ff
KED [Êjt]
ll
„HEREXAMEN" van Wim Kan
en zijn A.B.C.-cabaret
mm
Jxiat-taüa
ijl
John Osborne hangt
vuile was buiten
De negen muzen
m
INDRUKKEN VAN EEN
REIS DOOR ISRAEL
I
ZATERDAG 19 AUGUSTUS 1961
4
David Koning
Kerkelijk nieuws
„Das Dreimadlerhaus" bij
de Hoofdstad Operette
N.V. MIJ. „HOISTER" - OVERVEEN
Centrale verwarming
Airconditioning
Aut. oliestook
elevistefirogramma
lig
mm
De radio geeft zondag
De radio geeft maandag
SLAVERNIJ
VRAGEN
SEX
NERVOSITEIT
FLITS
„NOOIT KAN JE IETS met succes be
lachelijk maken, wat al niet een klein
beetje belachelijk is." Dit is één van de
elf spreuken misschien niet toevallig,
dit gekkengetal van Wim Kan, die de
grootmeester van de Nederlandse klein
kunst in het jubileumprogramma van zijn
A.B.C.-cabaret heeft laten afdrukken. De
waarheid daarvan staat, loopt en zit hij
tijdens het deze week in het Haagse Dili-
gentia begonnen „Herexamen" bijna vijf
kwartier lang (nou ja, lengte is een be
trekkelijk begrip: velen zullen zijn confé
rences altijd te kort blijven vinden, maar
dat moet ook) sprekend en zingend te be
wijzen. Het applaus na afloop geeft ondub
belzinnig te kennen, dat hij geslaagd is.
De criticus zou hem niettemin, om school
meesterachtig in de termen te vallen, moe
ten toevoegen: „maar het kan nog beter."
Doch zo'n aansporing is niet nodig. Zo
langzamerhand weet men immers wel, dat
een dergelijk wisselspel met de werkelijk
heid pas na weken of maanden van toe
geven en terugnemen een verrukkelijke
aaneenschakeling van verrassingen wordt.
VIJFENTWINTIG JAAR A.B.C.-cabaret
begonnen in het Leidsepleintheater te Am
sterdam in 1936 met „Daar zit muziek in"
onder leiding van Louis Gimberg, met tek
sten van Cor Hermus onder anderen.. Er
is veel veranderd, ook muzikaal: de vro
lijkheid wordt niet alleen begeleid door
pianist Ru van Veen maar nu tevens aan
geblazen door trompettist Kees Vlak, doch
één ding is gebleven en wel de steun van
Corry Vonk, die zowaar in deze feestelijke
revue haar creatie van Dokter Fókkema-
uut-tnoordn laat herleven. In de voorstel
ling die ik bijwoonde, bezorgde 't publiek
haar een bijzonder hartelijke ontvangst.
Terecht want getuigt Wim Kan niet zelf:
„Ik ben geen man uit één stuk, ik ben
integendeel opgetrokken uit ontelbarestuk-
jes twijfel, tezamen gehouden door mijn
vrouw" in zijn kolom gedrukte gedach
ten? Dat zij daarbij een rasartieste is,
met een zeer persoonlijke trefkracht zowel
in het sentimentele als in het agressief
parodistische, laat zij in „Zuster CorrioJp"
(een bijdrage van Toon Hermans, die be
neden de beminnelijk bizarre bedoelingen
uitloopt) en „De kleine soldaat" overtui
gend blijken.
ALS DERDE NAAM met rode letters
tussen het zwart van de overige medewer
kenden prijkt die van Maya Bouma op
het affiche. Dat zij die onderscheiding
waard is, bewijst zij met „Ik ben niet zo'n
meisje dat lift" en „De violoncelliste"
royaal. Het zijn twee hoogtepunten van het
gedeelte voor de pauze. Dat dit beslist niet
het karakter van „wachten op wat daar
na komen gaat" draagt, is voorts mede
te danken aan de gelukkige omstandigheid
dat Wim Kan voor de meeste nummers
zelf de opmerkelijk geestige teksten
schreef, waarvan het lallende loflied op de
werktijdverkorting wel de meeste en nog
lang nagezongen hilariteit verwekt. Het
wordt gezongen door Jacco van Rennesse
met Henk Elsink, welke laatste ook met
een niet onaardige eigen persiflage op de
hausse in „nieuw antiek" acte de présence
geeft. Vooral met „Pluche" legt Annelies
Bouma een beetje a la Lia Dorana een aan
trekkelijke proeve van bekwaamheid af.
