Heldere probleemloosheid in het
tekenwerk van R. W. Kennedy
knappe
Bodega Rapsodie'
van der Woude -
van J. C.
méér dan
Falke - alias Johan
een sleutelroman
- sVjSSwvrssS
SIGNALEN
Mozart, de leeuwerik
EïïTSft MTSAtÉ -
Het heldere zeggen van een verpleegde geeft te denken
over de duistere uitingen van de successchilders
ZATERDAG 5 AUGUSTUS 1961
Erbij
f-
Hollandse monumenten
in Zuid-Afrika
Muziekfestival in Israel
PAGINA DRIh
ren wel anderen hiertoe in staat, maar ik
zag het nooit zó volgehouden.
IN HET DORDRECHTS MUSEUM Dordrechts Museum, de heer L. J. Rol,
VAN HET „gestichtsleven" tekende Ken
nedy ook veel. Ik noemde al zijn portret
ten van medepatiënten. Hij tekende voorts
tafereeltjes van halma- of dam-spelende
lieden, van muziekmakende mensen, van
het verpleegsterskoortje. De schilderijen
mogen dan bij de tekeningen achter
de welverzorgde catalogus. Naast zijn
wordt tot 1 oktober een expositie ge- Kennedy's nalatenschap eens te be- artistieke produktie vond men kranten- lend te noemen, heeft geen duidelijk pias-
houden van de in Dordrecht geboren kijken. Het eerste, dat uitgepakt werd, knipsels, prenten, geïllustreerde tijd- J1p^ye1^°a^P^aCa^olnfe\SCaanbToe&eMaa?ebij
schilder R. W. Kennedy (1881—1960). was weinig zeggend: vervelende paneel- schriften, boekjes over vogels, bloemen veel denkt men even aan Kamerlingh On-
Er zullen maar weinigen zijn die ooit tjes, waarover men eigenlijk niet ver- en vlinders, brieven en zevenenveertig w e f efang rij k^ a n° ri j n6 Duid el ijk 'Ts
van deze figuur hoorden. Gedurende de wonderd was. Maar onderin bleek een volgeschreven dagboekjes, veelal vol van jn een en ander de wens met het schilde-
laatste dertig jaar van zijn leven was hij en ander te zitten dat herinnerde aan ergernissen over zijn opsluiting. Men ^ij '^g^aren*6 Warmee" ^an^bepaalde
een vrijwel vergeten figuur. Meer dan kwaliteiten, waarvan Kennedy, die onder leze daarover Rols inleiding tot de cata- mensfiguren er minder goed uitkomen dan
dertig jaar verbleef hij in de psychia- meer wandschilderingen voor het Dordt- logus. Het verhaal is interessant genoeg, jj" nd 6W ^d en "uf "h èt3 werk erT a a r studies
trische inrichting Vredelust bij Bergen se raadhuis maakte, vroeger blijk gaf
op Zoom, waar hij dóórwerkte. Na zijn De heer Bol heeft de hele collectie toen
Belangrijker is echter de grote hoeveel- en herinneringen. Tekorten zijn dan op
heid tekeningen van grote kwaliteit, die eenvoudige en logische wijze te verklaren.
De wijze van het neerzetten van de verf
4 i e/c W1J/.C van uci> ucci
dood verviel zijn werk, dat hij voor het naar zijn zo aantrekkelijke museum laten de heer Bol ontmoette, waarmee nem (rof mjj overigens als zeer gezond. Ken-
grootste deel angstvallig verborgen had brengen om de zaak eens rustig uit te een expositie mogelijk werd gemaakt, die j^edy heeft zijn vak nu eenmaal goed ge-
gehouden, aan de gemeente Dordrecht, zoeken. Kennedy had een sterke neiging dit museum, waar al meer belangrijke
Daar verzocht men de directeur van het tot bewaren, vertelt ons de heer Bol in dingen gebeurden, waardig is
WIE WEET MET HOE weinig middelen
dit museum en zijn staf, een directeur en
zijn secretaresse, moeten werken, kan
niet anders dan verheugd zijn dat deze col
lectie de heer Bol in handen mocht vallen.
