Wim Burkunk's Vestzaktheater gaat
- ondanks bijzonder grote moeilijkheden
enthousiast zijn tweede seizoen in
EEN OVERZICHT
ZOMER AAN ONS
VAN DE
STRAND
Familietwist van
in de scherven
twee eeuwen geleden
van twee beschilderde
herleeft
borden
ZATERDAG 23 SEPTEMBER 1961
Erbij
PAGINA lli
OF IK EVEN in de kamer wil wachten, vraagt mevrouw Burkunk. Haar man
is juist even weg. De kamer is gevuld met niet meer zo heel nieuwe meubelen.
De deur is op een amateuristische manier geel geverfd, het tafeldek is geel, de
schuifdeuren naar de zijkamer zijn geel. Tegen de muren hangen raambiljetten
van het omstreden Het Vrije Toneel, Centraal Theater, en een heel grappige
van het Vestzaktheater. In een hoek staat, voor een rek dat is afgeladen met
boeken over toneel, een antieke schrijfmachine. Op de grond staat een band
opname-apparaat. Tegen de muur van de zijkamer vormt een aantal toneel-
klei
kostuums een bonte kleurmengeling. Wim Burkunk stapt binnen een jongeman,
een borstelige lichtblonde kuif, een precies gelijk gekleurd baardje, helderblauwe
ogen. Hij is niet erg lang. Nederland is niet rijk aan toneelspelers die het aan
durven reeds lang gebaande paden te verlaten om dan, via allerlei bijna on
begaanbare wegen, vaak ten koste van aanzienlijke offers en met grote risico's,
bij hun doel te komen: zich op een eigen wijze aan het publiek voor te stellen.
Dingeman Korf Sr.
Zonder moeilijkheden ging dat niet Hij
moest haar eerst uitleggen wat toneel nu
wel precies is. Avondenlang hebben zij
daarover gesproken, in het Frans, zo goed
en zo slecht als de Spaanse dat kon ver
staan. Daarna werd het stuk in het Spaans
geschreven, haar zoon zette het, letterlijk
woord voor woord, in zijn Nederlands om,
waarna Burkunk het weer in goed Neder
lands vertaalde. Hindernissen genoeg dus.
Toch ziet Burkunk er voldoende in om
het stuk op het repertoire te nemen. „Na
tuurlijk is het nog geen gaaf toneel. Maar
het is goed speelbaar. Van het publiek zal
het nu afhangen hoe het verder gaat. Loopt
het niet, dan gaan we wat anders nemen,
(Van onze weerkundige medewerker)
OP 1 APRIL VAN DIT JAAR werd in een bovenzaaltje
van het café op de hoek van de Stadhouderskade met de
Ferdinand Bolstraat het „Vestzaktheater" van Wim Bur
kunk ingewijd met „Identifikatie" van Arthur Adamov en
„De Ketellappersbruiloft" van John Millington Synge. Het
peil van die openingsvoorstelling verhief zich nauwelijks
boven dat van een vereniging van behoorlijk gevormde
amateurs, maar enkele der medewerkenden vertoonden vol
doende talent om te doen veronderstellen dat er toch wel
aantrekkelijker resultaten te bereiken zouden zijn. De
nieuwe onderneming maakte een indruk van sympathieke
bescheidenheid. In ieder geval was het belangrijk dat in
Amsterdam, waar de laatste tientallen jaren vele theaters
iets van Goethe denk ik." Er wordt beslist
verdwenen zijn zonder dat er iets tegenover werd gesteld, niet uitsluitend experimenteel toneel op
een gezond initiatief met enthousiasme in daden werd om- gekozen'6vagnuitaCde Htez7ttiSmogri°Mk-
gezet. Burkunk en de zijnen werken op het ogenblik hard
voor het nieuwe seizoen, dat ditmaal niet ingaat in het café- onmiddemjk vijf stukken ach-
gekozen vanuit de bezettingsmogelijk
heden en de grootte. „Wij kunnen niet ris
keren dat een stuk niet loopt, want dan
ter." Toch wordt „De ratten'
Spaanse mevrouw ingestudeerd.
