DE DODENLIJST VAN ADRIAN MESSENGER PRIEGELTJES GROTE REIS VIJFTIG JAAR GELEDEN VERDWEEN „LA GIOCONDA" UIT HET LOUVRE De kus van man tot man.... PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER Polle Ons vervolgverhaal Vrouwelijke Britse arts zwijgt alle woensdagen MAANDAG 14 AUGUSTUS 1961 7 PHILIP MACDONALD Oorspronkelijke titel: The list of Adrian Messenger Konijnenplaag op de Veluwe 2. Het goede schip „Mary" rolt zo hevig op de golven, dat Polle zich aan Pingo moet vasthouden, en Pelli zich vastklemt aan de staart van Polle! Nu en dan ligt het hoog op de woedende baren, en de volgbootjes vliegen er gewoon van door de lucht! De boot kraakt in al haar spanten! De achter ste mast. wordt weggeslagen door het geweld van de wind, en Polle roept naar Pingo: „Ze zullen we er niet toe komen, om lekker eten te koken!" 9) „Zelfs nu kan ik dit nog niet accep teren!" zei hij. „De wet van de ge middelden kan me niets schelen, ik kan het niet accepteren! Ik begrijp niet hoe jullie dit zo volledig kunt aannemen. Realiseren jullie je, dat je me vraagt te geloven dat een mens of een groep mensen niet alleen vijf jaar lang verstand en geld zou heb ben aangewend om acht mensen te vermoorden, maar dat daarbij dan in koelen bloede nog op zijn minst vijf tig anderen omgebracht moeten zijn! Gesteld dat zoiets mogelijk zou zijn, wat ik niet kan geloven, dan zou zelfs de Maffia er bij verbleken." „Het is geen groep, Lucas", zei An thony kalm. „Het is zelfs geen bond genootschap. Dat zou je weten als je een van Messengers boeken gelezen had." „Dat heb ik." Lucas had grote ogen gekregen. „Beide zelfs, om nauwkeu rig te zijn." Hij was verre van ge rustgesteld. „Maar wat hebben dié te doen met wat jij zegt." „Ze tonen duidelijk aan dat hij uiterst intelligent was, verre van hy sterisch, en een man die onze taal eerbiedigde. Laten we dat toevoegen aan de drie'dingen die hij tegen Firth zei." Anthony telde ze op zijn vin gers af. „Hij zei dat dit „belangrijk" was. Hij zei ook dat het „absurd" was, waarmee hij bedoelde moeilijk te geloven. En tenslotte zei hij dat het niet om een soort „samenzwe ring" ging." Hij keek naar Firth. „Heb ik gelijk of niet?" „Volledig," de knik van Firth was beslissend. „Ik stel voor dat je het woord sa menzwering eens naslaat, Lucas." Anthony sprak nu met nog meer klem. „Dan zul je zien dat de definitie er van ongeveer als volgt luidt: „Een overeenkomst, een komplot tussen twee of meer personen om een onwet tige daad te verrichten." Iemand die zijn woorden zo zorgvuldig koos als Messenger zou dit woord heus niet verkeerd gebruiken. En toen hij dus zei „geen samenzwering van eniger lei aard" bedoelde hij precies wat hij zei." „Wat dus zou betekenen dat deze slachting het werk is van één man?" Lucas' beleefde reserve was onheil spellend. „Of vrouw'," zei Antony. „Hoewel het zeer onwaarschijnlijk is„ is ook dat altijd nog mogelijk." „Eén persoon dan?" De reserve begon al te verdwijnen. „Begrijp je wat dat betekent? Dat we te maken zouden hebben met 't hoogst onwaar schijnlijk verschijnsel: een Napoleon van de misdaad!" Lucas was weer volledig op gang. „Hebt u professor of mevrouw Moriarty al ontmoet? Mag ik u voorstellen aan doctor of mevrouw Foe Mantsjoe?" Anthony glimlachte, maar de lach verdween snel. „Ik voel met je mee," zei hij, „maar ik ben het niet met je eens..." Hij stond op en liep naar het raam en weer terug, zijn schouders naar voren, zijn handen diep in de zakken. De groene ogen in zijn ma gere gezicht leken ongewoond donker. „Ik heb de indruk," zei hij lang zaam, „dat we met iemand te maken hebben, die veel gevaarlijker is dan de aartsschurk uit een stuiversroman. Ik denk aan een mijnheer Smith Brown-Jones. Een onbekend, onopval lend lid van onze bevolking, die niet in onze registers voorkomt". Lucas, die op Anthony's gezicht let