DE DODENLIJST VAN
ADRIAN MESSENGER
PRIEGELTJES GROTE REIS
ALBERT MAGNUS en de
zucht naar schoner leven
Volgende week...
Discussie over Judas in
de moderne litteratuur
PANDA EN DE MEESTERT)? HE FF ER
Polle
Ons vervolgverhaal
„Lady Chatterley" op de
planken gevallen
Londen krijgt zijn
„Euromast"
^Hoe is hel ontstaan?^
ZATERDAG 19 AUGUSTUS 1961
PHILIP MACDONALD
Oorspronkelijke titel:
The list of Adrian Messenger
S&
Plastic uit mais
mmêmMmammumammigêm
Dit woord:
ONBESCHOFT
7. De vriendjes zijn met hun schip wel in een echte orkaan verzeild, want
nu komt er weer een golf, die de mooie schoorstenen wegslaat! „Gaat het
goed daarboven?", vraagt Pingo vanuit de stuurhut. „Er komt nog steeds
rook uit", zegt Polle, „en dat is de hoofdzaak". „We weten, wat ons te doen
staat", zegt Pelli, „zodra we uit de storm zijn geraakt, valt er heel wat
te timmeren, dat is zeker!"
I
14)
„Aha!" Raoul toonde zich opgeto
gen en stak zijn hand uit, die Antho
ny drukte. „Neemt u mij niet kwalijk,
dat ik mijn linkerhand geef, maar als
ik de andere gebruik doen mijn rib
ben pijn". Hij ging op de rand van
het bed zitten. „Het doet mij wel bij
zonder genoegen, mijnheer, u te kun
nen vertellen dat u dan de enige offi
cier van de Etat-major van de inlich
tingendienst bent geweest, die ons
precies de hulp heeft gezonden, die
we nodig hadder en op het juiste ogen
blik ook".
Hij haalde het pakje Caporals te
voorschijn en bood een sigaret aan,
zonder zich dit keer te verontschuldi
gen.
Anthony nam er een. „Soms breng
ik de moed op", zei hij. En dan: „U
zult u afvragen hoe ik u gevonden heb
en wat ik van u wil". Hij stak de si
garet aan. „De zaak is dat ik wel eens
opdrachten voor de regering uitvoer.
Soms diplomatieke, soms voor de in
lichtingendienst".
„Ach, natuurlijk!" Raoul had de
verdwenen herinnering achterhaald.
„Gettrine! Mijn hoofdredacteur heeft
een keer de mogelijkheid geopperd
dat ik een artikel over u zou schrij
ven. Hij noemde u de Engelse Lecoq,
en daar had hij misschien wel gelijk
in". Hij grinnikte. „Het is wel heel
knap om het verband tussen Raoul
Saint-Denis en Ajax vast te stellen!"
„O, maar dat ging vanzelf". Antho
ny lachte. „Zuiver geluk en een inlich
ting van de Geheime Dienst..Ik heb
alleen maar wat op dat kaartje ge
schreven om te verzekeren dat u me
zou ontvangen. Ik vermoedde dat u
wel een heleboel vragen over dat
vliegtuigongeluk gehad zou hebben".
„En u wilt er nog meer stellen?"
Raoul haalde een wenkbrauw op. „Als
het maar niet te veel wordt".
„Dat denk ik niet. Ik wil namelijk
niet over het ongeluk zelf praten, maar
over Adrian Messenger, de man die
u bijna gered hebt".
„Dat is merkwaardig!" Raoul keek
verrast op. „Vlak voor u had ik iemand
anders op bezoek, die het ook al over
die arme man had. Een familielid".
Zijn blik vloog naar het schrijfbureau.
„Wat wilt u over hem te weten ko
men?"
„Hoe meer hoe liever", zei Antho
ny. „Hebt u hem voor het ongeluk nog
gesproken? Zo ja, wat zei hij toen?
Zo niet, hebt u hem dan gadegesla
gen en hoe was zijn gedrag? En ten
slotte, heeft hij tegen u gesproken toen
u samen in zee dreef? En, zo ja, kunt
u zich herinneren wat hij zei?"
