DE DODENLIJST VAN
ADRIAN MESSENGER
c
r
v
PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER
m
PRIEGELT JES GROTE REIS
Polle
Enquête over het anti
semitisme in Duitsland
Ons vervolgverhaal
maar de tijd
schijnt tegen
hem te wezen
DINSDAG 8 AUGUSTUS 1961
f
8
PHILIP MACDONALD
Oorspronkelijke titel:
The list of Adrian Messenger
Ik zal de befaamdste Griek sedert Ulysses zijn"
Gaat u met vakantie
41 percent acht Joden in
regering niet wenselijk
Tante Cor in de penarie
57. Oeioeü, zegt Polle, en grijpt zijn mutsje vast, wat gaat het straf waaien,
jongens, nu moeten we toch gauw Zeerob hebben, want dit is geen weer
voor een wastobbe! Gelukkig zien ze hem spoedig dobberen! Boven op een
golf zeilt hij kalm vooruit! Die weet toch ook niet wat angst is!, zegt
Polle bewonderend, hoe vindt je die kalmte? Maar ondertussen pakt hij
toch gauw een touw uit de voorraad van Pelli, dan kunnen ze Zeerob
daarmee ineens naar het schip trekken.
4)
Raoul dwong zich om de veiligheid
van zijn vlot te verlaten. Hij slaagde
erin een arm om de man heen te slaan
en met zijn laatste kracht zwemmend
de krat weer te bereiken. Zijn vin
gers sloten zich als staal om het hout.
Daarna rustte hij uit tot het gewicht
aan zijn andere arm vrijwel ondraag
lijk werd en hij begreep dat hij zou
moeten proberen de man net zo aan
de krat vast te maken als hij het
meisje had bevestigd.
De ogen van de man waren open en
zijn lippen bewogen alsof hij probeer
de te spreken. Hij scheen echter niet
in staat tot enige andere inspanning.
Zijn gezicht had een vreemde blauwe
kleur en donker bloed kwam uit een
wond aan zijn hoofd.
Raouls gedachten spookten door
zijn hoofd, maar het was voor hem
haast even moeilijk om zich ergens
op te concentreren als om zich licha
melijk in te spannen. Hij onderdrukte
echter de wanhopige wens de man
los te laten, en minuten of uren of
eeuwen later had hij ook hem aan het
kleine vlot bevestigd.
Het karwei was uitputtend geweest
en Raoul greep met beide handen
naar de bovenkant van de krat, ter
wijl hij naar boven drukte zodat zijn
bovenlichaam er op kwam te liggen.
Zijn benen waren gevoelloos van de
felle kou van 't water en zijn lichaam
voelde aan alsof er voortdurend met
een roodgloeiende bajonet in gestoken
werd. Zijn hoofd leek wel leeg en het
enige waar zijn gedachten om bleven
draaien, was dat hij de man met zijn
eigen bretels had vastgebonden. Zijn
gedachten cirkelden maar rond tot er
op een gegeven ogenblik geen gedach
te meer was.Zijn ogen sloten zich.
Toen hij ze weer opendeed was de
zon niet rpeer te zien aan de grijze
hemel, terwijl de krat op een veel
sterker geworden deining op en neer
ging. Het meisje naast hem was stil,
dood of nog bewusteloos. Aan de an
dere kant praatte de man, duidelijk
maar monotoon.
„Messenger," zei hij steeds maar.
„Messenger.Messenger." En toen:
„..moet.. Jocelyn.. vertellen.. Joce-
lyn.moet.vertellen.De woorden
kwamen eruit als hakkelende dronke
manspraat, zoals de kogels uit een
haperend machinegeweer. Daarna
kwam er iets luiders dat klonk als:
„Manus' boek George Manus' boek
George Manus' boek Manus' boek.."
En ook nog: „Foto.foto.
Daarna werd het stil, maar slechts
voor korte tijd, want toen begon de on-
zin weer. Harder dan ooit. .alle
zwabbers," riep hij. „Grote schoon
maak. maar één zwabber ^over.gro
te schoonmaakschoon
Plotseling hield het op en ging over
in een pruttelend geluid, dat hoesten
zou hebben kunnen zijn.
