HEIN HINTJES, die redt zichzelf wel
.Nieuwe
voor de jeugd
Metaal slaat tegen metaal
HEIN
DICHTER
HELDERZIENDE
EVANGELIST
STRAATZANGER
ZWERVER
WONDERDOKTER
ZATERDAG 9 SEPTEMBER 1961
Erbij
PAGINA DRIE
iiiiiiii
I II
uilig
Nieuw antibioticum
WACHT
ZIJN NAAM PRIJKT op een wit-emaille deurbordje:
Hein Hintjes. En eronder, in bijna even grote letters:
dichter. De trekbel knarst roestig, klingelt bij de tweede
poging in een klein gangetje. De deur zwaait open en daar
staat hij: zwerver-dichter-straatzanger-evangelist-wonder-
dokter-waarzegger Hein Hintjes bekend tot in alle huizen
van Nijmegen; leider van een zwaar en moeilijk leven;
eeuwig slachtoffer van de in ons land welig tierende standen
discriminatie; schilderachtig. Zijn 208 pond vullen bijna de
gehele deuropening. Aan zijn oorlelletjes glinsteren twee
gouden ringetjes. Van zijn hals hangen kostbare colliers naar
beneden. De zacht-rode stenen glanzen op zijn dikke trui.
En zijn handen zitten vol zegelringen: d-e-r-t-i-e-n stuks in
totaal. Aan vijf vingers heeft hij er twee. De overige moeten
het met slechts één versiersel stellen. „Een verhaaltje over
mij in de krant? Heel goed. Kom er in".
DRIE STAPPEN door een gangetje en ik sta in een klein, tot barstens toe
gevuld kamertje. Stoelen en kasten, een netjes opgemaakt bed, een reuze-spiegel,
twee vazen met kunstbloemen, talloze fotos op het dressoir, het buffet en in
lijsten aan de muur. Waar nog plaats over was, is een snuisterijtje neergezet. Het
Li er schemerig-donker. Je ogen moeten er eerst wennen willen zij alles zien. Een
antieke gaslamp en heel hoog in de muur een klein raampje zorgen voor een
beetje licht. Voor angstige zielen moet het hier beslist onheilspellend zijn. Zij
zullen hier zo vandaan hollen, denk ik. In dit overvolle vertrokje maakt „Ome
Hein' zijn gedichten, voorspelt hij de.toekomst, „behandelt" hij zieken, bevrijdt
hij scholieren van examenvrees, bestudeert hij de Bijbel, de Koran, wetsboeken
en boeken over geneeskunde.
LEGIO MENSEN in Nijmegen kijken op
hem neer. Hein Hintjes? Die woont toch
in de Nonnenstraat, in de onderstad, in de
„mindere" buurt? Maar op zijn 71ste ver
jaardag, op 14 maart j.l. kwamen 130 men
sen hem gelukwensen, een geschenkje
brengen. De eerste kwam om half negen
's morgens, de laatste trok om twaalf uur
's nachts de deur achter zich toe. Op een
gegeven ogenblik vormde dertien kostba
re sleeën van auto's in de armoedige Non
nenstraat een lange rij. De eigenaars er
van zaten bij Hintjes; de meeste verge
zeld van hun vrouw. Het leek een dure re
ceptie. Maar er werd alleen thee geschon
ken, want van alcoholische dranken, (en
„rookgerei") moet Hintjes niets hebben.
Voor die mensen is Hintjes geen minder
waardige, iemand voor wie je je neus op
haalt. De meningen zijn verdeeld.
