Wim Burkunk's Vestzaktheater gaat - ondanks bijzonder grote moeilijkheden enthousiast zijn tweede seizoen in EEN OVERZICHT ZOMER AAN ONS VAN DE STRAND Familietwist van in de scherven twee eeuwen geleden van twee beschilderde herleeft borden ZATERDAG 23 SEPTEMBER 1961 Erbij PAGINA lli OF IK EVEN in de kamer wil wachten, vraagt mevrouw Burkunk. Haar man is juist even weg. De kamer is gevuld met niet meer zo heel nieuwe meubelen. De deur is op een amateuristische manier geel geverfd, het tafeldek is geel, de schuifdeuren naar de zijkamer zijn geel. Tegen de muren hangen raambiljetten van het omstreden Het Vrije Toneel, Centraal Theater, en een heel grappige van het Vestzaktheater. In een hoek staat, voor een rek dat is afgeladen met boeken over toneel, een antieke schrijfmachine. Op de grond staat een band opname-apparaat. Tegen de muur van de zijkamer vormt een aantal toneel- klei kostuums een bonte kleurmengeling. Wim Burkunk stapt binnen een jongeman, een borstelige lichtblonde kuif, een precies gelijk gekleurd baardje, helderblauwe ogen. Hij is niet erg lang. Nederland is niet rijk aan toneelspelers die het aan durven reeds lang gebaande paden te verlaten om dan, via allerlei bijna on begaanbare wegen, vaak ten koste van aanzienlijke offers en met grote risico's, bij hun doel te komen: zich op een eigen wijze aan het publiek voor te stellen. Dingeman Korf Sr. Zonder moeilijkheden ging dat niet Hij moest haar eerst uitleggen wat toneel nu wel precies is. Avondenlang hebben zij daarover gesproken, in het Frans, zo goed en zo slecht als de Spaanse dat kon ver staan. Daarna werd het stuk in het Spaans geschreven, haar zoon zette het, letterlijk woord voor woord, in zijn Nederlands om, waarna Burkunk het weer in goed Neder lands vertaalde. Hindernissen genoeg dus. Toch ziet Burkunk er voldoende in om het stuk op het repertoire te nemen. „Na tuurlijk is het nog geen gaaf toneel. Maar het is goed speelbaar. Van het publiek zal het nu afhangen hoe het verder gaat. Loopt het niet, dan gaan we wat anders nemen, (Van onze weerkundige medewerker) OP 1 APRIL VAN DIT JAAR werd in een bovenzaaltje van het café op de hoek van de Stadhouderskade met de Ferdinand Bolstraat het „Vestzaktheater" van Wim Bur kunk ingewijd met „Identifikatie" van Arthur Adamov en „De Ketellappersbruiloft" van John Millington Synge. Het peil van die openingsvoorstelling verhief zich nauwelijks boven dat van een vereniging van behoorlijk gevormde amateurs, maar enkele der medewerkenden vertoonden vol doende talent om te doen veronderstellen dat er toch wel aantrekkelijker resultaten te bereiken zouden zijn. De nieuwe onderneming maakte een indruk van sympathieke bescheidenheid. In ieder geval was het belangrijk dat in Amsterdam, waar de laatste tientallen jaren vele theaters iets van Goethe denk ik." Er wordt beslist verdwenen zijn zonder dat er iets tegenover werd gesteld, niet uitsluitend experimenteel toneel op een gezond initiatief met enthousiasme in daden werd om- gekozen'6vagnuitaCde Htez7ttiSmogri°Mk- gezet. Burkunk en de zijnen werken op het ogenblik hard voor het nieuwe seizoen, dat ditmaal niet ingaat in het café- onmiddemjk vijf stukken ach- gekozen vanuit de bezettingsmogelijk heden en de grootte. „Wij kunnen niet ris keren dat een stuk niet loopt, want dan ter." Toch wordt „De ratten' Spaanse mevrouw ingestudeerd. van de zaaltje, waar veertig mensen plaats konden nemen. Zij hebben een oud Amsterdams bibliotheekje gevonden, dat over enkele weken het kleinste theatertje in Nederland zal zijn; wéér slechts veertig plaatsen. Daar geven zij dan de première van „Allen tegen allen" van Arthur Adamov en tertje te maken. Er komen ook hier weer ix-, veertig plaatsen. „Waar in een gewoon een „eigen stuk van een Spaanse die aan de Gemeente DUIZENDEN NEDERLANDERS zullen in de afgelopen zomer tijdens hun vakantie