IDE VROUW IDIIE HAAR
GEHEUGEN VERLOOR
Herten-reflectoren" waarschuwen het
wild voor naderend snelverkeer
PRIEGELTJES GROTE REIS
P-NDA EN DE MEEST ER-OPHEF F ER
I
Polile
Ons vervolgverhaal
Vaders hulp...
NAAR HET DUITS DOOR LILIAN AYE
MAANDAG 31 JULI 1961
7
*ro.y$> <V:
Ons V£*rvntnvf*rhnnS
-
Hoe Deventer gratis aan zijn w
exotische kruidentuin kwam
Vondst van een amateur-uitvinder-
„Pothoofdplanten"
Beroemd „overwaaier"
Kinderen behoren zich
vuil te maken
Menu per telefoon
Blauwe reiger nationale
vogel van Zuid-Afrika
Kopstandje voor Kennedy
50. Om te duwen is er hulp genoeg aan de wal. Iedereen is toegesneld en I iedereen in het water rolt! - Verschrikkelijk!, roept Pelli, die op de achter-
drukt uit alle macht tegen de Mary"I Ze drukken zo hard, dat tenslotte plecht staat, daar ligt me de hele zaak in de nattigheid!
Merkwaardige flora langs de IJsseloevers
OP DE IJSELOEVERS in Deventer komen de werelddelen
bijeen. Reizigers van heel ver uit Californië en van de Rio
de la Plata, uit Canada en Algerië, uit Polen, Hongarije, Roe
menië en Rusland hebben elkaar daa- getroffen en ze kunnen
het heel goed met elkaar vinden- Maar daar zijn het dan ook
planten voor. Ze bloeien er elk jaar opnieuw in grote hoeveel
heden zeer tot genoegen van de plantenliefhebbers, die
regelmatig komen kijken of onder die uitgebreide cosmopoli-
tische familie nog wat bijzonders valt te ontdekken. Een familie,
die onder de naam „pothoofdplanten" een begrip is geworden,
dat ver boven het lokale uitgaat. Een familie, die grote ver
maardheid geniet door de wijze waarop zij in ons land is ver
zeild geraakt. In de eerste plaats natuurlijk in Deventer, op
dat deel van de IJselkade, dat sedert mensenheugenis „pot-
hoofd" wordt genoemd. Maar de botanici weten ook, dat ons
land ontelbare „pothoofden" kent, waar min of meer exotisch
aandoende plantengemeenschappen „in het wild" kunnen wor
den aangetroffen- Voor het ontstaan van de naam „pothoofd"
de oudste ons bekende vermelding dateert van 1546 en komt
voor in de „cameraarsrekeningen" van de stad Deventer zijn I
verschillende verklaringerf. Zo zegt men wel. dat op het Pot
hoofd, dat vroeger inderdaad een ..hoofd" was tussen Schipbeek
en IJsel, aan de monding van het eerstgenoemde water, het huis
van een pottenbakker moet hebben gestaan. Anderen zijn van
mening, dat dit het hoofd was, waar voorheen „potten" meerden
dat waren platboomde scheepjes, waarmee vroeger de Schip
beek tot over de Duitse grens werd bevaren,
VOOR LAATSTGENOEMDE uitleg voelen wij het meest, maar
de plantenliefhebber is het om het even. Hij zoekt zo spoedig
mogelijk de glooiing van de bloeiende oevers op om nieuwe
bijzonderheden te ontdekken en soms lukt dat nog wel eens
En hij wete ook, hoe het komt dat daar zo'n bonte mengeling
„uitheemse" planten groeit, die in vele gevallen geheel inge
burgerd zijn geraakt.
r
YM-S A-, „••x. - X
iS
De oplossing van het raadsel is niet
moeilijk. Als de opschriften van de vier
en meer verdiepingen hoge graanpakhuizen
aan het pothoofd het al niet hebben ver
raden, vertelt bedrijfsleider Pouw van
het overslagbedrijt het wel. Hij voert ons
langs zijn silo's en bergplaatsen, waar
grote hoeveelheden rogge, tarwe, gerst,
haver, mais en andere zaden losgestort
zowel als in zakken liggen opgeslagen:
granen en zaden, die van heinde en ver
komen. En zo scnoon kan een zending
Franse zomergers, nooit zijn, of er zitten
wel onkruidzaden bij van de akkers waar
die gerst is gerijpt
noemen, ook „te water", die weer op an
dere wijze naar hier zijn gekomen. Eén
adventiefplant is zelfs beroemd geworden.