Raoul luisterde echter al niet meer.
Toen ze door een hoge golf werden
opgetild had hij in de verte iets ge
zien
Hij zag, niet ver weg, een groot
slank schip. Het sneed door het water
alsof de grote oceaan een binnenvij-
vertje was en het kwam in hun rich-
ting.
Het was enkele uren nadat de Belle
of Liverpool het zoeken begonnen was,
dat de Carpathia van de Black Star
maatschappij, die onderweg was naar
Southampton, de overlevenden oppik
te. Er waren er twee: Raoul Saint-
Denis en het meisje. De scheepsarts
van de Carpathia stelde vast, dat de
andere man, Adrian Messenger, on
geveer een uur voor de redding ge
storven moest zijn.
Sinds de eerste berichten over het
ongeluk was een groot deel van de we
reld gebombardeerd met het nieuws.
Het kwam op de televisie, de radio en
(hoe kon het anders in deze tijd) wat
later ook via de kranten. Maar die
maakten dan ook de achterstand in
tijd goed in de grootte van hun kop
pen, die begonnen met een eenvoudig:
„Luchtramp boven de oceaan waar
schijnlijk geen overlevenden", maar
kort daarna in enorme kapitalen
meldden: „Overlevenden gevonden!"
Daar de Empire Air-Lines een En
gelse maatschappij was, was de aan
dacht waarschijnlijk 't grootst in En
geland. Maar Frankrijk en Amerika
streden om de tweede plaats. Frank
rijk omdat Raoul Saint-Denis niet al
leen de held van het moment was,
maar ook een van de meest eminente
hedendaagse Parijse journalisten;
Amerika omdat op de passagierslijst
twee senatoren en een filmster ge
staan hadden, om dan nog maar niets
te zeggen van Adrian Messenger. De
ze was namelijk, hoewel Engels on
derdaan, niet alleen een zeer populair
romanschrijver, maar ook mede-erf
genaam van de miljarden van het be
kende „Messenger-Warenhuis".
Gedurende het weekeinde kwam
men meer te weten, terwijl er nog
meer werd gegist, zodat de kranten
's maandags verschenen met nog wil
dere koppen, variërend van het waar
dige: „Bom mogelijk oorzaak vlieg
tuigramp" in The Times tot de kreet
„??Sabotage??" in de Express.
Om tot een historisch juist beeld te
komen kunnen we echter misschien
het beste het verslag uit de Morning
Planet aanhalen. De Planet was toen
nog een betrekkelijke nieuweling on
der de Londense dagbladen en wist op
gelukkige wijze het midden te houden
tussen zwaarwichtige gedegenheid en
rumoerige sensatielust. Onder passen
de koppen verscheen in dit blad een
verslag dat kennelijk was geschreven
door een journaliste die voor haar
werk teveel betaald kreeg en dat als
volgt luidde:
Als vertegenwoordigster van de
Morning Planet heb ik het voorrecht
gehad tegelijk met enige andere jour
nalisten de enige man te spreken, die
uit de eerste hand inlichtingen kan
verstrekken over de afschuwelijke
ramp van zaterdagmorgen, waarbij
eenenveertig inzittenden van een vlieg
tuig van de Empire Air-Lines om
kwamen toen het neerstortte boven
de Atlantische Oceaan.
Die man is Raoul Pierre Etienne
Anne-Marie Saint-Denis,een journalist
uit Parijs, die in zijn vaderland Frank
rijk welbekend is om zijn knappe in
terviews met en analyses van be
langrijke hedendaagse figuren. St. De-
nis, die in Londen vertoefde om een
serie dergelijke interviews te schrij
ven over Engelse prominenten, be
vond zich aan boord van het vliegtuig
voor een kort bezoek aan New York.
Hij zou over enkele dagen naar Lon
den terugkeren.