geprofiteerd hebben van het overwegend zonnige en warme weer in midden- en zuid- Europa, maar nog vele duizenden meer hebben de vakantie in eigen land doorge bracht. Hoe druk het vaak in de vakantiecentra in het binnenland ook is geweest, toch zullen ons strand en de eilanden de meeste vakantiegangers hebben gekregen. Dit zeer zeker wanneer wij ook nog de buitenlandse gasten er bij tellen. Aan de hand van cijfers en aantekeningen in de periode van 1 juni tot en met 10 september op een groot aantal plaatsen aan ons strand verricht werd duidelijk bevestigd dat de afgelopen zomer teleurstellend is geweest, voor zover dit de lezer nog niet bekend mocht zijn. Tochzijn er vele duizenden vakantiegangers geweest die het ook aan ons strand, hetzij in Zeeland, Katwijk of op Ameland, zeer goed hebben getrof fen. Op de volgende plaatsen zijn dagelijks (102 dagen) aantekeningen gemaakt hoe het werkelijke strandweer was, n.l. slecht, matig, goed of fraai. Dit op Schiermon- Op het ogenblik wordt er hard gewerkt nikoog, Terschelling, Texel, Schoorl aan Zee, Zandvoort, Scheveningen en Vlissingen. Uit deze aantekeningen blijkt dat de zomer van 1961 gemiddeld langs ons hele strand 36 dagen (van de 102) heeft gebracht met goed tot fraai strandweer en 66 met slecht tot matig strandweer. m om van de oude bibliotheek een klein thea- WANNEER WIJ DE MAANDEN bekij- veningen 252, Renesse 239, Texel 235, theater de stoelen beginnen, staat bij ons de laatste rij" zegt Burkunk. Zijn droom beelden? Het zo drie jaar uit te zingen, ,Yiu ^rwj- vc.,.,,*,,, dan de ho°P °P kleine subsidie en kerlj dan zien wjj dat juni me(. gemiddeld Zandvoort 231, Vlieland 216, Noordwijk het enthousiasme van hem en zijn groep mee te maken, dan een klein theatertje, met tachtig plaat- 15 dagen goed tot fraai strandweer de bes- aan Zee 210 Hoek van Holland 204. sen en beslist met meer, en iedere avond te maand is geweest. juü en augustus IJ muiden 199, Den Helder 184, Vlissingen spelen met een vaste groep. Universiteit in Amsterdam haar moedertaal doceert. Dick J. Dijs is in Amsterdam eens met Burkunk gaan praten om in Amsterdam haar moedertaal doceert Zij had al eens een stuk geschreven dat opviel door de pracht van de taal. Maar toneel was het geenszins. Naar een idee van Burkunk schreef zij een tweede stuk. Wim Burkunk (36 jaar) en zijn vrouw. Enthousiast vertelt hij van zijn stoute plannen en daden. WIM BURKUNK heeft het gedurfd, eigen meningen, kortom: hier werd in de Zaterdag 1 april hing hij aan de deurpost zaal uitgesproken wat de mensen anders van café Klasen aan de Stadhouderskade op straat plegen te zeggen, te Amsterdam een wit, met rode letters beschilderd bordje. „Vestzaktheater" stond HET GING ER DUS KNUS toe in het er op. Het „theater" was een uitgebroken Vestzaktheater. En het spel? Het zou on- woonkamer boven het café, waarin op billijk zijn de prestaties al meteen te me- door-de-weekse-dagen wordt vergaderd, ten met maatstaven van het beroeps- gedamd en gekaart. Voor in het vertrekje toneel. Burkunk moet de opleiding van zijn was een demontabel toneeltje gebouwd, leerlingen nog voltooien. „Maar als zij goed Met wat passen en meten had men er veer- beginnen te spelen, vertrekken ze meest- tig stoelen kunnen plaatsen. De verlichting ol" zegt hij. „Zij krijgen dan betere con- had men ook nog een beetje kunnen rege- tracten aangeboden bij kleine groepen. len. Het gordijn, gemaakt van etalaigelin- Kwalijk nemen kan ik ze dat niet natuur- nen, was in één woord fraai. De leden van VkIk kan ze nog geen enkele, financiële de groep waren ambitieuze semi-beroeps- basis verschaffen Het Vestzaktheater heeft of amateurtoneelspelers die werden mee- me tot nu toe vijfduizend gulden gekost. gesleurd door Burkunk's enthousiasme een Dat 0eld beschouw ik als geïnvesteerd. De eigen theatertje te beginnen. De mensen kosten worden nu