II
Disco
discoucs
HET SPREKEN VAN ONS KIND
O
,0
g.
*§gliilglj
Vertalingen en
herdrukken
ZATERDAG 22 JULI 1961
Erbij
PAGINA VIER
Kussen toegestaan
O
O
Sas Bunge
0- mm p§8
isiSiiiMimm
1
k
Anna Christina van der Tak,
aan wie Elsschot zijn
Villa des Roses"
opdroeg
B A --
Spoleto beleeft weer zijn festival
Polyfonie uit de voorklassieke tijd brengt
Vox in de serie „Music of Five Centuries" op
DL 580 (geestelijke koorwerken en meerstem
mige chansons van Josquin des Prés) en op
DL 640 (oratorium „Die Sieben Worte Jesu
Christi am Kreuz" en vijf motetten uit „Geist-
liche Chormusik'' van Heinrich Schütz).
(Van onze correspondent)
ROME. Natuurlijk, Europa is tegen
woordig vol festivals. Soms is de formule
meer geslaagd, soms minder. Maar er is
één festival, dat alle andere overtreft,
omdat het de kunst en de jonge kunste
naars wil dienen en generlei commercië
le bedoelingen heeft. De man die er ziel
van is, Giancarlo Menotti, zou wanneer
hij zich alleen wijdde aan zijn opera's en
verdere composities, waarschijnlijk nog
rijker worden dan hij naar wij ver
moeden reeds is. En we zien deze Menot
ti, die, al ziet hij er uit als een jonge
man, over enkele dagen vijftig jaar
wordt, negen maanden in het jaar zich
bezighouden met allerlei manifestaties,
die dienen om geld bij elkaar te krijgen
voor „Spoleto" en drie maanden met het
eigenlijke festival. Hij verkoopt zijn land
goederen in Italië en zijn schilderijen
van Modigliani en Utrillo; maar hoeveel
jonge kunstenaars heeft hij reeds een
kans gegeven.
De filmkeuring van de nationalistisch
Chinezen op Formosa heeft besloten om in
het vervolg de wat zij noemt, „conven
tionele liefdesuitingen in het ware leven"
toe te staan. Voortaan zullen de Chinese
bioscoopgangers zich kunnen vermaken
met scènes waarin gezoend en „omarmd"
wordt.
Tot nog toe hebben Chinese filmacteurs
en -actrices zich altijd van dergelijke lief
desbetuigingen moeten onthouden. Ook ve
le buitenlandse rolprenten, die hun popula
riteit soms voor een goed deel dankten
aan het feit dat er stevig in gezoend werd,
en die daardoor zwaar verminkt onder het
mes van de censuur vandaan kwamen,
zullen in het vervolg in ongekuiste versie
worden vertoond.
De enige beperkingen die de filmkeuring
aan liefdestafrelen heeft gesteld, is, dat
„de kussen en omhelzingen uitingen moe
ten zijn van ware liefde, anders zullen zij
toch worden verwijderd."
De eerste rolprent, welke profiteert van
de nieuwe bepalingen komt uit Hongkong.
De titel? „De tweede kus."
ELK JAAR VRAAGT men zich af of met als Salomé Margaret Tynes, een ne-
het festival nog herhaald zal worden, gerin uit Virginia, die triomfen vierde
maar zonder Menotti zou Spoleto, een niet alleen in Amerika en Canada maar
stad die eenmaal enkele behoorlijke in- ook in Italië en in Moskou. Ook is er de
dustrieën had en lonende bruinkoolmij- opéra-comique „L'Isle des Fous". En
nen, maar waar nu de werkloosheid van daar zijn wij nu eens echt in de geest
jaar tot jaar toeneemt, een zeer onzekere van dit festival. „L'Isle des Fous" is een
toekomst tegemoet gaan. En Menotti werk, dat voor het eerst werd opgevoerd
voelt, dat hij deze stad, die dank zij hem in 1760 en zo'n groot succes had, dat de
thans gemiddeld 80.000 vreemdelingen per componist, Egidio Duni uit Matera (Zuid
jaar herbergt, elk voor vier, vijf dagen Italië) onmiddellijk daarop directeur werd
en die in de ganse wereld bekend is ge- van het Théatre Italien te Parijs. Wie
worden, niet in de steek mag laten. Van- kent tegenwoordig nog Egidio Duni? En
daar dat onder zijn bezielende leiding het toch is hij de man, aan wie Frankrijk het
festival ieder jaar wordt herhaald en te danken heeft dat ook in de Franse taal
ieder jaar aan betekenis wint.