Het is de teunisbloem, waarmee prof. Hugo
de Vries zijn mutatie- en erfelijkheids
onderzoekingen heeft verricht. De teunis
bloem, ook wel nachtbloem geheten, is
afkomstig uit Noord-Amerika. maar is nu
met zijn grote gel:= bloemen overal langs
onze spoorlijnen, wegen, rivieren en beek
jes te vinden. Zij voelt zich er „kiplekker",
want zij heeft het hier al sinds 1614 uit
gehouden. Een zeei bijzondere vertegen
woordigster dus van een merkwaardige
33)
„Ik heb Suzanne helemaal niet ge
vraagd, of ik haar misschien ergens
kon afzetten", besefte Herbert, ter
wijl hij de gaspedaal dieper indruk
te. Hij haalde even zijn schouders op.
Ik rijd alsof ik al weet, wat ik Karin
allemaal ga vertellen, peinsde hij.
En ik heb haar véél te vertellen....
„Mevrouw Littmann", zei Karin in
de telefoonhoorn.
„Eindelijk, Karin!" klonk Sven's
stem aan de andere kant opgelucht.
„Sinds een uur ben ik bezig je te be
reiken. Beantwoordt altijd dat huis
monster jullie telefoon?
Karin's hart bonsde. Voor het eerst
hoorde ze Sven's stem door de tele
foon in haar eigen huis. Ze wierp snel
een blik naar beneden in de hal. „Het
hüismonster is thans boodschappen
aan het doen", antwoordde ze met een
glimlach.
„Karin", hoorde ze Sven's stem
door de telefoon, „we móéten samen
praten, nu meteen".
Karin stond doodstil. „Dat gaat niet
Sven
,,'t Móét, Karin!" Een seconde la
ter voegde hij er aan toe: „Je man
weet alles".
Phil, dacht Karin, dus toch Phil
„Karin", hoorde ze Sven zeggen,
„je hebt me niet gevraagd, hoe 't mo
gelijk was, dat ik je weervond.Hij
hield even op en vervolgde dan: „Ken
je een zekere Helène Maertens?"
„Helène Maertens? Ja.., maar.."
„Karin", klonk Sven's stem heftig,
„ik kan 't je allemaal zo moeilijk door
de telefoon zeggenwe moeten el
kaar zien. Ik maak me bezorgd om
jouwentwil. Weet je waar je man is?"
„Ik weet 't niet. Svenhij is van
middag weggereden met. Helène
IVJaertens". Ze herinnerde zich Pasch-
ke's woorden.
„Weet je wat hij sindsdien gedaan
heeft?" Sven's stem klonk steeds hef
tiger en nerveuzer.
„Ik neem aan, dat hij na geluncht
te hebben, naar kantoor is gegaan",
antwoordde Karin. „Waarom vraag je
dat allemaal?"
Op dat ogenblik reed Herbert het
hek binnen en keek omhoog naar het
openstaande raam van Karin's kamer.
Hij draaide de auto de garage in en
voordat hij uitstapte, bleef hij even
stil voor zich uit zitten kijken. Karin
herinnerde zich niet, dat ze al eens
in Starnberg was geweest, piekerde
hij, ze wilde dus helemaal geen con
tact met die andere man opnemen en
ze was daar gelukkig... met mij...!
Voor de zoveelste keer herhaalde Her-
bert deze redenering bij zichzelf en
zijn hart bonsde. Hij stapte uit en
gooide het portier achter zich dicht.
Het grind knerpte onder zijn voeten.
Ik moet Karin nu vragen, een beslis
sing te nemen...
Hij verhaastte zijn schreden. Hij
liep het terras over en betrad door
de openstaande deur de zitkamer.
Even later opende hij de deur naar
de hal.
„Sven" hoorde hij Karin met een
wanhopige stem in de telefoonhoorn
zeggen.
„Karin, ik heb in het toestel van
10 uur morgenochtend naar Frankfort
twee plaatsen geboekt," zei Sven aan
de andere kant. Herbert sloot de ogen
en bleef met deurknop in zijn hand
geklemd bewegingloos staan.
„Sven...!" klonk Karin's stem weer
vertwijfeld.
Sven, Sven... echode het in de hal.
Hij heet dus Sven, dacht Herbert
mat.
Hoewel Karin niet luid sprak, ver
stond Herbei t alles wat zij zei.
