DE DODENLIJST VAN ADRIAN MESSENGER PRIEGELTJES GROTE REIS ALBERT MAGNUS en de zucht naar schoner leven Volgende week... Discussie over Judas in de moderne litteratuur PANDA EN DE MEESTERT)? HE FF ER Polle Ons vervolgverhaal „Lady Chatterley" op de planken gevallen Londen krijgt zijn „Euromast" ^Hoe is hel ontstaan?^ ZATERDAG 19 AUGUSTUS 1961 PHILIP MACDONALD Oorspronkelijke titel: The list of Adrian Messenger S& Plastic uit mais mmêmMmammumammigêm Dit woord: ONBESCHOFT 7. De vriendjes zijn met hun schip wel in een echte orkaan verzeild, want nu komt er weer een golf, die de mooie schoorstenen wegslaat! „Gaat het goed daarboven?", vraagt Pingo vanuit de stuurhut. „Er komt nog steeds rook uit", zegt Polle, „en dat is de hoofdzaak". „We weten, wat ons te doen staat", zegt Pelli, „zodra we uit de storm zijn geraakt, valt er heel wat te timmeren, dat is zeker!" I 14) „Aha!" Raoul toonde zich opgeto gen en stak zijn hand uit, die Antho ny drukte. „Neemt u mij niet kwalijk, dat ik mijn linkerhand geef, maar als ik de andere gebruik doen mijn rib ben pijn". Hij ging op de rand van het bed zitten. „Het doet mij wel bij zonder genoegen, mijnheer, u te kun nen vertellen dat u dan de enige offi cier van de Etat-major van de inlich tingendienst bent geweest, die ons precies de hulp heeft gezonden, die we nodig hadder en op het juiste ogen blik ook". Hij haalde het pakje Caporals te voorschijn en bood een sigaret aan, zonder zich dit keer te verontschuldi gen. Anthony nam er een. „Soms breng ik de moed op", zei hij. En dan: „U zult u afvragen hoe ik u gevonden heb en wat ik van u wil". Hij stak de si garet aan. „De zaak is dat ik wel eens opdrachten voor de regering uitvoer. Soms diplomatieke, soms voor de in lichtingendienst". „Ach, natuurlijk!" Raoul had de verdwenen herinnering achterhaald. „Gettrine! Mijn hoofdredacteur heeft een keer de mogelijkheid geopperd dat ik een artikel over u zou schrij ven. Hij noemde u de Engelse Lecoq, en daar had hij misschien wel gelijk in". Hij grinnikte. „Het is wel heel knap om het verband tussen Raoul Saint-Denis en Ajax vast te stellen!" „O, maar dat ging vanzelf". Antho ny lachte. „Zuiver geluk en een inlich ting van de Geheime Dienst..Ik heb alleen maar wat op dat kaartje ge schreven om te verzekeren dat u me zou ontvangen. Ik vermoedde dat u wel een heleboel vragen over dat vliegtuigongeluk gehad zou hebben". „En u wilt er nog meer stellen?" Raoul haalde een wenkbrauw op. „Als het maar niet te veel wordt". „Dat denk ik niet. Ik wil namelijk niet over het ongeluk zelf praten, maar over Adrian Messenger, de man die u bijna gered hebt". „Dat is merkwaardig!" Raoul keek verrast op. „Vlak voor u had ik iemand anders op bezoek, die het ook al over die arme man had. Een familielid". Zijn blik vloog naar het schrijfbureau. „Wat wilt u over hem te weten ko men?" „Hoe meer hoe liever", zei Antho ny. „Hebt u hem voor het ongeluk nog gesproken? Zo ja, wat zei hij toen? Zo niet, hebt u hem dan gadegesla gen en hoe was zijn gedrag? En ten slotte, heeft hij tegen u gesproken toen u samen in zee dreef? En, zo ja, kunt u zich herinneren wat hij zei?" „Is dat alles?" vroeg Raoul. „Voor uit dan. Tijden? de vliegtocht heb ik niet speciaal op hem gelet En we hebben geen woord gewisseld. Dat is heel eenvoudig". Hij pauzeerde. „Toen we in zee gegooid werden en ik hem opviste was hijj eerst bewusteloos, maar later praatte hij. Hij was echter aan het hoofd gewond en het was war taal". „Kunt