GODDET HEEFT GROTE ZORGEN SLECHTSTE TOUR SINDS 1936 Tour-winnaar Anquetil gaf een knecht cadeautje in Parijs De laatste klassementen SPORTIEF SUCCES Nederlandse Toekomst-ploeg weerde zich uitstekend Jacq. Anquetil: geen legende H Gaul op laatste moment van de tweede plaats verdrongen Tour de L'Avenir Met België derde plaats in het algemeen ploegenklassement MAANDAG 17 JULI 1961 11 99 Bioscoop Leed Villa Aankondiging De zorgen van Jacques Goddet zijn na de Tour 1961 groter dan ooit tevoren. Ja renlang heeft de Tourbaas met succes de strijd kunnen aanbinden met de extra-spor- tieven. Nog vóór de ronde van 1960 sloeg hij een gezamenlijke aanval van de man nen achter de schermen af. Goddet vloog enkele maken naar Italië om met de voor naamste stalbazen te onderhandelen en hij leek gewonnen te hebben. Maar dit jaar heeft de opvolger van Henri Desgranges ondervonden, dat hij een Pyrrus-overwin- Jacques Goddet ning had behaald. Want de extra-sportie- ven, die in de wielersport de touwtjes in handen hebben, hielden ditmaal het been stijf en het gevolg was dat de Tour tal van kopstukken moest missen. Door het geharrewar achter de schermen bleven Rik van Looy, de jonge Pambianco en Nencini thuis. Goddet, die ten koste van alles zijn ronde wilde vrijwaren van de extra-sportieven, handhaafde de landenfor- mule maar betaalde daarvoor zware tol De Italianen stuurden een middelmatige equipe zonder kopstukken en met de an dere grote wielernaties ging het al niet an ders. Natuurlijk, Charly Gaul was present, maar de Luxemburger miste enerzijds de steun van een sterke ploeg en had an derzijds blijkbaar al heel snel voordelige financiële transacties kunnen afsluiten. De ritzege van Gaul in de eerste Alpen-etap pe van St. Etienne naar Grenoble kon nau welijks een serieuze aanval op de positie van Anquetil genoemd worden. Het was meer een waarschuwing aan het adres van de tricolores, een doelbewuste zet om de onderhandelingspositie van de Luxembur ger te versterken. En nu zit Goddet met de brokstukken. Zijn landenformule heeft gefaald, omdat de Franse nationalen als ploeg met kop en schouders boven de anderen uitstaken. De Tourbaas gaat een moeilijke tijd tegemoet. Goddet zal ongetwijfeld hemel en aarde bewegen om zijn ronde van vreemde smet ten te vrijwaren, maar het valt te betwij felen of hij daarin zal slagen. Wil hij na melijk de belangstelling voor de Tour gaande houden, dan zal Goddet in de toe komst moeten kunnen rekenen op de kop stukken die nu thuis bleven. En dat zou betekenen het loslaten van de landenfor mule, de basis, waarop de Tour geduren de vele tientallen jaren heeft gedreven. Die basis is in 1961 dermate ondermijnd, dat Goddet in een van zijn laatste hoofd artikelen in zijn sportblad l'Equipe naar aanleiding van de latente houding van het veld schreef: „Dit is een misdaad, die streng gestraft zal worden." Maar op wel ke wijze de Tourbaas zich deze bestraf fing voorstelt? Daarover heeft hij zich niet uitgelaten. Het lijkt niet onwaarschijnlijk, dat de za kelijke belangen tenslotte boven het prin cipe zullen gaan prevaleren en dat God det noodgedwongen zijn landenformule overboord zal gooien. Alleen dan zal hij zich verzekerd weten van een veld waarin de krachten, in tegenstelling tot dit jaar, beter verdeeld zullen zijn. Merkenploegen zouden ongetwijfeld een stap op het hel lende vlak betekenen. Maar Goddet kan niet meer zonder hen, wil hij de schep ping van Henri Desgranges niet een snel le dood laten sterven. Sinds 1936, toen voor het eerst, Neder landse renners