Heldere probleemloosheid in het tekenwerk van R. W. Kennedy knappe Bodega Rapsodie' van der Woude - van J. C. méér dan Falke - alias Johan een sleutelroman - sVjSSwvrssS SIGNALEN Mozart, de leeuwerik EïïTSft MTSAtÉ - Het heldere zeggen van een verpleegde geeft te denken over de duistere uitingen van de successchilders ZATERDAG 5 AUGUSTUS 1961 Erbij f- Hollandse monumenten in Zuid-Afrika Muziekfestival in Israel PAGINA DRIh ren wel anderen hiertoe in staat, maar ik zag het nooit zó volgehouden. IN HET DORDRECHTS MUSEUM Dordrechts Museum, de heer L. J. Rol, VAN HET „gestichtsleven" tekende Ken nedy ook veel. Ik noemde al zijn portret ten van medepatiënten. Hij tekende voorts tafereeltjes van halma- of dam-spelende lieden, van muziekmakende mensen, van het verpleegsterskoortje. De schilderijen mogen dan bij de tekeningen achter de welverzorgde catalogus. Naast zijn wordt tot 1 oktober een expositie ge- Kennedy's nalatenschap eens te be- artistieke produktie vond men kranten- lend te noemen, heeft geen duidelijk pias- houden van de in Dordrecht geboren kijken. Het eerste, dat uitgepakt werd, knipsels, prenten, geïllustreerde tijd- J1p^ye1^°a^P^aCa^olnfe\SCaanbToe&eMaa?ebij schilder R. W. Kennedy (1881—1960). was weinig zeggend: vervelende paneel- schriften, boekjes over vogels, bloemen veel denkt men even aan Kamerlingh On- Er zullen maar weinigen zijn die ooit tjes, waarover men eigenlijk niet ver- en vlinders, brieven en zevenenveertig w e f efang rij k^ a n° ri j n6 Duid el ijk 'Ts van deze figuur hoorden. Gedurende de wonderd was. Maar onderin bleek een volgeschreven dagboekjes, veelal vol van jn een en ander de wens met het schilde- laatste dertig jaar van zijn leven was hij en ander te zitten dat herinnerde aan ergernissen over zijn opsluiting. Men ^ij '^g^aren*6 Warmee" ^an^bepaalde een vrijwel vergeten figuur. Meer dan kwaliteiten, waarvan Kennedy, die onder leze daarover Rols inleiding tot de cata- mensfiguren er minder goed uitkomen dan dertig jaar verbleef hij in de psychia- meer wandschilderingen voor het Dordt- logus. Het verhaal is interessant genoeg, jj" nd 6W ^d en "uf "h èt3 werk erT a a r studies trische inrichting Vredelust bij Bergen se raadhuis maakte, vroeger blijk gaf op Zoom, waar hij dóórwerkte. Na zijn De heer Bol heeft de hele collectie toen Belangrijker is echter de grote hoeveel- en herinneringen. Tekorten zijn dan op heid tekeningen van grote kwaliteit, die eenvoudige en logische wijze te verklaren. De wijze van het neerzetten van de verf 4 i e/c W1J/.C van uci> ucci dood verviel zijn werk, dat hij voor het naar zijn zo aantrekkelijke museum laten de heer Bol ontmoette, waarmee nem (rof mjj overigens als zeer gezond. Ken- grootste deel angstvallig verborgen had brengen om de zaak eens rustig uit te een expositie mogelijk werd gemaakt, die j^edy heeft zijn vak nu eenmaal goed ge- gehouden, aan de gemeente Dordrecht, zoeken. Kennedy had een sterke neiging dit museum, waar al meer belangrijke Daar verzocht men de directeur van het tot bewaren, vertelt ons de heer Bol in dingen gebeurden, waardig is WIE WEET MET HOE weinig middelen dit museum en zijn staf, een directeur en zijn secretaresse, moeten werken, kan niet anders dan verheugd zijn dat deze col lectie de heer Bol in handen mocht vallen. Vorige catalogi waren wat betreft het