DE DODENLIJST VAN
ADRIAN MESSENGER
DE DIERENTUIN
IS ZIJN ATELIER
Het Mcheïm van de vuurtoren
PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER
Polle
o
Ons vervolgverhaal
Vreugden en zorgen van
Artisfotograaf Bokma
Elfhonderd foto's voor
World Press Photo 1961
MAANDAG 25 SEPTEMBER 1961
6
,'As
PHILIP MACDONALD
Oorspronkelijke titel:
The list of Adrian Messenger
„O? EEN MIDDAG moest ik per se een paar foto's
hebben van alpaca's. Dat zijn kleine, tamme lama's die in
Zuid-Amerika om de wol worden gehouden. Hier in de tuin
lopen de alpaca's op het kamelenveld, samen met wat geiten
en bokken, een paar ezels en enkele struisvogels. Ik zeg
tegen de oppasser: let jij nou op die mannetjes-struis, want u
weet: één klap met een van die sterke poten en het kan met
je zijn gedaan. Gelijk toen we het veld opstapten, kregen we
de hele kudde achter ons aan. De kamelen voorop, want die
zijn verschrikkelijk nieuwsgierig. Toen we de drie alcapa's
bij elkaar hadden, klom ik op een trapje om boven alle
dierenlichamen uit te kunnen fotograferen. De kamelen
zaten me bijna op de lip. Plotseling zie ik een aardige compo
sitie, ik knipen op dat ogenblik krijg ik een stoot in m'n
achterste. Met trapje en al duikel ik het zand in. Wat was
er gebeurd? Een van de bokken was achter m'n rug ook het
trapje op geklauterd. Ik stond bovenop, dus de weg was
voor hem versperd. Wat is dan logischer dan met je horens
het obstakel weg te stoten?"
Dick J. Dijs
58. „Hoor eens even, Polle", zegt Pingo, „we weten geen raad van nieuws
gierigheid! Wat ben je nu eigenlijk van plan? Maar daar staat warempel
ineens weer de slokop voor hen! „Gaan we alweer iets eten?", zegt hij
zeurderig. „Dat is me toch een plaag!", zegt Polle tegen Pelli, „hoe kunnen
we dat beest nu afdoende opvullen
•O
44)
Hij voelde zich plotseling moe. Erg
Er volgde een stilte en het geluid
van een kool die door het rooster viel,
klonk onnatuurlijk hard. Tenslotte zei
Anthony: „Ja, ik geloof wel dat je
gelijk hebt".
moe. Het gevoel iets bereikt te heb
ben was volledig verdwenen. Hij kon
natuurlijk nog wel meer zeggen, hij
kon hun nog meer gevolgtrekkingen
voorleggen. Maar waar diende dat op
dit ogenblik toe? Ze konden toch niets
doen, en het enige dat gedaan kon
worden kon hij beter doen dan zij.
Bovendien zouden zij het er misschien
niet mee eens zijn dat het nodig was.
Ze zouden misschien proberen het hem
af te raden. Niet zonder reden, en hij
voelde niets voor een debat
Hij zei weer: „Ja. Ik geloof dat je
gelijk hebt", en stond op, pakte zijn
jas en hoed en trok ze aan. „Ik zal
jullie op de hoogte stellen zodra ik
van Dennison iets gehoord heb", en
liep al naar de deur toen Lucas
plotseling, en dat was iets wat nog
nooit gebeurd was vanachter zijn
bureau vandaan sprong en hem de
hand schudde.
„Prachtig werk, Gethryn!" zei hij,
„je hebt jezelf overtroffen".
Anthony keek vol verbazing naar
hem en grinnikte plotseling. „Dank je"
zei hij. „Ik heb al eerder gezegd: niets
is zo belangrijk als de lof van Sir Eg-
bert". Hij opende de deur en stond
op het punt de kamer te verlaten toen
hij omkeek. „Ik hoop dat ik die ook
aan het slot zal krijgen", zei hij. Hij
glimlachte toen hij Lucas' kamer ver
liet, maar die glimlach verdween snel.
Hij was al verdwenen voor hij bene
den was. Voor hij buiten was en in
zijn auto was gestapt was er een die
pe frons voor in de plaats gekomen.
