DE DODENLIJST VAN ADRIAN MESSENGER PRIEGELTJES GROTE REIS Hoe de losbollige graaf zijn schatrijke Mathilde Maximiliaan schaakte i Catullus blijft drijven 1 r PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER Voigende laeek.... ZWITSAL Pollle p MOEDER WORDEN... 11 Ons vervolgverhaal PHILIP MACDONALD Oorspronkelijke titel: The list of Adrian Messenger Een 19-eetiws drama op de Hartekamp ■1 VRIJDAG 1 SEPTEMBER 196! BABYSET DE LUXE <4 18. „Kijk Bingo", zegt Polle, „daar is de rots nu waarop de „Mary" schip breuk heeft geleden; toch is het jammer, hè?" „Hedaar! Zeerob! Hallo!, hier zijn we!", roepen de beide vriendjes naar boven; kom eens naar be neden, dan nemen we je mee naar de wal!" Maar Zeerob zit te slapen, met zijn eeuwige pijpje in zijn mond. „Zou hij dat doen van moeheid, of van verveling? Misschien is hij wel flauw van de honger!" 24) Hij legde de hoorn op de haak en vouwde het agendablad op om het in zijn portefeuille te stoppen. Enkele minuten later was hij weer in zijn auto op weg naar St. James' Street en een middagmaal. Als hij vijf seconden eerder Picca dilly was gepasseerd, dan had hij de taxi met Jocelyn Messenger en haar gast kunnen zien op weg naar het res taurant van Aristide Mazarin... Daar gebruikte Raoul Saint-Denis een uur later, midden in een maal van uitstekende kwaliteit dat te meer opviel in de eenvoudige omgeving, toevallig het woord „Califomië". Het resultaat was dat de andere gas ten nog meer dan voorheen geïnteres seerd raakten in hem en zijn lieftal lige metgezellin. Zij sloeg namelijk de hand voor het hoofd en zei: „Daton!" met een stem die kennelijk veel har der was dan in haar bedoeling had gelegen. Ze kleurde en lachte be schaamd, terwijl ze over de tafel leun de om iets tegen de Fransman te zeg gen. Wat ze zei was: „Neem me niet klalijk. Er schoot me net iets te bin nen. Het heeft te maken met wat An thony Gethryn wilde dat ik aan u ver telde..." Daarna zei ze: „Ik geloof dat ik hem even moet opbellen," beduidde Raoul dat hij moest blijven zitten, en stond op... Ze slaagde er echter niet in Anthony Gethryn aan de lijn te krijgen, noch in Whig Street noch in zijn eigen huis. Anthony Gethryn had namelijk tij dens zijn snelle en eenzame maaltijd besloten zijn idee dat mevrouw A. (Sa ra) Koeroedzjian belangrijk was te volgen en hij was op dat ogenblik on derweg naar de zestig kilometer van Londen gelegen provinciestad. Hij wist natuurlijk wel dat het best kon zijn dat hij zijn tijd verspilde, maar hij bedacht somber dat tijd tot op heden in deze zaak het enige was waarover hij de beschikking had. Als hij op dat ogenblik Thomas Gainsford Seymour aan het werk had kunnen zien, zou hem dat misschien wat opgebeurd hebben. Seymour, die er zonder hoed en met een tas onder de arm zo weinig als een politieman uitzag als wie dan ook, stond name lijk op de stoep voor Wellington Square nummer achttien in Londen- Noord. Hij was in gesprek met een nogal verwilderde, knappe vrouw van een jaar of veertig, die hij aan sprak als „mevrouw McGovan" en die hij vroeg of ze even tijd voor hem had. „Als u niet probeert me iets te ver kopen.." Er was een zekere twijfel in de stem van mevrouw McGowan, maar die werd goedgemaakt door de blik waarmee ze hem van zijn voeten tot zijn blonde hoofd opnam Seymour rilde bij het idee dat men hem verdacht een gewone koopman te zijn. Hij protesteerde met berekende jongensachtigheid en zei dat hij alleen maar wilde dat mevrouw McGowan hem hielp. Hij vertelde dat hij werk zaam was bij het verzamelen van materiaal voor een nieuw militair werk dat „De troepen uit Londen" zou heten en dat zich zou bezighouden met de uit deze