Nog binnen vierentwintig uur terug
gekeerd, is Saint-Denis nu al zou
hijzelf over die titel verbaasd zijn
de held van de dag. Nadat hij het ge
luk had gehad uit het vliegtuig ge
slingerd te zijn en een drijvende krat
te vinden die uit het bagageruim was
gespoeld, heeft Saint-Denis niet alleen
zichzelf vijf uur lang drijvend gehou
den in een ijskoude zee, maar hij
heeft bovendien met enorme inspan
ning twee andere slachtoffers van de
ramp gered. Hoewel zeer geschokt en
pijnlijk gewond (hij heeft drie gebro
ken ribben), slaagde hij erin deze
mensen op het vlot te krijgen en hen
vervolgens met werkelijk bovenmen
selijke inspanning op zo'n manier vast
te binden, dat hun hoofden boven wa
ter zouden blijven. Deze andere slacht
offers waren Rose Matson, een ste
wardess die deel uitmaakte van de
bemanning, en de bekende oorlogsro
manschrijver Adrian Messenger, een
vgn de erfgenamen van het Hiram-
Messenger-fortuin en achterneef van
de markies van Gleneyre.
Helaas is majoor Messenger aan
zijn verwondingen overleden voor
dat het drietal door de Carpathia uit
het water werd gehaald; maar de
artsen geven mej. Matson een goede
kans op herstel.
En nu komen we aan een ont
hulling die de wereld zal schokken.
Bij de autoriteiten is dit reeds be
kend, maar aan het publiek wordt het
nu voor het eerst onthuld.
De ramp is waarschijnlijk veroor
zaakt door een ontploffing in het ba
gageruim van het enorme vliegtuig, een
explosie die niets te maken had met
het toestel zelf!
Saint-Denis, die zelf een vliegbrevet
heeft, heeft niet alleen veel ervaring
als luchtreiziger, zowel met burger
als met militaire vliegtuigen, maar hij
is ook als gevolg van zijn ervaring in
de oorlog een deskundige op het ge
bied van explosieven. Zijn mening,
dat de ramp geen ongeluk is geweest
maar dat deze veroorzaakt moet zijn
door een hoogexplosief materiaal
met andere woorden: een bom ver
dient dus alle aandacht.
(Wordt vervolgd
ONASSIS:
Aan boord van het jacht „Christina", de permanente verblijfplaats van Onassis
in de haven van Monaco, hangt een grote landkaart aan de wand. Op deze land
kaart zijn de blauwe vlaggen geprikt met de Griekse letter Omega, ae rederijvlag
van Onassis. Het zijn eenenzeventig eenheden met in totaal meer dan een miljoen
vijfhonderdduizend ton. Maar het zijn niet allemaal blauwe vlaggen; enkele van
de vlaggetjes zijn zwart. Dat zijn de schepen die in reparatie zijn, die zijn op
gelegd of die in vreemde havens liggen zonder vracht. Zo lag zijn trotse „Olym
pic Challenger" onlangs in Drontjem zonder retourvracht en werd gecharterd
voor de levering van elektriciteit aan de stad Drontjem, waar de centrale was
uitgevallen, tegen een bedrag van tweehonderd kronen per etmaal!
Het is de laatste twee jaren stiller
geworden rond de Griekse reder. Men
spreekt niet zoveel meer over hem als
de grote zakenman en reder. Als hij in
Monaco over de kade loopt, verdringt
men zich niet om hem om een foto of
een handtekening. „Daar gaat Onassis"
zeggen de toeristen, maar daar houdt
het dan ook mee op.
ONASSIS zal langzamerhand moeten
concluderen, dat de wereldcrisis in de
tankervaart hem zwaarder heeft getrof
fen dan een van zijn collega's. Hij was
samen met zijn ex-zwager Niarchos de
grootste particuliere reder ter wereld.
Toen het Suezkanaal werd gesloten kwam
hij met het fantastische idee van de super
tankers. Van de ene op de andere dag
waren er geen tankers genoeg toen men
rond de Kaap moest varen. De grootste
bestaande tankers maten 420Ü0 ton; Onas
sis stelde tankers van 65000 en groter
voor. Hij bestelde er drie tegelijk in Duits
land; Niarchos en andere reders volgden.