deel van de tekst altijd gestencild door deze twee mensen. Omdat over Kennedy nage noeg niets bestond heeft men dit keer een „echt" boekje willen en gelukkig ook kunnen maken. Overigens moest voor de ze expositie na het uitzoeken toch nog weer hard gewerkt worden. De heer Bol is zelf OP EXPOSITIES op „Meer en Berg" heb ik de behoefte al mogen constateren dingen „normaal" te doen. De ervaring met Kennedy's expositie bevestigt dit. Men is genegen tot mededogen, men neigt naar een gevoel van spijt om een en an der; maar men vergeet dat en de herin nering blijft over aan bevredigend werk, dat geen problemen stelt, omdat proble men worden opgelost. Dan blijkt dat tegen woordig tegenover elkaar kunnen staan het heldere zeggen van een „verpleegde" en het duistere van maatschappelijk nor maal geachte lieden, die een enorm suc- te bewonderen. Want hier is sprake van vruchtbomen, lijsterbestakken, koolvelden, wel een zo puur tekenen. brokken tuin met variërende vegetatie, vogels met een ingewikkelde verenstruc- HOEWEL INTERESSANT zijn de schil- tuur. Hij tekent dat alles met grote hel- derijtjes toch iets minder dan de tekenin- derheid en nooit vervelend. Zijn plaatsing ces nog mogen oogsten. Naast veel te ge r... gen, die vaak zeer smaakvol éven aan- op het vlak der dingen, zoals gezeS° nieten geeft deze expositie dan ook iets aan het passepartout snyden geweest. Dit gekleurd werden. Maar men vermoedt mo- innerend aan Japanners, is meestal su- mag wel eens vermeld worden omdat hier gelijkheden met die schilderijen en is er bliem. Prachtig is de kleur, die dan geen te denken! r„„c nu eens duidelijk sprake is van een die- van overtuigd dat Kennedy's ontwikkeling andere betekenis heeft dan een nog even DnIs zo veel voorkomende „exposities maken Vrederust en hij mocht zich 00k buiten ter wille van eigen glans, waar het publiek het terrejn bewegen. In de tekeningen is alleen maar moe van wordt. 0p het eerste gezicht van Kennedy's stoor nis meestal niets te zien. Er zijn enkele zwakkere werken, die echter ook het gevol REINIER WILLEM KENNEDY begon va" ouderdom kunnen zijn. Inportretten als huisschilder. Na de ambachtsschool ontmoet ontwikkelt hij zich verder aan de Burger- deren nadat men Kennedy s bomen plan avondschool te Dordrecht. Als hij in Rotter- ten, bloemen en d)^eren heeft genoten. Men dam komt te werken bezoekt hij daar ve„r|®t,eonda" dat veel van Kennedy s 's avonds de Academie. In 1902 werkt hij te mod'e p wprtAkpnine en dat hii bn- Brussel en bezoekt ook daar de Academie, aanleiding tot vertekening en dat hij bo Dtus» cu vendien zichzelf absoluut anders Hij krijgt een stipendium uit het Dortse Y111" Schefferfonds toegewezen; gaat deelne- dan zlJn medepatienten, men aan voor zijn tijd belangrijke exposi ties. In 1914 is hij terug in Dordrecht. Hij exposeert bij het oude Pictura en in Den Haag bij Pulchri Studio. In hetzelfde jaar dacht Kennedy heeft het in zijn zo moei lijke situatie vooral gevonden in de natuur. Alleen met zijn geliefde onderwer pen moet hij zich goed gevoeld hebben, een eenzame weliswaar, maar met een begint hij met zijn wandschilderingen voor „i„v,,0if Hat met hedoeld het raadhuis. In 1926 zijn zijn drie schilde- groot gerechtvaardigd is. Maar weinig ringen daar voltooid. Op deze expositie helder gesteld werk als ontmoeten wij een