aan de Tour deelnamen, heeft Oranje niet zo'n slecht resultaat ge boekt als dit jaar. Er zijn natuurlijk tal van factoren aan te voeren voor het falen van de Nederlandse ploeg, onder meer het gebrek aan voorbereiding, waardoor de Nederlanders fysiek niet tegen deze krachtproef waren opgewassen en de slechte mentale instelling van onze ren ners, die vooral tot uiting kwam toen het de eerste dagen niet wilde vlotten. Daar bij kwam nog de pech dat onze beste man, Als Geldermans, in de zesde etappe door een val uit de strijd verdween. Op hem had de ploeg haar plannen gebouwd en met Geldermans verdween het laatste beetje hoop op succes. Drie dagen later kwam de neerslachtig heid tot uiting toen Wim van Est, Jo de Haan, Coen Niesten en Wout Wagtmans zo maar uit de Tour stapten. Dick Enthoven en Sjef Lahaye volgden dit slechte voor beeld op Italiaans grondgebied. Er bleven drie routiniers en twee debutanten over, van wie Piet van Est, Toon van der Steen en Jan Westdorp zich kort tevoren in de Giro en de Zwitserse ronde hadden uitge put. Piet van Est had genoeg karakter om te blijven doorzetten, maar hij was aan het einde van zijn krachten. In de zware Pyreneeën-etappe kwam voor hem het ein de. Als er in die rit door de kopstukken werkelijk was gefietst, zouden ook West dorp en Van der Steen Parijs niet hebben gehaald. Dat hebben zij echter wel, bij de gratie of liever gezegd: dankzij het ge brek aan aanvalslust van de grote man nen. Normaal gesproken zouden dus alleen, net als in 1959, Piet Damen en Jaap Kers ten het Pare des Princes zijn binnengere den. Jaap Kersten, nota bene, zorgde voor de beste Nederlandse prestatie in deze ronde met een tweede plaats achter Dar- rigade in de etappe van Aix-en-Provence naar Montpellier. Al met al een schamel resultaat in vergelijking met het succes volle jaar 1960, waarin de Nederlanders de eerste prijs in de rangschikking van de kleine ploegen wegsleepten. In bet verleden is het nimmer voorgeko- De bijna 40.000 wielerliefhebbers op de stampvolle tribunes van het Pare des Princes in Parijs zijn zondag volledig aan hun trekken gekomen door het ver rassende slot van deze 48ste Tour de France. Niet dat Jacques Anquetil uit de gele trui werd gereden. Integendeel, de kopman van de Fransen liep zelfs nog wat uit op zijn voornaamste con currenten door een gedurfde vlucht in de laatste 50 km van de slotrit naar het Pare des Princes. Maar de grootste ver rassing was de plaatsverwisseling tussen Carlesi en Gaul én die tussen de Italiaan Massignan en Junkermann. In de laatste kilometers van deze etap pe ontsnapte Carlesi met Jaap Kersten uit het peloton en bij het binnenrijden op de piste van het Pare des Princes hadden zij een voorsprong van 6 seconden op de rest. Charly Gaul was zijn tweede plaats kwijt. Want al mocht de groep dan nog in de laatste anderhalve ronde Carlesi en Kers ten inlopen, voor het eindklassement tel den de tijden die bij de ingang waren op genomen. En dit betekende, dat Gaul der de was geworden met een achterstand van 2 sec. Ongeveerd hetzelfde deed zich voor tussen Massignan en Junkerman. De Duit ser had bij de ravitaillering in Dourdan, toen de laatste ontsnapping van deze Tour ontstond, niet goed opgelet en het kostte hem zijn vierde plaats. Nog meer tot de verbeelding van de Pa- rijzenaars sprak echter het gebaar van Jacques Anquetil tegenover Robert Cazala. Dit tweetal was 50 km. voor de lichtstad samen met de Belgen Hoevenaers, Pau wels en Planckaert, de Italiaan Massignan en de regionaal Queheille uit het „wan