Onder het rijden, en hij reed veel
langzamer dan anders vanwege de
sneeuwslierten, door Whitehall en over
Parlement Square en naar St. James'
Park, vroeg hij zich af of hij er ver
standig aan had gedaan de bespre
king af te breken. Stellig zouden ze
zich spoedig realiseren als ze dat
al niet gedaan hadden dat als je
doorredeneerde de volgende stap was
dat althans de mogelijkheid bestond
dat Smith-Brown-Jones, na de getui
gen tegen hemzelf uit de weg ge
ruimd te hebben, nu het plan zou koes
teren uit de weg te ruimen wat tus
sen hem en de erfènis stond. Of dat
nu een of meer personen mochten
zijn!.
Natuurlijk zouden ze dat ontdekken.
En in dit stadium, verzekerde hij
zichzelf, gaf het ook niet...
Dat was dat. Hij bande het uit zijn
vermoeide hoofd en tegen dat hij het
verkeerslicht bij Hyde Park bereikt
had, had hij zich volledig geconcer-
treerd op het werk dat voor hem lag.
En dat was het karwei waarover,
naar hij nog steeds dacht, Lucas en
Pike het wel niet met hem eens zou
den zijn-
Maar hij moest het doen. Per slot
van rekening was Gleneyre de rijk
ste edelman in het Verenigd Konin
krijk en Adrian Messenger was nauw
verbonden met die familie-
Het was natuurlijk geen kwestie
van logica. Maar de kans was er, en
die werd onderstreept door de ver
wantschap Messenger-Swabborn..
Hij was het station van de onder
grondse bij Knightsbridge nu voorbij,
schoot netjes tussen een bus en een
vrachtauto door en draaide Stukeley
Gardens in.
Toen hij zijn auto voor het huis
zette en naar zijn voordeur liep, be
dacht hij welk een goed ding het was
dat Jocelyn Messenger niet alleen
een vertrouwelinge van de Gleneyres
was, maar dat ze er op het ogenblik
zelfs logeerde.
De taak een waarschijnlijk koppi
ge en zeker ongelovige oude heer met
succes te waarschuwen tegen een mis
schien wel denkbeeldig gevaar leek
onuitvoerbaar zonder haar hulp En
zelfs indien hij die kreeg zou het nog
moeilijk kunnen zijn hem te overtui
gen...
Hij haalde zijn sleutels te voor
schijn en opende de deur, zich plot
seling weer bewust dat hij moe was,
erg moe. De hele zaak gaf hem een
bittere smaak in zijn mond. En er zou
een wonder nodig zijn om die bittere
smaak weg te nemen De enige op
lossing daarvoor was zekerheid. Zeker
heid dat Smith Brown-Jones 't inder
daad op het markiezaat van Gleneyre
gemunt had. Hoezeer hij ook geloofde
in de stelling van Chester dat het een
goede eigenschap van wonderen is dat
ze soms gebeuren, hij had toch niet
het vertrouwen, dat dat nu het ge
val zou zijn...
Hij was nauwelijks binnen toen
White al klaarstond om hem uit zijn
jas te helpen. Vol verlangen dacht
hij aan een borrel en een warm bad
voor hij Deyming Abbey op zou bel
len. Maar iets hij begreep zelf
niet wat maakte dat hij besloot
de volgorde te wijzigen. Tegen White
zei hij: „Ik moet telefoneren. Zoek
intussen het grootste glas op dat we
in huis hebben en vul het met een
heel sterke whisky-soda, een klein
beetje ijs erin. Breng me dat in mijn
werkkamer."
Hij liep door de gang langs de eet
zaal en de bar en deed de deur van
zijn werkkamer open, waar hij het
licht aanstak. Tot zijn genoegen con
stateerde hij dat het er behaaglijk
warm was als gevolg van een ver
rukkelijk haardvuur met blauwe, en
rode en gouden vlammen. Hij liep
naar zijn bureau en stond op het
punt in zijn bureaustoel te gaan zit
ten en het adresboek te pakken toen
zijn oog viel op iets dat achter het
bureau bij de hoek van het aanplak
bord tegen de muur stond...
Het was zelfs meer dan een ding.
Degene die hier schoongemaakt had,
had geen gebruik gemaakt van zoiets
moderns als een stofzuiger en boven
dien was hij hier kennelijk het laatst
geweest. Want bij de muur stonden
drie huishoudelijke voorwerpen: een
veger-en-blik en een zwabber...