te, zei niets, Maar Firth zei: „Bete kent dat dat-je je eerste theorie hebt laten vallen, Gethryn? Over de drie mannen, die er op de lijst over zijn?" „Dat mocht nauwelijks een theorie he ten. Ik sprak in de voorwaardelijke wijs, als je je nog herinnert." Antho ny stond nu weer bij het raam. „Ik heb alleen gezegd dat als een van de drie mannen nog in leven zou blijken te zijn, we rekening zouden moeten houden met de mogelijkheid dat hij onze man was." Hij keek weer uit over de Theems. „Maar ik acht dat zeer onwaar schijnlijk. Een lijst die voor driekwart bestaat uit slachtoffers zou in het vier de kwart de naam van de moordenaar kunnen behelzen. Maar dat moet een kans van één op de honderd zijn." „En dat betekent?" Lucas was op vallend vriendelijk. „Dat we in onzekerheid verkeren." Anthony liep terug naar zijn stoel en liet zich erin vallen. „En voorshands moeten we afwachten wat het onder zoek oplevert." Ze wachtten tot na middernacht, in welke tijd ze twee keer bezoek kre gen van commissaris Arnold Pike. De eerste keer, om kwart over elf, kwam hij vertellen dat volgens zijn vriend, hoofdinspecteur Evans van de politie in Cardiff, Percy Bainbridge zijn huis in die stad bijna een jaai geleden verlaten had. Zijn huidige verblijfplaats was onbekend, maar er zou een onderzoek naar ingesteld wor den. „Zo, zo!" zei Lucas nadenkend, „die is dus in elk geval nog niet de finitief dood." „De eerste van acht," zei Anthony. „Of negen, als je Messenger meetelt." En toen wachtten ze weer. Tot Pi ke om twaalf uur voor de tweede keer verscheen. Hij had dit keer een melding over J. Slattery, Pope Terrace 12, Twicken ham. En J. Slattery was naar het scheen veilig thuis, veilig in bed en waarschijnlijk verzonken in een onge stoorde sluimer... Lucas ging rechtop zitten. Hij trok zijn wenkbrauwen op en zei: „Dat is twee!" Anthony keek lusteloos naar hem. „Nog maar net achttien procent," zei hij. „Hun levenskansen zijn wel laag, niet?" En daar bleef het bij, afgezien van wat losse opmerkingen die het note ren niet waard zijn, tot Pike om vier entwintig minuten over twaalf weer verscheen. Hij had een rapport bij zich over de laatste van de tien: Claude Ormiston, lekebroeder in de orde van St.-Botolp. Ormiston, zo bleek uit dit rapport, was enkele maanden geleden overge plaatst van het klooster van zijn broe derschap in Cornwall naar een nieuw in de bergen van Cumberland. Zes weken geleden had men hem daar uit gezonden met een opdracht, maar hij was niet teruggekeerd. Toen men hem ging zoeken, vond men zijn lichaam kort na het aanbreken van de dag nabij een eenzame boerderij in de heu vels. Hij was verpletterd onder de wie len van een grote vrachtauto, die door onverklaarbare oorzaak naar be neden was gerold van een heuvel waar hij voor de nacht achtergelaten was. Dit keer zweeg Lucas, terwijl Antho ny de stilte verbrak. „Dat brengt de dodental op negen," zei hij. „Negen op elf, Lucas. Als je dat uitrekent kom je op een percen tage van 81,81 tot in het oneindige... Dat was om zevenentwintig minuten over twaalf, en toen de Big Ben half één sloeg had Lucas gecapituleerd. En dit keer volledig. Hij zuchtte. „Laten we aan de slag gaan," zei hij. „Waarmee begin nen we?" „Dat moeten we de vakman vra gen." Anthony keek naar Pike. „Ver tel ons eens wat jij zou willen doen." „Een heleboel dingen, mijnheer." Pike keek ongelukkig naar Lucas. „Hier zit heel wat werk aan vast." „En mensen." Lucas was ook onge lukkig. „En geld." „Ik ben bang van wel, mijnheer,' zei Pike, en kwam terzake. „In zeke re zin is Slattery het belangrijkste. Maar over hem wil ik pas later pra ten, als u het goedvindt." Hij hield een ogenblik op om na te denken. „Los van hem zijn er drie grote din gen, die ik zou willen aanpakken, en hoe eerder hoe beter. Om te beginnen wil ik de betrokken plaatselijke poli tiekorpsen