„Karin, is het niet mogelijk, dat wij
elkaar nu nog even vijf minuten des
noods ontmoeten?" drong Sven aan.
„Als 't niet anders kan, dan bij jou
m de buurt, op de hoek van de Ur-
dinger Strasse bijvoorbeeld!"
Karin aarzelde. Ze wist niet wat ze
moest doen. Opeens zei ze echter: „Ik
kom."
„Ik komhoorde Herbert haar
zeggen. Zo moest het gevoel zijn, als
je verdronk, dacht hij. Je sloot de
ogen en er was niets meer
Hij hoorde Karin de hoorn op de
haak leggen en naar haar kamer te
ruggaan. Ze heeft dus een besluit ge
nomen, dacht hij hulpeloos. Karin
leunde tegen de deur van haar ka
mer. Ik wilde hem met meer zien,
waarom heb ik dan toch ja gezegd?
piekerde ze ongelukkig.
Ze ontweek het antwoord op haar
vraag. Ze trok haastig een mantel
aan en keek even in de spiegel. Toen
ze haar kamerdeur wilde openen,
hoorde ze langzame schreden de trap
opkomen
2122 We nemen hem mee, zei de pro
fessor. Wat zullen onze geleerden opkijken,
als we 'm tonen.
De twee mannen waren blij met hun
vondst. Of 't dwergnegertje ook zo in z'n
schik was, is de vraag.
Waar zullen we 'm laten, zonder dat
hij ons ontvluchten kan? zei meneer Ka
nebit. Wacht eens laten we hem in mijn
Herbert! Karin bleef doodstil met
de deurknop in haar hand staan. De
voetstappen kwamen dichterbij. Ka
rin kreeg een benauwd gevoel in haar
keel. Wat moet ik zeggen, als hij
mijn kamer binnenkomtover
legde ze koortsachtig. Moet ik hem
zeggen, dat
De voetstappen waren thans vlak
bij, maar even later was Herbert
langs haar kamer heen gelopen. Ze
hoorde hem de deur van zijn eigen
kamer sluiten. Ze luisterde scherp. Ze
hoorde Herbert in zijn kamer op en
neer lopen
En opeens wist Karin, dat er thans
tussen hen niet enkel de kamermuur
was, maar ook een onzichtbare, veel
sterkere muur
Vanmorgen was hun ontmoeting ge
arrangeerd, piekerde Herbert onge
lukkig in zijn eigen kamer, maar nu.
nu gaat zij vrijwillig. Hij voelde zich
verslagen en wanhopig.
Ik kan nu niet het huis uitgaan,
overlegde Karin, dat kan niet
Ze hoorde Herbert de trap weer af
lopen en naar zijn werkkamer gaan.
Toen hij de kamer binnenging, rinkel
de de telefoon op zijn schrijftafel. Hij
nam de hoorn op.
„Hallo?"
„Ja, Herbert? Met Helène," hoorde
hij haar harde stem aan de andere
kant. Herbert zei niets, hij stond
doodstil met de hoorn in zijn hand.
„Herbert, zeg toch iets
Wat moet ik jou zeggen, dacht Her-
bert. Als jij je er niet in gemengd
had, had ze hem nooit weergezien..
Hij legde de hoorn op de haak en
ging zijn kamer uit.
Toen hij het huis verliet, begon het
al te schemeren. Enkele minuten la
ter reed hij het hek uit.
Karin hoorde de huisdeur dicht
slaan. Ze keek aarzelend naar het
klokje op haar nachtkastje. Het was
even voor zes uur. Ze opende de deur
van haar kamer en liep het portaal
over. Langzaam liep ze de trap af,
bewust trede voor trede. Opeens
moest ze denken aan de dag van
haar terugkomst uit Frankfort, toen
ze dezelfde trap langzaam, trede voor
trede, opgegaan was, zich niets van
haar oude omgeving herinnerend
In het langslopen zag Karin de deur
van Herbert's werkkamer half open
staan. Ze aarzelde even, maar ging
dan naar binnen. Er hing de geur
van Herbert's sigaretten. Op de
schrijftafel' hing de hoorn van het te
lefoontoestel scheef op de haak. Auto
matisch legde ze hem recht.
