DE DODENLIJST VAN
ADRIAN MESSENGER
HOE „DE KLEINE LINDBERGH" AAN
HITLER'S NAZIHORDEN ONTSNAPTE
gr
VELEN GRAVEN MET HUN
TANDEN HUN EIGEN GRAF
PANDA EN DE MEESTER-GPHEFFER
Polle
Tl
r Hoe is het ontstaan?^
De Tasmanische duivel is
nog lang niet uitgewoed
DRIESTE NACHTVLUCHT VAN JOODSE
LANDGENOOT UIT BEZET NEDERLAND
van de vuurtoren
Ons vervolgverhaal
Utrechtse internist waarschuwt tegen
een welvaartskwaal: te veel eten
WOENSDAG 27 SEPTEMBER 1961
«ia j
PHILIP MACDONALD
Oorspronkelijke titel:
The list of Adrian Messenger
Engeland sliep
n
Dit woord:
GRUZELEMENTEN
Er^nrradë
o o o y
TÊrv-ar;-"-"
40. Nu gaan de vriendjes klei aanmaken aan de oever van het meer. „Je
zou zo niet zeggen", denkt Pelli, dat daar nog een echt huisje uit moet
komen!" Opeens verschijnt Pingo met de kookpan.
„Die heb ik moeten
meenemen", zegt hij, „anders had de slokop die ook naar binnen gewerktD
„Let op!, nu is hij bezig, de zak nog leeg te eten ook! We zullen voorlopig
geen last van restjes hebben, dat verzeker ik jullie!"
46)
„Er is nog meer", onderbrak Antho
ny hem. „Ik geloof helemaal niet dat
hij zijn patroon zal veranderen. Om
te beginnen weet hij niet dat wij ach
ter hem aan zitten en het heeft dus
ook geen zin wijziging te brengen in
het systeem dat steeds zo goed heeft
gewerkt. En verder is het zo, en dat
weegt nog zwaarder, dat hij er wel
naar moet streven om deze twee
moorden nog meer dan de anderen
op een ongeluk te doen lijken. Als er
ook maar in de verste verte over de
mogelijkheid van moord gefluisterd
werd, zou een plotseling opduikende
erfgenaat zeker de eerste verdach
te zijn". „Je bent knap". Raouls stem
had een bijklank. „Maar misschien
laad je teveel verantwoordelijkheid op
je".
„Het spijt me dat je dat denkt".
Anthony voelde dat hij kwaad werd
en trachtte dat te onderdrukken. „Ik
vraag me af wat je vindt dat ik zou
moeten doen. Met ingang van vana
vond een zware politiebewaking sta
tioneren bij beide huizen?" Zonder
dat hij het wilde was hij harder gaan
spreken.
„Dat is precies wat ik denk". Ra-
oul praatte nu ook met stemverhef
fing. Maar er was een speciale klank
in zijn stem, een klank die deed ver
moeden wat daarna zou komen. „En
als je dat inderdaad van plan bent,
moet ik je mijn verontschuldigingen
aanbieden".
„Dat hoeft niet", zei Anthony. „Ik
ben namelijk niet van plan iets in die
geest te doen. Ik wil tot elke prijs
voorkomen dat Smith Brown-Jones te
weten komt, dat er iemand is die
denkt dat er reden is om de huidige
markies van Gleneyre en zijn opvol
ger te beschermen".
Raoul keek hem aan en fronste zijn
wenkbrauwen. Toen bewoog hij zich
voor het eerst, hij draaide zich om en
liep langzaam naar de tuinramen,
waardoor hij in de duisternis naar bui
ten keek.
Anthony kwam ook in beweging,
hij ging weer naar het vuur en nam
een sigaret uit een doos op de schoor
steen, die hij aanstak. Hij keek naar
Raouls rug en zei:
„Zowel de oude man als de jongen
is zoals je gehoord hebt de komen
de vierentwintig uur volkomen vei
lig zolang ze maar blijven waar ze
zijn. En ook dat is geregeld, zoals je
weet. Gleneyre ligt in bed omdat hij
kou gevat heeft en de jongen mag de
deur niet uit. En binnen vierentwin
tig uur zal ik de Gleneyres het hele
verhaal verteld hebben en regelingen
getroffen hebben voor de juiste be
scherming. Een bescherming die niet
zichtbaar zal zijn, zodat Smith Brown-
Jones niet gewaarschuwd 'zal worden
dat we hem op het spoor zijn". Hij
pauzeerde om Raoul de kans te geven
ook iets te zeggen.
