HEIN HINTJES, die redt zichzelf wel .Nieuwe voor de jeugd Metaal slaat tegen metaal HEIN DICHTER HELDERZIENDE EVANGELIST STRAATZANGER ZWERVER WONDERDOKTER ZATERDAG 9 SEPTEMBER 1961 Erbij PAGINA DRIE iiiiiiii I II uilig Nieuw antibioticum WACHT ZIJN NAAM PRIJKT op een wit-emaille deurbordje: Hein Hintjes. En eronder, in bijna even grote letters: dichter. De trekbel knarst roestig, klingelt bij de tweede poging in een klein gangetje. De deur zwaait open en daar staat hij: zwerver-dichter-straatzanger-evangelist-wonder- dokter-waarzegger Hein Hintjes bekend tot in alle huizen van Nijmegen; leider van een zwaar en moeilijk leven; eeuwig slachtoffer van de in ons land welig tierende standen discriminatie; schilderachtig. Zijn 208 pond vullen bijna de gehele deuropening. Aan zijn oorlelletjes glinsteren twee gouden ringetjes. Van zijn hals hangen kostbare colliers naar beneden. De zacht-rode stenen glanzen op zijn dikke trui. En zijn handen zitten vol zegelringen: d-e-r-t-i-e-n stuks in totaal. Aan vijf vingers heeft hij er twee. De overige moeten het met slechts één versiersel stellen. „Een verhaaltje over mij in de krant? Heel goed. Kom er in". DRIE STAPPEN door een gangetje en ik sta in een klein, tot barstens toe gevuld kamertje. Stoelen en kasten, een netjes opgemaakt bed, een reuze-spiegel, twee vazen met kunstbloemen, talloze fotos op het dressoir, het buffet en in lijsten aan de muur. Waar nog plaats over was, is een snuisterijtje neergezet. Het Li er schemerig-donker. Je ogen moeten er eerst wennen willen zij alles zien. Een antieke gaslamp en heel hoog in de muur een klein raampje zorgen voor een beetje licht. Voor angstige zielen moet het hier beslist onheilspellend zijn. Zij zullen hier zo vandaan hollen, denk ik. In dit overvolle vertrokje maakt „Ome Hein' zijn gedichten, voorspelt hij de.toekomst, „behandelt" hij zieken, bevrijdt hij scholieren van examenvrees, bestudeert hij de Bijbel, de Koran, wetsboeken en boeken over geneeskunde. LEGIO MENSEN in Nijmegen kijken op hem neer. Hein Hintjes? Die woont toch in de Nonnenstraat, in de onderstad, in de „mindere" buurt? Maar op zijn 71ste ver jaardag, op 14 maart j.l. kwamen 130 men sen hem gelukwensen, een geschenkje brengen. De eerste kwam om half negen 's morgens, de laatste trok om twaalf uur 's nachts de deur achter zich toe. Op een gegeven ogenblik vormde dertien kostba re sleeën van auto's in de armoedige Non nenstraat een lange rij. De eigenaars er van zaten bij Hintjes; de meeste verge zeld van hun vrouw. Het leek een dure re ceptie. Maar er werd alleen thee geschon ken, want van alcoholische dranken, (en „rookgerei") moet Hintjes niets hebben. Voor die mensen is Hintjes geen minder waardige, iemand voor wie je je neus op haalt. De meningen zijn verdeeld. FIER EN FRANK vertelt hij zijn levens verhaal, hoe hij zijn jeugd doorbracht in Midwolde nabij Winschoten; hoe hij het bakkersvak leerde maar op 23-jarige leef- tijd moest toegeven aan een onoverwinne lijke zwerversdrang. Hij kocht een juk, twee manden en voorraad galanterieën en kwam in de omgeving van Winschoten als marskramer aan de kost. Toen hij nog bakker was, keek hij al naar de meisjes, wilde ze brieven sturen, maar hij had geen schrijven geleerd. „Ik vroeg aan m'n vrienden of zij het