stad afkomstige re gimenten- Hij maakte zijn tas open en keek naar een vertrouwenwekkende stapel papieren, waarop hij vervolgde: „Ik heb vernomen dat wijlen uw echtge noot deel heeft uitgemaakt van een van deze regimenten, mevrouw Mc Gowan..." Hij zweeg omdat de dame hem in de rede viel. „Waarom blijft u daar toch buiten staan?" zei ze. „Komt u binnen, dat is wel zo gemakkelijk." Waarop Seymour over de drempel stapte met het gevoel dat de informa ties die hij wilde hebben nu wel ver zekerd waren... Een blik op de efficiënte wijze waar op zijn nieuwe assistent te werk ging zou Anthony zoals gezegd misschien wel opgebeurd hebben. Wat zich te zelfdertijd in een ander deel van Lon den afspeelde zou dat echter waar schijnlijk niet gedaan hebben. De plaats waar dit gebeurde was de kleine winkel van Slattery op de hoek van Pope Terrace in Twickenham. De voorzieningen voor de onzichtbare val voor Smith Brown-Jones aan de voor- en achterkant van het huis zouden de man die hem zo gedoopt had, stellig voldaan hebben. De twee pseudo- werklieden gaven uitstekend spel te zien als de schilders die aan het werk waren in het lege huis tegenover dat van Slattery en hun collega de pseu- doschrijver hield uit zijn raam de wacht bij de achterkant van het huis. Binnen was het echter anders. Als Anthony het gesprek had kunnen ho ren dat in de huiskamer achter de winkel gevoerd werd zou hij zeker ge schrokken zijn. Ernstig geschrokken. Jonathan Slattery zat in elkaar ge doken in zi.m rolstoel dicht bij het haardvuur. Hij staarde doelloos voor zich uit en draaide zelfs zijn hoofd niet om toen zijn vrouw binnenkwam en met veel lawaai een dienblad neerzette. Sullig zei hij: „Het is nog geen thee tijd", waarop zijn vrouw antwoordde: „Dat weet ik, maar ik dacht dat een kop thee je misschien zou opbeuren." Ze legde een hand op zijn schouder. „Met een scheut onvervalste oude er in, wat?" Haar echtgenoot deed zijn best. Hij ging rechtop zitten en grin nikte tegen haar. „Nu praat je ver standig, meisje," zei hij, en reed de rolstoel in een snelle beweging naar de andere, kant van de kamer, waar hij een fles uit de kast haalde die hij voorzichtig mee terugnam naar het vuur. Hij wachtte* terwijl Connie Slat tery twee kopjes met heel donkere thee uit de pot vulde en deed dan in elk een flinke scheut. Zijn vrouw ging in de oude schom melstoel aan de andere kant van de haard zitten. Ze brachten hun kopjes naar de mond, dronken er voorzichtig van, en gaven bijna gelijktijdig gelui den van waardering. Ze dronken de kopjes in stilte leeg, welke stilte voorduurde toen Connie ze weer vulde en een nieuwe scheut drank weigerde. „Nee, ik niet," zei ze. „Maar neem jij wel, het zal je goed doen." Jonathan Slattery gehoorzaamde haar, glimlachte weer tegen haar en tilde zijn kopje in de hoogte en zei: „Gezondheid, Con." Maar daarna zweeg hij weer, ter wijl hij naar het vuur bleef staren. Tot mevrouw Slattery plotseling reso luut zei: „Het heeft geen zin. Ik weet dat je zit te tobben en ik weet waar over je tobt." Ze stond op, gaf hem een sigaret en hield er een vlammetje bij. „Je kunt mij niet voor de gek. houden." Haar man keek haar aan met een gezicht vol gekwetste en verschrikte onschuld. „Wie tobt er?" vroeg hij. „Als iemand wat neerslachtig is, moet hij dan ook meteen ergens over tob ben?" Mevrouw Slattery nam zijn lege kopjes en zette het op haar blad. Ze zei 'rustig: „Het is voor die mijnheer Flood en zijn vijfentwintig pond, niet?... Hij heeft je zijn telefoonnum mer achtergelaten. Waarom bel je hem niet op om de zaak uit te leggen?" „Waar bemoei je je mee?" Hij sprak op scherpe toon. „Er is er een bij je op