GULDEN
3ANETIIM
Bibïna en de Bosmannetjes
EEN ZELDZAME
ONTMOETING
IN DE IJSZEE
WILFRED HUNTER MAAKT
SCHOENEN VOOR DIEREN
PANDA EN DE GROTBOKSER
Polle
Openluchtmuseum gaat uitbreiden
m
11
Ons vervotgverhaai
De levensroman van een Chinees meisje
door
i I
Nieuwe Keltische vondst
bij Schiedam
DINSDAG 18 APRIL 1961
-JMi
.ö-rW*. :^S~
A
t
A AAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA
pilllllllllllllllllllllllll
k «osrre duizewc>
13) Dan kon ik
plotseling uit mijn dromen worden op
geschrikt door 't geluid van een gong,
die aangaf dat het tijd was om naar
bed te gaan. Twee aan twee gingen
we naar binnen en dan begon het ge
bruikelijke tellen van de meisjes.
Ondanks mijn heimwee voelde ik
me in dit tehuis nooit treurig gestemd,
maar ik was er ook niet gelukkig.
Overheersend in mij was een gevoel
van diepe dankbaarheid ten opzichte
van mevrouw Winter en haar help
sters die mij hadden geholpen. Maar
ik verlangde er toch naar om weer
naar buiten te gaan, de straat op, en
mensen te zien wie dat dan ook wa
ren. En ik weet nog goed dat wanneer
een vracht brandhout was aangeko
men die de keuken moest worden bin
nengedragen, ik altijd de eerste was
die zich aanmeldde. Ik verbeeldde mij
dat ik buiten het ijzeren hek vrijer
kon ademen, maar ik weet niet of an
deren dit ook zo voelden. Ook was ik
graag in de kinderkamer om er met
de babies te spelen kinderen van
enige meisjes die voor hun veiligheid
in het tehuis waren gebracht.
Op 'n dag hoorden we dat mevrouw
Winter ziek was. Het nieuws greep ons
allemaal aan, en de meesten van ons
konden hun tranen niet bedwingen. Ik
vroeg me dikwijls af of ze wel wist
hoeveel de kinderen in het tehuis van
haar hielden. Ze was zo buitengewoon
vriendelijk en al degenen van ons die
door haar uit benarde omstandighe
den waren gered zagen meer in haar
dan een mens. Omdat wij met ons
tweeën nog maar pas in het tehuis wa
ren toegelaten, beschuldigden heel veel
meisjes ons ervan dat wij het ongeluk
mee naar binnen hadden gebracht.
„Ze heeft jullie hier in het tehuis
gebracht, en toen is ze ziek geworden"
zeiden ze.
Later vernam ik dat ze de redster
was geweest van vele honderden meis
jes zoals wij. Helaas stierf ze in een
van de eerste maanden van het vol
gende jaar, 1934. Nog vele jaren daar
na ontbraken er nooit bloemen op
haar graf. Zelf bezocht ik het geregeld
tot de oorlog uitbrak.
We wachtten bezorgd af hoe onze
toekomst zich zou ontwikkelen. Zouden
wij weer naar het huis van de oude
Chinees worden teruggestuurd? Die
gedachte maakte ons al angstig. We
verlangden ernaar onze christenvrien
din te spreken die zo verstandig was
en zo sympathiek. Ik droeg nog altijd
de religieuze prentjes bij me die zij
me had gegeven. De andere meisjes
lachten me uit wanneer ze die prent
jes zagen en zeiden: „Jezus is een
Europeaan en Hij helpt alleen blan
ken."
„Dat is niet waar," zei ik. „Mijn
vader heeft hem vereerd, al deed mijn
moeder dat niet."
Toen riep Missie ons op een morgen
bij zich op haar kantoor en zij vertel
de ons dat er iemand was gekomen
die ons ergens mee naar toe zou ne
men. Mijn dame met het engelenge
zicht kwam en wij werden door haar
naar een groot gebouw gebracht. Daar
kregen we vele vragen te beantwoor
den zoals „Hoeveel keer werden jullie
geslagen?" en „Hoeveel hebben ze
jullie betaald?" Er kwam geen einde
aan de vragen. Toen werd gevraagd
wat ik graag wilde natuurlijk wilde
ik graag naar huis naar mijn moeder.