wilden doen. Maar op het laatst schreven zij allemaal leugens, precies het tegenovergestelde van wat ik zei. De hoogste ruzie natuurlijk, aan twee kanten; met m'n meissie en met m'n vrienden. Daarom besloot ik me zelf lezen en schrijven te leren. Eerst m'n naam, toen de naam van m'n woonplaats en al lengs meer. Ik kwam waar ik wezen wil de. Nu lees ik heel goed. In de kerk heb ik al verscheidene malen de preek gelezen. Mijn schrift is niet zo best, maar mijn brieven aan de Koningin en aan de Minis ters, die zijn goed, die zijn raak hoor." AUTODIDACT HINTJES: de planken boven het bed buigen door onder de zware boekenlast. Ik zie vijf delen van de nieuwe Encyclopedie van het Christendom, een grote stapel wetsboeken, dikleren werken over geneeskunde, een protestantse en de rooms-katholieke Bijbel, de catechismus, de Koran, boeken van dr. Paul Julien, werken van andere schrijvers over Afrika. Avond aan avond studeert Hintjes onder het zwakke licht van de gaspit. Hij is 71, maar dat deert hem niet. Als hij over iets wil meepraten, moet hij er eerst zijn weet je van hebben. Anders houdt hij zijn mond dicht een voorbeeld voor heel veel men sen! Hij heeft altijd alles zelf gedaan. „Wat zijn dat nou weer voor liederen?" lands meisje, met wie hij hier gaat trou „Hier, burgemeester, hier heb ik de tek- wen. De mensen vroegen of ik weg wilde sten". - - - -•» „Die? Onee, daar komt niks van in." „Burgemeester, weet u dat ik uw meer dere ben?" „Jij mijn meerdere? Leg dat eens gauw uit, alsjeblieft!" „Burgemeester, u hebt een betaald baantje. U krijgt onze centen. En daarom moet u onze belangen behartigen. Ik ver gaan. Het was te gek wat ik zei. Maar een week later kwamen ze me halen. Ik moest binnen komen. Daar stond een ver sierde stoel voor me klaar. De rollen wa ren dus omgekeerd. De zoon was inder daad thuisgekomen, met een Russisch meisje. Over de trouwplannen werd juist gesproken", WONDERDOKTER HINTJES —Op de dien mijn brood met zingen. Dan kunt u boekenplank ligt een groot kasboek. Daar- niet weigeren". De Tl-jarige Hintjes met de ringen die zijn trots zijn. in zijn brieven geplakt van mensen die zich door Hintjes hebben laten behande len. Brieven v9n mensen die zeggen ischias, reuma, een zieke hand en water in de knie te hebben gehad. „Die brieven, die liegen toch niet?!" zegt Hintjes, mijn achterdocht voelend. „Dat kunnen toch niet allemaal leugens zijn? Wat hebben die mensen daar voor belang bij4 Wat de dokter er van zegt? Niets! hij haalt alleen zijn schouders op. Maar tegenspreken doen ze me niet. Na tuurlijk; u hóéft me niet te geloven!" NA DE OORLOG is hij, zingend-zweif- vend, in Nijmegen gekomen. Zijn kindé ren hadden hun eigen weg gevonden. Zij werken nu in de mijnen, zijn getrouwd en hebben Hintjes een hele schaar kleinkin deren bezorgd» In Nijmegen vond hij in de onderstad een leegstaand huis, zwaar ge havend door het Duitse geschut. Na drie weken kwam een opgewonden huisbaar op dagen. Onmiddellijk legde Hintjes de huur op tafel. Daarom mocht hij blijven. Sinds dien betaalt hij de huur altijd vooruit. Na tien jaar moest het huis worden afgebro ken. Van gemeentewege wilde men Hint jes in een „ouwemannehuis" stoppen. Maar hij wilde zijn vrijheid behouden. „Ik ga hier weg als ik een ander huis krijg. Het