FIER EN FRANK vertelt hij zijn levens
verhaal, hoe hij zijn jeugd doorbracht in
Midwolde nabij Winschoten; hoe hij het
bakkersvak leerde maar op 23-jarige leef-
tijd moest toegeven aan een onoverwinne
lijke zwerversdrang. Hij kocht een juk,
twee manden en voorraad galanterieën en
kwam in de omgeving van Winschoten als
marskramer aan de kost. Toen hij nog
bakker was, keek hij al naar de meisjes,
wilde ze brieven sturen, maar hij had
geen schrijven geleerd. „Ik vroeg aan m'n
vrienden of zij het wilden doen. Maar op
het laatst schreven zij allemaal leugens,
precies het tegenovergestelde van wat ik
zei. De hoogste ruzie natuurlijk, aan twee
kanten; met m'n meissie en met m'n
vrienden. Daarom besloot ik me zelf lezen
en schrijven te leren. Eerst m'n naam,
toen de naam van m'n woonplaats en al
lengs meer. Ik kwam waar ik wezen wil
de. Nu lees ik heel goed. In de kerk heb
ik al verscheidene malen de preek gelezen.
Mijn schrift is niet zo best, maar mijn
brieven aan de Koningin en aan de Minis
ters, die zijn goed, die zijn raak hoor."
AUTODIDACT HINTJES: de planken
boven het bed buigen door onder de zware
boekenlast. Ik zie vijf delen van de nieuwe
Encyclopedie van het Christendom, een
grote stapel wetsboeken, dikleren werken
over geneeskunde, een protestantse en de
rooms-katholieke Bijbel, de catechismus,
de Koran, boeken van dr. Paul Julien,
werken van andere schrijvers over Afrika.
Avond aan avond studeert Hintjes onder
het zwakke licht van de gaspit. Hij is 71,
maar dat deert hem niet. Als hij over iets
wil meepraten, moet hij er eerst zijn weet
je van hebben. Anders houdt hij zijn mond
dicht een voorbeeld voor heel veel men
sen! Hij heeft altijd alles zelf gedaan.
„Wat zijn dat nou weer voor liederen?" lands meisje, met wie hij hier gaat trou
„Hier, burgemeester, hier heb ik de tek- wen. De mensen vroegen of ik weg wilde
sten". - - - -•»
„Die? Onee, daar komt niks van in."
„Burgemeester, weet u dat ik uw meer
dere ben?"
„Jij mijn meerdere? Leg dat eens gauw
uit, alsjeblieft!"
„Burgemeester, u hebt een betaald
baantje. U krijgt onze centen. En daarom
moet u onze belangen behartigen. Ik ver
gaan. Het was te gek wat ik zei. Maar
een week later kwamen ze me halen. Ik
moest binnen komen. Daar stond een ver
sierde stoel voor me klaar. De rollen wa
ren dus omgekeerd. De zoon was inder
daad thuisgekomen, met een Russisch
meisje. Over de trouwplannen werd juist
gesproken",
WONDERDOKTER HINTJES —Op de
dien mijn brood met zingen. Dan kunt u boekenplank ligt een groot kasboek. Daar-
niet weigeren".
De Tl-jarige Hintjes met de ringen die zijn trots zijn.
in zijn brieven geplakt van mensen die
zich door Hintjes hebben laten behande
len. Brieven v9n mensen die zeggen
ischias, reuma, een zieke hand en water
in de knie te hebben gehad.
„Die brieven, die liegen toch niet?!"
zegt Hintjes, mijn achterdocht voelend.
„Dat kunnen toch niet allemaal leugens
zijn? Wat hebben die mensen daar voor
belang bij4 Wat de dokter er van zegt?
Niets! hij haalt alleen zijn schouders op.
Maar tegenspreken doen ze me niet. Na
tuurlijk; u hóéft me niet te geloven!"
NA DE OORLOG is hij, zingend-zweif-
vend, in Nijmegen gekomen. Zijn kindé
ren hadden hun eigen weg gevonden. Zij
werken nu in de mijnen, zijn getrouwd en
hebben Hintjes een hele schaar kleinkin
deren bezorgd» In Nijmegen vond hij in de
onderstad een leegstaand huis, zwaar ge
havend door het Duitse geschut. Na drie
weken kwam een opgewonden huisbaar op
dagen. Onmiddellijk legde Hintjes de huur
op tafel. Daarom mocht hij blijven. Sinds
dien betaalt hij de huur altijd vooruit. Na
tien jaar moest het huis worden afgebro
ken. Van gemeentewege wilde men Hint
jes in een „ouwemannehuis" stoppen.