u zich er nog iets van her inneren?" „Het waren in hoofdzaak namen van personen. Wilt u die horen? En de rest was gewoon nonsens". Anthony onderdrukte een glimlach. „Wat ik wil weten is alles wat Mes senger zei. In de juiste volgorde, en ongeacht of het onzin was of niet. Het zal waarschijnlijk niet helpen, maar ik mag de mogelijkheid niet uitsluiten dat het dat wel doet". Raoul keek zijn bezoeker verbaasd aan. „Ik heb een bepaalde manier om me dingen die ik vergeten ben, weer te binnen te brengen. Zal ik dat proberen?" „Graag". „Vooruit dan". Raoul leunde met zijn hoofd achterover, sloot zijn ogen en was stil. De stilte duurde minstens twee mi nuten en toen hij weer sprak had hij zijn ogen nog steeds dicht. Hij zei: „Dit is wat ik me herinner Nadat ik hem had vastgebonden, had ik het zelf erg moeilijk. Ik raakte ook be wusteloos, maar toen ik weer bijkwam hoorde ik hem spreken. Hij sprak zonder, .zonder klemtoon. Alles kwam er even gelijkmatig en monotoon uit. Hij zei: „Messenger Messenger", keer op keer En toen: „..moet.. Jocelyn.. vertellen.. Jocelyn moet vertellen.." Toen kwam er een hele tijd niets, ik weet niet hoelang wel, en daarna schreeuwde hij iets. Dat kan ik me niet zo goed herinneren als de rest, maar er kwam iets in voor over een foto en er waren twee na men: George en Manus.. Ja, zo was het. Eerst riep hij „George" toen een aantal keren „Manus"-boek Ma nus' boek".en daarna geloof ik weer George. Zijn woorden gingen over in stilte en dit keer duurde die stilte zo lang, dat Anthony hem verbrak. „Een foto", zei hij rustig. „En an ders niets?" „Er was iets.Raoul had zijn ogen nog- steeds niet open. „O ja, wat ba- raqouin over bezems. Over een schoonmaak met bezems. Alles moest schoon, maar er was maar één be zem over. .Die woorden herinner ik me niet precies meer, maar het was iets in die geest.." Nu deed hij zijn ogen open. „Dat is alles. Verder zei hij niets". Hij zag dat zijn bezoeker aantekeningen had gemaakt in een notitieboekje. „Daarna zag ik het schip. En nog voor we op gepikt werden moet hij al overleden zijn, hebben ze me later verteld". Hij ging verzitten, waarbij hij zich voorzichtig uitrekte. „Hebt u dat alle maal opgeschreven?" vroeg hij ver baasd. „Ja". Anthony legde zijn pen ter zijde. „Dank u zeer". „Heb ik u geholpen?" „Ik weet het nog niet". Anthony stak het notitieboekje in zijn zak. „Maar ik ben u in elk geval erg dank baar. Prachtig werk". „En zijn we klaar?" Raoul was sceptisch. „Hebt u niet nog niet een vraag op uw hart?" „U bent oplettend, niet?" Anthony lachte. „Als u dan toch aandringt zou ik u iets over de stewardess, Rosa Matson, willen vragen. Haar toestand is nog steeds zo ernstig dat ze niet ondervraagd kan worden, maar ik vraag me af of zij Messenger ook heeft horen praten". Raoul haalde zijn schouders op. „Het is natuurlijk mogelijk. Maar ik geloof dat ze de hele tijd bewusteloos is geweest". Hij stak nog een Capo- ral op en lette op Anthony. Tenslotte zei hij: „Is het nu mijn beurt?" „Om vragen te stellen?" Anthony slaagde erin tegelijkertijd vriendelijk en voorzichtig te zijn. „Ik heb alleen drie kleine. En. dan een verzoek om hulp in een eenvoudi ge aangelegenheid". Zonder het te weten keek Raoul weer naar het schrijfbureau. „Gaat uw gang", zei Anthony. „Als ik kan helpen. „Wat ik om te beginnen graag zou willen weten is of Adrian Messenger nauw betrokken is geweest bij de af faire die u aan het onderzoeken bent". Anthony knikte. Nauw is het mot