IDE VROUW IDIIE HAAR GEHEUGEN VERLOOR Herten-reflectoren" waarschuwen het wild voor naderend snelverkeer PRIEGELTJES GROTE REIS P-NDA EN DE MEEST ER-OPHEF F ER I Polile Ons vervolgverhaal Vaders hulp... NAAR HET DUITS DOOR LILIAN AYE MAANDAG 31 JULI 1961 7 *ro.y$> <V: Ons V£*rvntnvf*rhnnS - Hoe Deventer gratis aan zijn w exotische kruidentuin kwam Vondst van een amateur-uitvinder- „Pothoofdplanten" Beroemd „overwaaier" Kinderen behoren zich vuil te maken Menu per telefoon Blauwe reiger nationale vogel van Zuid-Afrika Kopstandje voor Kennedy 50. Om te duwen is er hulp genoeg aan de wal. Iedereen is toegesneld en I iedereen in het water rolt! - Verschrikkelijk!, roept Pelli, die op de achter- drukt uit alle macht tegen de Mary"I Ze drukken zo hard, dat tenslotte plecht staat, daar ligt me de hele zaak in de nattigheid! Merkwaardige flora langs de IJsseloevers OP DE IJSELOEVERS in Deventer komen de werelddelen bijeen. Reizigers van heel ver uit Californië en van de Rio de la Plata, uit Canada en Algerië, uit Polen, Hongarije, Roe menië en Rusland hebben elkaar daa- getroffen en ze kunnen het heel goed met elkaar vinden- Maar daar zijn het dan ook planten voor. Ze bloeien er elk jaar opnieuw in grote hoeveel heden zeer tot genoegen van de plantenliefhebbers, die regelmatig komen kijken of onder die uitgebreide cosmopoli- tische familie nog wat bijzonders valt te ontdekken. Een familie, die onder de naam „pothoofdplanten" een begrip is geworden, dat ver boven het lokale uitgaat. Een familie, die grote ver maardheid geniet door de wijze waarop zij in ons land is ver zeild geraakt. In de eerste plaats natuurlijk in Deventer, op dat deel van de IJselkade, dat sedert mensenheugenis „pot- hoofd" wordt genoemd. Maar de botanici weten ook, dat ons land ontelbare „pothoofden" kent, waar min of meer exotisch aandoende plantengemeenschappen „in het wild" kunnen wor den aangetroffen- Voor het ontstaan van de naam „pothoofd" de oudste ons bekende vermelding dateert van 1546 en komt voor in de „cameraarsrekeningen" van de stad Deventer zijn I verschillende verklaringerf. Zo zegt men wel. dat op het Pot hoofd, dat vroeger inderdaad een ..hoofd" was tussen Schipbeek en IJsel, aan de monding van het eerstgenoemde water, het huis van een pottenbakker moet hebben gestaan. Anderen zijn van mening, dat dit het hoofd was, waar voorheen „potten" meerden dat waren platboomde scheepjes, waarmee vroeger de Schip beek tot over de Duitse grens werd bevaren, VOOR LAATSTGENOEMDE uitleg voelen wij het meest, maar de plantenliefhebber is het om het even. Hij zoekt zo spoedig mogelijk de glooiing van de bloeiende oevers op om nieuwe bijzonderheden te ontdekken en soms lukt dat nog wel eens En hij wete ook, hoe het komt dat daar zo'n bonte mengeling „uitheemse" planten groeit, die in vele gevallen geheel inge burgerd zijn geraakt. r YM-S A-, „••x. - X iS De oplossing van het raadsel is niet moeilijk. Als de opschriften van de vier en meer verdiepingen hoge graanpakhuizen aan het pothoofd het al niet hebben ver raden, vertelt bedrijfsleider Pouw van het overslagbedrijt het wel. Hij voert ons langs zijn silo's en bergplaatsen, waar grote hoeveelheden rogge, tarwe, gerst, haver, mais en andere zaden losgestort zowel als in zakken liggen opgeslagen: granen en zaden, die van heinde en ver komen. En zo scnoon kan een zending Franse zomergers, nooit zijn, of er zitten wel onkruidzaden bij van de akkers waar die gerst is gerijpt noemen, ook „te water", die weer op an dere wijze naar hier zijn gekomen. Eén adventiefplant is zelfs beroemd geworden. Het is de teunisbloem, waarmee