GODDET HEEFT
GROTE ZORGEN
SLECHTSTE TOUR
SINDS 1936
Tour-winnaar Anquetil gaf een
knecht cadeautje in Parijs
De laatste klassementen
SPORTIEF SUCCES
Nederlandse Toekomst-ploeg
weerde zich uitstekend
Jacq. Anquetil: geen legende
H
Gaul op laatste
moment van de
tweede plaats
verdrongen
Tour de L'Avenir
Met België derde plaats in het
algemeen ploegenklassement
MAANDAG 17 JULI 1961
11
99
Bioscoop
Leed
Villa
Aankondiging
De zorgen van Jacques Goddet zijn na
de Tour 1961 groter dan ooit tevoren. Ja
renlang heeft de Tourbaas met succes de
strijd kunnen aanbinden met de extra-spor-
tieven. Nog vóór de ronde van 1960 sloeg
hij een gezamenlijke aanval van de man
nen achter de schermen af. Goddet vloog
enkele maken naar Italië om met de voor
naamste stalbazen te onderhandelen en hij
leek gewonnen te hebben. Maar dit jaar
heeft de opvolger van Henri Desgranges
ondervonden, dat hij een Pyrrus-overwin-
Jacques Goddet
ning had behaald. Want de extra-sportie-
ven, die in de wielersport de touwtjes in
handen hebben, hielden ditmaal het been
stijf en het gevolg was dat de Tour tal
van kopstukken moest missen.
Door het geharrewar achter de schermen
bleven Rik van Looy, de jonge Pambianco
en Nencini thuis. Goddet, die ten koste van
alles zijn ronde wilde vrijwaren van de
extra-sportieven, handhaafde de landenfor-
mule maar betaalde daarvoor zware tol
De Italianen stuurden een middelmatige
equipe zonder kopstukken en met de an
dere grote wielernaties ging het al niet an
ders.
Natuurlijk, Charly Gaul was present,
maar de Luxemburger miste enerzijds de
steun van een sterke ploeg en had an
derzijds blijkbaar al heel snel voordelige
financiële transacties kunnen afsluiten. De
ritzege van Gaul in de eerste Alpen-etap
pe van St. Etienne naar Grenoble kon nau
welijks een serieuze aanval op de positie
van Anquetil genoemd worden. Het was
meer een waarschuwing aan het adres van
de tricolores, een doelbewuste zet om de
onderhandelingspositie van de Luxembur
ger te versterken.
En nu zit Goddet met de brokstukken.
Zijn landenformule heeft gefaald, omdat de
Franse nationalen als ploeg met kop en
schouders boven de anderen uitstaken. De
Tourbaas gaat een moeilijke tijd tegemoet.
Goddet zal ongetwijfeld hemel en aarde
bewegen om zijn ronde van vreemde smet
ten te vrijwaren, maar het valt te betwij
felen of hij daarin zal slagen. Wil hij na
melijk de belangstelling voor de Tour
gaande houden, dan zal Goddet in de toe
komst moeten kunnen rekenen op de kop
stukken die nu thuis bleven. En dat zou
betekenen het loslaten van de landenfor
mule, de basis, waarop de Tour geduren
de vele tientallen jaren heeft gedreven.
Die basis is in 1961 dermate ondermijnd,
dat Goddet in een van zijn laatste hoofd
artikelen in zijn sportblad l'Equipe naar
aanleiding van de latente houding van het
veld schreef: „Dit is een misdaad, die
streng gestraft zal worden." Maar op wel
ke wijze de Tourbaas zich deze bestraf
fing voorstelt? Daarover heeft hij zich niet
uitgelaten.
Het lijkt niet onwaarschijnlijk, dat de za
kelijke belangen tenslotte boven het prin
cipe zullen gaan prevaleren en dat God
det noodgedwongen zijn landenformule
overboord zal gooien. Alleen dan zal hij
zich verzekerd weten van een veld waarin
de krachten, in tegenstelling tot dit jaar,
beter verdeeld zullen zijn. Merkenploegen
zouden ongetwijfeld een stap op het hel
lende vlak betekenen. Maar Goddet kan
niet meer zonder hen, wil hij de schep
ping van Henri Desgranges niet een snel
le dood laten sterven.