geschilderd ontwerp ontmoet m t tot dat herinnert aan de stijl van de Franse ^,yf_1ln_ )..k„n.n Fn daarbii komen schilder Puvis de Chavannes. In 1928 wordt «ora bil «„os,,,. «MODd'i» he g nagenoeg niets meer van ste deel van deze periode na 1928. men even aan Jongkind. Toch blijft Kenne dy vooral de man van de lijn, waarmee BIJ VEEL DENKT MEN direct aan hi1 feilloos vorm suggereert.en1 A'ngen Hoytema, een naam die ouderen onder "P "deingewikkeldste problemen 'aan': ons nog iets zegt. Het is echter moeilijk faax ae 't„ Hplpn van uit te maken wie van de twee het wint. tekent dennetakken, giote delen van w: >1 Ook mij is het te lang geleden, dat ik werk van Hoytema zag, om met zekerheid iets te kunnen zeggen. Hoytema werkte in ie der geval iets decoratiever. Is het hierdoor dat men het gevoel krijgt, dat Kennedy het in sommige opzichten wint van Hoy tema? De vermoedelijk nu toch wel lutte le kenners van Hoytema mogen het ech ter bestrijden; voor hen moet de verge lijking al een aansporing zijn het Dor- ff drechtse Museum te bezoeken. Mijn ge neratie kende eens de bekende Verkade's albums. Ook hieraan herinnert veel van Kennedy's werk. Maar dan moet direct gezegd worden dat het zeker veel gro ter is en dat bovendien zij, die de Jugendstil niet kunnen pruimen, niet moeten denken dat Kennedy daar niet boven uitkwam. Ik geloof dat een ie- groene dereen gevoelig kan zijn voor Kennedy's van de provincie Groningen geen geheim lantaa g P eenzame in maal gehaast een eind aan maakte." prachtige bladen, waarvan sommigen meer is wie zich achter het pseudoniem kwetsbaar Mwerdeme^r^m m g even herinneren aan Japanse composi- J. C. Falke verbergt, doe ik geen onthul- zijn d o 99 eenzame vol- LIEFDE EN DOOD, als elementaire ties. Misschien dat men zélf getekend ling als ik Z°ssene met een letterlijk hartgrondige krachten nauw met elkaar^erbonden, be- moet hebben om Kennedy's kwaliteiten sluitende ^henen^j nTTijgh briefte aan «rtendic'hap 'én lief dï wéér ïn palen voor een belangrijk deel deervarin- Z lim lare naam noem„Bodega RapsodieHij is dan, min of gen van Jochem: de liefde in haar ontoe- Falke is Johan van der Woude. Hij heeft meer tegen wil en dank student - wat m pi» gemoedsleven in deze geheel te kunnen schatten en dan eveneens van Ditmar bij zijn ware naam noem ven- Een Hollands Binnenhuisje" onder sen droom en daad, en ten dele een me- een afsterven van een ven. „Een HollandsBinnenhuisje cmaer dg gr t£n de(c een toeschouwer in de in de greep van het menselijk tekort. Rap de TLO.CLTH JOLtt „Z6U0U BVÏOVeTl j /-> DpJ/ip/i \JJni cnHicrh urplrf rip niTlPRn? mpf Hg vrienden onder de verzetsnaam Martijn Cort. Er is boheme van de Gronings pn vripnriinnen van de Bodega verwachtin- in deze voorkeur voor schuilnamen een hij daar met zijn vrienden en v i 1; ,/.U Unmn» /I A n r een landse tijdperk aan de Kaap zijn tot Zuid- zekere symboliek. Johan van der Woude beleeft en te beleven krijgt is rapso- gen, is niet alleen als volbloed schrijver maar disch. flarden van het lev en, van n 0 Spf'wonder en vrees voor de ontgoocheling ook als samengesteld mens velen in één. ^ZZrZndtchapZZ genegenheid in het beweegt Jochem zich in de vriendenkring. de voor een kunstenaar onmisbare com- vervluchtigende, van toenadering en ver- Hij is_als.de ambivalente dioscuren^An- Ondanks de diversiteit van