Verder treden op: Sant Heijermans (als
„Tiener van toen") en de jongeren Philip
pine Aeckerlin, Jenny Arean, Eva Gosler
en René Frank
BEHALVE TOON HERMANS heeft ook
Wim Sonneveld een bijdrage aan dit jubi
leum geleverd: de regie van een door Seth
Gaaikema vervaardigde „musical in zak
formaat" en van de bloemlezing uit reper
toire van vroeger. Deze samenwerking van
prominenten in het vak is even verheugend
als logisch: het hoge niveau van het Ne
derlandse cabaret is mede te danken aan
de gelijkwaardigheid van overigens onge
lijksoortige tegenspelers. Albert Mol ver
zorgde de choreografie zoals we dat van
hem gewend zijn, rijk aan dolle varianten
op gewone gedragingen. Pas achteraf be
seft men wat er in een kwart eeuw ver
anderd is op het kleine toneel, dat een
lachspiegel van de grote wereld wil zijn:
„Herexamen" begint met oud-nieuws-be-
richten uit de vooroorlogse crisisjaren en
eindigt met een spoth'ed op de hoogcon
junctuur.
HOE LEUK HET ALLEMAAL ook mag
zijn, iedereen gaat er toch weer anders
voor zitten als na de pauze Wim Kan
verschijnt, eerst met imitaties van zulke
uitersten als minister Luns en Jacques Ta-
ti, dan als venter van prentbriefkaarten te
midden der toeschouwers en ten slotte zes
tig minuten achter elkaar als humorist in
de levensgrote betekenis van dat woord.
Simon Carmiggelt en anderen (wier namen
op de voorpagina's van de kranten figu
reren) hielpen Wim Kan respectievelijk op
verzoek en onvrijwillig aan de stof om zijn
malle meditaties van te weven. Zijn unie
ke kwaliteiten zijn in deze kolommen reeds
zo dikwijls geanalyseerd en geprezen, dat
wij ditkeer kunnen volstaan met het sig
naleren van een verscherping van de
maatschappijcritiek door middel van het
ridiculiseren. Een paar al te bekende
grappen en reeds eerder beproefde lach-
werkjes zullen vermoedelijk gauw genoeg
door nieuwe vondsten vervangen worden.
De beide liedjes „Nieuw Gui Nee Ja"
Wim Kan, als straatmuzikant, trekt
de zaal in.
en „Tam tam" zijn van Seth Gaaikema,
waarbij opgemerkt moet worden dat het
ene nog beter is dan het andere.
NIET VOOR NIETS heeft Wim Kan dit
programma „Herexamen" genoemd. Hij
zou al zijn programma's die titel hebben
kunnen geven, want voor hem is ieder op
treden een krachtmeting van eigenwijsheid
met een nameloze massa van andersden
kenden. Maar bij het bereiken van een
kroonjaar in een zo succesrijke carrière
onthult deze keuze tevens de steeds weer
als noodzakelijk gevoelde bezinning op
kansen tot promotie van de eigen moge
lijkheden, die de waarachtige kunstenaar
kenmerkt.
Ned. Herv. Kerk
Beroepen te Blij a L. J. van der Kam
te Berkenwoude; te Drachten J. G. H. Eg-
gink te Avereest; te Dedemsvaart J. Plas
man te Gieterveen; te Boven-Hardinxveld
A. Gooyer te Sommelsdijk.
Geref. Kerken
Beroepen te Abcoude J. J. Kuiper, kand.
te Sassenheim.
Geref. Gemeenten
Bedankt voor Genemuiden A. Hofman
te Zeist.
Geref. Gemeenten
Bedankt voor Norwitz (Ontario, Canada)
A. Vergunst te Rotterdam-Centrum.
De Hoofdstad Operette zal het komend
seizoen voor de eerste maal op 2 sep
tember in „Gooiland" te Hilversum
„Das Dreimadlerhaus" opvoeren, met mu
ziek van Franz Schubert, voor het toneel
bewerkt door Heinrich Berté, naar een li
bretto van dr. A. M. Willner en Heinz
Reichert.