Sinds 1936, toen voor het eerst, Neder
landse renners aan de Tour deelnamen,
heeft Oranje niet zo'n slecht resultaat ge
boekt als dit jaar. Er zijn natuurlijk tal
van factoren aan te voeren voor het falen
van de Nederlandse ploeg, onder meer het
gebrek aan voorbereiding, waardoor de
Nederlanders fysiek niet tegen deze
krachtproef waren opgewassen en de
slechte mentale instelling van onze ren
ners, die vooral tot uiting kwam toen het
de eerste dagen niet wilde vlotten. Daar
bij kwam nog de pech dat onze beste man,
Als Geldermans, in de zesde etappe door
een val uit de strijd verdween. Op hem
had de ploeg haar plannen gebouwd en
met Geldermans verdween het laatste
beetje hoop op succes.
Drie dagen later kwam de neerslachtig
heid tot uiting toen Wim van Est, Jo de
Haan, Coen Niesten en Wout Wagtmans zo
maar uit de Tour stapten. Dick Enthoven
en Sjef Lahaye volgden dit slechte voor
beeld op Italiaans grondgebied. Er bleven
drie routiniers en twee debutanten over,
van wie Piet van Est, Toon van der Steen
en Jan Westdorp zich kort tevoren in de
Giro en de Zwitserse ronde hadden uitge
put. Piet van Est had genoeg karakter om
te blijven doorzetten, maar hij was aan
het einde van zijn krachten. In de zware
Pyreneeën-etappe kwam voor hem het ein
de. Als er in die rit door de kopstukken
werkelijk was gefietst, zouden ook West
dorp en Van der Steen Parijs niet hebben
gehaald. Dat hebben zij echter wel, bij de
gratie of liever gezegd: dankzij het ge
brek aan aanvalslust van de grote man
nen.
Normaal gesproken zouden dus alleen,
net als in 1959, Piet Damen en Jaap Kers
ten het Pare des Princes zijn binnengere
den. Jaap Kersten, nota bene, zorgde voor
de beste Nederlandse prestatie in deze
ronde met een tweede plaats achter Dar-
rigade in de etappe van Aix-en-Provence
naar Montpellier. Al met al een schamel
resultaat in vergelijking met het succes
volle jaar 1960, waarin de Nederlanders de
eerste prijs in de rangschikking van de
kleine ploegen wegsleepten.
In bet verleden is het nimmer voorgeko-
De bijna 40.000 wielerliefhebbers op
de stampvolle tribunes van het Pare des
Princes in Parijs zijn zondag volledig
aan hun trekken gekomen door het ver
rassende slot van deze 48ste Tour de
France. Niet dat Jacques Anquetil uit
de gele trui werd gereden. Integendeel,
de kopman van de Fransen liep zelfs
nog wat uit op zijn voornaamste con
currenten door een gedurfde vlucht in
de laatste 50 km van de slotrit naar het
Pare des Princes. Maar de grootste ver
rassing was de plaatsverwisseling tussen
Carlesi en Gaul én die tussen de Italiaan
Massignan en Junkermann.
In de laatste kilometers van deze etap
pe ontsnapte Carlesi met Jaap Kersten uit
het peloton en bij het binnenrijden op de
piste van het Pare des Princes hadden zij
een voorsprong van 6 seconden op de rest.
Charly Gaul was zijn tweede plaats kwijt.
Want al mocht de groep dan nog in de
laatste anderhalve ronde Carlesi en Kers
ten inlopen, voor het eindklassement tel
den de tijden die bij de ingang waren op
genomen. En dit betekende, dat Gaul der
de was geworden met een achterstand van
2 sec. Ongeveerd hetzelfde deed zich voor
tussen Massignan en Junkerman. De Duit
ser had bij de ravitaillering in Dourdan,
toen de laatste ontsnapping van deze Tour
ontstond, niet goed opgelet en het kostte
hem zijn vierde plaats.
Nog meer tot de verbeelding van de Pa-
rijzenaars sprak echter het gebaar van
Jacques Anquetil tegenover Robert Cazala.
Dit tweetal was 50 km. voor de lichtstad
samen met de Belgen Hoevenaers, Pau
wels en Planckaert, de Italiaan Massignan
en de regionaal Queheille uit het „wan
delende" peloton ontsnapt. De verrassing
was zo groot, dat het zevental binnen en
kele kilometers een voorsprong ^an ander
halve minuut had. Bij het oprijden van de
baan herinnerde Anquetil zich het voor
treffelijke werk van Cazala voor zijn ploeg
en resoluut nam de drager van de gele
trui de kop. De rollen waren omgedraaid.