Vorige catalogi waren wat betreft het deel
van de tekst altijd gestencild door deze
twee mensen. Omdat over Kennedy nage
noeg niets bestond heeft men dit keer een
„echt" boekje willen en gelukkig ook
kunnen maken. Overigens moest voor de
ze expositie na het uitzoeken toch nog weer
hard gewerkt worden. De heer Bol is zelf
OP EXPOSITIES op „Meer en Berg"
heb ik de behoefte al mogen constateren
dingen „normaal" te doen. De ervaring
met Kennedy's expositie bevestigt dit. Men
is genegen tot mededogen, men neigt
naar een gevoel van spijt om een en an
der; maar men vergeet dat en de herin
nering blijft over aan bevredigend werk,
dat geen problemen stelt, omdat proble
men worden opgelost. Dan blijkt dat tegen
woordig tegenover elkaar kunnen staan
het heldere zeggen van een „verpleegde"
en het duistere van maatschappelijk nor
maal geachte lieden, die een enorm suc-
te bewonderen. Want hier is sprake van vruchtbomen, lijsterbestakken, koolvelden,
wel een zo puur tekenen. brokken tuin met variërende vegetatie,
vogels met een ingewikkelde verenstruc-
HOEWEL INTERESSANT zijn de schil- tuur. Hij tekent dat alles met grote hel-
derijtjes toch iets minder dan de tekenin- derheid en nooit vervelend. Zijn plaatsing ces nog mogen oogsten. Naast veel te ge
r... gen, die vaak zeer smaakvol éven aan- op het vlak der dingen, zoals gezeS° nieten geeft deze expositie dan ook iets
aan het passepartout snyden geweest. Dit gekleurd werden. Maar men vermoedt mo- innerend aan Japanners, is meestal su-
mag wel eens vermeld worden omdat hier gelijkheden met die schilderijen en is er bliem. Prachtig is de kleur, die dan geen te denken! r„„c
nu eens duidelijk sprake is van een die- van overtuigd dat Kennedy's ontwikkeling andere betekenis heeft dan een nog even DnIs
zo veel voorkomende „exposities maken Vrederust en hij mocht zich 00k buiten
ter wille van eigen glans, waar het publiek het terrejn bewegen. In de tekeningen is
alleen maar moe van wordt. 0p het eerste gezicht van Kennedy's stoor
nis meestal niets te zien. Er zijn enkele
zwakkere werken, die echter ook het gevol
REINIER WILLEM KENNEDY begon va" ouderdom kunnen zijn. Inportretten
als huisschilder. Na de ambachtsschool ontmoet
ontwikkelt hij zich verder aan de Burger- deren nadat men Kennedy s bomen plan
avondschool te Dordrecht. Als hij in Rotter- ten, bloemen en d)^eren heeft genoten. Men
dam komt te werken bezoekt hij daar ve„r|®t,eonda" dat veel van Kennedy s
's avonds de Academie. In 1902 werkt hij te mod'e p wprtAkpnine en dat hii bn-
Brussel en bezoekt ook daar de Academie, aanleiding tot vertekening en dat hij bo
Dtus» cu vendien zichzelf absoluut anders
Hij krijgt een stipendium uit het Dortse Y111"
Schefferfonds toegewezen; gaat deelne- dan zlJn medepatienten,
men aan voor zijn tijd belangrijke exposi
ties. In 1914 is hij terug in Dordrecht. Hij
exposeert bij het oude Pictura en in Den
Haag bij Pulchri Studio. In hetzelfde jaar
dacht
Kennedy heeft het in zijn zo moei
lijke situatie vooral gevonden in de
natuur. Alleen met zijn geliefde onderwer
pen moet hij zich goed gevoeld hebben,
een eenzame weliswaar, maar met een
begint hij met zijn wandschilderingen voor „i„v,,0if Hat met hedoeld
het raadhuis. In 1926 zijn zijn drie schilde- groot gerechtvaardigd is. Maar weinig
ringen daar voltooid. Op deze expositie helder gesteld werk als
ontmoeten wij een geschilderd ontwerp ontmoet m t tot
dat herinnert aan de stijl van de Franse ^,yf_1ln_ )..k„n.n Fn daarbii komen
schilder Puvis de Chavannes. In 1928 wordt «ora bil
«„os,,,. «MODd'i» he g
nagenoeg niets meer van
ste deel van deze
periode na 1928.
