w stad van tegenstellingen ||§j|gj Uitstoting van de Britse bond van elektriciens verwacht c Jong en oud. Js gpSl |gg§||| yr 'M WmimI Indrukken van een reis door Israel v u Predikant in Zuidbroek geeft zijn ambt prijs -T f i p I I Éf DINSDAG 22 AUGUSTUS 1961 4 M7 Moderne stijl Bouwactiviteit Nieuwe en oude stad IIImmÊÊÊÊÊÊ Communisten drongen zich in sleutelposities J Contrasten Hij wil voortaan „nuttig en zinvol werkdoen <$Sg 1 BMH ;:;i JERUZALEM DE DRIE GROTE steden van Israel Jeruzalem, Tel Aviv en Haifa her bergen samen een-derde van de hele bevolking van het land. Jeruzalem (dat wil zeggen het Israëlische deel daarvan heeft ongeveer 160.000 inwoners, Tel Aviv bijna 400.000 en Haifa 170.000. Een Israëliër met gevoel voor spitse formu leringen heeft de verschillende karakters van die drie steden onlangs zo aange duid: „Jeruzalem studeert, Haifa werkt, Tel Aviv danst". Dat Jeruzalem inderdaad studeert al studeert dan beslist niet héél Jeruza lem kan men bij het naderen van de stad al duidelijk zien. Want de enorme gebouwencomplexen van de nieuwe He breeuwse Universiteit en het Medische Studie-Centrum trekken al van verre de aandacht. Die nieuwe universiteit is nog nauwelijks voltooid. De bouw ervan was noodzakelijk omdat de oude universi teitsgebouwen, die in 1925 op de Sco- pusberg ten noordoosten van Jeruzalem waren verrezen, na de onafhankelijk heidsoorlog van 1948 aan de Arabische kant van de bestandslijn kwamen te liggen. De Scopusberg werd door de Verenigde Naties niet aan Jordanië toe gewezen; het bleef Israëlische grond, maaromringd door Jordaans gebied en dus onbereikbaar voor de Israëliërs! Om de veertien dagen mag een Israë lisch convooi, begeleid door UNO- soldaten, erheen om de bewakers van proviand te voorzien, maar de waarde volle bibliotheek, het instrumentarium, en het verdere studiemateriaal mogen niet worden weggehaald en hebben dus al hun nut voor de wetenschap verloren. Daarom werd snel besloten tot de bouw van een nieuw universiteitscom plex op een heuveltop aan de westkant van Jeruzalem. Het is een groep van veertig bijzonder mooie gebouwen in levendige moderne stijl, royaal neergezet in een zee van ruimte (ongeveer honderd hectare) en met kleurige bloemperken ertussen. In een kluis in een van die gebouwen worden de kostbaarste schatten van de universiteit bewaard: de rollen van de Dode Zee en de papyri van Bar Kochba. Hoewel de uni versiteit tijdens de bouw van dit nieuwe complex tijdelijk in tientallen deels nogal ongeschikte gebouwen moest worden ge huisvest, is het aantal studenten van min der dan duizend in 1948 gestegen tot ze venduizend in 1960. (Daarbij inbegrepen zijn de 1500 studenten die in Tel Aviv bij de daar gevestigde faculteiten rechtsge leerdheid en sociale wetenschappen zijn ingeschreven.) Dat de colleges vrijwel uit sluitend in het Hebreeuws worden gege ven heeft niet verhinderd dat zij thans worden gevolgd door studenten uit 45 lan den, al komt natuurlijk de meerderheid, met inbegrip van 73 Arabische studenten, uit Israel zelf. Nog verder ten westen van de stad, op de heuvels van Ein Karem, eens de woon plaats van Johannes de Doper, prijkt het eveneens gloednieuwe Medische Studiecen trum van de universiteit met daaraan verbonden het universiteitsziekenhuis, een rond gebouw van elf verdiepingen. Beide konden worden opgericht dankzij finan ciële steun van Hadassah, een organisatie van vrouwelijke zionisten in de Verenigde Staten en Canada. Maar met dit alles is nog steeds geen volledig beeld gegeven van het „studerende Jeruzalem", wanl daartoe behoren ook nog de vele duizen den Joodse studenten die in ver over de honderd „yeshivot" (talmoed-instituten) tot schriftgeleerden in orthodoxe zin worden opgeleid. Én voorts zijn er nog tal van andere wereldse en godsdienstige studie-instellin gen, Christelijke zowel als Joodse. MAAR TOCH KAN men bepaald niet zeggen dat Jeruzalem