„VANESSA", de opera van Samuel
Barber met een libretto van Giancarlo
Menotti dit is de eerste keer, dat Me
notti als scheppend kunstenaar aan het
festival deelneemt werd hier, drie jaar
na de wereldpremière in New York, voor
het eerste opgevoerd in Italië. Ook wordt
„Salomé" opgevoerd, de opera van Richard
Strauss op libretto van Oscar Wilde, die
in 1905 haar wereldpremière beleefde,
maar stellig nooit met zoveel zorg en zo
volmaakt ten tonele werd gevoerd als
hier in Spoleto, waar de regie in handen
is van de vermaarde Luchino Visconti,
„zingbare" opera's zijn ontstaan. Menotti
heeft dat oude werk laten herzien door
Guido Turchi en voor het eerst heeft men
een antieke partituur niet moeten „ver
rijken" maar integendeel hier en daar
vereenvoudigen gezien de weelderigheid
van het muzikaal genie, dat „de beminne
lijke Duni" ongetwijfeld geweest is.
VOOR NEDERLAND heeft Duni nog
een bijzondere betekenis. In het jaar 1737
ging hij naar Leiden om er een behan
deling te ondergaan door de grote Boer-
haave. Later vertelde hij over zijn Leidse
ervaringen aan Goldoni en daaraan dan
ken wij een van de aardigste comedies
van Goldoni: „De Hollandse Dokter".
Alleen reeds de wederopvoering na twee
honderd jaar van „L'Isle des Fous"
het libretto is van Goldoni geeft dit
festival betekenis.
DE RUSSEN zijn in Spoleto met hun
ballet „Beriozka", Brussel is er met het
„Ballet du XX-ième siècle" en de cho
reografieën van Maurice Béj art, waaron
der „Sacre du Printemps" en Brecht's
„zeven Doodzonden". En straks komen de
„Ballets U.S.A." van Jerome Robbins
met een geheel nieuw voor Spoleto ge
schapen programma. En in het program
ma van kleine „sketches" zien we voor
het eerst de vermaarde negerdanser Ar
thur Mitchell als choreograaf (en, niet te
onderschatten, als scenograaf en costu
mier) en krijgen Italiaanse zangers, dan
sers, toneelschrijvers hun kans.
VAN DE VELE DINGEN, die Menotti
hier doet, heeft misschien niets zoveel
AAAAAAA
(Van onze medische mede
werker)
HET KIND, dat met zes
maanden zijn eerste tand heeft,
dat met twaalf maanden kan
lopen, met vijftien maanden
zindelijk is en met achttien
maanden zijn eerste zinnen
zegt, zal zich volgens de
gebruikelijke theorie intel
lectueel en wat zijn karakter
betreft, normaal ontwikkelen.
Ouders en opvoeders zien niet
altijd in, welk een beslissende
rolhet verkrijgen van de
spraak speelt in de psychische
ontwikkeling van het mense
lijk wezen. Daaronder verstaan
wij niet alleen het vermogen
zekere gedachten te uiten door
meerdere woorden samen te
voegen, maar ook dat vermo
gen om zinnen te vormen vol
gens grammatische regels en
ze juist uit te spreken. Hoe
belangrijk deze gave is. zien
we dan pas in, als het ons
duidelijk is. dat ze er toe bij
draagt de mens van het dier
te onderscheiden. Dit wordt
iemand bewust duidelijk, als
men kan waarnemen, hoe ver
schillend 't kleine kind zekere
problemen oplost, zoals b.v.
het spel met dobbelstenen en
blokken, voor en nadat het
kind is beginnen te spreken.