hoeft heus niet groot te zijn. Ik be grijp best dat dat niet kan. Maar ik wil op me zelf blijven". Op een dag stonden vier ambtenaren voor de deur. Zij wilden de spullen buiten zetten en Hintjes naar het bejaardenthuis brengen. Niets kwaads vermoedend laat Hintjes ze binnen, schenkt thee voor ze in. Maar een kwartiertje la ter stonden de heren weer op de stoep, bibberend vanwege de boosheid en de kwade woorden van Hintjes: hij betaalde ze met gelijke munt terug. Zij zetten een grote mond op, dus hij ook. DE DERTIEN RINGEN glimmen in het gele gaslicht. Hoe hij daar toch aan komt? „Dat zal ik je vertellen; die heb ik ge kregen van mensen die me dankbaar zijn. Als ik mensen heb geholpen, willen. ze me meestal wat geven; Arme mensen geven een pakje margarine of een zak beschuit. Van rijkere krijg ik heel vaak een ring. Weet je dat er nog veel arme mensen zijn? Ik krijg ze hier ook nog vaak in huis: zwervers die geen dak boven hun hoofd hebben. Ze krijgen altijd een boterham en een kop koffie van me, de stumpers, 's Zondags in de kerk moet ik altijd voor ze bidden. Ja, ik kom elke zondag twee keer in de kerk. Maar ik ben geen lid maat. Ik heb me vrij gemaakt van kerk en gebondenheid. Ik wil een vrij christen zijn en blijven. Dick J. Dijs BIJ DE GEBOORTE van het achtste kind kwam het ongeluk over huize Hint jes: de kraamvrouw werd geestelijk ge stoord. Men bracht haar onmiddellijk naar Dr. Earl B. Herr jr., een biochemicus gaan zwerven, het gehele oosten van ons „Maar dat zijn geen katholieke liederen land door. Bedelend, hier en daar wat die je zingt". werkend, liederen zingend. „Bedelen, m'n „Burgemeester, hier in het dorp zijn beste jongen", is geen schande als lijden twaalf anders-denkenden. Ik wil graag in Indianapolis (US), heeft een nieuw an- het brengt" Hij wilde naar Limburg, om voor hen zingen. Of hebben die hier niets tibioticum ontwikkeld dat tegen strepto- i„ dfmijnen te gaan werken. Op de hoe- te zeggen?" mycine bestand pijnde tuberculosebacte- een inrichting nabij Zutphen. Daar werd Ln van de straten zong hij zijn zelfge- Ik toonde hem toen de brieven die ik ria bij muizen vernietigd zou hebben, zij twintig jaar verpleegd. Zij heeft het maakte Aderen, verkocht de tekst ervan, van de Koningin en van enkele ministers De biochemicus zegt dat het nieuwe an tehuis nooit verlaten. boterham een bord pap, een kle- heb gekregen. Toen was de zaak in orde: tibioticum, capromycine, bij de dieren- „Ik bleef achter met m'n kroost. Hoe ™or een boterham, een Dora p p,^ zingen,, proeven net zo effectief werkte als strep- moest dat nu verder? Met die vraag stond hgn j. hi- jn hooibergen, in boerenschu- De drie brieven van Koningin Wilhelmi- tomycine of het P.A.S.-geneesmiddel die ik nog diezelfde dag voor het bureau van [en gn soms Qok aan de kant van de weg na _zjj vormen een trots bezit van Hint- gewoonlijk worden gebruikt bij de behan de burgemeester. Die kinderen van jou? Dan (rok hlj zijn overjas uit en wikkelde jes. Ingelijst, vlak bij de deur, hangen zij de^g blafte-die. Die gaan onmiddellijk naar een JongsteJkind (drie' jaar) er warmpjes aan de" muur, met brieven van de minis- De vondst is zeer belangrijk voor de inrichting. Die mogen niet bij jou blijven. jn zijn 'einddoei bereikte hij: Heerlen, ters van