Polle,
Pelli en
Pingo
VROUW DIE HAARI
tijd
PRIEGELTJES GROTE REIS
PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER
Italiaanse arbeider logeerde
16 maanden gratis in Londen
Ons vervolgverhaal
Postkoets in
ere hersteld
NAAR HET
DUITS DOOR LILIAN AYE
DINSDAG 1 AUGUSTUS 1961
5
nu moeten Polle en Pingo weer aan boord! Hazelijn is verschrikkelijk trots
op zijn uitvinding en krijgt een pluimpje van al de anderen!
Slob
Brieven van de majoor
Genietend van de voordelige Britse Gezondheidszorg
Hamburg had 24 dagen een
onechte taxichauffeur
co», MAtreN toonoj
51. Hazelijn is alleen verbazend slim geweest: hij heeft het meertouw
te pakken, en staat op de kop van de olifant. Al de anderen dobberen in
het water! Maar zoetjesaan krijgen ze de „Mary" toch weer achteruit, want
2324 De professor en zijn assistent ver
lieten in hun nopjes de plaats, waar ze
hun buit gevonden hadden. Nu ze een
dwergnegertje gevonden hadden was het
doel van hun expeditie bereikt.
Zo namen ze opgeruimd de terugtocht
uit het oerwoud aan. In de botaniseer
trommel droegen ze het zwartje mee
Maar zo opgeruimd de professor en
De oude
herleeft
34)
„Denkt u, dat ik zo iets opzettelijk
doe?" wierp de automobilist met
grote heftigheid tegen. Hij keek ont
steld in de richting van het roerloze
kinderfiguurtje.
De vrolijke lampion, welke een
lachend maansgezicht had gehad, lag
verkreukeld naast het kind. In haar
hand klemde ze het ijzerdraadje,
waaraan de lampion had gehangen.
„Waar blijrt de ambulance", vroeg
een van de omstanders, zenuwachtig
om zich heen kijkend. „Die had er nu
toch al lang kunnen zijn".
Opeens klonk in de verte de sirene
van een politieauto. En even later die
van de ambulance.
Karin sloeg dit allesal s verlamd
gade. De stroom van beelden uit het
verleden weerhield haar als 't ware
om handelend op te treden. Alles
wervelde door haar hoofd. Maar dan
opeens scheen ze deze crisis te boven
te komen.
Misschien was het de krijsende si
rene, welke haar uit haar apathie
wekteZe sprong door het raam
naar buiten en holde de tuin door. Ze
drong zich door de mensenmenigte
op straat. „Alstublieft, laat u mij pas
seren Ze voelde haar han
den klam worden, toen ze Monica op
de draagbaar zag liggen. „Onmiddel
lijk naar het stadsziekenhuis, naar dr.
Schroder", zei ze zonder er verder
bij na te denken.
De ambulancemannen, die de
draagbaar juist in de auto wilden
plaatsen, keken Karin verwonderd
aan. „Is 't uw kind?" vroeg één van
hen.
„Ja".
„Gaat u dan maar mee".
„Wat is hiér gebeurd?" Liesbeth
stond opeens, met zwaar beladen
boodschappentassen, naast Karin in
de mensenkring.
„Monica is aangereden," zei Karin
met een hese stem. Ze kon niet hui
len, ze kon alleen maar kijken naar
het bewusteloze kind.
„Zoek onmiddellijk mijn man op,
Liesbeth!" zei ze even later. „Hij is
weggereden.. Bel zijn club op, bel
naar de Freyers, de Wolters, bel over
al.
De deuren van de ambulanceauto
klapten achter haar dicht en de auto
reed weg. Liesbeth staarde de wagen
sprakeloos na. Ze stond temidden van
een druk debatterende mensenmenig
te, die het ongeval van alle kanten
belichtte, maar zij zelf kon geen
woord- uitbrengen. Ze keek de ambu
lanceauto na, die de hoek van de
straat omreed. Ze zag doodsbleek en
leek volkomen uit het veld geslagen.
Ze hield op haar manier heel
veel van Monica, Herbert Littmann's
kind. Maar naast de schok over het
ongeluk, dat Monica was overkomen,
drong er iets anders tot haar bewust
zijn door: Karin had vooj: het eerst
Herbert's club genoemd en namen, die
ze slechts vóór haar geheugenstoornis
had gekend.
