DE DODENLIJST VAN
ADRIAN MESSENGER
PRIEGELTJES GROTE REIS
Hoe de losbollige graaf
zijn schatrijke Mathilde
Maximiliaan
schaakte
i
Catullus blijft drijven 1
r
PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER
Voigende laeek....
ZWITSAL
Pollle
p
MOEDER WORDEN...
11
Ons vervolgverhaal
PHILIP MACDONALD
Oorspronkelijke titel:
The list of Adrian Messenger
Een 19-eetiws drama
op de Hartekamp
■1
VRIJDAG 1 SEPTEMBER 196!
BABYSET DE LUXE <4
18. „Kijk Bingo", zegt Polle, „daar is de rots nu waarop de „Mary" schip
breuk heeft geleden; toch is het jammer, hè?" „Hedaar! Zeerob! Hallo!,
hier zijn we!", roepen de beide vriendjes naar boven; kom eens naar be
neden, dan nemen we je mee naar de wal!" Maar Zeerob zit te slapen, met
zijn eeuwige pijpje in zijn mond. „Zou hij dat doen van moeheid, of van
verveling? Misschien is hij wel flauw van de honger!"
24)
Hij legde de hoorn op de haak en
vouwde het agendablad op om het in
zijn portefeuille te stoppen. Enkele
minuten later was hij weer in zijn
auto op weg naar St. James' Street en
een middagmaal.
Als hij vijf seconden eerder Picca
dilly was gepasseerd, dan had hij de
taxi met Jocelyn Messenger en haar
gast kunnen zien op weg naar het res
taurant van Aristide Mazarin...
Daar gebruikte Raoul Saint-Denis
een uur later, midden in een maal
van uitstekende kwaliteit dat te meer
opviel in de eenvoudige omgeving,
toevallig het woord „Califomië".
Het resultaat was dat de andere gas
ten nog meer dan voorheen geïnteres
seerd raakten in hem en zijn lieftal
lige metgezellin. Zij sloeg namelijk de
hand voor het hoofd en zei: „Daton!"
met een stem die kennelijk veel har
der was dan in haar bedoeling had
gelegen. Ze kleurde en lachte be
schaamd, terwijl ze over de tafel leun
de om iets tegen de Fransman te zeg
gen.
Wat ze zei was: „Neem me niet
klalijk. Er schoot me net iets te bin
nen. Het heeft te maken met wat An
thony Gethryn wilde dat ik aan u ver
telde..."
Daarna zei ze: „Ik geloof dat ik
hem even moet opbellen," beduidde
Raoul dat hij moest blijven zitten, en
stond op... Ze slaagde er echter niet
in Anthony Gethryn aan de lijn te
krijgen, noch in Whig Street noch in
zijn eigen huis.
Anthony Gethryn had namelijk tij
dens zijn snelle en eenzame maaltijd
besloten zijn idee dat mevrouw A. (Sa
ra) Koeroedzjian belangrijk was te
volgen en hij was op dat ogenblik on
derweg naar de zestig kilometer van
Londen gelegen provinciestad.
Hij wist natuurlijk wel dat het best
kon zijn dat hij zijn tijd verspilde,
maar hij bedacht somber dat tijd tot
op heden in deze zaak het enige was
waarover hij de beschikking had.
Als hij op dat ogenblik Thomas
Gainsford Seymour aan het werk had
kunnen zien, zou hem dat misschien
wat opgebeurd hebben. Seymour, die
er zonder hoed en met een tas onder
de arm zo weinig als een politieman
uitzag als wie dan ook, stond name
lijk op de stoep voor Wellington
Square nummer achttien in Londen-
Noord. Hij was in gesprek met een
nogal verwilderde, knappe vrouw
van een jaar of veertig, die hij aan
sprak als „mevrouw McGovan" en die
hij vroeg of ze even tijd voor hem
had.
„Als u niet probeert me iets te ver
kopen.." Er was een zekere twijfel
in de stem van mevrouw McGowan,
maar die werd goedgemaakt door de
blik waarmee ze hem van zijn voeten
tot zijn blonde hoofd opnam
Seymour rilde bij het idee dat men
hem verdacht een gewone koopman te
zijn. Hij protesteerde met berekende
jongensachtigheid en zei dat hij alleen
maar wilde dat mevrouw McGowan
hem hielp. Hij vertelde dat hij werk
zaam was bij het verzamelen van
materiaal voor een nieuw militair
werk dat „De troepen uit Londen"
zou heten en dat zich zou bezighouden
met de uit deze stad afkomstige re
gimenten-
Hij maakte zijn tas open en keek
naar een vertrouwenwekkende stapel
papieren, waarop hij vervolgde: „Ik
heb vernomen dat wijlen uw echtge
noot deel heeft uitgemaakt van een
van deze regimenten, mevrouw Mc
Gowan..."