ziin werk en ln de vriendschap, van genegenheid in het beweegt Jochem zich in de vriendenkring. Twee gedenkwaardigheden uit het Hol- Ondanks ae diversiteit van zijn werk en „i„ omv,,„oior,to dimonnren An- de voor een kunstenaar onmisbare com- verviucniigenae,van afrikaanse historische monumenten ver- Plexiteit van zijn persoonlijkheid is hij in "™em ™9^ood ^aar wat dit rapsodische Woude's vroegere roman „Blauwbaard en T Annn /H11 RHol f 1 Ö111 t.r vreemding, liefde en erotisch avontuur, thony Venter en Pareau in Johan van der ziekte en d00d. Maar wat dit rapsodische Woude's vroegere roman „Blauwbaard en klaard Het eerste is een burgerwoning in dat diejjelmjmjpheel.jenp samenhoudt is het levensgevoel van Jo- Octopus" in zekere zin een dubbelfiguur. de aUde ,^ps"?olla"dse d°T ÜJ ueZ0 een are^sbewoner Hi? staat 'hij schrijft chem. „Je bestond," overweegt hij, „je als dromer zou hij willen deelhebben aan werd in 1797 gebouwd op Stellenbosch - i^J^^dZaslijn tusslnbüralr en kun- bestond tenslotte slechts bij de gratie van de daad van het leven, aan de yriend- ruim 100 jaar nadat de huidige umversi- tufsJl een reëel hier" en een anderen, zoals zij bij de jouwe, en slechts schap en de liefde, en als man van de daad teitsstad door gouverneur Simon van der ^naar lus.sm een reeei „nier en ee !igtgn ieue„ zou hij zich willen terugtrekken in de stil- Stel was gesticht. De bouwer is ene Anto- onbestemd „gtnas tusseneen voort en gtervenDg,e gedachte. kenmerkend te van een beschouwelijk leven, hij zou me Fick die waarschijnlijk hulp gehad meetevena verieaen en een steeas wee VQOr een innerlijke gesteidheid waarin het zich willen binden en deinst terug voor de bestaan-zelf een onoplosbaar vraagteken gebondenheid, voor de misrekening van de blijft, is het bindende thema van deze geïdealiseerde wederpartij. zich op de zin van het verleden be-zin- Die misrekeningen worden hem dan ook nen-de herinneringen: van de honderden, niet bespaard. Onder het twintigtal bezoe- duizenden die men ontmoet zijn er enke- kers van de Bodega, burgerlijken en.on- len die een spoor nalaten, positief of ne- burgerlijken, ontstaan en vergaan er men- gatief; die meekneden aan het masker dat selijke relaties, waarin Jochem alweer men draagt, meevormen aan degenen die menselijk betrokken raakt, contacten die men is, de één door het geluksmoment hem deel doen hebben aan soms zonder dat hij teweeg bracht, de ander door de linge, soms alledaagse levens. Hij slaat ze pijn die hij deed, door de trouw, het ver- met een scherp-spiedend oog gade, hij raad, een enkel gebaar, een stem, een mengt zich erin, distanciëert zich ervan, sfeer door iets onbepaalbaars soms, waagt zich eraan, redt zich weer, gaat zelf maar zeer wezenlijks en zeer definitiefs, meer en minder intieme verhoudingen aan, u - en blijft (wat kenmerkend is voor het JOCHEM, zoals hij zich ontwikkelde in klimaat" van dit levensware boek) in we- „Een groene lantaarn", gelooft als volwas- zen aueen met zijn herinneringen als de sene nog aan het wonder, en dat is de passanten voorbij getrokken zijn. sur-reële inslag van zijn wezen. Hier spreekt hij zélf, als hij zich, tegenwoordig OM DAT WONDERLIJK, ondoorgronde- bij een huwelijksinzegening, rekenschap lijk en onontkoombaar spel der menselij- geeft van zijn absolute, haast absolutisti- ke betrekkingen