FILATELIE Vai/ een beertje M Cjêen nam bad ti Dammen iSI Êl JU! Bridge ZATERDAG 20 MEI 1961 Erbij PAGINA VIER MOHMJ) B. Dukel <6> x x Prins Bernhard schenkt medaille voor foto-wedstrijd De specht en de duizendpoot Cor Beek Boekenhoek je ZWEDEN. Ter herdenking van de industrieel Jonas Alströmer (1685 1761), zullen op 2 juni a.s. twee post zegels worden uitgegeven. Het zijn een 15 ore (bruinachtig violet) en een 90 ore (blauwachtig groen). Het ontwerp is van Nisse Zetterberg en de gravure van Czeslaw Slania. Alströmer is een van degenen die hebben bijgedragen tot de ontwikkeling van de Zweedse industrie. Hij maakte Alingsas, waar hij in 1724 een wolspinnerij stichtte, tot de grootste industriestad van Zweden voor textiel. Ook voor de hervorming van de landbouw heeft hij veel gedaan, o.a. voerde hij in 1724 de aardappel in Zweden in. Hij was een van de stichters van de Zweedse academie van weten schappen. KAMEROEN. Met toeslag ten bate van het Kameroense Rode Kruis is een serie van drie waarden uitgekomen: 20 5 fr., 25 10 fr. en 30 5 fr. De zegels vertonen de kaart met de vlag van Kameroen. Ze zijn ontworpen en gegraveerd door Mazelin. HONGARIJE. Een serie van vier postzegels is in circulatie gebracht ter herinnering aan de lancering van de Russische raket in de richting van Venus op 12 februari j.l. De 40 ft. ver toont de aardsatelliet tijdens de vlucht tegen een achtergrond van de aardbol, de 60 ft. het lanceren van het ruimte vaartuig van deze aardsatelliet uit met de aardbol op de achtergrond, de 80 ft. het ruimteschip in haar baan naar de planeet en de 2 ft. een afbeelding van de godin Venus. VATICAANSTAD. De Vaticaanse postdienst heeft drie postzegels het licht doen zien ter herdenking van paus Leo I (440461), die 1500 jaar geleden overleed. De zegels in de waarden 15, 70 en 300 lire, geven een detail van een reliëf uit de St. Pieter, vervaardigd door Grasselini, voorstellende „De paus sprekend met de gesel Gods". ARGENTINIË. Honderd jaar geleden werd de Indische dichter, filosoof en musicus Rabindranath Tagore (1861 1941) geboren. Dit feit is herdacht door P ïW»,# .5 de uitgifte van een postzegel van 2 pesos (groen en violet). Op de zegel is zijn portret afgebeeld. Er zijn drie mil joen exemplaren gedrukt. PORTUGEES TIMOR heeft een serie van twaalf postzegels met verschillende voorstellingen het licht doen zien, die wwm. gewijd zijn aan de inheemse kunst. De waarden zijn 5, 10, 20, 30, 50 cents en 1, 2,50, 4,50, 5, 10, 20 en 50 esc. MONACO. Ter gelegenheid van het eerste wereldcongres over de aquario- logie, gehouden in november 1960 zal binnenkort een zegel van 0,25 fr. in omloop worden gebracht. Afgebeeld zijn een zeester, een zeeëgel, een koraal en -os- een zeepaling. Voorts verschijnt binnen kort een zegel van 0,25 fr. met als onderwerp „Eerbied voor het leven". Op de zegel komt een mier op een hand voor. TSJECHOSLOWAKIJE. Voor het ISO. jarig bestaan van het Praagse muziek conservatorium is een serie van drie waarden in circulatie gebracht. Afge beeld is een fluitiste op de 30 h. (zwart), een balletdanseres op de 30 h. (rood) en een zangeres met lier op 60. h. (blauw). De strijd om het kampioenschap van Nederland heeft ditmaal een geheel ander aspect vertoond als in het verleden. Vroe ger was het de strijd van de erkende Ne derlandse prominenten. Dr. Euwe hand haafde ruim 30 jaar zijn titel en wist al die tijd de concurrerende meesters: Cort- lever, Van