Hij zweeg omdat de dame hem in
de rede viel.
„Waarom blijft u daar toch buiten
staan?" zei ze. „Komt u binnen, dat
is wel zo gemakkelijk."
Waarop Seymour over de drempel
stapte met het gevoel dat de informa
ties die hij wilde hebben nu wel ver
zekerd waren...
Een blik op de efficiënte wijze waar
op zijn nieuwe assistent te werk ging
zou Anthony zoals gezegd misschien
wel opgebeurd hebben. Wat zich te
zelfdertijd in een ander deel van Lon
den afspeelde zou dat echter waar
schijnlijk niet gedaan hebben.
De plaats waar dit gebeurde was de
kleine winkel van Slattery op de hoek
van Pope Terrace in Twickenham. De
voorzieningen voor de onzichtbare val
voor Smith Brown-Jones aan de voor-
en achterkant van het huis zouden de
man die hem zo gedoopt had, stellig
voldaan hebben. De twee pseudo-
werklieden gaven uitstekend spel te
zien als de schilders die aan het werk
waren in het lege huis tegenover dat
van Slattery en hun collega de pseu-
doschrijver hield uit zijn raam de
wacht bij de achterkant van het huis.
Binnen was het echter anders. Als
Anthony het gesprek had kunnen ho
ren dat in de huiskamer achter de
winkel gevoerd werd zou hij zeker ge
schrokken zijn. Ernstig geschrokken.
Jonathan Slattery zat in elkaar ge
doken in zi.m rolstoel dicht bij het
haardvuur. Hij staarde doelloos voor
zich uit en draaide zelfs zijn hoofd niet
om toen zijn vrouw binnenkwam en
met veel lawaai een dienblad neerzette.
Sullig zei hij: „Het is nog geen thee
tijd", waarop zijn vrouw antwoordde:
„Dat weet ik, maar ik dacht dat een
kop thee je misschien zou opbeuren."
Ze legde een hand op zijn schouder.
„Met een scheut onvervalste oude er
in, wat?" Haar echtgenoot deed zijn
best. Hij ging rechtop zitten en grin
nikte tegen haar. „Nu praat je ver
standig, meisje," zei hij, en reed de
rolstoel in een snelle beweging naar de
andere, kant van de kamer, waar
hij een fles uit de kast haalde die hij
voorzichtig mee terugnam naar het
vuur. Hij wachtte* terwijl Connie Slat
tery twee kopjes met heel donkere
thee uit de pot vulde en deed dan in
elk een flinke scheut.
Zijn vrouw ging in de oude schom
melstoel aan de andere kant van de
haard zitten. Ze brachten hun kopjes
naar de mond, dronken er voorzichtig
van, en gaven bijna gelijktijdig gelui
den van waardering.
Ze dronken de kopjes in stilte leeg,
welke stilte voorduurde toen Connie
ze weer vulde en een nieuwe scheut
drank weigerde.
„Nee, ik niet," zei ze. „Maar neem
jij wel, het zal je goed doen."
Jonathan Slattery gehoorzaamde
haar, glimlachte weer tegen haar en
tilde zijn kopje in de hoogte en zei:
„Gezondheid, Con."
Maar daarna zweeg hij weer, ter
wijl hij naar het vuur bleef staren.
Tot mevrouw Slattery plotseling reso
luut zei: „Het heeft geen zin. Ik weet
dat je zit te tobben en ik weet waar
over je tobt." Ze stond op, gaf hem
een sigaret en hield er een vlammetje
bij. „Je kunt mij niet voor de gek.
houden."
Haar man keek haar aan met een
gezicht vol gekwetste en verschrikte
onschuld. „Wie tobt er?" vroeg hij.
„Als iemand wat neerslachtig is, moet
hij dan ook meteen ergens over tob
ben?"
Mevrouw Slattery nam zijn lege
kopjes en zette het op haar blad. Ze
zei 'rustig: „Het is voor die mijnheer
Flood en zijn vijfentwintig pond,
niet?... Hij heeft je zijn telefoonnum
mer achtergelaten. Waarom bel je hem
niet op om de zaak uit te leggen?"