met zijn kleine vreugden sche ideaal: „het was", denkt hij „na- en vele ontnuchteringen is het Falke te tuurlijk een wonder, de glans op het ge- doen, was het hem stééds te doen, in zijn zicht van deze jonge vrouw (-) wie ge- speelse roman „Spel in Positano" zowel loofde niet in het wonder? In de verwon- als in de met ziltheid van de zee door- dering over een ander, wier gezicht glans- tronen „Derk Waterman" Maar in dit ge- de als van deze bruid, in de geliefde die val was het Falke, alias Van der Woude. het bestaan zin gaf, in een vrouw wier nog om iets anders begonnen: hij schreef boezem bewoog op haar adem of in een een sleutelroman. De figuren van „Bodega man als Simon, zoals hij blootshoofds Rapsodie" zijn levende of geleefd hebben- in zijn wijde jas tegen de reling had ge- de personen. Hij heeft ze van zeer nabij staan, op de drempel van de dood, die gekend, maar van de vrijheid des schrij- altijd aan bod kwam? Geen wonder dat vers gebruik gemaakt om zijn modellen de dood variatie betrachtte, dat hij nu naar eigen hand te zetten, ze te splitsen OVER „ZELF GEKOZEN tekstre gels" iets te schrijven wordt mij ge vraagd, „in de hoop dat de artikelen eerder een persoonlijke innerlijke oriën tatie als klemtoon krijgen." Bijna zou ik geneigd zijn, over deze woorden van Uw redacteur te gaan peinzen. Per soonlijke innerlijke oriëntatie," doe ik daar eigenlijk ooit aan? Oriëntatie, ja. Als docent en scribent moet ik mij oriënteren over een te behandelen on derwerp. „Innerlijke oriëntatie"? Mis schien; een absoluut objectieve oriënta tie is nauwelijks of niet mogelijk „Men neemt steeds zichzelf mee, dat is de el lende" laat onze onvolprezen Marten Toonder in „de schoonschijners" de rei zen-organisator tot Heer Ollie zeggen. Zo is het ook wanneer men tracht door te dringen in de vreemde wereld van een kunstwerk ten einde anderen daarin tot gids te zijn. Maar nu verder: „Per soonlijke innerlijke oriëntatie" hoe staat het daarmee. Zeker, ik ben professor, letterlijk dus een „belijder" (professor komt van profiteor, professus sum) en ik zou dus eigenlijk het recht, ja zelfs de plicht hebben te getuigen van een persoonlijk inzicht, een innerlijke over tuiging. Anderzijds: wanneer deze niet objectief gefundeerd is gaat het eigen lijk niemand aan, zou ik zeggen. OF IK PERSOONLIJK NU meer houd van Verdi dan van Wagner, van Schu bert dan van Beethoven, dat mag mij er niet toe verleiden te ontkennen dat Wagner toch een belangrijker figuur is geweest dan Verdi, of dat Beethovens kunst als vormgeving van klank en in haar veelzijdigheid van gevoels- voor- stellings- en gedachtenwereld het wint van die van Schubert. Ik ben dus wel verplicht het „persoonlijke, innerlijke" stevig onder controle van het bovenper soonlijke en verstandelijke te houden. En zou ik dan mij openlijk, voor le zers die ik niet ken en die mij niet kennen, „persoonlijk innerlijk" gaan oriënteren in het Haarlems Dagblad? Heb ik niet van kind af aan ernaar ge streefd mijn innerlijk te verbergen, een masker te dragen, mij zozeer anders voor te doen dan ik ben, dat mijn mas ker aan mijn vel geplakt zit en ik het voor mijn gezicht ben gaan houden? Loop ik geen gevaar, door de keuze van een „zelfgekozen tekstregel" als Susan na in het bad, mij door onbescheiden „ouderlingen" te laten bespieden, mijn