„Is dat alles?" vroeg Raoul. „Voor
uit dan. Tijden? de vliegtocht heb ik
niet speciaal op hem gelet En we
hebben geen woord gewisseld. Dat is
heel eenvoudig". Hij pauzeerde. „Toen
we in zee gegooid werden en ik hem
opviste was hijj eerst bewusteloos,
maar later praatte hij. Hij was echter
aan het hoofd gewond en het was war
taal".
„Kunt u zich er nog iets van her
inneren?"
„Het waren in hoofdzaak namen
van personen. Wilt u die horen? En
de rest was gewoon nonsens".
Anthony onderdrukte een glimlach.
„Wat ik wil weten is alles wat Mes
senger zei. In de juiste volgorde, en
ongeacht of het onzin was of niet. Het
zal waarschijnlijk niet helpen, maar
ik mag de mogelijkheid niet uitsluiten
dat het dat wel doet".
Raoul keek zijn bezoeker verbaasd
aan. „Ik heb een bepaalde manier
om me dingen die ik vergeten ben,
weer te binnen te brengen. Zal ik dat
proberen?"
„Graag".
„Vooruit dan". Raoul leunde met
zijn hoofd achterover, sloot zijn ogen
en was stil.
De stilte duurde minstens twee mi
nuten en toen hij weer sprak had hij
zijn ogen nog steeds dicht. Hij zei:
„Dit is wat ik me herinner Nadat
ik hem had vastgebonden, had ik het
zelf erg moeilijk. Ik raakte ook be
wusteloos, maar toen ik weer bijkwam
hoorde ik hem spreken. Hij sprak
zonder, .zonder klemtoon. Alles kwam
er even gelijkmatig en monotoon uit.
Hij zei: „Messenger Messenger",
keer op keer En toen: „..moet..
Jocelyn.. vertellen.. Jocelyn moet
vertellen.." Toen kwam er een hele
tijd niets, ik weet niet hoelang wel,
en daarna schreeuwde hij iets. Dat
kan ik me niet zo goed herinneren als
de rest, maar er kwam iets in voor
over een foto en er waren twee na
men: George en Manus.. Ja, zo was
het. Eerst riep hij „George" toen
een aantal keren „Manus"-boek Ma
nus' boek".en daarna geloof ik weer
George.
Zijn woorden gingen over in stilte
en dit keer duurde die stilte zo lang,
dat Anthony hem verbrak.
„Een foto", zei hij rustig. „En an
ders niets?"
„Er was iets.Raoul had zijn ogen
nog- steeds niet open. „O ja, wat ba-
raqouin over bezems. Over een
schoonmaak met bezems. Alles moest
schoon, maar er was maar één be
zem over. .Die woorden herinner ik
me niet precies meer, maar het was
iets in die geest.."
Nu deed hij zijn ogen open. „Dat
is alles. Verder zei hij niets". Hij zag
dat zijn bezoeker aantekeningen had
gemaakt in een notitieboekje. „Daarna
zag ik het schip. En nog voor we op
gepikt werden moet hij al overleden
zijn, hebben ze me later verteld".
Hij ging verzitten, waarbij hij zich
voorzichtig uitrekte. „Hebt u dat alle
maal opgeschreven?" vroeg hij ver
baasd.
„Ja". Anthony legde zijn pen ter
zijde. „Dank u zeer".
„Heb ik u geholpen?"
„Ik weet het nog niet". Anthony
stak het notitieboekje in zijn zak.
„Maar ik ben u in elk geval erg dank
baar. Prachtig werk".
„En zijn we klaar?" Raoul was
sceptisch. „Hebt u niet nog niet een
vraag op uw hart?"
„U bent oplettend, niet?" Anthony
lachte. „Als u dan toch aandringt zou
ik u iets over de stewardess, Rosa
Matson, willen vragen. Haar toestand
is nog steeds zo ernstig dat ze niet
ondervraagd kan worden, maar ik
vraag me af of zij Messenger ook heeft
horen praten".
Raoul haalde zijn schouders op.
„Het is natuurlijk mogelijk. Maar ik
geloof dat ze de hele tijd bewusteloos
is geweest". Hij stak nog een Capo-
ral op en lette op Anthony. Tenslotte
zei hij: „Is het nu mijn beurt?"
„Om vragen te stellen?" Anthony
slaagde erin tegelijkertijd vriendelijk
en voorzichtig te zijn.
„Ik heb alleen drie kleine. En. dan
een verzoek om hulp in een eenvoudi
ge aangelegenheid". Zonder het te
weten keek Raoul weer naar het
schrijfbureau.