de loop!" Hij snoof kwaadaardig, maar zonder haar aan te kijken. „Waarom maak je je daar in hemels naam zorgen over? Waarom?" „Omdat iij dat ook doet." Connie Slattery keek onbewogen. „Omdat je niet eerlijk geweest bent tegen mijn heer Flood, als je het weten wilt." „Dat bedoel je: niet eerlijk ge weest?" De verontwaardiging van Slat tery steeg. „Ik heb hem toch geen kwaad gedaan? En zijn zaak ook niet! En die man die dat geld naliet al evenmin! Je begrijpt er niets van Con. Niets!" „Nu, goed dan." Mevrouw Slattery was nog steeds rustig. Ze pakte het blad op... en zette het weer neer. Slat tery staarde weer in het vuur. Ze liep naar de rolstoel, ging er achter staan en nam het hoofd van Slattery tussen haar handen om een kus op het kale kruintje te drukken. „Het geeft niet hoor, Johnny," zei ze. „Je moet doen wat jij het beste vindt." Om kwart voor vier reed Anthony het kleine stadje Purling binnen over de brug en vervolgens tegen de heu vel op waar, naar hij bij navraag ver nam. het huis Windicotes stond... CWordt vervolgd) 77-78. Het viel voor Priegeltje niet mee de stoep af te komen, maar het lukte hem toch. Eenmaal op straat begon hij te ren nen, om zo gauw mogelijk weg te komen. Hij dacht zeker, dat hij die grote af stand naar Afrika zomaar kon lopen! Z'n speertje had hij meegenomen. Dat hij eerst een heel eind reizen moest om bij een haven te komen en dan weken lang op een schip moest varen, begreep het ventje niet. Professor Wiedemors kwam even later z'n studeerkamer binnen, en toen miste hij Priegeltje. Priegeltje.waar zit je? riep hij. Maar Priegeltje antwoordde niet en was niet in z'n huisje. Daar begreep de pro fessor niets van. Vandaag precies honderd jaar geleden wij hebben het vorige week al In „Volgende Week" opgehaald werd op het Heemsteedse buitengoed „De Ha?rte- kamp" de schatrijke dochter-des-huizes, de 20-jarige freule Mathilde van Ver- schuer, ontvoerd door een snode Oos tenrijkse losbol, de 26-jarige Maximilian Graaf Spaur und Flavon, die het alleen om de Verschuerse miljoentjes te doen was. Het verhaal van deze schaking bekort om redenen van plaatsruimte geven wij hierbij wat vollediger, in de tekst en spelling van jhr. F. J. E. van Lennep in zijn kroniek „Honderd jaar Hartekamp", uitgegeven door de Ver eniging Haerlem en gedrukt bij de Er van F. Bohn n.v. te Haarlem. „HOE GENOEGLIJK rolt het leven des genisten landmans heen', is een dichtregel van Nederlandschen bodem en de ruim vijftigjarige Baron van Ver- schuer op zijn buiten, de Heemsteedse Hartekamp, denkt in den zomer van 1861 niet anders of deze woorden kunnen ook op hem van toepassing worden ver klaard. Met vrouw en dochter geniet hij in alle kalmte van het buitenleven na een bezoek aan Parijs en na een be wogen winter in Den Haag, waarin hij naar zijn stellige overtuiging een onge- wenschten aanbidder van deze laatste definitief heeft terzijde geschoven. Misschien is Mathilde met haar gedach ten wel eens ver weg, maar de gehele maand augustus logeert een zeer dierbare neef Verschuer op de Hartekamp en ge zamenlijk speelt het tweetal viool <?n rijdt onbezorgd paard, zodat de ouders denken, dat hun dochter Max Spaur vergeten is. Geen bezwaar, indien Mathilde eenmaal haar neef tot man zou nemen, vinden zij. Dan kunnen mettertijd weer Verschuers het oude buiten bewonen en het verlies van de jong overleden stamhouder zou minder zwaar worden gevoeld. Zondag 1 september breekt aan en het gezin rijdt des morgens met twee paarden voor de koets naar Zandvoort, waar sinds 1836 Dominee Swaluw zijn boeiende predi katies houdt en waar voor de Verschuers plaatsen beschikbaar zijn. Teruggekomen in