„Waar bemoei je je mee?" Hij sprak
op scherpe toon. „Er is er een bij je
op de loop!" Hij snoof kwaadaardig,
maar zonder haar aan te kijken.
„Waarom maak je je daar in hemels
naam zorgen over? Waarom?"
„Omdat iij dat ook doet." Connie
Slattery keek onbewogen. „Omdat je
niet eerlijk geweest bent tegen mijn
heer Flood, als je het weten wilt."
„Dat bedoel je: niet eerlijk ge
weest?" De verontwaardiging van Slat
tery steeg. „Ik heb hem toch geen
kwaad gedaan? En zijn zaak ook niet!
En die man die dat geld naliet al
evenmin! Je begrijpt er niets van
Con. Niets!"
„Nu, goed dan." Mevrouw Slattery
was nog steeds rustig. Ze pakte het
blad op... en zette het weer neer. Slat
tery staarde weer in het vuur. Ze
liep naar de rolstoel, ging er achter
staan en nam het hoofd van Slattery
tussen haar handen om een kus op
het kale kruintje te drukken.
„Het geeft niet hoor, Johnny," zei
ze. „Je moet doen wat jij het beste
vindt."
Om kwart voor vier reed Anthony
het kleine stadje Purling binnen over
de brug en vervolgens tegen de heu
vel op waar, naar hij bij navraag ver
nam. het huis Windicotes stond...
CWordt vervolgd)
77-78. Het viel voor Priegeltje niet mee
de stoep af te komen, maar het lukte hem
toch. Eenmaal op straat begon hij te ren
nen, om zo gauw mogelijk weg te komen.
Hij dacht zeker, dat hij die grote af
stand naar Afrika zomaar kon lopen! Z'n
speertje had hij meegenomen.
Dat hij eerst een heel eind reizen moest
om bij een haven te komen en dan weken
lang op een schip moest varen, begreep
het ventje niet.
Professor Wiedemors kwam even later
z'n studeerkamer binnen, en toen miste hij
Priegeltje.
Priegeltje.waar zit je? riep hij.
Maar Priegeltje antwoordde niet en was
niet in z'n huisje. Daar begreep de pro
fessor niets van.
Vandaag precies honderd jaar geleden
wij hebben het vorige week al In
„Volgende Week" opgehaald werd op
het Heemsteedse buitengoed „De Ha?rte-
kamp" de schatrijke dochter-des-huizes,
de 20-jarige freule Mathilde van Ver-
schuer, ontvoerd door een snode Oos
tenrijkse losbol, de 26-jarige Maximilian
Graaf Spaur und Flavon, die het alleen
om de Verschuerse miljoentjes te doen
was. Het verhaal van deze schaking
bekort om redenen van plaatsruimte
geven wij hierbij wat vollediger, in de
tekst en spelling van jhr. F. J. E. van
Lennep in zijn kroniek „Honderd jaar
Hartekamp", uitgegeven door de Ver
eniging Haerlem en gedrukt bij de Er
van F. Bohn n.v. te Haarlem.
„HOE GENOEGLIJK rolt het leven
des genisten landmans heen', is een
dichtregel van Nederlandschen bodem
en de ruim vijftigjarige Baron van Ver-
schuer op zijn buiten, de Heemsteedse
Hartekamp, denkt in den zomer van 1861
niet anders of deze woorden kunnen ook
op hem van toepassing worden ver
klaard. Met vrouw en dochter geniet hij
in alle kalmte van het buitenleven na
een bezoek aan Parijs en na een be
wogen winter in Den Haag, waarin hij
naar zijn stellige overtuiging een onge-
wenschten aanbidder van deze laatste
definitief heeft terzijde geschoven.
Misschien is Mathilde met haar gedach
ten wel eens ver weg, maar de gehele
maand augustus logeert een zeer dierbare
neef Verschuer op de Hartekamp en ge
zamenlijk speelt het tweetal viool <?n rijdt
onbezorgd paard, zodat de ouders denken,
dat hun dochter Max Spaur vergeten is.
Geen bezwaar, indien Mathilde eenmaal
haar neef tot man zou nemen, vinden zij.
Dan kunnen mettertijd weer Verschuers
het oude buiten bewonen en het verlies
van de jong overleden stamhouder zou
minder zwaar worden gevoeld.