Volkshuisvesting en Bouwnijyer- ^herculosrwroorTken na een lngdurL Hij vond er inderdaad werk in de mijnen, heid en van Onderwijs, Kunsten en Weten- behandllinsTan de p'aUënt met efn be- En hoe blij was hij er mee! Na vijf jaar schappen en ook een van Prins Bernhard. §e behandeling van de patient met Daar kan nooit wat goeds van komen jg. vdnd er inderdaad werk in de mijnen, heid en Het bloed bruiste Hintjes naar het hlj. hii e, Na vijf ;aar schappei noe Dn. was mJ er vlJi jca, W, r ,Irr,rrlor» nlrtns rtr Horr hoofd. De verontwaardiging borrelde over werd hem evenwel ontslag aangezegd. Hij Bij jubilea zond Hintjes gedichten en als worden, aious or. nerr. zijn lippen. „Kalm blijven, burgemeester" wag totaal uitgeput, had zich „kapotge- hij ergens onrecht bespeurde, rapporteer- zei hij, met trillende stem. „U weet heel weikt- om een goede opvoeding van de de hij dat onmiddellijk aan de hoogste goed dat m'n vrouw haar kinderen met in kinderen m0gelijk te maken. Maanden- macht. De brieven worden op tafel gelegd, de steek heeft gelaten, dat zij er met van- |gng j. hj. met twee st0kken. Met dank- Ik moet ze lezen, een voor een. Als dat is door is gegaan met een andere vent. Zij baarheid getuigt hij nog van de goede be- gebeurd, vraagt hij, de eerste weer pak- is ziek gewórden door de zegening des hu- [iandeiing bij de staatsmijnen. Nadat hij kend: „Heb je die al gehad?" Want ik mag welijks. Dat moet u goed begrijpen. En ik invaplde was verklaard, kreeg hij twee er, voor de drommel, niet één vergeten! zal nooit toestaan dat mijn kinderen bij gr zjekengeld. Dat moet ook in de krant, mij vandaan worden gehaaldvindt hij. „Want goed-medselijk gedrag is DICHTER HINTJES Als kind maakte waard geprezen te worden", hij al rijmen, voor de verjaardagen van Buckeridge. Jennings, de kostschooljon- HINTJES OGEN flikkeren als hij me broertjes en zusjes, vader, moeder en gen raakt altijd, of hij wil of niet, in de dit vertelt. De verontwaardiging maakt PLOTSELING staat hij rechtop in de vriendjes. „Ze waren toen niet zo breed- zotste situaties verzeild. Hij sleept daar- zijn gezicht nóg hard. Hij trekt zijn rnpna kamerj de schouders naar achteren ge- voerig als nu, natuurlijk zegt hi.i ver- bjj zyn boezemvriend Darbi, die van na- tot een smalle streep. „Wat waarachtig trokken de kin vooruit gestoken. Hij de- duidelijkend. Op weg naar Heerlen ver- j.ure nogaj bang is, mee. En die arme Jen- 1 1_ J ..li- TP ionlzf r»r»0 alc 7 C> j-i_ U.;i 1-Uij mmlrt H -r PRISMA-JUNIORES (uitg. Het trum NV, Utrecht-Antwerpen). NU IK ZOMAAR een of andere regel uit een vers of een roman moet noe men die mij is bijgebleven, moet ik denken aan allerlei regels waarin de mensen beklaagd of aangeklaagd wor den, omdat zij zich niet meer over de dingen verwonderen. Er is geen enkele dichter of schrijver bij wie deze klacht of aanklacht ont breekt. Wij zullen één voorbeeld geven in „Brood der Liefde" schrijft Peder Sjogren over mensen „die, als zij naar een symphonie luisteren, niet de wel luidende klank, de harmonie, de ziel der muziek horen, maar slechts de con crete voortbrenging der geluiden door middel van het instrument registreren dat metaal metaal raakt, dat een veerkrachtig hamertje tegen een staal draad valt, dat er lucht door een half geopend