van de
zaaltje, waar veertig mensen plaats konden nemen. Zij
hebben een oud Amsterdams bibliotheekje gevonden, dat
over enkele weken het kleinste theatertje in Nederland zal
zijn; wéér slechts veertig plaatsen. Daar geven zij dan de
première van „Allen tegen allen" van Arthur Adamov en tertje te maken. Er komen ook hier weer
ix-, veertig plaatsen. „Waar in een gewoon
een „eigen stuk van een Spaanse die aan de Gemeente
DUIZENDEN NEDERLANDERS zullen in de afgelopen zomer tijdens hun vakantie
geprofiteerd hebben van het overwegend zonnige en warme weer in midden- en zuid-
Europa, maar nog vele duizenden meer hebben de vakantie in eigen land doorge
bracht. Hoe druk het vaak in de vakantiecentra in het binnenland ook is geweest,
toch zullen ons strand en de eilanden de meeste vakantiegangers hebben gekregen.
Dit zeer zeker wanneer wij ook nog de buitenlandse gasten er bij tellen. Aan de
hand van cijfers en aantekeningen in de periode van 1 juni tot en met 10 september
op een groot aantal plaatsen aan ons strand verricht werd duidelijk bevestigd dat
de afgelopen zomer teleurstellend is geweest, voor zover dit de lezer nog niet bekend
mocht zijn. Tochzijn er vele duizenden vakantiegangers geweest die het ook
aan ons strand, hetzij in Zeeland, Katwijk of op Ameland, zeer goed hebben getrof
fen. Op de volgende plaatsen zijn dagelijks (102 dagen) aantekeningen gemaakt hoe
het werkelijke strandweer was, n.l. slecht, matig, goed of fraai. Dit op Schiermon-
Op het ogenblik wordt er hard gewerkt nikoog, Terschelling, Texel, Schoorl aan Zee, Zandvoort, Scheveningen en Vlissingen.
Uit deze aantekeningen blijkt dat de zomer van 1961 gemiddeld langs ons hele
strand 36 dagen (van de 102) heeft gebracht met goed tot fraai strandweer en 66
met slecht tot matig strandweer. m
om van de oude bibliotheek een klein thea-
WANNEER WIJ DE MAANDEN bekij- veningen 252, Renesse 239, Texel 235,
theater de stoelen beginnen, staat bij ons
de laatste rij" zegt Burkunk. Zijn droom
beelden? Het zo drie jaar uit te zingen, ,Yiu ^rwj- vc.,.,,*,,,
dan de ho°P °P kleine subsidie en kerlj dan zien wjj dat juni me(. gemiddeld Zandvoort 231, Vlieland 216, Noordwijk
het enthousiasme van hem en zijn groep mee te maken, dan een klein theatertje, met tachtig plaat- 15 dagen goed tot fraai strandweer de bes- aan Zee 210 Hoek van Holland 204.
sen en beslist met meer, en iedere avond te maand is geweest. juü en augustus IJ muiden 199, Den Helder 184, Vlissingen
spelen met een vaste groep.
Universiteit in Amsterdam haar moedertaal doceert. Dick
J. Dijs is in Amsterdam eens met Burkunk gaan praten om
in Amsterdam haar moedertaal doceert
Zij had al eens een stuk geschreven dat
opviel door de pracht van de taal. Maar
toneel was het geenszins. Naar een idee
van Burkunk schreef zij een tweede stuk.
Wim Burkunk (36 jaar) en zijn vrouw.
Enthousiast vertelt hij van zijn stoute
plannen en daden.