Vóór die eerste uitdrukking
van dit vermogen is nauwelijks
een verschil waar te nemen
tussen de bewegingen van het
kleine kind en die van een
aap. Wanneer het kind kan
praten, worden de problemen
met het verstand opgelost.
DE EERSTE GELUIDEN,
waarmee het kind zijn spraak
organen zal oefenen, zo onge
veer als een pianist zijn vin
gers voor het spel lenig maakt,
door ze in de lucht te bewegen
zijn het huilen en het stame
len. d'e al wat op het spreken
lijken, maar nog geen bepaalde
betekenis hebben. Langzamer
hand voelt het kind zichtbare
vreugde in het gebruik van
zijn organen en begint tenslot
te zijn eigen „taal" te spreken
nog zonder anderen na te apen.
Het eigenlijke spreken be
rust op het beginsel van de na-
aperij Hier heerst dikwijls een
misverstand van de zijde van
de ouders, die meestal ver
geten dat een kind alleen door
lang te oefenen in zijn inner
lijk er toe komt een woord of
een zinswending correct uit te
spreken. Men neemt daarom
aan dat het kind, als het
begint een woord te gebruiken,
daar reeds verstand van heeft.
Men moet er dus rekening mee
houden, dat het kleine kind
veel eerder dan men gewoon
lijk denkt, de betekenis be
grijpt van de woorden die tot
Men kan er niet genoeg de
nadruk op leggen, hoe het van
belang is voor het kind. ook
al is het nog zo klein, een
verstandige taal te gebruiken.
Het is een onontbeerlijk ge
mak voor de kleine leerling,
die z'ch oefent in de kunst
zijn gedachten uit te drukken
Tegelijk leert hij zuiver te
denken, nauwkeurig te oor
delen en van een mooie taal
te houden. Ik ben zeker niet
ongevoelig voor de innige
baby taai van liefdevolle moe
ders; maar zij bewerkt alleen,
dat het kind later nog eens en
dan meestal alleen moet leren
spreken om de fouten, die hem
op deze wijze zijn ingeprent,'
te verbeteren. Ik zou er nog
iets aan toe willen voegen, wat
niet direct verband houdt met
hem worden gericht, wat na
tuurlijk van de ouders ver
eist, dat ze nauwkeurig toezien
op alles, wat ze zeggen, en wat
een voortdurende verbetering
vereist van hun taal.
MET TWINTIG MAANDEN
begini het kind hele zinnen te
vormen die grammatisch snel
goed worden gevormd. Met
twee jaar onderscheidt hij de
verschillende tijden reeds ta
melijk nauwkeurig.
Men kan echter eerst dan
van een werkelijke taal spre
ken, als in de zinnen de voor
naamwoorden ik en mij voor
komen Dan pas wordt er ver
schil gemaakt tussen het ik en
dat, wat geen ik is; het kind
wordt zich zijn persoonlijkheid
bewust Hij begrijpt, dat hij
anders is dan zijn omgeving en
daarir. een bijzondere plaats
inneemt.
het verkrijgen van de taal,
maar eerder de vorming van
een zorgvuldig denken en het
oefenen voor een aangenaam
klinkende stem. Velen spreken
correct en begrijpbaar, maar
toch heeft hun stem een on
aangename uitwerking- Een
goed onderhouden stem. die
wordt beheerst door gevoelens
van welwillendheid, vrijgevig
heid en geestdrift, is veel
krachtiger dan een stem, die
nooit door zulke gevoelens
wordt beroerd. Eveneens be
hoorde iedere opvoeder er op
aan ta dringen, dat voor ieder
ding het juiste woord werd
gebruikt, waardoor het kind
aan het denken wordt gezet
en dichter bij de werkelijk
heid wordt gebracht. Uit een
onbegrijpelijk afgebeten, on
evenwichtig spreken kan men
een soortgelijke gedachtengang
opmaken. Hier ligt de reden,
succes gehad als de korte concerten van
kamermuziek, iedere dag gedurende de
gehele maand van het festival, van twaalf
uur tot ongeveer half twee 's middags.