Scheltinga, Prins, Kramer, Bouwmeester, van zich af te schudden. In 1954 veranderde het beeld: Donner kwam uit boven een overbelaste Euwe en daarmede was het woord weer aan de jonge generatie. In het zojuist be ëindigde toernooi is deze lijn in versterkte mate doorgetrokken: van de erkende (groot-)meesters verscheen slechts Donner aan de start om tesamen met enkele habi- tué's de degens te kruisen met een reeks nieuwe namen. Het resultaat was een succes voor de jeugd; de 22-jarige Indonesische student Tan ging volkomen verdiend met de erepalm strijken- De hier reeds besproken partij DonnerTan uit de eerste ronde heeft dus, conform onze verwachtingen, de doorslag gegeven, want als Donner deze gewonnen had, zou hij zijn titel hebben gecontinueerd. Meerdere andere jonge spelers: Roessel, Langeweg, v. d. Pol. De Rooy, bleken hun plaats in de titelstrijd volkomen waardig te zijn. Van hen is ir. Van de Pol vermoedelijk nog het minst bekend bij het grote publiek. Hij speelde de laatste jaren aan een van de topborden van het Haagse D.D., ver wierf zich via het Kandidatentoernooi een plaats in de titelstrijd en heeft zich zojuist te Utrecht gevestigd Zijn spel maakt een degelijke en doortastende indruk. Een score van 5'/2 uit 10 de eerste maal in dit milieu mag er zijn. Hieronder de vlotte overwinning, welke de nieuwbakken Utrechtenaar boekte op de Amsterdammer Jonkman, die wel ver reweg de zwakste was van het hele gezel schap. Wit: ir. v. d- Pol Zwart: Jonkman Konings-Indisch in de voorhand. I) Pgl-f3 Pg8-f6. 2) g2-g3 g7-g6, 3) Rfl- g2 Rf8-g7, 4) d2-d3 d7-d5, 5) 0-0 0-0, 6) Pbl-d2 c7-c6. Als zwart hier c7-c5 had gespeeld, was een zuivere omgekeerde Konings-Indiër ontstaan. De tekstzet is ook speelbaar, terwijl er natuurlijk nog meer dere andere systemen toe te passen zijn. 7) e2-e4 d5xe4, 8) d3xe4 Rc8-g4, 9) h2-h3 Rg4xf3, 10) Ddlxf3 Pb8-d7, 11) Df3-e2 Wit dreigt nu met e4-e5 plus f2-f4 of even tueel e5-e6 het initiatief te nemen. II) e7-e5, 12) b2-b3 Dd8-c7, 13) Pd2-c4 Tf8-d8. Er dreigde Ra3 benevens Pd6 met voordeel voor wit. 14) Rcl-b2 Wit staat wel wat beter door de druk op e5, maar zwart heeft nog voldoende tegen spel. Thans echter grijpt hij mis. 14) Pf6-h5? Hier hoort het paard alleen te staan, als zwart f7-f5 kan laten volgen, welke zet echter nu zou falen op ef5:, gf5:?, Dh5: Het paard staat gedeplaceerd en wordt aanstonds een aanvalsobject. 15) Tal-dl Pd7-c5 Dit kost een belangrijke pion. 16) Rg2-f3!.... Dat was het; Ph5 kan niet meer terug naar f6 omdat dan pion e5 valt. Zwart besluit daarom in troebel water te vissen. 16) b7-b5. 17) Rf3xh5 b5xc4. Het alternatief was 17) gh5:, maar dan snelt het witte paard via e3 naar f5 met krachtige aanval op de zwarte koning 18) De2xc4 Pc5-e6, 19) Rh5-f3 De buit. een pion, is binnen, doch zwart kan nog spelen, omdat hij enkele practische tegenkansen heeft. 19) Pe6-d4, 20) Rf3-g2 Td8-d7, 21) c2-c3 Pd4-e6. Zwart dreigt nu met Tad8 de d-lijn te bezetten en daartegen had wit zich vermoedelijk het beste met 22) Rf3 kunnen teweer stel len. Hij vreesde echter, dat dan Pg5 ge vaarlijk zou kunnen worden, vandaar zijn volgende zet, welke wat langzaam is en het tegenspel van zwart aan het woord laat komen. 22) Kgl-h2 Ta8-d8, 23) Ds4-e2 Dc7-a5, 24) a2-a4 Da5-b6. Met gelijktijdige aanval op b3 en (na 2 x ruilen op dl) op f2. Van daar: 25) Tdlxd7 Td8xd7. 