In „Das Dreimadlerhaus" zullen enige
nieuwe solisten optreden, te weten: Cora
van Doesburg (die voorheen optrad bij
Forum) en Rosita Tamara.
De artistieke leiding is opgedragen aan
Franz Riffel, die ruim vierentwintig jaar
als eerste regisseur aan het Stadttheater
te Baden (bij Wenen) verbonden is ge
weest. De muzikale leiding heeft dirigent
Ger. Terwiel. Alfred Salten heeft de spe
ciale muzikale arrangementen gemaakt.
De kostuums zijn ontworpen door mevr.
Reiss-Kromes; dé decors door Karei
Bruckman.
Advertentie
Tel K 2500 - 60002, 57290 en 57833
In het links georiënteerde Britse
weekblad „Tribune" is een brief gepubli
ceerd van John Osborne, de toneelschrij
ver, die beschouwd wordt als de eerste
der „angTy yoamg men". De schrijver van
„Look back in Anger" vertoeft thans aan
de Riviera, waar hij aan een nieuw stuk
werkt.
De „Brief van de haat", die in de „Tri
bune" is verschenen, bevatte onder meer
„Dit is een brief van haat aan u, mijn
landgenoten, en ik bedoel die landgeno
ten die mijn land bezoedeld hebben'
Zich richtend tot de Britse leiders schreef
Osborne „Er is moord in mijn gedachten
en een mes in mijn hart voor elk van u
„Macmillan en u Gaitskell in het bijzon
der". „Ik wilde wel, dat wij jullie kon
den ophangen met de vuile was aan die
vervloekte Oder-Neisse lijn van jullie. Ik
ben bereid u te zien sterven voor het
westen, als ik mijn stukje ervan tenminste
kan behouden. U kunt allen de dood in
voor Berlijn".
Osborne maakte zijn eigen opvattingen
over de crisis-Berlijn niet bekend, maar
de redacteur van „Tribune", Richard
Clements, schreef in een bijschrift: „Ik
geloof, dat ik begrijp wat hij bedoelt. De
toestand in Berlijn ontwikkelt zich tot een
ramp en niemand schijnt in staat er iets
aan te doen. Ik denk dat hij het volk wak
ker wil schudden". Osborne beëindigde
zijn brief met „Vervloekt Engeland. Nu
rot je en spoedig zal je verdwijnen".
Historisch Instituut. Tot tijdelijk :e-
cretaris bij het Nederlands Historisch In
stituut te Rome is benoemd drs. J. Offer
haus, aan wie ontslag is verleend als we
tenschappelijk ambtenaar in vaste dienst
bij het Rijksmuseum te Amsterdam.
VOOR ZATERDAG
NTS 14.0015 30 Cricketrep uit Londen. 15 30—
17 00 Rep. zwemmen en schoonsprmgen te Zwol
le. VARA: 17.00-17.3r Voor de kinderen. NTS
20 00 Journaal en weeroverz. VARA: 20.20 Gezel
schapsspel 20.50 Instr. sext. en solist. 21.00 Act
21.30—22.20 Operetteprogramma.
VOOR ZONDAG
NTS: 16.00—17.30 Zwemmen en sehoonspringen
VPRO: 20.00 Gesprek aan de schrijftafel, lezing
20.10 Oude filmfragm. 20.35 Kunstprogr. 21.35
Film. NTS: 22.00—22.30 Sport in beeld.
VOOR MAANDAG
NTS: 20.00 Journ. en weeroverz NCRV: 20.20
Actueel progr. 20.30 Film. 20.55 Licht progr. 21.15
Documentaire film. 22.10 Dagsluiting.
Heilig vuur in het Heilige Land
WIE OP DE luchthaven Lod onge
veer in het geografische middelpunt van
Israel uit een vliegtuig stapt, krijgt be
paald niet dadelijk de indruk, in het Hei
lige Land te zijn aangekomen. Mocht hij
tfj'dens de vlucht hebben zitten dromen
aver de historie van het oude Kanaan, dan
zal "het wellicht wBt "ontnuchterend óp hem
werken dat hij bij zijn aankomst onder
meer begroet wordt door lichtreclames
van twee ondernemingen van Nederlandse
oorsprong, die hem laten weten dat hij in
Israel dezelfde radio- en margarine-pro-
dukten kan kopen als thuis. Alleen wat
duurder.