„Gaat uw gang", zei Anthony. „Als
ik kan helpen.
„Wat ik om te beginnen graag zou
willen weten is of Adrian Messenger
nauw betrokken is geweest bij de af
faire die u aan het onderzoeken bent".
Anthony knikte. Nauw is het mot
juste".
„Maar had hij dan iets misdaan?
„Nee". Het was nu Anthony's beurt
om verbaasd te zijn.
„Stellig niet".
„Dat was dan mijn eerste vraag.
Mijn tweede vloeit voort uit het feit
dat u blijkbaar mevrouw Jocelyn Mes
senger kent.."
„Hoe komt u daarbij?" Anthony
keek hem aan en glimlachte. „Ik heb
nooit gezegd dat ik haar kende".
Raoul lachte niet. „U bent zo kort
na haar gekomen dat u haar bij haar
vertrek hebt moeten zien. Maar toen
ik u zei dat er net een familid van
Messenger geweest was, toonde u zich
niet verbaasd en vroeg u niet wie dat
was geweest. U wist dus kennelijk wie
het was".
„Prachtig!" Anthony lachte nu vol
uit. „Werkelijk uitstekend opgemerkt!
Wie zei u ook alweer dat uw hoofdre
dacteur wilde herdopen in „de nieuwe
Lecoq"?
„Nu moet u me eens vertellen"
Raoul glimlachte nog steeds niet
„of dat bezoek van mevrouw Messen
ger misschien het gevolg is geweest
van een afspraak met u?"
„Stellig niet!" Anthony was van
zijn stuk gebracht. „O, ik begrijp het
al. U dacht dat ik u wilde controleren.
Dat ik wilde nagaan of u mij en haar
wel hetzelfde verhaal vertelde? Mijn
beste Saint-Denis, je bent in deze zaak
alleen maar een helper en zeker geen
verdachte. Geloof me!"
(Wordt vervolgd)
55-56. Op dat ogenblik kwam professor
Wiedemors de kamer binnen; zijn oog viel
op Priegeltje, die daar rustig op de rand
van 't aquarium zat te hengelen.
Hela, beste jongen wat voer je daar
uit? Dat mag niet, hoor. Van mijn kost
bare visjes moet je afblijven!
Hij pakte Priegeltje op, zette hem op
z'n hand en sprak hem gemoedelijk toe.
Hij legde Priegeltje uit, dat die visjes niet
om te eten waren, maar voor 't mooi.
Boebwoe maka tibo zei Priegeltje. Ik
zal 't niet meer doen!
Mooi, zei professor Wiedemors. Dan
zal ik maar niet boos op je zijn!
En 's avonds vertelde hij het geval aan
z'n assistent.
ER ZIJN twee re
denen waarom ik het
fijn vind een Neder
landse te zijn. De
eerste is dat ik' Els-
schot in het oor
spronkelijk kan lezen,
de tweede is dat ik
vaak naar Amster
dam kan gaan. Vorige
week had ik een fijn
dagje toen ik de ten
toonstelling Albert
Magnus en zijn tijd,
zestiende- en zeven-
tiende-eeuwse Am
sterdamse boekban
den, ging bekijken in
het Museum Willet
Holthuysen op de
Herengracht. Je klimt
de stoep op, op het
bordes draai je je nog
eens om, dan zie je
tussen het groen de
kleuren van de hui
zen aan de overkant
en het water van de
gracht,
DE DEUR wordt
opengedaan door een
vriendelijke heer die
je voor een kwartje
toestemming geeft
door de lange gang te
lopen, de prachtige
trap te beklimmen en
de porseleinkasten te
bekijken. En natuurlijk ook de tentoon
stelling, beneden in de hoge kamers.
In vitrines staan daar de banden die
onze voorouders om hun boeken lieten
maken. De oudste zijn heel eenvoudig
bruin leer met een kadertje, een boekver
siering en als je adellijk was, met je
wapen. Soms staan de lettertjes van de
titel nog wat scheef. De prijsbanden in
perkament met het wapen van Amsterdam
in goud gestempeld zijn heel mooi. Ze heb
ben niet meer die roerende onbeholpen
heid van de ouderen. Heel degelijk, heel
simpel, heel mooi.