Sven had de kraag van zijn regen
jas opgeslagen. Hij stond op de hoek
van de Urdinger Strasse, welke op de
Cecilienallee uitkwam. De straatlan
taarns gingen aan en Sven keek in
het licht ervan op zijn horloge. Het
was kwart over zes. Opeens schrok
de sirene van een ambulancewagen
hem uit zijn gedachten op. De auto
kwam de hoek van de straat omrij
den en enkele ogenblikken later was
hij uit het gezicht verdwenen.
Sven schonk er niet veel aandacht
aan. Hij dacht slechts aan Karin en
aan de dingen, die hij haar wilde
zeggen. Hij keek weer op zijn hor
loge. En met een bonzend hart keek
hij dan de Cecilienallee af.
Liesbeth draaide reeds het vierde
telefoonnummer. Telkens weer met
hetzelfde resultaat. Meneer Littmann?
Nee.meneer Littmann is niet bij
ons..! Liesbeth voelde een vreemde
angst in zich opkomen. Het was nog
nooit gebeurd, dat Herbert Littmann
weggegaan was zonder ergens zijn
adres achter te laten. Ze probeerde
een volgend telefoonnummer.
„Mevrouw Maertens."
„Goedenavond, mevrouw, u spreekt
met Liesbeth."
Liesbeth, die niets van Hélène's ge
sprek met Herbert Littmann wist. zei
zonder aarzelen: „Er is iets vreselijks
gebeurd
Haar anders zo koele stem trilde
een weinig, toen ze er aan toevoeg
de: „Monica is door een auto aange
reden."
„Ja, ja, vlak voor ons huis.Ik
zoek meneer Littmann Ik heb al naar
de fabriek en verscheidene mensen
opgebeld. Maar hij is nergens te vin
den. Weet u misschien..?"
„Ik heb geen idee, Liesbeth," klonk
Hélène's stem kortaf. De verbinding
werd verbroken. Liesbeth staarde ver
wonderd naar de hoorn in haar hand.
Haar bezorgdheid over Herbert Litt
mann werd nog groter.
In de gang naar de keuken hoorde
ze Paschke's voetstappen. Even later
ging de deur naar de hal open.
„Waar zat jij?" riep Liesbeth de
chauffeur toe, terwijl ze haastig de
hoorn op de haak legde.
„Hoezo?" vroeg Paschke onbewo
gen. „Meneer Littmann had mij vrij
af gegeven."
„Monica is vlak voor het huis aan
gereden. Ik zoek meneer Littmann
overal! Weet jij niet, waar hij mis
schien kan zijn?"
„Monica., aangereden?" stamelde
Paschke. „Weet., mevrouw Littmann
't al?"
„Ja, zij is mee naar het ziekenhuis
in de ambulance. Maar zeg nu toch
eindelijk, waar meneer Littmann kan
uitbangen?"
Paschke haalde zijn schouders op.
„Ik heb geen notie.Vanmiddag is hij
met mevrouw Maertens weggereden".
„Mevrouw Maertens weet ook niet
waar hij is."
„Heb je de fabriek al opgebeld?"
„Ik heb overal heen gebeld. Hij is
nergens te vinden." „Liesbeth's stem
werd steeds onzekerder. „Sta daar
toch niet zo onbenullig te kijken!"
beet ze hem zenuwachtig toe. „Doé
liever iets! Haal een auto uit de fa
briek en ga hem zoeken!"
Paschke staarde Liesbeth even we
zenloos aan. Hij kreeg hetzelfde ver
lamde gevoel in zijn knieën, dat hij
ook die middag had gehad, toen hij
bij de kapper tevergeefs op Karin ge
wacht had. Maar dan besefte hij, dat
hij moest handelen. Hij knikte Lies
beth toe en draaide zich om. Hij
móest Herbert Littmann vinden!
De grote wijzer van de klok op de
eerste verdieping van het stadszie
kenhuis sprong op kwart over zeven.