WIM BURKUNK heeft het gedurfd, eigen meningen, kortom: hier werd in de
Zaterdag 1 april hing hij aan de deurpost zaal uitgesproken wat de mensen anders
van café Klasen aan de Stadhouderskade op straat plegen te zeggen,
te Amsterdam een wit, met rode letters
beschilderd bordje. „Vestzaktheater" stond HET GING ER DUS KNUS toe in het
er op. Het „theater" was een uitgebroken Vestzaktheater. En het spel? Het zou on-
woonkamer boven het café, waarin op billijk zijn de prestaties al meteen te me-
door-de-weekse-dagen wordt vergaderd, ten met maatstaven van het beroeps-
gedamd en gekaart. Voor in het vertrekje toneel. Burkunk moet de opleiding van zijn
was een demontabel toneeltje gebouwd, leerlingen nog voltooien. „Maar als zij goed
Met wat passen en meten had men er veer- beginnen te spelen, vertrekken ze meest-
tig stoelen kunnen plaatsen. De verlichting ol" zegt hij. „Zij krijgen dan betere con-
had men ook nog een beetje kunnen rege- tracten aangeboden bij kleine groepen.
len. Het gordijn, gemaakt van etalaigelin- Kwalijk nemen kan ik ze dat niet natuur-
nen, was in één woord fraai. De leden van VkIk kan ze nog geen enkele, financiële
de groep waren ambitieuze semi-beroeps- basis verschaffen Het Vestzaktheater heeft
of amateurtoneelspelers die werden mee- me tot nu toe vijfduizend gulden gekost.
gesleurd door Burkunk's enthousiasme een Dat 0eld beschouw ik als geïnvesteerd. De
eigen theatertje te beginnen. De mensen kosten worden nu steeds lager. We hebben
kwamen, keken naar „Identificatie" van het toneel, de verlichting, een redelijk aan-
Arthur Adamov en naar „De Ketellappers
bruiloft" van John S. Synge. Het genoot er
op een'geheel andere manier dan het ge- werken, geloof ik:
wend is in een normaal theater. In dit
kleine vertrekje maakte het van dichterbij
deel uit van het geheel.
tal kostuums. Het is financieel wel moei
lijk, maar we kunnen het toch wel bol-
BURKUNK heeft in Parijs ook een Vest
zaktheater, een théatre de poche, gehad.
Dat was iri dé'Rue Möuffetard. Hij had
daar een betrekkelijk ruim vertrek kunnen
bemachtigen. Met een aantal Franse jon
geren maakte hij het voor toneelvoorstel
lingen geschikt: het podium werd met
jutezakken behangen en belegd, de ijzeren
stoelen werden afgestofd, en het publiek
kon komen. Er was weken en weken lang
intensief gerepeteerd op „Daar waar de
sterre bleef stille staan" van Felix Tim
mermans. Niet altijd was de zaal goed ge
vuld. Soms werd er voor een vierkoppig
publiek gespeeld. Een maand lang hield
het groepje het uit. Er was geen geld om
affiches te laten maken. Het op straat uit
delen van wat folders was de enige moge
lijkheid wat propaganda te maken. Toen de
kranten over het theatertje gingen schrij
ven, kreeg Burkunk last met de overheids
instanties: hij bezat een verblijfs- noch een
werkvergunning.
MET TUSSENPOZEN van enkele weken
die hij in Nederland benutte om ama
teurgezelschappen te regisseren bracht
Burkunk zes jaar in Parijs door. Behalve
in het théêtre de poche speelde hij als
volontair in grotere gezelschappen, hij
nam les in toneelspel en beweging, hij
kreeg zelfs voor een half jaar een beurs om
in het mime-spel te worden onderwezen.
Tussendoor studeerde hij aan de Beaux
Arts architectuur.
Terug in Amsterdam in 1959 ontwikkelde
Burkunk weer een initiatief Maar zijn
nieuwe groep, Het Vrije Toneel geheten,
vermocht geen weerklank te vinden. Hij
begon weer les te geven. Hij vond ook een
paar andere baantjes. Van tijd tot tijd
tolkte hij, andere keren werkte hij op een
bouwkundig bureau. „Daar is de Beaux
Arts weer goed voor geweest". „Wat 'ik
daar doe? Rekenen, tekenen, kijken en
kletsen. Met het geld dat ik daarvoor krijg
kan ik het theater financieren".