volledig rapporten vragen over de „ongelukken", met inbe grip van de persoonlijke mening van de bewuste hoofdcommissarissen. Voorts wil ik dat Evans een volledig onderzoek instelt wat er gebeurd is met Percy Bainbridge, die uit zijn huis is verdwenen. En tenslotte wil ik van de plaatselijke poliekorpsen gegevens hebben over alle bloedver wanten van alle overledenen, zodat we hun kunnen vragen of ze iets we ten van de andere mensen op die lijst. Of van majoor Messenger." Hier zweeg Pike plotseling. Hij keek naar Lucas. „De opsomming duurt niet lang," zei hij en hij glimlachte berouwvol maar er zit heel wat werk aan vast. Geloof dat!" „Het oude liedje." Lucas zuchtte^ „Te weinig mensen. Te weinig geld." Hij keek naar Anthony: „Nog opmerkin gen?" (Wordt vervolgd 4545 Het was zover. De boot was de thuishaven binnen gelopen en de passa giers maakten zich gereed, aan land te gaan. Ook de professor en z'n metgezel maak ten hun koffers klaar. Toen dat gereed was keken ze naar Priegeltje. We moeten hem nog even verborgen houden! vond professor Wiedemors. We kunnen hem maar 't best weer zolang in de botaniseertrommel meedragen, meen ik! Priegeltje keek achterdochtig naar de trommel; maar toen ze hem zeiden, dat het maar voor even was, vond hij 't niet erg meer. f X OP 22 AUGUSTUS is het een halve eeuw geleden, dat een Parijse kunst schilder, die zich naar het Musée du Louvre had begeven met het doel een kopie van een schilderij te maken, tot de ontdekking kwam, dat een der beroemdste schilderijen van het museum, de „Mona Lisa" (La Gioconda) van Da Vinei, zich niet op zijn plaats bevond. Hij sprak er over met één der bewakers. De man haalde de schouders op en zei: „Het schilderij is vermoedelijk even naar de fotografische ateliers gebrachtHet zal straks wel weer terugkomen". „La Gioconda" kwam niet terug. Tenslotte begon de suppoost het ook vreemd te vinden. Hij ging op onderzoek uit en keerde na enige tijd terug in alle staten van opwinding; het schilderij was ver dwenen. Het moest gestolen zijnTer stond werd in het museum alarm ge- dagen. Iedereen werd ondervraagd, de ge welven van het ge bouw werden door zocht. Het enige, dat men vond, was een stuk van de lijst van „La Gioconda". Het lag ergens op een keldertrap... Die avond meldden de dagbladen, dat het oeroemde schilderij gestolen was. De iiefstal werd de grote sensatie van het jaar 1911. Er werden grote beloningen uitgeloofd voor hen, die het schilderij terug kon den brengen of aan wijzingen konden ge ven, doch „La Gio conda" was en bleef weg. Elk spoor bleef ontbreken, totdat in december 1913 een cunsthandelaar te Florence een brief kreeg, waarin hem op migszins geheimzin nige wijze een schil derij werd aange boden, waarvan de briefschrijver alleen wilde zeggen, dat het zeldzaam was. De kunsthandelaar, de heer Geria, ging op het aanbod in, maar het duurde enige tijd eer hij opnieuw bericht kreeg van de man die de brief geschreven had en die zich „Leonardo Vinzenzo" noemde. Er werd een afspraak gemaakt en twee dagen later diende een man van een jaar of dertig zich aan in de kunsthandel. Zonder er verder om heen te draaien, ver telde hij, dat hij „La Gioconda" in zijn be zit had en dat hij er een half miljoen Fran se franks voor wilde hebben. De man maakte een enigszins verwarde indruk. De kunsthandelaar keek hem aan. „Ik wil het schilderij zien", zei hij. „Als het werkelijk de Da Vinci is, heb ik er wel wat voor ER WERD AFGESPROKEN, dat de kunsthandelaar de volgende dag in het ho tel van zijn bezoeker het schilderij zou mo gen zien en dat hij professor Poggi van het Uffizi Museum als deskundige zou mo gen meenemenEen dag later begaven de heren zich naar het schamele hotel, waarvan de man de naam opgegeven had. In een der dakkamers legde „Leonardo Vincenzo" een grote platte kist op het bed Hij opende de kist