- FILATELIE
mm VVVV"
Dê hit
-pi/dolfo Wondo
mm
Schaken
i )ammen
i wt 'wm 'wm m,
Naar het strand
De geschiedenis ven de
familie Van Kali
Nieuwe uitgaven
ZATERDAG 29 JULI 1961
Erbij
PAGINA VIER
I
B. Dukel
ww. wm. wm.
P. H. S.
Nonnie Wiemeper
L
PORTUGAL. Het honderdjarig be
staan van de faculteit der letteren van
de universiteit van Lissabon zal wor
den herdacht door de uitgifte (op
3 augustus a.svan twee postzegels.
Het zijn een 1 esc. (bruin en groen) en
een 6,50 esc. (blauw en grijs). Op beide
waarden ziet men het portret van
koning Pedro V, de stichter van de fa
culteit. Ze zijn ontworpen door de
Portugees Alvaro Duarte de Almeida,
gegraveerd door prof. Baiardi uit Rome
en gedrukt bij Joh. Enschedé en Zonen
te Haarlem.
TSJECHOSLOWAK1JE. Ter ere van
de Tsjechisch-Afrikaanse vriendschap
is een zegel van 60 h. (blauw en rood)
in omloop gebracht. De zegel vertoont
het hoofd, van een Afrikaanse vrouw
tegen een achtergrond van de kaart
van Afrika en de vlag van Tsjechoslo-
wakije. Het ontwerp is van Vladislav
Bauer en de gravure van Ladislav
Jirka.
FINLAND. Op 4 september zullen de
jaarlijkse postzegels met toeslag ten
bate van de tuberculosebestrijding
worden uitgegeven. De 10 2 mk.
brengt een bisamrat in beeld, de 20
wwrm
3 mk een visotter en de 30 5 mk. een
zeehond. De zegels zijn ontworpen door
mevrouw Signe Hammarsten-Jansson
en gegraveerd door S. Ronnberg (10
mk.), R. Achrén (20 mk.) en B. Elk-
holm (30 mk.).
HONGARIJE. De Hongaarse poste
rijen hebben een serie van zeven waar
den het licht doen zien, die gewijd is
aan de paardesport: 30 f. drie ren
paarden in galop, 40 f. drie paarden
bij de hordesprong, 60 f. en 1 ft. paar
den tijdens een harddraverij, 1,70 ft.
twee fokpaarden met veulen, 2 ft. de
beroemde Hongaarse harddraver „Baka"
en 3 ft. het beroemde Hongaarse ren
paard uit de vorige eeuw „Kincsem".
OOST-DUITSLAND. Ter gelegenheid
van de wereldkampioenschappen hen
gelen 1961, gehouden in Dresden, is een
serie van twee waarden uitgekomen.
De 10 pf. laat een deelnemer met werp
hengel (doelworp) zien, de 20 pf. een
hengelaar bij een rivier. De ontwerpen
zijn van de hand van Axel Bengs uit
Berlijn. De zegel van 10 pf. is een
„sperwaarde".
EUROPA. De Europazegels die dit
jaar als motief negentien duiven in
vlucht naar een ontwerp van onze
landgenoot Theo Kurpershoek zullen
dragen, verschijnen op 18 september
a.s. in IJsland in de waarden 5,50 en
6 kr., uitgevoerd in veelkleurendruk en
in Griekenland in de waarden 2,50 dr.
(rood) en 4,50 dr. (blauw).
SENEGAL. Twee luchtpostzegels, 50
en 200 fr. zijn in circulatie gebracht,
waarop respectievelijk de Nubische
■■.■•WJXi-'isi:
bijeneter en de violette Touraco zijn
afgebeeld. De eerste zegel is ontworpen
door C. Mazelin en de tweede zegel
door Mazelin en Dekeyser.
GRIEKENLAND. Ter gelegenheid van
de ingebruikneming van het eerste
Griekse atoomonderzoekcentrum „De-
mocritus" zal op 31 juli a.s. een serie
van twee postzegels verkrijgbaar wor
den gesteld. Op de 2,50 drachmen ziet
men 'iet gebouw van de reactor en op
de 4,50 dr. de Griekse wijsgeer Demo-
critus (460 j. v. Chr.), de grondlegger
van de atomistische natuurfilosofie.
FRANKRIJK. De serie met afbeel
dingen van landschappen en monumen
ten is uitgebreid met een zegel van
0,20 fr. (groen, blauw en geelbruin).