En dan opeens komen de banden van
Albert Magnus. Het is zo vreemd alsof
je tussen een troep meeuwen een toekan
ziet zitten.
WAT WAREN DAT voor mensen, die
Magnussen?
De grootvader van Albert heette Hen-
drick; in de naam Magnus die hij zijn
zoon, Magnus Hendrickzoon gaf, voel ik
een neiging tot verfraaiing, een zucht naar
schoner leven, zoals Huizinga dat noemt.
Die zucht zie ik ook in de banden van
Albert. Hij kiest materiaal waarvan de
namen al iets verfijnds hebben, schildpad-
kleurig marokijn, blauw en groen Turks
leder, juchtleder.
Zijn banden hebben niet een simpel
randje of stempeltje, hij „verciert" ze met
randen van bladeren en vogels, rozetten,
druivetrossen. Alles heel precies en mooi
aangebracht. Wat een plezier moet hij
>-A A
Versierde snede van de trouwbijbel
van Albert Magnus (1670).
Magnusband uit 1686.
gehad hebben als zo'n band voor hem
lag. En met wat een liefde en vakman
schap heeft hij de Bijbel voor zijn bruid
in rood marokijn gebonden, de snede ver
guld en versierd met bonte tulpen en klok-
bloemen, daartussen zitten een rondbor
stige vogel en een mannetje. Het boek
werd dichtgebonden met twee mosgroene
linten.
Gaat U eens naar Amsterdam dan zult
U zien wat plezier in het werk vermag
De tentoonstelling is tot 21 september ge
opend.
E. Matjer-Swart
SCHEIKUNDIGEN van de Universiteit
van Purdue, hebben een waardevolle plas
tic ontwikkeld uit maïssuiker. Het nieuwe
produkt zou aanzienlijk veelzijdiger zijn
dan de bestaande plastics. De maïssuiker-
plastic kan direct worden gebruikt voor
het vervaardigen van eindproducten of
worden gemengd met andere plastics om
het eindproduct te verbeteren. Het nieuwe
materiaal kan in water oplosbaar worden
gemaakt en gebruikt worden als een ver
dikkingsmiddel. Men kan het gebruiken
bij de textielindustrie, papierindustrie als
opvullingsmateriaal. De plastic wordt op
dezelfde manier gemaakt als andere soor
ten. De scheikundigen ontdekten deze mo
gelijkheid, in het kader van de uitvoering
van een researchprogramma voor het vin
den van industriële bestemmingen voor
agrüriSche pröduktën.
De toneelversie van D. H. Lawrence's
boek „Lady Chatterley's Lover" is geval
len als een baksteen. Het kwam woens
dagavond voor het eerst voor het voetlicht
in het „Arts Theatre", een klein Londens
theater, dat alleen voor leden toegankelijk
is. Omdat het theater dus als een „club"
functioneert behoeft men de stukken, die
er vertoond worden niet aan de*censuur
te onderwerpen.
De toneelversie van „Lady Chatterley"
bevatte dezelfde woorden, die er toe ge
leid hebben, dat het boek jarenlang ver
boden is geweest en pas dit jaar na een
geruchtmakend proces voor de algemene
verkoop werd vrijgegeven. Toen een van
die woorden" op het toneel werd uitge
sproken, was er een enigszins beschaamd
gegiechel in de zaal hoorbaar, maar de
„gedurfde" tekst bleek toch niet voldoen
de om het stuk te redden. Men zou wel
licht de conclusie kunnen trekken, dat „die
woorden" heel veel van hun magische aan
trekkingskracht hebben verloren, nu zij in
elke boekwinkel in druk te verkrijgen zijn.
- is het vierhonderd jaar geleden, dat
prins Willem van Oranje (als we
duwnaar van Anna van Egmond)
te Leipzig in het huwelijk trad met
prinses Anna van Saksen-Meissen,
uit welke in 1574 ontbonden echtver
bintenis vijf kinderen werden gebo
ren, onder wie Willems opvolger
prins Maurits.
- is het veertig jaar geleden, dat de
bekende Duitse staatsman Matthias
Erzberger, die in 1918 het wapen
stilstandsverdrag in het bos van
Compiègnes mede ondertekende en
de eisen van het verdrag van Ver
sailles loyaal wilde nakomen, op de
Kniebis in het Zwarte Woud werd
vermoord.