Anquetil trok de spurt aan voor zijn knecht
De uitslag van de twintigste etappe van de
Tour de France luidde:
1. Darrigade (Fr.) 8.35.59 (met bon. 8.34.59);
2. Viot (Parijs N.O.) z.t. (met bon. 8.35 291;
3. Carlesi (It.; 4. Gainche (W.Z.W.); 5. Igno-
lin (W.Z.W.); 6. Van Aerde (B.); 7. Pellegrini
(It.); 8. Aerenhouts (B.); 9. Iturat (Sp.) z.t.;
10. Damen (Ned.); 12. Kersten (Ned.); 40.
Westdorp (Ned.), allen in dezelfde tijd als
Darrigade 8.35.59; 66. Van der Steen 8.36.53.
De uitslag van de laatste etappe, Tours
Parijs (252.5 km.) was:
1. Cazala (Fr.) 6.31.17 (met bon. 6.30.17);
2. Anquetil (Fr.) 6,31.17 (met bon. 6.30.47; 3.
Hoevenaers B.4. Planckaert (B 5. Mas
signan (It.) 6. Pauwels (B.); 7. Queheille
(W.Z.W.), allen in dezelfde tijd als de win
naar: 6.31.17; 8. Gainche (W.Z.W.) 6.33.01: 9.
Darrigade (Fr.) z.t.; 10. Kersten (Ned.) 6 32.57;
65. Van, der Steen 6.37.04.
Dat de tijden van enkele renners beter zijn
dan van coureurs die voor hen binnenkwamen
vindt zijn oorzaak in het feit, dat de tijden
werden opgenomen bij het binnenkomen van
het Pare des Princes.
De eindstand van het algemeen ploegen-
klasscment is: 1. Frankrijk 10 pnt.; 2. België
5 p.; 3. Italië 3 p.; 4. West-Zuid-West 1
Het eindklassement van de Ronde van
Frankrijk 1961 luidde:
1. Anquetil (Fr.) 122.01.33; 2. Carlesi (It.)
op 12.14; 3. Gaul (Zw./Lux.) op 12.16; 4. Mas
signan (It.) op 15.50; 5. Junkermann (Did.)
op 16.09; 6. Manzaneque (Sp.) op 16.27; 7.
Perez Frances (Sp.) op 20.41; 8. Dotto (Centr.
Z.) op 21.44; 9. Pauwels (B.) op 26.57; 10.
Adriaenssens (B.) op 28.05; 11. Hoevenaers
(B.) op 28.27; 12 Rügg (Zw./Lux.) op 32.14;
13. Van Aerde IB.) op 40.34; 14. Gainche
(W.Z.W.) op 41.26; 15. Planckaert (B.) op
41.53; 16. Zamboni (It.) op 43.26; 17. Aeren
houts IB.) op 45.52; 18. Anglade (Fr.) op 51.41;
19. Mastrotto (Fr.) op 53.19; 20. Foucher
(W.Z.W.) op 57.08; 21. Queheille (W.Z.W.)
123.00.15; 22. Mattio (Centr. Z.) z.t.
Op meer dan 1 uur: 23. Bihouee (W.Z.W.)
123.06.38; 24. Wasko (Parijs N.O.) 123.08.01; 25.
Thomin (W Z W.) 123.08.18; 26. Gerussi (Pa
rijs N.O.) 123.09.06; 27. Picot (W.Z.W.) 123.19.14;
28. Beuffeuil (W.Z.W.) 123.30.48; 29. Lach (Pa
rijs N.O.) 123.21.13; 30. G. Groussard W.Z.W.)
123.22.31; 31. Rostollan (Fr.) 123.25.45; 32. Dar
rigade (Fr.) 123.26.24; 33. Bolzan (Zw./Lux.)
123.27.38; 34. Milesi (Centr. Z.) 123.28.08; 35.
Forestier (Frankr.) 123.29.44; 36. Claes (B.)
123.29.58; 37 Ernzer (Zw./Lux.) 123.33.00; 38.
Otano (Sp.) 123.33.40: 39. Huot (Centr. Z.)
123.36.23: 40. Cazala (Fr.) 123.37.56; 41. Thielin
(Centr. Z.) 123.40.20; 42. Stablinski (Frankr.)
123.40.43; 43. Accord! It.123.48.16; 44. Minieri
(It.) 123.49.22; 45. J. Groussard (Fr I 123.50.33;
46. Bergaud (Centr. Z.) 123.51.36; 47. Elliott
(G.B.) 123.52.38; 48 Busto (Centr. Z.) 123 56.18:
49. San Emeterio (Sp.) 123.56.28.
Op meer dan 2 uur: 50. Abate (Centr. Z.)
124.01.36; 51. Falachsi (It.) 124.01.55; 52. Ilamen
(Ned.) 124.04.45 op 2.03.12; 53. Robinson (G.B.)
