GEHEUGEN VERLOOR
WOBBO EN DE HOED
De „vijfdaagse" in den vreemde (II)
AMERIKANEN LUIEREN NIET
OP HUN VRIJE ZATERDAGEN
„Munt van Hollandin
PANDA EN DE PLASTIC PLASTIEK
Polle,
Pelli en
n
Conservering van
levend beenmerg
vervolgverhaal
NAAR HET DUITS DOOR LILIAN AYE
Belangrijke ontdekking
van Britse medici
Vuurtoren gevraagd
Fontana brengt heuplijn
7
23. Oeioei, Zeerob, zegt Polle ontsteld, hoe kan zo'n boot nu ineens wegvaren?
Ook de anderen kijken verbaasd toe. Maar ineens krijgt Polle een idee: hij holt
hard weg, en roept: Ik wéét het al, ik wéét het al! En hij roept aan het oor van
de muzikant: Hééél, houdt eens op, je blaast te hard! Je blaast onze hele boot
van de kant af! Maar vergeefs! De hoornblazer hoort er niets van!
20)
Karin opende in haar eigen kamer
wijd de balkondeuren. Het zonlicht
straalde naar binnen en toverde over
al kleine lichtplekjes. Er was een
warm, intens gevoel in haar, alsof
iets van de starheid, waarin ze leef
de, geweken was.
Ze nam uit een la de sleutel van
de muurkast en haalde de bewuste
brief te voorschijn en de foto's, waar
van alleen de foto van de man in de
rode sportwagen haar vaag iets zei.
Even aarzelde ze nog, maar dan ver
scheurde ze een en ander met grote
zorgvuldigheid. De snippers wierp ze
in de prullenmand. Bijna angstig on
derzocht ze haar gevoelens. Ze voelde
echter geen enkele emotie. Het was
alsof ze zich in een luchtledig bevond,
er waren thans geen bruggen meer
naar de dingen, die geweest waren..
Er bestond thans slechts de herinne
ring aan hetgeen er was gebeurd
sinds het ongeval. Dat was nog geen
\yeek geleden, maar de dagen zouden
zich aaneenrijgen, en heel langzaam
aan, zou ze weer een bodem onder
de voeten krijgen..
Op het balcon boog ze zich voor
over en zag Herbert nog op het ter
ras zitten.
„Wanneer wil meneer vertrekken?''
riep ze hem vrolijk lachend toe.
Herbert keek op. Hun ogen ontmoet
ten elkaar. „Zo snel mogelijk, me
vrouw!" riep hij terug.
„Wat verstaat meneer daaronder?"
„Over een uur, mevrouw!"
Over een uur, echode het in Karin.
Over een uur, over een uur.Dan
begon haar nieuwe leven!
Voor het eerst begon ze met grote
animo de kleren, hoeden en schoenen
in de grote kleerkast te bekijken.
Het waren thans niet alleen maar
kledingstukken, verbonden met een
vorig leven, waarvan zij niets meer
wist, maar haar belangstelling werd
volkomen geboeid door hetgeen zij
in de kast zag hangen: mantels van
kameelhaar, popeline en zijde, spor
tieve en geklede jurken, hoeden in al
lerlei vormen, van vilt, stro en veer
tjes en vele, vele paren schoenen.Ze
begon te passen en lachte stralend te
gen haar spiegelbeeld in de lange spie
gel.
Paschke liep met een ontstemd ge
zicht door de garage.
„Ik heb nu alleen nog een krik
nodig," zei Herbert, terwijl hij in de
bagageruimte van de auto bezig was.
Zwijgend reikte Paschke hem het
voorwerp aan.
Herbert schopte even later tegen de
banden, om te controleren, of er nog
lucht bij moest.
„Hoeveel benzine is er in de wa
gen?" vroeg hij.
„Vol!"
„M'n beste Paschke, wat heb je?
Je kunt nu eenmaal niet altijd mee!"
„Dat is 't niet, meneer! Maar denkt
u, dat 't een pretje is om de hele
dag met Liesbeth te moeten optrek
ken, zonder er eens tussen uit te kun
nen trekken?"