In de „festivalclub", een immens „pa-
lazzo", staan in de twaalf salons immen
se kandelabres met kaarsen, die de
gehele maand door branden, zodat er ten
slotte een meer van kaarsvet ontstaat.
Spoleto heeft voor de gelegenheid ook
enkele nachtclubs en verder wandelt men
er rond. In ieder geval gaat niemand
voor vier, vijf uur 's morgens naar bed
en dan is het parool: opstaan tegen half
elf, elf uur met het oog op „het cocktail
concert." Men denke er niet min over,
want de grootste solisten van Europa en
Amerika werken er aan mee. drie, vier
beroemdheden in een concert, pianisten,
violisten, kwartetten. Het is alles afwis
selend en levendig, op het allerhoogste
peil en wanneer het hedendaagse muziek
betreft, is de componist zelf doorgaans
aanwezig.
JOSQUIN DES PRéS was de grootste
componist van de Bourgondische tijd en,
met Orlando di Lasso, een sieraad van
de „Nederlandse school" van de vijf
tiende en zestiende eeuw, die eigenlijk
meer een Vlaamse school geweest is.
In zijn werk vindt men een lineaire
stemvoering gecombineerd met vertica
le homofonie. De weemoed van het
„herfsttij der Middeleeuwen" heeft hij
expressief verklankt in een vijfstemmig
chanson „Parfons regretz", waarvan de
beginwoorden luiden; komt samen tot
mij,droefenis en vreugde-met-een-traan.
Dit korte lamento om de vergankelijk
heid wordt op deze plaat in gemengde
bezetting uitgevoerd; de derde (melo
die-) stem wordi door een tenor gezon
gen, de andere partijen zijn toever
trouwd aan viool, hobo, fagot en cello.
Drie andere wereldlijke koorwerken,
alsmede het motet „O Jesu, Fili David,"
klinken in een soortgelijke gemengde
bezetting, waarbij de timbres enigszins
onvermengd blijven, hetgeen in over
eenstemming is met het klankideaal
van die tijd. Zuiver a capella uitge
voerd zijn de drie geestelijke koorwer
ken die op de eerste plaatzijde zijn
vastgelegd: „Donimus regnavit" (een
vierstemmige zetting van Psalm 92),
„Ave Christe Immolate", eveneens voor
vier stemmen, en het achtstemmig mo
tet „Tulerunt Dominum meum". Het
koor uit Dessau, onder leiding van Paul
Boepple, zingt deze werken met een
zeer gecultiveerde techniek, de klank is
vol en doorzichtig, de voordracht stijl
vol zonder dorheid. Josquins muziek is
hiermee goed gediend, men moet om
hem te waarderen echter wel „oor" heb
ben voor een kunst die het nog geheel
stelt zonder die harmonische spannin
gen die eerst een eeuw later binnen het
bewuste bereik van de componisten zou
den komen. (Vox DL. 580).