26) b3-b4 Db6- d8. Dankzij het witte tijdverlies op de 22ste zet dreigt zwart nu op d2 binnen te drin gen Van der Pol houdt echter het hoofd koel en zijn voordeel vast. 27) Rb2-cl Td7- d3, 28) De2-c2 a7-a5 Zwart: JONKMAN Elke dampartij bestaat uit drie gedeel ten: opening, middenspel en eindspel. Een maal goed uit de opening gekomen, is de basis aanwezig om door het moeilijke middenspel en eindspel te komen. In de damlitteratuur wordt, merkwaardig ge noeg, maar weinig aandacht besteed aan openingsslagzetten. Daarom is het ver heugend, dat de Utrechtse hoofdklassespe ler L. Bergveld jr. een boekje heeft samen gesteld met honderd openingsslagzetten. Dit boekje heeft grif afzet gevonden in binnen- en buitenland; er is al een tweede, verbeterde druk verschenen en de derde druk is reeds in voorbereiding. Hieronder volgen enkele nieuwe vindingen in het openingsspel. Ze zijn toegepast door J. M. Bom. 1) 33-28 17-21. 2) 39-33 21-26. 3) 44-39 18-23. 4) 50-44 12-17. 5) 31-27 17-21. 6) 34-30 20-25? 300000000X5000000'' O"Yvi00000000CXXX500000n0nn0000000000CXD0 <xicroxicooooooco(xxxyx)ooaxjo(xx3oooooooc)00ooocx)0oc)000ooc Wit forceert een stuk winst door: 7) 37-31 25x34 (op 26x37 de kaatsingzet). 8) 40x18 13x22. 9) 28x17 26x28. 10) 17x26 en wit ver overt 28. Leerzaam, want het kan zeker in het partij spel voorkomen. Met de gevaarlijke knijpstellingspeel- wijze moet elke dammer bekend zijn. Hier is vanuit de opening een der vele mogelijk heden: 1) 32-28 18-22. 2) 37-32 12-18. 3) 34-30 7-12. 4) 30-25 18-23. 5) 39-34 12-18. 6) 41-37 20-24. En nu forceert wit stuk winst door de knijpstellingspeelvorm. DOOOOOO^^^XYTOOr^^^VXXXXj^^^pXX>OOr> v^y-*XXXior* *1000 #7. 97777#/, VÏ77#. 97777#/ '^777#. oooonrcioooooocx^oroocooo'ioronrxYYYYXYxxxyy^Tooroocoooooc Winst door: 7) 34-29 23x34. 8) 40x20 15x24. 9) 32-27 en zwart staat opgesloten, wat uiteindelijk een offer van een stuk oplevert. En nu eens een opstelling ten gunste van zwart. 1) 33-29 19-23. 2) 39-33 14-19. 3) 44-39 17-21. 4) 33-28 21-26. 5) 39-33 12-17. 6) 31-27? Hier is hetzelfde principe aanwezig met de ruil 6) 17-22 en 19-24 waarna wit stuk winst forceert. De Franse meester Ricou kwam met de volgende, eenvoudige doch leerzame, af wikkeling, waarop tal van variaties volg den. 1) 34-30 20-25. 2) 40-34 15-20. 3) 33-28 17-21. 4) 39-33, waarna met 21-27 zwart steeds stuk winst forceert. Nu iets moei lijker: 1) 33-28 18-23. 2) 39-33 12-18. 3) 44-39 7-12. 4) 50-44 1-7. 5) 34-30 17-21. 6) 31-26 12-17. Stand na de zesde zet 12-17? X)OOOOr> v inooooory "TOOOOOT» x> XJOCOOOO'XXOOOOOOOfXXXlO OOOOOOOnrv YVYYX - - 'KTOnOrv T, y-VYVYVYVYIO W/. 'MM. MM/. OOOOOO v xJCXXOOOOfXXDOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO Wit: ir. v. d. POL (aan zet) Zwart, nog steeds een pion achter, ont ketende met zijn laatste zet complicaties, welke een iets zwakkere tegenstander ge makkelijk over het hoofd zouden zijn ge groeid. Maar wit heeft het boeiende ver volg haarscherp uitgerekend en de gewel dige kracht onderkend van zijn vrije a- pion. 29) b4xa5! Pe6-c5. Eerst moet natuur lijk Td3 gedekt worden, maar nu dreigt I)a5: met aanval op c3 en a4 en ruim vol doende tegenspel voor zwart. 30) a5-a6! Dd8-a5. Consequent, maar Pa6: was veiliger geweest, omdat er nu een verrassende tactische wending, gebaseerd op de kracht van pion a6. mogelijk wordt. 31) Rcl-a3! Prachtig gespeeld. Wit heeft een dame-offer op het oog. 31) Td3xc3, 32) Dc2xc3ü De pointe. 32) Da5xc3. 