De zegel geeft een gezicht op het stadje
Bagnoles-de-l'Orwe. Het ontwerp en
de gravure zijn van de hand van
Combet.
Nadat wij vorige week een voorbeeld
gaven van Spinhoven's kracht is thans het
woord aan zijn voornaamste rivaal. Van
Driel.
Wit: P. A. van Driel (Ver. Haarl. S.G.)
Zwart: J. K. Bosscher (Rolland)
Geweigerd damegambiet.
1) c2-c4 Pg8-f6. 2) d2-d4 e7-e6, 3) Pgl-f3
d7-d5, 4) e2-e3 Een passieve zet,
welke de diagonaal van Rel afsluit. Maar
wit heeft met de loper andere planrten.
4) c7-c6. Hiermede had zwart beter
kunnen wachten totdat wit Pc3 heeft ge-
speeid. Na de tekstzet ware 5) Pbd2 een
logische voortzetting teneinde een even
tueel dc4: met Pc4 te beantwoorden. Zou
zwart inplaats van c7-c6 eerst een ont-
wikkelingszet hebben gedaan, dan had hij
Pbd2 krachtig met c7-c5 kunnen beant
woorden. 5) Rfl-d3 Pb8-d7, 6) 0-0 Rf8-e7,
7) b2-b3 Nu blijkt wit's bedoeling;
hij wil Rel fianchetteren, zijn koningspaard
op e5 plaatsen en met f2-f4 ondersteunen,
en zijn damepaard via d2 eventueel naar
f3 spelen. 7) 0-0 8) Pbl-d2 c6-c5. Op
zichzelf de logische reactie, maar ten koste
van een tempo; vergelijk de opmerking
bij de 4de zet. 9) Rcl-b2 b7-b6 10) Pf3-e5
Leidt de kouingsaanval in, welke op
verschillende manieren kan worden ge
voerd, b.v. met f4 en g4. 10) Pd7xe5?
Dit middel is erger dan de kwaal. Beter
was Rb7 en dan maar eens zien hoe wit
voortzet. Tenslotte is de zwarte konings
stelling nog onverzwakt. Na de tekstzet
ontvalt zware het belangrijke veld f6 voor
zijn paard. 11) d4.ve5 Pf6-d7 12) f2-f4 f7-f5.
Sluit de gevaarlijke diagonaal al-h7 af,
maar verzwakt veld e6. 13) c4xd5 e6xd5,
14) Ddl-f3 Rc8-b7. 15) Df3-h3 g7-g6.
Alles gedwongen; de verzwakking van de
zwarte koningsstelling is nu definitief. 16)
g2-g4! c5-c4. 16) fg4: 17) Dg4: met
allerlei dreigingen zag er niet aanlokkelijk
uit, zodat zwart in troebel water gaat
vissen. Hij maakt ten koste van een pion
veld c5 vrij voor zijn paard. 17) b3xc4
Pd7-c5, 18) Rd3-c2 Met 18) Re2 kon
wit zijn onmiddellijke pion behouden, maar
de tekstzet handhaaft de druk op f5 en
daarmede de aanval 18) d5xc4. 19)
Tal-dl Na 19) Pc4: zou zwart met
Dd5 tegenspel krijgen. 19) Dd8-c8,
20) g4xf5 g6xf5. 211 Pd2xc4 De pion
is wederom veroverd; met een pluspion,
een prachtig geposteerd paard op c4 en
allerlei aanvalskensen staat wit over
wegend. 21) Tfo-f7, 22) Kgl-f2!
Zeer sterk gespeeld De koning onttrekt
zich aan schaak langs de g-lijn en maakt
gl vrij voor de witte torens. 22) Pc5-
e4t 23) Rc2xe4 Rb7xe4. 24) Tfl-glt Kg8-f8
Ook Tg7, 25) Tg7._ Kg7: 26) e6t zag er niet
aanlokkelijk uit. Na de tekstzet volgt een
aardig slot.
ruitenaas geïncasseerd. De situatie die dan
overblijft is de volgende:
6
H 10
W O
V 9
Q Aas
Noord is aan slag NZ hebben reeds
7 slagen gemaakt (1 in schoppen, 1 in har
ten, 2 in ruiten en 3 in klaveren). Is de rui-
tenboer gevallen, dan zijn de 9 slagen ver
zekerd als dat niet het geval is, speelt
noord harten 6 na en mag oost hartenaas
maken. Wat oost ook nog in handen mocht
hebben (b.v. twee hartens), of een rui
ten met een klavertje of alleen maar
harten de laatste twee slagen zijn voor NZ
en het contract is gewonnen.