voorzichtig en uit een aantal fluwelen lappen kwam tenslotte een schilderij te voorschijn dat inderdaad „La Gioconda" bleek te zijn. Er was geen twijfel mogelijk! De professor zei, dat hij het nodig vond, liil W dat het kunstwerk even in de werkplaats van zijn museum op echtheid onderzocht zou worden. De man vond het goed. Het drietal wandelde er heen. Zonder dat „Leo nardo" het merkte, liet professor Poggi de politie waarschuwen. Binnen een uur zat hij in een cel op het politiebureau. ER BLEEK DAAR dat zijn ware naam Vincento Perugia was. Hij was een Italiaanse lijstenmaker, die geholpen had bij het. inlijsten van een aantal schilderij en in het Louvre. In het museum had hij er zich over geërgerd, dat Keizer Napo leon I een aantal Italiaanse meesterwer ken uit Italië naar Frankrijk had ge bracht. Hij noemde dit „diefstal" en hij had zich namens zijn vaderland willen wreken met een spectaculaire daad. Het was zijn bedoeling geweest de door hem gestolen „Gioconda" aan de Italiaanse re gering ten geschenke aan te bieden maar hij was in geldnood gekomen. Dat Da Vin ei het schilderij voor een Franse opdracht gever gemaakt had, wist hij niet.. ALVORENS de „Gioconda" aan het Lou vre terug te geven, vroeg professor Poggi één gunst; hij wilde het schilderij gedu rende een maand in zijn museum tentoon stellen. Aan het verzoek werd voldaan; duizenden Italianen kwamen het beroem de schilderij bekijken. Perugia werd ten slotte gestraft met een gevangenisstraf van anderhalf jaar. Een in 1913 gemaakte politiefoto van Vincenzo Perugia, die „La Gioconda" uit het Louvre stal. In het zuidelijk deel van de Veluwe, vooral in de omgeving van het vliegveld Deelen, heerst een konijnenplaag. De drie landbouworganisaties in Gelderland heb ben reeds overleg gepleegd met de direc teur van Faunabeheer, die naar de Veluwe is gekomen om zich op de hoogte te stel len. La Gioconda" van Da Vinei. LONDEN (UPI) Toen premier Kroesj- tsjev en andere leden van de Russische elite de ruimteman Titov op mond en wan gen kusten, deden zij voor Russische be grippen iets heel natuurlijks. In Rusland hebben mannen elkaar sinds eeuwen ge kust om hun vreugde te uiten of bij andere speciale gelegenheden. Het is in het geheel niet ongewoon in Moskou mannen elkaar in het openbaar te zien kussen, bij voor beeld wanneer zij elkaar op een station begroeten na een lange scheiding. In an dere gevallen begroet men elkaar echter met een handdruk, een klopje op de rug of met een omhelzing ofwel „accolade" zoals de Fransen het noemen, waarbij de Een dik koord scheidt thans in het Louvre „La Gioconda" van het publiek. 20. Nadat de vreemdeling zich had voorgesteld als Graaf Bueno de Rothfeller en haar een aantal aange name complimenten had gemaakt, besloot Mevrouw Knókkebies-van Tutteren hem te vergeven dat hij haar zo-maar op straat had aangesproken, en zij deelde hem dus minzaam mede, dat het bedrijf van Archibald „Props" Brauswasser inderdaad een decorverhuurderij was. De Graaf dankte haar allerbeleefdst en nam af scheid, waarbij hij haar naar oude hoofse zede de hand kuste. Het deed Mevrouw Knokkebies aangenaam aan, dit aardige gebruik na dertig jaar weer eens te ervaren. In het bedrijf, dat aanleiding tot dit gesprek was geweest, heerste intussen echter een enigszins neerslach tige stemming. Panda, die het vak graag goed wilde leren, vroeg namelijk: „Wat kwam die deurwaarder hier eigenlijk doen, meneer Props? Kwam hij geld ha len? Gaan de zaken misschien niet erg goed?" De heer Brauswasser, die nog steeds het een en ander aan zijn toilet verschikte, schudde somber het hoofd. „Ach," sprak hij, „over de zaken wil ik niet klagen; maar klanten daar schort het aan. Dat is de moderne oppervlakkigheid, jongeman; het publiek weet geen kunst meer te waarderen. Ach, een enkele klant... een échte klanteen gróte klanthoe