Wat zcjkt u in 'n sigaar? Regering moet kwestie Nieuw- Guinea aan de UNO voorleggen Z.W.O. subsidieert boek van Haagse historicus Commissie maakt soepeler toelating van spijtoptanten mogelijk Nederlandse opvangcapaciteit is elastisch genoeg Politie deze zomer nog in oude en nieuwe uniformen NA SPIJT WEER MOED (I) Weinig wrijving tussen blanke en gekleurde Nederlanders de sigaar voor mensen van dexe t\jd DONDERDAG 20 APRIL 1961 11 Commissie aan het werk jnr iO1** - - MANIFEST VAN 100 NEDERLANDERS Kort nieuws P R E S I A T I E DISTINCTIE ZUINIGHEID OH. dealer N.V. Amst Rijtuig Mij. Haarlem Houtplein 21 Telefoon 22020 „De twee reformaties in de 16e eeuw Examens Geen onderscheid Welke motieven de spijtoptanten ook in het geding brengen, voor minister Beer man dat wil zeggen voor de regering als geheel, want minister Klompé heeft er bij de behandeling van de begroting van Maatschappelijk Werk geen twijfel aan la ten bestaan dat het hier om kabinetspoli- tiek gaat gelden slechts twee criteria: noodsituatie van de spijtoptant en diens binding met Nederland. Het is duidelijk dat het hanteren van deze normen, vooral op tiendüizerid kilometer afstand bij be lemmerde rechtstreekse verbindingen ge makkelijk tot minder juiste en inconse quente beslissingen kan leiden. Minister Beerman mag dan gezegd hebben dat hij zich niet aan een heilig getal wil binden, de tot nu toe gevolgde praktijk wijst uit dat het toelatingsmaximum om de twee duizend personen schommelt dit jaar 2400 waardoor de normen „nood" en „binding met Nederland" toch ergens be grensd zijn. Minister Beerman heeft niet verder wil len gaan dan het openen van een na- beoordeling van de door zijn departement afgewezen aanvragen door een speciale commissie, waarin ook vertegenwoordi gers van de politieke partijen zitting heb ben. Een in december van het vorige jaar door de Tweede Kamer met algemene stemmen aanvaarde motie tot verruiming van de richtlijnen voor de toelating heeft geen effect gesorteerd. Het beleid van minister Beerman bete kent eigenlijk een achteruitgang ten op zichte van dat van zijn voorganger Sam- kalden. Die stelde zich namelijk op het standpunt dat de spijtoptanten konden wor den toegelaten naarmate de stroom van repatriërenden tengevolge van de natio nalisatie der Nederlandse ondernemingen verwerkt zou zijn. Als men weet dat er in 19B8 en 1959 in totaal 45.000 repatrian ten in de Nederlandse samenleving wer den opgenomen en dat de bijna vijfhon derd contractpensions sindsdien alweer tot een kleine honderdvijftig zijn geslonken, behoeft men over de opvangcapaciteit voor een thans nog slechts beperkte groep niet al te pessimistisch te zijn. Bovendien heeft minister Klompé erop gewezen dat in geval van acute nood, waar door massale overkomst onvermijdelijk zou worden, huisvesting gevonden kan worden in de kampen voor aanvullende werkgelegenheid en dergelijke. Intussen is de verwachting gerechtvaar digd dat de sinds februari onder voorzit terschap van de oud-president van de Haagse rechtbank mr. J. van Vollenhoven werkzame spijtoptantencommissie, waarin een aantal vooraanstaande figuren uit het voormalige Nederlands-Indië zitting heb ben, een gunstig effect sorteert. Er is wel eens verondersteld dat er zich onder de spijtoptanten tamelijk veel onge wenste individuen zouden bevinden. Onge twijfeld zullen er zijn die op deze wijze trachten aan justitiële consequenties van begane misstappen te ontkomen. Er is echter geen aanwijzing dat deze gevallen een opmerkelijk percentage van het aan tal afgewezen aanvragers uitmaken. De spijtoptantencommissie staat uiteraard vrij er tegenover de toepassing van de nog steeds geheim gehouden richtlijnen van de