Hij staarde ernaar, intens, en er
kraakte iets in zijn hoofd. Een soort
waarschuwingssignaal, dat niet gene
geerd mocht worden.
Toen White even later binnenkwam,
staarde Anthony bewegingloos naar
een stukje papier op het bord, een
stukje papier dat zich vlak bij de
vergeten huishoudelijke voorwerpen
bevond...
White zag ze toen hij een blad met
een enorm glas neerzette. Met moei
te onderdrukte hij een vloek, terwijl
hij iets mompelde dat weinig goeds
voorspelde voor degene die dit ver
geten had. Hij bukte zich om de voor
werpen te pakken.
Daarbij werd hij echter gestoord
door de stem van zijn werkgever.
Deze zei scherp: „Laat dat, laat ze
waar ze zijn.En laat een medaille
slaan voor degene die ze vergeten
heeft".
„Meneer?" zei White. Maar toen hij
zag dat zijn werkgever de telefoon had
gepakt en een nummer draaide ver
liet hij de kamer. In de vele jaren
van zijn dienst was hij gewend ge
raakt aan raadsels, die na verloop
var tijd opgehelderd werden..
In Anthony's oor zei een diepe ver
trouwde stem: „Hallo, hallo!" en hij
zuchtte van opluchting. Gelukkig was
Raoul Saint-Denis thuis. Zijn ver
moeidheid verliet hem en hij voelde
zich opgelucht. Hij zei: „Polidor Twee
voor Ajax.en werd verder verkwikt
door het gegrinnik aan de andere kant,
dat gevolgd werd door: „Le cochon
est mort.."
„A bas le cochon", zei Anthony en
hij hoorde weer grinniken. „Het is
goed je stem te horen, Lecoq. Ik was
al bang dat Jean Blanc-Dubois je uit
geschakeld had.."
Anthony zei: „Nog niet. Maar ik
kom dichter in zijn buurt". Hij ont
dekte tot zijn vreugde dat hij nu hele
maal niet moe meer was. „Je kunt
me nog een keer helpen, als je wilt.
Een half uur later arriveerde Raoul,
die er de voorkeur aan had gegeven
naar Anthony toe te komen. Zoals hij
zei: „Dat appartement, die flat, die
ik bewoon is een hol, en ik ben altijd
blij als ik er weg kan komen."
Hij kreeg een stoel en iets te drin
ken en werd gelukgewenst met het
feit dat hij kennelijk geen pijn meer
leed. Hij haalde zijn schouders op en
zei: „De botten zijn weer heel", en
keek nieuwsgierig naar Anthony. „Hoe
lang duurt het nog voor je me vertelt
waarvoor je me nodig hebt?"
„Meteen". Anthony liep naar het
bord en pakte de zwabber. „Hoe noem
je dit?"
(Wordt vervolgd)
IN ZIJN ATELIER boven de leeuwen-
kooi vertelt Artis-fotograaf Jan Bokma
over zijn werk. Sinds oktober 1954 werkt
hij in de Amsterdamse dierentuin. Hij fo
tografeert en filmt er. En met deze vreem
de acteurs beleef je altijd wel wat onver
wachts. Een mens-aan die door een luik
in het dak ontsnapt en dan uren lang werk
geeft voor hij zich in een hoge boom weer
laat vangen, is niet eens zo vreemd. Dat
is een klein voorvalletje voor hem.
Eens wilde hij.filmen hoe een neusbeer-
tje een ei verorbert. Maar in plaats dat
het neusbeertje gehoorzaam zijn eitje op
peuzelde. kroop het snel in de broekspijp
van de heer Bokma en gaf hem een stevi
ge knauw in de kuit. Een andere keer mis
te Bokma plotseling zijn tas met kostbare
apparatuur. „Waar is die tas gebleven?"
riep iedereen. Het bleek dat een olifant
hem met zijn slurf had meegenomen.