gaarne zou ik die niet over de drempel zien komen Zijn wens zou al spoedig in vervulling gaan, want de weelderige Graaf Giorgio Bueno de Rothfeller naderde zijn voordeur al, terwijl Mevrouw Knokkebies-van Tut teren opgewekt haars weegs ging. „Wat een aardige heer," dacht zij, „zo echt een graaf. Leuk, hoor, zo'n handkus. Het is net of mijn hand ineens veel lichter is geworden Als zij eens even goed gekeken had, zou zij gezien hebben dat dit gevoel niet aalleen maar van de handkus kwam. wangen even tegen elkaar worden gelegd. De kus blijft dus gereserveerd voor spe ciale plechtige of zeer blijde gelegenheden. Vreemd genoeg is de kus onder de Rus sische vrouwen bezig te verdwijnen. Vroe ger kusten vrouwen elkaar in het openbaar veel meer dan mannen, maar wellicht heeft het toenemende gebruik van lippenstift daar iets mee te maken. Men wil elkaar immers niet graag met make up besmeuren. Rusland blijkt evenwel het enige Europese land te zijn, waar mannen elkaar op de lippen kussen. Kussen op de wang is in het geheel niet ongebruikelijk in andere delen van Europa. In Italië zul len goede vrienden elkaar op de wang kus sen om grote genegenheid of rouw uit te drukken. Vaders en zoons kussen elkaar wel eens op de mond, maar dat wordt steeds zeldzamer. Denen ook In Frankrijk kent men de omhelzing onder mannen, maar die „accolade" is dan meestal bestemd voor nationale hei den, die een decoratie krijgen, staatslie den en zeer geëerde bezoekers. De mond kus onder mannen komt niet voor. In De nemarken is de wangkus onder mannen vrij gebruikelijk en Denen beschouwen dit als een allezins aanvaardbaar „Frans ge bruik". Dat kan men niet van Zweden zéggen, waar alleen gekust wordt tussen vader en zoon, hoewel koning Gustaaf ko ninklijke bezoekers soms op de wang kust. Ook voetballers doen het wel eens, wan neer zij door enthousiasme over een prachtig doelpunt worden overmand. In Spanje komt de kus onder mannen in het openbaar niet voor, evenmin als in Duitsland. In Oost-Duitsland komt het ge bruik er echter meer en meer in en dat gebeurt dan kennelijk onder Russische in vloed. De Polen kennen de kus op de wang als een vorm van speciaal eerbe toon, vooral onder staatslieden. Men kan zeggen, dat er vier landen zijn, waar vol wassen mannen elkaar onder de meeste onhandigheden niet kussen: Nederland, Ocwlenrijk, Zwitserland en Noorwegen. LONDEN (UPI) De 51-jarige dr. Ra chel Pinney houdt op woensdagen een vrijwillig opgelegde stilte van 24 uur. De wijze waarop zij dan het contact met de wereld onderhoudt is door een lach, ja of nee geknik en korte briefjes. Met haar patiënten converseert deze vrouwelijke arts uit Londen dan door mid del van potlood en papier. Haar zoon be antwoordt de telefoon voor haar. Dr. Pinney heeft de gelofte afgelegd iedere woensdag 24 uur lang te zullen zwijgen tot er vrede heerst in de wereld en Groot-Brittannië zijn kernwapens af schaft. Als zij woensdag iemand tegenkomt, van een patiënt tot de conducteur in de bus, overhandigt zij hem een kaartje waarop aan de ene kant de woorden „stilte tot er vrede is" geschreven staat en aan de andere kant: „Ik ben van plan iedere woensdag de stilte te bewaren tot mijn land formeel kernwapens afschaft. Deze stilte zal geweldloos bewaard blijven bij elke provocatie." Dr. Pinney maakt echter twee uitzon deringen. In geval van nood of tegen jonge kinderen zal zij spreken. „Ik wil dat men aandacht schenkt aan de gruwelen van kernwapens", aldus dr. Pinney. Op een briefje aan verslaggevers schreef zij „noem me geschift zoals som mige mensen doen alle hervormers zijn voor zonderlingen uitgemaakt." Dr. Pinney heeft het begin van haar we kelijkse stilte-actie laten samenvallen met de zestiende herdenking van de kernbom aanval op Nagasaki. Cepi-'oM P I 8 ée. h

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 7