- is het 25 jaar geleden, dat te Lon
den een radio-tentoonstelling plaats
had, waarop de British Broadcas
ting Corporation voor het eerst als
proef dagelijks een twee uren du
rend televisie-programma verzorgde.
- is het vijftig jaar geleden dat de Ne
derlandse landschapschilder Tony
Offermans te Laren (N.H.) overleed.
i
„JESUS EN JUDAS in de moderne
litteratuur" was het onderwerp van een
onlangs tijdens een weekeinde gehouden
bijeenkomst onder leiding van Heinz
Flügel en ds. Paul Rieger in de Pro
testantse Akademie te Tutzing in Beie
ren. Aan de hand van de werken van
christelijke en Joodse auteurs besprak
men vooral de motieven, die Judas Is-
kariot ertoe geleid hebben Jezus te ver
raden. Volgens dominee Rieger geeft het
evangelie niet zo'n duidelijke verklaring
als men geneigd is aan te nemen. De
evangeliën stemmen in de beschrijving
over Judas niet op alle punten overeen.
HEEL VROEG AL zijn er talrijke Ju-
das-legenden onstaan. Terwijl Judas door
Dante in zijn Commedia Divina als de
incarnatie van het kwade wordt uitge
beeld, is hij bij Hebbel de gelovigste on
der de discipelen. De katholiek Lanza del
Vasto houdt in zijn in 1939 verschenen
boek „Judas" diens egoïsme voor zijn
grootste zonde en zijn gekwetste ijdel-
heid voor het grondmotief van zijn ver
raad. Het hindert hem, dat Jezus de an
dere discipelen vóórtrekt. Hij voelt zich
te kort gedaan en daardoor rijpt zijn be
sluit tot verraad. „Je hebt me niet ge
noeg liefgehad", laat Lanzo del Vasto Ju
das zeggen. „Ik heb steeds mijn best ge
daan. Jij hebt mij in het verderf gestort,
niet ik jou!"
DE JOODSE AUTEURS Max Brod en
Schalom Asch proberen voor het verraad
van Judas een meer plausibel motief te
vinden. Voor Brod is Judas de belicha
ming van het nihilisme. Hij verwijt het
Joodse volk dat het alle tijden wil over
leven en niet zoals de andere volken ster
ven. In zijn roman „De Meestér" drijft
Judas Jezus naar Jeruzalem, omdat hij
hem als een revolutionair beschouwt en
een beslissing wil afdwingen. Als hij dan
ziet. dat hij zich vergist is hij teleurge
steld. Het verraad beschouwt Brod als een
legende, verzonnen om Judas in de ogen
van de wereld verachtelijk te maken. De
voorstelling, dat Judas het verraad alleen
uit hebzucht zou hebben gepleegd vonden
ook de beide referenten van de bijeen
komst, Heinz Flügel en Ds. Rieger te goed
koop en bedoeld om de hele geschiedenis te
vereenvoudigen. Voor Brod is Jezus een
slachtoffer van de Romeinen: „Het Jood
se volk was niet schuldig aan de dood
van één van zijn grootste zonen".
ASCH BENADERT in zijn boek „De Na-
zarener" de Christelijke opvatting heel
dicht. Dorothy Sayers tornt in haar ro-
iaaHTIN TOOHOfl
25. Men hoefde geen profeet te zijn om te voorspellen,
wat het einde zou worden van de woordenstrijd tussen
de beide bestolenen. Mevrouw Knokkebies-van Tutteren
had onbetwist de langste adem van de twee en aangezien
Deurwaarder Wrongelsma geen lichamelijk geweld durf
de te gebruiken, dolf hij het onderspit tegenover haar
krenkende, krachtige en niet te stuiten woordenvloed.
Zelfs nog toen hij overhaast het gebouw verliet werden
zijn kreten om politiehulp overstemd door onophoude
lijk gebabbel van de weldoenster. Graaf Giorgio Bueno
de Rothfeller liet de bezoekers welgemanierd uit, en
wendde zich vervolgens tot de opgeluchte decorverhuur
der, die bezig was zich te ontdoen van de wapenrusting
waarin de komst van de deurwaarder hem de wijk had
doen nemen. „Eindelijk rust!" sprak de edelman.