men even aan Jongkind. Toch blijft Kenne
dy vooral de man van de lijn, waarmee
BIJ VEEL DENKT MEN direct aan hi1 feilloos vorm suggereert.en1 A'ngen
Hoytema, een naam die ouderen onder "P "deingewikkeldste problemen 'aan':
ons nog iets zegt. Het is echter moeilijk faax ae 't„ Hplpn van
uit te maken wie van de twee het wint. tekent dennetakken, giote delen van
w: >1
Ook mij is het te lang geleden, dat ik werk
van Hoytema zag, om met zekerheid iets
te kunnen zeggen. Hoytema werkte in ie
der geval iets decoratiever. Is het hierdoor
dat men het gevoel krijgt, dat Kennedy
het in sommige opzichten wint van Hoy
tema? De vermoedelijk nu toch wel lutte
le kenners van Hoytema mogen het ech
ter bestrijden; voor hen moet de verge
lijking al een aansporing zijn het Dor- ff
drechtse Museum te bezoeken. Mijn ge
neratie kende eens de bekende Verkade's
albums. Ook hieraan herinnert veel van
Kennedy's werk. Maar dan moet direct
gezegd worden dat het zeker veel gro
ter is en dat bovendien zij, die de
Jugendstil niet kunnen pruimen, niet
moeten denken dat Kennedy daar niet
boven uitkwam. Ik geloof dat een ie- groene
dereen gevoelig kan zijn voor Kennedy's van de provincie Groningen geen geheim lantaa g P eenzame in maal gehaast een eind aan maakte."
prachtige bladen, waarvan sommigen meer is wie zich achter het pseudoniem kwetsbaar Mwerdeme^r^m m g
even herinneren aan Japanse composi- J. C. Falke verbergt, doe ik geen onthul- zijn d o 99 eenzame vol- LIEFDE EN DOOD, als elementaire
ties. Misschien dat men zélf getekend ling als ik Z°ssene met een letterlijk hartgrondige krachten nauw met elkaar^erbonden, be-
moet hebben om Kennedy's kwaliteiten sluitende ^henen^j nTTijgh briefte aan «rtendic'hap 'én lief dï wéér ïn palen voor een belangrijk deel deervarin-
Z lim lare naam noem„Bodega RapsodieHij is dan, min of gen van Jochem: de liefde in haar ontoe-
Falke is Johan van der Woude. Hij heeft meer tegen wil en dank student - wat
m pi» gemoedsleven
in deze geheel te kunnen schatten en dan eveneens
van Ditmar bij zijn ware naam noem
ven- Een Hollands Binnenhuisje" onder sen droom en daad, en ten dele een me- een afsterven van een
ven. „Een HollandsBinnenhuisje cmaer dg gr t£n de(c een toeschouwer in de in de greep van het menselijk tekort. Rap
de TLO.CLTH JOLtt „Z6U0U BVÏOVeTl j /-> DpJ/ip/i \JJni cnHicrh urplrf rip niTlPRn? mpf Hg vrienden
onder de verzetsnaam Martijn Cort. Er is boheme van de Gronings pn vripnriinnen van de Bodega verwachtin-
in deze voorkeur voor schuilnamen een hij daar met zijn vrienden en v i 1;
,/.U Unmn» /I A n r
een
landse tijdperk aan de Kaap zijn tot Zuid-
zekere symboliek. Johan van der Woude beleeft en te beleven krijgt is rapso- gen,
is niet alleen als volbloed schrijver maar disch. flarden van het lev en, van n 0 Spf'wonder en vrees voor de ontgoocheling
ook als samengesteld mens velen in één. ^ZZrZndtchapZZ genegenheid in het beweegt Jochem zich in de vriendenkring.
de voor een kunstenaar onmisbare com- vervluchtigende, van toenadering en ver- Hij is_als.de ambivalente dioscuren^An-
Ondanks de diversiteit van ziin werk en ln de vriendschap, van genegenheid in het beweegt Jochem zich in de vriendenkring.