De hele aankomst op Lod is trouwens
nogal ontnuchterend. Passagiershallen van
luchthavens zijn nergens ter wereld bij
zonder romantisch, maar die van Lod zijn
het al héél weinig; het zijn niet veel meer
dan kale loodsen en de atmosfeer erbinnen
is zakelijk, ietwat ambtelijk en een beetje
naargeestig. Bij de douanecontrole is er
hetzelfde rommelige gedoe als overal el
ders op vliegvelden en bij het omwisselen
van buitenlandse deviezen wordt men al
dadelijk geconfronteerd met een voor
vreemdelingen nogal verwarrende situatie:
het Israëlische pond heeft twee wisselkoer
sen, één voor de handel en één (die 20
percent goedkoper is) voor toeristen; het
is verdeeld in honderd agoroth die door
sommige inwoners echter piasters en door
andere groesj worden genoemd, terwijl er
bovendien nog dikwijls wordt gerekend in
proetoth eenheden van een-duizendste
pond die officieel zijn afgeschaft maar
waarin tooh nog veel in omloop zijnde
munten blijken te zijn uitgedrukt....
De Europese bezoeker die, afgaande op
de portretten van een aantal prominente
Israëliërs, mocht hebt en gemeend dat Is
rael in overwegende mate een stukje Wes
terse wereld is dat zich in het Nabije Oos
ten heeft genesteld, merkt tijdens de rit
van Lod naar Tel Aviv al dat hij zich
daarin heeft vergist. In West-Europa, waar
de exodus van Duitse en Oosteuropese Jo
den veel meer tot de verbeelding sprak
(en zich trouwens veel dichter bij huis vol
trok) dan die van Joden uit andere we
relddelen, kon bij velen gemakkelijk het
misverstand postvatten dat Israel voorna
melijk een land van Europeanen is, met
slechts hier en daar als overblijfsel van
de voor-zionistische tijd een nederzet
ting van lieden die écht. in het Nabije Oos
ten thuis horen. Maar in feite is het zo,
dat zelfs na de massale migratie van hen,
die ternauwernood aan de moordlust der
nazi's zijn ontsnapt, de voormalig Europe
se Joden in Israel een minderheid vor
men, zij het ook een flinke minderheid.
Van de meer dan tachtig landen waaruit
Joden in grotere of kleinere aantallen naar
Israel zijn gestroomd, liggen et heel wat
in Azië en Afrika. Het gevolg is hiervan,
dat slechts één-derde van de huidige be
volking in Europa is geboren; van de rest
komt bijna de helft uit Azië en Afrika,
terwijl de andere helft (afgezien van een
klein aantal Amerikanen en Australiërs)
uit geboren Israëliërs bestaat. Met andere
woorden: op een totale bevolking van on
geveer 2,2 miljoen zijn er bijna anderhalf
miljoen Israëliërs voor wie Europa en
de Westerse wereld in het algemeen een
gebied is waarmee zij slechts weinig of
in 't geheel geen persoonlijke binding heb
ben.
Dit merkt men, zoals gezegd, al bij
zonder vlug. De Oosterlingen blijken in 't
geheel geen zeldzame verschijningen te
zijn die men in afgelegen nederzettingen
moet gaan opzoeken. De taxi-chauffeur,
die u in ijltempo naar Tel Aviv rijdt, komt
misschien uit Pakistan, misschien uit Irak;
de man aan het stuur van de vrachtauto,
die u met een levensgevaarlijke manoeu
vre inhaalt, zou een Egyptenaar, maar
even goed een Marokkaan kunnen zijn.
De inwoners van Oosterse afkomst zijn
echter lang niet allemaal op deze manier
geëmancipeerd en gemotoriseerd; door
sommige wordt de muilezel nog altijd in
ere gehouden en er is menige Arabische
familie waarvan het ene lid in de statige
traditionele dracht gekleed is en het an
dere in een modern sporthemd met korte
mouwen. Maar, in welke kledij en in welke
functie danook, Oosterlingen ontmoet men
overal en in grote getale, en zij geven aan
allerlei facetten van het leven in Israel
een Oosters aanzien.