geelkoperen ventiel passeert en dat een strak gespannen paarde- haar over een darm gestreken wordt; zo horen zij ook de symphonie van het leven zelf, zij ruiken nooit de geur van iets". HET IS NERGENS zo benauwd als in de buurt van zulke reukloze mensen die overal met hun wassen neus bij wil len zijn. Zij ruiken met de neus in de wind niet eens hoe zij zelf de mens heid de dampen aandoen. Zij kunnen een sigaar van een se- gaar, maar nooit een pilaar van een pelaar onderscheiden. Zij geloven niet dat een tafel kan dansen, maar zij geloven wel, dat een referendaris kan dansen. Zij houden van hun vrouw met het horloge erbij. Zij hebben hun ogen naast hun geld in hun zak. Zij hebben nog nooit een ogenblik ge had, waarin zij schrókken van alle din gen, omdat het plotseling zo vreemd leek dat alle dingen er waren. Zij zijn ontwikkeld, want zij weten veel van auto's. Zij zijn tegen mystiek en tegen de prijsverhoging van de melk. Zij hebben al hun gedachten in klin kende munt omgezet en daar blijft het nu bij- Zij komen het einde der tijden bin nen met het glundere gezicht van „hoe later op de avond, hoe schoner volk". Zij zullen nooit dobbelen onder het kruis, maar zij bridgen onder een cru cifix. Zij kunnen zonder moeite na de film over de helden voor het vuurpeleton „ons offer zal niet vergeefs zijn" mot het publiek dat hun dood heeft aangegaapt, weghuppelen op de wijs van „was ik maar nooit getrouwd". Zij begrijpen niet dat Gabriël, hoe wel hij weet dat wij een taak hebben, luid moet lachen als de spreker zegt: wij hebben een taak. Zij houden van de morgen, als het licht de gulden hard en rond maakt; maar het gat van de avond vullen zij met praatjes. Zij doen alléén vreemd, als zij ach ter een stuivertje aanrollen dat nu een maal soms zo vreemd rollen kan. Zij knipogen naar ekaar als aanne mers achter de rug van de Architect. Zij applaudisseren na het concert één klap langer dan hun buurman, nooit twee. Zij blozen hoogstens van gezondheid. Zij weten niet waar de wind heen gaat, maar zij hebben ook nooit het verlangen om de wind te volgen. Zij kleden elke boom met hun ogen uit tot kachelhout. Zij slaan de mensen die zij ontmoe ten bij hun laatste bladzij open. Zij tellen knopen of God liefde is ja- nee-ja-nee-ja. Zij laten zich geen knollen voor ci troenen verkopen, maar wel citroenen voor knollen. Zij zullen nóóit ineens iets weemoe digs zien in vrolijke ouders, die wuiven naar vrolijke kinderen in autobussen voor het schoolreisje, alsof alleen die wuivende handen overblijven en de lachende gezichten wegtrekken in de mist. Zij horen er niets van, hoe op alle radiostations vrouwen aan het zingen zijn, die met hoge stemmen de wereld naar boven trekken. OKKE JAGER, geboren in 1928 deed in 1952 doctoraal examen theologie aan de Vrije Uni versiteit, werd toen predikant bij de Gere formeerde Kerk in Vrouwenpolder, in 1956 in Almelo en in 1960 in Haarlem. Sinds zijn achttiende laar schreef hij veer tien boeken elk jaar één waaronder de verzenbundel „Worden als een kind waar van enige tijd geleden de 26ste druk verscheen, en de theologische verhandeling „Uw wil ge schiede" Drie van zijn werken werden in het Duits vertaald. Onlangs werd hij benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Let terkunde. Hij verzorgt