Zondag 1 september breekt aan en het
gezin rijdt des morgens met twee paarden
voor de koets naar Zandvoort, waar sinds
1836 Dominee Swaluw zijn boeiende predi
katies houdt en waar voor de Verschuers
plaatsen beschikbaar zijn.
Teruggekomen in Heemstede, wordt een
noenmaal genuttigd, waarna de freule
zonder haar familieleden uit rijden gaat.
Daarna wordt te ongeveer vijf uur gege
ten. Neef en nicht slijten de avond zoals
ze dat gewoon zijn en iedereen gaat bij
tijds naar bed. Maar Mathilde heeft des
middags in het dorp een ogenblik contact
gehad met haar Oostenrijkse aanbidder
en zij verwacht hem des avonds aan het
raam van een boven de woonvertrekken
ter voorzijde gelegen kamertje. De huisge
noten mogen niets horen. Zij maakt
grotendeels haar toilet voor de nacht en
begeeft zich op muiltjes naar het opka
mertje, dat ook van buiten niet moeilijk
is te bereiken.
Gestommel onder het raam. Max ver
schijnt aan het venster en wat de gelief
den elkaar in het bewuste kamertje te
vertellen hebben gehad, zal wel nooit
iemand ervaren. Maar het is wel zeer
waarschijnlijk, dat Mathilde met de mo
gelijkheid van een ontvoering heeft reke
ning gehouden. Zij biedt slechts weerstand
voor de vorm en Max, die rijzig is en
sterk, neemt haar op in zijn gespierde ar
men en slaagt er in, haar langs een lad
der naar buiten te dragen.
Beneden zijn vrienden; ook Nederlan
ders helpen de ondernemende minnaar
de jeugdige van Burmania Rengers,
later generaal, mag de ladder vasthouden
en aan de Princelaan wacht een rijtuig
om de freule in ontvangst te nemen.
Flauwtjes verklaart zij aan haar landge
noten, dat zij mee zal gaan. Aan de ge
volgen van de nachtelijke rit wil zij nog
niet te veel denken.
In het rijtuig wacht.Moeke Mama,
alias Grafin Spaur, alias la Giraud, die
zich sterk weet in de rol van chaperonne.
Er is nog wat gedoe alvorens de koets
om half twaalf order krijgt te vertrekken.
De vigilante rijdt, bestuurd door Jan Veen
knecht van de Haarlemse stalhouder van
den Berg, in gestrekte draf naar Noord-
wijk, waar Veen van huis uit de weg kent
en waar een visserspink onder zeil gaat
met Max en de beide dames aan boord.
De Oostenrijkse en Nederlandse vrienden
blijven aan wal en op de Hartekamp heeft
niemand iets gemerkt.
Doch in de ochtenduren is daar de con
sternatie groot. Het bos wordt doorzocht
en de vijver afgedregd. Het staat vast
dat de freule het huis heeft verlaten.
Langzamerhand dringt het tot de ouders
door, dat Mathilde ontvoerd is en dat
Spaur daarin de hand kan hebben gehad.
Dit is veel erger dan de dood. Dit is de
schande. Als de burgemeester verschijnt,
zegt Verschuer tegen hem: „ik had haar
liever uit de vijver opgehaald".
Op de bewuste avond is er een groot
diner op „Meer en Berg". Aan het dessert
wordt de ontvoering bekend. Terstond stij
gen de meeste mannelijke gasten on
der wie Emil Bijleveld, Jan van Tuyll van
Vleuten en Jochem Rendorp van Marquet
te te paard om in de omgeving te gaan
zoeken. Tekenend voor him jeugdig élan
en voor de goede bezetting van particulie
re stallen in die tijd, maar te vergeefs!
Spaur heeft zijn maatregelen goed geno
men.
De Verschuers zijn ontroostbaar; het is
of hun gehele bestaan instort. De span
ning stijgt met de dag tot er op 5 septem
ber een telegram komt van de vrienden,
wier onderzoek zich in Engelse richting
4 december wordt de echtverbintenis een
feit. In een Registrar's Office te Ryde,
Isle of Wight, wordt het burgerlijk hu
welijk voltrokken.
De Verschuers nemen tegenoevr het vol
dongen feit een houding aan, die niemand
gelegenheid geeft zich te verheugen over
het leed, dat hen heeft getroffen. Ze reizen
het jonge paar in Parijs tegemoet en Me
vrouw verlangt, dat aldaar een kerkelijke
inzegening zal plaats hebben. Als het geen
Protestants kan zijn, dan -een Katholieke,
maar met het run-a way huwelijk in En
geland kan naar haar mening niet worden
volstaan. De plechtigheid vindt plaats in
tegenwoordigheid van de wederzijdse fa
milies.