delende" peloton ontsnapt. De verrassing was zo groot, dat het zevental binnen en kele kilometers een voorsprong ^an ander halve minuut had. Bij het oprijden van de baan herinnerde Anquetil zich het voor treffelijke werk van Cazala voor zijn ploeg en resoluut nam de drager van de gele trui de kop. De rollen waren omgedraaid. Anquetil trok de spurt aan voor zijn knecht De uitslag van de twintigste etappe van de Tour de France luidde: 1. Darrigade (Fr.) 8.35.59 (met bon. 8.34.59); 2. Viot (Parijs N.O.) z.t. (met bon. 8.35 291; 3. Carlesi (It.; 4. Gainche (W.Z.W.); 5. Igno- lin (W.Z.W.); 6. Van Aerde (B.); 7. Pellegrini (It.); 8. Aerenhouts (B.); 9. Iturat (Sp.) z.t.; 10. Damen (Ned.); 12. Kersten (Ned.); 40. Westdorp (Ned.), allen in dezelfde tijd als Darrigade 8.35.59; 66. Van der Steen 8.36.53. De uitslag van de laatste etappe, Tours Parijs (252.5 km.) was: 1. Cazala (Fr.) 6.31.17 (met bon. 6.30.17); 2. Anquetil (Fr.) 6,31.17 (met bon. 6.30.47; 3. Hoevenaers B.4. Planckaert (B 5. Mas signan (It.) 6. Pauwels (B.); 7. Queheille (W.Z.W.), allen in dezelfde tijd als de win naar: 6.31.17; 8. Gainche (W.Z.W.) 6.33.01: 9. Darrigade (Fr.) z.t.; 10. Kersten (Ned.) 6 32.57; 65. Van, der Steen 6.37.04. Dat de tijden van enkele renners beter zijn dan van coureurs die voor hen binnenkwamen vindt zijn oorzaak in het feit, dat de tijden werden opgenomen bij het binnenkomen van het Pare des Princes. De eindstand van het algemeen ploegen- klasscment is: 1. Frankrijk 10 pnt.; 2. België 5 p.; 3. Italië 3 p.; 4. West-Zuid-West 1 Het eindklassement van de Ronde van Frankrijk 1961 luidde: 1. Anquetil (Fr.) 122.01.33; 2. Carlesi (It.) op 12.14; 3. Gaul (Zw./Lux.) op 12.16; 4. Mas signan (It.) op 15.50; 5. Junkermann (Did.) op 16.09; 6. Manzaneque (Sp.) op 16.27; 7. Perez Frances (Sp.) op 20.41; 8. Dotto (Centr. Z.) op 21.44; 9. Pauwels (B.) op 26.57; 10. Adriaenssens (B.) op 28.05; 11. Hoevenaers (B.) op 28.27; 12 Rügg (Zw./Lux.) op 32.14; 13. Van Aerde IB.) op 40.34; 14. Gainche (W.Z.W.) op 41.26; 15. Planckaert (B.) op 41.53; 16. Zamboni (It.) op 43.26; 17. Aeren houts IB.) op 45.52; 18. Anglade (Fr.) op 51.41; 19. Mastrotto (Fr.) op 53.19; 20. Foucher (W.Z.W.) op 57.08; 21. Queheille (W.Z.W.) 123.00.15; 22. Mattio (Centr. Z.) z.t. Op meer dan 1 uur: 23. Bihouee (W.Z.W.) 123.06.38; 24. Wasko (Parijs N.O.) 123.08.01; 25. Thomin (W Z W.) 123.08.18; 26. Gerussi (Pa rijs N.O.) 123.09.06; 27. Picot (W.Z.W.) 123.19.14; 28. Beuffeuil (W.Z.W.) 123.30.48; 29. Lach (Pa rijs N.O.) 123.21.13; 30. G. Groussard W.Z.W.) 123.22.31; 31. Rostollan (Fr.) 123.25.45; 32. Dar rigade (Fr.) 123.26.24; 33. Bolzan (Zw./Lux.) 123.27.38; 34. Milesi (Centr. Z.) 123.28.08; 35. Forestier (Frankr.) 123.29.44; 36. Claes (B.) 123.29.58; 37 Ernzer (Zw./Lux.) 123.33.00; 38. Otano (Sp.) 123.33.40: 39. Huot (Centr. Z.) 123.36.23: 40. Cazala (Fr.) 123.37.56; 41. Thielin (Centr. Z.) 123.40.20; 42. Stablinski (Frankr.) 123.40.43; 43. Accord! It.123.48.16; 44. Minieri (It.) 123.49.22; 45. J. Groussard (Fr I 123.50.33; 46. Bergaud (Centr. Z.) 123.51.36; 47. Elliott (G.B.) 123.52.38; 48 Busto (Centr. Z.) 123 56.18: 49. San Emeterio (Sp.) 123.56.28. Op meer dan 2 uur: 50. Abate (Centr. Z.) 124.01.36; 51. Falachsi (It.) 124.01.55; 52. Ilamen (Ned.) 124.04.45 op 2.03.12; 53. Robinson (G.B.) 124.05.56; 54. Puschel (Did.) 124.09.30; 55. Cam- pillo (Spanje) 124.11.19; 56. Pellegrini (Italië) 124.11.55: 57. Viot (Parijs N.O.) 124.21.29; 58. Kersten (Ned.) 124.21.45 op 2.20.12; 59. Ignolin (W.Z.W) 124.23.37; 60. Graf (Zwits./Luxemb. 