33) a6-a7 Dc3-a5, 34) Ra3xc5 Wit staat ineens op winst, omdat zwart het nu volgende ingrijpen van da witte toren niet kan afwenden. Er volgde nog 34) Rg7-f8 maar na 35) Tfl-bl capituleerde zwart daar na 36) Tb8 de verre pion van wit promoveert. Tot zijn niet geringe verrassing opende zijn partner (noord) met 2 klaveren (con ventionele mancheforcing) - zuid bood 2 schoppen - de tegenpartij paste alsmaar - noord bood 3 klaveren. Zuid had de nei ging nu maar 7 klaveren te bieden, doch vroegere slechte ervaringen met de troef kleur weerhielden hem hiervan zuid ging verder met 3 harten - waarna noord 4 ruiten bood. Hoewel zuid goede ruiten- steun had, begreep hij dat NZ-spellen niet ver van 7 Sansatout af moesten zijn - zuid vroeg azen (4 SA), hoorde er drie (5 schop pen) - op 5 SA (heren vragen) - kwam een antwoord van drie heren (6 schoppen) - waarop zuid met 12 zekere slagen in bet vooruitzicht, aan 7 SA de voorkeur gaf boven 7 ruiten. West kwam met schoppen boer uit en de voorraad was. A CH3 AH87 4» A H 10 9 6 2 B 10 9 6 2 9? 8 7 6 5 ■O X X X 4- 7 W O 854 10 9 4 O x x 4» B 8 5 4 3 Wit forceert nu stuk winst door: 7) 30-24 20x29. 8) 33x24 19x30. 9) 35x24 14-19 of? Op 7-12, of 18-22 volkt stuk winst na 24-20 en 32-27. Op 14-20 28x19 20x29 dam met 39-34. 10) 40-35 19x30. 11) 35x24 18-22 of? 12) 28x19 wit heeft stuk winst. Op 13-18 met het doel stuk 19 te heroveren, volgt verrassend dam met 19-13 8x30. 39-34 30x50. 38-33 50x28 32x1. De dam kan door zwart met 1-7 1x31 en 9-13 worden afge nomen maar de slotstand levert wit een stuk meer op. Het eerder vermelde boekje is te be stellen bij de administrateur van de KNDB, de heer Spaans, Rijnlaan 265 te Utrecht, maar ondergetekende verleent gaarne zijn bemiddeling. Oplossingen of brieven te zenden aan het adres van de damredacteur: B. Dukel, Wijk aan Zeeërweg 125, IJmuiden. H V 7 3 A V B 2 O B 10 9 3 4» V Zuid speelde dus 7 SA en zag dat er slechts 12 zekere slagen waren. Noords 2 klaverbod was aan de schrale kant ge weest, doch de tijd voor een bescheidener contract was voorbij. In het diagram zijn de ruitenkaarten door kruisjes aangegeven - om u de ge legenheid te geven objectief te oordelen hoe zuids beste speelplan is. Speelt u het maar eens, zonder eerst verder gelezen te hebben. In slag 1 wordt in noord (op tafel) schop penaas genomen, zuid komt met klaveren vrouw aan slag en steekt in slag 3 over naar hartenheer. Nu volgt klaverenheer - en tot zuids teleurstelling gooit west daar een schoppentje op weg. Het contract is nu alleen nog maar te winnen als ruiten vrouw gevangen wordt. Dok klaverenaas wordt genomen in noord (zuid nogmaals een hoge ruiten weg), west een hartentje weg. Zuid heeft respectievelijk O 9 en O 10 opgeruimd - waarom, zult u later zien. Dan volgt ruitenaas uit noord (zuid <0> Boer) - de vrouw verschijnt niet; hierna komen er drie hartenronden en bij de laatste harten is de situatie: O H 8 7 4» 10 9 10 9 6 W O H V 7 8 5 O x 4» B 8 Zuid speelt hartenboer - en west moet ruiten bijgooien om de dekking in schop pen aan te houden. Noord ruimt klaver 9 op en oost klaver 8. Zuid incasseert dan de twee hoge schoppens en als hij dat ge daan heeft, moet hij op grond van net spelverloop en het afgooien van west de gehele oorspronkelijke kaartverdeling van west (en dus ook van oost) kennen. Dat zuid dus nu 3 speelt en in noord Aas neemt, is nog slechts een routine kwestie - de ruitenvrouw valt nu in eik geval. Het speelplan toont ook, waarom 7 SA veiliger is dan 7 ruiten - bij 7 ruiten moet in het begin op O Vrouw gesneden - oost had die tweede. Als u dit spel