Er kwam echter woord noch bewe
ging. Hij was er niet zeker van of hij
zijn krachten verspilde; maar hij ging
toch maar door.
„Dat is de grote moeilijkheid", zei
hij. „We staan op het punt er achter
te komen wie Smi'th Brown-Jones is,
en dan kunnen we misschien te we
ten komen waar hij is. Maar als hij
te weten komt dat we achter hem
aan zitten, wordt het allemaal waar
deloos. Hij zou alleen maar hoeven
op te houden. Ik betwijfel namelijk
sterk of wij er in zullen slagen hem
1 ten aanzien van die voorgaande moor-
den ook maar iets ten laste te leg-
gen. Dan zou hij dus vrijuit gaan en
dan.."
I Raoul onderbrak hem, terwijl hij
zich naar hem toekeerde. „Goed,
I goed". Dit was niet meer de oude Ra-
oul met de oude glimlach. „De Mai-
tre heeft weer eens gelijk!" Hij kwam
bij Anthony bij het vuur staan. „Je
zult begrepen hebben, denk ik, dat
me aan lord Gleneyre en zijn jonge
erfgenaam niet zo veel gelegen is?"
„Ik had de indruk dat je bezorgd
heid iemand anders betrof". Antho
ny glimlachte. „Iemand die voor het
ogenblik heel dicht in de buurt van
de jonge Saltmarche is".
„Inderdaad". Raoul fronste zijn
wenkbrauwen weer, een bezorgde
frons. „Wie weet beter dan ik hoe ge
vaarlijk het is in de buurt te verke
ren van een cible, van een doelwit
van deze Jean Blanc-Dubois!" Hij
trommelde met zijn vingers op de
schoorsteen terwijl hij naar het vuur
keek. Plotseling zei hij: „Ken je mis
schien de plaats waar die jongen en
de dames zijn?"
„Marston Manor? Ik weet waar
het is maar ik ben er nooit geweest".
„Staat het alleen? Midden in het
lgnd?"
„Nauwelijks. De hoofdingang is aan
het eind van de dorpsstraat. Precies
tegenover het plaatselijke hotel. Waar
om?" Anthony Was nieuwsgierig.
„Wacht even, eerst nog een vraag:
die Jean Blanc-Dubois-Smith Brown-
Jones is een eenzame wolf, niet?
Alors, dan kan het geen kwaad als er
vanavond een Franse bezoeker in het
dorp verschijnt. Een journalist uit Pa
rijs, die voor zijn krant een artikel
wil schrijven over het leven op het
Engelse platteland. Een bezoeker, die
zonder verdenking te wekken kan on
derzoeken of er misschien nog een
andere bezoeker ter plaatse is".
„Dat lijkt me geen kwaad te kun
nen. Integendeel". Anthony glimlach
te. „Ga je gang. Wil je nakijken wan
neer er een trein gaat?"
„Ik rijd liever. Ik heb de beschik
king over de auto van de vriend in
wiens flat ik woon. Een goede auto,
bijna even groot als de flat en veel
comfortabeler. Blijft de vraag welke
route ik moet volgen.
„Die kan gemakkelijk beantwoord
worden", zei Anthony en pakte een
kaart. Hij was juist klaar met het uit
zetten van een route toen hem plotse
ling een gedachte inviel. Hij zei:
„Weet je, Saint-Denis, dit zou erg
nuttig kunnen zijn. Als jij tot vrijdag
in het dorp zou kunnen blijven rond
hangen zouden we het misschien zo
kunnen regelen dat zij ze alle drie
terugrijdt naar Deyming. Dan hoe
ven we niet zoveel drukte te maken
over de auto van de Gleneyres ook.
S.B.-J.'s methoden kennende zouden
we die wel heel zorgvuldig na moe
ten lopen voor we er iemand in kon
den laten rijden".
„Dat is een uitstekend idee". Raoul
was verrukt. „Niet alleen voor jouw
plannen, maar ook voor mij persoon
lijk. Ik ben de laatste tijd namelijk
in een wat moeilijke positie geraakt
ten opzichte van een zekere dame.
Er was een ongelukkige rencontre
in Hotel Alsace en daarna was er een
foto in de krant die ze stellig gezien
heeft. En al deze misverstanden zijn
van dien aard dat ze geneigd moet
zijn te denken dat Raoul Saint-Denis
zijn pompom maakt met elke jonge
vrouw met een boezem van meer dan
normale omvang" Hij schudde be
droefd zijn hoofd. „Een moeilijke situa
tie. Vooral omdat ik mij nog niet uit
gesproken heb Hij aarzelde. „Ik
ben namelijk wat je noemt verkocht.