juste". „Maar had hij dan iets misdaan? „Nee". Het was nu Anthony's beurt om verbaasd te zijn. „Stellig niet". „Dat was dan mijn eerste vraag. Mijn tweede vloeit voort uit het feit dat u blijkbaar mevrouw Jocelyn Mes senger kent.." „Hoe komt u daarbij?" Anthony keek hem aan en glimlachte. „Ik heb nooit gezegd dat ik haar kende". Raoul lachte niet. „U bent zo kort na haar gekomen dat u haar bij haar vertrek hebt moeten zien. Maar toen ik u zei dat er net een familid van Messenger geweest was, toonde u zich niet verbaasd en vroeg u niet wie dat was geweest. U wist dus kennelijk wie het was". „Prachtig!" Anthony lachte nu vol uit. „Werkelijk uitstekend opgemerkt! Wie zei u ook alweer dat uw hoofdre dacteur wilde herdopen in „de nieuwe Lecoq"? „Nu moet u me eens vertellen" Raoul glimlachte nog steeds niet „of dat bezoek van mevrouw Messen ger misschien het gevolg is geweest van een afspraak met u?" „Stellig niet!" Anthony was van zijn stuk gebracht. „O, ik begrijp het al. U dacht dat ik u wilde controleren. Dat ik wilde nagaan of u mij en haar wel hetzelfde verhaal vertelde? Mijn beste Saint-Denis, je bent in deze zaak alleen maar een helper en zeker geen verdachte. Geloof me!" (Wordt vervolgd) 55-56. Op dat ogenblik kwam professor Wiedemors de kamer binnen; zijn oog viel op Priegeltje, die daar rustig op de rand van 't aquarium zat te hengelen. Hela, beste jongen wat voer je daar uit? Dat mag niet, hoor. Van mijn kost bare visjes moet je afblijven! Hij pakte Priegeltje op, zette hem op z'n hand en sprak hem gemoedelijk toe. Hij legde Priegeltje uit, dat die visjes niet om te eten waren, maar voor 't mooi. Boebwoe maka tibo zei Priegeltje. Ik zal 't niet meer doen! Mooi, zei professor Wiedemors. Dan zal ik maar niet boos op je zijn! En 's avonds vertelde hij het geval aan z'n assistent. ER ZIJN twee re denen waarom ik het fijn vind een Neder landse te zijn. De eerste is dat ik' Els- schot in het oor spronkelijk kan lezen, de tweede is dat ik vaak naar Amster dam kan gaan. Vorige week had ik een fijn dagje toen ik de ten toonstelling Albert Magnus en zijn tijd, zestiende- en zeven- tiende-eeuwse Am sterdamse boekban den, ging bekijken in het Museum Willet Holthuysen op de Herengracht. Je klimt de stoep op, op het bordes draai je je nog eens om, dan zie je tussen het groen de kleuren van de hui zen aan de overkant en het water van de gracht, DE DEUR wordt opengedaan door een vriendelijke heer die je voor een kwartje toestemming geeft door de lange gang te lopen, de prachtige trap te beklimmen en de porseleinkasten te bekijken. En natuurlijk ook de tentoon stelling, beneden in de hoge kamers. In vitrines staan daar de banden die onze voorouders om hun boeken lieten maken. De oudste zijn heel eenvoudig bruin leer met een kadertje, een boekver siering en als je adellijk was, met je wapen. Soms staan de lettertjes van de titel nog wat scheef. De prijsbanden in perkament met het wapen van Amsterdam in goud gestempeld zijn heel mooi. Ze heb ben niet meer die roerende onbeholpen heid van de ouderen. Heel degelijk, heel simpel, heel mooi. En dan opeens komen de banden van Albert Magnus. Het is zo vreemd alsof je tussen een troep meeuwen een toekan ziet zitten. WAT WAREN DAT voor mensen, die Magnussen? De grootvader van Albert heette Hen- drick; in de naam Magnus die hij zijn zoon, Magnus Hendrickzoon gaf, voel ik een neiging tot verfraaiing, een zucht naar schoner leven, zoals Huizinga dat noemt. Die zucht