EVENEENS EEN STAAL van „stren
ge" polyfonie geeft een Vox-opname die
aan koorwerken van Heinrich Schütz is
gewijd. Het oratorium „De zeven kruis
woorden" kan men als een voorloper
van Bach's Passiemuzieken beschou
wen. Schütz echter hield zich nog uit
sluitend aan de letter van de Bijbel, die
hij in een melodisch recitatief of in a
capella stijl behandelt. Lyrische com
mentaren in bel-canto vindt men bij
hem niet. De woorden van de Evange
list worden afwisselend door een so
praan, een alt, een tenor of een bas solo
voorgedragen, of wel aan de vier solo
stemmen tezamen. De Christus-partij
wordt gezongen door de tweede tenor,
met begeleiding van twee instrumenten
en basso continuo. Schütz vindt tegen
woordig in protestantse kringen her
nieuwde belangstelling. Zijn ascetische
stijl, die er op bedacht was de muziek
terug te voeren naar de eerbiedwaardi
ge bronnen van het oude contrapunt, ge
ven hem inderdaad het aanzien van een
soort Lutherse Palestrina. Een karakte
ristiek voorbeeld vormt zijn „Geistliche
Chormusik", waaruit vijf motetten de
tweede keerzijde van de hier besproken
opname vullen. Dit werk (uit 1648, eind
van de bijzonder wrede dertigjarige oor
log) ademt een geest van onthouding en
nederige devotie die iedere charme als
„uiterlijk vertoon" versmaadt. Schütz
gaat hierin zó ver dat hij een type
rend anachronisme de medewerking
van instrumenten geheel versmaadt en
zich beperkt tot een statische, de tekst
bespiegelende, koorzetting. Hij, die in
zijn jeugd gestudeerd had bij Giovanni
Gabrieli, en Monteverdi in Venetië be
zocht, kwam er steeds meer toe de no
bele rethorica der „moderne" Italianen
af te zweren als des duivels oorkussen,
profane kusjes-op-het-oor. Vox DL 640
brengt „Die Sieben Worte" en de vijf
motetten in uitvoeringen van het ka
merensemble van de Wiener Symphoni-
ker, met solisten van het „Akademie
Kammerchor", het geheel onder leiding
van Ferdinand Grossmann.
- ï'-HÜÏX - V
j;
„filmkringen" o zo dankbaar de
hotels en hun bars, het kleine avontuur,
de grote wrijvingen, het wordt alles met
een reuzevaart verteld, in een super-repor
tagestijl. Irwin Shaw weet een verhaal
fascinerend naar de oppervlakte te model
leren maar aan een dieper peilen komt
hij niet toe. Men leert de figuren van dit
boek kennen als vrienden op een feestje,
héél hartelijk en héél voorbijgaand. Goede
"Tip op een uitgevallen paard" van
Irwin Shaw, uit het Amerikaans "Tip on
a dead jockey and other stories" vertaald
door W. G. Reyntjes (pocketuitgave). In
deze verhalen heeft men dezelfde Shaw als
in het hierboven besproken werk, maar
zijn ingrediënten worden hier geserreer-
der opgedeeld. Het titelverhaal is het
beste. De verhalen zijn knappe journalis
tieke "profiles" van een atmosfeer, een
situatie, een verhouding. Soms verliest de
auteur zijn maat en wordt hij melodrama
tisch ("Peter twee"). Als hij wat dieper
graaft wordt hij huilerig van inzicht
("Een kus bij de waterval") of goedkoop
moraliserend ("Aan de boorden der ver
getelheid"). De kwaliteit van de vertaling
moge geïllustreerd zijn met "Smiths hand
was zacht en vlezig, maar met een aan
duiding van ijzeren kracht daaronder".
n
waarom te familiare of zelfs
grove uitdrukkingen beslist
vermeden moeten worden.
DE VOORTDURENDE VER
RIJKING van de woorden
schat mag niet worden ver
waarloosd. Het kind en de
volwassene zullen daardoor
leren elkaar beter te verstaan
en elkaar eveneens beter te
waarder en.
Tenslotte zou ik nog even
kort willen aanroeren de
kwest'e van de rol van de
sekse en die van de tweetalig
heid. Over het algemeen wordt
er gezegd, dat meisjes belang
rijk eerder spreken dan jon
gens. Als men echter aandach
tiger waarneemt, kan men
vaststellen, dat weliswaar de
jongens in hun eerste levens
jaren iets achter staan verge
leken bij de meisjes, maar dit
echter alleen omdat jongens
veel eerder pogen de reeds
verworven kennis te ordenen
en in verband te brengen. La
ter. dat is zo op de leeftijd
van zeven a acht jaar. is de
taal van de jongens meestal
rijker dan de taal van meisjes
van dezelfde leeftijd, wat na
tuurlijk uitzonderingen niet
uitsluit
WAT DE TWEETALIGHEID
aangaat, zijn allen, die zich
met deze kwestie hebben bezig
gehouden, het met elkaar eens,
dat deze van psychologisch
standpunt uit, eigenlijk een
nadeel is- Enerzijds vermin
dert de kracht, die het kind
nodig heeft om de tweede taal
te leren, zijn beschikbare in
tellectuele energieën, ander
zijds zal het kind, dat zich in
twer talen uitdrukt, tussen
twee wijzen van denken heen
en weer worden geslingerd.