Deze' mengeling van Europees en Oos
ters doet bij de eerste kennismaking wat
rommelig aan en dat rommelige maakt
ook weer, dat men bepaald niet het ge
voel krijgt, in het Heilige Land te zijn
aangekomen. Maar toch is het beslist niet
waar, wat een orthodoxe Jood tegen Pe
trus Huigens, de auteur van een zeer
lezenswaardig pocketboek over Israel, zei:
„Wie naar Israel komt, verwacht een hei
lig land te vinden maar het is een on
heilig land. Wie hier heen komt met hoge
verwachtingen, die vindt een doorsnee-
Balkanland.(„Israël, land van de Bij
bel, land van de toekomst"; Uitg. Bosch
Keuning, Baarn.) Deze uitspraak berust
ongetwijfeld op de teleurstelling van een
gelovig man die, zoals vele andere ortho
doxe Joden, graag gezien had dat Israel
een religieus-Joods land zou zijn gewor
den, misschien zelfs wel een theocratische
republiek bestuurd door rabbijnen. En dat
is Israel zeer zeker niet; de wettelijke
waarborg van godsdienstvrijheid verze
kert gelijkstelling van de Joodse met alle
andere godsdiensten (waarvan er in het
land heel wat vertegenwoordigd zijn
van het Christendom via de Islam tot de
Baha'i) en dit betekent tevens dat de re
gering een lekenregenng is, die volkomen
los staat van het rabbinaat, al is dat laat
ste op sommige gebieden wel heel invloed
rijk. Volgens betrouwbare gegevens heeft
meer dan de helft van de Joodse bevol-
king^van Israel in 't geheel geen of slechts
zeer "zwakke banden met het formele gods
dienstige leven. In dat opzicht is het dus
inderdaad geen heilig land.
Maar „onheilig" en „een doorsnee-Bal-
kanland" is Israel toch evenmin. Want
Israel heeft iets dat de buitenlandse be
zoeker vrijwel onmiddellijk treft en dat het
in zijn ogen huizenhoog verheft boven dat
wat de term „doorsnee-Balkanland", fi
guurlijk gebruikt, pleegt uit te drukken.
En dat is het innerlijke vuur, het waarlijk
heilige vuur waarmee de Israëliërs aan
de ontwikkeling van het land werken. Dank
zij dat vuur zijn zij in staat vlak langs
de door prikkeldraad versperde wapen
stilstandsgrens, onder de ogen van zwaar
gewapende Egyptische of Jordaanse solda
ten aan de andere kant van dat prikkel
draad, niet alleen rustig hun bestaande
v'
akkers te bewerken maar ook steeds meer
oude woestijngrond in nieuwe akkers om
te toveren en nieuwe woningen te bouwen
met het uitzicht op. .„de vijand". Dat vuur
brandt zo fel in deze mensen, juist in deze
grensstreken,'cfóit er voor hen geen Arabisch
gevaar lijkt te bestaan, althans niet in die
zin dat het hun toekomstdromen verstoort;
zij laten het aan sommige van de in be
trekkelijke veiligheid levende inwoners dei-
grote steden over, zich zorgen te maken
over de Arabische dreiging. Alleen dat
heilige vuur maakt het hun mogelijk, on
der een blakerende zon, bij temperaturen
van veertig graden Celsius en meer, met
onblusbare energie de zware lichaamsar-
beid te verrichten die nodig is om van on
metelijke stukken woestijn de harde rots-
laag te verwijderen waaronder de vrucht
bare aarde van het „land van melk en ho
ning" verborgen ligt.
Overal waar men komt in Israël ont
moet men mensen die worden bezield en
aangedreven door dat heilige vuur, dat hen
in staat stelt ontberingen te doorstaan,
moeilijkheden te overwinnen, gevaren te
trotseren. Ook in die meerderheid van de
Israëliërs die zich weinig of niets gelegen
laten liggen aan religieuse voorschriften
kan men toch iets bespeuren dat met een
onwankelbaar vertrouwen in de goddelij
ke voorzienigheid zou kunnen noemen, ook
al is dat vertrouwen misschien maar half
bewust of in sommige gevallen zelfs ge
heel onbewust. Maar het is een vertrou
wen dat vaak duidelijk uit hun ogen
straalt en dat voor de vreemdeling veel
verklaart van het wonder, dat het moder
ne Israël in vele opzichten is.