In de -atste diagramstand speelde ik
uit noord harten 6 na oost een kleine en
als zuid de hartenvrouw. Nu bleek, dat
west (mevr. Hoogenkamp) hartenaast tóch
had zij had met C? Aas-3 de eerste keer
zéér goed de hartenheer niet. genomen.
West kon haar 4e klavertje naspelen
zuid won en moest de 09 nog verliezen
aan oosts hartenboer 1 down! Dit alles
ging in het vlotte tempo, dat bij dergelijke
manoeuvres onontbeerlijk is orp succes te
hebben. Dat de 'ruitenboer-derde had ge
zeten, maakt het succes groter. Goed tegen
spel een compliment waard!
H. W. Filarski
Bridgevraag dezer week: In een oefen
partij bleek mij, dat lang niet iedereen
duidelijk begrip heeft over het bieden, na
een tussenbod van 1 Sansatout. Noord ge
ver, niemand kwetsbaar. Noord opent 1
ruiten oost biedt 1 SA wat moet zuid
doen op elk der drie volgende spellen?
a. *9654<?AB742Ol0 93*4
b «V92<?AB 10 83Ol0 5*V10 4
c. *759AB 10 965<>B42 63
Antwoorden elders op deze bladzijde.
hebben wij met wit aan zet voor Leo twee
winstgangen aangetoond. De heer H. van
Gerrevink, Orionweg te IJmuiden, toont
ons aan dat in de tweede spelgang een
remise-adertje schuilt. Met 1) 1-18 16-21.
2) 18x25 was nu 21-27 verhinderd door
30-24. Terecht merkt de heer Gerrevink
op, dat na 2) 18x25 eerst het offer 19-24.
3) 30x19 en 21-27. 4) 22x31 26x37 en het
spel juist op het nippertje remise is.
Tot slot een probleem van T. Lindeman.
Naast de oplossing, die negen zetten diep
is, volgt de vraag, of wit de vier stukken
welke zwart heeft overgehouden kan over
winnen. De eindstand: zwart 12, 15, 18,
27 en wit dam op 3, is leerzaam op te
lossen voor eindspelliefhebbers.
■W. fozW. WW.
OOOOOOOOOCXXJOOOOOOOOOOOOOOOOOOOCXXDOCiOOOOlXlOOrv^DOOOOOCJOOC
Zwart: 4, 9, 12, 14, 16, 18, 20, 23, 30, 36, 40.
Wit: 21, 27, 31, 33, 37, 38, 39. 46, 47, 48, 50.
Wit speelt en wint.
Oplossingen en correspondentie te zen
den aan het adres van de damredacteur,
B. Dyfcel, Wijk a. Zeeërweg 125, IJmuiden
w//-
Artikel 14 van het spelreglement luidt:
„Elke slag moet stuk voor stuk worden
aangetoond waarbij men wel meermalen
over dezelfde open ruit mag gaan, maar
niet ten tweede male over hetzelfde stuk.
Tijdens het slaan mogen de vijandelijke
stukken niet van het bord genomen wor
den. Dit geschiedt na de slag". Een onzer
lezers stelt de vraag hoeveel stukken een
dam ten hoogste kan slaan. Naar ons be
kend is, zijn dat elf stukken. Moge er
varingen uit de lezerskring anders luiden,
gaarne daarover bericht.
Een aardig voorbeeld deed zich voor in
de rubriek van de heer Geo van Dam in
het blad „Damwereld" (juni 1948). Daar
werd de vraag gesteld, een stand op het
bord te zetten waarin drie witte stukken
op volkomen reglementaire wijze twintig
zwarte schijven in drie zetten van het bord
wegvagen. Niet gesteld was, dat de stand
bereikbaar moest zijn geweest.
25) Dh3-h6t Kr8-e8, 26) Tgl-g8t en
zwart gaf het op. daar na 26) Tf8 het
onverwachte 27) Dbö mat volgt, terwijl 26)
Rf8 natuurlijk met 27) Pd6t beant
woord wordt.