vóój alles een stu dentenstad is. Evenmin is het vóór alles regerihgscentrum, zoals bij ons Den Haag of in de Verenigde Staten Washington. Weliswaar zijn de regeringsbureaus, die na de uitroeping van de staat Israel eerst tijdelijk in Tel Aviv waren gevestigd, al weer geruime tijd geleden naar Jeruzalem overgebracht, maar tot dusver zjn de meeste nog gehuisvest in gebouwen die oorspronkelijk een andere bestemming hadden. Er is de laatste jaren echter hard gewerkt aan de bouw van een modern re geringscentrum aan de rand van de stad en binnenkort zullen daar al enige minis teries de deuren van hun definitieve be huizing kunnen openen. Overigens bevin den de meeste buitenlandse diplomatieke vertegenwoordigingen zich nog altijd in Tel Aviv; tot de weinige uitzonderingen behoort de Nederlandse ambassade, die de Israëlische regering bij haar over plaatsing naar Jeruzalem bijna onmiddel lijk is gevolgd. Intussen kan Jeruzalem moeilijk een „typische" regeringsstad worden zolang het er nog vrijwel geheel aan buitenland se diplomaten en buitenlands ambassade personeel ontbreekt. Het is vrijwel onmogelijk in enkele woorden aan te duiden wat het stadska- rakter van Jeruzalem dan wèl is. Jeruza lem is nu eenmaal uniek. Uniek door zijn bijbelse en historische betekenis, unièk wegens de heilige plaatsen van drie we reldgodsdiensten die in en om die stad liggen, uniek door de mengeling van oer oud en gloednieuw, van uiterst traditio neel en hypermodern die men er aan treft. Jeruzalem is een wereld van tegen stellingen waarin de bezoeker telkens weer voor nieuwe verrassingen wordt ge plaatst. Men zou kunnen denken dat een deel van die tegenstellingen is weggevallen doordat de wapenstilstandsgrens dwars door het stadsgebied loopt en prikkel draadversperringen de (Israëlische) „nieu we stad" en de (Jordaanse) „oude stad" radicaal van elkaar gescheiden houden. Maar neen, dit heeft de tegenstellingen eerder vergroot dan verkleind. Want terwijl in de „nieuwe stad" het ene grote moderne bouwwerk na het an dere ontstaat, blijven in de smalle strook niemandsland tussen de prikkeldraadver sperringen de puinhopen uit de oorlog van 1948 onaangeroerd liggen en vervallen de uiteraard onbewoonde huizen in die strook tot ruïnes. En wie van de keurig geasfalteerde wegen over de berg Zion (die, hoe vreemd dat ook klinkt, bij de „nieuwe stad" behoort) over het prikkel draad heen naar beneden, naar de „oude stad" kijkt, die krijgt de indruk dat al die heiligdommen van de Christelijke, de Joodse en de Islamitische godsdienst, voor zo ver zij binnen de wallen van die oude stad liggen, zich in een soort van open luchtmuseum bevinden, in een omgeving die niet echt leeft maar nog slechts kunst matig in stand wordt gehouden. Niet de tegenstelling tussen oud en nieuw (want Links: een hoekje in de Boekharawijk, waar men nog vaak klederdrachten uit de landen van herkomst der immigranten kan zien. Rechts: een kruispunt van moderne winkelstraten in het centrum van de nieuwe stad. die vindt men immers ook in Israel zelf in overvloed), maar de tegenstelling tus sen „dood" en „levend" in overdrach telijke zin is zó groot, dat men de prikkeldraadversperring bijna als een na tuurlijke afscheiding gaat voelen, omdat het nauwelijks te begrijpen is dat deze „nieuwe stad" en die „oude stad" daar ginds ooit samen één geheel hebben ge vormd. de Visitatie en de Bron van Maria gaan. Ook onder de voorbijgangers wemelt het van tegenstellingen: luidruchtige buitenlandse vakantiegangers met witte spcwtpetten en stille vrome Joden met breedgerande, som? met bont afgezette zwarte hoeden op; meisjes in Israëlisch militair uniform (er is dienstplicht voor beide geslachten) en eveneens Israëli sche meisjes in „shorts" en op ko kette sandaaltjes; een eerbiedwaardige man met witte baard, stellig afkomstig uit een Oosteuropees ghetto, maar hier druk in de weer als bouwvakarbeider; twee