naspeelt en goed oplet op de kaarten die west moet afgooien, zult ge uzelf een fraaie oefening in „kaart-lezen" en speeltechniek geven. H. W. Filar ski Bridgevraag dezer week: Zuid opent (allen kwetsbaar) in eerste hand met één klaveren op het volgende spel:: A 8 6 2 9 3 <>H 9 2 4-AH10 4 De tegenpartij past - wat moet zuids tweede bod zijn als: a. noord één ruiten antwoordde; b. noord één harten antwoordde; c. noord één schoppen bood; d. noord 1 SA bood. Antwoord elders op deze bladzijde. Een fascinerend slot! WAAR ZIT RUITENVROUW In een oefenpartij begon de zuidspeler de volgende aardige hand op te rapen: Mr. Ed. Spanjaard ♦HV73 (?AVB2 OB 10 93 4» V. •§ao)SJ3A0 neaAiu-uaa do uafuipaiq ajapue aqCqagoui aqe japaiq-ys I ap Jeep 'pgooqjaA sjai jbav ;ip tpjOAV uajaAepj i eu qaop 'ua;und 6-9 VS I luaqajaq jajqeuiJON •ppadsag jpio/A sjajads aujapoui ajaA joop 1PM 'uaAaguee noz 01 8 poq iep sje sjpz - uassed pmz jaoui (p) jpaiq VS I pjoou spy •uageissaqjaA jajuee ejojg aj ;aq suagaM 'gooq a; si poq iep qaop 'uaddoqas g laui jaiq qoiz }paiqjaAO suaagiuaui - uaddoqas Z poq apaog iaq si (a) uaddoqas i bm -uad -doqas i uep si jajqoajs ys I (gidoptooA) iep uaqaisjapuojaA ai uapaj uaag 'pjoom -jue-uajjeq spjoou eu 'si ja ua jobjjuoo -VS uaa jooa paog qaiz luaaj ladspinz 13H poq ja;aq uaa pgaj sje si jnojesues I qaop 'uaddoqas „iqaip uago" ap pui uaa -giuaui ipatq uajieq i bn -gijsunguo atqsod -uepeq ap si ys I jooa ua pejqas ai z 6 H si unajsuaqnj apajip jooa 'uapaiq uad -doqas i japdspinz ap jaoui (e) ua)inj uaa do :geeJAagp;jq asqfqaqaM do pjooMjuy Prins Bernhard heeft een bronzen medaille ter beschikking gesteld als hoog ste bekroning voor de fotowedstrijd, >die ter gelegenheid van de opening van het internationaal studentencentrum ,,De Dromedaris" te Enkhuizen op 19 juli wordt gehouden. Aan deze wedstrijd kunnen amateurs, studenten en persfotografen deelnemen. H«WAN- ER WAS EENS EEN beestje dat nie mand kende- Geen mens had het ooit gezien. Daar kwam het eigenlijk door. Want het zijn altijd de mensen die die ren en dingen namen geven. Hoe de dieren zichzelf noemen weten ze im mers niet, omdat ze de dierentaal niet kunnen spreken. Dat diertje dat niemand kende was zo groot als de nagel van je duimpje, het had een snoetje als van een konijn tje, pootjes als van een hertje en ver der was het zo rood met zwart gespik keld als een Onze-lieve-heersbeestje. Als de mensen het gekend hadden had den ze het misschien wel een Kohert- beestje genoemd. Maar omdat ze het dus niet kenden, had het geen naam. Niet dat dat beestje dat nu zo erg vond, wel nee. Het wist niet eens dat er mensen bestonden en dat ze namen ga ven dus ook niet. Maar wat dat beestje wel heel erg vond was, dat het altijd alleen was. Er bestond helemaal geen tweede beestje van hem, zodat het al tijd tegen zichzelf moest praten en met zichzelf moest spelen. En dan keek het naar de andere dieren, de mieren, de vlinders, de vogels ten de vliegen. Dié waren altijd met een heleboel en dan werd het beestje vreselijk bedroefd. Ach, ach, zei het dan, wat ben ik toch alleen OP EEN DAG KWAM er een slak langs het holletje van het beestje. En die slak stond net even uit te puffen, omdat hij zo moe was van het dragen van zijn huis, toen het beestje zijn kop je uit het holletje stak. Het zag de slak die net zijn ogen dicht had en die zucht te: Hè, hè, wat ben ik toch moe van dat huisEn toen deed de slak zijn ogen weer open en zag het beestje zit ten