Dan wendde ze zich om. Ze wilde
snel het vertrek verlaten. Maar op
eens werd haar blik getroffen door
een klein rose lichtpunt, dat heen en
weer danste aan de overkant van de
straat. Monica was terug van haar
schoolreisje en kwam aanwandelen
met een grote kleurige lampion, waar-
;n een kaars.ie brandde. Ze wilde de
straat oversteken. Op datzelfde ogen
blik zag Karin echter van rechts een
auto aankomen. Ze holde naar het
raam en trommelde erop om Monica
te waarschuwen. „Monica!" ï^iep ze,
maar het volgend ogenblik gilde ze
in panische angst. Verlamd van
schrik zag ze, hoe het kind door de
auto werd gegrepen Karin had
het gevoel, dat de bodem onder haar
voeten wegzonk. Ze sloot de ogen en
ir haar oren was een vreemde hoge
fluittoon. Allerlei beelden stormden
op haar af: een klein blond meisje in
een vliegtuig en een vriendelijke ste
wardess, een kaartjescontroleman en
een juffrouw in een krantenkiosk op
het vliegveld. Ze hoorde opnieuw de
luidspreker roepen: mevrouw Litt
mann wordt verzocht zich naar het
toestel te begeven Allgs wat
geweest was rolde als in een versnel
de film in een flits aan haar voorbij.
Karin was niet in staat een beweging
te maken. Voor haar ogen speelde
zich echter de huidige werkelijkheid
af, een verschrikkelijke werkelijkheid
in een kring van mensen, die haastig
waren komen toelopen, lag een klein
bewegingloos kinderfiguurtje
Voor het huis was het een groot
tumult.
„Het kind liep plotseling de straat
op. Het was voor m'n wagen", ver
dedigde zich de opgewonden automo
bilist tegenover de omringende me
nigte.
„U reed veel te hard!" riep een
man met een grote snor verontwaar
digd.
„Uw remmen deugen niet", riep
een ander.
(Wordt vervolgd)
72
botaniseertrommel stoppen, daar zit hij
veilig.
Een prachtig idee zei de professor.
Ze maakten het deksel van de trommel
open en borgen het mannetje er voorzich
tig in op. Toen ging het deksel op slot.
Nu kunnen we naar huis terug gaan.
zei de professor tevreden. We hebben ons
doel bereikt.
BIJ HET OPSLAAN van dat gTaan wordt
wel eens iets gemorst op de grote hoe
veelheden die hiet worden „verwerkt" een
te verwaarlozen fractie, maar voldoende
om in de vette grond van de IJseloevers te
ontkiemen, op het Pothoofd en ook verder
zuidwaarts, waar een grote meelfabriek
aan de rivier ligt. Overal in ons land, waar
granen en zaden, wol en pootaardappelen.
jonge boompjes en sojabonen worden ver
laden, kunnen „pothoofdplanten" groeien,
langs waterwegen autowegen en spoor
lijnen, want uit eike lading blijft wel eens
iets achter. En niet te vergeten de akkers,
waarin uitheemse granen worden gezaaid,
of de „molenbelten'', die soms na vele
tientallen jaren nog door een bijzonder
flora de plaats verraden, waar een reeds
lang vergeten moier heeft gestaan!
POTHOOFDPLANTEN zijn adventief-
planten. Onder adventiefplanten, zo leren
ons de plantkundcboeken. verstaan we
planten, die in e<-r, gebied waar ze niet
thuishoren zijn terechtgekomen door
al of niet opzettelijke menselijke hulp.
akkeronkruiden kunnen hier over het al
gemeen oorspronkelijk niet inheems zijn
geweest men zal ze doorgaans ook niet
in andere plantengemeenschappen aantref
fen.
Er komen natuurlijk ook zaden mee van
andere, van tropische planten, die het in
ons klimaat niet kunnen bolwerken. Maar
vele adventieven zijn behoorlijk ingebur
gerd en groeien, bloeien en geuren jaar in,
jaar uit overal op plaatsen, waar wel eens
is „gemorst": wiUe en gele honingklaver,
muuroeper. hutteritut. kranssalie. absint-
alsem. zachte wikt e, wegdistel, blaassilene.
wilde reseda, sophiekruid en gele mosterd
we kunnen er verscheidene tientallen
EEN PAAL met twee spiegeltjes aan
de kant van de weg: dat is eigenlijk
alles waaruit de hertenreflector van
amateur-uitvinder A. v. d. Ree bestaat.