geestelijke naaktheid bloot te geven? STRAKS IS MIJ REEDS een citaat ontsnapt, waaruit de lezer concluderen kan dat ik mijn wijsheid uit Tom Poes pleeg te halen. En wat dan nog? Heb ik tijd om Kant, Schopenhauer, Heideg ger of Sartre te lezen? Immers neen. Mijn behoefte aan levenswijsheid wordt noodgedwongen vervuld door Tom Poes Koning HOllefSijh (een wijs man) en de Hertogin van Groot-Salië (een wijze vrouwf. Moge ik nu al niet in het bad zitten was het maar zo: de thermome ter wijst 84 graden in mijn kamer in veler ogen sta ik nu reeds in mijn hemd. Zo maar op goed geluk een regel grijpen ter meditatie is gevaarlijk, Freud is nog lang niet dood. Maar laat eens zien, ik ken vrij veel verzen uit het hoofd, wat valt mij in als iets dat mij bijzonder heeft getroffen? EIGENLIJK WEET IK het wel: het is een gedicht van Boutens, uit Carmi- na, en wel het eerste. Het heet „Leeu werik", ik denk graag in plaats van Leeuwerik: Mozart. Immers de dichter vraagt hier aan de leeuwerik, die zijn „nachtelijk nest ontvluchtend" „vleug- lings de gouden wegen vindt, waar zijn „aadmen juichen wordt": „Zingt gij nooit de roode smarten Van den duistren aardenacht, Wordt het bloeden onzer harten Wel gestelpt, maar nooit verklacht?" Tot Beethoven zou men deze vraag niet behoeven te richten, evenmin tot bijvoorbeeld Mahler, die „het bloeden onzer harten" inderdaad meer „ver klachten" dan stelpen; bij Mozart heeft het zin. En zo ook het antwoord van leeuwerik Mozart: „Alle smart omhooggedragen Meerdert vreugdes gouden schat Slechts de vleuglen die ons schragen, zijn van aardes tranen nat". DIT IS MIJNS INZIENS dichterlijke taal en eeuwige wijsheid, het zal moei lijk zijn bij onze Experimenteleniets te vinden dat zozeer een openbaring is als deze woorden. Voor mij is dichten de eigenlijke taal der wijsheid en der bezonkenheid. Het „omhoogdragen" van Reproduklie van het portret dat Willent van den Berg in 1954 naar prof. Bernet Kempers vervaardigd heeft. Karei Philippus Bernet Kempers werd ge- horen 20 september 1897 te Nijkerk als zoon van een ambtenaar. Hij studeerde onder lei ding van zijn vader slechts enige tijd voor het notarisambt. Hij stelde zich namelijk on der leiding van de componist Bernard Zweera voor Ce theoretische vakken en van de mu ziekhistoricus Simon van Milligen voor de muziekgeschiedenis. In het jaar 1922 begaf hij zich naar München ten einde daar aan de Universiteit muziekwetenschap te studeren onder leiding van prof Adolf Sandberger. Aan Nederlandse universiteiten bestond de mogelijkheid daartoe nog niet. In maart 1926 promoveerde hij daar .summa cum laude' op een dissertatie getiteld „Jacobus Clemens non Papa und seine Motetten" en vestigde zich daarna weer in Nederland. In 1919 werd hij gelijktijdig leraar voor muziekgeschiedenis aan het Kon. Consevatorium te Den Haag en privaatdocent in de muziekwetenschap aan de universiteit van Amsterdam Hiermee kreeg de muziekwetenschap voor het eerst een, zij het bescheiden, plaats in de Nederlandse aca demische wereld. Het ambt aan het Kon. Conservatorium bekleedde Bernet Kempers precies 20 jaar. Daarnaast was hij van 1934— 1953 eveneens hoofdleraar voor muziekge schiedenis aan het Conservatorium te Am sterdam. Sinds 1934 was hij redacteur van het tijdscnrift .De Wereld der muziek" en eerste secretaris van de Koninklijke