124.05.56; 54. Puschel (Did.) 124.09.30; 55. Cam-
pillo (Spanje) 124.11.19; 56. Pellegrini (Italië)
124.11.55: 57. Viot (Parijs N.O.) 124.21.29; 58.
Kersten (Ned.) 124.21.45 op 2.20.12; 59. Ignolin
(W.Z.W) 124.23.37; 60. Graf (Zwits./Luxemb.
124.25 46; 61. Van Geneugden B.124.27.57; 62
Marigil (Sp.) 124.30.42; 63. Galatti (Zw./Lux.)
124.31.37. 64 Van der Steen (Ned.) 124 33 08
op 2.31.35: 62. Laidlaw (G.B.) 124.47.20; 66.
Westdorp (Ned.) 124.53.12 op 2.51.39; 67 Ru-
chet (Zw./Lux.) 124.55.56.
Op meer dan 3 uur: 68. Everaert (Frankr.)
125.02.35 69. Iturat (Sp.) 125.09.35; 70. Hoorel-
becke (Parijs N.O.) 125.21.15; 71. Lefebvre
(Parijs N.O.) 125.49.22.
Op meer dan 4 uur: 72. Geneste (Par. N.O.)
126.13.29.
De prijs voor de ongelukkigste renner van
de laatste etappe was voor de Fransman Jean
Forestier. Tot de grootste pechvogel van de
gehele Tour werd uitgerotpen de Italiaan
Battistini, die door een botsing met een wa
gen van een official in de etappe naar Anti
bes de strijd moest staken.
De eindstand van het puntenklassement
was: 1. Darrigade (Fr.) 174 pnt.; 2. Gainche
(W.Z.W.) 169 p.; 3. Carlesi (Fr.) 148 p.; 4.
Anquetil (Fr.) 146 p.: 5. Aerenhouts (B.) 118
p.; 6. Pauwels (B.) 95 p.; 7. Van Aerde (B.)
94 p. 8. Massignan (It.) 92 p.: 9. Junkermann
(Did.) 82 p.; 10. Planckaert (B.) 74 p.; 17.,ex
aequo: Claes B.Thomin (W.Z.W.) en
Kersten (Ned.), allen 51 p.
Cazala schiet over de eindstreep, ge
volgd door Anquetil, Hoevenaars en
Planckaert.
(Telefoto)
die onder het enthousiasme van de me
nigte de kroon zette op een voor hem bij
zonder zware Tour.
Alle beslissingen waren compleet toen
enkele minuten later Darrigade aan het
wiel van Gainche over de streep vloog.
Want Darrigade, die twee dagen tevoren
in de tijdrit de groene trui aan de regio
naal Gainche kwijt was geraakt, had dit
kostbare kledingstuk dank zij een ritzege
zijn vierde in de voorlaatste etappe
heroverd.
De Tour was geëindigd met een totale
overwinning van do Fransen, die alleen de
grote bergprijs aan een vreemdeling
Imerio Massignan hadden moeten af
staan. De eer van Frankrijk als wielerland
was gered. Na drie achtereenvolgende
overwinningen van buitenlanders Gaul,
Bahamontes en Nencini reed zondag
middag eindelijk weer eens een Fransman
in de gele trui langs de overvolle tribunes.
En men liet zich niet onbetuigd. De ova
ties daverden over de hoofden van Anque
til en zijn ploegmakkers die deze ronde tot
zo'n goed besluit hadden gebracht.
De eerste Ronde van de Toekomst is ge
streden. Wat het doel van de geestelijke
vader van dit nieuwe element in de wie
lersport, Jacques Goddet, ook geweest is
bij het uitschrijven van deze ronde voor
amateurs en onafhankelijken vast staat
dat het sportief een zeer levendige en aan
trekkelijke wedstrijd is geweest. En wat is
er meer nodig om een etappe-koers een
succes te doen worden?
Goddet zal het met deze conclusie in de
grond van zijn hart niet eens zijn. Er heb
ben namelijk enkele uiterst belangrijke
factoren aan zijn eerste Tour de l'Avenir
ontbroken. Zulke belangrijke factoren, dat
hij zich met vele anderen de vraag zal
hebben gesteld: heeft de Ronde van de
Toekomst wel toekomst?