Heemstede, wordt een noenmaal genuttigd, waarna de freule zonder haar familieleden uit rijden gaat. Daarna wordt te ongeveer vijf uur gege ten. Neef en nicht slijten de avond zoals ze dat gewoon zijn en iedereen gaat bij tijds naar bed. Maar Mathilde heeft des middags in het dorp een ogenblik contact gehad met haar Oostenrijkse aanbidder en zij verwacht hem des avonds aan het raam van een boven de woonvertrekken ter voorzijde gelegen kamertje. De huisge noten mogen niets horen. Zij maakt grotendeels haar toilet voor de nacht en begeeft zich op muiltjes naar het opka mertje, dat ook van buiten niet moeilijk is te bereiken. Gestommel onder het raam. Max ver schijnt aan het venster en wat de gelief den elkaar in het bewuste kamertje te vertellen hebben gehad, zal wel nooit iemand ervaren. Maar het is wel zeer waarschijnlijk, dat Mathilde met de mo gelijkheid van een ontvoering heeft reke ning gehouden. Zij biedt slechts weerstand voor de vorm en Max, die rijzig is en sterk, neemt haar op in zijn gespierde ar men en slaagt er in, haar langs een lad der naar buiten te dragen. Beneden zijn vrienden; ook Nederlan ders helpen de ondernemende minnaar de jeugdige van Burmania Rengers, later generaal, mag de ladder vasthouden en aan de Princelaan wacht een rijtuig om de freule in ontvangst te nemen. Flauwtjes verklaart zij aan haar landge noten, dat zij mee zal gaan. Aan de ge volgen van de nachtelijke rit wil zij nog niet te veel denken. In het rijtuig wacht.Moeke Mama, alias Grafin Spaur, alias la Giraud, die zich sterk weet in de rol van chaperonne. Er is nog wat gedoe alvorens de koets om half twaalf order krijgt te vertrekken. De vigilante rijdt, bestuurd door Jan Veen knecht van de Haarlemse stalhouder van den Berg, in gestrekte draf naar Noord- wijk, waar Veen van huis uit de weg kent en waar een visserspink onder zeil gaat met Max en de beide dames aan boord. De Oostenrijkse en Nederlandse vrienden blijven aan wal en op de Hartekamp heeft niemand iets gemerkt. Doch in de ochtenduren is daar de con sternatie groot. Het bos wordt doorzocht en de vijver afgedregd. Het staat vast dat de freule het huis heeft verlaten. Langzamerhand dringt het tot de ouders door, dat Mathilde ontvoerd is en dat Spaur daarin de hand kan hebben gehad. Dit is veel erger dan de dood. Dit is de schande. Als de burgemeester verschijnt, zegt Verschuer tegen hem: „ik had haar liever uit de vijver opgehaald". Op de bewuste avond is er een groot diner op „Meer en Berg". Aan het dessert wordt de ontvoering bekend. Terstond stij gen de meeste mannelijke gasten on der wie Emil Bijleveld, Jan van Tuyll van Vleuten en Jochem Rendorp van Marquet te te paard om in de omgeving te gaan zoeken. Tekenend voor him jeugdig élan en voor de goede bezetting van particulie re stallen in die tijd, maar te vergeefs! Spaur heeft zijn maatregelen goed geno men. De Verschuers zijn ontroostbaar; het is of hun gehele bestaan instort. De span ning stijgt met de dag tot er op 5 septem ber een telegram komt van de vrienden, wier onderzoek zich in Engelse richting 4 december wordt de echtverbintenis een feit. In een Registrar's Office te Ryde, Isle of Wight, wordt het burgerlijk hu welijk voltrokken. De Verschuers nemen tegenoevr het vol dongen feit een houding aan, die niemand gelegenheid geeft zich te verheugen over het leed, dat hen heeft getroffen. Ze reizen het jonge paar in Parijs tegemoet en Me vrouw verlangt, dat aldaar een kerkelijke inzegening zal plaats hebben. Als het geen Protestants kan zijn, dan -een Katholieke, maar met het run-a way huwelijk in En geland kan naar haar mening niet worden volstaan. De plechtigheid vindt