steeds lager. We hebben kwamen, keken naar „Identificatie" van het toneel, de verlichting, een redelijk aan- Arthur Adamov en naar „De Ketellappers bruiloft" van John S. Synge. Het genoot er op een'geheel andere manier dan het ge- werken, geloof ik: wend is in een normaal theater. In dit kleine vertrekje maakte het van dichterbij deel uit van het geheel. tal kostuums. Het is financieel wel moei lijk, maar we kunnen het toch wel bol- BURKUNK heeft in Parijs ook een Vest zaktheater, een théatre de poche, gehad. Dat was iri dé'Rue Möuffetard. Hij had daar een betrekkelijk ruim vertrek kunnen bemachtigen. Met een aantal Franse jon geren maakte hij het voor toneelvoorstel lingen geschikt: het podium werd met jutezakken behangen en belegd, de ijzeren stoelen werden afgestofd, en het publiek kon komen. Er was weken en weken lang intensief gerepeteerd op „Daar waar de sterre bleef stille staan" van Felix Tim mermans. Niet altijd was de zaal goed ge vuld. Soms werd er voor een vierkoppig publiek gespeeld. Een maand lang hield het groepje het uit. Er was geen geld om affiches te laten maken. Het op straat uit delen van wat folders was de enige moge lijkheid wat propaganda te maken. Toen de kranten over het theatertje gingen schrij ven, kreeg Burkunk last met de overheids instanties: hij bezat een verblijfs- noch een werkvergunning. MET TUSSENPOZEN van enkele weken die hij in Nederland benutte om ama teurgezelschappen te regisseren bracht Burkunk zes jaar in Parijs door. Behalve in het théêtre de poche speelde hij als volontair in grotere gezelschappen, hij nam les in toneelspel en beweging, hij kreeg zelfs voor een half jaar een beurs om in het mime-spel te worden onderwezen. Tussendoor studeerde hij aan de Beaux Arts architectuur. Terug in Amsterdam in 1959 ontwikkelde Burkunk weer een initiatief Maar zijn nieuwe groep, Het Vrije Toneel geheten, vermocht geen weerklank te vinden. Hij begon weer les te geven. Hij vond ook een paar andere baantjes. Van tijd tot tijd tolkte hij, andere keren werkte hij op een bouwkundig bureau. „Daar is de Beaux Arts weer goed voor geweest". „Wat 'ik daar doe? Rekenen, tekenen, kijken en kletsen. Met het geld dat ik daarvoor krijg kan ik het theater financieren". Het Vestzaktheater-idee werd uitge voerd. Hij bracht weer een klein groepje op de been: tonelisten in opleiding, anderen die alleen voor hun plezier plegen te spe len. Hij kreeg ze stuk voor stuk laaiend enthousiast. Dat is een van zijn talenten. Eens kreeg hij leden van een amateurge- gezelschap zover dat zij drie maanden lang Spaanse dansles gingen nemen om hun rol beter te kunnen spelen Het nieuwe groep je verzorgde ook alles zelf. In de huis kamer van Burkunk aan de Cornelis Trooststraat werd nachten lang gewerkt aan de kostuums. Het demontabele toneel tje werd er getimmerd' decors werden er geverfd. Op een dag bleef een grote pot gele verf over hetgeen nu de kleur van de tafel, de gangdeur en de schuifdeuren verklaart! Etalagelampen werden voor toneelverlichting geschikt gemaakt. Van etalagelinnen werden de gordijnen gefabri ceerd. 's MIDDAGS WERD ER gerepeteerd. De meeste leden van de troep hebben voor 's ochtends een kantoorbaantje, repeteren 's middags hun rol, spelen 's avonds in kleine gezelschappen in de provincie en op zaterdag- en zondagavonden in het Vest zaktheater. Burkunk verzorgde de regie, speelde in „De Ketellappersbruiloft" de rol van Michel Byrne. Het publiek onderging het intieme verband dat in het kleine zaal tje boven het café onherroepelijk moest ontstaan, met veel plezier. De jongeman die bij de ingang de jassen aanpakte, stond even later op het toneel. Het meisje dat in de pauze koffie rondbracht, was zijn tegen speelster. Discussies na afloop bleven niet uit. Na de voorstelling bleven toeschou wers zitten, stelden vragen, poneerden IN OKTOBER komen er weer voorstel