De vrachten stegen snel, grote winsten,
vloeiden in de kas van de reders. De vrees
dat het Suezkanaal lange tijd gesloten zou
zijn was oorzaak, dat contracten voor lan
ge tijd werden afgesloten met een loop
tijd van 10 en 12 jaren....
Overschot aan tankertonnage
Het was een terugslag voor de super
tankers toen het Suezkanaal slechts korte
tijd versperd bleef. Maar vele tankers
waren op stapel gezet, vele chartercon
tracten waren gesloten, vele bouwcon
tracten waren ondertekend. Al spoedig
was het duidelijk dat de wereld beschikte
over een tankervloot, welke de behoeften
aan vervoer royaal kon dekken. Onmid
dellijk ontstond een scherpe concurrentie.
Onassis was daar niet bang voor. Maar
zijn concurrenten sloten toen al een ver
bond tegen hem. Zij hadden niet vergeten,
dat het Onassis was geweest die destijds
Franse champagne en gewijd water uit
de Zem-Zem-bron had gemengd als sym
bool van de samenwerking van Arabië
met Onassis. Bij die gelegenheid had hij
zijn (toen) grootste tanker „Alexandre
Onassis" omgedoopt met de naam „Ibu-
Saoed I". Dit schip moest het eerste wor
den van een Aarabische vloot die de olie
van Arabië1 over de hele wereld zou ver
voeren met een monopoliepositie boven
alle andere concurrenten, met uitzonde
ring van de Aramacotankers.
en wilt u dat wij uw krant naar
uw vakantie-adres opzenden
Stuurt u ons dan minstens twee dagen
voor uw vertrek een briefkaart met
vermelding van uw naam uw vaste
adres, uw vakantie-adres, de datum
waarop de eerste krant naar uw
vakantie-adres gezonden moet worden
en de datum waarop de krant voor het
laatst moet worden toegezonden.
Als u de krant per week betaalt, wilt
u dan het abonnementsgeld voor de
vakantieweken vooruit aan de bezor
ger betalen
DE ADMINISTRATIE
Daarmee brak een strjjd zonder genade
uit, waarbij Onassis aanvankelijk kon
profiteren van de steun welke de Griekse
reders hem verleenden. Een belangrijke
factor was het feit, dat tal van aardolie
maatschappijen hun tankervloten belang
rijk hadden uitgebreid en nog veel meer
schepen in aanbouw hadden. In totaal
ging het om meer dan driehonderd super
tankers over de gehele wereld.
In 1958 zette Onassis het eerste zwarte
vlaggetje op zijn wereldkaart: de tanker
„Argos" van 36000 ton in de Mexikaanse
haven van Vera Cruz. Er zijn grotere par
ticuliere tankrederijen dan die van Onas
sis: Niarchos, Livanos, de Amerikaanse
Ludwiglijn, de Japanse Isjicombinatie.
Maar Onassis zei alleen „Als ik in moei
lijkheden kom, verkoop' ik mijn speel
goedDat speelgoed bestaat uit drie
luxe hotels in Monte Carlo, het park en
het theater van het Casino, de Société
des Bains de Mer (mét het Casino) en de
schietbanen van de Sporting Club. Maar
op een of andere wijze is Onassis zwaar
der getroffen door de tankercrisis, dan
andere reders. Gemiddeld hebben die 15
tot 20 percent stilstand, maar naar men
bij de Lloyds in Londen weet te vertellen
is zestig percent van de enorme vloot van
Onassis op zoek naarlonende ladingen.
De vrachtenmarkt heeft zich zeer ongun
stig ontwikkeld voor de tankvaart. De
grote oliemaatschappijen hebben door hun
enorme bouwprogramma's een ruime rug
dekking verzorgd sedert Suez. Die sche
pen lopen nu van stapel, vervangen klei
nere en verouderde schepen en beperken
de markt voor Onassis.
De rug tegen de muur
Deskundigen hebben al verklaard dat
Onassis momenteel met de rug tegen de
muur staat. Alle schepen die hij in de
vaart heeft, zijn niet volledig betaald.