Het Vestzaktheater-idee werd uitge
voerd. Hij bracht weer een klein groepje
op de been: tonelisten in opleiding, anderen
die alleen voor hun plezier plegen te spe
len. Hij kreeg ze stuk voor stuk laaiend
enthousiast. Dat is een van zijn talenten.
Eens kreeg hij leden van een amateurge-
gezelschap zover dat zij drie maanden lang
Spaanse dansles gingen nemen om hun rol
beter te kunnen spelen Het nieuwe groep
je verzorgde ook alles zelf. In de huis
kamer van Burkunk aan de Cornelis
Trooststraat werd nachten lang gewerkt
aan de kostuums. Het demontabele toneel
tje werd er getimmerd' decors werden er
geverfd. Op een dag bleef een grote pot
gele verf over hetgeen nu de kleur van
de tafel, de gangdeur en de schuifdeuren
verklaart! Etalagelampen werden voor
toneelverlichting geschikt gemaakt. Van
etalagelinnen werden de gordijnen gefabri
ceerd.
's MIDDAGS WERD ER gerepeteerd. De
meeste leden van de troep hebben voor
's ochtends een kantoorbaantje, repeteren
's middags hun rol, spelen 's avonds in
kleine gezelschappen in de provincie en op
zaterdag- en zondagavonden in het Vest
zaktheater. Burkunk verzorgde de regie,
speelde in „De Ketellappersbruiloft" de rol
van Michel Byrne. Het publiek onderging
het intieme verband dat in het kleine zaal
tje boven het café onherroepelijk moest
ontstaan, met veel plezier. De jongeman
die bij de ingang de jassen aanpakte, stond
even later op het toneel. Het meisje dat in
de pauze koffie rondbracht, was zijn tegen
speelster. Discussies na afloop bleven niet
uit. Na de voorstelling bleven toeschou
wers zitten, stelden vragen, poneerden
IN OKTOBER komen er weer voorstel
lingen. Voor dit seizoen staan „Allen tegen
allen" van Arthur Adamov en een eigen
stuk op het repertoire. Het is geschreven
door een Spaanse die aan de Universiteit
waren bijna even slecht. Namelijk beide 182, Cadzand 177. Normaal valt er 180 tot
gemiddeld 22 slecht tot matig, 8 met goed 190 mm zodat het strandweer op de mees
tot fraai strandweer. De eerste decade te plaatsen te nat, te koel en te weinig
van september was vrij goed met 5 da- zonnig is geworden. Enfinwij hebben
gen goed tot fraai strandweer, drie slecht het overleefd en het moet al heel vreemd
en twee matig. lopen wil het in 1962, althans in de top-
Juni bracht gemiddeld 5 regendagen vakantieperiode, zo herfstachtig zijn als
(neerslag tussen 's morgens 7 en 's avonds 1961 heeft weten te presteren.
7 uur) met gemiddeld 12 mm neerslag.
Juli 11 regendagen met 30 tot plaatselijk
ruim 70 mm regen. Augustus 10 regenda
gen met 25 tot ruim 50 mm neerslag. wapen is een fragment) zijn waarschijn
lijk afkomstig uit de bouwput voor het
JUNI BRACHT het meeste zonnige Scheepvaarthuis te Amsterdam. Het groot
strandweer gevolgd door augustus Juli s^e gedeelte van die vondst ging naar het
stelde bijzonder teleur. Het aantal dagen Rijksmuseum, en de erbij behorende wa
rnet een maximum in de middag van 20 penborden werden door Dr. F. Hudig be-
C of hoger was in augustus, gemiddeld studeerd. Hij beschouwde ze als werk van
9, het grootst. Uit dit alles blijkt wel dat de werkplaats van Willem Jansz. Verstra-
de topvakantieperiode zo tussen begin juli ten.