regelmatig voor de NCRV-tele- visie dagsluitingen, waarvan een selectie bin nenkort in druk zal verschijnen onder de titel „Wij mogen van geluk spreken". Ds. Okke Jager is medewerker aan twaalf tijdschriften, onder andere „Ontmoeting" en „Op den Uitkijk". Zij beleven het nooit, hoe muziek klein in de verte beginnen kan en gro ter kan worden als een vreemd paard dat levensgroot voorbijdraaft en weer klein wordt in de verte. Zij maken van Gods woorden hamer stukken, omdat zij naar de pauze ver langen. Zij gaan hun leven niet in als een tuin, maar zij nemen tegenover hun le ven plaats als een voorzitter van een vergadering. Zij zeggen elkaar na: wij moeten geen massamens worden. Zij menen dat zij altijd weten wat voor vlees zij in de kuip hebben, omdat zij het immers in hün kuip hebben. Zij zeggen gauw: dromen zijn be drog, voordat Freud kan zeggen dat zij over hun bedrog gedroomd hebben. Zij weten waar de koster de klepel uithangt, maar hebben nog nooit een klok horen luiden. Zij lezen hoofdschuddend bij Annie Schmidt, dat kinderen haasje-over speel den bij een mummie „ze was al te lang dood" maar zijzelf spélen dood gemoedereerd begrafenisje vlak bij Jezus, want Hij is al te lang verrezen. Zij weten, waar Abram de mosterd haalt, maar niet, waar Abraham zijn kind haalt. Zij roepen Jezus aan bij hun twaalf uurtje, maar zouden zich verslikken van schrik, als Hij antwoord gaf. Zij kijken naar een dichter, zoals vrouwen soms met een nieuwsgierig medelijden van hij-moet-het-doen-zon- der-ons naar een pastoor kijken. En zij gaan nu een boze brief schrijven, om dat zij menen met deze uitspraak niet zijzelf, maar de pastoors zijn aangeval len. NU KUNNEN wij natuurlijk wel pro beren om deze vergiftigde atmosfeer van het vanzelfsprekendheidsgevoel te laten ontsnappen door de opengewor pen ramen van een gedicht; maar dan zeggen zij: „Meneer, het tocht hier". Zij hebben de wind eronder. De Geest, Die waait waarheen Hij wil. moet dus wel God in eigen per soon zijn; alleen wie wordt als een kind, kan van de wind leven. Spec- JENNINGS IN DE KNEL door Anthony vaart hij uit. „Een hond jankt nog als ze cjameer't; z'n jongen weghalen. En zou ik dan niks mogen zeggen?" Met zijn kinderen is hij Ja, Hitler was een grote ploert Zoals er weinig zijn Hij heeft de vrede weggesnoerd Brengt niets dan leed en pijn Zelfs Nero en Napoleon Zij brachten niet dat leed Wat Hitier bracht aan 't Jodendom Zij waren minder wreed. diende hij de kost er mee. Hij maakt ook njngs bedoelt het allemaal zo goed! Maar nu nog gelegenheidsgedichten. Nijmegena- bej i00pt steeds anders dan hij had ge ren weten hem voor dit doel heus wel te dacht. (Jongens van 9-12 jaar), vinden en voor een kleinigheid dicht Hint- jes er weer op los. „Ik zou zo graag wil- DE RIT IN DE NACHT door Irene len dat ze mij eens opwerkten als dichter, Byers. In het holst van de nacht vlucht maar dat kan niet, want Hintjes moet Jimmy op zijn fiets uit het huis van zijn klein blijven! Ik ben eens hier in de stad oom en tante, waar hij na de dood van bij een uitgever geweest. Weet je wat die Z1jn ouders heeft gewoond. Hij wil met in zei tegen zo'n juffie dat me 'te woord het bedrijf van zijn oom komen, maar pop- u J stond? Geef hem maar een dubbeltje, dan penspeler worden, net als zijn