124.25 46; 61. Van Geneugden B.124.27.57; 62 Marigil (Sp.) 124.30.42; 63. Galatti (Zw./Lux.) 124.31.37. 64 Van der Steen (Ned.) 124 33 08 op 2.31.35: 62. Laidlaw (G.B.) 124.47.20; 66. Westdorp (Ned.) 124.53.12 op 2.51.39; 67 Ru- chet (Zw./Lux.) 124.55.56. Op meer dan 3 uur: 68. Everaert (Frankr.) 125.02.35 69. Iturat (Sp.) 125.09.35; 70. Hoorel- becke (Parijs N.O.) 125.21.15; 71. Lefebvre (Parijs N.O.) 125.49.22. Op meer dan 4 uur: 72. Geneste (Par. N.O.) 126.13.29. De prijs voor de ongelukkigste renner van de laatste etappe was voor de Fransman Jean Forestier. Tot de grootste pechvogel van de gehele Tour werd uitgerotpen de Italiaan Battistini, die door een botsing met een wa gen van een official in de etappe naar Anti bes de strijd moest staken. De eindstand van het puntenklassement was: 1. Darrigade (Fr.) 174 pnt.; 2. Gainche (W.Z.W.) 169 p.; 3. Carlesi (Fr.) 148 p.; 4. Anquetil (Fr.) 146 p.: 5. Aerenhouts (B.) 118 p.; 6. Pauwels (B.) 95 p.; 7. Van Aerde (B.) 94 p. 8. Massignan (It.) 92 p.: 9. Junkermann (Did.) 82 p.; 10. Planckaert (B.) 74 p.; 17.,ex aequo: Claes B.Thomin (W.Z.W.) en Kersten (Ned.), allen 51 p. Cazala schiet over de eindstreep, ge volgd door Anquetil, Hoevenaars en Planckaert. (Telefoto) die onder het enthousiasme van de me nigte de kroon zette op een voor hem bij zonder zware Tour. Alle beslissingen waren compleet toen enkele minuten later Darrigade aan het wiel van Gainche over de streep vloog. Want Darrigade, die twee dagen tevoren in de tijdrit de groene trui aan de regio naal Gainche kwijt was geraakt, had dit kostbare kledingstuk dank zij een ritzege zijn vierde in de voorlaatste etappe heroverd. De Tour was geëindigd met een totale overwinning van do Fransen, die alleen de grote bergprijs aan een vreemdeling Imerio Massignan hadden moeten af staan. De eer van Frankrijk als wielerland was gered. Na drie achtereenvolgende overwinningen van buitenlanders Gaul, Bahamontes en Nencini reed zondag middag eindelijk weer eens een Fransman in de gele trui langs de overvolle tribunes. En men liet zich niet onbetuigd. De ova ties daverden over de hoofden van Anque til en zijn ploegmakkers die deze ronde tot zo'n goed besluit hadden gebracht. De eerste Ronde van de Toekomst is ge streden. Wat het doel van de geestelijke vader van dit nieuwe element in de wie lersport, Jacques Goddet, ook geweest is bij het uitschrijven van deze ronde voor amateurs en onafhankelijken vast staat dat het sportief een zeer levendige en aan trekkelijke wedstrijd is geweest. En wat is er meer nodig om een etappe-koers een succes te doen worden? Goddet zal het met deze conclusie in de grond van zijn hart niet eens zijn. Er heb ben namelijk enkele uiterst belangrijke factoren aan zijn eerste Tour de l'Avenir ontbroken. Zulke belangrijke factoren, dat hij zich met vele anderen de vraag zal hebben gesteld: heeft de Ronde van de Toekomst wel toekomst? Hij heeft van deze ronde een wapen schouw willen maken van alle wielertalent op de weg, dat buiten het werkelijke pro fessionalisme staat.