prof. Hugo de Vries zijn mutatie- en erfelijkheids onderzoekingen heeft verricht. De teunis bloem, ook wel nachtbloem geheten, is afkomstig uit Noord-Amerika. maar is nu met zijn grote gel:= bloemen overal langs onze spoorlijnen, wegen, rivieren en beek jes te vinden. Zij voelt zich er „kiplekker", want zij heeft het hier al sinds 1614 uit gehouden. Een zeei bijzondere vertegen woordigster dus van een merkwaardige 33) „Ik heb Suzanne helemaal niet ge vraagd, of ik haar misschien ergens kon afzetten", besefte Herbert, ter wijl hij de gaspedaal dieper indruk te. Hij haalde even zijn schouders op. Ik rijd alsof ik al weet, wat ik Karin allemaal ga vertellen, peinsde hij. En ik heb haar véél te vertellen.... „Mevrouw Littmann", zei Karin in de telefoonhoorn. „Eindelijk, Karin!" klonk Sven's stem aan de andere kant opgelucht. „Sinds een uur ben ik bezig je te be reiken. Beantwoordt altijd dat huis monster jullie telefoon? Karin's hart bonsde. Voor het eerst hoorde ze Sven's stem door de tele foon in haar eigen huis. Ze wierp snel een blik naar beneden in de hal. „Het hüismonster is thans boodschappen aan het doen", antwoordde ze met een glimlach. „Karin", hoorde ze Sven's stem door de telefoon, „we móéten samen praten, nu meteen". Karin stond doodstil. „Dat gaat niet Sven ,,'t Móét, Karin!" Een seconde la ter voegde hij er aan toe: „Je man weet alles". Phil, dacht Karin, dus toch Phil „Karin", hoorde ze Sven zeggen, „je hebt me niet gevraagd, hoe 't mo gelijk was, dat ik je weervond.Hij hield even op en vervolgde dan: „Ken je een zekere Helène Maertens?" „Helène Maertens? Ja.., maar.." „Karin", klonk Sven's stem heftig, „ik kan 't je allemaal zo moeilijk door de telefoon zeggenwe moeten el kaar zien. Ik maak me bezorgd om jouwentwil. Weet je waar je man is?" „Ik weet 't niet. Svenhij is van middag weggereden met. Helène IVJaertens". Ze herinnerde zich Pasch- ke's woorden. „Weet je wat hij sindsdien gedaan heeft?" Sven's stem klonk steeds hef tiger en nerveuzer. „Ik neem aan, dat hij na geluncht te hebben, naar kantoor is gegaan", antwoordde Karin. „Waarom vraag je dat allemaal?" Op dat ogenblik reed Herbert het hek binnen en keek omhoog naar het openstaande raam van Karin's kamer. Hij draaide de auto de garage in en voordat hij uitstapte, bleef hij even stil voor zich uit zitten kijken. Karin herinnerde zich niet, dat ze al eens in Starnberg was geweest, piekerde hij, ze wilde dus helemaal geen con tact met die andere man opnemen en ze was daar gelukkig... met mij...! Voor de zoveelste keer herhaalde Her- bert deze redenering bij zichzelf en zijn hart bonsde. Hij stapte uit en gooide het portier achter zich dicht. Het grind knerpte onder zijn voeten. Ik moet Karin nu vragen, een beslis sing te nemen... Hij verhaastte zijn schreden. Hij liep het terras over en betrad door de openstaande deur de zitkamer. Even later opende hij de deur naar de hal. „Sven" hoorde hij Karin met een wanhopige stem in de telefoonhoorn zeggen. „Karin, ik heb in het toestel van 10 uur morgenochtend naar Frankfort twee plaatsen geboekt," zei Sven aan de andere kant. Herbert sloot de ogen en bleef met deurknop in zijn hand geklemd bewegingloos staan. „Sven...!" klonk Karin's stem weer vertwijfeld. Sven, Sven... echode het in de hal. Hij heet dus Sven, dacht Herbert mat. Hoewel Karin niet luid sprak, ver stond Herbei t alles wat zij zei. „Karin, is het niet mogelijk, dat wij elkaar nu nog even vijf minuten des noods ontmoeten?" drong Sven aan. „Als 't niet anders kan, dan bij jou m de buurt, op de hoek van de Ur- dinger Strasse bijvoorbeeld!" Karin aarzelde. Ze wist