Maar ik kon me niet meer herinneren
waar ik gewoond had en niemand
scheen het te kunnen achterhalen. Ik
was in Hong Kong geboren, maar
Hong Kong lag erg ver van het plaats
je in China waar ik gewoond had en
niemand kon de naam ervan thuis
brengen. Tenslotte werd er besloten
dat ik in het tehuis zou blijven en
daar de school zou bezoeken. Nadat ik
een maand in een Chinees klasje had
gezeten kreeg ik te horen dat ik nu
naar een Engelse school zou gaan. Dit
trok me helemaal niet aan, zelfs al
zeiden ze tegen me dat het goed voor
me zou zijn.
Op een heldere avond werd ik met
nog een ander meisje in een auto
naar de school gebracht om daar eens
I een kijkje te nemen. We maakten
I daar kennis met drie Europese da-
mes, juffrouw Kilgour en juffrouw
Lane. Deze laatste, de directrice, was
I vele jaren zendelinge in China ge-
weest en kon Chinees spreken, maar
ik kon haar helaas niet verstaan om-
dat ze mijn dialect niet sprak. Ze
stonden alle drie op toen wij binnen-
kwamen en juffrouw Kilgour zei:
„Goedenavond".
Ik wilde keurig antwoorden.
„Good"., kon ik uitbrengen maar
de „evening" wilde niet komen, dat
was ook zo moeilijk uit te spreken.
Juffrouw Kilgour glimlachte en zei j|
iets. Missie, die met ons was mee-
gekomen, ging verder met het ge-
sprek en er werd niet meer op ons
gelet. Toen was het weer tijd om
naar het tehuis terug te keren.
Een week later werden we naar een j
Europeaan gebracht die ons officieel
mededeelde dat we naar de Engelse j
school gezonden zouden worden. Mijn j
vroegere meester en meesteres
schaamden zich heel erg en boden ons
geld aan voor onze diensten. Ik kreeg
700 dollar, mijn vriendinnetje ontving
500 dollar misschien had ik meer
slaag gehad dan zij. Missie raadde
ons aan niemand op school te vertel
len waar we vandaan waren gekomen
om te voorkomen dat men ons zou
uitlachen. Ik vond het heel erg te
moeten bedenken dat iemand zo on
vriendelijk zou kunnen zijn ons om de
nare omstandigheden waarin we te
recht waren gekomen uit te lachen.
Later besefte ik dat het verstandiger
was niet over ons verleden te praten.
Maar nu denk ik daar heel anders
over en vandaag de dag schaam ik
me niet meer als vroeger over mijn
levensloop.
We gingen inkopen doen en alles
wat ik kocht was gemaakt van groe
ne, blauwe en wit gestreepte stof.
Misschien was ik in het Poh Leung
Kuk Tehuis zo aan blauwe strepen
gewend geraakt, dat ik geen andere
motieven meer kon waarderen. De he
le volgende week waren we druk met
het klaar maken van onze schoolkle-
ren. Al de gekochte stoffen werden
omgezet in bloesen en rokken. Ik weet
niet goed meer of.dit door de school
was voorgeschreven, maar op school
heb ik nooit iets anders gedragen dan
een rok en een bloese, zelfs terwijl
de meeste anderen Chinese kleding
droegen. Ieder van ons had een rot-
tan koffer, twee paar witte gummi
schoenen en witte kousen. Ik vond het
heerlijk' dat ik naar school zou gaan
want mijn vader had dat altijd ge
wild hoewel in die tijd op het Chinese
platteland maar heel weinig meisjes
naar school gingen. Ik herinner mij
maar één meisje, dat zo gelukkig
was. Ze koos later zelf haar man en
ging daarom in heel het dorp over de
tong.
We namen afscheid van de meisjes
in Poh Leung Kuk en werden uitge
nodigd om terug te komen op het
reünie-diner dat elk jaar tijdens het
Nieuwjaarsfeest w^rd gehouden. Wij
kwamen op de Church of England Ze
nana Mission School in 1934, even
voor het begin van het tweede kwar
taal en werden ontvangen door de di
rectrice, een fors gebouwde vrouw
van middelbare leeftijd. Ze was een
wees en op deze school groot ge
bracht. Ze sprak alleen maar Maleis
en Engels en geen Chinese dialecten.
We lieten onze bagage bij haar ach
ter en vingen een glimp op van een
slaapzaal die niet zo veel verschilde
van degene die wij juist achter ons
gelaten hadden. Uit gebarentaal be
greep ik dat we het onszelf maar ge
makkelijk moesten maken. Mijn ech
te schooljaren waren begonnen.