- Goddet had gerekend op de Oosteuropese landen om een wes telijke tegenhanger van de vredeskoers Warschau-Berlijn-Praag te kunnen creëren Maar de Europeanen van achter het ijze ren gordijn, die de laatste jaren bij de amateurs op de weg de toon aangeven, kwamen niet en zo moest de eerste toe komstronde uit St. Etienne vertrekken zon der de Oostduitse wereldkampioenen Eck stein en Schur en zonder de Olympische titelhouder, de Rus Kapitanov. Dat was wel een heel lelijke streep door de reke ning van monsieur Jacques. Verder heeft het deelnemen van niet- Europeanen, zoals de Canadezen, de Ma rokkanen en de renners uit Uruguay, de strijd niet bepaald veel interessanter ge maakt en het heeft dus weer moeten ko men van de klassieke Tour-landen met Italië en Spanje in de hoofdrol. Een tweede tegenvaller is de opvallend geringe publieke belangstelling, die de Ron de van de Toekomst heeft genoten. Som mige tribunes bij de eindstreep bevatten nog geen 500 toeschouwers en ook langs de weg was de interesse maar matig. Bo vendien heeft de Franse pers heel weinig aandacht aan deze wedstrijd geschonken, zoals ook wel bleek uit het feit dat in totaal nog geen tien persauto's dagelijks de rennersstoet volgden. Het is duidelijk, dat door dit alles tegen over het sportieve succes van de Tour de l'Avenir een commerciële teleurstelling is komen te staan en helaas is het laatste voor de organisatoren van dergelijke eve nementen belangrijker dan het eerste. Maar in Parijs vernamen wij van de Tour- direkteur, dat hij zich voor de toekomst van zijn nieuwe ronde absoluut geen zor gen maakt. De formule achtte hij een groot succes en hij zei ervan overtuigd te zijn ook de Oosteuropeanen in deze ronde te zullen krijgen. In het Pare des Princes liep zelfs het gerucht, dat Goddet zijn Tour de l'Avenir wil uitbreiden om een lang ge koesterd ideaal te kunnen verwezenlijken: een ronde van Europa voor amateurs en onafhankelijken. Wanneer dat gelukt geld komt er altijd als het nodig is, zegt Goddet dan hebben wij deze weken toch een Ronde van de Toekomst beleefd. De uitslag van de dertiende etappe van de Ronde van de Toekomst, Limoges—Tours (204 km.) was: 1. Janssen (Ned.) 4 55.41 (met bon. 4.54.41); 2. Christiaens (B.) 4.55.34 (met bon. 4.55.04); 3. Steyaert (B.) 4.55.41; 4. Swiatek (Pol.); 5. Beaufrère (Fr.) 6. Holmes (G.B.); 7. Bangs- borg (Scand.); 8. Gazda (Polen); 9. Lavacic (J.slav.); 10 Jacobs (Lux.). Dat de tijd van Janssen slechter is dan die van Christiaens, die tweede werd, is veroor zaakt door het feit, dat de tijden werden op genomen toen de renners de wielerbaan op kwamen. De plaatsen van de overige Neder landers in het etappeklassement: 18. Snijder; 21. Knoops; 35. Groeneweg; 41. Verstraette, allen m 5 59.29. Het ploegenklassement van de dertiende etappe was: 1. België (Christiaens, Steyaert en Van d'Huynslager14.46.26; 2. Polen 14.50.51; 3 Scandinavië 14.53.19; 4. Nederland (Janssen, Snijder en Knoops) 14.53.39; 5/6. Frankrijk en Gr.-Brittannië, beide 14.54.39; 7. Luxemburg 14.55.29; 8. Joegoslavië 14.55.37; 9. Spanje 14.55.39; 10. Italië 14.56.45; 11. Portugal 14.58.27; 12. Zwitserland 15.07.16; 13. Marokko 15.10.39; 14. Duitsland 15.38.14. De .litslag van de laatste etappe, Blois—Pa rijs (191 km.) was: 1. Henckaerts (B.> 4.23.02 (met bon. 4.22 02); 2. Holmes (G.B 4.23.02 (met bon. 4.22.32); 3, Nijs (B.) 4 23 02; 4. Petterson (Scand.) z.t.; 5. Verstraete (Ned.) 4.23 10; 6. El Farouki (Mar.) 4.24 12; 7. Dalton (G.B.) 4.24.38; 8. Janssen (Ned.) z.t.; 9. Fantinato (It.) z.t. Ver volgens een peloton van 39 renners in dezelf de tijd als Dalton. 