niet wat ze moest doen. Opeens zei ze echter: „Ik kom." „Ik komhoorde Herbert haar zeggen. Zo moest het gevoel zijn, als je verdronk, dacht hij. Je sloot de ogen en er was niets meer Hij hoorde Karin de hoorn op de haak leggen en naar haar kamer te ruggaan. Ze heeft dus een besluit ge nomen, dacht hij hulpeloos. Karin leunde tegen de deur van haar ka mer. Ik wilde hem met meer zien, waarom heb ik dan toch ja gezegd? piekerde ze ongelukkig. Ze ontweek het antwoord op haar vraag. Ze trok haastig een mantel aan en keek even in de spiegel. Toen ze haar kamerdeur wilde openen, hoorde ze langzame schreden de trap opkomen 2122 We nemen hem mee, zei de pro fessor. Wat zullen onze geleerden opkijken, als we 'm tonen. De twee mannen waren blij met hun vondst. Of 't dwergnegertje ook zo in z'n schik was, is de vraag. Waar zullen we 'm laten, zonder dat hij ons ontvluchten kan? zei meneer Ka nebit. Wacht eens laten we hem in mijn Herbert! Karin bleef doodstil met de deurknop in haar hand staan. De voetstappen kwamen dichterbij. Ka rin kreeg een benauwd gevoel in haar keel. Wat moet ik zeggen, als hij mijn kamer binnenkomtover legde ze koortsachtig. Moet ik hem zeggen, dat De voetstappen waren thans vlak bij, maar even later was Herbert langs haar kamer heen gelopen. Ze hoorde hem de deur van zijn eigen kamer sluiten. Ze luisterde scherp. Ze hoorde Herbert in zijn kamer op en neer lopen En opeens wist Karin, dat er thans tussen hen niet enkel de kamermuur was, maar ook een onzichtbare, veel sterkere muur Vanmorgen was hun ontmoeting ge arrangeerd, piekerde Herbert onge lukkig in zijn eigen kamer, maar nu. nu gaat zij vrijwillig. Hij voelde zich verslagen en wanhopig. Ik kan nu niet het huis uitgaan, overlegde Karin, dat kan niet Ze hoorde Herbert de trap weer af lopen en naar zijn werkkamer gaan. Toen hij de kamer binnenging, rinkel de de telefoon op zijn schrijftafel. Hij nam de hoorn op. „Hallo?" „Ja, Herbert? Met Helène," hoorde hij haar harde stem aan de andere kant. Herbert zei niets, hij stond doodstil met de hoorn in zijn hand. „Herbert, zeg toch iets Wat moet ik jou zeggen, dacht Her- bert. Als jij je er niet in gemengd had, had ze hem nooit weergezien.. Hij legde de hoorn op de haak en ging zijn kamer uit. Toen hij het huis verliet, begon het al te schemeren. Enkele minuten la ter reed hij het hek uit. Karin hoorde de huisdeur dicht slaan. Ze keek aarzelend naar het klokje op haar nachtkastje. Het was even voor zes uur. Ze opende de deur van haar kamer en liep het portaal over. Langzaam liep ze de trap af, bewust trede voor trede. Opeens moest ze denken aan de dag van haar terugkomst uit Frankfort, toen ze dezelfde trap langzaam, trede voor trede, opgegaan was, zich niets van haar oude omgeving herinnerend In het langslopen zag Karin de deur van Herbert's werkkamer half open staan. Ze aarzelde even, maar ging dan naar binnen. Er hing de geur van Herbert's sigaretten. Op de schrijftafel' hing de hoorn van het te lefoontoestel scheef op de haak. Auto matisch legde ze hem recht. Dan wendde ze zich om. Ze wilde snel het vertrek verlaten. Maar op eens werd haar blik getroffen door een klein rose lichtpunt, dat heen en weer danste aan de overkant van de straat. Monica was terug van haar schoolreisje en kwam aanwandelen met een grote kleurige lampion, waar- ;n een kaars.ie brandde. Ze wilde de straat oversteken. Op datzelfde ogen blik zag Karin echter van rechts een auto aankomen. Ze holde naar het raam en trommelde erop om Monica te waarschuwen. „Monica!" ï^iep ze, maar het volgend ogenblik gilde ze in panische angst. Verlamd van schrik zag