Maar Waterstaat en Dierenbescherming
zijn er erg blij mee en de herten ook,
nemen we aan, al zullen ze niet beseffen
dat een bliksemsnelle lichtflits hun leven
redt en wellicht ook dat van vele auto
mobilisten, op de wegen in het oosten
des lands, waar veel wild pleegt over te
steken. De apparaatjes hebben in winter
en in voorjaar proef gedraaid op de
hermen langs de weg van Raalte naar
Deventer. En geen hert of ree is het
slachtoffer geworden van het voorbij-
razende verkeer. In de drie jaren er
voor, toen er nog geen hertenreflectors
waren, werden er 23 herten bij nachte
lijke botsingen doodgereden en heel wat
auto's leden zware schade, terwijl in
sommige gevallen de inzittenden vrij
ernstig werden gewond.
DIE SITUATIE was reeds lang een
„Pothoofdplanten" op de IJseloever
bij Deventer. Boven alles uit de gele
honingklaver, die soms manshoogte
kan bereiken, en op de achtergrond de
silhouetten van de grote verkeersbrug
en de „Peperbus"de Lebuinustoren,
als het ware oprijzend uit het groepje
kastanjebomen, dat thans nog de
plaats van het oude „pothoofd"
markeert.
groep planten, die voor altijd met Deven-
ter's „pothoofd" is verbonden.
doorn in het oog van natuurvrienden en
jaar in jaar uit drongen ze er bij Water
staat op aan, om er nu toch eindelijk iets
tegen te doen. Maar wat valt er tegen uil
te richten? Wildhekken, rastervloeren en
dergelijke zijn over zulke geweldige af
standen niet te betalen en omdat Water
staat nog wel eens met de Oosterbeekse
houthandelaar Van de Ree in aanraking
kwam, die bekend staat als auctor van
vele vernuftige uitvindingen, zei Water
staat: Pieker jij er eens over. En het
resultaat daarvan zijn dan de herten
reflectors. Octrooi is aangevraagd en (zo
goed als) verleend.
De beer Van de Ree heeft allerlei ideeën
geprobeerd en verworpen. Zijn gedachten
kwamen tenslotte terecht bij de lichtbak
van de stropers. Van fel licht schrikt het
wild en blijft het stokstijf staan. Het
moest dus iets met licht worden. De heer
Van de Ree ging eens snuffelen in het
speelgoed van zijn oudste zoon, die een
verwoed verzamelaar is van afgedankt
oorlogstuig. Er was ook een soort periscoop
bij van een tank. De houthandelaar peu
terde het ding uit elkaar en begreep al
spoedig de vrij simpele werking van de
prisma's en de spiegeltjes. Hij dacht ver
der. Het licht van een naderende auto
LONDEN (UPI) Kinderen worden van
nature vuil, zo moet het blijven. Dit is
het standpunt van de Britse arts dr. Ann
Mullins,. In het vakblad van de Britse
huisartsen schijft ze:
„Ik heb evenveel tijd gestoken in het
mijn patiënten aanbevelen van zich vuil te
maken en gelukkig te zijn, dan met ze
te vertellen netter te zijn."
Dr. Mullins, die met haar zes kinderen
weet waar ze over praat, zei: „Neem nu
die zoon van mij, Johnny. Hij heeft een
smoezelig gezicht, maar hij heeft het naar
zijn zin. Ik denk dat vele mensen het niet
met mij eens zullen zijn. Maar het is tijd
dat het gezond verstand eens een woordje
gaat meespreken in de anti-bacillen oorlog.
Ik ken moeders die gek worden en van
hun kinderen mispunten maken omdat ze
ze de hele dag achterna lopen met een
handdoek."
Dr. Mullins zei dat kinderen die alsmaar
te horen krijgen dat ze zich niet vuil mo
gen maken, een schuldgevoel kunnen ont
wikkelen.
„Netheid kan grenzen aan godsvrucht,
maar ook leiden tot zeer betreurenswaar
dige toestanden," aldus dr. Mullins.
Een boer uit Gloucester in Engeland
heeft een boete gekregen van drie pond,
omdat de rehcter vond dat hij zijn 14-
jarige zoon te hard het werken De jongen
maakte werkdagen van gemiddeld zestien
uur, doordat hij naast zijn schooluren en
huiswerk, niet alleen zijn vader hielp op
de boerderij, maar bovendien nog een
krantenwijk voor zijn rekening nam. Na
het verhoor van zijn vader zei de jongen
over de aanklacht: ,Een boel moeilijk
heden over niets Iedere boerenzoon helpt
zijn vader immers". Toen moest hij weg,
want voor donker zou het hooi nog worden
binnengehaald.