Ik sta zelf verbaasd over wat ik van
plan ben.
Hij zweeg weer, terwijl hij deze
keer zijn ogen neergeslagen had en
iets voor zich heen mompelde, iets
waarvan maar drie woorden verstaan
baar waren: bourgeois en bien sérieux
Toen keek hij op en lachte. Hij zei:
„Maar je hebt dingen onderhanden die
belangrijker zijn dan mijn gevoelens.
Neem me niet kwalijk"
Daarna, na nog een glas geweigerd
te hebben, vertrok hij. Anthony deed
de deur achter hem dicht en keerde
terug naar zijn werkkamer.
Hij ging achter het bureau zitten.
Met afkeer keek hij naar de telefoon
om hem dan toch te pakken en het
huisnummer van Lucas te draaien
Even daarna sprak hij met de man
zelf. Deze luisterde, sputterde tegen
en zei tenslotte: „Je wilt dus vana
vond een bijeenkomst!"
„Het spijt me", zei Anthony, „maar
het is dringend".
Kort na middernacht vond er een
plotselinge ommekeer in het weer
plaats, zoals die in Engeland vaker
schijnen voor te komen dan waar dan
ook. De volgende dag, een donderdag,
begon dan ook met een heldere he
mel en zon, met een lucht als cham
pagne en geen spoor van vorst. Deze
verandering werd weerspiegeld in de
persoon van Roderick Simon Fort-
escue Swabborn, achttiende markies
van Gleneyre, en niet alleen in zijn
borst en luchtkanalen, maar ook in
zijn gemoed.
(Wordt vervolgd)
JUSTUS HEYMANS, de Joodse Ne
derlander die vroeger door zijn vrienden
„de kleine Lindbergh" werd genoemd
en die op 15 mei 1940 met een eenmoto-
rig Koolhoven-vliegtuigje aan de nazi's
wist te ontkomen, is onlangs even voor
een „bliksembezoek" in Amsterdam
teruggekeerd. Deze thans 60-jarige
vliegt niet meer: zijn rechterbeen heeft
hem in de steek gelaten. Hij kan zelfs
geen auto meer besturen.
Maar zaken doen gaat hem nog altijd
goed af. Tegenwoordig reist hij als vice-
president van een groot Amerikaans
sigarettenconcern de hele wereld af.
„Ik heb het in de oorlog altijd geheim
gehouden", zegt onze succesvolle land
genoot, die nu al twintig jaar in New
York woont, „maar het is de zoon van
Plesman geweest, die mij destijds bij
mijn ontvluchting van Schiphol gehol
pen heeft. Ik wilde de familie Plesman
niet nog meer in moeilijkheden brengen".
NEDERLAND had aan het einde van de
14de mei 1940 de strijd tegen de over
machtige Duitse vijand opgegeven en dat
betekende, dat onze Joodse landgenoten in
de val zaten. Justus Heymans, die al sinds
1934 een verwoed sportvlieger was, toog
naar het door bombardementen verwoeste
Schiphol, waar hij onder vele van zijn
vrienden ook Jan Plesman zag. Deze ver
telde hem, dat hoewel bijna alle vliegtui
gen bij de bombardementen waren ver
nield de Koolhoven 964, door de KLM uit
geleend aan het leger, nog in tact was.
Om echter met zo'n klein toestel dwars
door het oorlogsgeweld naar Engeland te
vliegen was riskant en daarom had nie
mand er zin in.
„Ik meende toen (en terecht) dat ik
geen keuze had", zegt Justus nu. „Op
aandringen van Jan Plesman besloot ik
de sprong dus te wagen en hij was het,
die me midden in de nacht hielp bij het
aanslaan van de motor. Daarbij moest je
met je hand de propeller een zwaai geven."
„Ook het opstijgen was al een avontuur
op zichzelf, want de startbanen waren vol
komen verwoest en de rest van het vlieg
veld was van allerlei obstakels voorzien
juist om vijandelijke landingen onmoge
lijk te maken".