Karin hield haar ogen gevestigd op
het rode lichtje boven de deur van de
operatiekamer. Bedrijvige verpleeg
sters met stijve witte schorten pas
seerden haar, telkens weer, en het
rook naar medicijnen en ether.
Eindelijk ging de deur van de ope
ratiekamer open. Dr. Schroder kwam
op haar toelopen. Hij was groot en
mager. Zijn bewegingen waren soepel.
„Het is goed afgelopen, mevrouw Lift
man," hoorde Karin hem zeggen.
„Een dijbeenfractuur en enkele kneu
zingen."
„En.
„Verder is alles in orde. U behoeft
zich dus geen zorgen te maken." Hij
keek Karin onderzoekend aan. Hij
kende haar al sinds tien jaar, maar
hij had haar nog nooit zó gezien. „Wat
is er met u?" vroeg hij bezorgd.
„U ziet er helemaal niet goed uit."
„Dank u. met mij is niets aan de
hand."
'„Dat kunt u andere mensen mis
schien wijsmaken, maar mij niet," zei
dr. Schroder. Hij dacht: natuurlijk is
ze van haar stuk gebracht door het
ongeval met het kind, maar hier
steekt toch nog iets anders achter.
„Ik ga u nu naar huis sturen," zei
hij, vriendelijk glimlachend. Karin
keek de dokter aan. Ze besefte op
eens, dat ze dit gezicht een uur ge
leden stellig niet herkend zou hebben.
De taxi stopte voor het huis. Lies
beth hielp Karin uit haar mantel.
„Heb je iets van mijn man ge
hoord?" vroeg Karin.
„Nee, niets."
„Als er opgebeld wordt, ik ben
thuis."
„Mag ik vragen, hoe 't met Monica
is?"
„Ze heeft een dijbeenfractuur en
enkele niet-ernstige kneuzingen."
Karin liep Herbert's werkkamer bin
nen. Er hing nog steeds een geur
van sigaretten En opeens on-
aerging ze iets merkwaardigs: ze her
innerde zich plotseling hoe Herbert
was geweest, voordat haar dat onge
val in Frankfort was overkomen....
Ze zag hem afwezig aan zijn schrijf
tafel zitten, gesloten en opgaand in
zijn werk. Ze hoorde in gedachten
zijn zakelijke, nuchtere stem over
dingen spreken, waarvan zij geen
verstand had. De telefoon rinkelde.
.Karin, w arom ben je niet geko
men?" hoorde ze Sven's stem ner
veus vragen.
„O Sven, er is intussen zóveel ge
beurd. Monica is aangereden; ik kom
net uit het ziekenhuis terug
(Wordt vervolgd)
zijn assistent zich voelden, nu hun plan
gelukt waszo terneergeslagen liepen de
twee andere dwergnegertjes, die niet ge
vangen waren, naar hun dorpje terug. Ze
hadden gezien, hoe hun kameraadje onder
het net gevangen was. Nu de grote, blanke
mannen weg waren, gingen ze verdrietig
naar huis.
ST. BRIDE'S (Engeland) (UPI) Het
leven in Engeland was goed voor Romalo
Scotti, zeer goed zelfs. Er is echter abrupt
een einde aan gekomen, toen hij uit zijn
bed in een Londens ziekenhuis werd ge
sleept en door regeringsambtenaren op
een vliegtuig naar zijn vaderland Italië
werd gezet. Dat was het einde van een
HET IS WEL een merkwaardig feit, dat
in onze tijd van straaljagers, ruimtevaar
ders, geleide projectielen, van onvoorstel
bare snelheden, van mensen die het héél
gewoon vinden om op de weg altijd „boven
de honderd" te .itten, dat in déze tijd er
blijkbaar een toenemende belangstelling
bestaat voor alles wat honderd jaar ge
leden zijn stempel op het beeld van alle
dag drukte. Het is niet zozeer het „antieke"
alswel het romantische „ouderwetse" dat
de mensen aantrekt. Het zijn de dingen en
de toestanden uit een betrekke'pk dicht
bij verleden, het tijdperk van onze groot
ouders en overgrootouders (voor zover we
tot de jongeren behoren!) Met die tijd
heeft men o.m. door foto's en familie-stuk
jes nog een zeker contact. Men heeft nog
verhalen overgeleverd gekregen uit de
negentiende eeuw en men kan zich dus
een meer of minder duidelijk beeld van
die tijd maken. En dan is er eeuwige haast,
die altijd voortdurende druk, jacht naar
alles en nog wat, die tenslotte toch vele
mensen tot een obsessie dreigt te worden.