Een typisch voorbeeld van de gevaren
verbonden aan het niet-inachtnemen van
een doelbewuste strategie.
Mr. Ed. Spanjaard
GOEDE DAMESPARTIJ
De Nederlandse dames die ons land in
september zullen vertegenwoordigen bij
de Europese dames-kampioenschappen, ko
men regelmatig voor oefening bijeen. Bij
deze partijen fungeren heren vaak als
tegenpartij en zo heb ik ook de gelegen
heid gekregen de prestaties der dames te
kunnen beoordelen. Vooral het Haagse da-
mespaar mevr. Akkermanmevr. Hoo
genkamp heeft op mij een goede indruk
gemaakt; niet alleen dat deze speelsters
hun Goren-biedsysteem werkelijk beheer
sen, óók kennen zij diverse tactische ma
noeuvres voldoende om het de tegenpartij
op de juiste tijd moeilijk te maken. Een
voorbeeld:
5 3
O 6 2
O A H 10 8 5 2
A H V
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOt/^OOOOOOOcXXXXXXX/.'OOOOOGnoOOOOCXJOOOC
Zwart 20 stukken op 7, 9, 10, 11, 12,
13, 14, 18, 20, 22, 27, 29, 30, 33, 37, 38, 39,
40. 41, 42; wit 23, 28, 32.
Deze „slaanoplossing" voltrekt zich als
volgt: 1) 28x19 37x28. 2) 28x1 (over 28, 38,
39, 29, 18, 7). 2) 14x23. En nu 3) 1x36
over de stukken 23, 20, 10, 9, 33, 40, 30, 11,
27, 42, 41. Naar ons bekend, het grootst
aantal stukken dat in één keer door één
dam kan worden geslagen.
JAN DALLINGA
3000000^rr»rv>-oor/x'H.- ywioooonryy y *"XXOoocvvyyxJOOOOOOOOO
W O
V 9 8 7
C H V9 4
V
B 8 6 3
Noord als gever opende 1 ruiten OW
pasten zuid 1 harten noord 3 ruiten
zuid 3 Sansatout.
West kwam uit met schoppen 2, oost
maakte schoppenheer en speelde schoppen
boer na zuid de vrouw, west het aas.
West incasseerde schoppen 10 (noord rui
ten weg, oost bekende nog schoppen)
in slag 4 vervolgde oost met schoppen,
noord een ruiten, oost een hartentje weg,
zuid kwam dus met de schoppen negen
aan slag.
Men kan natuurlijk spelen op het vallen
van de ruitenboer, maar een andere kans
rijke speelwijze is de volgende: ruiten
vrouw maken, met klaveren naar tafel
(noord) gaan, dan harten naspelen en de
hartenheer leggen. Indien oost nu harten
aas heeft, is de winst zeker zelfs als
ruitenboer vierde zou hebben gezeten.
Want na het maken van de hartenheer,
worden noords twee hoge klaveren alsmede
IN EEN DOOR TEN HAVE verzorgde*)
en uitstekende verzorgde uitgave
heeft de auteur het wel en wee der familie
Van Hall aan de openbaarheid prijsge
geven. Er was zeker reden dat te doen.
De benoeming van mr. G. van Hall tot
burgemeester van Amsterdam was niet de
voornaamste, al vormde zij voor de schrij
ver de aanleiding in de familiepapieren te
gaan snuffelen. Vooral in de negentiende
eeuw hebben leden der wijdvertakte fa
milie zich in hoge mate verdienstelijk ge
maakt jegens het Nederlandse volk. Ik
denk aan mr. Floris Adriaan Van Hall die
in 1844, toen ens land voor een staats
bankroet stond, op verzoek van Willem II
de portefeuille van financiën bij die van
justitie nam en orde wist te scheppen in
de chaotische toestand waarin onze geld
middelen vooral door de strijd met België
verkeerden. Ik denk aan Maurits Corne
lls Van Hall, de beschermer van Betje
Wolff in moeilijke dagen, patriot en be
wonderaar van Bilderdijk; aan mr. A. M. C.
van Hall, de verdediger van de Afgeschei
denen en aan Frits van Hall, de beeld
houwer die in de oorlog werd gearresteerd
en in Duisland omkwam. Hem wordt in
het boek géén regel gewijd wat vreemd
aandoet tegenover de vele pagina's over
andere en waarlijk niet altijd belangrijke
leden der familie.
