GULDEN
3A.NET UM
TROTSE DRIEMASTER „MERCATOR"
NU VOORGOED AAN DE KETTING
GEVRAAGD: EEN BRUILOFTSLIED
PANDA EN DE GROTBOKSER
3
JA
p
Polle
1000 BROEKEN!
n
Bibina en de Bosmannetjes
nieuw \RATTEN-
muizen\ PASTA
vlohMé
Ons vervolgverhaal
Nieuw gezicht
In de rij voor een
strandbeurt
Stalen zenuwen
Fotograferen en filmen
met één camera
DINSDAG 4 APRIL 1961
r Av i't
Een levensroman van een Chinees meisje
door
NJET P ANGe? ZOEfCEN
Somber perspectief
H - -
ik kosite ouizewo
i)
VOORWOORD VAN DE
SCHRIJFSTER
In 1949 was ik met vakantie in
Thailand. De oorlog lag nog vers in
mijn geheugen en ik vertelde een
vriend, de heer Allan Chin Bing, eni
ge van mijn oorlogsbelevenissen. Hij
spoorde mij toen aan mijn avonturen
op schrift te stellen en zo is eigenlijk
dit boek ontstaan.
In de loop van 1949 en 1950 schreef
ik de gedeelten die betrekking heb
ben op de eerste paar maanden na
de capitulatie van Singapore en mijn
heer Chin-Bing was zo vriendelijk mij
te helpen bij het nagaan van de feiten.
Door verschillende oorzaken, waarvan
mijn vertrek naar Engeland in 1951 de
voornaamste was, werd het relaas niet
beëindigd en mijn manuscript bleef
onaangeroerd liggen tot 1955
In 1955 scheen de publikatie van
een oorlogsverhaal wel wat verlaat
en daarom had ik voor mezelf de ge
dachte al laten varen nog ooit mijn
boek te voltooien. Maar dr. G. Keys
Smith, geneesheer-directeur van het
St. Andrew Zendingsziekenhuis in Sin
gapore, bracht mij ertoe mijn ma
nuscript weer ter hand te nemen en
hij gaf mij met het oog op de
tamelijk ongewone ervaringen die ik
als jong meisje had opgedaan de
raad om mijn verhaal te beginnen
met de beschrijving van mijn kin
derjaren.
Mijnheer W. A. Spreadbrow, die bij
de evacuatie van Singapore op het
zelfde vlot zat als ik, was zo vrien
delijk mij zijn dagboek te lenen
waarin die periode beschreven stond.
Tal van andere vrienden hebben mij
geholpen door nuttig commentaar te
geven op bepaalde gedeelten van mijn
verhaal dat zij door hun ervaringen
goed kenden.
Ten slotte voel ik mij zeer ver
plicht tegenover de eerwaarde heer
R. K. Sorby Adams, die zo welwil
lend was het voorwoord te schrijven.
Hij heeft dit gedaan enkele dagen
voor hij Singapore verliet om te gaan
genieten van zijn verdiende pensioen.
Hij had sinds 1927 zijn zendingswerk
in Singapore verricht een periode
die samenviel met mijn gehele ver
blijf in die stad.
De namen van enige mensen die
in het boek genoemd worden zijn ge
fingeerd, en als er enige gelijkenis
zou bestaan met personen, nog in le
ven dan wel overleden, die deze na
men zouden dragen of gedragen heb
ben, dan zou dat louter toevallig zijn.
Ook enkele plaatsnamen zijn veran
derd of weggelaten. Maar het verhaal
is waar en wijzigingen zijn alleen
daar aangebracht waar het gewenst
was om de identiteit van de betrok
ken personen te verbergen.