Onbewust dikwijls; bewust somtijds. Maar
in elk geval zijn dingen, welke aan een
rustiger verleden doen denken, zulke lieden
bijzonder welkom.
ZIJ ZIJN het die gaan „pony-trekken"
in de Schotse Hooglanden of door Wales; of
die te paard urenlang gaan zwermen in de
Camargue; of die een retourtje nemen op
de zwart-gele postkoets van de Duitse
„Bundespost", die in de zomermaanden
verkeert tussen Garmisch.en Badersee.
Ja, die postkoets, kompleet met hoorn-
blazende postiljon en bespannen met twee
van die prachtige Haflinger zweetvossen-
Of men ziet die lieden plaats nemen in
de paardetram op het Britse eiland Man,
De postkoets „Perseverance" die vroe
ger een dienst tussen Londen en Dar
lington onderhield, rydt nu weer
dagelijks heen en weer tussen Ox
ford en Blenheim Castle, het voor
vaderlijk slot van de hertog van
Marlborough in Woodstock.
waar nog 80 paarden de tienduizenden toe
risten elke zomer opnieuw langs de baai
vervoeren in een tempo, waarvan men niet
duizelig wordt en dat toch „beneden de
honderd" ligt!
Ook kan men ze ontmoeten op het eiland
Sark, waar geen auto mag komen en het
door paarden getrokken voertuig het enige
vervoermiddel is, behalve dan de fietsen;
en wat een heerlijke rust heerst daar. Zij,
die hun brood moeten verdienen in de
vreemdelingen-industrie of het toerisme
hebben dit verschijnsel natuurlijk ook op
gemerkt. Daarom verwondert het ons niet,
dat tussen Bad Kissingen en Bad Booklet
weer een „Biedermeier-postkoets" rijdt en
dat in de zomermaanden een oprechte En
gelse „coach", bespannen met vier schim
mels, een regelmatige dienst onderhoudt
tussen Oxford en Blenheim. De rit is niet
goedkoop, dat is duidelijk want wie nü per
postkoets reist doet het voor zijn genoegen
en niet voor zaken of pure noodzaak. Hij
doet het ook nog een beetje „voor de
zenuwen", dus als geneesmiddel. Vijfen
twintig gulden kost zo'n rit van twaalf
kilometer maar men kan behalve zo'n trip
met deze „lijndienst" ook nog lange toch
ten van een. halve dag maken met de
„stage coach". Wat een belevenis! Vooral
ook omdat er nog „aangelegd" wordt in
enkele oude herbergen onderweg, „net als
vroeger.
Grenspapieren voor caravans. De
ANWB heeft bii het ministerie van Finan
ciën wederom gepleit voor het laten ver
vallen van grensdocumenten voor cara
vans. In 1959 heeft het ministerie reeds
grensdocumenten afgeschaft voor bepaalde
categorieën voertuigen, afkomstig uit het
buitenland. Van deze regeling bleven de
caravans echter uitgesloten.
Zonder mankeren ontvangen de heer en
mevrouw Joseph Posa i Santa Monica
(Californië) ieder week een brief van hun
zoon Eugène. Zij weten niet en zullen
waarschijnlijk nooit weten dat majoor
Eugène Posa lid van de bemanning was
van het Amerikaanse verkenningsvlieg
tuig dat op I juli 1960 boven de Barents-
zee werd' neergeschoten door de Russen.
Thans heeft de luchtmacht Posa en zijn
twee medebemanningsleden officieel dood
verklaard. Maar de brieven „van de ma
joor" zullen blijven komen. „Ik kan het
de oudjes niet vertellen, de schok zou te
zwaar zijn", zei Phillip, die wekelijks aan
zijn 80-jarige ouders de brief voorleest die
hij voor zijn broer schrijft.