lingen. Voor dit seizoen staan „Allen tegen allen" van Arthur Adamov en een eigen stuk op het repertoire. Het is geschreven door een Spaanse die aan de Universiteit waren bijna even slecht. Namelijk beide 182, Cadzand 177. Normaal valt er 180 tot gemiddeld 22 slecht tot matig, 8 met goed 190 mm zodat het strandweer op de mees tot fraai strandweer. De eerste decade te plaatsen te nat, te koel en te weinig van september was vrij goed met 5 da- zonnig is geworden. Enfinwij hebben gen goed tot fraai strandweer, drie slecht het overleefd en het moet al heel vreemd en twee matig. lopen wil het in 1962, althans in de top- Juni bracht gemiddeld 5 regendagen vakantieperiode, zo herfstachtig zijn als (neerslag tussen 's morgens 7 en 's avonds 1961 heeft weten te presteren. 7 uur) met gemiddeld 12 mm neerslag. Juli 11 regendagen met 30 tot plaatselijk ruim 70 mm regen. Augustus 10 regenda gen met 25 tot ruim 50 mm neerslag. wapen is een fragment) zijn waarschijn lijk afkomstig uit de bouwput voor het JUNI BRACHT het meeste zonnige Scheepvaarthuis te Amsterdam. Het groot strandweer gevolgd door augustus Juli s^e gedeelte van die vondst ging naar het stelde bijzonder teleur. Het aantal dagen Rijksmuseum, en de erbij behorende wa rnet een maximum in de middag van 20 penborden werden door Dr. F. Hudig be- C of hoger was in augustus, gemiddeld studeerd. Hij beschouwde ze als werk van 9, het grootst. Uit dit alles blijkt wel dat de werkplaats van Willem Jansz. Verstra- de topvakantieperiode zo tussen begin juli ten. tot medio augustus zeer ongunstig is ge- Van beide afgebeelde scherven kan ge weest. zegd worderi dat ze volkomen identiek zijn Het grootste aantal regendagen kreeg aan door Dr. Hudig beschreven frag- Katwijk met 30, het kleinste aantal Hoek rnenten. Die met het wapen van Amster- van Holland met 23 De meeste zonnige dara js vj0t en fors geschilderd in een stranddagen waren voor Den Helder en mooie blauwe kleur op een helderwitte Zierikzee (51). het kleinste aantal (36) ondergrond. De achterzijde is bedekt met voor Terschelling. De meeste dagen met een grijsachtig getinte loodglazuur. De een temperatuur van 20 C of hoger waren schotel is op „proenen" gebakken, waar voor Vlissingen met 33, het kleinste (13) Van de drie afdrukken zelfs op de teke- voor Den Helder. ning nog wel zijn waar te nemen. Proe nen zijn n.l. de driehoekige stukjes aar- OVER HET ALGEMEEN is het strand- dewerk, die bij het bakproces tussen de weer langs het Zeeuwse strand het beste schalen werden geplaatst om aan elkaar geweest en vooral op de Waddeneilanden vastbakken van de werkstukken te voor- en langs de Noordhollandse kust viel veel komen. Willem Jansz. heeft zich hier dus regen. Toch loopt het aantal goede tot keurig aan de afspraak gehouden, fraaie stranddagen weinig uiteen namelijk 33 op Texel tegen 36 in Vlissingen. Het klinkt misschien vreemd maar het totaal ANDERS IS HET echter gesteld met het cijfer lag verleden jaar iets gunstiger bordje met het Haarlemse, wapen. Het is want toen kwamen er gemiddeld 42 tot 44 volgens de omstreeks 1640 in zwang geko- dagen met goed tot fraai strandweer voor men werkwijze in kokers gebakken. Door tegen dit jaar 36. openingen in de wanden van deze casset- Tenslotte volgen hier nog de regencij- ten werden pennen gestoken waarop de fers van een 15 plaatsen langs ons strand. borde" kwamen te rusten, zodat er alleen Schiermonnikoog en Terschelling beide aan de fchterzijde kleine sporen van de 264 mm, Schoorl 258, Ameland 252, Sche- IN HAARLEM VESTIGDE zich in het jaar 1625 een plateelbakker, Willem Jansz. de la Rue. Hij kwam van Delft, waar hij reeds in 1620 als „plateelbacker en cruydenier" werkzaam was. Blijkbaar was het toenmalige stadsbestuur van Haarlem al evenzeer gesteld op vestiging van industrie als dat thans het geval is, want voor de inrichting van het bedrijf werd 