Twee gedenkwaardigheden uit het Hol- Ondanks ae diversiteit van zijn werk en „i„ omv,,„oior,to dimonnren An-
de voor een kunstenaar onmisbare com- verviucniigenae,van
afrikaanse historische monumenten ver- Plexiteit van zijn persoonlijkheid is hij in "™em ™9^ood ^aar wat dit rapsodische Woude's vroegere roman „Blauwbaard en
T Annn /H11 RHol f 1 Ö111 t.r
vreemding, liefde en erotisch avontuur, thony Venter en Pareau in Johan van der
ziekte en d00d. Maar wat dit rapsodische Woude's vroegere roman „Blauwbaard en
klaard Het eerste is een burgerwoning in dat diejjelmjmjpheel.jenp samenhoudt is het levensgevoel van Jo- Octopus" in zekere zin een dubbelfiguur.
de aUde ,^ps"?olla"dse d°T ÜJ ueZ0 een are^sbewoner Hi? staat 'hij schrijft chem. „Je bestond," overweegt hij, „je als dromer zou hij willen deelhebben aan
werd in 1797 gebouwd op Stellenbosch - i^J^^dZaslijn tusslnbüralr en kun- bestond tenslotte slechts bij de gratie van de daad van het leven, aan de yriend-
ruim 100 jaar nadat de huidige umversi- tufsJl een reëel hier" en een anderen, zoals zij bij de jouwe, en slechts schap en de liefde, en als man van de daad
teitsstad door gouverneur Simon van der ^naar lus.sm een reeei „nier en ee !igtgn ieue„ zou hij zich willen terugtrekken in de stil-
Stel was gesticht. De bouwer is ene Anto- onbestemd „gtnas tusseneen voort en gtervenDg,e gedachte. kenmerkend te van een beschouwelijk leven, hij zou
me Fick die waarschijnlijk hulp gehad meetevena verieaen en een steeas wee VQOr een innerlijke gesteidheid waarin het zich willen binden en deinst terug voor de
bestaan-zelf een onoplosbaar vraagteken gebondenheid, voor de misrekening van de
blijft, is het bindende thema van deze geïdealiseerde wederpartij.
zich op de zin van het verleden be-zin- Die misrekeningen worden hem dan ook
nen-de herinneringen: van de honderden, niet bespaard. Onder het twintigtal bezoe-
duizenden die men ontmoet zijn er enke- kers van de Bodega, burgerlijken en.on-
len die een spoor nalaten, positief of ne- burgerlijken, ontstaan en vergaan er men-
gatief; die meekneden aan het masker dat selijke relaties, waarin Jochem alweer
men draagt, meevormen aan degenen die menselijk betrokken raakt, contacten die
men is, de één door het geluksmoment hem deel doen hebben aan soms zonder
dat hij teweeg bracht, de ander door de linge, soms alledaagse levens. Hij slaat ze
pijn die hij deed, door de trouw, het ver- met een scherp-spiedend oog gade, hij
raad, een enkel gebaar, een stem, een mengt zich erin, distanciëert zich ervan,
sfeer door iets onbepaalbaars soms, waagt zich eraan, redt zich weer, gaat zelf
maar zeer wezenlijks en zeer definitiefs, meer en minder intieme verhoudingen aan,
u - en blijft (wat kenmerkend is voor het
JOCHEM, zoals hij zich ontwikkelde in klimaat" van dit levensware boek) in we-
„Een groene lantaarn", gelooft als volwas- zen aueen met zijn herinneringen als de
sene nog aan het wonder, en dat is de passanten voorbij getrokken zijn.