13. Snijders (Ned.); 19. Groencweg (Ned.); 26. Knoops (Ned.). Het eindklassement luidt: 1. De Rosso (It.) 59.58.23; 2. Gabica (Sp.) op 38 sec.; 3. Van d'Huynslager (B.) op 10 04; 4. Kunde (Did.) op 11.03; 5. Levacic (J.slav.) op 11.57; 6. Cauvet (Fr.) op 13.46; 7. Cruz (Sp.) op 13.51; 8. Jaisli (Zwits.) op 15.03; 9. Janssen (Ned.) op 15.50; 10. Cardoso (Port.) op 16.10; 26. Knoops (Ned.) op 40.29; 36. Snijder (Ned.) op 1,07.01; 39. Verstraete (Ned.) op 1.08.23; 40. Groeneweg (Ned.) op 1.08.38. Het ploegenklassement van de laatste etap pe was: 1. België 13.10.24; 2. Gr. Brittannië 13 11.48; 3. Scandinavië 13.12.18; 4. Nederland (Verstraete, Janssen en Snijder) 13.12.26; 5. t m. 8. Spanje, Frankrijk, Italië en Polen, alle in 13.13.54; 9 Luxemburg 13.19.46; 10. t.m. 12. Portugal, Zwitserland en Duitsland, alle in 13.21.03; 13. Joegoslavië 13.26.43; 14. Marokko 13.27.16. Het eindklassement luidt: 1. Spanje 5 pnt.; 2. Ttalië 3 p.; 3/4 Nederland en België, beide 2 p.; 5/6. Frankrijk en Polen, beide 1 p. Nï -X- 1 vA - Jan Janssen De Nederlandse ploeg in de Ronde van de Toekomst heeft zich onder de voortreffelijke leiding van Sjefke Jans sen uitstekend geweerd. Naast de over winning van Janssen (zaterdag) zijn er goede dagresultaten behaald, onder an dere door Huub Zilverberg, die door een ongelukkige val in de afdaling van de Aubisque werd uitgeschakeld, maar die daarvoor een tijd lang tot de favo rieten voor de eindzege beeft behoord. Er is in de Nederlandse equipe met grote kameraadschap prachtig samenge werkt en dank zij die homogeniteit kwamen in vele etappes de namen van Nederlandse renners hoog in de rang- schikking voor en twee maal werd be slag gelegd op de ploegenprijs, zodat Nederland met België de derde plaats achter Spanje en Italië in de algemene ploegenrangschikking mocht delen. Deze resultaten mogen voor de Neder landse amateurs en onafhankelijken een stimulans zijn. Jan Janssen, met zijn 21 jaar de jongste in de Nederlandse equipe, heeft de voor laatste etappe gewonnen. Er werd met een zeer hoog gemiddelde gereden: meer dan Jacques Anquetil, winnaar van de acht enveertigste Tour de France, is zowel een groot wielrenner als een verstan dig zakenman. Hij verdient gemiddeld een kwart miljoen nieuwe franks per jaar, richt zijn leven in zoals hij zelf wil en houdt er uiterst ongebruikelijke trainingsmethoden op na. Deze 27- jarige Normandiër is de zoon van een keuterboertje uit Quincampoix, die een bestaantje haalt uit het planten van aardbeien. Hij is 1.74 meter, weegt 72 kilo en heeft een longcapaci teit van vijf liter. Anquetil is een van de weinige kampioe nen, die zich nooit zorgen heeft ge- men, dat geen enkele oranjeman bij de eerste vijftig in het eindklassement eindig de. Zelfs toen Anton van Schendel in 1937, Sjefke Janssen in 1947 en Wim de Ruyter in 1950 als enige Nederlander de ronde uit reden, vielen zij nog in de prijzen. De klas seringen van nu: Damen 52ste, Kersten 58ste, Van der Steen 64ste en Westdorp 63ste, houden in dat oranje geen centime meer uit de eindprijzenpot krijgt. Het ligt op de weg van de sportcommis- sie van de K.N.W.U. om voor het volgend jaar een andere koers in te slaan. Men zal zich lang tevoren op dit grote evene ment moeten gaan beraden en een lijn uit stippelen voor de betrokken renners, waar bij het te hopen is, dat Michel Stolker en Jo de Roo zich niet, evenals nu, afzijdig zullen houden. Ook het ploegleidersschap zal op de helling moeten. Klaas Buchly is ongetwijfeld van goede wil, maar hij mist nu eenmaal de capaciteiten, die Kees Pel- lenaars in overvloed bezat. Het woord is aan de sportcommissie, die voor de moei lijke taak staat het in 1961 verloren gega- ne terrein te heroveren. maakt om de publiciteit, die hij krijgt. In een land, waar wielrennen de voor naamste sport is en de grote renners voortdurend in de publieke belangstel ling staan, heeft Anquetil zich er nooit voor ingespannen een „levende legende" te worden. Op 27-jarige leeftijd is deze