrachtrijder door de Belg Paul Cammermans, ontegenzeglijk een be langrijke aanwinst voor de Nederlandse Comedie; jammer alleen dat de regisseur deze rol zo sterk naar het kluchtige had gedreven. VOORTS WAS ER goed spel te zien van de jonge Kitty Courbois als het zestienja rige dochtertje Rosa en van Jurg Mole naar, die (als vervanger van Will van Seist) de rol van de verliefde matroos speelde en dit op een voortreffelijke ma nier deed. Door vele van de andere mede werkenden werden met grote overtuiging In de nacht van zaterdag op zondag is op 67-jarige leeftijd in Amsterdam overleden de schrijver-regisseur August Defresne. Hij was auteur van vele toneelstukken, romans en novellen. De heer Defresne was lid van de Raad voor de Kunst en de Amsterdamse Kunstraad en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Toneel kunstenaars. Ook was hij lid van de Nationale Unesco Commissie. De begrafenis zal in alle stilte geschieden. Namens de directie van de Nederlandse Comedie heeft de actrice Marie Hamel zondag in de Haarlemse Stadsschouwburg vóór de op voering van „De getatoeëerde roos" August Defresne met enkele woorden herdacht. A. Defresne werd op 6 november 1893 te Maastricht geboren. Hij studeerde Ne derlandse taal en letteren te Amsterdam. In 1929 werd hij als regisseur-dramaturg verbonden aan het Oost-Nederlands To neel. Van 1930 tot 1933 was hij als zodanig werkzaam bij het Amsterdams Toneel, van 1933 tot 1938 was hij artistiek directeur van de Amsterdamse Toneelvereniging, van 1938 tot 1942 regisseur-dramaturg bij het Nederlands toneel. Tijdens de oorlog was hij lid van het kunstenaarsverzet en was gedurende drie jaar ondergedoken. Na de oorlog was hij als artistiek direc teur achtereenvolgens verbonden aan De 5 mei groep in de Stadsschouwburg te Am sterdam (1945), Het Amsterdams-Rotter dams Toneel (in 1946), Het Amsterdams Toneel gezelschap (1947-1953) en de Toneel Vereniging (1953-1956). In 1956 trok Defresne zich van het toneel terug. In totaal heeft hij meer dan hon derd stukken geregisseerd. Defresne heeft ook bekendheid verwor ven als toneelschrijver. In de periode 1922 tot 1956 verschenen de volgende stukken: .Moordromance" „Lord Lister Legende" (blijspel), „Valse Bankbiljetten" (blijspel) Cagliostro" (tragedie), „De Woonschuit" (tragedie), „De Woekeraarster" (zeden spel), „De Uitvreter" (tragi-komedie), „Koningen", (tragedie), „Andere leiders" (zedenspel), „De rare Rechter" (tragi-ko- medie), „Van Kelder tot Dak" (blijspel), „De Naamlozen van 1942" (toneelspel), „Het onbewoonde Eiland" (toneelspel), „Anno Christi" (zinnenspel) en „Het eeuwi ge Toeval" (toneelspel). „Lord Lister Legende" werd behalve in Nederland ook opgevoerd in België (Ant werpen). „De naamlozen van 1942" werd ook in Londen en Antwerpen gebracht. „Het onbewoonde Eiland" is opgevoerd in Engeland, Noorwegen, Finland, West- Duitsland, Oostenrijk, Turkije en de Ver enigde Staten. Van Defresne's hand verschenen bewer kingen voor toneel van de romans „Sprot je" van Scharten-Antink, „De Opstandige" van J. van Ammers Küller, „Boeven en Burgers" van F. Pauwels, „De klop op de Deur" van Ina Boudier-Bakker. Ook heeft Defresne een aantal romans geschre ven: „Het Eethuis", „Moord", „De vrolij ke Speelman", „Pension Rustig", „De wonderlijke familie", „Een Avond in Am sterdam" en „Professor Kasper". „Het Gehucht" verscheen in 1958 als Boeken weekgeschenk. Van de toneelwerken die onder regie van Defresne zijn opgevoerd noemen wij „de Drie Stuiversopera" van Brecht en Weill, „Liefde onder de Olmen" van O'Neill, „Beter dan Vroeger", „De Naakten Kle den" „Het Verleden ener Vrouw" en „Wat is de Waarheid" van Pirandello, „Schuld en Boete" van Dostojewski, „St. Joan" van Shaw, de „Gijsbreght" van Von del, „La Folie de Chaillot" van Girau doux, „Onze Stad" van Thornton