VOOR HIJ BIJ Artis kwam werken,
wandelde Bokma van tijd tot tijd als pers
fotograaf de tuin in om er een plaatje of
een serietje te „schieten". Zijn werk sloeg
in bij Artis-mensen. Op een dag werd hem
gevraagd een expeditie naar Roscoff in
Bretagne te willen fotograferen. Een aan
tal mensen van het aquarium zou in dit
wonderlijke plaatsje in West-Frankrijk
(waar het nooit vriest en waar palmen
groeien) een stuk of wat inktvissen gaan
vangen. Ook die reportage werd erg ge
waardeerd. Korte tijd later trad de heer
Bokma in vast dienst van Artis. Hij is de
enige fotograaf in Nederland die vast aan
een dierentuin is verbonden.
In een hoekje van Artis werden- tot be^-
gin september vier dierenfilmpjes ver
toond, doorlopende voorstelling. Elk kwar
tier kon men er binnen. Gemiddeld kwa
men per dag driehonderd mensen kijken
naar de eerste filmprodukten van de heer
Bokma. Want behalve het fototoestel han
teert deze nu ook de filmcamera. Eerst
deed hij dat spelenderwijs: een opname
hier, een „shotje" daar. Langzaamaan
verzamelde hijzoveel materiaal dat het
idee werd geboren het afwisselende en
boeiende natuurleven in Artis op de film
vast te leggen. Met dat werk zijn intussen
wel enkele jaren gemoeid geweest.
Tegenslagen werden hem niet bespaard.
Van regiepogingen trekken de dieren zich
natuurlijk niets aan en Bokma moet alles
nemen zoals het valt. Misschien past het
achteraf dan toch nog in het scenario dat
hij ook zelf maakt. Een van de vier film
pjes behandelt het opgroeien van een
kraanvogel. Aanvankelijk ging alles goed:
het minnespel van de ouders kon worden
89. De man naderde de plaats, waar de
jongens in het duinzand lagen. Even keek
hij naar hen, maar hij groette niet. Hij
liep langzaam, met lange stappen voorbij
en verdween achter het volgend duin.
Ben en Dolf keken hem na. Vreemd
Ze voelden zich 'n beetje opgelucht toen
hij weg was.
Ik weet niet, wat ik van die man
denken moet, zei Dolf. Ik heb net het ge
voel, of hij niet helemaal te vertrouwen
is.
Ja, gaf Ben toe. Ik zou 'm niet graag
tegenkomen in het donker. Hij kijkt, of hij
iets in de zin heeft, vind je niet?
gefilmd, het broeden leverde geen moei
lijkheden op, de geboorte van het jong
evenmin. Maar enkele dagen latei* ging
het beestje dood. Wat toen? Wachten op
een ander kraanvogeltje was het enige
wat er op zat. En dat duurde twee jaar
In zijp atelier zit de heer Bokma aan
de montagetafel. Beneden ons klinkt het
doffe gebrul van de hongerige leeuwen.
Een scherpe geur dringt tot ons door,
maar de heer Bokma bemerkt dat al niet
meer: alles went. Buiten schuifelt het pu
bliek, voornamelijk dagjesmensen. Zij
vormen de vriendenkring van de heer
Bokma. Maar soms zijn zij ook zijn
vijanden.
ALS HIJ MET foto- en filmcamera in
de tuin aan het werk is, leveren niet de
dieren de meeste moeilijkheden op, maar
juist de mensen. Zij dringen dicht om de
heer Bokma heen, lopen het statief om
ver, stoten hem in de rug juist als hij wil
afdrukken en een enkele keer zelfs steekt
iemand juist op het moment dat er in de
kooi iets fraais valt te filmen, zijn gezicht
voor de lens, om even in het toestel te
kijken, zoals zij zelf zeggen. Onbeschrijfe
lijk nieuwsgierig zijn de mensen, onbe
schrijfelijk lastig vaak ook. Wat is de oor
zaak? Gewoon: onnadenkendheid.
Toch vormt het publiek ook zijn vrien
denkring. Met zijn foto's en films wil hij
contact leggen tussen de bezoekers en de
ongemeen boeiende dierenwereld. Zijn
doel is belangstelling wakker te roepen,
voor de mensen een nieuwe wereld te doen
opengaan.
„In wezen zijn wij allemaal dierenvrien
den", zegt de heer Bokma. „Maar in de
regel werten wij "te weinig van dieren om
er geboeid door te raken. Voor ik hier
kwam werken was ik ook heus niet zo'n
enthousiast dierenliefhebber. Nu heb ik
een nieuw studie-object gevonden. Je hebt
hier zoveel verscheidenheid van leven dat
je er nooit op uitgekeken raakt. Elke dag
is de tuin anders, elke dag zie je weer iets
nieuws. De dieren vormen geen beziens
waardigheid. Zij zijn het object van een
interessante studie.