Hij heeft van deze ronde een wapen
schouw willen maken van alle wielertalent
op de weg, dat buiten het werkelijke pro
fessionalisme staat.- Goddet had gerekend
op de Oosteuropese landen om een wes
telijke tegenhanger van de vredeskoers
Warschau-Berlijn-Praag te kunnen creëren
Maar de Europeanen van achter het ijze
ren gordijn, die de laatste jaren bij de
amateurs op de weg de toon aangeven,
kwamen niet en zo moest de eerste toe
komstronde uit St. Etienne vertrekken zon
der de Oostduitse wereldkampioenen Eck
stein en Schur en zonder de Olympische
titelhouder, de Rus Kapitanov. Dat was
wel een heel lelijke streep door de reke
ning van monsieur Jacques.
Verder heeft het deelnemen van niet-
Europeanen, zoals de Canadezen, de Ma
rokkanen en de renners uit Uruguay, de
strijd niet bepaald veel interessanter ge
maakt en het heeft dus weer moeten ko
men van de klassieke Tour-landen met
Italië en Spanje in de hoofdrol.
Een tweede tegenvaller is de opvallend
geringe publieke belangstelling, die de Ron
de van de Toekomst heeft genoten. Som
mige tribunes bij de eindstreep bevatten
nog geen 500 toeschouwers en ook langs
de weg was de interesse maar matig. Bo
vendien heeft de Franse pers heel weinig
aandacht aan deze wedstrijd geschonken,
zoals ook wel bleek uit het feit dat in
totaal nog geen tien persauto's dagelijks
de rennersstoet volgden.
Het is duidelijk, dat door dit alles tegen
over het sportieve succes van de Tour de
l'Avenir een commerciële teleurstelling is
komen te staan en helaas is het laatste
voor de organisatoren van dergelijke eve
nementen belangrijker dan het eerste.
Maar in Parijs vernamen wij van de Tour-
direkteur, dat hij zich voor de toekomst
van zijn nieuwe ronde absoluut geen zor
gen maakt. De formule achtte hij een groot
succes en hij zei ervan overtuigd te zijn
ook de Oosteuropeanen in deze ronde te
zullen krijgen. In het Pare des Princes
liep zelfs het gerucht, dat Goddet zijn Tour
de l'Avenir wil uitbreiden om een lang ge
koesterd ideaal te kunnen verwezenlijken:
een ronde van Europa voor amateurs en
onafhankelijken. Wanneer dat gelukt
geld komt er altijd als het nodig is, zegt
Goddet dan hebben wij deze weken toch
een Ronde van de Toekomst beleefd.
De uitslag van de dertiende etappe van de
Ronde van de Toekomst, Limoges—Tours (204
km.) was:
1. Janssen (Ned.) 4 55.41 (met bon. 4.54.41);
2. Christiaens (B.) 4.55.34 (met bon. 4.55.04);
3. Steyaert (B.) 4.55.41; 4. Swiatek (Pol.); 5.
Beaufrère (Fr.) 6. Holmes (G.B.); 7. Bangs-
borg (Scand.); 8. Gazda (Polen); 9. Lavacic
(J.slav.); 10 Jacobs (Lux.).
Dat de tijd van Janssen slechter is dan die
van Christiaens, die tweede werd, is veroor
zaakt door het feit, dat de tijden werden op
genomen toen de renners de wielerbaan op
kwamen. De plaatsen van de overige Neder
landers in het etappeklassement: 18. Snijder;
21. Knoops; 35. Groeneweg; 41. Verstraette,
allen m 5 59.29.
Het ploegenklassement van de dertiende
etappe was:
1. België (Christiaens, Steyaert en Van
d'Huynslager14.46.26; 2. Polen 14.50.51; 3
Scandinavië 14.53.19; 4. Nederland (Janssen,
Snijder en Knoops) 14.53.39; 5/6. Frankrijk en
Gr.-Brittannië, beide 14.54.39; 7. Luxemburg
14.55.29; 8. Joegoslavië 14.55.37; 9. Spanje
14.55.39; 10. Italië 14.56.45; 11. Portugal 14.58.27;
12. Zwitserland 15.07.16; 13. Marokko 15.10.39;
14. Duitsland 15.38.14.
De .litslag van de laatste etappe, Blois—Pa
rijs (191 km.) was:
1. Henckaerts (B.> 4.23.02 (met bon. 4.22 02);
2. Holmes (G.B 4.23.02 (met bon. 4.22.32);
3, Nijs (B.) 4 23 02; 4. Petterson (Scand.) z.t.;
5. Verstraete (Ned.) 4.23 10; 6. El Farouki
(Mar.) 4.24 12; 7. Dalton (G.B.) 4.24.38; 8.