„Gaat u op reis?" klonk een stem.
Herbert en Paschke keken gelijktijdig
om. In de deur van de garage stond
I.iesbeth.
Allemensen, piekerde Paschke, als
ze mijn opmerking maar niet gehoord
heeft..! Anders heb ik de eerstko
mende weken helemaal geen leven!
„Ja, Liesbeth," antwoordde Herbert
terwijl hij op haar toeliep.
„Kom mee, ik moet nog wat met
je bespreken," voegde hij er aan toe,
terwijl hij zijn arm door die van de
huishoudster stak.
Hij zag uit de zak van haar schort
een brief steken. „Wat bewaar jij
voor brieven in je zak, Liesbeth",
plaagde hij. „Een liefdesbrief?"
„Nee, een afscheidsbrief".
„Zo zo", lachte Herbert, „wie heb
jij z'n congé gegeven?"
„Ik heb niemand z'n congé gege
ven", zei Liesbeth stug, terwijl ze de
brief uit haar zak te doorschijn haal
de. „Ik moet deze brief aan u over
handigen. Ais u de inhoud hiervan ge
lezen hebt, zult u stellig niet op reis
gaan".
Herbert verschoot van kleur. Hij
nam de brief aan en zag de geschre
ven woorden door het in elkaar ge
vouwen papier heen schemeren. En
onmiddellijk gingen zijn gedachten
naar de handtas, die Karin in de auto
had laten liggen en waarover zij zich
zo had opgewondenHij had het
gevoel alsof er opeens een loodzwaar
gewicht op hem'drukte. Hij keek Lies
beth aan.
Langzaam, en op afgebeten toon zei
hij: „Als je niet reeds bij mijn ouders
ir, dienst was geweest, dan zou ik je
nu op staande voet het huis uit
gooien."
Voor Liesbeth's ogen begon hij de
brief in kleine snippers te scheuren.
Het anders zo emotieloze gezicht van
de huishoudster vertrok. Het was op
eens oud en vol rimpels. Met rillende
stem bbacht ze uit:
„Maar ik wilde helemaal niet
ik dacht
„Het interesseert me niet wat je
wilde of dacht. Ga alsjeblieft uit mijn
ogen. Ga weg!"
Liesbeth aarzelde nog even. Ze slik
te en scheen nog iets te willen zeggen,
maar dan verwijderde ze zich. Her-
bert bleef staan, zijn handen tot vuis
ten gebald in zijn zakken. Hij dwong
zich ertoe niet verder na te denken.
Hij staarde wezenloos voor zich uit.
„Herbert!" hoorde hij een vrolijke
stem roepen. In de geopende voordeur
stond Karin. Toen ze een ogenblik la
ter de stoeptreden afliep, woei de rok
van haar witte linnen jurk een weinig
op. Aan de hals droeg ze een rood zij
den sjaaltje, dat harmonieerde met
het rood van haar lippen. Ze had co
quette witte sandaaltjes aangetrokken,
welke haar mooie benen ext^a tot hun
recht deden komen.
„Herbert is er wat?" Karin keek
hem verschrikt aan, toen ze vlak voor
hem stond.
„Nee, niets", antwoordde hij.
„Ik ben klaar", zei ze, „ik wilde
alleen Liesbeth nog vragen, een van
mijn koffers te helpen sluiten. Die zit
zo volgepropt, dat ik 'm eenvoudig
alleen niet dicht kan krijgen."
„Ik zal 't wel doen."
„Maar
„Ik zal 't doen!"
Karin's oog viel op de fijne papier
snippers op het tuinpad.
„Heeft onze dochter een snipper-
jacht georganiseerd?" vroeg ze
lachend.
„Neevooruit, kom mee, dan
sluit ik nu eerst even die koffer van
jeMet een bijna bruusk ge
baar legde Herbert zijn arm om Ka
rin's schouders.
„Au, je doet me pijn", protesteerde
Karin glimlachend. Ze schoof haar
hand onder de zijne, die haar schou
ders omklemde.