BIRMINGHAM (Engeland) (UPI) De
telefoondienst van Birmingham (Engeland)
heeft een nieuw telefoonnummer, speciaal
voor de huisvrouwen, geopend. De huis
vrouwen kunnen een speciaal telefoon
nummer draaien om een recept aanbevolen
te krijgen door de Britse raad voor land-
bouwprodukten. Het eerste recept bestond
uit met pruimedanten gevuld varkensvlees.
moet in het bos ter weerszijden van de
weg vallen onder een rechte hoek. Dan
blijft het wild, dat juist van plan was
over te steken, verblind staan. Een licht
flits van een seconde is genoeg. Eerst
construeerde hij een fraai paaltje met
twee gaten en daarin weggewerkt het zak-
spiegeltje van zijn vrouw. Het bleek meer
mooi dan doelmatig te zijn, maar het prin
cipe was goed.
TOEN KWAM de ijzeren staaf met twee
in een hoek van 90 graden op elkaar ge
zette, roestvrije edelmetalen spiegeltjes.
Als deze in een hoek van 40 graden langs
de weg worden gezet, spiegelt het felle
licht van de auto-koplamp rechttoe recht
aan het bos in. De proeven langs de weg
Raalte-Deventer zijn boven verwachting
verlopen. Alleen de ijzeren staaf zal wel
hout worden, vanwege het gevaar bij aan
rijdingen. Waterstaat is enthousiast en be
stellingen voor meer dan de dertig thans
reeds afgeleverde hertenreflectors kunnen
ieder ogenblik verwacht worden. Het nut
is duidelijk bewezen. „Ik denk dat er ook
heel wat verkocht zullen worden in Duits
land", zegt de heer Van de Ree. „De ver
diensten zijn weliswaar niet groot, ruim
elf gulden per paal. Wie weet hoeveel
mensen- en hertenlevens mijn simpele
uitvinding sparen zal
KAAPSTAD (UPI) De blauwe reiger
is verheven tot nationale vogel van Zuid-
Afrika, zo heeft dr. N. J. Winterbottom,
secretaris van de Zuidafrikaanse afdeling
van de internationale commissie voor de
instandhouding der vogels te Kaapstad
meegedeeld.
Dr. Winterbottom verklaarde dat men
de Zuidafrikaanse regering over de keuze
geraadpleegd had en dat ook de struisvogel
in overweging was genomen, maar uitein
delijk had de reiger gewonnen.
De rugkwaal van president Kennedy is
onlangs het onderwerp geweest van een
boodschap van de Israëlische premier Ben
Goerion aan de Amerikaanse ambassa
deur in Israel. De 75-jarige Israëlische
staatsman heeft de Amerikaanse president
daarin aanbevolen speciale oefeningen in
yoga-stijl te doen die hem, Ben Goerion,
tot op zijn oude dag fit zouden hebben
gehouden. Elke ochtend vroeg maakt de
75-jarige onder leiding van zijn arts Mos
je Feldenkrais een keurig kopstandje. De
Amerikaanse ambassadeur heeft de aan
beveling aan het State Department door
gegeven.
8. Nadat de boom met voor een boom opmerkelijke
welgemanierdheid hem gevraagd had of de plaats
naast hem vrij was, kon Panda van verbazing eerst
geen woord uitbrengen, en toen hij eindelijk zijn stem
hervonden had, stotterde hij: „Maar maar hoe
kan een boom nou gaan zitten?" „Het is moderne opper
vlakkigheid om de kunde van bomen te onderschatten,"
sprak de boom ernstig, „doch recht zij desalniettemin
gedaan; niet de boom zoekt voor de moede leden rust,
doch ik." Na deze sfeervolle woorden ging er een deur
tje in de stam open en een heer van rijpe leeftijd stapte
er uit. „Aha!" riep Panda opgelucht, „nou begrijp ik
het! U loopt in die boom voor een reclame-stunt of zo!"
De heer was echter met deze veronderstelling volstrekt
niet ingenomen. „Eilaas hoe nu?!" kreet hij. „Kan
ik, Archibald Brauswasser, zelfs nog geen parkbank
delen met een modern-oppervlakkig iemand, zonder dat
deze mij, Archibald Brauswasser, van een moderne
oppervlakkigheid als reclame verdenkt? Kan ik, Archi
bald Brauswasser, niet eens meer in een boom lopen
zonder dat iemand over televisie gaat praten?"