HOOFDSTUK I
Mijn Kinderjaren
1923-1932
„Singapore," hoorde ik iemand roe
pen en ik liet mijn blikken over de
kade dwalen. Er waren mannen aan
het werk, maar ze zagen er heel an
ders uit dan de mensen die ik tot
nu toe hadontmoet. Hun lichamen
hadden een donkere tint en ze kauw
den op iets roods. Ze waren ook heel
ongewoon gekleed: ze droegen alleen
maar enkele lappen om hun onderli
chaam. En ze spraken een taal die
ik niet kon verstaan. Er rolden tra
nen over mijn wangen, want nu be
sefte ik pas dat Singapore wel erg
ver van China lag. Toen mijn vader
nog leefde had hij me overigens wel
eens wat van Singapore verteld, en
ik herinnerde me dat hij me twee
Maleise woorden had geleerde: „ma-
kan" voor „eten" en „tangkap" dat
„pakken" betekende. Hij had me ook
gezegd dat sommige meisjes in Sin
gapore op school gingen en eraan toe
gevoegd: „Als jij groot bent. Chiu
Mei, mag jij ook naar school."
Mijn gedachten werden onderbro
ken door de vrouw naast mij die zei:
„Denk goed aan wat ik je gezegd
heb." Ja, dat zou ik doen! Net als
de andere kinderen aan boord had ik
geleerd dat ik iedereen die me er
naar zou vragen moest vertellen dat
zij mijn tante was. We waren al gauw
de douane gepasseerd en werden toen
naar een kampong gebracht, waar we
op en neer moesten lopen. Iemand
wees naar me en zei: „Ze zou meer
waard zijn als haar neus niet zo plat
was." Een enkel woord verstond ik
en daaruit begreep ik tot mijn schrik
dat ik verkocht zou worden.
Die avond waren er nog maar ze
ven van ons over, vijf meisjes en
twee kleine jongens, die zoals mij
werd ingeprent zoontjes van onze
„tante" waren, hoewel ze niet beter
werden behandeld dan wij. De andere
meisjes verdwenen nu de een na de
ander en ten slotte waren we nog
maar met ons tweeën. Ik begon te
vermoeden dat mijn platte neus me
zou redden. Mijn lotgenootje nam me
onderzoekend op, maar hoe kon ik,
een meisje van acht jaar uitleggen
wat er in mij omging, We waren alle
bei bang voor de toekomst. Zij werd
twee dagen vóór mij weggehaald.
Toen mijn beurt kwam, werd ik
naar een vriendelijke maar slordig
uitziende vrouw gebracht. Ik bleef die
nacht bij haar en moest onder haar
bed slapen: maar de slaap kwam
niet. Ik bleef maar denken aan mijn
thuis in China, waar ik zo gelukkig
was geweest en dat ik maar zo kort
had gekend.
Ik was volgens de Chinese tijdreke
ning in Hong Kong geboren op de
eerste dag van de zesde maand van
het jaar van het „varken". De Chi
nese kalender is samengesteld uit
groepen van zestig jaren. Elk jaar
wordt van de andere onderscheiden
door twee karakters, het ene een
„hemelse stam" een van de tien pla
neten aanduidend, het andere een
„aardse tak", welke één van een
twaalftal dieren betekent. De tien he
melse stammen en de twaalf aardse
takken keren in een regelmatige volg
orde terug en omdat het kleinste ge
mene veelvoud van tien en twaalf
zestig is, begint de cyclus elke
zestig jaar opnieuw. De eerste
elke zestig jaar opnieuw. De eerste
cyclus begon 2697 voor Christus tij
dens de regering van keizer Huang
Ti en sindsdien is deze tijdrekening
aangehouden. Ik werd geboren in het
laatste jaar van de 77ste cyclus op
de veertiende juli 1923.
Mijn vader noemde mij „Chiu Mei"
(HcTfst-Schoonheid)_cin(,iat .{Je, herfst
een jaargetijde was waarvan hij veel
hield. Ik vrees echter dat het tweede
gedeelte van mijn riaam Itëléhlöal niet
bij me paste.