in de ingang van zijn holletje. Gauw deed de slak zijn ogen weer dicht en toen weer open en toen heel wijd open van verbazing. De slak keek en keek en zei niets en toen zei hijWie ben jij nou? Ik éh ik? zei het beestje. Ja, jij, zei de slak. Nou ik eh, zei het beestje, ik eh ik ben ehnou gewoon een beestje. O, zei de slak. Je daèht zeker dat ik niet wijs ben. Dat je een beestje bent zie ik heus ook wel. Maar hoe heet je, wat voor een beest ben je? Ik heb er nog nooit zo een gezien Ja, juist, zei het beestje. Da's nou gek hè, maar ik heb mezelf ook nog nooit gezien. Hoe kan ik dus weten wie ik ben? WAT VERTEL JE ME NOU? zei de slak. Je kunt toch zeker aan je fa milie zien wie je bent! Mijn moeder was een slak, en daarom ben ik ook een slak. En mijn vrienden zijn slakken en als ik in een plas water kijk, dan zie ik mezelf en dan weet ik dat ik een slak ben. O, ja, juist, zei het beestje. Maar ik heb geen moeder en geen vrienden en als ik in een plas water kijk, dan zie ik mezelf, maar als ik mezelf zie heb ik geen naam. Dat kan niet, zei de slak. Je neemt me geloof ik in het ootjeGoed, vrienden en een moeder hoef je niet te hebben, maar een naam wél. Elk beest heeft een naam. Dus jij ook. Ben je hem misschien vergeten? Dat zou kunnen, zei het beestje. Ik zal hem wel vergeten zijn. Zal ik dan eens wat namen op noemen? vroeg de slak. Misschien ben je er wel bij. Goed, zei het beestje. Een een olifantje, zei de slak. Nee, zei het beestje. Een kikker, zei de slak. Nee, zei het beestje. Een mier, zei de slak. Nee, zei het beestje. Eeneen kangoeroe, zei de slak. Nee, zei het beestje. Een wesp, een kraai, een sprink haan, een vlieg, een ezel, een koe ging de slak steeds sneller verder. En hij noemde nog veel meer namen op, maar bij elke naam schudde het beestje van nee. ZAL IK JE EENS WAT zeggen? zei de slak op het laatst. Jij moet nog uitgevonden worden. Dat zal het wel zijn. Gut ja, zei het beesjte, Misschien moet ik wel uitgevonden worden. Hoe doe je dat? Het doet toch geen pijn, hoop ik. Ach, wel nee, zei de slak en hij werd even heel stil om goed na te kun nen denken. Na een poosje stak hij een voelhoorn op en riep: Ik heb het! Wat heb je? vroeg het beestje. Nou, dat van dat uitvinden, zei de slak. Kijk, dat gaat zo. Er loopt een moeie slak voorbij, die staat even stil en dan ziet hij een raar beest Nou raarzei het beestje. Ben ik raar? Stil nou, zei de slak, je moet me niet in de rede vallen. Alles wat je niet kent is raar. Goed, die slak ziet dus een raar beest en dan denkt hij: „Hé, wat zou dat vooreen beest zijn? Zou het een olifantje zijn? Nee, dat is het niet. Een vlieg misschien? Nee, ook niet. O, misschien is het wel een hoelawaja. Het is vast en zeker een hoelawaja! En dan ben je uitgevonden. Snap je dat? Jij bent dus voortaan een hoelawaja. Punt. Maar, zei het beestje, als ik nou eens geen hoelawaja ben, maar wat anders Wat hindert dat nou, zei de slak. Je moest toch een naam hebben. Öf je nu hoelawaja heet of anders, dat doet er niets toe. Een naam is een naam. Ik heet nou toevallig slak, maar ik had ook wel hoelawaja kunnen heten. Waar om niet. 