HET VALT TROUWENS in het algemeen
niet te ontkennen dat het de schrijver aan
critische zin schort. Hij volgde met zijn
biografische aantekeningen soms wonder
lijke wegen. Historie en anekdote wisselen
elkaar even snel af als gebeurtenissen van
belang feiten die van alle betekenis zijn
ontbloot of die generlei samenhang heb
ben met het onderwerp van het boek.
Soms meent men een geschiedkundig werk
in handen te hebben, maar dan opeens
blijkt het een familie-album te zijn, zo'n
album waaruit men op bruiloften en par
tijen voorleest om de gasten te amuseren.
Telkens wordt de lezer geboeid door
een aardige beschrijving of een tekenend
citaat; dan weer wordt zijn geduld ge
tergd door wijdlopige verhalen die wel
licht neven en nichten zullen boeien, maar
die de onbevangen lezer in geen enkel op
zicht interesseren. De gave der Beschran-
kung heeft de schrijver zeker niet, maar
waarschijnlijk zullen zij die met de uit
gebreide familie Van Hall in enigerlei
relatie staan, dat juist hogelijk waarderen.
En voor hen is dit boek ongetwijfeld in de
eerste plaats geschreven.
coooooooooooooooo. mcocccoix yyyy <xxx xxxxkooooooooooog
LEO BINKHORST
Zwart: 13, 14, 16, 19, 26; wit: 22, 30, 35.
Wit dam op 1.
•si paoS tarn poquajjeq g jaq q jads do uio
-jbbm 'uauapaa ap uba uaa jioo uep si jeo
uassBd snp Sbui jaui-ied Suiojoj jaiu poq
-.inapi u,oz si VS I uba poquassnj jip bn
•jnapfuajjEq apaoS 'aSuBj ;aui jads jjemz
uaa apuaAaSuBB uajjeq g aijoe ajsinf ap
si aijojsuaj o jads do 'uauiaujm jajqnop
-jBjjs jaq Ciq ubji uep 'jatu jep pjoou jjaaq
Ujaaq poqsSuiuado jeeuuou uaa pjoou
sib ubb3 ibz uavop g ajsuiuiuaj jatu ;soo
;ep >(fiiu[iqosjBBMUo jsSooq si jan 'jaiqnop
:arpB uazaMaSuee ap si q iads do 'uajqoBM
ai je Jajaq si jaq snp pmaq ap ubb 3ou
puojj pjoofj 'uaop aj poq uaa uio 'unp a;
unajsuajioi ap ua ;qoajs a; si jnajjtuajjeq
aa 'jsed pmz jep 'ajsaq jaq si b pds do
:jjaaM Jazap 8rtu,\jSp|jq do pjooMjuy
In de rubriek van 1 juli jongstleden
M. C. van Hall: Drie Eeuwen. De kroniek
van een Nederlandse familie. (W. ten Have n.v.,
Amsterdam, IS.
IN DE ZWARTE BEERTJES-SERIE van
A. W. Bruna en Zoon zijn onlangs weer
drie werkjes van Havank uitgekomen, te
weten „SPAANSE PEPERS", een avon
tuur dat zich afspeelt op Mallorca, „DO-
DEMANS DOLLARS", waarin de Schaduw
afrekent met een bende valse munters en
„HET GEHEIM VAN DE ZEVENDE
SLEUTEL", waarin een Amerkaanse han
delaar in verdovende middelen het slacht
offer wordt van Carlier en zijn helpers.
We kunnen de lezers aanraden drie ge
noemde boekjes niet achter elkaar uit te
lezen, want dan wordt het overladen,
leutige proza van de heer Havank toch
wel wat teveel.
EEN NIEUW Zwart Beertje is ook „DE
SAINT IN HET INFERNO" van Leslie
Charteris. De Saint ziet zich hierin ge
plaatst tegenover een demonische geleer
de midden in de Cubaanse wildernis. Een
onwaarschijnlijk maar spannend avon
tuur, zoals de meeste van deze super pri-
vé-detective.
„ZIJN LAATSTE SCHOT" van José
Giovanni is uitgekomen in de Gele Serie
van de n.v. Uitgeverij Nijgh en Van Dit-
mar. Het is een keiharde, goedgeschreven
Franse misdaadroman met echter een
zwak slot.