Janssen (Ned.) z.t.; 9. Fantinato (It.) z.t. Ver
volgens een peloton van 39 renners in dezelf
de tijd als Dalton. 13. Snijders (Ned.); 19.
Groencweg (Ned.); 26. Knoops (Ned.).
Het eindklassement luidt:
1. De Rosso (It.) 59.58.23; 2. Gabica (Sp.) op
38 sec.; 3. Van d'Huynslager (B.) op 10 04; 4.
Kunde (Did.) op 11.03; 5. Levacic (J.slav.) op
11.57; 6. Cauvet (Fr.) op 13.46; 7. Cruz (Sp.)
op 13.51; 8. Jaisli (Zwits.) op 15.03; 9. Janssen
(Ned.) op 15.50; 10. Cardoso (Port.) op 16.10;
26. Knoops (Ned.) op 40.29; 36. Snijder (Ned.)
op 1,07.01; 39. Verstraete (Ned.) op 1.08.23;
40. Groeneweg (Ned.) op 1.08.38.
Het ploegenklassement van de laatste etap
pe was: 1. België 13.10.24; 2. Gr. Brittannië
13 11.48; 3. Scandinavië 13.12.18; 4. Nederland
(Verstraete, Janssen en Snijder) 13.12.26; 5.
t m. 8. Spanje, Frankrijk, Italië en Polen, alle
in 13.13.54; 9 Luxemburg 13.19.46; 10. t.m. 12.
Portugal, Zwitserland en Duitsland, alle in
13.21.03; 13. Joegoslavië 13.26.43; 14. Marokko
13.27.16.
Het eindklassement luidt: 1. Spanje 5 pnt.;
2. Ttalië 3 p.; 3/4 Nederland en België, beide
2 p.; 5/6. Frankrijk en Polen, beide 1 p.
Nï -X-
1 vA -
Jan Janssen
De Nederlandse ploeg in de Ronde
van de Toekomst heeft zich onder de
voortreffelijke leiding van Sjefke Jans
sen uitstekend geweerd. Naast de over
winning van Janssen (zaterdag) zijn er
goede dagresultaten behaald, onder an
dere door Huub Zilverberg, die door
een ongelukkige val in de afdaling van
de Aubisque werd uitgeschakeld, maar
die daarvoor een tijd lang tot de favo
rieten voor de eindzege beeft behoord.
Er is in de Nederlandse equipe met
grote kameraadschap prachtig samenge
werkt en dank zij die homogeniteit
kwamen in vele etappes de namen van
Nederlandse renners hoog in de rang-
schikking voor en twee maal werd be
slag gelegd op de ploegenprijs, zodat
Nederland met België de derde plaats
achter Spanje en Italië in de algemene
ploegenrangschikking mocht delen.
Deze resultaten mogen voor de Neder
landse amateurs en onafhankelijken een
stimulans zijn.
Jan Janssen, met zijn 21 jaar de jongste
in de Nederlandse equipe, heeft de voor
laatste etappe gewonnen. Er werd met een
zeer hoog gemiddelde gereden: meer dan
Jacques Anquetil, winnaar van de acht
enveertigste Tour de France, is zowel
een groot wielrenner als een verstan
dig zakenman. Hij verdient gemiddeld
een kwart miljoen nieuwe franks per
jaar, richt zijn leven in zoals hij zelf
wil en houdt er uiterst ongebruikelijke
trainingsmethoden op na. Deze 27-
jarige Normandiër is de zoon van een
keuterboertje uit Quincampoix, die
een bestaantje haalt uit het planten
van aardbeien. Hij is 1.74 meter,
weegt 72 kilo en heeft een longcapaci
teit van vijf liter.
Anquetil is een van de weinige kampioe
nen, die zich nooit zorgen heeft ge-
men, dat geen enkele oranjeman bij de
eerste vijftig in het eindklassement eindig
de. Zelfs toen Anton van Schendel in 1937,
Sjefke Janssen in 1947 en Wim de Ruyter
in 1950 als enige Nederlander de ronde uit
reden, vielen zij nog in de prijzen. De klas
seringen van nu: Damen 52ste, Kersten
58ste, Van der Steen 64ste en Westdorp
63ste, houden in dat oranje geen centime
meer uit de eindprijzenpot krijgt.