plaats in tegenwoordigheid van de wederzijdse fa milies. Mathilde verandert niet van godsdienst. Zij is er zich echter van bewust, dat even tuele kinderen in het geloof van hun va der zullen worden opgevoed. Als in augustus 1862 de eerste baby op komst is, begeeft mevrouw van Verschuer zich per reiskoets naar Wenen op de trein is zij niet gesteld en verblijft ge ruime tijd bij haar dochter. Voor de heer van Verschuer wordt de tocht te ver moeiend geacht, maar hij zal er in de toe komst van genieten als weer vrolijke kinderstemmen de bossen van de Harte kamp vervullen. Max komt weinig in Nederland, zijn vrouw en vooral hun kinderen bezoeken Freule Mathilde het in later jaren geregeld. Het kapitaal zijner schoonmoeder heeft hij echter nim mer in handen gekregen: mevrouw van Verschuer overleeft niet alleen haar doch ter, maar ook haar schoonzoon. Maximilian, graaf Spaur und Flavon. heeft bewogen, vermeldende dat het Oos tenrijks-Nederlandse gezelschap in Dover is aangetroffen.-- Het is dus waar: Spaur heeft de hand van Verschuer geforceerd. Een huwelijk is de enige oplossing. Alle partijen zullen blijken dit te wensen, maar het zou nog drie maanden duren eer het zover zou zijn. De onderhandelingen van de Verschuers met de Spaurs duren lang alvorens het huwelijk wordt gesloten. Nadat de Harte kamp tot toestemming heeft besloten, ligt het niettemin voor de hand, dat de mate- rieele positie van Mathilde zo goed moge lijk moet worden geregeld, onder meer door huwelijksvoorwaarden. Anderzijds hebben „la Giraud" en haar deugniet van een zoon zolang het huwelijk niet gesloten is een dwangmiddel in de hand, namelijk het dreigement, dat zij Mathilde doodge woon aan haar lot zouden overlaten. Na veel heen en weer schrijven tussen Neder land en Engeland wordt men het eens over de toelage, die Spaur verlangt en op Voor de bewoners van de Noorditaliaan- se plaats Sirmione aan het Gardameer en ook voor de toeristen daar, is het mys terie van de zwaan die niet zwemmen kon, afdoende opgelost. Iedereen is opge lucht en het leven gaat weer zijn gewone gang. Het bureau voor vreemdelingenverkeer in Sirmione kocht onlangs een zwaan om de gevederde bevolking van de plaatse lijke slotgracht te versterken. De zwaan „Catullus" genaamd, werd geleverd door een boer uit de omgeving, maar toen men hem in de gracht plaatste, bleek tot ieders ontzetting, dat het dier niet zwemmen kon. Catullus begon te zinken zodra hij water onder zich had Er zat niets anders iop dan de merk waardige zwaan op een vlotje te zetten, waar hij zijn dagen dan maar moest slij ten. De rest van de zwanenbevolking zwom er met duidelijke verachting om heen, doch niet een mooie vrouwtjes- zwaan, ..Lesbia...geheten. Lesbia bleef, in de buurt en zorgde er liefderijk voor, dat Catullus niet van honger omkwam. Zij zwom af en aan om hem lekkere beetjes toe te stoppen, die zij voop hem uit de gracht opviste. Zo gingen er enige dagen voorbij, tot dat Catullus opeens van het vlot afwaggel- de en zich zij het met enige aarzeling te water begaf. Men stond er verbluft naar te kijken en alles was gereed om hem van een wisse verdrinkingsdood te redden. Maar Catullus zwom. Hij zwom statig van zijn gehate vlot af, vergezeld van zijn trouwe Lesbia. Niemand begreep er iets van. Men was reeds geloof gaan hechten aan het sprook je dat Catullus was uitgebroed door een kip, die haar zwanenzoon alles had bijge bracht om zich door het leven te slaan behalve nu juist dat ene: de zwemkunst. Dat werd geloofd totdat de boer op de proppen kwam die Catullus had verkocht. CO» MAITIN TOONDH I J 36. Archibald Brauswasser, die met Panda alleen in de hal van het