minister dan diens ambtenaren. Omgekeerd kan minister Beerman zich nu beroepen op de adviezen van een com missie waarvan het politieke gewicht niet onderschat moet worden. Dat laatste is niet van belang ontbloot. In Den Haag be staat de indruk dat de afremmingspoli- tiek jegens de spijtoptanten voor een goed deel door budgetaire overwegingen wordt bepaald. Inderdaad zijn met hun overkomst tien tallen miljoenen guldens gemoeid. De ge hele repatriëring heeft Nederland trou wens aan rechtstreekse hulp reeds 300 miljoen gekost. De indirecte kosten wor den op tenminste het viervoudige van dat bedrag geraamd: een zicht- en voelbaar geworden hypotheek op de batige sloten uit de koloniale periode. De opvatting dat ook deze morele verplichting afgelost be hoort te worden, is gelukkig gemeengoed van alle partijen. Vóór alles: lichtheid, zachtheid, 'n Sigaar moet 'icht en zacht zijn en tóch geurig en pittig, vooral een Senoritas. Welnu: deze satljnlge zachtheid vindt u in de bijzondere ANTONIO Senoritas. Ze zijn héérlijk, deze si gaartjes I Licht en zacht, met smaak en kwaliteit van een waarlijk grote sigaar. Zó te roken is pas echt rookgenot. Koop 'n doosje bij uw eigen sigarenleverancier. eigen Antonio i4c „Nederland moet de kwestie Nieuw- Guniea onverwijld aan de Verenigde Naties ter beslissing voorleggen en bij voorbaat verklaren zich bij elke beslissing van de Verenigde Naties te zullen neerleggen". Deze mening hebben bijna honderd Neder landers neergelegd in een in de Neder landse en Engelse taal uitgegeven mani fest. Tot de ondertekenaars behoren prof. dr. P. J. Bouwman, prof. ir. J. H. v. d. Broek, prof. dr. J. J. Fahrenfort, B. J. A. Haanen (aalmoezenier), prof. dr. A. F. J. Kobben, dr. P. J. Koets, prof. dr. K. van het Reeve, prof. dr. B. V. A. Röling, prof. mr. dr. M. Rooy en voorts vele kunste naars, voornamelijk letterkundigen. De Nederlandse regering aldus het manifest voert ten opzichte van Ne derlands Nieuw-Guniea een politiek die niet van werkelijkheidszin getuigt. Deze politiek is onjuist omdat Nederland thans een kleine elite van Papoea's kweekt. Deze worden opgevoerd in de illusie dat een zelfstandig westelijk Nieuw-Guinea werkelijk mogelijk is. Hun opleiding heeft onvermijdelijk plaats in een pro-Nederlandse en anti- Advertentie mixers haardrogers - keukenmachines Tegen de verwachting in zullen de stof fen voor de nieuwe uniformen van de ge meentepolitie op zijn vroegst begin mei 1961 kunnen worden geleverd. Het zal dan ook niet mogelijk zijn alle geüniformeerde politieambtenaren op 1 juni 1961 van de nieuwe pet en de nieuwe uniformjas te voorzien. Dit heeft de minister van Binnenlandse Zaken in een circulaire aan de burgemees ters van gemeenten met gemeentepolitie medegedeeld. De minister heeft er geen bezwaar te gen dat ook in de periode van 1 juli tot 1 oktober 1961 de uniformen en petten van het oude model worden gedragen. Dat hier door gedurende de zomermaanden zwarte en blauwgrijze uniformjassen door elkaar gedragen zullen worden vindt de minis ter geen bezwaar. Het is niet de bedoeling het personeel te verplichten, behoudens de uniformjas en de pet, kledingstukken van het nieuwe model aan te schaffen zolang de oude uni formstukken nog niet zijn afgedragen. Indonesische sfeer. Het gevolg zal zijn dat een eventueel zelfstandig Nieuw-Guinea zal worden geregeerd door politici die door samenwerking en solidariteit met Neder land zijn gecompromitteerd bij het mach tigste buurland, waarmee onvermijdelijk politiek en economisch moet worden sa mengewerkt. Het belang van de Papoea's wordt dus door de Nederlandse politiek niet gediend. Evenmin wordt het belang van Nederland gediend. Er is vrijwel geen