sur-reële inslag van zijn wezen. Hier
spreekt hij zélf, als hij zich, tegenwoordig OM DAT WONDERLIJK, ondoorgronde-
bij een huwelijksinzegening, rekenschap lijk en onontkoombaar spel der menselij-
geeft van zijn absolute, haast absolutisti- ke betrekkingen met zijn kleine vreugden
sche ideaal: „het was", denkt hij „na- en vele ontnuchteringen is het Falke te
tuurlijk een wonder, de glans op het ge- doen, was het hem stééds te doen, in zijn
zicht van deze jonge vrouw (-) wie ge- speelse roman „Spel in Positano" zowel
loofde niet in het wonder? In de verwon- als in de met ziltheid van de zee door-
dering over een ander, wier gezicht glans- tronen „Derk Waterman" Maar in dit ge-
de als van deze bruid, in de geliefde die val was het Falke, alias Van der Woude.
het bestaan zin gaf, in een vrouw wier nog om iets anders begonnen: hij schreef
boezem bewoog op haar adem of in een een sleutelroman. De figuren van „Bodega
man als Simon, zoals hij blootshoofds Rapsodie" zijn levende of geleefd hebben-
in zijn wijde jas tegen de reling had ge- de personen. Hij heeft ze van zeer nabij
staan, op de drempel van de dood, die gekend, maar van de vrijheid des schrij-
altijd aan bod kwam? Geen wonder dat vers gebruik gemaakt om zijn modellen
de dood variatie betrachtte, dat hij nu naar eigen hand te zetten, ze te splitsen
OVER „ZELF GEKOZEN tekstre
gels" iets te schrijven wordt mij ge
vraagd, „in de hoop dat de artikelen
eerder een persoonlijke innerlijke oriën
tatie als klemtoon krijgen." Bijna zou
ik geneigd zijn, over deze woorden van
Uw redacteur te gaan peinzen. Per
soonlijke innerlijke oriëntatie," doe ik
daar eigenlijk ooit aan? Oriëntatie, ja.
Als docent en scribent moet ik mij
oriënteren over een te behandelen on
derwerp. „Innerlijke oriëntatie"? Mis
schien; een absoluut objectieve oriënta
tie is nauwelijks of niet mogelijk „Men
neemt steeds zichzelf mee, dat is de el
lende" laat onze onvolprezen Marten
Toonder in „de schoonschijners" de rei
zen-organisator tot Heer Ollie zeggen.
Zo is het ook wanneer men tracht door
te dringen in de vreemde wereld van
een kunstwerk ten einde anderen daarin
tot gids te zijn. Maar nu verder: „Per
soonlijke innerlijke oriëntatie" hoe staat
het daarmee. Zeker, ik ben professor,
letterlijk dus een „belijder" (professor
komt van profiteor, professus sum) en
ik zou dus eigenlijk het recht, ja zelfs
de plicht hebben te getuigen van een
persoonlijk inzicht, een innerlijke over
tuiging. Anderzijds: wanneer deze niet
objectief gefundeerd is gaat het eigen
lijk niemand aan, zou ik zeggen.
OF IK PERSOONLIJK NU meer houd
van Verdi dan van Wagner, van Schu
bert dan van Beethoven, dat mag mij
er niet toe verleiden te ontkennen dat
Wagner toch een belangrijker figuur is
geweest dan Verdi, of dat Beethovens
kunst als vormgeving van klank en in
haar veelzijdigheid van gevoels- voor-
stellings- en gedachtenwereld het wint
van die van Schubert. Ik ben dus wel
verplicht het „persoonlijke, innerlijke"
stevig onder controle van het bovenper
soonlijke en verstandelijke te houden.
En zou ik dan mij openlijk, voor le
zers die ik niet ken en die mij niet
kennen, „persoonlijk innerlijk" gaan
oriënteren in het Haarlems Dagblad?
Heb ik niet van kind af aan ernaar ge
streefd mijn innerlijk te verbergen, een
masker te dragen, mij zozeer anders
voor te doen dan ik ben, dat mijn mas
ker aan mijn vel geplakt zit en ik het
voor mijn gezicht ben gaan houden?