„Eindelijk daalt hier die kalme en waardige atmosfeer,
waarin wij de nieuwe toekomstmogelijkheden van dit
edel bedrijf eens kunnen overleggen.„Ik weet niet
of we eerst nog niet eens iets anders moeten overleggen,
zei Panda scherp. „U bent namelijk niet degene waar u
zich voor uitgeeft! Ik ken u! Ik vertrouw u niet!" „Ei,
ei, ventje", antwoordde de internationale bankier op ho
ge toon: „Gij spreekt voor uw beurt!" En tot Props
Brauswasser vervolgde hij: „Wil er wel goede nota
van nemen, dat ik deze onordelijkheid van het personeel
niet gedoog. V gelieve toe te zien op een strenge, maar
rechtvaardige discipline!"
man „Als koning geboren" niet aan de
overgeleverde woorden van Jezus, geeft
echter aan het verraad van Judas eveneens
een speciale uitleg. Ook bij haar wil Ju
das Israël bevrijden, echter niet met wa
pengeweld, maar de wapenen van de
geest. Slechts langs de weg van het lij
den kan Israël zijn missie vervullen. Daar
hij Jezus er valselijk van verdacht met de
„Aktivisten" samen te werken, levert Ju
das hem aan Pilatus uit. Als hij dan, te
laat, zijn vergissing bemerkt, geeft hij
zich aan de verdoemenis over.
VOOR NIKO KAZANTZAKIS is voor de
weg naar het kruis het verraad juist nood
zakelijk. Slechts via het kruis kan het
Christendom wereldreligie worden. Daar
om werd het de taak van Judas het rad
van de wereldgeschiedenis te doen wen
telen. Jezus zelf lokt bij Judas het verraad
uit. Volgens de overgeleverde teksten is
het verraad onontkoombaar, opdat het
heilsgebeuren zich kan voltrekken. Daar
om gaf Jezus Judas de opdracht de ge
rechtsdienaren te halen. „God zij met je,
mijn broeder Judas" laat Kazantzakis zijn
Jezus zeggen. Hij gaat zelfs zover de
angstige vraag te stellen, wat er gebeurd
zou zijn, als Jezus aan de gerechtsdiena
ren zou zijn ontkomen.
LONDEN Londen krijgt binnen twee
jaar zijn „Euromast", met een draaiend
restaurant aan de top. Het wordt het
meest revolutionaire en hoogste bouwwerk
van beton en glas in Engeland. De slanke
toren zal een hoogte krijgen van 200 me
ter en in Bloomsbury, vlak bij het Britse
museum, verrijzen in opdracht van de
Britse P.T.T. Het gebouw, dat tien miljoen
gulden zal kosten, zal dienen voor de uit
zending en ontvangst van micro-golven
voor de televisie- en telefoondienst en
moet daarom hoog boven de huizenzee uit
steken. Het zal nog dertig meter hoger
worden dan het kruis van de St. Paul's
kathedraal. Het gebouw krijgt ook kanto
ren, een cocktail-bar en twee rondgangen,
welke een uniek panorama op de wereld
stad zullen bieden.
Snelle liften zullen de bezoekers in veer
tig seconden naar de top van de toren
brengen. Het restaurant zal slechts één
omwenteling in een half uur maken zodat
men achter een kopje koffie gezeten, lang
zaam het gehele beeld van de stad in zich
zal kunnen opnemen.
Er zijn talrijke woorden die niet
zonder het voorvoegsel o n- voorko
men Men kan zeggen onbeschoft,
maar niet beschoft. Evenmin bestaan
de woorden deugend, nozel, stuimig,
achtzaam, behouwen, metelijk, uit-
staanbaar, verschillig en nog andere.
Onbeschoft hoort bij een oud werk
woord schobben: wrijven, oorspronke
lijk: van de schubben ontdoen. Onbe
schoft is dus eigenlijk: wat niet ge
wreven, niet gladgemaakt is, zoals
onbeschaafd is: wat niet geschaafd
is en onbehouden: wat niet be-houwen,
niet be-hakt is (een blok marmer bijv.),
De eigenlijke betekenis: lomp, grof,
wantaltig vindt men nog in Vondel's
Gysbreght. waar de Spaarnwouder
reus „soo onbeschoft als groot" ge
noemd wordt. De thans gewone bete
kenis is: in hoge mate ongemanierd,
brutaal, onbeschaamd, optredend op
een wijze die getuigt van innerlijke
^grofheid.