HOOFDSTUK III
1934—1939
De Church of England Zenana Mis
sionary Society (C.E.Z.M.S.) School
is een van de oudste onderwijsinstel
lingen voor meisjes in het Verre Oos
ten. Het begin van haar historie ligt
in 1842 toen twee Europese vrouwen,
op doorreis naar China, een bezoek
brachten aan Singapore. Terwijl zij
door de straten wandelden, zagen zij
moeders die door armoede gedwongen
waren hun dochters te verkopen. Ze
vroegen en kregen toestemming van
de gouverneur om voor zulke kinde
ren een tehuis te stichten en plaat
sten dit onder de zorg van het Lon-
dense zendingsgezelschap. Zo begon
de school, onder leiding van een ze
kere mevrouw Dyer, in een huis aan
de North Bridge Road.
(Wordt vervolgd)!
VROEGER eigenlijk nog slechts
een kwarteeuw geleden was de ijsbeer
de onbetwiste heer en meester in zijn
witte wereld, de koning van het noord-
ooolrijk. Hij heeft zich daar door de
eeuwen heen kunnen handhaven, omdat
hij eigenlijk geen vijanden had, die in
kracht en vaardigheid tegen hem opge
wassen waren. Zijn enige partuur waren
de eskimo's, die jacht op hem maakten
vooral om zijn warme pels maar
toch geen ernstige bedreiging vormden.
Dat gebeurde pas toen de geciviliseerde
ilanke in deze ijzige gebieden door
drong en er handelscentra en militaire
bases stichtte. Geleidelijk drong hij de
ijsbeer terug van het landijs naar ontoe
gankelijk gebied, terwijl er ook vele
dieren omwille van de „sport" neerge
schoten werden.
ZO WERD ook deze machtige witte
roofridder een onttroonde vorst, een mo
narch in ballingschap, die zich hoe lan
ger hoe meer terugtrekt in de barre een
zaamheid van het drijfijs, dat trouwens
zijn natuurlijke jachtgebied vormt. Te
zien krijgt men hem betrekkelijk zelden,
want de ijsbeer is schuw, mijdt alle con
tact met de mens en valt bovendien door
zijn uitstekende schutkleur moeilijk te
100101. De regen was opgehouden, maar
de overstromende beek golfde nog wild
door het bos. Bibina, ons elfje, was al
weer op pad om te zienof haar hulp
ergens nodig was bij dit noodweer.
Hier en daar was een eekhoorntje of
konijntje in nood gekomen; maar Bibina
wist daar hulp te bieden en alles weer in
orde te maken. Ze liep hier, ze liep daar,
en overal keek ze aandachtig rond, wat
er nog te doen viel.
En toen, opeens.wat hoorde ze daar?
Help! Help! klonk een angstige stem.
Wat kon dat zijn? Iemand riep om hulp
wat zou er gebeurd zijn? Snel liep Bibina
naar de kant, vanwaar ze het hulpgeroep
hoorde.
v
s-. .'.v/x:'.».*AfcvAv.'iKw:'A
MMM&y
Si»
- - - -
t-.-i
ontdekken in de sneeuw- en ijswereld
van het hoge noorden. Beseft hij, in de
mens zijn meerdere gevonden te heb
ben? Zo ja, dan gedraagt hij zich in elk
geval met de waardigheid, die men van
zulk een koning der dierenwereld ver
wachten mag. Want als hij zich een en
kele keer van nabij geconfronteerd ziet
met de civilisatie in de vorm van een
ijsbreker, een wetenschappelijke expe
ditie of een groepje robbenjagers, dan
is zijn reactie geen wilde vlucht, maar
een beheerst en aristocratisch zich terug
trekken, waarbij hij de vreemde in
dringers ogenschijnlijk volkomen ne
geert. Een bewijs hiervan vormen de
foto's, gemaakt door een bemanningslid
van een Canadees schip, dat onlangs in
de Poolzee een onverwachte ontmoeting
had met een tweetal van deze prachtige
pelsdragers. Rustig, hautain haast,
gingen zij huns weegs, daarbij zeker nog
een kilometer parallel aan het schip
lopend en zwemmend, voor zij zich ten
slotte, minachtend snuivend en zonder
hun rustverstoorders ook maar één blik
waardig te keuren, verwijderden in de
witte verten.N.V.O.