Mathilde verandert niet van godsdienst.
Zij is er zich echter van bewust, dat even
tuele kinderen in het geloof van hun va
der zullen worden opgevoed.
Als in augustus 1862 de eerste baby op
komst is, begeeft mevrouw van Verschuer
zich per reiskoets naar Wenen op de
trein is zij niet gesteld en verblijft ge
ruime tijd bij haar dochter. Voor de heer
van Verschuer wordt de tocht te ver
moeiend geacht, maar hij zal er in de toe
komst van genieten als weer vrolijke
kinderstemmen de bossen van de Harte
kamp vervullen.
Max komt weinig in Nederland, zijn
vrouw en vooral hun kinderen bezoeken
Freule Mathilde
het in later jaren geregeld. Het kapitaal
zijner schoonmoeder heeft hij echter nim
mer in handen gekregen: mevrouw van
Verschuer overleeft niet alleen haar doch
ter, maar ook haar schoonzoon.
Maximilian, graaf Spaur und Flavon.
heeft bewogen, vermeldende dat het Oos
tenrijks-Nederlandse gezelschap in Dover
is aangetroffen.--
Het is dus waar: Spaur heeft de hand
van Verschuer geforceerd. Een huwelijk
is de enige oplossing. Alle partijen zullen
blijken dit te wensen, maar het zou nog
drie maanden duren eer het zover zou zijn.
De onderhandelingen van de Verschuers
met de Spaurs duren lang alvorens het
huwelijk wordt gesloten. Nadat de Harte
kamp tot toestemming heeft besloten, ligt
het niettemin voor de hand, dat de mate-
rieele positie van Mathilde zo goed moge
lijk moet worden geregeld, onder meer
door huwelijksvoorwaarden. Anderzijds
hebben „la Giraud" en haar deugniet van
een zoon zolang het huwelijk niet gesloten
is een dwangmiddel in de hand, namelijk
het dreigement, dat zij Mathilde doodge
woon aan haar lot zouden overlaten. Na
veel heen en weer schrijven tussen Neder
land en Engeland wordt men het eens
over de toelage, die Spaur verlangt en op
Voor de bewoners van de Noorditaliaan-
se plaats Sirmione aan het Gardameer
en ook voor de toeristen daar, is het mys
terie van de zwaan die niet zwemmen
kon, afdoende opgelost. Iedereen is opge
lucht en het leven gaat weer zijn gewone
gang.
Het bureau voor vreemdelingenverkeer
in Sirmione kocht onlangs een zwaan om
de gevederde bevolking van de plaatse
lijke slotgracht te versterken. De zwaan
„Catullus" genaamd, werd geleverd door
een boer uit de omgeving, maar toen men
hem in de gracht plaatste, bleek tot ieders
ontzetting, dat het dier niet zwemmen
kon. Catullus begon te zinken zodra hij
water onder zich had
Er zat niets anders iop dan de merk
waardige zwaan op een vlotje te zetten,
waar hij zijn dagen dan maar moest slij
ten. De rest van de zwanenbevolking
zwom er met duidelijke verachting om
heen, doch niet een mooie vrouwtjes-
zwaan, ..Lesbia...geheten. Lesbia bleef, in
de buurt en zorgde er liefderijk voor, dat
Catullus niet van honger omkwam. Zij
zwom af en aan om hem lekkere beetjes
toe te stoppen, die zij voop hem uit de
gracht opviste.
Zo gingen er enige dagen voorbij, tot
dat Catullus opeens van het vlot afwaggel-
de en zich zij het met enige aarzeling
te water begaf. Men stond er verbluft
naar te kijken en alles was gereed om
hem van een wisse verdrinkingsdood te
redden. Maar Catullus zwom. Hij zwom
statig van zijn gehate vlot af, vergezeld
van zijn trouwe Lesbia.
Niemand begreep er iets van. Men was
reeds geloof gaan hechten aan het sprook
je dat Catullus was uitgebroed door een
kip, die haar zwanenzoon alles had bijge
bracht om zich door het leven te slaan
behalve nu juist dat ene: de zwemkunst.
Dat werd geloofd totdat de boer op de
proppen kwam die Catullus had verkocht.