Maar hij wilde zijn vrijheid behouden. „Ik
ga hier weg als ik een ander huis krijg.
Het hoeft heus niet groot te zijn. Ik be
grijp best dat dat niet kan. Maar ik wil
op me zelf blijven". Op een dag stonden
vier ambtenaren voor de deur. Zij wilden
de spullen buiten zetten en Hintjes naar
het bejaardenthuis brengen. Niets kwaads
vermoedend laat Hintjes ze binnen, schenkt
thee voor ze in. Maar een kwartiertje la
ter stonden de heren weer op de stoep,
bibberend vanwege de boosheid en de
kwade woorden van Hintjes: hij betaalde
ze met gelijke munt terug. Zij zetten een
grote mond op, dus hij ook.
DE DERTIEN RINGEN glimmen in het
gele gaslicht. Hoe hij daar toch aan komt?
„Dat zal ik je vertellen; die heb ik ge
kregen van mensen die me dankbaar zijn.
Als ik mensen heb geholpen, willen. ze me
meestal wat geven; Arme mensen geven
een pakje margarine of een zak beschuit.
Van rijkere krijg ik heel vaak een ring.
Weet je dat er nog veel arme mensen
zijn? Ik krijg ze hier ook nog vaak in huis:
zwervers die geen dak boven hun hoofd
hebben. Ze krijgen altijd een boterham en
een kop koffie van me, de stumpers,
's Zondags in de kerk moet ik altijd voor
ze bidden. Ja, ik kom elke zondag twee
keer in de kerk. Maar ik ben geen lid
maat. Ik heb me vrij gemaakt van kerk
en gebondenheid. Ik wil een vrij christen
zijn en blijven.
Dick J. Dijs
BIJ DE GEBOORTE van het achtste
kind kwam het ongeluk over huize Hint
jes: de kraamvrouw werd geestelijk ge
stoord. Men bracht haar onmiddellijk naar
Dr. Earl B. Herr jr., een biochemicus
gaan zwerven, het gehele oosten van ons „Maar dat zijn geen katholieke liederen
land door. Bedelend, hier en daar wat die je zingt".
werkend, liederen zingend. „Bedelen, m'n „Burgemeester, hier in het dorp zijn
beste jongen", is geen schande als lijden twaalf anders-denkenden. Ik wil graag in Indianapolis (US), heeft een nieuw an-
het brengt" Hij wilde naar Limburg, om voor hen zingen. Of hebben die hier niets tibioticum ontwikkeld dat tegen strepto-
i„ dfmijnen te gaan werken. Op de hoe- te zeggen?" mycine bestand pijnde tuberculosebacte-
een inrichting nabij Zutphen. Daar werd Ln van de straten zong hij zijn zelfge- Ik toonde hem toen de brieven die ik ria bij muizen vernietigd zou hebben,
zij twintig jaar verpleegd. Zij heeft het maakte Aderen, verkocht de tekst ervan, van de Koningin en van enkele ministers De biochemicus zegt dat het nieuwe an
tehuis nooit verlaten. boterham een bord pap, een kle- heb gekregen. Toen was de zaak in orde: tibioticum, capromycine, bij de dieren-
„Ik bleef achter met m'n kroost. Hoe ™or een boterham, een Dora p p,^ zingen,, proeven net zo effectief werkte als strep-
moest dat nu verder? Met die vraag stond hgn j. hi- jn hooibergen, in boerenschu- De drie brieven van Koningin Wilhelmi- tomycine of het P.A.S.-geneesmiddel die
ik nog diezelfde dag voor het bureau van [en gn soms Qok aan de kant van de weg na _zjj vormen een trots bezit van Hint- gewoonlijk worden gebruikt bij de behan
de burgemeester. Die kinderen van jou? Dan (rok hlj zijn overjas uit en wikkelde jes. Ingelijst, vlak bij de deur, hangen zij de^g
blafte-die. Die gaan onmiddellijk naar een JongsteJkind (drie' jaar) er warmpjes aan de" muur, met brieven van de minis- De vondst is zeer belangrijk voor de
inrichting. Die mogen niet bij jou blijven. jn zijn 'einddoei bereikte hij: Heerlen, ters van Volkshuisvesting en Bouwnijyer- ^herculosrwroorTken na een lngdurL
Hij vond er inderdaad werk in de mijnen, heid en van Onderwijs, Kunsten en Weten- behandllinsTan de p'aUënt met efn be-
En hoe blij was hij er mee! Na vijf jaar schappen en ook een van Prins Bernhard. §e behandeling van de patient met
Daar kan nooit wat goeds van komen jg. vdnd er inderdaad werk in de mijnen, heid en
Het bloed bruiste Hintjes naar het hlj. hii e, Na vijf ;aar schappei
noe Dn. was mJ er vlJi jca, W, r ,Irr,rrlor» nlrtns rtr Horr
hoofd. De verontwaardiging borrelde over werd hem evenwel ontslag aangezegd. Hij Bij jubilea zond Hintjes gedichten en als worden, aious or. nerr.