Nederlandsche Toonkunstenaars-vereeniging. Na tijdens ae Duitse bezetting in een concentratiekamp te ziin geweest, volgde een non-actief als P^i- vaatdocent tot de bevrijding. Toen werd de Kon. Ned. Toonkunstenaarsver. weer opge richt, cie thans weer c.a. 1800 leden telt. Van deze vereniging is Bernet Kempers algemeen voorzitter, evenals van tal van andere orga nisaties op cultureel gebied. In de jaren voor de oorlog schreef hij tal van boeken en artikelen over muzikale en muziekwetenschappelijke onderwerpen, onder ondere Muziekgeschiedenis (momenteel 5 drukken); Meesters der Muziek (idem); Pa norama der Muziek: Muziek in de ban der letteren; De Italiaanse Opera van Peri tot Puccini Schubert, enzovoorts. Samen met de theoloog prof. dr. D. van der Leeuw schreef hii een Beknopte Geschiedenis van het kerk lied |2 drukken). Verder behandelde hij de muziek in enige der grootste encyclopedieën. Na de oorlog werd zijn voor de wetenschap beschikbare tijd grotendeels in beslag geno men ooor de uitgave van de Opera Omnia van Jacobus Clemens non Papa voor het American Institute of Musicology. Acht ban den zijn thans verschenen, maar gezien de buitengewone vruchtbaarheid van genoemde meester is het einde van deze Opera Omnia nog niet in zicht Sedert 1946 is Bernet Kempers hoogleraar (sedert 1953 Ordinarius) voor muziekweten schap aan de Amsterdamse Universiteit, waar naast hem werkt als buitengewoon hoogleraar prof. dr. J. Smits van Waesberghe, de be roemde specialist voor middeleeuwse mu ziekwetenschap. Tot december 1960 kon de Amsterdamse muziekwetenschap ook profite ren van de niet minder vermaarde Ethno-mu- sicoloog Jaap Kunst. Ter gelegenheid van Bernet Kempers' 60ste verjaardag verscheen een gedenkschrift, waaraan, behalve een aan tal buitenlandse collega's met gelukwensen, alle afgestudeerde discipelen met wetenschap pelijke bijdragen hun medewerking hebben verleend. „alle smart" is niet velen gegeven, de meesten worden door smart gebroken, verbitterd, cynisch, wrang, wanhopig. De zeer groten weten uit haar de gou den schat, de verrijking van het ziele- leven te puren en de weergave daarvan in de kunst wordt ons ten vreugde. Maar er zijn vogelvleugels en vlinder vleugels, de vlinder moet met natte vleugels dicht bij de aarde blijven, de vogel stijgt omhoog, naar waar: „In het ijle blauw verloren", ons oog niet meer zijn vlucht volgt en vanwaar zijn „zang in vuren regen naar de koe le vore stort". Maar wat zal ik trachten te interpre teren, elk woord dat men aan deze vol maakte regels wil toevoegen is te veel. heeft van de beroemde Kaaps-Hollandse bouwkunstenaars Anreith en Tibault. Ver der is een gedenkteken onthuld op Rie- beeck-Kasteelberg, de eerste kampplaats van Pieter Cruythoff, leider van de eerste succesvolle Hollandse expeditie naar het Zuidafrikaanse binnenland in 1661Hij ging in opdracht van Jan van Riebeeck op zoek naar de fabelachtige rijkdommen van Mo- nomotapa. IN ISRAEL zal deze zomer voor het eerst een muziekfestival georganiseerd worden, dat naar de organisatoren hopen, spoedig een plaats zal weten in te nemen onder de grote internationale festivals. Het festival, dat van 23 augustus tot 18 september gehouden zal worden, zal op 23 september gevolgd worden door het der de internationale cello concours van Pa- blo Casals. Voor dit concours