CO» MAITIN TOONDH I J
36. Archibald Brauswasser, die met Panda alleen in
de hal van het grote bankgebouw was achtergebleven,
was niet helemaal tevreden over de toestand. „Het is
nu wel aardig om betaald te worden in oude rekenin
gen", zei hij, „want op die manier heb ik tenminste geen
last met deurwaarder Wrongelsma: maar het geld voor
de aanschaf van mijn licht-opwekkende drank krijg ik
op die manier niet bij elkaar! En de Graaf moet ook
wel bedenken, dat hij mijn hele verdere bedrijf heeft
lamgelegd, want alles wat ik aan aecors bezit is nu in
deze bank verwerkt. En als nu straks die 'Mevrouw
Knokkebies-van Tutteren komt om haar Griekse ach
terwand te halen Hier zweeg hij, en hij kreeg, even
als Panda, een kleine schok; want zij zagen nu beiden
dat de muur waar hij tegenaan leunde toevallig net dit
achterwand van Mevrouw Knokkebies-van Tutteren was.
Dat ging natuurlijk niet. Die wand moest worden vrij
gemaakt voord e goede dameMaar dit soort za
ken was maar onbelangrijk in vergelijking tot wat zich
in het privé-kantoor afspeelde. Daar kondigde namelijk
de ondernemer P. Bijdevleet aan, dat hij met een
kleine twee miljoen die hij toevallig nog had liggen, een
rekeningetje wilde openen bij deze nette Krediet Bank.
Directeur Graaf Bueno de Rothfeller kon dit niet anders
dan een zeer verstandig besluit noemen. „U toont een
scherp zakelijk inzicht", zei hij, „een mooiere beleg
ging is voor zo'n bedragje nauwelijks te bedenken".
Met beschaamde kaken bekende hij de
zwaan extra-wit te hebben willen maken
en hem bewerkt te hebben met een bij
zonder krachtig wasmiddel. Daardoor was
de natuurlijke vetlaag weggewassen en
zonk Catullus zodra hij te water werd ge
laten. Maar in de dagen van zijn balling
schap op dat vlot had de natuur haar
rechten hernomen en was de vetlaag op
zijn veren teruggekeerd. Vandaar dat Ca
tullus, aan zoveel vernederingen blootge
steld, nu de gelukkigste van alle zwanen
in Sirmione is. Maar de stad heeft een
attractie verloren, want de toeristen zeg
gen nu: Catullus? o, dat is maar een ge
wone zwaan
is het een kwarteeuw geleden dat
de verloving bekendgemaakt werd
van Prinses Juliana met Prins Bern-
.hard Leopold Friedrich Eberhard
Kurt Karl Gottfried Peter von Lippe
Biesterfeld. (8 sept.)
trekken weer talrijke herfstoptoch-
ten door Nederland: de bloemencor
so's van Aalsmeer (van 2-6 septem
ber in Amsterdam, Alkmaar en Gro
ningen), Zundert (3 sept.) en Val-
kenswaard (9 sept.), de Westlandse
oogststoet met intocht van de Drui-
venprinses (Naaldwijk, 9 sept.), en
de installatie van een fruitfee in
Goes als ouverture van de Zeeuwse
fruitweek, die op 16 september zal
worden besloten met een fruitcorso.
wordt de Friese vierling Lauten-
bach Meint, Willem, Dirkje en
Ytje drie jaar. (5 sept.)
zal de Nederlandse wereldkampioen
goochelaar Fred Kaps op een inter
nationaal congres van de Fédération
Internationale des Sociétés Magiques
te Luik voor de tweede maal in
successie zijn titel verdedigen tegen
de sterkste amateur- en beroepsma
giërs van drie werelddelen. (6 t.m.
9 sept.).
begint in Monaco een internationaal
amateurtoneelfeest waaraan als Ne
derlandse afvaardiging zal worden
deelgenomen door het gezelschap
„de Maasstadspelers" uit Rotter
dam. (9 sept.)
zal de befaamde Amerikaanse schil
deres Anne-Mary Robertson Moses
(„Grandma Moses") in haar villa
te Eagle Bridge in New York haar
101ste verjaardag vieren. (7 sept.)
Advertentie
Dit is de titel van het nieuwe boek van
Dr. W. de Kok. Alles over zwangerschap,
geboorte, babyverzorging en kleuter»
opvoeding. Dit waardevolle boek (184
pagina's in fraaie omslag) krijgt U ten
geschenke bij aanschaffing van een
Copyright P I 6 Boi 6 Copenhagen