Bovendien zijn deze denkwij
zen op zichzelf meestal ver
schillend, wat de vorming van
een eenheid in geest en ka
rakter schaadt.
In 'd- Contactboekerij van uitgeverij Con
tact, Amsterdam/Antwerpen (nieuwe titels
en herdrukken a 2,95) zijn drie vertalin
gen herver schenen, alle drie in 'n aantrek
kelijke vorm en voorzien van enkele bio
grafische gegevens omtrent de auteurs.
Het zijn goed gebonden boekjes, eerder
„frisse noten" dan „sieraden" in de boe
kenkast. Zij getuigen van de goede smaak
van de ontwerpers en van de redactie.
„De verliezer wint" van Graham Gree
ne, int het Engels „Loser takes all" ver
taald door H. J. Scheepmaker, is reeds
de vierde druk van deze vertaling, die in
spitsheid en ritme aan het origineel geen
afbreuk doet. Dit grote „korte verhaal" is
een van Greene's „entertainments". Het
is stijltechnisch in geraffineerd meester
schap naar de verrassende pointe geschre
ven. Onder het crescendo van de spanning
blijft het badinerende spel met het thema
steeds doorklinken: ware liefde is het of
fer van de rijkdom waard.
„De zonderlinge geschiedenis van dr.
Jekyll en mr. Hyde" van R. L. Stevenson,
uit het Engels „The strange case of dr.
Jekyll and mr. Hyde" vertaald door S.
Vestdijk. Dit is de tweede druk van deze
vertaling, die uitmunt door een geladen,
sobere taal. Wereldlitteratuur op niveau
vertaald.
Afscheid van de wapenen" door Ernest
Hemingway, uit 't Amerikaans „A farewell
to arms" vertaald door Katja Vranken.
Dit is de tweede druk van deze effectieve
vertaling.
Bij Elsevier in Amsterdam zijn twee
werken van Irwin Shaw in vertaling ver
schenen, de auteur die in 1948 beroemd
werd door zijn „The young Lions".
„Twee weken van huis" van Irwin
Shaw, uit het Amerikaans „Two weeks in
another town" vertaald door John Kooy.
Deze forse roman (357 pagina's) toont
Shaw in vele facetten: boeiend verteller,
geraffineerd technicus, compositorische
goochelaar, scherp waarnemer, modieuze
non-conformist. Zijn dialogen zijn scherp,
zijn situaties rijk geschakeerd en dyna
misch. Het verhaal speelt in Rome. Een
oud-acteur verlaat tijdelijk zijn NAVO-post
in Parijs om zijn vriend, een vermaard
regisseur, met een film te helpen. De
In Erbij van 9 juli betreurde onze cor
respondent in Brussel, de heer A. Gla-
vimans, in zijn artikel over de expositie
ter ere van de een jaar geleden overleden
Vlaamse auteur Willem Elsschot, het feit
dat er onder andere geen foto geëxpo
seerd was van mejuffrouw Anna Chris
tina van der Tak, aan wie Elsschot zijn
„Villa des Roses" heeft opgedragen met
de woorden „mijn trouwe vriendin". Mr.
E. Schotman uit Santpoort stuurt ons nu
een foto van mej. Van der Tak uit
de tijd dat zij als correspondente op
de werf Gusto in Rotterdam werkzaam
was, waar zij Elsschot leerde kennen.
Mej. Van der Tak was een nicht van
de vader van de heer Schotman en een
huisvriendin van zijn ouders. Mr. Schot
man noemt haar „een beschaafde, intel
ligente, geestige en vrolijke vrouw"; hij
heeft haar zeer goed en jarenlang gekend.
Wij drukken hierbij de foto af, die mr.
Schotman ons zo vriendelijk was voor
publikatie af te staan.