't Is eigenlijk een veel mooiere naam dan slak, vind je niet? Hoela waja DE SLAK KEEK ALSOF hij iets erg lekkers proefde. Ik vind het een naam als een lied je, zei hij. Je kunt er op dansen. De slak ging op de punt van zijn staart staan, zong zachtjes „Hoelawaja, Hoe lawaja" en wiebelde heen en weer. Zie je wel, zei hij. Ja, ja, zei de net uitgevonden hoe lawaja, maar, maar, weet je wel dat er van mijn soort helemaal geen ande re beestjes bestaan? En dat dat erg naar is? Ik ben altijd vre-se-lijk al leen.... Hij kreeg opeens tranen in zijn ogen. Daar schrok de slak toch van. Nou, hoor nou eens, nee, luister nou eens, hoelawaja, zei de slak. Dat is toch helemaal niet zo erger zijn toch nog andere beestjes, misschien is het wel fijn omNee, zeg, ik weet iets geweldigs! Iets geweldigs. De slak kroop zo snel hij kon naar de hoe lawaja toe en fluisterde hem iets in het oor. Eerst keek de hoelawaja verbaasd, toen vrolijk en toen begon hij heel hard te lachen. En daarna werd hij stil. Slak, zei hij, ik heb vandaag voor het eerst in mijn leven gelachen! Gefeliciteerd, zei de slak hartelijk. En ga nu maar vlug aan het werk. Aju! Ik kom gauw weer eens langs. DE SLAK ZETTE ZICH in beweging en was een uurtje later om de hoek van een boom verdwenen. Maar de hoela waja was allang hard aan het werk. Hij sleepte een mooi groen blad tot voor de ingang van zijn holletje en daarna haal de hij een potje met helder witte schim mel. En met een takje dat hij steeds in hét potje doopte schreef hij met gro te letters op het blad: HIER WOONT DE ENIGE HOELAWAJA TER WE RELD. En toen die woorden er keurig netjes opstonden plakte hij het blad met een beetje hars boven de ingang van zijn holletje. En het duurde niet lang, of er ston den lange rijen beesten voor de ingang van zijn holletje die allemaal de hoela waja wilden zien. Maar weet je wat het leukste was? De hoelawaja werd al gauw een heel beroemd beest en hij kreeg het zo druk, dat hij er nooit meer aan dacht hoe alleen hij was. Lizzy Sara May Er was er eens een specht, die had een vak gekozen. Toen vloog hij naar het bos met twintig kleine dozen. Daar zaten spy kers in en hele dunne zooltjes en (voor zijn nieuwe werkplaats) een bosje bosviooltjes. En alle dieren kwamen van olifant tot vlo naar de nieuwe werkplaats kijkeri Die heette Specht en Co. Daar kon je al je schoenen fijn laten repareren; in zolen kon je kiezen uit rubber en uit leren. Maar nèt was hij begonnen of de specht kreeg het al zwaar: een duizendpoot bracht schoenen, maar liefst vijfhonderd paar! De specht deed heel verstandig (hij had een goed instinct), toen de duizendpoot weer weg was schreef hij met rode inkt een kort en duid'lijk briefje voor op zijn werkplaatsdeur, en al zijn klanten lezen nu in die felrode kleur: Wegens werk voor duizendpoten ben ik een week of drie gesloten Van uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/ Antwerpen, ontvingen wij vier nieuwe Prisma-J uniores. Er is een nieuw Biggles-boekje bij, „Biggies in de Jungle" door W. E. Johns. De dappere vlieger redt zichzelf en vele anderen weer uit een benarde toestand. „Een* meisje uit Barbados" van Eli zabeth George Speare. Een voortreffe lijk boekje voor oudere meisjes, een groep die in de jeugdlectuur over het algemeen slecht aan haar trekken komt. Het boek is in de Verenigde Sta ten bekroond met de Newberry Medal. „Het vuur op de bergen" van Willem Mayne is met een gezond gevoel voor verhoudingen beschreven. Uitstekend verteld en spannend. „Natuurkundige proeven" door Jo seph Leeming. Dit boekje is op een andere manier spannend; zullen de proeven lukken? Het boekje bevat 115 experimenten die iedere jongen ro elk meisje thuis zonder speciale rmddelen en zonder gevaar kan uitvoeren.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 16