Als men met Israëliërs hierover spreekt,
kan men twee verschillende opvattingen
vernemen. Een weinig godsdienstige of ge
heel ongodsdienstige Israëliër zal in de
meeste gevallen zeggen: „Wij putten be
zieling uit de gedachte dat wij nu einde
lijk in ons eigen land wonen en niet in een
'WW.*VV '^wvv^, /-v
land waar we door de meerderheid van de
bevolking slechts woraen geduld." Of, zo
als een uit Italië afkomstige taxichauffeur
het in eenvoudige woorden, maar met een
gelaatsuitdrukking die boekendelen sprak,
formuleerde: „Hier ben ik bij> "mezelf
tHu+S." ,not
In orthodox-Joodse kringen zal men u
een ander antwoord geven. „In de bijbel,
in Ezechiël 36, is het herstel van Israël
voorspeld; daar staat hoe ons volk uit al
le landen hierheen zal terugkeren. En er
staat '0, bergen Israels, gij zult weder uw
takken geven en uw vrucht voor Mijn volk
Israel dragen". Kan het dan iemand ver
wonderen dat onze mannen en vrouwen de
grond met zoveel overgave bewerken, we
tend dat zij daardoor meehelpen hef bij
belwoord tot zichtbare werkelijkheid te
maken? En in hetzelfde hoofdstuk staat
immers: „Een nieuw hart zal ik u geven
en een nieuwen geest in uw binnenste.
Verbaast het u dan dat die nieuwe geest
hier overal om u heen bemerkbaar is?"
Alleen al door de aanwezigheid van die
nieuwe geest, van die bezieling, is Israel
zeer zeker geen „onheilig" land. Ook al is
het dan niet meer het Heilige Land van de
bijbel, gemoderniseerd als het nu eenmaal
is door allerlei produkten van twintigste-
eeuwse wetenschap en techniek en door
tal van ideeën die door de orthodoxie als
„ketters" worden verfoeid, het is toch wel
een land met een bevolking waarin zóveel
heilig vuur brandt dat men er, als vreem
deling, alleen maar stil en nederig kan
luisteren en kijken. Want wij zijn er niet
meer aan gewend dat mensen bij hun da
gelijkse arbeid gedreven worden door iets
anders, iets hogers, iets dat minder „rea
listisch" maar meer bezielend is, dan het
verlangen naar een zo gunstig mogelijke
financiële situatie. En in Israel kan men dat
werkelijk nog of beter gezegd: weer
beleven.
Simon Koster
jjjptiwg
WWWSS
KWfo;,H|PiW
A A riKOHDIGIHGEM rr, BESCHOUWI/ÏGEN
HILVERSUM I. 402 m. 8.00 KRO. 9.30 NCRV.
10.00 IKOR. 12.00 NCRV. 12.15 KRO.
17.00 Convent v. Kerken. 18.30 NCRV.
19.45—24.00 KRO.
KRO 8.00 Nieuws. 8.15 Gram. 8.25 Hoogmis.
NCRV. 9.30 Nieuws en waterst. 9.45 Gram. IKOR:
10.00 Oud-Katholieke H. Mis. 11.30 Vragenbeantw.
11.45 De kerk in de spiegel van de pers, lezing.
NCRV: 12.00 Orgeleonc. KRO: 12.15 Buitenlands
comm. 12.25 Lichte muz. 13.00 Nieuws. 13.05 De
hand aan de ploeg, lezing. 13.10 Gram. 13.30 Lich
te muz. 13.50 Gram. 14.50 Koorzang. 15.10 Gram.
16.00 Sport. 16.30 Vespers. Convent van Kerken:
17.00 Geref, kerkdienst. 18.15 Gesprek met de
jeugd. NCRV: 18.30 Koorzang. 19.00 Nieuws uit
de kerken. 19.05 Kinderkoor. 19 30 Gemeenschap
der heiligen, lezing. KRO: 19.45 Nieuws. 20.00
Gram. 20.30 Act 20.35 Gram. 21.30 De kleine Jo
hannes. hoorspel. 22.15 Gram. 22.25 Boekbespr.
22.30 Nieuws. 22.40 Avondgebed. 22.55 Gram. 23.25
Gram. 23.5524.00 Nieuws.