vader. Hij Zeven coupletten telt het lied, dat hij, gaat.ie wel weg Dat zei-die, de draak!" ontmoet de beroemde poppenspeler Pinel- in de oorlog óók, op straat stond te zingen. s li en dat is het begin van allerlei ongewo- Hij zegt ze zonder hapering. Even later EVANGELIST HINTJES Na de eer- ne gebeurtenissen. (Jongens en meisjes volgt een tweede, over de drie jongelingen g^e werejdoori0g diende Hintjes vol over- van 11-14 jaar). in de vuuroven. De gehele duur van het gave de straatprediking. „Ik wilde Evan- KITTY OVERWINT ZICHZELF door Do- lied kijkt hij me recht in de ogen, knippert gekebrenger worden. Wij spraken op straat rothy Gilman Butters. Kitty verlaat de zelfs niet met de leden. De trots over zijn en zongen pSajmen. Op een avond preekte school en wil zich boven haar milieu, de „dichterswerk" straalt uit zijn buk. Nee jk jn een dorp in vriesland. Na afloop vroeg achterbuurt, uitworstelen. Daarom wil ze deze man zal geen „kwaad doen. Maai jk om siaappjaats. Ik mocht met twee veej gejd verdienen, maar dan ontdekt ze hij zal ziedend worden als hij onrecht ziet oude mensen mee. In de keuken aten we dat de held van haar dromen, een rijlceluis- en zichzelf zal hij nooit in de hoek laten brood met lekkere koffie. De volgende zoontje, hetzelfde werk doet als een oude drukken, door „niemand met morgen vroegen ze wie ik eigenlijk wel schoolvriend van haar. Deze leert haar Ook niet door burgemeesters. was jk zeg; waarom hebben jullie dat dat zjj niet op de buurt moet neerkijken, gisteren niet gevraagd? Het antwoord maar haar minderwaardigheidsgevoel in IK MOEST voor het zingen altijd een was; wjj wilden een vreemdeling herber- zichzelf moet overwinnen. En dan komt vergunning vragen. Nou had ie boeven gen Lat was netjes, niet? Zo staat het het geluk.(Voor oudere meisjes), van kerels onder die burgemeesters. Ik ook in de schrift". kom eens in een Brabants dorp. Ik word MARTIN BIJT VAN ZICH AF door An- toegelaten tot de burgemeester, want daar WAARZEGGER HINTJES „Er ko- ne Barrett. Martin verhuist naar een oud had ik om gevraagd. Nog voor ik een stap men heel veel mensen voor helderziend- verveloos huis in een grauwe straat en over de drempel had gezeg, snauwde hijheid bij me. Dit is een ernstig feit dat ik moet het opnemen tegen een belhamel eer- Wat moet jij? nou ga vertellen. In Oss kwam ik eens in ste klas die de hele buurt terroriseert. „Maar burgemeester", zeg ik, „hebt u de week bij een klein boertje. Na de oor- Met zijn bende zit hij Martin danig dwars geen opvoeding genoten? Ik ga dagelijks log was zijn zoon nog maar steeds niet en als hij er ook nog achter komt dat Een unieke service: dit bordje hangt hij 0m met mensen van uw soort, adellijk terug. Op een dag hebben ze het over hem. Martin een heel oud kostbaar voorwerp aan de deur als hij maar eventjes weg heer! Want u bent toch baron? Ik wilde Ik zeg plotseling: wees maar gerust, hij heeft gevonden, wordt de strijd nog span- moet Duurt het wat langer, dan is er het u vragen om een vergunning om liederen komt volgende week terug. Ik zie hem nu nender. Wie zal het winnen.... (Leeftijd bordje met de mededeling: Niet Thuis. op straat te mogen zingen". heel ver weg. Hij komt met een buiten- 11-14 jaar.) HET BOEK VAN KRACHT EN SNEL HEID door Hy Ruchlis. De