zijn lippen. „Kalm blijven, burgemeester" wag totaal uitgeput, had zich „kapotge- hij ergens onrecht bespeurde, rapporteer-
zei hij, met trillende stem. „U weet heel weikt- om een goede opvoeding van de de hij dat onmiddellijk aan de hoogste
goed dat m'n vrouw haar kinderen met in kinderen m0gelijk te maken. Maanden- macht. De brieven worden op tafel gelegd,
de steek heeft gelaten, dat zij er met van- |gng j. hj. met twee st0kken. Met dank- Ik moet ze lezen, een voor een. Als dat is
door is gegaan met een andere vent. Zij baarheid getuigt hij nog van de goede be- gebeurd, vraagt hij, de eerste weer pak-
is ziek gewórden door de zegening des hu- [iandeiing bij de staatsmijnen. Nadat hij kend: „Heb je die al gehad?" Want ik mag
welijks. Dat moet u goed begrijpen. En ik invaplde was verklaard, kreeg hij twee er, voor de drommel, niet één vergeten!
zal nooit toestaan dat mijn kinderen bij gr zjekengeld. Dat moet ook in de krant,
mij vandaan worden gehaaldvindt hij. „Want goed-medselijk gedrag is DICHTER HINTJES Als kind maakte
waard geprezen te worden", hij al rijmen, voor de verjaardagen van Buckeridge. Jennings, de kostschooljon-
HINTJES OGEN flikkeren als hij me broertjes en zusjes, vader, moeder en gen raakt altijd, of hij wil of niet, in de
dit vertelt. De verontwaardiging maakt PLOTSELING staat hij rechtop in de vriendjes. „Ze waren toen niet zo breed- zotste situaties verzeild. Hij sleept daar-
zijn gezicht nóg hard. Hij trekt zijn rnpna kamerj de schouders naar achteren ge- voerig als nu, natuurlijk zegt hi.i ver- bjj zyn boezemvriend Darbi, die van na-
tot een smalle streep. „Wat waarachtig trokken de kin vooruit gestoken. Hij de- duidelijkend. Op weg naar Heerlen ver- j.ure nogaj bang is, mee. En die arme Jen-
1 1_ J ..li- TP ionlzf r»r»0 alc 7 C> j-i_ U.;i 1-Uij mmlrt H -r
PRISMA-JUNIORES (uitg. Het
trum NV, Utrecht-Antwerpen).
NU IK ZOMAAR een of andere regel
uit een vers of een roman moet noe
men die mij is bijgebleven, moet ik
denken aan allerlei regels waarin de
mensen beklaagd of aangeklaagd wor
den, omdat zij zich niet meer over de
dingen verwonderen.