Mijn vader was „Sin Seh", de dok
ter. Hij oefende zijn praktijk uit
overeenkomstig de traditionele Chine
se methoden maar heeft, voor zover
ik weet, nooit een westerse opleiding
gevolgd. Zijn ouderlijk huis stond op
het vasteland van China. Daar bezat
hij rijstvelden en plantages suikerriet
en grondnoten. Vader was ongeveer
tien jaar ouder dan moeder. Ze waren
getrouwd toen mijn moeder dertien
jaar was een huwelijk dat door
de ouders was geregeld. In die dagen
werd het in China als een schandaal
beschouwd als een man zijn verloofde
vóór de huwelijksdag zag. Maar mijn
vader voelde er niets voor om te laat
tot de ontdekking te komen dat hij
getrouwd was met een blinde of wan
staltige vrouw en daarom kwam hij
met de huwelijksmakelaar overeen
dat hij in het geheim even zijn toe
komstige bruid zou mogen zien. De
man gaf mijn vader de raad zich te
vermommen als een groentenventer.
Op deze manier zou hij in staat zijn
heel dicht bij haar te komen terwijl
zij met haar vriendjes aan het spelen
was. Hij droeg zijn vracht groenten
nogal onhandig met zich mee en riep
„Boey cha ya" (groenten te koop),
„Boey cha ya" groenten te koop,
maar hield daarbij zijn hoofd in de
richting van de meisjes gekeerd. Het
kon niet uitblijven dat deze ongewone
groentenman bij sommige mensen op
viel en toen begreep men al heel
gauw wat erachter stak. De fami
lieleden van het meisje kregen het he
le verhaal te horen en vader moest
zijn verontschuldigingen aanbieden.
Het had maar heel weinig gescheeld
of hij had zijn bruid verloren. Overi
gens was het zo slim uitgedachte plan
netje op een mislukking uitgelopen
want hij had niet kunnen ontdekken
wie van de spelende kinderen zijn
verloofde was. Nog lang daarna heb
ben de oudsten van het dorp hem
kwaad aangekeken om zijn onwaar
dig gedrag. (Wordt vervolgd)
(Van onze correspondent)
BRUSSEL. Eindelijk zal het bjjna dertig
jaar oude schoolschip „Mercator" van de
Belgische marine dan nu op pensioen wor
den gesteld en als filiaal van het scheep
vaartmuseum, dat in het Antwerpse Steen
is ondergebracht, op de Schelde worden
gemeerd. Wel zullen af en toe nog eens
kadetten van België's Hogere Zeevaart
school aan boord oefeningen houden en
des winters zullen zij kunnen helpen, de
driemaster te onderhouden maar de zeeën
zal de „Mercator" niet meer bevaren. Vele
Antwerpenaren en ik ken ook Neder
landers, die ook graag af en toe eens even
naar het schip, dat in het kleine Willem
dok, vlak bij de ingang van de Schelde-
tunnel zijn vaste plaats had, gingen kij
ken zullen echter verheugd zijn, dat het
1200 ton metende schoolschip, dat bijna
altijd gelukkig heeft gevaren, voor de Sin
jorenstad behouden blijft.
Gelukkig gevaren, hoewel de eerlijk
heid gebiedt te zeggen dat de eerste reis
de minst gelukkige is geweest. De koop
vaardij-officieren die destijds de „Merca
tor" met een kleine bemanning op de werf
in Schotland gingen halen, kwamen na nog
geen halve wacht zeilen tot de conclusie
dat het zeilplan niet deugde. Voor miljoe
nen franken is er toen aan verdokterd om
dat te veranderen. Pas daarna kon het
witte schip zijn loopbaan beginnen. In die
tijd zijn vele honderden Belgen er voor de
zeevaart opgeleid, hebben zij er althans
tijdens de jaarlijkse reizen ervaringen op
gedaan, voor welke velen nog dankbaar
zijn.
De „Mercator" is niet het eerste Belgi
sche schoolschip geweest. Reeds tegen het
einde van de negentiende eeuw bestonden
er plannen. Kapitein Adrien de Gerlache,
de commandant van de „Belgica", leider
van expedities in de Poolzee (men ziet dat
de Belgen daar een traditie hoog houden!)
wilde zijn schip wel tot schoolschip be
stemmen, maar het plan ging niet door.