HILVERSUM II. 298 m. 8.00 VARA. 12.00 AVRO.
17.00 VARA. 18.30 VPRO. 19.00 IKOR.
20.00—24.00 AVRO.
VARA: 8.00 Nieuws en postduivenber. 8.18 Voor
het platteland 8.30 Gevar. progr. 9.45 Geestelijk
leven, toespr. 10.00 Gram. 10.35 Brieven van be
roemde kmderen. 10.55 Promenade-ork. en viool.
11.30 Licht progr, AVRO: 12.00 Gram. (12.30—12.32
Meded. en postduivenber.). 13.00 Nieuws. 13.07
De toestand in de wereld, lezmg. 13.20 Verzoek-
progr. voor de soldaten. 14.00 Boekbespr. 14.20
Omr.ork. en piano. 15.30 Vijf hindernissen, lezing
(II). 15.45 Volksliedjes. 16.00 Dansork 16-30 Sport-
revue VARA 17.00 Amus.mpz. 17.30 Voor de
jeugd. 17.50 Nieuws, sportuitsl. en sportjournaal.
VPRO: 18.30 Ned. Herv. kerkd. IKOR: 19.00 Voor
de jeugd. 19.30 De Open Deur, lezing. AVRO:
20.00 Nieuws. 20.05 Gram. 20.35 Bij ons thuis,
gesprek. 20.45 Der Zigeunerbaron, operette. 22.00
Gram. 22 30 Nieuws en meded. 22.45 Act. 23,00
Hammondorgel en zang 23.15 New York calling.
23.20 Gram. 23.5524.00 Nieuws.
BLOEMENDAAL. 245.3 m - 1223 kC/.
9.30 ds. G. Toornvliet, Bloemendaal. 11.00 ds.
K. M. R. v. d. Beek, Arnhem - dienst voor be
langstellenden. 14.45 Kinderdienst. 15.30 ds. N.
Korenhoff, Amsterdam.
BRUSSEL. 324 IJl
12.00 Nieuws 12.02 Volksliederen. 12.15 Amus.-
ork. (12.30—12.35 Weerber.). 13.00 Nieuws. 13.15
Voor de soldaten. 14.00 Opera- en Belcanto-eonc.
15.30 Sport. 17.00 Sportberichten en nieuws. 17.10
Lichte muz. 17.50 Pianorecital. 18.30 Godsd. uitz.
19.00 Nieuws. 19.30 Gevar. muziek. 22 00 Nieuws.
22.15 Lichte muz 23.00 Nieuws. 23.05 Lichte muz.
23.5524.00 Nieuws.
HILVERSUM I. 402 m. 7.00—24.00 NCRV.
NCRV: 7.00 Nieuws. 7.10 Gram. 7.30 Gewijde
muz. 7.50 Meditatie. 8.00 Nieuws. 8.15 Radiokrant.
8.35 Gram. 9.00 Voor de zieken. 9.35 Waterst. 9.40
Voor de vrouw 10.10 Gram. 10.20 Theologische
etherleergang. 11.05 Sopr., fluit en clavecimbel.
11.35 Voordracht. 11.55 Gram. 12.25 Voor boer en
tuinder. 12.30 Land- en tuinb.meded. 12.33 Lichte
muz. 12.55 Gram. of act. 13.00 Nieuws 13.15 Man-
doline-ens. 13.45 Gram. 14.00 Idem. 14.30 Viool en
Piano. 15.00 Gram. 15.50 Idem. 16.00 Bijbelover
denking. 16.30 Strijkkwart. 16.50 Gram. 17.00 Voor
de kleuters. 17.15 Gram. 17.30 Idem. 17.40 Beurs-
ber. 17.45 Regeringsuitz.: Stad en land in Zuid
Nieuw-Guinea, door S. van der Goot. 18.00 Orgel
spel. 18.30 Gram. 19.00 Nieuws. 19.10 Volksliederen.
19.30 Radiokrant. 19.50 Gram. 20.15 Het conflict,
hoorsp. 21.25 Pianorecital. 21.55 Nieuwe verken
ningen in Zuid-Afrika, lezing. 22.10 Vocaal ens.