Er is geen enkele dichter of schrijver
bij wie deze klacht of aanklacht ont
breekt. Wij zullen één voorbeeld geven
in „Brood der Liefde" schrijft Peder
Sjogren over mensen „die, als zij naar
een symphonie luisteren, niet de wel
luidende klank, de harmonie, de ziel
der muziek horen, maar slechts de con
crete voortbrenging der geluiden door
middel van het instrument registreren
dat metaal metaal raakt, dat een
veerkrachtig hamertje tegen een staal
draad valt, dat er lucht door een half
geopend geelkoperen ventiel passeert
en dat een strak gespannen paarde-
haar over een darm gestreken wordt;
zo horen zij ook de symphonie van het
leven zelf, zij ruiken nooit de geur van
iets".
HET IS NERGENS zo benauwd als
in de buurt van zulke reukloze mensen
die overal met hun wassen neus bij wil
len zijn. Zij ruiken met de neus in de
wind niet eens hoe zij zelf de mens
heid de dampen aandoen.
Zij kunnen een sigaar van een se-
gaar, maar nooit een pilaar van een
pelaar onderscheiden.
Zij geloven niet dat een tafel kan
dansen, maar zij geloven wel, dat een
referendaris kan dansen.
Zij houden van hun vrouw met het
horloge erbij.
Zij hebben hun ogen naast hun geld
in hun zak.
Zij hebben nog nooit een ogenblik ge
had, waarin zij schrókken van alle din
gen, omdat het plotseling zo vreemd
leek dat alle dingen er waren.
Zij zijn ontwikkeld, want zij weten
veel van auto's.
Zij zijn tegen mystiek en tegen de
prijsverhoging van de melk.
Zij hebben al hun gedachten in klin
kende munt omgezet en daar blijft het
nu bij-
Zij komen het einde der tijden bin
nen met het glundere gezicht van „hoe
later op de avond, hoe schoner volk".
Zij zullen nooit dobbelen onder het
kruis, maar zij bridgen onder een cru
cifix.
Zij kunnen zonder moeite na de film
over de helden voor het vuurpeleton
„ons offer zal niet vergeefs zijn"
mot het publiek dat hun dood heeft
aangegaapt, weghuppelen op de wijs
van „was ik maar nooit getrouwd".
Zij begrijpen niet dat Gabriël, hoe
wel hij weet dat wij een taak hebben,
luid moet lachen als de spreker zegt:
wij hebben een taak.
Zij houden van de morgen, als het
licht de gulden hard en rond maakt;
maar het gat van de avond vullen zij
met praatjes.
Zij doen alléén vreemd, als zij ach
ter een stuivertje aanrollen dat nu een
maal soms zo vreemd rollen kan.
Zij knipogen naar ekaar als aanne
mers achter de rug van de Architect.
Zij applaudisseren na het concert
één klap langer dan hun buurman,
nooit twee.
Zij blozen hoogstens van gezondheid.
Zij weten niet waar de wind heen
gaat, maar zij hebben ook nooit het
verlangen om de wind te volgen.
Zij kleden elke boom met hun ogen
uit tot kachelhout.
Zij slaan de mensen die zij ontmoe
ten bij hun laatste bladzij open.
Zij tellen knopen of God liefde is ja-
nee-ja-nee-ja.
Zij laten zich geen knollen voor ci
troenen verkopen, maar wel citroenen
voor knollen.
Zij zullen nóóit ineens iets weemoe
digs zien in vrolijke ouders, die wuiven
naar vrolijke kinderen in autobussen
voor het schoolreisje, alsof alleen die
wuivende handen overblijven en de
lachende gezichten wegtrekken in de
mist.
Zij horen er niets van, hoe op alle
radiostations vrouwen aan het zingen
zijn, die met hoge stemmen de wereld
naar boven trekken.
OKKE JAGER, geboren in 1928 deed in 1952
doctoraal examen theologie aan de Vrije Uni
versiteit, werd toen predikant bij de Gere
formeerde Kerk in Vrouwenpolder, in 1956 in
Almelo en in 1960 in Haarlem.
Sinds zijn achttiende laar schreef hij veer
tien boeken elk jaar één waaronder de
verzenbundel „Worden als een kind waar
van enige tijd geleden de 26ste druk verscheen,
en de theologische verhandeling „Uw wil ge
schiede" Drie van zijn werken werden in het
Duits vertaald. Onlangs werd hij benoemd tot
lid van de Maatschappij der Nederlandse Let
terkunde.