slanke, bleke jongeman nog vrijwel de zelfde als toen hij voor het eerst op een fiets klom om wielrenner te worden. Hij heeft dezelfde kinderlijke glimlach, die hij als jongen had, en zijn blauwe ogen, spitse kin en lange neus geven hem nog steeds een jongensachtig voorkomen. An quetil zegt nooit „nee", wordt nooit boos, maakt nooit ruzie, doet precies wat hij wil en trekt zich niets aan van wat de mensen van hem denken of zeg gen. Zijn eerste trainer was de voormalige ren ner Francis Pelissier, die hem wilde la ten oefenen door hem te dwingen hon derd kilometers per dag af te leggen. De eerste de beste keer, dat hij Anque til uitstuurde voor zo een lange oefenrit, stapte de aspirant-renner af na een lek ke band te hebben gekregen en bracht de rest van de middag in de bioscoop door. Hij had toen niet meer dan tien kilometer gereden. Iedereen was het er over eens, dat daar uit nooit een kampioen zou groeien. Maar Anquetil hield er zo zijn eigen ideeën op na en volgde een nieuwe oefenmethode, waarbij hij al zijn krach ten inspande vlak voor een wedstrijd. Dat bleek goed uit te pakken en al spoedig werd Anquetil internationaal specialist op het gebied van korte, snelle wed- strijdsritten. In 1956 hij was toen 22 besloot hij plotseling een aanval te doen op het wereldrecord, dat toen op naam stond van de grote Italiaanse ren ner Fausto Coppi. Bij zijn tweede poging lukte het hem dat record te breken door 46,159 km in één uur af te leggen op de Vigorelli-wielerbaan. De experts stonden versteld. Niet alleen van die prestatie, maar ook van Anque- tils commentaar na afloop: „Ik had het nog veel beter moeten doen en anderen zullen het zeker beter doen. Maar ik doe het nooit weer. Ik heb in dit ene uur meer geleden dan in de hele 22 jaar van mijn leven." Anquetil heeft zijn verhouding tot het wielrennen als volgt omschreven: „Ik ben niet fanatiek op wielrennen. Ik heb er toevallig aanleg voor en wielren nen is nu eenmaal een commerciële sport. Daarom probeer ik zoveel geld te verdienen als ik kan zonder me boven mate in te spannen." Een jaar later, in 1957 hij was toen dus 23 liet Anquetil plotseling weten, dat hij in de Franse ploeg aan de Tour de France wilde meedoen, maar niet met Louison Bobet, de man die dit evene ment driemaal gewonnen had. Dat sloeg in als een bom. Bobet besloot niet mee te dingen, maar iedereen was er van overtuigd, dat de jonge Normandiër geen schijn van kans zou hebben. Anquetil won de tour. Het geld begon bij hem binnen te stromen en evenals hij bij zijn training had gedaan besloot de jonge renner van niemand advies te aanvaarden over de manier, waarop hij dat geld zou besteden. Hij associeerde zich als geldschieter met een aantal tandartsen en maakte op die manier een fortuin. Hij besteedde veel geld aan zijn hobby: het kopen van sportwagens. Hij maakte zich intussen veel vijanden en die wreven zich vergenoegd in de han den, toen hij in de Tour de France van 1958 moest opgeven wegens longontste king. Dat was een slecht jaar. Maar de kleine Normandiër ging door te leven zoals hij dat wilde. Voor mevrouw An quetil bouwde hij een prachtige villa aan de oever van de Seine in de buurt van Rouaan, compleet met een eigen landingssteiger, waar hij zijn eigen boot kon meren. Zijn vrienden André Darri gade en Jean Stablinski hielpen hem bij zijn training van 1959 en 1960 en wijdden hem in de geheimen van het etappe- rennen in. Zo begon het seizoen van 1961 met een overwinning in de wedstrijd Parijs-Nice, gevolgd door een hele reeks overwin ningen in