Paschke sloot de kofferruimte af en
wierp het sleuteltje een paar maal
speels in de lucht. Dat is de éérste
keer, peinsde hij, dat meneer en me
vrouw, sinds de huwelijksreis weer
eens samen op reis gaan. Merkwaar
dig, zoals 't soms in het leven loopt.
Paschke's kleine blauwe ogen keken
filosofisch. Even later gleed zijn blik
met iets weemoedigs langs de grote
zwarte wagen, die er tot in de puntjes
verzorgd uitzag. Deze was thans ge
heel open, op de achterbank lagen
plaids en in een vakje voorin bevon
den zich de autopapieren en kaarten.
Er klonken stemmen bij de voor
deur.
„Paps, kijk toch eeng!" klonk Moni
ca's stemmetje. Ze holde de voortuin
in en trachtte met een racket een
veer-iballetje op te vangen.
„Ik kijk, ik kijk", zei Herbert ver
strooid, „je zult 't stellig wel leren.
„Waar zijn de papieren?" riep hij
even later Paschke toe.
„In de wagen", antwoordde de
chauffeur, „alles is in orde."
„Help Liesbeth. zo nu en dan een
beetje", zei Herbert. „De tuin heeft
bpvendien een beurt hard nodig."
Hij boog zich voorover naar Monica
en streelde het kind over het blonde
krulhaar.
„Bellen jullie een keertje op?"
vroeg zij.
„Elke avond, lieve schat."
„IJl-gesprek?"
„Hoe kom je daarbij?"
„Dat doet oom Phil altijd, als hij
van ergens onderweg opbelt. Hij zegt
dat 't goedkoper is."
„Hmdat denk ik ook!"
„Hij zeihet kind maakte
haar zin niet af, maar Karin ontdek
kend, riep ze opeens vol enthousias
me uit: „O, mammie, wat ziet U er
mooi uit!" Ze holde op Karin toe en
sloeg haar aimen om haar hals. „Als
U dit keer terugkomt, Mammie, ver
geet U dan niét wat voor me mee te
brengen? Weet U wel, de laatste keer
ha u 't voor het eerst vergeten!"
De laatste keerdacht Karin,
wanneer was dat geweest? Het leek
wel honderd jaar geleden! Was 't
werkelijk slechts zes dagen geleden?
fWordt vervolgd)
T
116
116117. Bizram, ik wou graag, dat ons
huisje veranderde in 'n mooie, grote boer
derij! zei hij.
Bizram knikte. Hij ging voor het huisje
staan en zwaaide met de handen.
Kiboez mahina mojdo! prevelde hij.
Het huisje verdween in een dichte rook
wolk. En toen die rook was opgetrokken,
stond op dezelfde plaats een prachtig ge
bouw, met stallen en ramen met vrolijk
geschilderde luiken.
Owat prachtig! juichte Wobbo,
Dank je wel, Bizramwat zullen
grootvader en grootmoeder dat fijn vin
den! Nu kunnen we voortaan een goed be
staan vinden met deze mooie boerderij!
Enorme strohoeden doen opgeld in de
Europese zomer- en strandmode. Hier
is een Engels model „Tropicana" ge
heten. Om de bol van koningsblauw
stro zijn strengen gele en oranje
raffia gewonden.
Geleerden van het Nationale Instituut
voor Medisch Speurwerk in Londen heb
ben een nieuwe methode ontdekt om le
vend beenmerg te bewaren. Dit belooft een
grote hulp te worden voor chirurgen die
menselijke weefsels transplanteren en ook
voor radiotherapeuten, die bepaalde soor
ten kanker behandelen. De methode leent
zich ook voor de behandeling van ziekten
tengevolge van röntgenstraling en zal wel
licht ook van belang zijn bij de bestrij
ding van de voornaamste kwaadaardige
gevolgen van atoomstraling.