„Ik vond echter toch nog ergens een
stukje gras van 300 meter lengte en wist
de Koolhoven los te krijgen", vertelt Hey
mans verder. „Het was drie uur in de
ochtend van de 15e mei 1940. Overal ronk
ten Duitse Messerschmidts en bommen
werpers rond. Maar in het donker koerste
de kleine Koolhoven naar Engeland, dat
vrij was. Ik had geen kaart, maar wel een
kompas en ik vloog in westelijke rich
ting. Het was jammer dat ik alleen was.
Het toestel bood aan nog een stuk of
wat passagiers plaats, maar niemand
durfde destijds met me mee!"
BOVEN ENGELAND gekomen dreigde
hem het gevaar neergeschoten te worden,
maar vertel het niet verder: „Engeland
sliep die nacht nog!" Het resultaat is
geweest dat onze landgenoot zonder moei
lijkheden domweg op een militair vlieg
veld dat hij na enig zoeken uit de lucht
ontwaardde, zijn vliegtuigje aan de grond
zette. Wel werd hij daar korte tijd en niet
zonder argwaan ondervraagd, doch al
gauw had hij zijn paspoort terug en kon
zich vrij man noemen.
Hij toog diezelfde maand nog naar Ame
rika in de hoop Nederlands-Indië te berei
ken, waar hij zich als oorlogsvlieger wilde
melden. Maar aangezien hij al bijna 40
jaar was, accepteerde men hem niet meer
in de Nederlandse Luchtmacht. Zo werd
hij vice-president van een Nederlandse fir
ma, die Sumatratabak naar de VS expor
teerde. Na de oorlog ging hij eerst terug
in de textielhandel en belandde in 1952 in
die van de tabak. Zijn huidige positie heeft
hij sinds 1956.
VOOR DE OORLOG maakte Heymans
naam door lange-afstands-vluchten in
sportvliegtuigjes. In 1935 vloog hij met
een co-piloot van Amsterdam naar Bata
via en terug. In 1939 deed hij het met zijn
vriend Rous nog eens over. „Ons vlieg
tuigje had minder paardekrachten dan
tegenwoordig een AnWikaanse auto", ver
telt hij, ,maar ondanks enkele noodlan
dingen vlogen wij de afstand van 9000
luchtmijlen naar Batavia in acht dagen.
Het is een record dat nooit gebroken is
een toestel met maar één motor en geen
radio aan boord. Nu zou niemand zo'n ri
sico meer willen lopen; het mag boven
dien niet eens meer, maar toen was het
anders!"
Evenals in 19'40 toen hij naar Engeland
vloog is de heer Justus Heymans nog
steeds vrijgezel. Zijn enige familieleden,
zijn moeder en een zuster, hebben de oor
log overleefd.
DE UTRECHTSE inter
nist dr. J. A. van Loon
constateert in het jaarver
slag van het Koninklijk
Nederlands Gasthuis voor
ooglijders in Utrecht, dat
het interne onderzoek van
ambulante en klinische pa-
tienten de conclusie recht
vaardigt, dat steeds meer
degeneratieve hart- en
vaatziekten, nierchlerose
en suikerziekten worden
veroorzaakt door de toe
stand van overmatige
voeding op middelbare
leeftijd en de steeds stij
gende gemiddelde leeftijd
van de patiëten. Het aan
tal diabetes-patiënten bij
het instituut in Utrecht
steeg in het laatste jaar
met meer dan 30 percent.
Hier rijst de gedachte, al
dus dr. Van Loon, of niet
met grotere nadruk ge
waarschuwd moet worden
tegen het gebruik van
overmatig veel voedings-
en genotmiddelen. Volgens
hem blijkt de huidige ont
wikkeling reeds grote
schade toe te brengen aan
lichamelijk en geestelijk
welzijn. Speciaal oogpa
tiënten schijnen in hoge
mate gedisponeerd te zijn
voor deze degeneratieve
aandoeningen. In een on
derhoud met het ANP ver
klaarde dr. Van Loon, dat
het tot de huidige wel
vaartsverschijnselen be
hoort, dat veel mensen op
middelbare en oudere leef
tijd aan overgewicht gaan
lijden, mensen die veelal
nooit aan sport hebben ge
daan en zelfs niet meer tot
enige lichamelijke oefening
komen
Dit overgewicht is een
regelrecht gevolg van een
een teveel eten, onder het
motto „Wij hebben het zo
goed, dus het kan". Menig
een graaft, zo zei hij, „zijn
graf met zijn eigen tan
den". Overgewicht wordt
in de hand gewerkt door
een overmatig gebruik van
koolhydraten, die aanwezig
zijn in onder andere aard
appelen, brood en andere
meelspijzen. Gebak en
snoep bijvoorbeeld herber
gen belangrijke hoeveel
heden koolhydraten. Een
veelvuldig gebruik van
vetten heeft uiteraard
eveneens overgewicht tot
gevolg. Volgens dr. Van
Loon moet de intelligente
mens zich in de eerste
plaats toeleggen op het ge
bruik van eiwitten (vlees
vis, eieren, kaas) en dient
bij pas in koolhydraten een
noodzakelijke aanvulling
te zoeken.