Loop ik geen gevaar, door de keuze van
een „zelfgekozen tekstregel" als Susan
na in het bad, mij door onbescheiden
„ouderlingen" te laten bespieden, mijn
geestelijke naaktheid bloot te geven?
STRAKS IS MIJ REEDS een citaat
ontsnapt, waaruit de lezer concluderen
kan dat ik mijn wijsheid uit Tom Poes
pleeg te halen. En wat dan nog? Heb
ik tijd om Kant, Schopenhauer, Heideg
ger of Sartre te lezen? Immers neen.
Mijn behoefte aan levenswijsheid wordt
noodgedwongen vervuld door Tom Poes
Koning HOllefSijh (een wijs man) en de
Hertogin van Groot-Salië (een wijze
vrouwf. Moge ik nu al niet in het bad
zitten was het maar zo: de thermome
ter wijst 84 graden in mijn kamer
in veler ogen sta ik nu reeds in mijn
hemd.
Zo maar op goed geluk een regel
grijpen ter meditatie is gevaarlijk,
Freud is nog lang niet dood. Maar laat
eens zien, ik ken vrij veel verzen uit
het hoofd, wat valt mij in als iets dat
mij bijzonder heeft getroffen?
EIGENLIJK WEET IK het wel: het
is een gedicht van Boutens, uit Carmi-
na, en wel het eerste. Het heet „Leeu
werik", ik denk graag in plaats van
Leeuwerik: Mozart. Immers de dichter
vraagt hier aan de leeuwerik, die zijn
„nachtelijk nest ontvluchtend" „vleug-
lings de gouden wegen vindt, waar zijn
„aadmen juichen wordt":
„Zingt gij nooit de roode smarten
Van den duistren aardenacht,
Wordt het bloeden onzer harten
Wel gestelpt, maar nooit verklacht?"
Tot Beethoven zou men deze vraag
niet behoeven te richten, evenmin tot
bijvoorbeeld Mahler, die „het bloeden
onzer harten" inderdaad meer „ver
klachten" dan stelpen; bij Mozart heeft
het zin. En zo ook het antwoord van
leeuwerik Mozart:
„Alle smart omhooggedragen
Meerdert vreugdes gouden schat
Slechts de vleuglen die ons schragen,
zijn van aardes tranen nat".
DIT IS MIJNS INZIENS dichterlijke
taal en eeuwige wijsheid, het zal moei
lijk zijn bij onze Experimenteleniets
te vinden dat zozeer een openbaring is
als deze woorden. Voor mij is dichten
de eigenlijke taal der wijsheid en der
bezonkenheid. Het „omhoogdragen" van
Reproduklie van het portret dat Willent
van den Berg in 1954 naar prof. Bernet
Kempers vervaardigd heeft.
Karei Philippus Bernet Kempers werd ge-
horen 20 september 1897 te Nijkerk als zoon
van een ambtenaar. Hij studeerde onder lei
ding van zijn vader slechts enige tijd voor
het notarisambt. Hij stelde zich namelijk on
der leiding van de componist Bernard Zweera
voor Ce theoretische vakken en van de mu
ziekhistoricus Simon van Milligen voor de
muziekgeschiedenis. In het jaar 1922 begaf
hij zich naar München ten einde daar aan de
Universiteit muziekwetenschap te studeren
onder leiding van prof Adolf Sandberger.
Aan Nederlandse universiteiten bestond de
mogelijkheid daartoe nog niet. In maart 1926
promoveerde hij daar .summa cum laude' op
een dissertatie getiteld „Jacobus Clemens non
Papa und seine Motetten" en vestigde zich
daarna weer in Nederland. In 1919 werd hij
gelijktijdig leraar voor muziekgeschiedenis
aan het Kon. Consevatorium te Den Haag en
privaatdocent in de muziekwetenschap aan de
universiteit van Amsterdam Hiermee kreeg
de muziekwetenschap voor het eerst een, zij
het bescheiden, plaats in de Nederlandse aca
demische wereld. Het ambt aan het Kon.