WILFRED HUNTER, maatschoenmaker in Lon
den, heeft de opdracht van zijn leven gekregen: het
vervaardigen van een paar met juchtleer gevoerde
„laarsjes" voor de lievelingsolifant van een maharadja.
Hunter is waarschijnlijk de enige orthopedische
dierenschoenmaker ter wereld. Zijn speciale voor
liefde gaat uit naar het maken van muiltjes voor
jacht- en speurhonden, waarmee hij al uitge
breide proeven heeft gedaan in de laatste jaren.
Het Openluchtmuseum in Arnhem heeft
plannen om zijn tentoonstellingsareaal
thans 30 ha. groot met tien hectare
uit te breiden. Tot de nieuwe aanwinsten
van het museum behoort een uit 1760 da
terende boerderij uit Midlum bij Warnin-
gen, waardoor ook Friesland met een boer
derij in het museum vertegenwoordigd is.
Tot dusver staat er uit deze provincie
slechts een kleine molen.
De vierde van de tweejaarlijkse kleder
dracht-tentoonstellingen in het museum
heet „Het platteland thuis". Zij is opge
bouwd uit de klederdrachtencollecties van
Prinses Wilhelmina en van het Openlucht
museum zelf, aangevuld met enige bruik
lenen uit openbare en particuliere bezit
tingen. De expositie zal een overzicht ge
ven van folkloristische door-de-weekse- en
werkkleding.
Waarom een jachthond
schoeisel zou moeten dra
gen, weet hij u ook haar
fijn te vertellen. „Kijk
eens", zegt hij, „zo'n hond
moet uit een'goed nest zijn,
speurderstalenten hebben,
moed en agressiviteit be
zitten. Die combinatie van
eigenschappen is zeldzaam
en daarom kost een goede
kandidaat-jachthond een
massa geld. Dan moet hij
nog twee jaar afgericht en
getraind wórden, hetgeen
opnieuw een klein kapitaal
vergt. Trapt zo'n dier nu,
als hij voor het eerst in het
veld is, in een scherp voor
werp, een boomstronk of
iets dergelijks, dan kunnen
zijn pezen zo beschadigd
worden dat hij kreupel
wordt. Voor -de jacht is hij
dan onbruikbaar en al het
in hem geïnvesteerde geld
is weggegooid".
De muiltjes, die hij
maakt, zouden dit euvel
ondervangen. Zij zijn in
enkele seconden te „mon
teren" en volgens Hunter
vinden de honden ze pret
tig, zodra ze eraan gewend
zijn. Hij geeft echter toe,
dat alle honden aanvanke
lijk hun uiterste best doen
om de schoentjes stuk te
bijten en dat ze daarom
van een zeer solide leer
soort gemaakt moeten wor
den. „Maar na een paar
weken willen zij niet anders
meer", beweert de honden
schoenmaker.
HUNTER IS een kleine
man van 63 met een wap
perende grijze kuif en felle
priemoogjes. Hij is zijn
loopbaan met pek en els
begonnen ifr diertlt van de
mens, maar langzamerhand
krijgt hij steeds meer
opdrachten voor dieren-
schoeisel. Dat is enkele
jaren geleden begonnen
met de hond van een
vriend, die een zwerende
poot had. Het schoentje
dat Hunter voor dit dier
maakte, baarde veel opzien
en al spoedig stroomden de
orders van dierenvrienden
in en buiten Engeland bin
nen. Hunter heeft muiltjes
gemaakt voor een te zware
eend, bontlaarsjes voor
kostbare Franse poedels, en
schoenen voor honden, kat
ten, paarden en koeien. Een
van zijn laatste klanten
was een verwant van
Koningin Elizabeth. Diens
opdracht week enigszins af
van de andere: er moest
een kunstpoot voor een
rashond komen. Hunter
maakte er een en de hond
in kwestie wandelt er vro
lijk mee rond. Hunter be
weert, dat hij zelfs een
kunstbeen voor een paard
kan maken als men hem
daarom verzoeken zou.
Maar totnogtoe heeft hij
niet met dergelijke paar-
demiddelen behoeven te
werken.
EEN HALF JAAR ge
leden maakte hij op ver
zoek van de dierentuin
directie een steunlaars voor
een olifant in de Londense
„Zoo" die tijdens een wan
deling in een spijker ge
trapt had en daar een ern
stige infectie bij opliep.