1.000 beschikbaar gesteld, terwijl tevens een stuk grond aan het Begijnhof in pacht werd uitgegeven. Deze werk plaats was overigens niet de enige aardewerkbakkerij in de Spaarnestad; immers reeds in 1572 kwamen uitgeweken Antwerpse majolicabakkers zich hier vestigen. De fabriek van Willem Jansz. de la Rue leverde echter zulke goede produkten dat Samuel Ampzing in 1628 een aantal versregels in zijn „Beschrijvinge ende Lof der Stadt Haerlem" aan de voortbrengselen van de „Geleijer- en Plateel- hackerije op het BagijnhoF' wijdde. „En of ick hier oock sprak van het schilderen der plateelen sou iemant dat met recht verdrieten en verveelen? Hier is een backerij van so een suijvre hand als ergens weesen mach in ons geheele lant". WILLEM JANSZ. DE LA RUE is, zoals zijn naam al aanduidt, waarschijn lijk van Zuidnederlandse of Franse af komst. In Haarlem wordt zijn naam al spoedig op zijn Nederlands door Willem Jansz. Verstraten, en het duurt niet lang of hem wordt een bestuursfunctie in het Haarlemse St. Lucasgilde aangeboden. Het bordje met het Haarlemse wapen van de zoon, Gerrit Willemszoon Verstraten 1650). Het bord heeft geen voetring aan de onderzijde. De zoon had zijn vader be loofd geen borden met wapens te zullen beschilderen Hij wordt zelfs tot deken van dit gilde, waarvan niet alleen kunstschilders, maar ook plateelbakkers en -schilders lid kon den zijn, benoemd in 1638. Een ander bewijs dat het hem goed ging vinden we in het verzoek dat Willem Jansz. Verstraten in 1629 richt tot het Ge meentebestuur van Haarlem om het tot dusver van de gemeente gepachte stuk grond aan het Bagijnhof in eigendom te verkrijgen. Om zijn verzoek kracht bij te zetten verklaart hij gewoonlijk 40 a 50 gezellen in dienst te hebben. Hij was dus een fabrikant en werkgever van beteke nis geworden in de vier jaar van zijn ver blijf in Haarlem. In het archiefstuk dat hierop betrekking heeft noemt hij zich „porceleijnbacker", en waarschijnlijk maakte hij dus, evenals zovele andere Nederlandse bedrijven imi taties van het in die tijd geliefde Chinese porselein. ECHT PORSELEIN kan hij natuurlijk niet gebakken hebben, aangezien pas in de achttiende eeuw door een gelukkig toe val in Duitsland de voor porselein nodige grondstof de kaolinaarde ontdekt werd. Zijn werk was een verfijning van het gebruikelijke aardewerk, dat overdekt met wit tinglazuur, beschilderd was met een veelkleurige of blauwe versiering. Door de grote concurrentie van het in enorme hoeveelheden aangevoerde Chine se porselein ging men er al omstreeks 1620 toe over dit produkt na te bootsen, waar bij niet alleen het materiaal werd geïmi teerd, maar zelfs de erop voorkomende dessins werden overgenomen. Daar het aangevoerde porselein blauw beschilderd was, werd blauw in de aardewerkindus trie de grote modekleur, waaraan we de talloze blauwe tegels en ook het „Delfts blauw" te danken hebben. Zo sterk was die Chinese invloed op de Nederlandse decoraties, dat toen Salomon de Braij in 1633 een blazoen ontwierp voor de plateelbakkers van het Haarlemse St. Lucasgilde hij niet beter wist te doen dan er zonder enige wijziging een Chinese schaal op af te beelden. ZO VOORSPOEDIG als de zaken van Willem Jansz. gingen, konden ze niet blijven gaan, en in 1643 komt er dan ook verandering: hij krijgt een beroerte, en moet dientengevolge zijn zaken aan zijn zoon Gerrit Willemsz. Verstraten over doen. Maar wonder boven wonder herstelt de vitale oude heer van zijn ziekte, en heeft dan nog voldoende energie om een nieuwe werkplaats in te richten. Reeds in 1644 is deze fabriek aan het Spaarne in vol be drijf. Dat hij hierbij de wind in de zeilen had vindt zijn oorzaak in het afnemen van de Chinese import door de groeiende on rust die na de dood van Keizer Wan-Li in China was ontstaan. En anderzijds was de toenemende welvaart in ons land oor zaak van een steeds grotere