land ter wereld dat bereid is het Neder lands beleid ten opzichte van Nederlands Nieuw-Guinea te steunen, aldus het mani fest. De ontertekenaars menen dan ook dat Nederland ten aanzien van westelijk Nieuw-Guinea een taak op zich heeft ge nomen waartegen het niet is opgewassen, komen dan tot de bovenaangehaalde con clusie en besluiten met als hun overtui ging uit te spreken dat alleen door het voorleggen van de kwestie aan de Ver enigde Naties een politieke en wellicht ook een militaire catastrofe kan worden voorkomen. In Spanje vermist. Sinds 5 april wordt in het berggebied tussen het Spaanse grensplaatsje Torla en Gavarnie, in het Franse departement Hautes Pyrenées, een 24-jarige Nederlander vermist. De jonge man was voor een voettocht uit Torla vertrokken, maar niet in Gavarnie aange komen. Zijn familie, die sindsdien geen bericht meer heeft ontvangen, heeft zich in verbinding gesteld met de Franse en Spaanse autoriteiten. Advertentie prijzen vanaf 5 895. vraagt vrijblijvend folder en demonstratierit. De Nederlandse Organisatie voor Zui- ver-Wetenschappelijk Onderzoek heeft de Haagse historicus dr. H. A. Enno van Gel der een subsidie verleend voor de Engel se vertaling en voar de uitgave van zijn studie „De twee reformaties in de zes tiende eeuw". Voor de vertaling heeft dr. Van Gelder ook een bijdrage mogen ont vangen van het Prins Bernard Fonds en van de Hollandse Maatschappij van We tenschappen. Onvoorziene omstandigheden daargelaten, zal het boek, dat een goede vierhonderd bladzijden telt, in het najaar uitkomen en wel onder de titel „The two reformations in the 16th century". Dat de studie in het Engels verschijnt, is niet al leen wegens het internationale karakter van het behandelde onderwerp, maar ook om een bredere lezerskring te bereiken. In een onderhoud met het A.N.P. ver telde dr. Van Gelder oud-leraar in de geschiedenis aan Haagse instellingen van onderwijs dat er in de zestiende eeuw twee reformaties aan de gang zijn geweest. De eerste is verbonden met de namen van hervormers als Luther en Calvijn en de tweede met die van de humanisten en Erasmus. Het is een wijd verbreide me ning, zo vertelde dr. Van Gelder, dat hu manisme en renaissance stromingen wa ren, die de aandacht var het christendom afleidden. In feite echter wilden de Ita liaanse humanisten, evenals Erasmus en zijn geestverwanten, ook een reformatie van het christendom, maar een die veel verder ging dan die van Luther en Cal vijn. Streefden laatstgenoemden naar een her vorming van de leer van verlossing en boete, van kerk en priesterschap, velen gingen onder de indruk van Griekse en Latijnse schrijvers het christendom niet zo zeer opvatten als een verlossingsleef, maar als een zedeleer. Deze denkbeelden werden vooral door Erasmus verbreid: zonder uit de kerk te treden, legde hij al le nadruk op de beleving van het geloof en op de zedelijke geboden van het evangelie. In verband hiermee had hij ook moder ne opvattingen omtrent de persoon van Christus, de taak van de geestelijkheid, de sacramenten en de bijbelse openba ring. Voor Erasmus was eigenlijk alleen de preek het belangrijkste. Deze denkbeel den leidden via het zeventiende-eeuwse arminianlsme naar het hedendaagse vrij zinnig protestantisme. Genoemde denkbeel den werden aangehangen door de belang rijkste kunstenaars en door vele schrij vers uit de zestiende eeuw, zoals Michel angelo, Dürer, Bruegel, Rabelais, Mon taigne en Shakespeare, zoals er Van Gel der in zijn boek tracht aan te tonen. Naast de verhouding van Erasmus tot Luther wordt dan ook aan 't werk van deze schil ders en schrijvers in het boek van dr. Van Gelder ruime aandacht besteed, evenals aan de wijsbegeerte der