tot medio augustus zeer ongunstig is ge- Van beide afgebeelde scherven kan ge
weest. zegd worderi dat ze volkomen identiek zijn
Het grootste aantal regendagen kreeg aan door Dr. Hudig beschreven frag-
Katwijk met 30, het kleinste aantal Hoek rnenten. Die met het wapen van Amster-
van Holland met 23 De meeste zonnige dara js vj0t en fors geschilderd in een
stranddagen waren voor Den Helder en mooie blauwe kleur op een helderwitte
Zierikzee (51). het kleinste aantal (36) ondergrond. De achterzijde is bedekt met
voor Terschelling. De meeste dagen met een grijsachtig getinte loodglazuur. De
een temperatuur van 20 C of hoger waren schotel is op „proenen" gebakken, waar
voor Vlissingen met 33, het kleinste (13) Van de drie afdrukken zelfs op de teke-
voor Den Helder. ning nog wel zijn waar te nemen. Proe
nen zijn n.l. de driehoekige stukjes aar-
OVER HET ALGEMEEN is het strand- dewerk, die bij het bakproces tussen de
weer langs het Zeeuwse strand het beste schalen werden geplaatst om aan elkaar
geweest en vooral op de Waddeneilanden vastbakken van de werkstukken te voor-
en langs de Noordhollandse kust viel veel komen. Willem Jansz. heeft zich hier dus
regen. Toch loopt het aantal goede tot keurig aan de afspraak gehouden,
fraaie stranddagen weinig uiteen namelijk
33 op Texel tegen 36 in Vlissingen. Het
klinkt misschien vreemd maar het totaal
ANDERS IS HET echter gesteld met het
cijfer lag verleden jaar iets gunstiger bordje met het Haarlemse, wapen. Het is
want toen kwamen er gemiddeld 42 tot 44 volgens de omstreeks 1640 in zwang geko-
dagen met goed tot fraai strandweer voor men werkwijze in kokers gebakken. Door
tegen dit jaar 36.
openingen in de wanden van deze casset-
Tenslotte volgen hier nog de regencij- ten werden pennen gestoken waarop de
fers van een 15 plaatsen langs ons strand. borde" kwamen te rusten, zodat er alleen
Schiermonnikoog en Terschelling beide aan de fchterzijde kleine sporen van de
264 mm, Schoorl 258, Ameland 252, Sche-
IN HAARLEM VESTIGDE zich in het jaar 1625 een plateelbakker, Willem
Jansz. de la Rue. Hij kwam van Delft, waar hij reeds in 1620 als „plateelbacker
en cruydenier" werkzaam was. Blijkbaar was het toenmalige stadsbestuur van
Haarlem al evenzeer gesteld op vestiging van industrie als dat thans het geval is,
want voor de inrichting van het bedrijf werd 1.000 beschikbaar gesteld, terwijl
tevens een stuk grond aan het Begijnhof in pacht werd uitgegeven. Deze werk
plaats was overigens niet de enige aardewerkbakkerij in de Spaarnestad; immers
reeds in 1572 kwamen uitgeweken Antwerpse majolicabakkers zich hier vestigen.
De fabriek van Willem Jansz. de la Rue leverde echter zulke goede produkten
dat Samuel Ampzing in 1628 een aantal versregels in zijn „Beschrijvinge ende
Lof der Stadt Haerlem" aan de voortbrengselen van de „Geleijer- en Plateel-
hackerije op het BagijnhoF' wijdde. „En of ick hier oock sprak van het schilderen
der plateelen sou iemant dat met recht verdrieten en verveelen? Hier is een
backerij van so een suijvre hand als ergens weesen mach in ons geheele lant".
WILLEM JANSZ. DE LA RUE is,
zoals zijn naam al aanduidt, waarschijn
lijk van Zuidnederlandse of Franse af
komst. In Haarlem wordt zijn naam al
spoedig op zijn Nederlands door Willem
Jansz. Verstraten, en het duurt niet lang
of hem wordt een bestuursfunctie in het
Haarlemse St. Lucasgilde aangeboden.