OPMERKELIJK is dat
in de periode van de be-
stedings-beperking 't aan
tal diabetes-patiënten aan
merkelijk daalde. Dr. Van
Loon vindt het jammer dat
de gemiddelde Nederlan
der zijn welvaart niet be
ter besteedt. Er heersen,
volgens hem, nog teveel
vreemde verkeerde denk
beelden over voedselge-
bruik. Vaak dwaalt men
op dit gebied geheel te
goeder trouw. Daarom is,
aldus dr. Van Loon, een
gedegen voorlichting op dit
punt ten zeerste aan te be
velen.
Wij zeggen dat iets in gruzelementen
valt, wanneer het in talloze splinters
en scherven breekt, in diggelen zoals
men ook wel zegt. Wij hebben natuur
lijk te maken met een afleiding van het
woord gruis, een verzamelnaam voor
een hoeveelheid onregelmatige brok
ken, meestal van steen, aardewerk of
glas. Dit woord gruis is weer familie
van gries: gebroken, maar niet tot
meel vermalen graan, een woord dat wij
kennen in de samenstelling gries-
m e e 1.
Het eigenaardige van het woord gru
zelementen is het tweede deel van het
woord. Van gruis is het verkleinwoord
gruizel gevormd en daarachter is een
Romaanse uitgang -(e) ment gevoegd.
Waarschijnlijk werkte dit achtervoegsel
vroeger komisch: men vindt het ook in
woorden als: zielement en kake
ment, donderement en bikke-
sement
Om zijn werk goed te kunnen doen
moest deze Engelse verkeersteller zijn
beide handen vrij hebben. Maar omdat
het slecht weer was diende hij zichzelf
en zijn opschrijfboekje ook te bescher
men tegen het regenwater. Hij vond er
dit op: een „zelfdragende" paraplu van
plastic, die ook in ons kikkerland goede
diensten zou kunnen bewijzen.
v 'x'
IN TASMANtë, de eiland-staat ten zuid
oosten van het vasteland van Australië,
zijn de boeren ongerust over de schade
die wordt aangericht door de zogenaamde
„Tasmanische duivel" een van de zeld
zaamste zoogdieren ter wereld.
Hoewel de „Tasmanische duivel" vroe
ger door een groot deel van Australië
placht te zwerven, is het diertje nu al
leen nog op het ruige eiland Tasmanië te
vinden.
Toen Australië voor het eerst werd ge
koloniseerd, verkreeg het diertje een twij
felachtige reputatie toen de boeren ontdek
ten dat het ijverig en met groot succes op
kippen en lammeren joeg. Er werd jacht
op het roofdier gemaakt en er werden val
strikken gespannen, tengevolge waarvan
de „duivel" op een gegeven ogenblik met
uitsterven bedreigd werd. Het dier wordt
thans door de Australische overheid be
schermd en heeft zich aanzienlijk verme
nigvuldigd. De boeren in Tasmanië onder-
(iPWiti
Min11i ii ii[l
O 9
58. Panda machteloos in zijn greep houdend, ijlde Jo
ris Goedbloed naar de afschrikwekkende wachtkamer
die (naar men z\ch zal herinneren) ontleend was aan
„De Twee Wezen" en die dus voor bezoekers was af
gekeurd maar nu alle gemak bevatte dat Joris op dit
ogenblik nodig oordeelde. „Uw onoorbaar gedrag doet
mij een heel diep verdriet," sprak hij inmiddels met
treurige stem, „en ik zie in dat ik te goedertieren ben
geweest! Hier moeten strenge, maar opvoedende maat
regelen genomen worden!" Intussen was de heer Nagel
been dus alleen gelaten, en hij benutte dit momentje
om bij het venster te gaan zien of er iets te bekerinen
was van zijn vriend, de Deurwaarder Wrongelsma. Nu,
dat was zo! De wantrouwige deurwaarder stond buiten
en probeerde met tikken, wijzen en mondbewegingen
duidelijk te maken, dat Nagelbeen op hem rekenen kon
en dat het net der wet zich reeds om het genootschap
sloot.Maar intussen was Panda al in de gruwelijke
kerker geketend. „Ik zou je uit vriendelijkheid waar
schuwen en nu doe je dit!" riep hij verontwaardigd uit.