zie ik ook in de banden van Albert. Hij kiest materiaal waarvan de namen al iets verfijnds hebben, schildpad- kleurig marokijn, blauw en groen Turks leder, juchtleder. Zijn banden hebben niet een simpel randje of stempeltje, hij „verciert" ze met randen van bladeren en vogels, rozetten, druivetrossen. Alles heel precies en mooi aangebracht. Wat een plezier moet hij >-A A Versierde snede van de trouwbijbel van Albert Magnus (1670). Magnusband uit 1686. gehad hebben als zo'n band voor hem lag. En met wat een liefde en vakman schap heeft hij de Bijbel voor zijn bruid in rood marokijn gebonden, de snede ver guld en versierd met bonte tulpen en klok- bloemen, daartussen zitten een rondbor stige vogel en een mannetje. Het boek werd dichtgebonden met twee mosgroene linten. Gaat U eens naar Amsterdam dan zult U zien wat plezier in het werk vermag De tentoonstelling is tot 21 september ge opend. E. Matjer-Swart SCHEIKUNDIGEN van de Universiteit van Purdue, hebben een waardevolle plas tic ontwikkeld uit maïssuiker. Het nieuwe produkt zou aanzienlijk veelzijdiger zijn dan de bestaande plastics. De maïssuiker- plastic kan direct worden gebruikt voor het vervaardigen van eindproducten of worden gemengd met andere plastics om het eindproduct te verbeteren. Het nieuwe materiaal kan in water oplosbaar worden gemaakt en gebruikt worden als een ver dikkingsmiddel. Men kan het gebruiken bij de textielindustrie, papierindustrie als opvullingsmateriaal. De plastic wordt op dezelfde manier gemaakt als andere soor ten. De scheikundigen ontdekten deze mo gelijkheid, in het kader van de uitvoering van een researchprogramma voor het vin den van industriële bestemmingen voor agrüriSche pröduktën. De toneelversie van D. H. Lawrence's boek „Lady Chatterley's Lover" is geval len als een baksteen. Het kwam woens dagavond voor het eerst voor het voetlicht in het „Arts Theatre", een klein Londens theater, dat alleen voor leden toegankelijk is. Omdat het theater dus als een „club" functioneert behoeft men de stukken, die er vertoond worden niet aan de*censuur te onderwerpen. De toneelversie van „Lady Chatterley" bevatte dezelfde woorden, die er toe ge leid hebben, dat het boek jarenlang ver boden is geweest en pas dit jaar na een geruchtmakend proces voor de algemene verkoop werd vrijgegeven. Toen een van die woorden" op het toneel werd uitge sproken, was er een enigszins beschaamd gegiechel in de zaal hoorbaar, maar de „gedurfde" tekst bleek toch niet voldoen de om het stuk te redden. Men zou wel licht de conclusie kunnen trekken, dat „die woorden" heel veel van hun magische aan trekkingskracht hebben verloren, nu zij in elke boekwinkel in druk te verkrijgen zijn. - is het vierhonderd jaar geleden, dat prins Willem van Oranje (als we duwnaar van Anna van Egmond) te Leipzig in het huwelijk trad met prinses Anna van Saksen-Meissen, uit welke in 1574 ontbonden echtver bintenis vijf kinderen werden gebo ren, onder wie Willems opvolger prins Maurits. - is het veertig jaar geleden, dat de bekende Duitse staatsman Matthias Erzberger, die in 1918 het wapen stilstandsverdrag in het bos van Compiègnes mede ondertekende en de eisen van het verdrag van Ver sailles loyaal wilde nakomen, op de Kniebis in het Zwarte Woud werd vermoord. - is het 25 jaar geleden, dat te Lon den een radio-tentoonstelling plaats had, waarop de British Broadcas ting Corporation voor het eerst als proef dagelijks een twee uren du rend televisie-programma