Het ligt op de weg van de sportcommis-
sie van de K.N.W.U. om voor het volgend
jaar een andere koers in te slaan. Men
zal zich lang tevoren op dit grote evene
ment moeten gaan beraden en een lijn uit
stippelen voor de betrokken renners, waar
bij het te hopen is, dat Michel Stolker en
Jo de Roo zich niet, evenals nu, afzijdig
zullen houden. Ook het ploegleidersschap
zal op de helling moeten. Klaas Buchly is
ongetwijfeld van goede wil, maar hij mist
nu eenmaal de capaciteiten, die Kees Pel-
lenaars in overvloed bezat. Het woord is
aan de sportcommissie, die voor de moei
lijke taak staat het in 1961 verloren gega-
ne terrein te heroveren.
maakt om de publiciteit, die hij krijgt.
In een land, waar wielrennen de voor
naamste sport is en de grote renners
voortdurend in de publieke belangstel
ling staan, heeft Anquetil zich er nooit
voor ingespannen een „levende legende"
te worden. Op 27-jarige leeftijd is deze
slanke, bleke jongeman nog vrijwel de
zelfde als toen hij voor het eerst op een
fiets klom om wielrenner te worden. Hij
heeft dezelfde kinderlijke glimlach, die
hij als jongen had, en zijn blauwe ogen,
spitse kin en lange neus geven hem nog
steeds een jongensachtig voorkomen. An
quetil zegt nooit „nee", wordt nooit
boos, maakt nooit ruzie, doet precies
wat hij wil en trekt zich niets aan van
wat de mensen van hem denken of zeg
gen.
Zijn eerste trainer was de voormalige ren
ner Francis Pelissier, die hem wilde la
ten oefenen door hem te dwingen hon
derd kilometers per dag af te leggen.
De eerste de beste keer, dat hij Anque
til uitstuurde voor zo een lange oefenrit,
stapte de aspirant-renner af na een lek
ke band te hebben gekregen en bracht
de rest van de middag in de bioscoop
door. Hij had toen niet meer dan tien
kilometer gereden.
Iedereen was het er over eens, dat daar
uit nooit een kampioen zou groeien.
Maar Anquetil hield er zo zijn eigen
ideeën op na en volgde een nieuwe
oefenmethode, waarbij hij al zijn krach
ten inspande vlak voor een wedstrijd.
Dat bleek goed uit te pakken en al spoedig
werd Anquetil internationaal specialist
op het gebied van korte, snelle wed-
strijdsritten. In 1956 hij was toen 22
besloot hij plotseling een aanval te
doen op het wereldrecord, dat toen op
naam stond van de grote Italiaanse ren
ner Fausto Coppi. Bij zijn tweede poging
lukte het hem dat record te breken door
46,159 km in één uur af te leggen op de
Vigorelli-wielerbaan.
De experts stonden versteld. Niet alleen
van die prestatie, maar ook van Anque-
tils commentaar na afloop: „Ik had het
nog veel beter moeten doen en anderen
zullen het zeker beter doen. Maar ik doe
het nooit weer. Ik heb in dit ene uur
meer geleden dan in de hele 22 jaar
van mijn leven."
Anquetil heeft zijn verhouding tot het
wielrennen als volgt omschreven: „Ik
ben niet fanatiek op wielrennen. Ik
heb er toevallig aanleg voor en wielren
nen is nu eenmaal een commerciële
sport. Daarom probeer ik zoveel geld te
verdienen als ik kan zonder me boven
mate in te spannen."
Een jaar later, in 1957 hij was toen dus
23 liet Anquetil plotseling weten, dat
hij in de Franse ploeg aan de Tour de
France wilde meedoen, maar niet met
Louison Bobet, de man die dit evene
ment driemaal gewonnen had. Dat sloeg
in als een bom. Bobet besloot niet mee
te dingen, maar iedereen was er van
overtuigd, dat de jonge Normandiër
geen schijn van kans zou hebben.
Anquetil won de tour. Het geld begon bij
hem binnen te stromen en evenals hij
bij zijn training had gedaan besloot de
jonge renner van niemand advies te
aanvaarden over de manier, waarop hij
dat geld zou besteden. Hij associeerde
zich als geldschieter met een aantal
tandartsen en maakte op die manier
een fortuin. Hij besteedde veel geld aan
zijn hobby: het kopen van sportwagens.
Hij maakte zich intussen veel vijanden en
die wreven zich vergenoegd in de han
den, toen hij in de Tour de France van
1958 moest opgeven wegens longontste
king. Dat was een slecht jaar. Maar de
kleine Normandiër ging door te leven
zoals hij dat wilde. Voor mevrouw An
quetil bouwde hij een prachtige villa
aan de oever van de Seine in de buurt
van Rouaan, compleet met een eigen
landingssteiger, waar hij zijn eigen boot
kon meren. Zijn vrienden André Darri
gade en Jean Stablinski hielpen hem bij
zijn training van 1959 en 1960 en wijdden
hem in de geheimen van het etappe-
rennen in.