grote bankgebouw was achtergebleven, was niet helemaal tevreden over de toestand. „Het is nu wel aardig om betaald te worden in oude rekenin gen", zei hij, „want op die manier heb ik tenminste geen last met deurwaarder Wrongelsma: maar het geld voor de aanschaf van mijn licht-opwekkende drank krijg ik op die manier niet bij elkaar! En de Graaf moet ook wel bedenken, dat hij mijn hele verdere bedrijf heeft lamgelegd, want alles wat ik aan aecors bezit is nu in deze bank verwerkt. En als nu straks die 'Mevrouw Knokkebies-van Tutteren komt om haar Griekse ach terwand te halen Hier zweeg hij, en hij kreeg, even als Panda, een kleine schok; want zij zagen nu beiden dat de muur waar hij tegenaan leunde toevallig net dit achterwand van Mevrouw Knokkebies-van Tutteren was. Dat ging natuurlijk niet. Die wand moest worden vrij gemaakt voord e goede dameMaar dit soort za ken was maar onbelangrijk in vergelijking tot wat zich in het privé-kantoor afspeelde. Daar kondigde namelijk de ondernemer P. Bijdevleet aan, dat hij met een kleine twee miljoen die hij toevallig nog had liggen, een rekeningetje wilde openen bij deze nette Krediet Bank. Directeur Graaf Bueno de Rothfeller kon dit niet anders dan een zeer verstandig besluit noemen. „U toont een scherp zakelijk inzicht", zei hij, „een mooiere beleg ging is voor zo'n bedragje nauwelijks te bedenken". Met beschaamde kaken bekende hij de zwaan extra-wit te hebben willen maken en hem bewerkt te hebben met een bij zonder krachtig wasmiddel. Daardoor was de natuurlijke vetlaag weggewassen en zonk Catullus zodra hij te water werd ge laten. Maar in de dagen van zijn balling schap op dat vlot had de natuur haar rechten hernomen en was de vetlaag op zijn veren teruggekeerd. Vandaar dat Ca tullus, aan zoveel vernederingen blootge steld, nu de gelukkigste van alle zwanen in Sirmione is. Maar de stad heeft een attractie verloren, want de toeristen zeg gen nu: Catullus? o, dat is maar een ge wone zwaan is het een kwarteeuw geleden dat de verloving bekendgemaakt werd van Prinses Juliana met Prins Bern- .hard Leopold Friedrich Eberhard Kurt Karl Gottfried Peter von Lippe Biesterfeld. (8 sept.) trekken weer talrijke herfstoptoch- ten door Nederland: de bloemencor so's van Aalsmeer (van 2-6 septem ber in Amsterdam, Alkmaar en Gro ningen), Zundert (3 sept.) en Val- kenswaard (9 sept.), de Westlandse oogststoet met intocht van de Drui- venprinses (Naaldwijk, 9 sept.), en de installatie van een fruitfee in Goes als ouverture van de Zeeuwse fruitweek, die op 16 september zal worden besloten met een fruitcorso. wordt de Friese vierling Lauten- bach Meint, Willem, Dirkje en Ytje drie jaar. (5 sept.) zal de Nederlandse wereldkampioen goochelaar Fred Kaps op een inter nationaal congres van de Fédération Internationale des Sociétés Magiques te Luik voor de tweede maal in successie zijn titel verdedigen tegen de sterkste amateur- en beroepsma giërs van drie werelddelen. (6 t.m. 9 sept.). begint in Monaco een internationaal amateurtoneelfeest waaraan als Ne derlandse afvaardiging zal worden deelgenomen door het gezelschap „de Maasstadspelers" uit Rotter dam. (9 sept.) zal de befaamde Amerikaanse schil deres Anne-Mary Robertson Moses („Grandma Moses") in haar villa te Eagle Bridge in New York haar 101ste verjaardag vieren. (7 sept.) Advertentie Dit is de titel van het nieuwe boek van Dr. W. de Kok. Alles over zwangerschap, geboorte, babyverzorging en kleuter» opvoeding. Dit waardevolle boek (184 pagina's in fraaie omslag) krijgt U ten geschenke bij aanschaffing van een Copyright P I 6 Boi 6 Copenhagen

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 11