„Daar zal je spijt van hebben!" „Ik heb nu reeds
spijt dit alles doet mij meer pijn dan het u kan
doen," verzekerde Joris met een droef lachje, „maar
als ouder en verantwoordelijk persoon moet ik op zijn
tijd streng weten te zijn! Bovendien is het van het
hoogste belang dat ik mijn zakelijke bespreking in on
gestoorde rust ten einde kan brengen. Laat dit alles
nu een mooie les voor u zijn, ventje!"
vinden echter nu weer veel last van de
Het dier lijkt op een kleine beer. De
kaak is sterk ontwikkeld, de staart dik.
Een volwassen „Tasmanische duivel"
weegt echter nog geen negen kilo.
Zoals de meeste Australische zoogdieren
is het een buideldier. De jongen komen in
mei ter wereld, ten getale van ten hoogste
vier stuks. Tot oktober blijven de jongen
in de buidel van hun moeder. In tegenstel
ling tot de kangoeroe draagt de „Tasma
nische duivelin" haar buidel op de rug.
Het dier kan zich daardoor zeer gemakke
lijk verplaatsen.
DE DIEREN hebben een zeer „huiselij
ke" aard. Zowel het vrouwtje als het man
netje bouwt een nest. De jongen zijn bij
zonder vlug en levendig zodat het ouder
paar hen vaak haast niet kan bijhouden.
De „duiveltjes" kunnen in bomen klim
men. Als de dieren ouder worden verlie
zen zij deze vaardigheid.
Jonge „duivels" die in gevangenschap
opgroeien zijn levendige, aanhankelijke
huisdieren. Zij zijn zindelijk en geven zich
zelf met hun pootjes vele malen per dag
een wasbeurt zoals ook katten dit doen.
De „duivel" is waarschijnlijk niet zo
boosaardig als men op grond van zijn
naam kan verwachten. Het dier heeft die
naam te wijten aan zijn norse uiterlijk en
zijn grote moed. De ongunstige indruk
wordt nog versterkt door het boze gegrom,
dat het diertje bij wijlen laat horen. De
„Tasmanische duivel" heeft een zwarte
vacht. Op romp, schouders en borst zijn
veelal witte tekeningen te zien. De grote,
gevoelige oren lopen rood aan op de wei
nige keren dat de „duivel" overdag uit
zijn nest komt om zich in de zon te koes
teren.
Gewoonlijk wacht de „duivel" tot het in
vallen van de duisternis voordat hij op
jacht gaat. Kleine kangoeroes en andere
buideldiertjes maken deel uit van zijn me
nu. Soms eet hij echter ook konijnen, rat
ten en giftige tijgerslangen. Kippen en
lammeren alsmede andere kleine huisdie
ren versmaadt hij ook niet.
Als zij honger hebben kunnen de dieren
zich werkelijk als „duivels" voordoen. Een
sterk staaltje beleefde onlangs een boer
in Tasmanië die op een avond in zijn huis
kamer zat te lezen. Plotseling rende een
„duivel" de kamer binnen greep de poes
die voor de stoel van zijn baas lag te
slapen en probeerde het dier weg te sle
pen. Pas toen de boer met een stok het
roofdier te lijf ging, liet dit zijn prooi los
en vluchtte onder hevig gegrom.
12—13 De vuurtorenwachter zat in 't zon
netje op z'n bank voor het huis. Hij zag
de jongens aankomen en stak met n vro
lijk lachje zijn hand op.
Hallo, knapen Kom je me weer
eens opzoeken?
Dag meneer Blok! lachte Dolf. Ja,
we waren toch in de buurt, en toen dach
ten we: kom, we gaan maar eens buur
ten!
Dat is goed, zei meneer Blok. Wacht,
ik schuif 'n eindje op, kom maar naast
me zitten!
Dolf en Ben namen plaats op de bank,
ieder aan 'n kant van de vuurtorenwach
ter. Die trok 'n paar flinke rookwolken
uit z'n pijpje en knikte.
Lekker weertje, jongens, zei hij. Zo
is 't hier best uit te houden, niet?
CopyrioM P. I. B. Ba» 6 Copertfcogw»