verzorgde. - is het vijftig jaar geleden dat de Ne derlandse landschapschilder Tony Offermans te Laren (N.H.) overleed. i „JESUS EN JUDAS in de moderne litteratuur" was het onderwerp van een onlangs tijdens een weekeinde gehouden bijeenkomst onder leiding van Heinz Flügel en ds. Paul Rieger in de Pro testantse Akademie te Tutzing in Beie ren. Aan de hand van de werken van christelijke en Joodse auteurs besprak men vooral de motieven, die Judas Is- kariot ertoe geleid hebben Jezus te ver raden. Volgens dominee Rieger geeft het evangelie niet zo'n duidelijke verklaring als men geneigd is aan te nemen. De evangeliën stemmen in de beschrijving over Judas niet op alle punten overeen. HEEL VROEG AL zijn er talrijke Ju- das-legenden onstaan. Terwijl Judas door Dante in zijn Commedia Divina als de incarnatie van het kwade wordt uitge beeld, is hij bij Hebbel de gelovigste on der de discipelen. De katholiek Lanza del Vasto houdt in zijn in 1939 verschenen boek „Judas" diens egoïsme voor zijn grootste zonde en zijn gekwetste ijdel- heid voor het grondmotief van zijn ver raad. Het hindert hem, dat Jezus de an dere discipelen vóórtrekt. Hij voelt zich te kort gedaan en daardoor rijpt zijn be sluit tot verraad. „Je hebt me niet ge noeg liefgehad", laat Lanzo del Vasto Ju das zeggen. „Ik heb steeds mijn best ge daan. Jij hebt mij in het verderf gestort, niet ik jou!" DE JOODSE AUTEURS Max Brod en Schalom Asch proberen voor het verraad van Judas een meer plausibel motief te vinden. Voor Brod is Judas de belicha ming van het nihilisme. Hij verwijt het Joodse volk dat het alle tijden wil over leven en niet zoals de andere volken ster ven. In zijn roman „De Meestér" drijft Judas Jezus naar Jeruzalem, omdat hij hem als een revolutionair beschouwt en een beslissing wil afdwingen. Als hij dan ziet. dat hij zich vergist is hij teleurge steld. Het verraad beschouwt Brod als een legende, verzonnen om Judas in de ogen van de wereld verachtelijk te maken. De voorstelling, dat Judas het verraad alleen uit hebzucht zou hebben gepleegd vonden ook de beide referenten van de bijeen komst, Heinz Flügel en Ds. Rieger te goed koop en bedoeld om de hele geschiedenis te vereenvoudigen. Voor Brod is Jezus een slachtoffer van de Romeinen: „Het Jood se volk was niet schuldig aan de dood van één van zijn grootste zonen". ASCH BENADERT in zijn boek „De Na- zarener" de Christelijke opvatting heel dicht. Dorothy Sayers tornt in haar ro- iaaHTIN TOOHOfl 25. Men hoefde geen profeet te zijn om te voorspellen, wat het einde zou worden van de woordenstrijd tussen de beide bestolenen. Mevrouw Knokkebies-van Tutteren had onbetwist de langste adem van de twee en aangezien Deurwaarder Wrongelsma geen lichamelijk geweld durf de te gebruiken, dolf hij het onderspit tegenover haar krenkende, krachtige en niet te stuiten woordenvloed. Zelfs nog toen hij overhaast het gebouw verliet werden zijn kreten om politiehulp overstemd door onophoude lijk gebabbel van de weldoenster. Graaf Giorgio Bueno de Rothfeller liet de bezoekers welgemanierd uit, en wendde zich vervolgens tot de opgeluchte decorverhuur der, die bezig was zich te ontdoen van de wapenrusting waarin de komst van de deurwaarder hem de wijk had doen nemen. „Eindelijk rust!" sprak de edelman. „Eindelijk daalt hier die kalme en waardige atmosfeer, waarin wij de nieuwe toekomstmogelijkheden van dit edel bedrijf eens kunnen overleggen.