NEE EEN DIERENTUIN is geen ge
vangenis. Veel mensen denken dat, zo ook
de heer Bokma voor hij fotograaf van Ar
tis werd. De dieren leven hier als het
ware in een paradijs. Mensen die in Afri
ka zijn geweest zullen je onmiddellijk be
kennen dat de beesten er hier veel beter
uitzien. Bij ziekte kan de dierenarts tijdig
ingrijpen: in de vrije natuur zou het dier
misschien zijn gestorven. Opvallend is ook
Dierenfotograaf J. Bokma met een van
zijn vervaarlijke klanten
dat in een dierentuin relatief veel meer
jongen ter wereld worden gebracht dan
in de vrije natuur geschiedt.
In een der laatste afleveringen van het
tweemaandelijks tijdschrift „Artis" staat
een unieke foto-serie van de heer Bokma:
de geboorte van een soepschildpad. Van
de biologie van dit dier is vrijwel niets
bekend. Heel wonderlijk, want eertijds be
volkten duizenden en duizenden soepschild
padden de kustwateren van onder meer
alle Westindische eilanden, van Florida,
Centraal Amerika en Bermuda. Liefheb
bers van schildpadsoep hebben hier zo
huis gehouden dat het aantal dieren schrik
barend is geslonken. Bovendien bewoont
dit dier de Indische en de Stille Oceaan.
Onderwerp van ernstige studie is het nog
nooit geweest. Alles wat wij er van weten
stamt van verhalen van vissers en schild
padjagers. Uit Karachi nu kreeg Artis
enige tijd geleden per vliegtuig een aan
tal eieren opgestuurd. Op goed geluk af
heeft men getracht ze hier te doen uit
komen. Het was een wonderlijk experi
ment, want geen van de Artis-mensen
wist ook maar bij benadering hoe de zaak
zou uitpakken.
De soepschildpad legt zijn eieren in een
diepe kuil op het strand. Hij graaft tot
hij op de natte zandlaag stuit. Daarin wor
den de eieren gedeponeerd 70 tot 195
stuks. Het zand gaat er weer overheen en
verborgen voor iedereen speelt zich, een
meter onder het zandoppervlak, het ge
boorteproces af. Vandaar dus dat geen
mens er iets van af weet.
Dit wordingsproces is nu in Artis ge
filmd. Een aantal eieren werd in een plas
tic bak begraven. Na acht dagen kwamen
de eerste twee diertjes te voorschijn.
Daarna heeft men zonder onderbreking
dag en nacht bij de bak gepost om de
gang van zaken op de film vast te leggen.
Een deel van het resultaat staat nu in
het Artis-tijdschrift: een zeldzame serie
van zestien foto's. Je kunt zien hoe een
soepschildpadje zich uit het ei bevrijdt,
hoe het zijn kopje boven het zand uit
werkt, hoe het zich verder uitgraaft, de
run naar het water maakt en dan onmid
dellijk daarna rondzwemt.
Bokma is misschien wel de eerste foto
graaf ter wereld die dit natuurgebeuren
heeft kunnen volgen.
ACHTER ONS, tegen een muur, staan
enkele enorme vergrotingen van een
mensaapje: een lachend gezicht achter
een hand, een oor dat wordt gekrabd en
een bek die van plezier wijd wordt open
gesperd. Die laatste is een geluksschot. De
aap had al een heel poosje op het foto
toestel geloerd. Wat zou hij dat ding toch
eens graag van dichtbij willen bekijken!
Plotseling steekt hij vliegensvlug een hand
uit. In een reflex drukt de heer Bokma
op de draadontspanner. Dat is alles wat
hij kan doen. De aap is hem te vlug af
geweest en verdwijnt met zijn buit boven
op een kast, buiten bereik van de foto
graaf. Daar peutert het dier nieuwsgierig
aan het zo fel begeerde voorwerp. Na er
wat mee gerommeld te hebben, geeft hij
het weer gauw terug. De heer Bokma
slaakt een zucht van verlichting. Hoe ge
makkelijk had het beest het kostbare toe
stel kunnen laten vallen! In de donkere
kamer werd later het geluksschot ontwik
keld: op een hoek van een negatief stond
nog juist een schitterende opname: de
triomfantelijke blik van de aap: „Nou heb
ik 'm eindelijk!"