ze, hoe het kind door de auto werd gegrepen Karin had het gevoel, dat de bodem onder haar voeten wegzonk. Ze sloot de ogen en ir haar oren was een vreemde hoge fluittoon. Allerlei beelden stormden op haar af: een klein blond meisje in een vliegtuig en een vriendelijke ste wardess, een kaartjescontroleman en een juffrouw in een krantenkiosk op het vliegveld. Ze hoorde opnieuw de luidspreker roepen: mevrouw Litt mann wordt verzocht zich naar het toestel te begeven Allgs wat geweest was rolde als in een versnel de film in een flits aan haar voorbij. Karin was niet in staat een beweging te maken. Voor haar ogen speelde zich echter de huidige werkelijkheid af, een verschrikkelijke werkelijkheid in een kring van mensen, die haastig waren komen toelopen, lag een klein bewegingloos kinderfiguurtje Voor het huis was het een groot tumult. „Het kind liep plotseling de straat op. Het was voor m'n wagen", ver dedigde zich de opgewonden automo bilist tegenover de omringende me nigte. „U reed veel te hard!" riep een man met een grote snor verontwaar digd. „Uw remmen deugen niet", riep een ander. (Wordt vervolgd) 72 botaniseertrommel stoppen, daar zit hij veilig. Een prachtig idee zei de professor. Ze maakten het deksel van de trommel open en borgen het mannetje er voorzich tig in op. Toen ging het deksel op slot. Nu kunnen we naar huis terug gaan. zei de professor tevreden. We hebben ons doel bereikt. BIJ HET OPSLAAN van dat gTaan wordt wel eens iets gemorst op de grote hoe veelheden die hiet worden „verwerkt" een te verwaarlozen fractie, maar voldoende om in de vette grond van de IJseloevers te ontkiemen, op het Pothoofd en ook verder zuidwaarts, waar een grote meelfabriek aan de rivier ligt. Overal in ons land, waar granen en zaden, wol en pootaardappelen. jonge boompjes en sojabonen worden ver laden, kunnen „pothoofdplanten" groeien, langs waterwegen autowegen en spoor lijnen, want uit eike lading blijft wel eens iets achter. En niet te vergeten de akkers, waarin uitheemse granen worden gezaaid, of de „molenbelten'', die soms na vele tientallen jaren nog door een bijzonder flora de plaats verraden, waar een reeds lang vergeten moier heeft gestaan! POTHOOFDPLANTEN zijn adventief- planten. Onder adventiefplanten, zo leren ons de plantkundcboeken. verstaan we planten, die in e<-r, gebied waar ze niet thuishoren zijn terechtgekomen door al of niet opzettelijke menselijke hulp. akkeronkruiden kunnen hier over het al gemeen oorspronkelijk niet inheems zijn geweest men zal ze doorgaans ook niet in andere plantengemeenschappen aantref fen. Er komen natuurlijk ook zaden mee van andere, van tropische planten, die het in ons klimaat niet kunnen bolwerken. Maar vele adventieven zijn behoorlijk ingebur gerd en groeien, bloeien en geuren jaar in, jaar uit overal op plaatsen, waar wel eens is „gemorst": wiUe en gele honingklaver, muuroeper. hutteritut. kranssalie. absint- alsem. zachte wikt e, wegdistel, blaassilene. wilde reseda, sophiekruid en gele mosterd we kunnen er verscheidene tientallen EEN PAAL met twee spiegeltjes aan de kant van de weg: dat is eigenlijk alles waaruit de hertenreflector van amateur-uitvinder A. v. d. Ree bestaat. Maar Waterstaat en Dierenbescherming zijn er erg blij mee en de herten ook, nemen we aan, al zullen ze niet beseffen dat een bliksemsnelle lichtflits hun leven redt en wellicht ook dat van vele auto mobilisten, op de wegen in het oosten des lands, waar veel wild pleegt over te steken. De apparaatjes hebben in winter en in voorjaar proef gedraaid op de hermen langs de weg van Raalte naar Deventer. En geen hert of ree is het