Conservatorium bekleedde Bernet Kempers
precies 20 jaar. Daarnaast was hij van 1934—
1953 eveneens hoofdleraar voor muziekge
schiedenis aan het Conservatorium te Am
sterdam. Sinds 1934 was hij redacteur van het
tijdscnrift .De Wereld der muziek" en eerste
secretaris van de Koninklijke Nederlandsche
Toonkunstenaars-vereeniging. Na tijdens ae
Duitse bezetting in een concentratiekamp te
ziin geweest, volgde een non-actief als P^i-
vaatdocent tot de bevrijding. Toen werd de
Kon. Ned. Toonkunstenaarsver. weer opge
richt, cie thans weer c.a. 1800 leden telt. Van
deze vereniging is Bernet Kempers algemeen
voorzitter, evenals van tal van andere orga
nisaties op cultureel gebied.
In de jaren voor de oorlog schreef hij tal
van boeken en artikelen over muzikale en
muziekwetenschappelijke onderwerpen, onder
ondere Muziekgeschiedenis (momenteel 5
drukken); Meesters der Muziek (idem); Pa
norama der Muziek: Muziek in de ban der
letteren; De Italiaanse Opera van Peri tot
Puccini Schubert, enzovoorts. Samen met
de theoloog prof. dr. D. van der Leeuw schreef
hii een Beknopte Geschiedenis van het kerk
lied |2 drukken). Verder behandelde hij de
muziek in enige der grootste encyclopedieën.
Na de oorlog werd zijn voor de wetenschap
beschikbare tijd grotendeels in beslag geno
men ooor de uitgave van de Opera Omnia
van Jacobus Clemens non Papa voor het
American Institute of Musicology. Acht ban
den zijn thans verschenen, maar gezien de
buitengewone vruchtbaarheid van genoemde
meester is het einde van deze Opera Omnia
nog niet in zicht
Sedert 1946 is Bernet Kempers hoogleraar
(sedert 1953 Ordinarius) voor muziekweten
schap aan de Amsterdamse Universiteit, waar
naast hem werkt als buitengewoon hoogleraar
prof. dr. J. Smits van Waesberghe, de be
roemde specialist voor middeleeuwse mu
ziekwetenschap. Tot december 1960 kon de
Amsterdamse muziekwetenschap ook profite
ren van de niet minder vermaarde Ethno-mu-
sicoloog Jaap Kunst. Ter gelegenheid van
Bernet Kempers' 60ste verjaardag verscheen
een gedenkschrift, waaraan, behalve een aan
tal buitenlandse collega's met gelukwensen,
alle afgestudeerde discipelen met wetenschap
pelijke bijdragen hun medewerking hebben
verleend.
„alle smart" is niet velen gegeven, de
meesten worden door smart gebroken,
verbitterd, cynisch, wrang, wanhopig.
De zeer groten weten uit haar de gou
den schat, de verrijking van het ziele-
leven te puren en de weergave daarvan
in de kunst wordt ons ten vreugde.
Maar er zijn vogelvleugels en vlinder
vleugels, de vlinder moet met natte
vleugels dicht bij de aarde blijven, de
vogel stijgt omhoog, naar waar:
„In het ijle blauw verloren", ons oog
niet meer zijn vlucht volgt en vanwaar
zijn „zang in vuren regen naar de koe
le vore stort".
Maar wat zal ik trachten te interpre
teren, elk woord dat men aan deze vol
maakte regels wil toevoegen is te veel.
heeft van de beroemde Kaaps-Hollandse
bouwkunstenaars Anreith en Tibault. Ver
der is een gedenkteken onthuld op Rie-
beeck-Kasteelberg, de eerste kampplaats
van Pieter Cruythoff, leider van de eerste
succesvolle Hollandse expeditie naar het
Zuidafrikaanse binnenland in 1661Hij ging
in opdracht van Jan van Riebeeck op zoek
naar de fabelachtige rijkdommen van Mo-
nomotapa.
IN ISRAEL zal deze zomer voor het
eerst een muziekfestival georganiseerd
worden, dat naar de organisatoren hopen,
spoedig een plaats zal weten in te nemen
onder de grote internationale festivals.