Hij verzorgt regelmatig voor de NCRV-tele-
visie dagsluitingen, waarvan een selectie bin
nenkort in druk zal verschijnen onder de titel
„Wij mogen van geluk spreken".
Ds. Okke Jager is medewerker aan twaalf
tijdschriften, onder andere „Ontmoeting" en
„Op den Uitkijk".
Zij beleven het nooit, hoe muziek
klein in de verte beginnen kan en gro
ter kan worden als een vreemd paard
dat levensgroot voorbijdraaft en weer
klein wordt in de verte.
Zij maken van Gods woorden hamer
stukken, omdat zij naar de pauze ver
langen.
Zij gaan hun leven niet in als een
tuin, maar zij nemen tegenover hun le
ven plaats als een voorzitter van een
vergadering.
Zij zeggen elkaar na: wij moeten
geen massamens worden.
Zij menen dat zij altijd weten wat
voor vlees zij in de kuip hebben, omdat
zij het immers in hün kuip hebben.
Zij zeggen gauw: dromen zijn be
drog, voordat Freud kan zeggen dat
zij over hun bedrog gedroomd hebben.
Zij weten waar de koster de klepel
uithangt, maar hebben nog nooit een
klok horen luiden.
Zij lezen hoofdschuddend bij Annie
Schmidt, dat kinderen haasje-over speel
den bij een mummie „ze was al te
lang dood" maar zijzelf spélen dood
gemoedereerd begrafenisje vlak bij
Jezus, want Hij is al te lang verrezen.
Zij weten, waar Abram de mosterd
haalt, maar niet, waar Abraham zijn
kind haalt.
Zij roepen Jezus aan bij hun twaalf
uurtje, maar zouden zich verslikken
van schrik, als Hij antwoord gaf.
Zij kijken naar een dichter, zoals
vrouwen soms met een nieuwsgierig
medelijden van hij-moet-het-doen-zon-
der-ons naar een pastoor kijken. En zij
gaan nu een boze brief schrijven, om
dat zij menen met deze uitspraak niet
zijzelf, maar de pastoors zijn aangeval
len.
NU KUNNEN wij natuurlijk wel pro
beren om deze vergiftigde atmosfeer
van het vanzelfsprekendheidsgevoel te
laten ontsnappen door de opengewor
pen ramen van een gedicht; maar dan
zeggen zij: „Meneer, het tocht hier".
Zij hebben de wind eronder.
De Geest, Die waait waarheen Hij
wil. moet dus wel God in eigen per
soon zijn; alleen wie wordt als een
kind, kan van de wind leven.
Spec-
JENNINGS IN DE KNEL door Anthony
vaart hij uit. „Een hond jankt nog als ze cjameer't;
z'n jongen weghalen. En zou ik dan niks
mogen zeggen?" Met zijn kinderen is hij
Ja, Hitler was een grote ploert
Zoals er weinig zijn
Hij heeft de vrede weggesnoerd
Brengt niets dan leed en pijn
Zelfs Nero en Napoleon
Zij brachten niet dat leed
Wat Hitier bracht aan 't Jodendom
Zij waren minder wreed.
diende hij de kost er mee. Hij maakt ook njngs bedoelt het allemaal zo goed! Maar
nu nog gelegenheidsgedichten. Nijmegena- bej i00pt steeds anders dan hij had ge
ren weten hem voor dit doel heus wel te dacht. (Jongens van 9-12 jaar),
vinden en voor een kleinigheid dicht Hint-
jes er weer op los. „Ik zou zo graag wil- DE RIT IN DE NACHT door Irene
len dat ze mij eens opwerkten als dichter, Byers. In het holst van de nacht vlucht
maar dat kan niet, want Hintjes moet Jimmy op zijn fiets uit het huis van zijn
klein blijven! Ik ben eens hier in de stad oom en tante, waar hij na de dood van
bij een uitgever geweest. Weet je wat die Z1jn ouders heeft gewoond. Hij wil met in
zei tegen zo'n juffie dat me 'te woord het bedrijf van zijn oom komen, maar pop-
u J stond? Geef hem maar een dubbeltje, dan penspeler worden, net als zijn vader. Hij
Zeven coupletten telt het lied, dat hij, gaat.ie wel weg Dat zei-die, de draak!" ontmoet de beroemde poppenspeler Pinel-
in de oorlog óók, op straat stond te zingen. s li en dat is het begin van allerlei ongewo-
Hij zegt ze zonder hapering. Even later EVANGELIST HINTJES Na de eer- ne gebeurtenissen. (Jongens en meisjes
volgt een tweede, over de drie jongelingen g^e werejdoori0g diende Hintjes vol over- van 11-14 jaar).