Zo begon het seizoen van 1961 met een
overwinning in de wedstrijd Parijs-Nice,
gevolgd door een hele reeks overwin
ningen in tijdritten. Anquetil bewees, dat
geen wielrenner ter wereld hem in een
etappewedstrijd kon verslaan, als hij
zich werkelijk schrap zette.
Toen op 25 juni de Tour in Versailles van
start ging, kondigde hij aan, dat hij deze
Ronde van Frankrijk zou winnen door
van het begin tot het einde de gele trui
te behouden. Er waren maar weinig
mensen ,die het geloofden, want sedert
het einde van de oorlog was dat nog
aan niemand gelukt. Anquetil presteerde
het.
Als de Ronde van Frankrijk dit jaar
vervelend is geweest, kan men dat
toch niet aan Anquetil verwijten. Hij
heeft gereden om te winnen. De an
deren raakten ontmoedigd en hebben
de strijd niet tegen hem opgenomen,
maar als zij dat wel hadden gedaan,
had Anquetil teruggeslagen. Al heeft
hij deze Tour niet gewonnen op de
briljante, glorierijke wijze van mannen
als Bartali, Bobet en Coppi, toch is hij
wellicht een even geducht renner.
41 km/u. Dit tempo werd al direct na
de start door de Italianen opgelegd, die
geen enkele ontsnapping van een der kop
stukken wilden riskeren.
Na 100 km viel de eerste ontsnapping te
noteren. De Fransman Beaufrère, de Pool
Gazda en de Luxemburger Jacobs spron
gen weg uit het peloton. Zij werden wel
dra gevolgd door de Polen Gawliczek en
Swiatek en de Belg Van d'Huynslager.
30 km verder kreeg het groepje opnieuw
versterking. Nu waren het de Brit Hinds,
de Belgen Christiaens en Steyaert, de Deen
Bagsborg en de Nederlander Janssen, die
aan de waakzaamheid van de Italianen in
het peloton ontsnapten.
Het twaalftal aan de kop vergrootte lang
zaam maar zeker de voorsprong op het
peloton en na 150 km was de situatie: op
kop de 12 renners, aangevoerd door Beau
frère, op 1.45 de Zweed Patterson, de Span
jaarden Hernandez en Cruz en de Italiaan
Zancanaro en op 2.45 het peloton. De Pool
Gawliczek moest wegens een defecte de-
railleur lossen en viel terug op de hoofd
macht.
Twee kilometer voor de finish op de
wielerbaan in Tours maakte Christiaens
zich los op de kopgroep. Hij kwam als
eerste het stadion binnen, maar nog vóór
de finish eenmaal was overschreden er
moest nog ben extra-ronde worden gere
den haalde Janssen hem in. Als triom
fator ging de Nederlander over de eind
streep.
De plaatsingen van de andere Nederlan
ders waren: 18. Snijder, 21. Knoops, 35.
Groeneweg, 41. Verstraete.
Wie gedacht had dat de renners het in
de laatste etappe kalm aan zouden doen,
kwam bedrogen uit. Opnieuw laaide de
strijdlust hoog op. En toen men in Parijs
de balans opmaakte bleek dat de rit van
Blois naar Parijs was afgelegd met een
gemiddelde van ruim 43,5 km/uur, het hoog
ste dat sedert de start in St. Etienne werd
bereikt.
De beslissing viel in de laatste 50 km!
Eerst probeerden de Fransen Beaufrère en
Genet vergeefs weg te komen, in gezel
schap van o.a. de Portugees Cardoso en
de Scandinaviër Petterson, maar een vol
gende aanval 20 km voor de Franse
hoofdstad, was raak.
De Belgen Nijs en Henckaerts gaven het
sein voor deze demarrage en zij kregen de
steun van de Engelsman Holmes, de Ma
rokkaan El Farouki, de Nederlander Miel
Verstraete en van de zeer actieve Petter
son.
Dit zestal veroverde snel een voorsprong,
die was opgelopen tot anderhalve minuut
toen het Pare des Princes werd bereikt.
Daar won Henckaerts de spurt voor Hol
mes, Nijs en Petterson. Verstraete, die in
de slotfase iets was achtergeraakt, finish
te als vijfde. In de spurt van een peloton
van 39 renners, dat na El Farouki binnen
kwam, veroverde Jan Janssen de tweede
plaats achter de Engelsman Dalton.