ER WAS EENS EEN KOK. Hij heette
Rudolfo Rondo en hij werkte op een
schip. Rudolfo Rondo hield van de zee
en hij vond het fijn om te varen, maar
toch was hij niet gelukkig. En weet je
waarom niet? Hij had het veel te druk.
Ga maar eens na: de kapitein lustte
geen doperwtjes, de stuurman geen spi
nazie, de bootsman geen bruine bonen,
de stoker en de machinist geen lof en
bij de matrozen wilden ze allemaal wat
anders eten. Rudolfo Rondo was daar
om de hele dag in de weer. Hij maakte
wel 27 verschillende gerechten klaar en
bij al deze bezigheden vergat hij meest
al om zelf te eten. Nu, dat kon je wel
aan hem zien, want wat zag die arme
kok er bleek en magertjes uit! Zijn
wangen waren hol en ingevallen, zijn
benen zagen eruit als stokjes en zijn
vingers leken wel spinnepoten. Zó ma
ger was de kok. En zijn humeur werd
er ook al niet beter op! Hij begon te
snauwen en te grauwen tegen de men
sen en niemand zag hem ooit lachen.
Dat kwam allemaal omdat hij zo hard
werkte en altijd haast had. Maar tja,
haastige spoed is zelden goed, zeggen
de mensen wel eens en zo was het ook
hier.
OP EEN DAG KLOM Rudolfo Rondo
gauw even op een stoel om iets van de
bovenste plank uit de kast te halen. In
zijn haast gleed hij uit en, bons, daar
viel hij met een smak op de grond. Hij
kreunde van pijn en er moesten twee
matrozen komen om hem overeind te
helpen. Ook de stuurman werd erbij ge
haald en deze zag al gauw, dat de kok
zijn voet had verstuikt. Hij legde een
d;k verband om dg., verstuikte voet en
tóen werd de kok op twee gemakkelijke
stoelen neergelegd. „Je. moet rust hou-
cléh"y zei dé 'stuurffi'Sn"*y,',en denk erom,
dat je niet eerder opstaat of je voet
moet weer helemaal beter zijn!"
Ja, rusi houden, dat was makkelijker
gezegd dan gedaan, want hoe moest dat
nu met het eten? Wie moest er nu al
die lekkere hapjes klaar maken? De
hele bemanning van het schip kwam in
de keuken om hierover te beraadslagen
en tenslotte werden er drie matrozen
aangewezen om voor het eten te zor
gen. De mannen gingen direct aan 't
werk. Ze schilden aardappels, maakten
de groenten schoon en braadden hett<
vlees en vanuit zijn njakkelijke stoel
zag de kok toe of het wel goed ging.
Natuurlijk had hij wel een paar aan
merkingen. Ze vergaten bijvoorbeeld
om zout in de aardappelen te doen en
een van de matrozen had pindakaas in
plaats van mosterd voor de saus ge
bruikt. Maar gelukkig kwam alles toch
nog goed en op tijd klaar.
HET ETEN WERD in de schalen
gedaan en die werden netjes naast el
kaar op een enorm groot dienblad neer
gezet. Twee matrozen pakten het dien
blad op om het weg te brengen, ieder
aan een kant. Maar, o wee, ze waren
de keuken nog niet uit of het schip
werd verschrikkelijk op de golven heen
en weer geslingerd. Het dienblad kan
telde, eerst naar rechts en dan naar
links, en tot hun grote schrik zagen ze,
dat al het eten door elkaar werd ge
gooid. Aardappelen, doperwtjes, lof,
worst, gehakt en andijvie, alles werd
door elkaar gehutseld en het was alle
maal één grote hutspot geworden. Er
zat nu niets anders op dan alles bij
elkaar in een reusachtig grote schaal
te mikken en naar de eetzaal te bren
gen. En zo gebeurde het dus. De ma
trozen, de stuurman en de kapitein,
allemaal kregen ze hetzelfde eten. En
dacht je, dat er gemopperd werd? Nee,
hoor, helemaal niet!
„HA" ZEI DE KAPITEIN" er zitten
bruine bonen in!"
..Fijn. er zitten doperwtjes in!" riep
de bootsman blij en zo proefde ieder
een wel iets wat hij lekker vond.