22.30 Nieuws. 22.40 Avondoverdenking. 22.55 Boek
bespreking 23.05 Metropole-orkest. 23.30 Gram.
23.55 24.00 Nieuws.
HILVERSUM II. 298 m. 7.00 VARA. 10.00 VPRO.
10.20—24.00 VARA.
VARA: 7.00 Nieuws. 7.10 Gymn. 7.23 Gram. 8.00
Nieuws. 8.18 Gram. 9.00 Gymn. voor de vrouw.
9.10 Gram. VPRO: 10.00 Muziek: Wat doet het
je?, lezing. VARA: 10.20 Gram. 11.15 Voordr. 11.35
Gram. 12.00 Lichte muz. 12.30 Land- en tuinb.-
meded. 12.33 Voor het platteland. 12.38 Gram.
13.00 Nieuws. 13.15 Voor de middenstand. 13.20
Lichte muz. 13.45 Weerzien met Rusland, lezing.
14 00 Pianorecital. 14.15 Villa Beukenweelde, hoor
spel. 15.55 Zestig minuten voor boven de zestig.
16.55 Oude liedjes. 17.10 Gram. 17.40 Hammond-
orgelspel 18.00 Nieuws en comm. 18.20 Amus.-
muz. 18.50 Act. 19.00 Fanfare-ork. 19.15 Regerings-
uitzend.: Bescherming Bevolking vraagt uw aan
dacht. 19.30 Dansmuz. 20.00 Nieuws. 20.05 Lichte
muziek. 20.35 Zorg voor bejaarden, gesprek. 21.05
Gram. 21.40 Kamerorkest en solist. 22.30 Nieuws.
22.40 Omr.orkest 23.15 Gram. 23.35 Gram. 23.55—
24.00 Nieuws.
BRUSSEL. 324 m
12.00 Nieuws. 12.02 Gram. 12.30 Weerber. 12.35
Voor de landbouw. 12.42 Gram. 12.50 Beursber.
13 00 Nieuws. 13.15 Lichte muz. 14.00 Operettemuz.
15.00 Gevar. muziek. 16.00 Beursber. 16 06 Gram.
16.15 Bailetmuz 17.00 Nieuws. 17.15 Lichte muz.
17 45 Gram. 18 00 Kamermuz. 18.20 Voor de sold.
18.50 Gram. 19.00 Nieuws. 19 40 Gram. 20.00 Ork-
conc. 21.30 Jazzmuz. 22.00 Nieuws. 22.15 Lichte
muz. 22.55 Nieuws. 23.00 Voor de zeelieden.
Zo nu en dan komen, zelfs in Neder
land, nog gevallen van slavernij aan
't licht. Zo deelt het Nieuwsblad
van het Noorden mede:
Dokter Jan Niehoff te Beilen,
schrijver en dichter in de regionale
taal van Groningen, behoort tot
één der Groninger kunstenaars die
met Groninger coasters een reis
maken op uitnodiging van het
Koninklijk Zeemanscollege „De
Groninger Eendracht".
Renold Chains Continental Limited
vraagt, per advertentie in Het
Parool, een assiste.ite op de
techn.-commerc. afd.:
„naast een vlotte steno-typiste in
Nederlands en Engels, dient zij
zelfstandig te kunnen correspon
deren, als een schakel tussen de
fabrieken welke wij vertegen
woordigen en onze afnemers".
De eerste vraag is: als die vlotte
steno-typiste naast haar er nu eens
niet is, hoeft zij dan ook niet te
corresponderen?
De tweede: hoe correspondeert een
schakel?
Elseviers Weekblad lijdt aan
sexuele verwarring. Het schrijft:
„wij krijgen de indruk dat het
ambtenarengerecht niet goed weet
hoe zij de heer F. H. v. d. Putten
recht zal doen."
De Telegraaf vertelt dat Wim
Kan op zijn première
„brandnerveus, maar subliem"
was.
Ik zie de tegenstelling tussen brand
nerveus en subliem niet, maar dat
komt waarschijnlijk omdat ik niet
weet hoe nerveus een brand is.
Over de zelfde Kan-première schrijft
De (zelfde) Telegraaf:
„het begon zo onschuldig, het
wordt nog eens herhaald en dan
flits en méé is de zaal".
Na drie maal mag zo'n zaal (flits)
ook wel méé gaan.