Een vereniging liet daarop voor een half
miljoen (oude) Belgische franken een drie
master bouwen: de „Graaf de Smet de
Naeyer". Al op zijn tweede reis verging
dit schip met man en muis in de Golf van
Biskaje. Drieëndertig cadetten verloren er
het leven bij. Nog staat voor het Brussel
se paleis van justitie een standbeeld in de
stijl van die dagen, een nooddruftig be
klede zandstenen jonge dame, die zich
over een jeugdige zeeman buigt, om de
ramp te herdenken. Op 20 augustus 1908
maakte Belgica's opvolgster, de „Avenir"
haar maidentrip. Dit schip is tot 18 augus
tus 1931, drie en twintig jaar dus, in dienst
gebleven en daarna is dan de „Mercator"
gekomen. Fraai voorbeeld van stijfhoof
digheid: Adrien de Gerlache was inmid
dels directeur-generaal van de Belgische
marine geworden en hoewel hij zelf om de
kredieten voor de „Mercator" heeft ge
vraagd, heeft hij, beledigd omdat men
Advertentie
Keuze uit meer dan
OOK VOOR lONGENS
Gen. Cronjéstraat 40-44
Telefoon 54679
Haarlem
eens zijn „Belgica" had geweigerd, nooit
één voet aan boord gezet van de „Avenir"
noch van de „Mercator".
Toch zullen de kadetten van de Belgi
sche marine het niet helemaal zonder
schoolschip behoeven te stellen. Reeds in
1953, toen bleek dat er op de „Mercator"
niet genoeg plaatsen beschikbaar waren,
heeft de marine zich met particuliere re
ders in verbinding gesteld. Als gevolg van
die besprekingen werden op enige Belgi
sche vrachtschepen speciale hutten voor
de cadetten gemaakt, o.a. op de „Louis
Sheidt" van de rederij Deppe en op de
„Alex van Opstal" van de Compagne Ma
ritime Beige. Was niet de ramp met de
Zo nam de tekenaar M. C. Pauwaert
meer romantisch voorlopig af
scheid van de „Mercator".
Zelfs zo, kaal en werkloos dobberend
aan haar trossen, biedt de Mercator
voor de liefhebber nog een onvergete
lijke aanblik. Maar stel u het schip nu
eens voor zoals honderden leerling
zeelieden het gekend hebben: met vol
want de oceaan doorklievend, terwijl
een vliegende storm de zeilen bolt en
de masten doet kraken onder zijn on
tembare kracht
„Pamir' gebeurd, dan had men waar
schijnlijk de „Mercator" wel door een an
der zeilend schoolschip vervangen. Eigen
lijk lopen de Belgische marine-autoritei
ten nog met zulke plannen rond doch deze
zullen wel op allerlei bezwaren afstuiten.
Om toch in ieder geval de mogelijkheid te
hebben, de jonge officieren naar zee te
sturen heeft de marine nu, in samenwer
king met de C.M.B. voornoemd, plannen
gemaakt om twee Belgische vrachtschepen
van deze maatschappij, de „Montalto" en de
„Monthouet", een speciaal „kadettendek"
te geven. Daar is dan plaats voor een aan
tal vierpersoonshutten, voor een leslokaal,
officiersverblijven, een eetzaal e.d. Het is
wellicht een wat tweeslachtige oplossing
van het probleem maar zowel de reeders
als de marine hebben er baat bij. En zeker
ook de jonge Belgen, die op deze manier
de zeevaart leren kennen.
VANDAAG HEEFT onze feuille
ton-pagina een nieuw gezicht gekre
gen. De beide vanouds bekende strip
verhalen Pa'nda en Bibina zijn, te
zamen met hun nieuwe broertje „De
avonturen van Polle, Pelli en Pingo",
naar de voet van de pagina verhuisd:
ons nieuwe vervolgverhaal „Ik kost
te duizend gulden", kreeg behalve
een smallere regel en een duidelijker
afsluiting, ook een betere plaats voor
en bovenaan in de pagina, hetgeen
naar wij geloven niet slechts de
overzichtelijkheid en de prettige
„leesbaarheid" van een en ander be
vordert, maar bovendien tegemoet
komt aa*n de wensen van die leze
ressen (en dat zijn er vele) die het
dagelijks feuilleton plegen uit te
knippen en te bewaren. En wat de
inhoud van dat nieuwe vervolgver
haal betreft, „Ik kostte duizend gul
den", is het authentieke levensver
haal van het Chinese meisje Janet
Lim, dat, zoals zij zelf zegt, „drie
levens geleefd" heeft: in de onvoor
stelbare armoede van het vooroor
logse China, waar haar moeder haar
uit wa*nhoop als slavin verkocht; in
de bizarre uithoek der Westerse civi
lisatie die de Britse kroonkolonie
Singapore was', en onder het wrede
schrikbewind der Japanners op Su
matra, waarheen zij na de val van
Singapore met duizenden anderen
vluchtte. Een ontroerend verhaal en
een vlammende aanklacht tegen de
waanzin van de oorlog.