Wilder, „Uitkomst" van Heyermans, „Beschuit met Muisjes" van Heyermans, „Het Huis van Bemarda Alba" van Lorca, „Mac beth", „Richard III" en „King Lear" van Shakespeare, „Phèdre' van Racine, „Elec- tra" van Sophocles", „Medea" van Euri pides Zijn belangrijkste toneelwerk heeft De fresne verricht in de perioden waarin hij samenwerkte met Albert van Dalsum. Die samenwerking begon bij het Oost-Neder lands Toneel, dat in Arnhem gevestigd was, en werd later voortgezet in Amster dam, waar het tweemanschap Van Dal- sum-Defresne in de tien jaar die aan de oorlog voorafgingen en in de eerste acht jaren na de bevrijding een aantal toneel evenementen van grote betekenis tot stand bracht. In zijn laatste levensjaar is August De fresne verbonden geweest aan de To neelschool te Amsterdam, waar hij bij de regie-afdeling les gaf in dramatische ana lyse. Door Defresne's overlijden verliest het Nederlandse toneel een eerlijk en bekwaam voorvechter, die zowel door zijn eigen dra matisch werk als door zijn regie herhaal delijk heeft bewezen, een zuiver gevoel te hebben voor de eisen van een volop-levend hedendaags toneel. Daarvan getuigt de leus waaronder hij en Van Dalsum destijds werkten: „Wij spelen het levende toneel van deze tijd." Hij deinsde niet terug voor de problemen die er aan verbonden waren artistieke problemen niet alleen, maar ook sociale problemen, zoals die waardoor de opvoering van het anti-nazi stuk „De beul" enkele jaren vóór de oorlog tot hevige relletjes in Amsterdam leidde. Ook heeft hij steeds veel begrip getoond voor de noodzaak om, terwille van onze drama tische kunst, een grote publieke belang stelling voor Nederlandse toneelschrijf kunst aan te kweken. Paul Cammermans en Ank van der Moer in „De getatoueerde roos" van Tennessee Williams. Italiaanse woorden als „Si, si" en „ecco, ecco" uitgesproken zonder dat deze spe lers overigens ook maar in 't minst de in druk wekten, van Siciliaanse afkomst of, in het algemeen, van zuidelijk ras te zijn. De vertaling van Gerrit Kouwenaar was er trouwens ook allerminst op afgestemd, de vermenging van Italiaans en (in dit geval) Nederlands aannemelijk en natuurlijk te laten klinken. Het publiek dat zaterdagavond bij de voorstelling in de Haarlemse Stadsschouw burg, de zaal vrijwel tot de laatste plaats vulde, heeft aan het slot voor de vertolkers van de hoofdrollen hartelijk geapplaudis seerd. Simon Koster „Aanbidding door de wijzen" (Van onze correspondent) LONDEN Het reusachtige doek van Rubens, „Aanbidding door de Wijzen", dat destijds door de Nederlandse kunsthande laar in Londen Leonard Koetser voor de wereldrecordprijs van 275.000 pond ster ling op de veiling van Sotheby werd ge kocht in opdracht van dè toen nog niet genoemde Londense bouwondernemer Al fred Ollnatt, wiens naam toen nog geheim werd gehouden, zal worden geschonken aan de universiteit van Cambridge. Een jaar geleden werd de naam van de eige naar toevallig onthuld. De heer Ollnatt heeft verder besloten een El Greco portret van de „Heilige Jacobus", waarvoor hij 72.000 pond betaalde, ten geschenke te geven aan New College, Oxford. Ollnatts jongste aankoop had plaats in december 1960 toen hij 182.000 pond be taalde voor „De sombere Cavalier" (tegen- stuk van de lachende) van Frans Hals. WERK VAN LEONARDO DA VINCI Een New Yorkse schilderijenrestaurateur heeft, toen hij in 1932 voor een bescheiden bedrag het „Portret van een Florentijn" kocht, wellicht een werk van Leonardo da Vinci in handen gekregen. Het werk blijkt Amerigo Vespucci voor te stellen, de zee vaarder naar wie Amerika is genoemd. Proeven in het laboratorium van het Bos tons museum van schone kunsten hebben aangetoond, dat het schilderij is vervaar digd in de tijd waarin Leonardo zijn beste werk maakte. Advertentie Panorama

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 4