De methode bestaat hierin dat levende
dierlijke beenmergcellen met een eenvou
dige chemische stof, dimethyl sulphoxide
worden behandeld. Deze stof dringt snel
in de cellen door °n verlaagt het vries
punt van hun vochtinhoud. Dientengevolge
kan het merg zonder schade bij 79 graden
Celsius onder nul worden bewaard.
Wanneer het wordt ontdooid, zijn de cel
len nog levenskrachtig en gaan zij voort,
zich te vermenigvuldigen wanneer zij bij
een dier worden ingespoten. Onderzoekin
gen hebben uitgewezen dat merg dat op
deze manier wordt bewaard en in de ade
ren wordt ingespoten, zich vastzet in de
lange pijpbeenderen en in het borstbeen
van de „ontvanger" en de bloedvormende
functies van het door straling beschadigde
beenmerg overneemt.
Van onze correspondenten)
DE VIJFDAAGSE werkweek werd
in Amerika bepaald niet ingevoerd om
redenen die in ons land opgeld zouden
doen. Daar zijn het voor het merendeel
zuiver praktische motieven die de' door
slag hebben gegeven - zoals ook bij
voorbeeld in een wereldstad als Londen
- terwijl hier te lande de motieven die
de vijfdaagse werkweek moeten recht
vaardigen, tueinig met het praktische te
maken hebben. Integendeel. In Neder
land spelen vooral, dunkt ons, gevoels
argumenten een rol, die bovendien nog
als gevolg van de geringe oppervakte
van ons land en de enorme bevolkings
dichtheid een soort sneeuwbaleffect
vertonen. Kortom, zegt in ons land
meneer A „a", dan moet B wel „b" zeg
gen. Daarnaast speelt de wel zeer krappe
arbeidsmarkt een niet onbetekenende
rol. Ook een praktisch motief, zou men
hier tegenin kunnen brengen. In zekere
zin is dit natuurlijk wel juist, maar de
Amerikaanse motieven liggen toch op
een ander vlak, niet zozeer direct ge
koppeld aan het industriële klimaat en
de personeelsmoeilijkheden.
DE AMERIKAANSE steden, de grote
zowel als vele kleinere, tonen een zekere
overeenkomst met grote longen, die, zo
als onze correspondent te Washington het
uitdrukte, „overdag de mensen inademen
en hen 's avonds weer uitademen naar
de buitenwijken en villadorpen in de naas
te omgeving."
Vooral na de tweede wereldoorlog, toen
zowel de auto als het lange weekeinde
gemeengoed waren geworden, zijn miljoe
nen Amerikanen buiten gaan wonen. Ge
neraliseren leidt altijd t enige verteke
ning, maar het buiten- jnende Ameri
kaanse gezin, waar-an de man en soms
ook de vrouw, in de stad hun werk hebben,
kan men thans beschouwen als de stad-
aard voor het leven in Amerika.
Dat heen en weer reizen naar de stad
vergt meestal heel wat tijd. Doorgaans
doet men het in eigen auto. Mannen uit
één buurt, die gelijke en regelmatige werk
tijden hebben, vormen soms een „car
pool", dat wil zeggen, dat zij om de beurt
hun auto gebruiken om de groep van drie
of vier naar de stad te brengen en weer
terug te rijden. Het voordeel is; dat de
auto s minder slijten en dat de vrouwen,
die achterblijven in de buitenwijken, nu en
dan ook de auto kunnen gebruiken voor
hun boodschappen of om de kinderen naar
school te brengen. Die kinderen lopen na
melijk maar zelden naar school.