LONDEN In het Lagerhuis heeft oud
minister De Freitas, een vooraanstaand
Labourlid, een pleidooi gehouden voor va
kantiespreiding. Hij zeide dat „over tien
jaar in juli en augustus de mensen in de
rij zullen moeten staan om één uur aan
zee door te brengen en dat er over twintig
jaar op de stranden alleen nog maar
staanplaatsen zijn in het hoogseizoen".
Van regeringszijde werd geantwoord dat
het onmogelijk is, de vakantiegewoonten
te veranderen en het publiek voor te schrij
ven wanneer het met vakantie moet gaan.
Dit is echter een antwoord dat weinigen
zal bevredigen, omdat in elk geval miljoe
nen gebaat zullen zijn met wijziging der
schoolvakanties.
Louis Young, verhuurder van bruids
toiletten en organisator van bruiloften
heeft vele zorgen, sinds Anthony Arm
strong Jones en prinses Margaret Men
delssohn onttroond hebben.
In Engeland geldt alles wat het konink
lijk huis doet of nalaat als voorbeeld voor
duizenden.
Prinses Margaret heeft bij haar huwe
lijk de traditie van Mendelssohn's „Brui
loftsmars" afgezworen. Vermoedelijk
meende zij dat marsen voor parades en
voetbalwedstrijden goed zijn maar niet
voor bruiloften. Zij koos als muzikale be
geleiding van de huwelijksinzegening de
„Trumpet airs" van Henry Purcell.
Het gevolg is, dat vele bruidsparen wei
geren op de tonen van de tirannieke mars
naar het altaar te gaan. Zij hebben ont
dekt, dat ook Wagner's Lohengrin eigenlijk
al een „versleten deun" is.
Louis Young heeft nu 100 pond (1000 gul
den) uitgeloofd voor de componist, die hem
een goed, nieuw en stijlvol bruiloftslied
levert. Er is een jury samengesteld, die
n hR R
75-66
75. „Dus u bedoelt," vroeg Panda voorzichtig, „dat
u Babia's tekeningen móói vindt?" „Mooi is het woord
niet," sprak de heer Anthropus. „Ze zijn geweldig. Ex
pressief. Gedreven, Gepassioneerd. Sensationeel!" „Wat-
te?" vroeg het oerwezen, tot wiens verbaasd brein iets
van het besprokene begon door te dringen. „Kwaad
boospersoon kijkleuk Babia's prentplaat?" Hij vergat
er zowaar zijn angst bij. En zo trof Joris Goedbloed het
groepje aan, toen hij, na het sluiten van het contract,
de oefenzaal weer betrad. Hij had de holbewoner aar
dig geluk willen wensen met het komende titelgevecht,
maar de felicitatie stierf sissend op zijn lippen toen hij
Arthur Anthropus zag. „Daar is dat storend element
alweer," mompelde hij, „die schijnt zijn lesje maar niet
te willen leren! Ik vrees dat ik met harde hand zal
moeten ingrijpen.Er waren echter nog andere die
iets met harde hand wilden doen; met name waren
dat de gehuurde oefenboksers, die in het geheel niet
genoten hadden van de demonstratie waarin ze betrok
ken waren geweest en die uiting wilden geven aan
hun ongenoegen: „Zeg meester," vroeg er een op ruzie
toon aan Joris, „ben jij soms die vrijer die ons voor
dit oefenpartijtje had gehuurd?"