vraag naar deze prachtige voortbrengselen van de Haarlemse werkplaatsen. Natuurlijk maakte vader Willem met zijn zoon Gerrit een afspraak om elkaar niet als concurrenten in de wielen te rij den. Er wordt bepaald dat de vader de oude, gebruikelijke techniek zal toepas sen, waarbij de achterzijden van het aar dewerk met een laag doorschijnende lood glazuur werden bedekt. Alleen de voorzij de werd dus beschilderd met een blauw- op-wit decor. De zoon zal (imitatie) porselein fabri ceren, dat „over ende vol geschildert" was, met andere woorden dat aan alle zij den met wit tinglazuur werd overtrokken. Bovendien werd bepaald dat de zoon het schilderen van „wapenborden" aan zijn vader zou overlaten. DEZE „WAPENBORDEN" waren tegen het midden van de zeventiende eeuw een zeer geliefd object. Naast Stedewapens werden talloze familiewapens op servies goed uitgevoerd in opdracht van de rijke burgerij die zich met haar rijkdommen een adellijke titel of een adellijk klinkende naam had gekocht of aangemeten. De wa penborden van Willem Jansz. genoten reeds vóór 1643 een zekere vermaardheid, geen wonder dat hij de aanmaak hiervan bij het in 1644 gesloten contract voor zich zelf had gereserveerd. Ondanks deze duidelijke afspraken ble ven de conflicten niet uit. Tussen 1648 en 1651 verwijten vader en zoon elkaar we derzijds zich niet aan de bepalingen van het contract te hebben gehouden. Uit deze familietwisten en de eruit voortvloeiende processen krijgen we een kijkje achter de schermen van de overigens niet met hun fabrieksgeheimen te koop lopende fabri kanten uit het midden van de zeventiende eeuw. Vader Willem schijnt zich niet aan de afspraak gehouden te hebben om de achterzijde van zijn schotels met transpa rante loodglazuur te behandelen. VOLGENS DE stukken uit de proces sen moet Willem Jansz. de achterzijden van zijn wapenschotels ook met de dek kende witte tinglazuur overtrokken heb ben, waardoor zijn produkt veel op de „porseleijnen" van Gerrit Willemsz. be gonnen te lijken. Hij zal waarschijnlijk gezwicht zijn voor aandrang van de zij de van zijn afnemers, die een „moder ner" artikel verlangden. De klant was im mers koning, ook al in de zeventiende eeuw En de zoon kon toch ook niet alle aan vragen om „wapèngoet" terzijde leggen, of aan zijn vader doorsturen, en begon van lieverlede zo af en toe wat wapens op zijn porseleijnen te schilderen DE HELE onverkwikkelijke zaak heb ben we in die twee afgebeelde scherven in optima forma voor ons. De scherven (want ook het bordje met het Haarlemse Scherf van het wapenbord van Willem Janszoon Verstraten 1645) met het wapen van Amsterdam. De oude gebruike lijke techniek is gevolgd. De achterzijde is bedekt met grijsachtig loodglazuur. De voetring is zeer breed. pennen te zien kwamen. In tegenstelling tot het eerstgenoemde object heeft dit bord geen voetring aan de onderzijde, het geen eveneens wijst op een „moderne" uitvoering. En ten slotte is het alzijdig met wit glazuur overtrokken, zodat we zonder twijfel met een artikel van Gerrit Willemsz. Verstraten te maken hebben- Maar dan is deze kennelijk in overtreding, want hij heeft dit bord van een wapen voorzien, en dat was voorbehouden aan zijn vader! De schilderwijze van dit Haar lemse wapen laat duidelijk zien, dat er een andere „stijl" is gebruikt dan voor het Amsterdamse wapen, veel verfijnder, maar toch niet minder vlot. De twee kleu ren blauw zijn volkomen gelijk, wat geen verwondering mag wekken; de recepten voor de kleuren zijn in deze werkplaat sen immers uit dezelfde bron afkomstig Wat zou het niet interessant zijn als ook de Haarlemse bodem dergelijke scherven opleverde, waarmee we deze boeiende ge schiedenis konden bewijzen. Het is dan ook hierom dat ik mij zeer aanbevolen houd voor bericht als er iets in onze stad gevonden wordt.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 14