Italiaanse huma nisten. (Van onze reportageredacteur) Advertentie De tot nu toe in Nederland opgenomen spijtoptanten maken het over het algemeen zeker niet slechter dan de grote groepen gerepatrieerde Indische Nederlanders die hen voorgingen. In sommige opzichten kan zelfs worden vast gesteld dat de spijtoptanten die voor een belangrijk deel Nederland nooit eerder hebben gezien, zich gemakkelijker aan onze samenleving aanpassen dan vele Indische Neder landers. De spijtoptant beschouwt zichzelf immers meestal ah een emigrant die zich er van bewust is alle schepen achter zich verbrand te hebben en voor de noodzaak staat in een nieuw vaderland een bestaan van de grond af op te bouwen. Tegen de achtergrond van de noodsituatie, waarin hij in Indonesië verkeerde, is hij al dankbaar hier vrijheid, veiligheid en betrekkelijke rust te vinden, ook al is zijn huis vesting voorlopig benepen en is zijn maatschappelijke positie vaak aanzienlijk geringer dan in Indonesië het geval was vóór hem daar het leven onmogelijk werd gemaakt. Wij maakten daarvan dezer dagen een navrant voorbeeld mee, toen een 72- jarige hulpbehoevende vrouw op Schip hol uit een vliegtuig stapte die Neder land nog nooit gezien had doch alleen overgekomen was om zich bij het gezin van haar in Dordrecht ondergebrachte zuster eveneens spijtoptante te voegen. Dergelijke gevallen komen ge regeld voor. De kans dat deze oudere mensen straks „spijt-spijtoptanten" wor den is natuurlijk niet gering. Amsterdam (gem. un.). Gepromoveerd tot doctor in de letteren en wijsbegeerte A. S. Rijxman Amsterdam, op een proef schrift over de Amsterdamse bankier A. C, Wertheim .1832—1897). Utrecht. Gepromoveerd tot doctor in de wiskunde en de natuurwetenschappen J. Lucassen Utrecht, op een proefschrift over bilirubine. een afbraakprodukt van bloed- Gepromoveerd tot doctor in de genees kunde Franken, arts te Hilversum, op een proefschrift over metingen in het menselijk oog met gebruikmaking van ultrasonore t trillingen. Dat de proble men der repatrië ring niet veel gro ter zijn, moet in de eerste plaats aan de heersende economische hoog conjunctuur wor den toegeschreven. Geen enkele Ne derlander behoeft het gevoel te heb ben dat hij zijn baan verliest, om dat de werkgever de voorkeur gaf aan een gerepa trieerde. De in schakeling van de Indische Neder landers in het ar beidsproces ver loopt geruisloos- Hun tempo mag dan aanv." ikeltjk achterslaan bii dat van hun Europese collega's dat wordt wel gecompen seerd door hun grotere constant heid en ook nauw keurigheid van werken.Daar waar gekleurde en blan ke arbeiders teza men aan één lo pende band wer ken en de geza menlijke prestatie de premie bepaalt, komt het om die reden slechts zel den tot conflicten. En sommige per- soneelchefs van industrieën waur het op precisie aankomt, geven de Indische Nederlanders graag een kans. De woningnood geeft begrijpelijkerwijs meer reden tot een zekere animositeit dan de werkgelegenheid. Maar zelfs dan blijft de geprikkeldheid aan de milde kant. Ten slotte worden van elke honderd woning wetwoningen niet meer dan 5 aan gerepa- trieerden toegewezen, hetgeen er in de praktijk op neerkomt dat een gerepatrieer de zeker in het westen enige jaren in een zogenaamd contractpension moet verblijven voor hij in aanmerking komt voor een zelfstandige huisvesting. Er verblijven nog elfhonderd gerepatri eerde gezinnen in contractpensions. Totaal moeten achtienhonderd gerepatrieerden aan een zelfstandige huisvesting worden geholpen. Een negatieve reden voor de weinige wrijving tussen blanke en gekleurde Ne derlanders is dat er tot nu toe maar een gering aantal aanrakingsvlakken tussen de Nederlandse en de „Indische" samenleving is. Er bestaat een zeker isolement der ge- repatrieerden. dat ook in de tweede gene ratie de jeugd dus maar moeilijk doorbroken wordt. Het aantal „gemengde" huwelijken, om een in Nederland dierbare term nu eens in deze betekenis toe te pas sen, is veel minder groot dan men op grond van het straatbeeld wel eens ver onderstelt. Gezins- en familiebanden blij ven ook na de overtocht een dwingende kracht behouden. Dat de tegenstellingen niet boven een ze kere emotionele, dikwijls op vooroordeel berustende irritatie uitkomen, zal echter in hoofdzaak wel een gevolg zijn van het geestelijk klimaat in een land dat bij alle godsdienstige en politieke verzuiling in we zen verdraagzaam en daardoor wars van rassendiscriminatie is gebleven. Daarente gen hebben de spijtoptanten vaak meer te verduren van de niet-spijtoptanten in het zelfde contractpension. Zij worden door de laatsten in het gunstigste geval als op portunisten, neit zelden echter als landver raders beschouwd en met de nek aange keken. Deze bejaarde, Indische Nederlander kan moeilijk afstand doen van zijn tropenhelm, een van de weinige hem gebleven tastbare herinneringen aan het land waar hij geboren en getogen is. tische mogelijkheid botsen op dat punt nog wel eens), wordt hij verder behandeld als alle andere gerepatrieerden. Het minister - rie van Maatschappelijk Werk noch het overkoepelingsorgaan C.C.K.P. (Centraal Comité van Kerkelijk en Particulier initia tief voor sociale zorg aan gerepatrieerden) beschouwt de spijtoptanten als een afzon derlijke categorie. Dat maakt het ook moeilijk nauwkeurig cijfermateriaal op te leveren, hetgeen trouwens voor de gehele repatriëring geldt. Aangenomen kan worden dat sinds 1945 een dikke driehonderdduizend personen uit Indonesië in Nederland zijn opgenomen. Tweederde daarvan behoort tot de groep der Indische Nederlanders. Nog moeilijker is het om het aantal „potentiële" spijtoptanten te schatten, dus die Indische Nederlanders die van het recht hebben gebruik gemaakt binnen twe jaar na de soevereiniteitsoverdracht voor het Indonesische staatsburgerschap (War- ga Negara Indosesis) te opteren en daar nu spijt van hebben gekregen. Minister Beerman, die, als het over spijtoptanten gaat, de zaken meestal wat somber voor stelt, gaat uit van ongeveer vijftiduizend. Bij het C.C.K.P. heeft men een andere rekensom gemaakt, waarin het relatief groot aantal alleenstaanden onder de spijt optanten is verdisconteerd. Den komt men tot op zijn hoogst 35.000 „potentiële" spijt optanten. Intussen heeft minister Beerman geen ongelijk, wanneer hij er ernstig rekening mee houdt dat die potentie een realiteit wordt. Niet alleen liggen er reeds dertien- deuizend aanvragen om toelating in Neder land, maar de drieduizend nieuwe verzoe ken welke in 1960 aanhangig werden ge maakt, duiden erop dat die stroom nog lang niet is ingedijkt. Dit hangt ongetwijfeld samen met het sneeuwbaleffect van deze migratie als gevolg van de sterke familiebinding der Indische Nederlanders. Indische Nederlanders worden alge meen gewaardeerd om hun nauwge zetheid en hun toewijding. Hier ziet men een gerepatrieerde als controleur van een schakelbord in het chemische bedrijf van de staatsmijnen. Van de Nederlandse instanties is het ei genlijk alleen het ministerie van Justitie dat een duidelijk onderscheid maakt tus sen spijtoptanten en nietspijtoptanten. Zo dra men daar heeft uitgemaakt dat de be trokken Indonesische staatsburger Warga Negara, zoals de spijtoptant in het vakjar gon wordt aangeduid voor een visum in aanmerking komt en hij inderdaad kans ziet Nederland te bereiken recht en prac- I

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 11