Hunter maakte, in overleg
met 'een dierenarts, eerst
een studie van de spier
bewegingen van de olifant
en vervaardigde daarna
een rijglaars, gevoerd met
zacht leder, die de druk op»
de wond verlichtte. De oli
fant genas binnen enkele
weken en het bericht van
zijn herstel deed de ronde
door de wereldpers. Een
Indische maharadja heeft
nu voor zijn favoriete rij—
olifant vier van dergelijke
laarzen besteld en Wilfred
Hunter uitgenodigd voor
een bezoek aan zijn land
goed, om de olifant de maat
te nemen. Wat dit karweitje
de nabob zal gaan kosten,
heeft de heer Hunter niet
onthuld. Hij lachte slechts
fijntjes toen men hem er
naar vroeg.
87. Wat Panda niet gelukt was, viel de miljonair en
sociaal werker Arthur Anthropus helemaal niet moei
lijk en zo kwam het, dat zij al korte tijd later hun
plaatsen konden innemen in het Supercolosseum, dat
tot aan de nok met een woelige, op sensatie beluste
menigte gevuld was. Door de luidsprekers werd aan
gekondigd, dat het grote gevecht op het punt stond
te beginnen; Ikkie „Grotbewoner" Blabla tegen Tarzan
„Stroop" Bubbelbak, de wereldkampioen! „Hoera,"
riep het publiek en het begon wild te klappen en te
trappelen voor Tarzan „Stroop", die zich zelfbewust in
de ring vertoonde en met een vriendelijk lachje voor
de huldebetuiging dankte. Met de holbewoner, die nu
ook de ring in moest, ging het allemaal iets moeilij
ker, want op het laatste ogenblik scheen hij enkele be
denkingen te krijgen. „Jij goedweet dat dikvent graag
speelspeel?" vroeg hij aan Joris, die nu eenmaal zijn
zakelijk leider was. „Jij goedweet dat dikvent niet
kwaadboos als Ikkie Blabla hem kriebelkietel?" „Zeker,
mijn beste," antwoordde Joris, die op bewonderenswaar
dige manier zijn kalmte bewaarde, „ik weet dat zeer
goed. De zogeheten dikvent zal enig kriebelkietel uwer
zijds op hoge prijs stellen. Hij acht dat een sportief
en tevens winstgevend spel, en als uw kriebelkietel naar
zijn smaak is, zal hij u zelfs gaarne terug kriebelkiete-
len. Dat belooft énig te worden, nietwaar?" En met
deze bemoedigende woorden zond hij de Steentijder het
wereldkampioenschap tegemoet.
Dank zij de opmerkzaamheid van een
opzichter van Rijkswaterstaat is in de
Hargpolder bij Kethel onder Schiedam
weer een belangrijke archeologische
vondst gedaan, wederom aan Rijksweg 20,
maar nu iets zuidelijker dan de vorige
keer. Men vond ongeveer vijftig, van on
der aangepunte palen, fragmenten van
vlechtwerk, alsook een dikke mestlaag van
acht vierkante meter alles stammend uit
de Keltische tijd, en voorts twee grote
brandsteden, een met verbrande botten en
de andere geplaveid met een grote hoe
veelheid potscherven. Er waren duidelijk
sporen van een rietvloer, bestaande uit
kruiselings over elkaar gelegde lagen en
verder de normale lagen scherven, as en
zand, Ook is een stuk ruw bewerkt herts
hoorn gevonden. De vindplaats zag er rijk
en aanlokkelijk uit, maar na twee dagen
graven is het speurwerk stopgezet omdat
de werkzaamheden aan Rijksweg 20 niet
langer konden worden opgehouden.
Het object is „ingemeten", zoals dat in
deskundige termen heet, en de scherven
zijn voorlopig opgeslagen. Zij zullen te zij
ner tijd naar het museum worden overge
bracht. Enkele dagen geleden zijn nog 19
paaltjes gevonden, veertig meter van de
ze laatste vindplaats vandaan en kennelijk
ook stammend uit de ijzertijd.
r- S
13. Nou hoor, dat scheelt, zegt Pingo, nu rammelt de motor ook niet zo!
Nu eens zien, hoe ik weg kom. En daar suist Pingo de weg af met reuze
vaart. Hij is van plan, het hele eiland even rond te toeren. Denk erom,
dat het vroeg donker wordt!, roept heer Kang hem na. Hoe vind je zo'n
auto, Polle? Is het geen prachtig ding?