Victoria Regii, bloeit. In de Hortus
Botanicus in Amsterdam bloeit morgen en
donderdag de Victoria Regia. In verband
hiermee zullen rte kassen die dagen ook
's avonds van 8 tot 10 uur voor belang
stellenden geopend zijn.
9. Omdat de merkwaardige boomloper zo verontwaar
digd was, maakte Panda haastig zijn verontschuldigin
gen. „Ik ben écht niet zo modern en oppervlakkig,
hoor," zei hij, „maar het valt zo op, hè, als iemand in
een boom loopt, en „Ach, ziedaar, dan denkt men
aan reclame," sprak de ander begrijpend. „Ik, Archi
bald Brauswasser, aanvaard uw verontschuldigingen,
mijn waarde. Gezien het algeheel verval van de cultuur
en de moderne oppervlakkigheid moeten uw gevolgtrek
kingen mij niet verbazen. Weet echter, dat alle reclame-
stunterij mij verre is, en dat ik het eerbaar beroep van
decorverhuurder uitoefen. Niet altijd was dit lot mij
beschoren; neen, eens sierde de naam Archibald Braus
wasser de grootste theaters ter wereld; maar weiger
achtig als ik ben mijn heerlijke toneelspeelkunst te on
derwerpen aan het grollig venijn der moderne opper
vlakkige toneelkritiek, verlegde ik mijn bezigheden
van de planken naar de achtergrond en bouwde menig
schoon decor. Helaas echter ook hier sloeg het ver
val der zeden toe; kunst en degelijk handwerk worden
zelfs in een decor niet meer .geacht in het theater
gebruikt men nog slechts zwarte doeken en gekleurde
lampen, en zo zie ik mij dan nu om den brode genood
zaakt, mijn heerlijke achtergronden aan amateurgezel
schappen en poffertjeskramen te verhuren". „Maar wat
een interessant beroep, decorverhuurder!" riep Panda
bewonderend uit.
aangename en lange vakantie van zestien
maanden, die Scotti als gast van de Brit
se gezondheidszorg in Engeland had door
gebracht.
Vorig jaar kwam de 47-jarige Scotti, die
als landarbeider in Engeland werkte, het
Kensington ziekenhuis te St. Bride's binnen
lopen met de mededeling: „Ik heb pijn".
De doktoren die hem onderzochten kon
den de oorzaak van „de pijn" niet vinden,
en verklaarden dat hem niets mankeerde
en dat hij zo gezond was als een vis.
Scotti hield vol: Ik heb pijn en bleef.
Doktoren smeekten hem te gaan. De ver
pleegsters bedachten alle mogelijke lis
ten. Niets hielp. Het departement van Ge
zondheid werd geraadpleegd, maar aange
zien Scotti vreemdeling was zonder vast
adres kon hij niet gedeporteerd worden,
noch kon hem de gratis medische verzor
ging geweigerd worden, die open staat voor
een ieder die in Engeland verblijf houdt.
Scotti's Britse idylle eindigde, toen een
officieel deportatiebevel van kracht werd.
Rechercheurs die hem in het zieken
huis kwamen halen om hem op het vlieg
tuig naar Rome te zetten troffen een mol
lige Scotti in het ziekenhuis aan. De vier
gratis maaltijden per dag en het rüstige
leven hadden zijn gewicht tot 102 kilo doen
toenemen.
Het laatste woord was echter aan Scotti.
..Ik heb pijn", zei hij.
HAMBURG (DPA) Vierentwintig da
gen lang heeft een onbekende het in Ham
burg vol weten te houden om met een ge
stolen taxi de 1500 echte taxichauffeurs
in de stad klanten te ontfutselen. De in
dringer sloot zich eenvoudig bij de taxi-fi
les aan en incasseerde van zijn vrachtjes
het officiële metertarief. De dief, die zich
uit de voeten heeft gemaakt, bleek zelfs
een correcte boekhouding te hebben ge
voerd met inbegrip van de fooien. Hij heeft
het zelfs bestaan tot tweemaal toe bij de
pomp van een taxibedrijf zijn tank te la
ten vullen zonder te betalen.
Het eiland Sark is verboden voor
auto's. De toeristen kunnen zich laten
vervoeren in een der tientallen rij
tuigjes, net zoals dat in de tijd onzer
grootouders gebeurde.