slachtoffer geworden van het voorbij- razende verkeer. In de drie jaren er voor, toen er nog geen hertenreflectors waren, werden er 23 herten bij nachte lijke botsingen doodgereden en heel wat auto's leden zware schade, terwijl in sommige gevallen de inzittenden vrij ernstig werden gewond. DIE SITUATIE was reeds lang een „Pothoofdplanten" op de IJseloever bij Deventer. Boven alles uit de gele honingklaver, die soms manshoogte kan bereiken, en op de achtergrond de silhouetten van de grote verkeersbrug en de „Peperbus"de Lebuinustoren, als het ware oprijzend uit het groepje kastanjebomen, dat thans nog de plaats van het oude „pothoofd" markeert. groep planten, die voor altijd met Deven- ter's „pothoofd" is verbonden. doorn in het oog van natuurvrienden en jaar in jaar uit drongen ze er bij Water staat op aan, om er nu toch eindelijk iets tegen te doen. Maar wat valt er tegen uil te richten? Wildhekken, rastervloeren en dergelijke zijn over zulke geweldige af standen niet te betalen en omdat Water staat nog wel eens met de Oosterbeekse houthandelaar Van de Ree in aanraking kwam, die bekend staat als auctor van vele vernuftige uitvindingen, zei Water staat: Pieker jij er eens over. En het resultaat daarvan zijn dan de herten reflectors. Octrooi is aangevraagd en (zo goed als) verleend. De beer Van de Ree heeft allerlei ideeën geprobeerd en verworpen. Zijn gedachten kwamen tenslotte terecht bij de lichtbak van de stropers. Van fel licht schrikt het wild en blijft het stokstijf staan. Het moest dus iets met licht worden. De heer Van de Ree ging eens snuffelen in het speelgoed van zijn oudste zoon, die een verwoed verzamelaar is van afgedankt oorlogstuig. Er was ook een soort periscoop bij van een tank. De houthandelaar peu terde het ding uit elkaar en begreep al spoedig de vrij simpele werking van de prisma's en de spiegeltjes. Hij dacht ver der. Het licht van een naderende auto LONDEN (UPI) Kinderen worden van nature vuil, zo moet het blijven. Dit is het standpunt van de Britse arts dr. Ann Mullins,. In het vakblad van de Britse huisartsen schijft ze: „Ik heb evenveel tijd gestoken in het mijn patiënten aanbevelen van zich vuil te maken en gelukkig te zijn, dan met ze te vertellen netter te zijn." Dr. Mullins, die met haar zes kinderen weet waar ze over praat, zei: „Neem nu die zoon van mij, Johnny. Hij heeft een smoezelig gezicht, maar hij heeft het naar zijn zin. Ik denk dat vele mensen het niet met mij eens zullen zijn. Maar het is tijd dat het gezond verstand eens een woordje gaat meespreken in de anti-bacillen oorlog. Ik ken moeders die gek worden en van hun kinderen mispunten maken omdat ze ze de hele dag achterna lopen met een handdoek." Dr. Mullins zei dat kinderen die alsmaar te horen krijgen dat ze zich niet vuil mo gen maken, een schuldgevoel kunnen ont wikkelen. „Netheid kan grenzen aan godsvrucht, maar ook leiden tot zeer betreurenswaar dige toestanden," aldus dr. Mullins. Een boer uit Gloucester in Engeland heeft een boete gekregen van drie pond, omdat de rehcter vond dat hij zijn 14- jarige zoon te hard het werken De jongen maakte werkdagen van gemiddeld zestien uur, doordat hij naast zijn schooluren en huiswerk, niet alleen zijn vader hielp op de boerderij, maar bovendien nog een krantenwijk voor zijn rekening nam. Na het verhoor van zijn vader zei de jongen over de aanklacht: ,Een boel moeilijk heden over niets Iedere boerenzoon helpt zijn vader immers". Toen moest hij weg, want voor donker zou het hooi nog worden binnengehaald. BIRMINGHAM (Engeland) (UPI) De telefoondienst van Birmingham (Engeland) heeft een nieuw