Het festival, dat van 23 augustus tot 18
september gehouden zal worden, zal op
23 september gevolgd worden door het der
de internationale cello concours van Pa-
blo Casals. Voor dit concours heeft Casals
zelf de twaalf juryleden uitgekozen. Aan
liet festival zullen onder anderen meewer
ken Casals, Darius Milhaud, Rudolf Ser-
kin, Isaac Stern, het Boedapest Strijk
kwartet en enige Israëlische koren, waar
onder het beroemde Rinat koor en het
Tel Aviv kamerkoor.
Johan van der Woude
(Foto Wouter van Heusden) eens op pantoffels verscheen zoals bij Si- en in een andere samenstelling weer bij
een te voegen. Voor ingewijden is het al
voegt dat aan de menselijke en litteraire
waarde van deze roman niets toe een
boeiend experiment om de identiteit van
deze romanfiguren op het spoor te komen:
van de ijselijk-knappe, als vrijgezel gebo
ren Hieronymus, die verzen schreef over
het kloosterleven (die men in een van 1941
daterend bundeltje van „XXVIII Sonnet
ten" zou kunnen achterhalen); van het ten
gere meisje Ada met het gitzwarte haar
en de lichtblauwe ogen; van de schuwe
musicus Aks die met „gebogen hoofd in de
schaduw van de huizenkant" liep, zich in
Wagner en de liefde verstrikte en tragisch
aan zijn einde kwam; van Jacques, de
onvergetelijke „Jacques", de dichter die
niet meer dichtte maar biografieën over
muziek ging schrijven en getrouwd was
met een zangeres die niet meer zong (wat
een met genegen gevoelens getekend por
tret!) Jacques, deze fijnzinnige fin-de-
siècle-figuur, die zich in zijn binnenwereld
terugtrok, waar ik citeer woordelijk
„over alles een dun laagje stof lag, als
vergane tule"; van Brunette, die met haar
oogziekte als een vleugellam vogeltje weg
gedoken zat en in Jochem met haar stem
bleef voortleven: „bewogen en smartelijk,
en met haar woorden, die als zij ze zei
iets uitdrukten .waarvoor woorden niet toe
reikend waren."
IK KON HELAAS van het twintigtal
maar enkelen noemen, maar wil niet voor
bijgaan aan de passages, die de herinne
ring aan Jochems vader oproepen, aan de
ze zelotische zelfkweller, die met zijn haast
tergende geloofszekerheid meer en meer
verdwaald raakt in de doodsvrees van de
voortschrijdende ouderdom. Het zijn ont
roerende, schokkende bladzijden die Falke
aan Jochems vader, aan diens verblijf in
een inrichting, wijdt: „Hij keek om zich
heen of de broeder er nog was, tekende
met de hand een kring op de tafel, en
beduidde dat Jochem uit die kring moest
zien te blijven. Hij maakte een beweging
of een sleutel werd omgedraaid en wees
op de vensters, die in dit paviljoen niet
getralied waren. Het was of zij het nu
zonder woorden konden stellen, of het
blauw van de ogen, de gebogen schouders,
de schuifelende voeten in pantoffels, of de
handen spraken." Zo'n enkel, willekeurig
fragment uit „Bodega Rapsodie" bewijst
Falke's kunnen en laat er geen twijfel aan
of deze roman staat in een straffere toon
soort geschreven dan „Een groene lan
taarn" en omlijnt de contouren scherper.
Terecht, en voortreffelijk-terecht: Jochem
is volwassen geworden, de doorzichtigheid
van zijn droombeelden moest plaats ma
ken voor een confrontatie met een harde,
stugge, bij tijden nog maar onbedreigde
werkelijkheid. Dat die realiteit ten dele sa
menvalt met een zeer persoonlijke levens
ervaring van de auteur doet in deze ver-
mommend-onthullende roman niets ter za
ke. Hoofdzaak is dat J. C. Falke een ont-
roerend-menselijk boek heeft geschreven
van sterke litteraire kwaliteiten.
C. E. Dinaux