donkerhuidige nieuwe Israëliërs, nog in de klederdrachten van Jemen en India, kijkend naar foto's van Marilyn Monroe in de vitrines van een bioscoop; 0, s -. Mé LONDEN Het is thans vrijwel zeker, dat de Britse, door communisten beheers te, Electrical Trades Union, de vakbond van elektriciens, welke door de rechtbank aan de kaak is gesteld wegens vervalsing van de uitslagen der bondsverkiezingen ten gunstig van communistische functionaris sen, uit het Britse verbond van vakver enigingen, het Trade Union Congress, zal worden gestoten. Morgen zal de algemene raad van het vakverbond een voorstel wor den overhandigd van de algemene commis sie om een aanbeveling in die geest te In de drukke winkelwijken van Jeruza lem worden de wandelaars er maar zelden aan herinnerd dat zij zich in de Heilige Stad bevinden. Maar in stille zijstraten kunnen zij er soms nog getuige van zijn dat de kerkelijke meerderjarig heid van een 13-jarige Joodse jongen plechtig in de openlucht wordt gevierd. TOCH ZIJN DE contrasten die wij, wan delend door de nieuwe stad, overal om ons heen zien ook wel heel frappant. Vlak tegenover het imposante gebouw van de Christelijke Jongemannenvereniging met zijn zestig meter hoge „Jezus-toren" be vindt zich de tweeduizend jaar oude fa milie-graftombe van koning Herodes. Ter wijl in de hoofdstraten het gemotoriseerde verkeer zo druk is dat de voetganger er goed aan doet, zich bij het oversteken strikt aan de verkeerslichten te houden, geschiedt een deel van het vervoer in de stillere wijken nog met behup van ezel tjes en muildieren. In het gerechtsgebouw zagen wij Adolf Eichmann geelbleek, star en onbeweeglijk, zonder een mense lijke trek op het masker-achtige gelaat in zijn kogelvrije glazen kooi zitten en luisterden wij door de modernste appara ten naar de simultaan-vertalingen (in drie talen) van de getuigenverklaringen; maar buiten, een paar meter van dat zelfde ge rechtsgebouw, speelden kinderen van ul tra-orthodoxe Joden, in hun nog uit Oost- Europa stammende drachten en met de traditionele kurketrekker-lokjes langs hun wangen, zo vrolijk en vredig alsof er nooit Eichmanns en nazi-beulen en gaskamers hadden bestaan CONTRASTEN en contrasten, waar men ook gaat. Bijna zij aan zij staan daar de grote Jesjoeroen-synagoge en het Ratisbonne-klooster. In één straat vindt men de oude Mohammedaanse be graafplaats en het huis waar Theodor Herzl, de grondlegger van het zionisme, in 1898 logeerde toen hij in Jeruzalem pogingen deed om tot de stichting van een Joodse staat te komen. En Joodse pelgrims die het eenvoudige maar in drukwekkende graf van Herzl willen be zoeken stappen in dezelfde autobus als Christen-pelgrims die naar de Kerk van giechelende kinderen die ijsjes lopen te eten en klaarblijkelijk op kattekwaad zinnen, en ernstige donker-geklede kin deren die met een gebedenboek in de hand, waarschijnlijk op weg zijn naar een dienst in de synagoge Dat laatste ziet men overigens in Jeru zalem veel meer dan in Tel Aviv of Haifa. Want Jeruzalem telt bepaald wel een gro ter percentage godsdienstige Joden onder zijn inwoners dan de twee andere steden. Hiermee in verband staat overigens hoe wonderlijk het ook klinkt het feit dat er in Jeruzalem geen café-terrassen zijn. Er zijn cafés genoeg, maar buiten zittend een kopje koffie drinken zoals in Tel Aviv, waar het wemelt van de ter rasjes kan men er niet. „Dat past niet, in de Eeuwige Stad, in de hoofdstad van het Heilige Land," luidt de verklaring. Een vreemde verklaring, waaruit niet duidelijk wordt waarom het drinken van een kopje koffie in de open lucht zoveel minder passend wordt geacht dan bijvoor beeld het eten van sabra (een cactus vrucht) bij een fruitkar of het wandelend likken aan ijsjes, dat niet verboden is Maar dat is dan ook weer een van die tegenstellingen, waaraan Jeruzalem zo rijk is. Simon Koster U W?' In de hoofdstad van Israel wordt