schrijver, een Newyorkse natuurkundeleraar, vertelt over allerlei opvallende verschijnselen van traagheid, wrijving, zwaartekracht en snel heid. En het grappigste is dat het vaak dingen zijn die je om je heen ziet en eigen lijk wel weet. Je weet alleen niet dat je het weet, dat is het gekke. Er staan een heleboel foto's en tekeningen in dit boek en wat je leert kun je soms in de praktijk brengen met leuke experimenten. Voor 12 tot 16-jarigen. BAKVIS OP EIGEN BENEN door Mabel Esther Allan. Katy, een vrolijk stadsmeisje van 18 lentes, maakt in haar vakantie een voettocht door Wales. Ze kijkt eigenlijk een beetje neer op de men sen van het platteland, maar dat gaat wel over als ze bij haar tante komt die een oude kloosterruïne beheert. Tante wordt ziek en Katy neemt haar werk over. Zo leert ze mensen van het kleine dorp be ter kennen, maar ook.de jonge auteur van haar lievelingstoneelstuk. (Voor oudere meisjes). HET RAADSEL VAN RILLOBY door Enid Blyton. Roger, Diana en hun la waaierige, maar pientere neefje met zijn poedel ontdekken dat er steeds als het cir cus van hun vriendje Barney in de buurt is, diefstallen worden gepleegd. De politie staat voor een raadsel. Hoe komt de dief eigenlijk de huizen binnen? De drie jon gens, het meisje, de hond en ook het aap je van de circusjongen zetten alles op al les om het mysterie te ontrafelen en de doortrapte dief te ontmaskeren. (Leeftijd 11-14 jaar). DE RODE DRAAK door Gwendolyn Bo wers. De jonge Wulf leeft in de tijd dat koning Alfred over het Saksische konink rijk Wessex regeert en de Noormannen nun strooptochten over het Angelsaksische land houden. Met een dappere vriend en twee krijgers vaart hij naar het land van de Vikings, maar ook aan het hof van koning Alfred beleeft hij vele avonturen. Leeftijd 11-14 jaar. PRISMA-KINDERPOCKETS Marée (Leeftijd 4-8 jaar). door Piet KLEUTERKNUTSELBOEK. Met heel eenvoudige middelen leren de kinderen de leukste dingen knutselen. Een uitkomst voor regenachtige dagen! Moeders van kleine kinderen, maar ook kleuterleidsters vinden in dit boekje vele nieuwe ideeën. KLEUTERRIJMPJES UIT OMA'S TIJD. Een heerlijk boekje om kleuters uit voor te lezen. Deze bekende oude kinderversjes doen het in ónze tijd ook echt nog wel. Bij elk versje staat een tekening die past bij de sfeer van het oude rijmpje. KLEUTERKLAS IN KABOUTERLAND. Net als bij de mensen leren kabouterkleu ters allerlei leuke versjes en liedjes, maar ook grappige knutselkarweitjes. Tekenen, knippen, plakken, kleuren, beestjes en fi guurtjes maken de kleuters zijn er uren zoet mee. 50 KINDERSPELEN BINNEN. Nu be hoeven kinderen zich niet meer te verve len. Een regenachtige dag? Dit boekje brengt uitkomst. Maar ook op een verjaarspartijtje zal het van pas komen. Het zijn bijna allemaal nieuwe spelletjes. Sommige kun je met z'n tweeën doen, maar voor andere moet je met een hele boel kinderen zijn. 50 KINDERSPELEN BUITEN. Een gro te verzameling bekende en onbekende spel letjes voor de tuin, het bos, het strand, het plein en de straat. Rustige spelletjes, maar ook wildere, spelletjes voor de klein tjes, maar ook voor grotere jongens en meisjes. Leuk om je vriendjes en vriendin netjes eens met een heel nieuw spel te verrassen!

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 15