„Ik weet niet of we eerst nog niet eens iets anders moeten overleggen, zei Panda scherp. „U bent namelijk niet degene waar u zich voor uitgeeft! Ik ken u! Ik vertrouw u niet!" „Ei, ei, ventje", antwoordde de internationale bankier op ho ge toon: „Gij spreekt voor uw beurt!" En tot Props Brauswasser vervolgde hij: „Wil er wel goede nota van nemen, dat ik deze onordelijkheid van het personeel niet gedoog. V gelieve toe te zien op een strenge, maar rechtvaardige discipline!" man „Als koning geboren" niet aan de overgeleverde woorden van Jezus, geeft echter aan het verraad van Judas eveneens een speciale uitleg. Ook bij haar wil Ju das Israël bevrijden, echter niet met wa pengeweld, maar de wapenen van de geest. Slechts langs de weg van het lij den kan Israël zijn missie vervullen. Daar hij Jezus er valselijk van verdacht met de „Aktivisten" samen te werken, levert Ju das hem aan Pilatus uit. Als hij dan, te laat, zijn vergissing bemerkt, geeft hij zich aan de verdoemenis over. VOOR NIKO KAZANTZAKIS is voor de weg naar het kruis het verraad juist nood zakelijk. Slechts via het kruis kan het Christendom wereldreligie worden. Daar om werd het de taak van Judas het rad van de wereldgeschiedenis te doen wen telen. Jezus zelf lokt bij Judas het verraad uit. Volgens de overgeleverde teksten is het verraad onontkoombaar, opdat het heilsgebeuren zich kan voltrekken. Daar om gaf Jezus Judas de opdracht de ge rechtsdienaren te halen. „God zij met je, mijn broeder Judas" laat Kazantzakis zijn Jezus zeggen. Hij gaat zelfs zover de angstige vraag te stellen, wat er gebeurd zou zijn, als Jezus aan de gerechtsdiena ren zou zijn ontkomen. LONDEN Londen krijgt binnen twee jaar zijn „Euromast", met een draaiend restaurant aan de top. Het wordt het meest revolutionaire en hoogste bouwwerk van beton en glas in Engeland. De slanke toren zal een hoogte krijgen van 200 me ter en in Bloomsbury, vlak bij het Britse museum, verrijzen in opdracht van de Britse P.T.T. Het gebouw, dat tien miljoen gulden zal kosten, zal dienen voor de uit zending en ontvangst van micro-golven voor de televisie- en telefoondienst en moet daarom hoog boven de huizenzee uit steken. Het zal nog dertig meter hoger worden dan het kruis van de St. Paul's kathedraal. Het gebouw krijgt ook kanto ren, een cocktail-bar en twee rondgangen, welke een uniek panorama op de wereld stad zullen bieden. Snelle liften zullen de bezoekers in veer tig seconden naar de top van de toren brengen. Het restaurant zal slechts één omwenteling in een half uur maken zodat men achter een kopje koffie gezeten, lang zaam het gehele beeld van de stad in zich zal kunnen opnemen. Er zijn talrijke woorden die niet zonder het voorvoegsel o n- voorko men Men kan zeggen onbeschoft, maar niet beschoft. Evenmin bestaan de woorden deugend, nozel, stuimig, achtzaam, behouwen, metelijk, uit- staanbaar, verschillig en nog andere. Onbeschoft hoort bij een oud werk woord schobben: wrijven, oorspronke lijk: van de schubben ontdoen. Onbe schoft is dus eigenlijk: wat niet ge wreven, niet gladgemaakt is, zoals onbeschaafd is: wat niet geschaafd is en onbehouden: wat niet be-houwen, niet be-hakt is (een blok marmer bijv.), De eigenlijke betekenis: lomp, grof, wantaltig vindt men nog in Vondel's Gysbreght. waar de Spaarnwouder reus „soo onbeschoft als groot" ge noemd wordt. De thans gewone bete kenis is: in hoge mate ongemanierd, brutaal, onbeschaamd, optredend op een wijze die getuigt van innerlijke ^grofheid.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 7