Voor een deel zijn zij betaald, voor een
deel op afbetaling gekocht, maar voor elk
nieuw schip geldt de ijzeren regel: er
moet geld worden verdiend. Zelfs als de
schepen stil liggen kosten zij geld aan
onderhoud, aan belastingen, havengelden,
salarissen, afschrijvingen en rente. In
januari 1960 liet Onassis de bouw van zijn
106.000 ton metende supertanker in Japan
stopzetten. Kort daarop liet hij de bouw
van een andere supertanker in Amerika
staken. Nu is dit niet alleen te wijten aan
een tekort aan redersinzicht bij Onassis.
Hij heeft de tijd tégen. De Sahara-olie is
zijn grootste vijand. De Saharapijpleidin-
gen zijn al in vol bedrijf. Zij vinden voort
zetting in de pijpleidingen vanuit Mar-
seille-Lavéra naar het noorden. Voor het
korte traject tussen Bougie en Marseille
heeft men geen supertankers nodig. Men
kan volstaan met goedkope kleine tankers
van twintig tot dertigduizend ton. De
enige kans voor Onassis was gelegen in
zijn samengaan met andere particuliere
reders, voornamelijk de Grieken.
De Griekse solidariteit ter zee is onbe
twistbaar, maar er was al een zekere
wrijving tussen Niarchos en Onassis. Zij
waren eens „Batzaniakas" zoals men in
Griekenland mannen noemt, die twee zus
ters trouwen, bloedsbroeders. Nu staat
achter die verhouding een punt.
Onassis ging er altijd prat op dat hij
dank zij zijn Griekse relaties in staat was
binnen vierentwintig uur vijf miljard dol
lar op tafel te leggen. Die mogelijkheid is
nu voor hem gesloten. Er was een tijd,
waarin het jacht „Christina" elke avond
■yWX&iCv/
feestelijk was verlicht tot diep in de nacht.
Nu brandt er na negen uur alleen nog
licht in de grote kajuit, waar Onassis zit
te werken bij een fles whisky en een
schemerlampje. Hij komt zelden van
boord. Die kamer, die Alexander en Chris
tina, zïjn kinderen, eens deelden, is ge
sloten. In Monaco, op de Parijse beurs, bij
Lloyds en in Wallstreet, zal iedereen U
verzekeren, dat Onassis op zijn retour is.
Zijn vrienden zeggen, dat hij betere tijden
afwacht. Dat kan waar zijn, maar kan
Onassis op zijn zesenvijftigste jaar een
nieuwe aanval inzetten op de wereldtan-
kermarkt? Hij weet er meer van dan me
nigeen, maar kennis is niet altijd macht.
Hij heeft vele vijanden, de nieuwste is
de vorstin van Monaco: Gracia Patricia
die zich alle moeite heeft gegeven het
huwelijk van haar vriendin te redden. Zij
heeft gefaald; daarom werd Onassis ook
niet uitgenodigd op de recente verjaar
dagsreceptie van Prins Rainier III. Maar
is Onassis nu verloren? Hij is bezig zijn
Olympic Airways uit te rusten met Fran
se Caravelle en Engelse Comet straal
vliegtuigen. Hij koopt eilanden in de
Egische zee om in te richten als vakantie
verblijf voor toeristen. Hij is niet van
plan zich in de tankerwereld gewonnen te
geven. „Ondanks alles" zei hij onlangs
„zal ik de befaamdste Griek sedert Ulys
ses zijn".
COP. MAKTEN TOONDE*
15. „Aha!" kreet Archibald Braunwasser, gelukkig
nu de verlangens van de deftige dame hem duidelijk wa
ren. „Poëzie! Romantiek! Rijm en ritme! Maar dan heb
ik precies wat u zoektziehier uw decor! Klassiek en
schoon, geheel vrij van moderne oppervlakkigheid!"