Op dit woon- en werkpatroon stoelt nu
m belangrijke mate de vijfdaagse werk
week in de V.S. Al dat gereis en getrek
maakt de week namelijk zo vol en druk,
dat men de zaterdag hard nodig heeft om
allerlei noodzakelijke karweitjes op te
knappen, waar men op de andere doorde
weekse dagen niet aan toe komt. Van
maandag tot en met vrijdag staat men
vroeg op. De man en soms ook de
vrouw heeft een heel eind te rijden
naar het werk in de stad en het ophalen
van mensen van de „car-pool" vergt ilog
extra tijd. De schoolbus, waarmede het
merendeel van de kinderen meegaat, komt
ook al vroeg langs. Die bus gaat niet recht
streeks naar school, maar langs allerlei
achterweggetjes, waar overal kinderen op
gepikt moeten worden. De kinderen zijn
al vrij vroeg weer terug uit school, maar
de man of de werkende vrouw komen veel
later. Zij zijn moe, warm en soms een
beetje prikkelbaar door die lange dag en
dat rijden met een volle auto in druk ver
keer, dat in de spitsuren langzaam op
schiet. Daarom doet men niet veel meer
op de avond van een werkdag. Men kijkt
113 het eten nog wat naar de televisie,
maar men gaat vroeg naar bed, omdat
het de volgende morgen weer vroeg dag
is.
Na vijf dagen is men simpel gezegd
gewoon moe. Maar toch gaat de Ame
rikaan op vrijdag meestal niet vroeg naar
bed. De volgende ochtend kan men im
mers uitslapen! Men geeft dus op die vrij
dagavond (of op zaterdagavond) vaak
„parties". Zo'n „party" kan overigens
van alles betekenen. Men kan al van een
„party" spreken, wanneer enkele echtpa
ren uit de buurt een drankje komen drin
ken. Maar wie het grootser kan doen, zal
een „buffet" geven, een feestje, waar men
zich goed voor kleedt en waar men, be
halve drankjes ook een soupertje of een
keur van „snacks" krijgt.
Al te vroeg staat men dus meestal niet
op, wanneer het lange weekeinde is aan
gebroken. Toch is er veel te doen: het
gras moet gemaaid worden, men moet
naar de supermarkt om voedsel in te slaan
voor de hele week, de kinderen moeten
nieuwe kleren kopen, de auto moet gewas
sen of gerepareerd worden, de heg ge
snoeid, de garagedeur geverfd, enz.
Pas de zondag geeft een rustiger beeld.
Het „doe 't zelf" dwingt vele Amerikanen
dus, de zaterdag óók werkende door te
brengen, al is het dan niet achter bureau,
tekentafel of machine! Dit beeld is dus
wel heel anders dan dat wat ons land te
zien geeft. Hier is veelal geen sprake van
urenlange reistijden tussen huis en ar
beidsplaats en nauwelijks ook van vele hui
selijke karweitjes, doch van pure vrije tijd,
van „meedelen in de welvaart". Men con-
gresseert hier zelfs over het besteden van
de vele vrije tijd die er nu voor ons komen
gaat of al is
Het oude gebouw van de Munt van Hol
land aan de Voorstraat in Dordrecht, loopt
door de saneringsplannen die men in de
merwestad heeft, ernstig gevaar. Er is een
doorbraak geprojecteerd, die een deel van
hef gebouw zou doen verdwijnen en hét
poortje ervan in een vreemde positie zou
brengen. Dit is voor de vereniging Oud-
Dordrecht aanleiding geweest, zich eens te
verdiepen in de geschiedenis van de Munt
van Holland, die eeuwenlang in bedrijf is
'geweest. De vereniging is tot de conclusie
gekomen, dat het gebouw, dat in 1555 op
last van Karei V voor de in 1366 door
hertog Albrecht „de verbeider" gestichte
munt werd gebouwd, nog goeddeels intact
is en dat het weinig moeite zou kosten om
de oorspronkelijke gevel, waarvan het
poortje het sieraad is geweest, in zijn oude
luister te herstellen. Men heeft het ge
meentebestuur verzocht, de geprojecteerde
doorbraak te verleggen ep een onderzoek
in te stellen naar de mogelijkheden van
restauratie.