niet alleen door de jeugd maar ook door de ouderdom gestu deerd. Meisjes met schooltassen, die door de plantsoenen van een bungalow- wijk op weg zijn naar de openbare school, ziet men in Jeruzalem zo goed als elders. Maar baardige heren van hoge leeftijd, die geheel in de bijbel studie opgaan, be horen wel zeer in het bijzonder tot deze stad. doen aan het jaarlijkse congres, dat over twee weken in Porthsmouth zal worden ge houden. Op deze manier wordt de E.T.U. bestraft voor haar weigering om aan de door het vakverbond, naar aanleiding van de rechterlijke uitspraak, gestelde eisen tot zuivering, te voldoen. Het vakverbond heeft vorige maand een ultimatum tot de weerspannige E.T.U. ge richt, waarin geëist werd dat de vijf, door de rechter schuldig bevonden leiders, vijf jaar van hun functies zouden worden ontheven en dat de nieuwe anti-communis tische secretaris John Byrne, die door het bestuur van zijn bevoegdheden was be roofd, in staat zou worden gesteld zijn functie uit te oefenen. Het vakverbond had pok Frank Foulkes, een communistische president van de E.T.U. verzocht af te tre den en zich kandidaat te stellen voor her kiezing, welke hij in de nieuwe omstan digheden zo goed als zeker zou verliezen. 242.000 leden Indien de E.T.U. door de vakbondscon ferentie van het lidmaatschap wordt ont heven, zal dit de meest drastische actie zijn, welke ooit tegen een bond van een dergelijke omvang en invloed is genomen. De E.T.U. heeft 242.000 leden, waarvan ve len in sleutelposities, zoals radio en tele visie werken. Tot nu toe heeft het vakver bond altijd met tegenzin tegen aangesloten bonden opgetreden, uitgaande van het be ginsel dat deze autonoom zijn, maar het schandaal van de E.T.U. dreigt al jaren lang de vakbeweging als geheel een slech te naam te geven. Na de rechterlijke uit spraak werd de toestand onhoudbaar. De kerk is in dodelijk verval, waaruit ze niet meer zal opstaan. In Amsterdam bezoekt nog geen vier percent van de be volking de kerk. Ging men 50 jaar gele den 's zondags naar de kerk thans maakt men zich op voor sport en ontspanning. Met onder meer deze woorden heeft ds. D. Bender, Nederlands hervormd predi kant in Zuidbroek, afscheid genomen van zijn gemeente. De 56-jarige predikant heeft eervol ontslag gevraagd uit zijn ambt en in deze laatste dienst zette hij uiteen waarom hij tot deze beslissing is gekomen. De vervreemding tussen kerk en wereld is groot, ook in Zuidbroek, zei ds. Bender. Voor het werk van de dominee heeft men geen enkele belangstelling en men heeft er geen begrip voor. Ik wijs u op mensen, die lidmaat zijn maar geen belasting wil len betalen of mensen die bestuurslid zijn, maar nooit in de kerk komen, en op het kerkkoor, dat uitgerekend op zondag een reisje gaat maken. Hoewel men geen geld over heeft voor een op instorten staand kerkgebouw, kijkt men nu al weer uit naar een nieuwe do minee. Deze zal de onmogelijke taak krij gen om zowel de jeugd de boeren als de intellectuelen te boeien. Zo'n dominee is niet te vinden, aldus ds. Bender, die voorts zei: „Het ligt piet aan de dominee, maar aan de gemeen te. Een gemeente die elkander dient. Zo als de zaken nu staan, zal de kerk leeg blijven. Dit is geen bewijs van onchriste lijkheid, maar men is ontgroeid aan de conventionele vormen van kerkelijke ge meenschap. Daar ik niet de liefde en het geloof kan opbrengen alles nieuw leven in te blazen, moet ik mijn ambt prijs geven en een nieuw bestaan opbouwen. Daarin hoop ik mijn verdere leven nog nuttige en zinvolle arbeid te verrichten". De afscheidsdienst werd gehouden in de geheel bezette consistorie-kamer van de hervormde kerk in Zuidbroek. Ds. Bender had voor zijn preek een gedeelte van het 7de vers uit Efeze 3 gekozen: In liefde geworteld en gegrond. De bijeenkomst werd besloten met gezang 121: God roept ons broeders tot de daad.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 4