Het bordje met het Haarlemse wapen van
de zoon, Gerrit Willemszoon Verstraten
1650). Het bord heeft geen voetring aan
de onderzijde. De zoon had zijn vader be
loofd geen borden met wapens te zullen
beschilderen
Hij wordt zelfs tot deken van dit gilde,
waarvan niet alleen kunstschilders, maar
ook plateelbakkers en -schilders lid kon
den zijn, benoemd in 1638.
Een ander bewijs dat het hem goed ging
vinden we in het verzoek dat Willem
Jansz. Verstraten in 1629 richt tot het Ge
meentebestuur van Haarlem om het tot
dusver van de gemeente gepachte stuk
grond aan het Bagijnhof in eigendom te
verkrijgen. Om zijn verzoek kracht bij te
zetten verklaart hij gewoonlijk 40 a 50
gezellen in dienst te hebben. Hij was dus
een fabrikant en werkgever van beteke
nis geworden in de vier jaar van zijn ver
blijf in Haarlem.
In het archiefstuk dat hierop betrekking
heeft noemt hij zich „porceleijnbacker",
en waarschijnlijk maakte hij dus, evenals
zovele andere Nederlandse bedrijven imi
taties van het in die tijd geliefde Chinese
porselein.
ECHT PORSELEIN kan hij natuurlijk
niet gebakken hebben, aangezien pas in
de achttiende eeuw door een gelukkig toe
val in Duitsland de voor porselein nodige
grondstof de kaolinaarde ontdekt
werd. Zijn werk was een verfijning van
het gebruikelijke aardewerk, dat overdekt
met wit tinglazuur, beschilderd was met
een veelkleurige of blauwe versiering.
Door de grote concurrentie van het in
enorme hoeveelheden aangevoerde Chine
se porselein ging men er al omstreeks 1620
toe over dit produkt na te bootsen, waar
bij niet alleen het materiaal werd geïmi
teerd, maar zelfs de erop voorkomende
dessins werden overgenomen. Daar het
aangevoerde porselein blauw beschilderd
was, werd blauw in de aardewerkindus
trie de grote modekleur, waaraan we de
talloze blauwe tegels en ook het „Delfts
blauw" te danken hebben.
Zo sterk was die Chinese invloed op de
Nederlandse decoraties, dat toen Salomon
de Braij in 1633 een blazoen ontwierp voor
de plateelbakkers van het Haarlemse St.
Lucasgilde hij niet beter wist te doen dan
er zonder enige wijziging een Chinese
schaal op af te beelden.
ZO VOORSPOEDIG als de zaken van
Willem Jansz. gingen, konden ze niet
blijven gaan, en in 1643 komt er dan ook
verandering: hij krijgt een beroerte, en
moet dientengevolge zijn zaken aan zijn
zoon Gerrit Willemsz. Verstraten over
doen.
Maar wonder boven wonder herstelt de
vitale oude heer van zijn ziekte, en heeft
dan nog voldoende energie om een nieuwe
werkplaats in te richten. Reeds in 1644
is deze fabriek aan het Spaarne in vol be
drijf. Dat hij hierbij de wind in de zeilen
had vindt zijn oorzaak in het afnemen van
de Chinese import door de groeiende on
rust die na de dood van Keizer Wan-Li in
China was ontstaan. En anderzijds was
de toenemende welvaart in ons land oor
zaak van een steeds grotere vraag naar
deze prachtige voortbrengselen van de
Haarlemse werkplaatsen.
Natuurlijk maakte vader Willem met
zijn zoon Gerrit een afspraak om elkaar
niet als concurrenten in de wielen te rij
den. Er wordt bepaald dat de vader de
oude, gebruikelijke techniek zal toepas
sen, waarbij de achterzijden van het aar
dewerk met een laag doorschijnende lood
glazuur werden bedekt. Alleen de voorzij
de werd dus beschilderd met een blauw-
op-wit decor.