tijdritten. Anquetil bewees, dat geen wielrenner ter wereld hem in een etappewedstrijd kon verslaan, als hij zich werkelijk schrap zette. Toen op 25 juni de Tour in Versailles van start ging, kondigde hij aan, dat hij deze Ronde van Frankrijk zou winnen door van het begin tot het einde de gele trui te behouden. Er waren maar weinig mensen ,die het geloofden, want sedert het einde van de oorlog was dat nog aan niemand gelukt. Anquetil presteerde het. Als de Ronde van Frankrijk dit jaar vervelend is geweest, kan men dat toch niet aan Anquetil verwijten. Hij heeft gereden om te winnen. De an deren raakten ontmoedigd en hebben de strijd niet tegen hem opgenomen, maar als zij dat wel hadden gedaan, had Anquetil teruggeslagen. Al heeft hij deze Tour niet gewonnen op de briljante, glorierijke wijze van mannen als Bartali, Bobet en Coppi, toch is hij wellicht een even geducht renner. 41 km/u. Dit tempo werd al direct na de start door de Italianen opgelegd, die geen enkele ontsnapping van een der kop stukken wilden riskeren. Na 100 km viel de eerste ontsnapping te noteren. De Fransman Beaufrère, de Pool Gazda en de Luxemburger Jacobs spron gen weg uit het peloton. Zij werden wel dra gevolgd door de Polen Gawliczek en Swiatek en de Belg Van d'Huynslager. 30 km verder kreeg het groepje opnieuw versterking. Nu waren het de Brit Hinds, de Belgen Christiaens en Steyaert, de Deen Bagsborg en de Nederlander Janssen, die aan de waakzaamheid van de Italianen in het peloton ontsnapten. Het twaalftal aan de kop vergrootte lang zaam maar zeker de voorsprong op het peloton en na 150 km was de situatie: op kop de 12 renners, aangevoerd door Beau frère, op 1.45 de Zweed Patterson, de Span jaarden Hernandez en Cruz en de Italiaan Zancanaro en op 2.45 het peloton. De Pool Gawliczek moest wegens een defecte de- railleur lossen en viel terug op de hoofd macht. Twee kilometer voor de finish op de wielerbaan in Tours maakte Christiaens zich los op de kopgroep. Hij kwam als eerste het stadion binnen, maar nog vóór de finish eenmaal was overschreden er moest nog ben extra-ronde worden gere den haalde Janssen hem in. Als triom fator ging de Nederlander over de eind streep. De plaatsingen van de andere Nederlan ders waren: 18. Snijder, 21. Knoops, 35. Groeneweg, 41. Verstraete. Wie gedacht had dat de renners het in de laatste etappe kalm aan zouden doen, kwam bedrogen uit. Opnieuw laaide de strijdlust hoog op. En toen men in Parijs de balans opmaakte bleek dat de rit van Blois naar Parijs was afgelegd met een gemiddelde van ruim 43,5 km/uur, het hoog ste dat sedert de start in St. Etienne werd bereikt. De beslissing viel in de laatste 50 km! Eerst probeerden de Fransen Beaufrère en Genet vergeefs weg te komen, in gezel schap van o.a. de Portugees Cardoso en de Scandinaviër Petterson, maar een vol gende aanval 20 km voor de Franse hoofdstad, was raak. De Belgen Nijs en Henckaerts gaven het sein voor deze demarrage en zij kregen de steun van de Engelsman Holmes, de Ma rokkaan El Farouki, de Nederlander Miel Verstraete en van de zeer actieve Petter son. Dit zestal veroverde snel een voorsprong, die was opgelopen tot anderhalve minuut toen het Pare des Princes werd bereikt. Daar won Henckaerts de spurt voor Hol mes, Nijs en Petterson. Verstraete, die in de slotfase iets was achtergeraakt, finish te als vijfde. In de spurt van een peloton van 39 renners, dat na El Farouki binnen kwam, veroverde Jan Janssen de tweede plaats achter de Engelsman Dalton.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 11