„Het is precies wat ik en de dames bedoelen", zei Me
vrouw Knokkebies-van Tutteren tevreden. „Heel goed
voor een beschaafd genootschap. Keurig. En zo inspire
rend, vindt u niet? Ik zou meteen willen beginnen een
vérs te zéggen..." De genootschapspresidente werd zo
door haar gevoelens meegesleept, dat zij niet (zoals Pan
da en de decorverhuurder) hoorde, dat er inmiddels
een nieuwe bezoeker binnenstapte. Wij herkennen hem
met één oogopslag als een ruwe klant, die geen goeds
in de zin heeft. „Brauswasser!", riep hij. „Hee-Props-
waar zit je?" Zoals gezegd merkte de presidente dit niet
op. Zij had zich in het decor harer keuze geplaatst en
zei op zoete toon: „Drie kleine kleutertjes, die zaten op
een hek. Bovenop een hek. Bovenop een hek. Op een
moo-ooie dag in september„Ga kijken wie daar is",
siste intussen de decorverhuurder Panda toe. Als het
een klant is, houd die dan hoofs en aangenaam bezig tot
ik vrij ben; maar als het deurwaarder Wrongelsma is,
zeg dan dat ik geruime tijd voor zaken op reis zal zijn!"
„En waarover spraken zij, daar bovenop dat hek?" riep
Mevrouw Knokkebies-van Tuteren uit; maar ze wilde
het antwoord niet weten, want dit was slechts een toe
vallige regl uit haar gedicht.
(Van onze correspondent)
BONN Een en veertig percent van de
Westduitse bevolking is van mening dat
het niet gewenst is dat Joden in de Bonds
regering zitting hebben. Dat is het ont
hutsende resultaat van een enquête van
het instituut voor opinieonderzoek in
Frankfort. Negen en dertig percent van de
ondervraagden vindt dat in de regering in
Bonn geen mensen moeten zitten, die tij
dens het Hitlerbewind zijn geëmigreerd
naar het buitenland. Dit laatste gegeven is
interessant als men bedenkt dat de socia
listische kandidaat voor het bondskanse
lierschap Willy Brandt, zowel als vele van
zijn medestanders emigrant in deze zin
zijn geweest. In de tweede plaats omdat
eruit blijkt, dat nog steeds een zeer groot
deel van de Westduitsers emigratie ten
tijde van het Derde Rijk zien als een
soort landverraad.
Geruststellend is daarentegen dat 63 per
cent van de ondervraagden bezwaar heeft
tegen medewerking van vroegere promi
nente nazi's aan de regering. Voorts blijkt
dat 95 percent van de ondervraagden iets
weet van het proces-Eichmann; 35 percent
acht het juist dat het proces in Israel
plaats heeft, 18 percent had liever gezien
dat Eichmann in West-Duitsland was be
recht.
RAWALPINDI (India) (AFP) De tele
foonabonnees in de Pakistaanse hoofdstad
Rawalpindi die dezer dagen de tijdmelding
draaiden kregen van een vertwijfelde stem
de mededeling: „Sorry, onze klok is ka
pot". Dat ook „tante Cor" wel eens man
kementen kan hebben is voor degenen,
die van de werking der automatische ge-
luidsband-tijdmelders op de hoogte zijn,
niets verrassends. Maar voor wie zich
afvragen hoe „tante Cor" in een derge
lijk geval met vertwijfelde stem zou kun
nen antwoorden moge dienen, dat men in
Rawalpindi een dergelijke moderniteit nog
niet rijk is. Daar zit achter het tijdmel
dingsnummer een levensechte „tante Cor",
die, de blik star op een chronometer ge
richt, acht diensturen achtereen elke tijd-
aanvrage persoonlijk beantwoordt,zodat een
„dank u wel juffrouw" daar niet mis
plaatst is.
35—36. Het leek wel of Priegeltje al wat
bijtrok. Hij keek met z'n pientere oogjes
in het zwarte kopje schuin naar de banaan
in doctor Kanebit's hand. En ja, even later
zat Priegeltje op het tafelblad gehurkt, en
zette z'n witte tandjes in een stukje ba
naan.
Zie je welik dacht wel, dat je over-
standig zou zijn. Smaakt het?
Priegeltje zei nog niets, maar hij keek I
al niet boos meer. Terwijl'hij van het geu- I
rige banaanvlees smulde, kwam er een I
lachje op z'n gezicht en hij knipoogde olijk
naar de mannen.
Mooi! zei doctor Kanebit. We zullen
't best vinden met elkaar!