De zoon zal (imitatie) porselein fabri
ceren, dat „over ende vol geschildert"
was, met andere woorden dat aan alle zij
den met wit tinglazuur werd overtrokken.
Bovendien werd bepaald dat de zoon het
schilderen van „wapenborden" aan zijn
vader zou overlaten.
DEZE „WAPENBORDEN" waren tegen
het midden van de zeventiende eeuw een
zeer geliefd object. Naast Stedewapens
werden talloze familiewapens op servies
goed uitgevoerd in opdracht van de rijke
burgerij die zich met haar rijkdommen
een adellijke titel of een adellijk klinkende
naam had gekocht of aangemeten. De wa
penborden van Willem Jansz. genoten
reeds vóór 1643 een zekere vermaardheid,
geen wonder dat hij de aanmaak hiervan
bij het in 1644 gesloten contract voor zich
zelf had gereserveerd.
Ondanks deze duidelijke afspraken ble
ven de conflicten niet uit. Tussen 1648 en
1651 verwijten vader en zoon elkaar we
derzijds zich niet aan de bepalingen van
het contract te hebben gehouden. Uit deze
familietwisten en de eruit voortvloeiende
processen krijgen we een kijkje achter de
schermen van de overigens niet met hun
fabrieksgeheimen te koop lopende fabri
kanten uit het midden van de zeventiende
eeuw. Vader Willem schijnt zich niet aan
de afspraak gehouden te hebben om de
achterzijde van zijn schotels met transpa
rante loodglazuur te behandelen.
VOLGENS DE stukken uit de proces
sen moet Willem Jansz. de achterzijden
van zijn wapenschotels ook met de dek
kende witte tinglazuur overtrokken heb
ben, waardoor zijn produkt veel op de
„porseleijnen" van Gerrit Willemsz. be
gonnen te lijken. Hij zal waarschijnlijk
gezwicht zijn voor aandrang van de zij
de van zijn afnemers, die een „moder
ner" artikel verlangden. De klant was im
mers koning, ook al in de zeventiende
eeuw
En de zoon kon toch ook niet alle aan
vragen om „wapèngoet" terzijde leggen,
of aan zijn vader doorsturen, en begon
van lieverlede zo af en toe wat wapens
op zijn porseleijnen te schilderen
DE HELE onverkwikkelijke zaak heb
ben we in die twee afgebeelde scherven
in optima forma voor ons. De scherven
(want ook het bordje met het Haarlemse
Scherf van het wapenbord van Willem
Janszoon Verstraten 1645) met het
wapen van Amsterdam. De oude gebruike
lijke techniek is gevolgd. De achterzijde
is bedekt met grijsachtig loodglazuur. De
voetring is zeer breed.
pennen te zien kwamen. In tegenstelling
tot het eerstgenoemde object heeft dit
bord geen voetring aan de onderzijde, het
geen eveneens wijst op een „moderne"
uitvoering. En ten slotte is het alzijdig
met wit glazuur overtrokken, zodat we
zonder twijfel met een artikel van Gerrit
Willemsz. Verstraten te maken hebben-
Maar dan is deze kennelijk in overtreding,
want hij heeft dit bord van een wapen
voorzien, en dat was voorbehouden aan
zijn vader! De schilderwijze van dit Haar
lemse wapen laat duidelijk zien, dat er
een andere „stijl" is gebruikt dan voor
het Amsterdamse wapen, veel verfijnder,
maar toch niet minder vlot. De twee kleu
ren blauw zijn volkomen gelijk, wat geen
verwondering mag wekken; de recepten
voor de kleuren zijn in deze werkplaat
sen immers uit dezelfde bron afkomstig
Wat zou het niet interessant zijn als ook
de Haarlemse bodem dergelijke scherven
opleverde, waarmee we deze boeiende ge
schiedenis konden bewijzen. Het is dan
ook hierom dat ik mij zeer aanbevolen
houd voor bericht als er iets in onze stad
gevonden wordt.