Zo is het werk van de dierentuin-foto
graaf vol verrassingen, prettige zowel als
hachelijke.
De grootste en meest luxueuze kam
peerwagen op de internationale cara
vanshow in Londen is deze „Gouden
Pijl", een gevaarte van twee etages met
eigen daktuin annex zonneterras, dat
zeven slapers kan herbergen en voor
zien is van alle comfort inclusief
koelkast en zitbad. Daar deze villa-op-
wielen in verband met haar afmetingen
en hoge eigen gewicht minder geschikt
is voor auto-trekkers, wordt de Gouden
Pijl vooral aanbevolen voor het sei
zoenverhuurbedrijf op vaste stand
plaatsen. In vele landen mogen cara
vans van een dergelijke omvang trou
wens alleen des nachts en dan nog
met speciale toestemming van de poli
tie over de weg getransporteerd
worden.
CO» MA*MN TOONOil
56. De genootschapsvoorzitter toonde zich aangenaam
verrast toen hij zijn bezoeker, de zakenman Nagel
been, ontwaarde. „Komt binnen, komt binnen", zei hij
hartelijk. „Mijn naam is Meester George Bonsang. lj<
heb u toch niet laten wachten? Dat zou een onvergeef
lijke lompheid zijn! Ik hield mij even bezig met mijn
collectie antiquiteiten en curiosaeen aardig en leer
zaam tijdverdrijf, maar onze zaken gaan voor. Wat
zeg ik zaken? Idealen bedoel ik!" Zo sprekend leidde
hij zijn bezoeker het privékantoor binnen, zonder er op
te letten dat de antieke kist zich op een merkwaardige
manier aan het bewegen was. Hij had namelijk over
het hoofd gezien dat deze kist evenals alles in dit
merkwaardige gebouw van afkomst niets anders
was dan een eenvoudig toneel-meubel, waar niets in was
aangebracht dat niet strikt noodzakelijk was. Er zat bij
voorbeeld geen bodem in; en het was voor Panda dan
ook maar een heel kleine moeite zich uit zijn tijdelijke
opslagplaats te bevrijden. Intussen was Joris al druk
in de weer om het zijn visite met een zitplaats en een
sigaartje naar de zin te maken. „Welkom bij het Ge
nootschap tot Opheffing van Over ontwikkelde Zaken,
mijnheer Nagelbeen!" zei hij hartelijk. „Mijn collega
professor Von Gutenblut van het Genootschap tot Op
heffing van Ontwikkelde Personen heeft me al veel over
u verteld, en ik verheug me er op eens een ongestoord
gesprek met u te voeren!"
Voor de tentoonstelling „World Press
Photo 1961", die van 3 oktober tot en met
4 november in het Haagse Gemeentemu
seum zal worden gehouden, zijn uit 37
landen 1100 foto's ingestuurd' die alle ge
plaatst zullen worden. Een dergelijke om
vangrijke inzending heeft men voor deze
wedstrijd en tentoonstelling van werk van
fotojournalisten nog nooit eerder ont
vangen.
De tentoonstelling „World Press Photo"
zal voortaan elk jaar gedurende een maand
in het Haagse museum gehouden worden.
Er zijn vier klassen voor deelneming:
nieuws, sport, features en reportages. Alle
inzenders dingen mee naar de hoofdprijs,
die dit jaar bestaat uit een cheque van het
stichtingsbestuur van 4.000,een klein-
beeldcamera met drie objectieven te. waar
de van ruim 2.000,een cheque van
1.000,van een fabriek van fotografisch
materiaal, 'n kristallen herinneringsbokaal
met ingegraveerde naam van de winnaar
en een diploma. Gewoonte getrouw zal men
trachten de winnaar van deze hoofdprijs
per vliegtuig naar Den Haag te halen om
hem bij de prijsuitreiking op 3 oktober in
het Haagse gemeentemuseum aanwezig te
laten zijn.
Coov^M P I ft Qa. ft Coewfcoow.