telefoonnummer, speciaal voor de huisvrouwen, geopend. De huis vrouwen kunnen een speciaal telefoon nummer draaien om een recept aanbevolen te krijgen door de Britse raad voor land- bouwprodukten. Het eerste recept bestond uit met pruimedanten gevuld varkensvlees. moet in het bos ter weerszijden van de weg vallen onder een rechte hoek. Dan blijft het wild, dat juist van plan was over te steken, verblind staan. Een licht flits van een seconde is genoeg. Eerst construeerde hij een fraai paaltje met twee gaten en daarin weggewerkt het zak- spiegeltje van zijn vrouw. Het bleek meer mooi dan doelmatig te zijn, maar het prin cipe was goed. TOEN KWAM de ijzeren staaf met twee in een hoek van 90 graden op elkaar ge zette, roestvrije edelmetalen spiegeltjes. Als deze in een hoek van 40 graden langs de weg worden gezet, spiegelt het felle licht van de auto-koplamp rechttoe recht aan het bos in. De proeven langs de weg Raalte-Deventer zijn boven verwachting verlopen. Alleen de ijzeren staaf zal wel hout worden, vanwege het gevaar bij aan rijdingen. Waterstaat is enthousiast en be stellingen voor meer dan de dertig thans reeds afgeleverde hertenreflectors kunnen ieder ogenblik verwacht worden. Het nut is duidelijk bewezen. „Ik denk dat er ook heel wat verkocht zullen worden in Duits land", zegt de heer Van de Ree. „De ver diensten zijn weliswaar niet groot, ruim elf gulden per paal. Wie weet hoeveel mensen- en hertenlevens mijn simpele uitvinding sparen zal KAAPSTAD (UPI) De blauwe reiger is verheven tot nationale vogel van Zuid- Afrika, zo heeft dr. N. J. Winterbottom, secretaris van de Zuidafrikaanse afdeling van de internationale commissie voor de instandhouding der vogels te Kaapstad meegedeeld. Dr. Winterbottom verklaarde dat men de Zuidafrikaanse regering over de keuze geraadpleegd had en dat ook de struisvogel in overweging was genomen, maar uitein delijk had de reiger gewonnen. De rugkwaal van president Kennedy is onlangs het onderwerp geweest van een boodschap van de Israëlische premier Ben Goerion aan de Amerikaanse ambassa deur in Israel. De 75-jarige Israëlische staatsman heeft de Amerikaanse president daarin aanbevolen speciale oefeningen in yoga-stijl te doen die hem, Ben Goerion, tot op zijn oude dag fit zouden hebben gehouden. Elke ochtend vroeg maakt de 75-jarige onder leiding van zijn arts Mos je Feldenkrais een keurig kopstandje. De Amerikaanse ambassadeur heeft de aan beveling aan het State Department door gegeven. 8. Nadat de boom met voor een boom opmerkelijke welgemanierdheid hem gevraagd had of de plaats naast hem vrij was, kon Panda van verbazing eerst geen woord uitbrengen, en toen hij eindelijk zijn stem hervonden had, stotterde hij: „Maar maar hoe kan een boom nou gaan zitten?" „Het is moderne opper vlakkigheid om de kunde van bomen te onderschatten," sprak de boom ernstig, „doch recht zij desalniettemin gedaan; niet de boom zoekt voor de moede leden rust, doch ik." Na deze sfeervolle woorden ging er een deur tje in de stam open en een heer van rijpe leeftijd stapte er uit. „Aha!" riep Panda opgelucht, „nou begrijp ik het! U loopt in die boom voor een reclame-stunt of zo!" De heer was echter met deze veronderstelling volstrekt niet ingenomen. „Eilaas hoe nu?!" kreet hij. „Kan ik, Archibald Brauswasser, zelfs nog geen parkbank delen met een modern-oppervlakkig iemand, zonder dat deze mij, Archibald Brauswasser, van een moderne oppervlakkigheid als reclame verdenkt? Kan ik, Archi bald Brauswasser, niet eens meer in een boom lopen zonder dat iemand over televisie gaat praten?"

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 7