heeft Casals zelf de twaalf juryleden uitgekozen. Aan liet festival zullen onder anderen meewer ken Casals, Darius Milhaud, Rudolf Ser- kin, Isaac Stern, het Boedapest Strijk kwartet en enige Israëlische koren, waar onder het beroemde Rinat koor en het Tel Aviv kamerkoor. Johan van der Woude (Foto Wouter van Heusden) eens op pantoffels verscheen zoals bij Si- en in een andere samenstelling weer bij een te voegen. Voor ingewijden is het al voegt dat aan de menselijke en litteraire waarde van deze roman niets toe een boeiend experiment om de identiteit van deze romanfiguren op het spoor te komen: van de ijselijk-knappe, als vrijgezel gebo ren Hieronymus, die verzen schreef over het kloosterleven (die men in een van 1941 daterend bundeltje van „XXVIII Sonnet ten" zou kunnen achterhalen); van het ten gere meisje Ada met het gitzwarte haar en de lichtblauwe ogen; van de schuwe musicus Aks die met „gebogen hoofd in de schaduw van de huizenkant" liep, zich in Wagner en de liefde verstrikte en tragisch aan zijn einde kwam; van Jacques, de onvergetelijke „Jacques", de dichter die niet meer dichtte maar biografieën over muziek ging schrijven en getrouwd was met een zangeres die niet meer zong (wat een met genegen gevoelens getekend por tret!) Jacques, deze fijnzinnige fin-de- siècle-figuur, die zich in zijn binnenwereld terugtrok, waar ik citeer woordelijk „over alles een dun laagje stof lag, als vergane tule"; van Brunette, die met haar oogziekte als een vleugellam vogeltje weg gedoken zat en in Jochem met haar stem bleef voortleven: „bewogen en smartelijk, en met haar woorden, die als zij ze zei iets uitdrukten .waarvoor woorden niet toe reikend waren." IK KON HELAAS van het twintigtal maar enkelen noemen, maar wil niet voor bijgaan aan de passages, die de herinne ring aan Jochems vader oproepen, aan de ze zelotische zelfkweller, die met zijn haast tergende geloofszekerheid meer en meer verdwaald raakt in de doodsvrees van de voortschrijdende ouderdom. Het zijn ont roerende, schokkende bladzijden die Falke aan Jochems vader, aan diens verblijf in een inrichting, wijdt: „Hij keek om zich heen of de broeder er nog was, tekende met de hand een kring op de tafel, en beduidde dat Jochem uit die kring moest zien te blijven. Hij maakte een beweging of een sleutel werd omgedraaid en wees op de vensters, die in dit paviljoen niet getralied waren. Het was of zij het nu zonder woorden konden stellen, of het blauw van de ogen, de gebogen schouders, de schuifelende voeten in pantoffels, of de handen spraken." Zo'n enkel, willekeurig fragment uit „Bodega Rapsodie" bewijst Falke's kunnen en laat er geen twijfel aan of deze roman staat in een straffere toon soort geschreven dan „Een groene lan taarn" en omlijnt de contouren scherper. Terecht, en voortreffelijk-terecht: Jochem is volwassen geworden, de doorzichtigheid van zijn droombeelden moest plaats ma ken voor een confrontatie met een harde, stugge, bij tijden nog maar onbedreigde werkelijkheid. Dat die realiteit ten dele sa menvalt met een zeer persoonlijke levens ervaring van de auteur doet in deze ver- mommend-onthullende roman niets ter za ke. Hoofdzaak is dat J. C. Falke een ont- roerend-menselijk boek heeft geschreven van sterke litteraire kwaliteiten. C. E. Dinaux

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 13