De vestiging van de munt is van zeer
oude datum. Sommigen menen, dat in
1283 reeds een munt in Dordrecht aanwe
zig was. Maar in elk geval gaf hertog Al
brecht de munt een officiële status. In
1795, toen de Fransen in ons land kwa
men, werden de werkzaamheden van de
munt, die inmiddels „Munt van Holland"
geworden was, gestaakt. Na de Franse
tijd is in 1806 de provinciale munt
opgeheven en werd een landelijk muntbe-
drijf ir. Utrecht gesticht. In 1828 deed de
regering het- complex van de hand. omdat
besloten was, de munt 'in Utrecht aan te
houden. Het werd verkocht «an een wijn
koper. Een plattegrond, die men onlangs
heeft gevonden, toont aan dat aan de in
richting van het lange, smalle gebouw, dat
achter de verminkte gevel schuil gaat, vrij
wel niets veranderd is. Volgens de ver
eniging Oud Dordrecht een reden temeer
om maatregelen te beramen tot het be
houd en herstel van een zeshonderdjarig
historisch monument.
In de rubriek voor woningzoekenden in
de Londense Times verscheen gisteren de
volgende advertentie: „Te koop gevraagd
een buiten gebruik zijnde vuurtoren of
een soortgelijke geïsoleerde woonruimte"
60. Zorgvuldig richtte de hoofdkanonnier zvin kanon
op het doelschip. Maar toen hij door een kijker tuurde
om het doelwit nog eens goed iv het vizier te krijgen,
schrok hij hevig, want daar'zag hij Pat en Panda, die
uit alle macht probeerden een deur open te breken. „Tut,
tut mompelde hij, „ik vind, dat ze hun bewaking van
het beeldje Pompo nu wel wat'erg ver doordrijven. Een
beetje tegenwerking wil ik nog wel sportief opvatten,
maar er zijn grenzen en die grens is nu overschreden.
Het spijt me voor hen, maar als ik dat schip
met Pompo en al niet voor twaalf uur naar de
diepte jaag, is alle moeite voor niets geweest!" Uit
deze alleenspraak bleek dus, dat de hoofdkanonnier
niemand anders dan Joris Goedbloed wasdie zich op
deze plaats had gedrongen om zeker te zijn, dat het
beeldje vernietigd werd, voor de verzekering was afge
lopen. Maar ondanks zijn grimmige woorden, talmde
Joris toen het op schieten aankwam. Zijn hand liet de
hendel los, waarmee het kanon werd afgevuurd en aan
het kronkelen van zijn vingers was 'e zien, dat hij een
hevige tweestrijd voerde. „Waar wacht je op, hoofd
kanonnier? klonk plots de boze stenvan de admiraal,
„vuur dan toch, man, anders doe ik het zelf!" „Tot uw
orders antwoordde Joris. Grimmig bracht hij het ka
non opnieuw in stelling en het volgende ogenblik dreun
de het schot
Meer voor het zonnige Zuideuropese
naseizoen dan voor onze kille herfst
dagen ontwierp het Romeinse mode
huis Foniana deze cocktailjurk van
lichtbeige shantung: een der modellen
uit de gisteren getoonde Italiaanse
najaarscollecties. De jurk is rijk ge
borduurd en heeft aan een kant van
de rok een grappig plooieffect.
Hoofd omhoog, mevrouw, met uw iets
te weelderige heuplijn. Er is goed nieuws
voor u. U bent hypermodern voor de ko
mende herfst- en wintermode van de ge
zusters Fontana die thans hun lijn, de
„heup-lijn", die zij menuet-61 doopten, aan
het publiek hebben voorgesteld. Alle japon
nen, jasjes en pakjes hebben een sterk
geaccentueerde heuplijn. Er waren twee
varianten op dit thema: een japon die
losjes om de schouders hing en ter hoogte
van de heupen plotseling uitsprong, en
een pakje met een verlengd bovenlijf, dat
aan de heupen opbolde. Een vergelijking
met een omgekeerde paddestoel zou niet
misstaan.
De door de Fontana's gebruikte kleuren
waren hazelnoot, bleek-bruin en rood. Zij
verfraaiden haar modellen met borduur
sels, paarlen en kantwerk..
De hoeden hadden een verlengde, naar
achteren overhellende bol. Ook waren er
steken naar het voorbeeld van die van
Napoleon en kleine fluwelen kapjes met
omhoogstekende veren.
23-18