76-77. Het huisje van Gromgram lag een
eind van het Bosmannetjesdorp af, op een
stil en eenzaam plekje. Hij wou niets te
maken hebben met de anderen en woonde
hier alleen.
Maar de stilte werd nu verbroken, want
door het bos naderden de boze Bosmanne
tjes. Aan hun uitroepen was goed te ho
ren, dat ze niet veel vriendelijks in de zin
hadden.
Gromgram stond naast z'n huisje, toen
ze in de verte naderden. Hij keek nijdig,
want hij was helemaal niet gesteld op be
zoek Maar toen hij luisterde naar het ge
schreeuw werd hij opeens ongerust Hij
kroop weg en keek om 'n hoekje.
de inzendingen zal bestuderen. Intussen
houdt Louis Young een nauwlettend oog op
de komende bruiloft van" de hertog van
Kent en Katharine Worsley, op 8 juni aan
staande. Als dit paar nu toch weer buigt
voor Mendelssohn of Wagner, is de kans
groot, dat -de toekomstige bruidsparen dat
ook weer gaan doen.
Advertentie
ROEIT ZE GENADELOOS UIT
In het „Russische Weekblad", dat in de
Engelse taal wordt uitgegeven, heeft pro-
fesoor Boris Ognew mededelingen gedaan
over elektroden, die de plaats zouden kun
nen innemen van enkele zenuwen.
Door op honden uitgevoerde experimen
ten is komen vast te staan dat de elektro
den, die ongeveer 3 cm. lang zijn, de taak
kunnen overnemen van enkele motorische
zenuwen die de beweging van armen, be
nen alsook de funkties van ogen en oren
dirigeren.
Op het ogenblik, aldus het artikel van
prof Ognew, is het onderzoek nog niet af
gesloten, maar de mogelijkheid bestaat
dat ook bij mensen de elektroden kunnen
worden toegepast in bepaalde gevallen
van verminderde of uitgevallen zenuw-
funkties, en dat op deze wijze bepaalde
vormen van verlammingen langs opera
tieve weg genezen kunnen worden.
Een opt'sche industrie in Moskou heeft
's werelds eerste gecombineerde smal
filmcamera en fotocamera geconstrueerd,
aldus meldt Tass uit Moskou.
Het apparaat heet „Janus". Foto's wor
den genomen met de ene zijde van het toe
stel en films maakt men door de andere
kant.
000°
Oi 6 Copenho
1. Terwijl de „Mary" zoetjes voort-
stoomt, praten Polle en Pingo gezellig met
Pelli op het dek. Natuurlijk doen de klein
tjes samen een spelletje!
Opeens daalt er een meeuw op het dek,
en zegt: Goeie middag samen! Mooi weer
tje hè? Mijn naam is Oscar. Mag ik jullie
mat vragen''
Waarmee kunnen we je helpen? vraagt
Polle vriendelijk. Nou, daarginds op
het eiland zit iemand, die raad nodig
heeft.
2. Terwijl de „Mary" naar het eiland
koerst, doet Oscar een spelletje met de
kleintjes. Met één hand houdt hij de kaar
ten, met de andere wijst hij de richting
aan.
Het valt Padje en de papegaai niet mee,
dat Oscar hun spelletje maar al te goed
kent! Eindelijk verliezen zij ook eens en
worden braaf uitgelachen.
Kijk, zegt Oscar, en wijst naar het
eiland, daar bedoel ik, daar zit er één,
die niet verder kan. Maar wij kunnen
wel verder, zegt Pelli.
3. Allemensen! zegt Oscar, wat een
zwaai geef jij aan dat anker! Waarom doe
je dat? Nou, zegt Pelli, dat zie je eens,
wat ik waard ben als zeeman.
Zodra ze aan de steiger gemeerd zijn,
vliegt Oscar weg. Ik moet nog eten!
zegt hij; maar Pingo is al op weg naar
boven!
Leuk is het hier, hè? zegt Pelli, het is
zonde, dat Zeerob niet aan boord gebleven
is; hij moest het ook eens zien!