De volgende dag aten ze weer stamp
pot en de volgende dag weer en de
daarop volgende dag weer en toen was
de week om. Toen was het zondag. De
kok was weer opgestaan en, hoewel hij
nog wat hinkte, ging hij toch weer aan
het werk. Maar nu maakte hij geen 27
gerechten meer klaar. Nee hoor, hij
was nu wijzer geworden. Op zijn dooie
akkertje kookte hij het eten, twee
groente's en een puddinkje toe en bij
het opdienen vergat hij zichzelf niet.
Hij at twee volle borden achter elkaar
leeg en daarna nog drie puddinkjes, die
de anderen hadden overgelaten.
Vanaf die da*: begon Dudolfo Rondo
te veranderen. Hij nam zijn werk mak
kelijker op, want hij had geleerd, dat
het beter was om de mensen niet zo te
verwennen. Hij v erd vriendelijk en vro
lijk en de mensen kwamen vaak bij
hem in de keuken om een praatje te
maken. Langzamerhand werd de kok
ook dikker. Ja, na een poosje kreeg hij
zelfs een onderkin en toen zag hij er
pas uit als een echte kok: gezellig, dik
en rond.
Marjan van Beek
Greet van de overkant,
Om het haar een rode band,
Om haar hals wat kraaltjes
Loopt heel vrolijk en parmant,
Met een schepnet in haar hand,
Klik-klak op sandaaltjes!
Greetje gaat wat naar het strand,
Bouwt daar bergjes van wat zand,
En ziet plots garnaaltjes
Loopt dan naar de waterkant,
Met haar schepnet in haar hand...,
Uit! Gaan de sandaaltjes
Greetje, moe van zonnebrand,
En haar voetjes vól met zand,
Geeuwt wel hónderd maaltjes
Gaat naar huistoe van het strand,
Met haar schepnet in haar hand...,
Klik-klak op sandaaltjes.
Greetje, op de bedderand,
Doet haar moeder van het strand,
Allerlei verhaaltjes
Tot Klaas Vaak haarhand in hand,
Meeneemt naar het Dromenland
Uit!gaan de sandaaltjes
IN DE PRISMAREEKS zijn verschenen
„SPIONAGE OP PASEN" van Edgar
Bohle, een nogal onwaarschijnlijk, zij het
wel spannend spionageverhaal; „SPIO
NAGE VERHALEN" van Kurt Singer, 13
verhalen over spionage-affaires tijdens en
na de laatste wereldoorlog; „PICCADIL
LY JIM" van P. G. Wodehouse heeft alle
eigenschappen die het oeuvre van deze
schrijver kenmerken en is dus bestemd
voor de liefhebbers.
„GLENCANNON, DE SCHEVE SCHOT"
is een kostelijk boek van Guy Gilpatric.
Het is uitgegeven door n.v. Drukkerij De
Spaarnestad in Haarlem en beschrijft de
malle avonturen van een opvliegende,
sluwe, maar goedhartige Schotse scheeps-
machinist, die immer zegeviert.
IN DE ACCOLADE-SERIE van de uit
gever A. W. Sijthoff in Leiden is uitge
komen „DE SCHADUW VAN DE TIJD"
van Christopher Landon, een onderhou
dend geschreven kidnap-story, waarin de
particuliere detective Harry Kent en zijn
excentrieke vriend Josh een belangrijke
rol spelen.
Bij de zelfde uitgever kwam nog een
detective uit, namelijk „PERQUIN MAAKT
FOUTEN" van de Nederlandse auteur
Martin Mons. Het is een nogal praterig
verhaaltje met zeer schematische perso
nages *over een in een schoonheidssalon
gepleegde moord.
DE BELANGSTELLING voor het ma
ken van smalfilms blijft toenemen en
daardoor ook die voor litteratuur op dit
gebied. Van Dick Boer's „HET SMAL-
FILMBOEK" (uitgeversmaatschappij Fo
cus n.v. te Haarlem) is nu reeds de der
tiende druk verschenen. Dat is te be
grijpen, want op prettige wijze vertelt
Dick Boer allerlei bijzonderheden waar
mee de liefhebber te maken heeft als hij
een camera bezit en familietaferelen, reis
indrukken of verhaaltjes op de film wil
vastleggen
Bij dezelfde uitgeversmaatschappij ver
scheen „NIEUWE IDEEEN VOOR SMAL-
FILMERS", waarin D Knegt aan het
woord is om aan gevorderden verder de
weg te wijzen. Hij beschrijft de filmstof,
het draaiboek, de montage en tot besluit
geeft de schrijver een toelichting op zes
tien scenario's.