in de vuuroven. De gehele duur van het gave de straatprediking. „Ik wilde Evan- KITTY OVERWINT ZICHZELF door Do-
lied kijkt hij me recht in de ogen, knippert gekebrenger worden. Wij spraken op straat rothy Gilman Butters. Kitty verlaat de
zelfs niet met de leden. De trots over zijn en zongen pSajmen. Op een avond preekte school en wil zich boven haar milieu, de
„dichterswerk" straalt uit zijn buk. Nee jk jn een dorp in vriesland. Na afloop vroeg achterbuurt, uitworstelen. Daarom wil ze
deze man zal geen „kwaad doen. Maai jk om siaappjaats. Ik mocht met twee veej gejd verdienen, maar dan ontdekt ze
hij zal ziedend worden als hij onrecht ziet oude mensen mee. In de keuken aten we dat de held van haar dromen, een rijlceluis-
en zichzelf zal hij nooit in de hoek laten brood met lekkere koffie. De volgende zoontje, hetzelfde werk doet als een oude
drukken, door „niemand met morgen vroegen ze wie ik eigenlijk wel schoolvriend van haar. Deze leert haar
Ook niet door burgemeesters. was jk zeg; waarom hebben jullie dat dat zjj niet op de buurt moet neerkijken,
gisteren niet gevraagd? Het antwoord maar haar minderwaardigheidsgevoel in
IK MOEST voor het zingen altijd een was; wjj wilden een vreemdeling herber- zichzelf moet overwinnen. En dan komt
vergunning vragen. Nou had ie boeven gen Lat was netjes, niet? Zo staat het het geluk.(Voor oudere meisjes),
van kerels onder die burgemeesters. Ik ook in de schrift".
kom eens in een Brabants dorp. Ik word MARTIN BIJT VAN ZICH AF door An-
toegelaten tot de burgemeester, want daar WAARZEGGER HINTJES „Er ko- ne Barrett. Martin verhuist naar een oud
had ik om gevraagd. Nog voor ik een stap men heel veel mensen voor helderziend- verveloos huis in een grauwe straat en
over de drempel had gezeg, snauwde hijheid bij me. Dit is een ernstig feit dat ik moet het opnemen tegen een belhamel eer-
Wat moet jij? nou ga vertellen. In Oss kwam ik eens in ste klas die de hele buurt terroriseert.
„Maar burgemeester", zeg ik, „hebt u de week bij een klein boertje. Na de oor- Met zijn bende zit hij Martin danig dwars
geen opvoeding genoten? Ik ga dagelijks log was zijn zoon nog maar steeds niet en als hij er ook nog achter komt dat
Een unieke service: dit bordje hangt hij 0m met mensen van uw soort, adellijk terug. Op een dag hebben ze het over hem. Martin een heel oud kostbaar voorwerp
aan de deur als hij maar eventjes weg heer! Want u bent toch baron? Ik wilde Ik zeg plotseling: wees maar gerust, hij heeft gevonden, wordt de strijd nog span-
moet Duurt het wat langer, dan is er het u vragen om een vergunning om liederen komt volgende week terug. Ik zie hem nu nender. Wie zal het winnen.... (Leeftijd
bordje met de mededeling: Niet Thuis. op straat te mogen zingen". heel ver weg. Hij komt met een buiten- 11-14 jaar.)
HET BOEK VAN KRACHT EN SNEL
HEID door Hy Ruchlis. De schrijver, een
Newyorkse natuurkundeleraar, vertelt over
allerlei opvallende verschijnselen van
traagheid, wrijving, zwaartekracht en snel
heid. En het grappigste is dat het vaak
dingen zijn die je om je heen ziet en eigen
lijk wel weet. Je weet alleen niet dat je
het weet, dat is het gekke. Er staan een
heleboel foto's en tekeningen in dit boek en
wat je leert kun je soms in de praktijk
brengen met leuke experimenten. Voor 12
tot 16-jarigen.
BAKVIS OP EIGEN BENEN door
Mabel Esther Allan. Katy, een vrolijk
stadsmeisje van 18 lentes, maakt in haar
vakantie een voettocht door Wales. Ze
kijkt eigenlijk een beetje neer op de men
sen van het platteland, maar dat gaat wel
over als ze bij haar tante komt die een
oude kloosterruïne beheert. Tante wordt
ziek en Katy neemt haar werk over. Zo
leert ze mensen van het kleine dorp be
ter kennen, maar ook.de jonge auteur
van haar lievelingstoneelstuk. (Voor oudere
meisjes).
HET RAADSEL VAN RILLOBY door
Enid Blyton. Roger, Diana en hun la
waaierige, maar pientere neefje met zijn
poedel ontdekken dat er steeds als het cir
cus van hun vriendje Barney in de buurt
is, diefstallen worden gepleegd. De politie
staat voor een raadsel. Hoe komt de dief
eigenlijk de huizen binnen? De drie jon
gens, het meisje, de hond en ook het aap
je van de circusjongen zetten alles op al
les om het mysterie te ontrafelen en de
doortrapte dief te ontmaskeren. (Leeftijd
11-14 jaar).
DE RODE DRAAK door Gwendolyn Bo
wers. De jonge Wulf leeft in de tijd dat
koning Alfred over het Saksische konink
rijk Wessex regeert en de Noormannen
nun strooptochten over het Angelsaksische
land houden. Met een dappere vriend en
twee krijgers vaart hij naar het land van
de Vikings, maar ook aan het hof van
koning Alfred beleeft hij vele avonturen.
Leeftijd 11-14 jaar.
PRISMA-KINDERPOCKETS
Marée (Leeftijd 4-8 jaar).
door Piet
KLEUTERKNUTSELBOEK. Met heel
eenvoudige middelen leren de kinderen de
leukste dingen knutselen. Een uitkomst
voor regenachtige dagen! Moeders van
kleine kinderen, maar ook kleuterleidsters
vinden in dit boekje vele nieuwe ideeën.
KLEUTERRIJMPJES UIT OMA'S TIJD.
Een heerlijk boekje om kleuters uit voor
te lezen. Deze bekende oude kinderversjes
doen het in ónze tijd ook echt nog wel.
Bij elk versje staat een tekening die past
bij de sfeer van het oude rijmpje.
KLEUTERKLAS IN KABOUTERLAND.
Net als bij de mensen leren kabouterkleu
ters allerlei leuke versjes en liedjes, maar
ook grappige knutselkarweitjes. Tekenen,
knippen, plakken, kleuren, beestjes en fi
guurtjes maken de kleuters zijn er uren
zoet mee.
50 KINDERSPELEN BINNEN. Nu be
hoeven kinderen zich niet meer te verve
len. Een regenachtige dag? Dit boekje
brengt uitkomst. Maar ook op een
verjaarspartijtje zal het van pas komen.
Het zijn bijna allemaal nieuwe spelletjes.
Sommige kun je met z'n tweeën doen,
maar voor andere moet je met een hele
boel kinderen zijn.
50 KINDERSPELEN BUITEN. Een gro
te verzameling bekende en onbekende spel
letjes voor de tuin, het bos, het strand,
het plein en de straat. Rustige spelletjes,
maar ook wildere, spelletjes voor de klein
tjes, maar ook voor grotere jongens en
meisjes. Leuk om je vriendjes en vriendin
netjes eens met een heel nieuw spel te
verrassen!