DE DODENLIJST VAN ADRIAN MESSENGER HOE „DE KLEINE LINDBERGH" AAN HITLER'S NAZIHORDEN ONTSNAPTE gr VELEN GRAVEN MET HUN TANDEN HUN EIGEN GRAF PANDA EN DE MEESTER-GPHEFFER Polle Tl r Hoe is het ontstaan?^ De Tasmanische duivel is nog lang niet uitgewoed DRIESTE NACHTVLUCHT VAN JOODSE LANDGENOOT UIT BEZET NEDERLAND van de vuurtoren Ons vervolgverhaal Utrechtse internist waarschuwt tegen een welvaartskwaal: te veel eten WOENSDAG 27 SEPTEMBER 1961 «ia j PHILIP MACDONALD Oorspronkelijke titel: The list of Adrian Messenger Engeland sliep n Dit woord: GRUZELEMENTEN Er^nrradë o o o y TÊrv-ar;-"-" 40. Nu gaan de vriendjes klei aanmaken aan de oever van het meer. „Je zou zo niet zeggen", denkt Pelli, dat daar nog een echt huisje uit moet komen!" Opeens verschijnt Pingo met de kookpan. „Die heb ik moeten meenemen", zegt hij, „anders had de slokop die ook naar binnen gewerktD „Let op!, nu is hij bezig, de zak nog leeg te eten ook! We zullen voorlopig geen last van restjes hebben, dat verzeker ik jullie!" 46) „Er is nog meer", onderbrak Antho ny hem. „Ik geloof helemaal niet dat hij zijn patroon zal veranderen. Om te beginnen weet hij niet dat wij ach ter hem aan zitten en het heeft dus ook geen zin wijziging te brengen in het systeem dat steeds zo goed heeft gewerkt. En verder is het zo, en dat weegt nog zwaarder, dat hij er wel naar moet streven om deze twee moorden nog meer dan de anderen op een ongeluk te doen lijken. Als er ook maar in de verste verte over de mogelijkheid van moord gefluisterd werd, zou een plotseling opduikende erfgenaat zeker de eerste verdach te zijn". „Je bent knap". Raouls stem had een bijklank. „Maar misschien laad je teveel verantwoordelijkheid op je". „Het spijt me dat je dat denkt". Anthony voelde dat hij kwaad werd en trachtte dat te onderdrukken. „Ik vraag me af wat je vindt dat ik zou moeten doen. Met ingang van vana vond een zware politiebewaking sta tioneren bij beide huizen?" Zonder dat hij het wilde was hij harder gaan spreken. „Dat is precies wat ik denk". Ra- oul praatte nu ook met stemverhef fing. Maar er was een speciale klank in zijn stem, een klank die deed ver moeden wat daarna zou komen. „En als je dat inderdaad van plan bent, moet ik je mijn verontschuldigingen aanbieden". „Dat hoeft niet", zei Anthony. „Ik ben namelijk niet van plan iets in die geest te doen. Ik wil tot elke prijs voorkomen dat Smith Brown-Jones te weten komt, dat er iemand is die denkt dat er reden is om de huidige markies van Gleneyre en zijn opvol ger te beschermen". Raoul keek hem aan en fronste zijn wenkbrauwen. Toen bewoog hij zich voor het eerst, hij draaide zich om en liep langzaam naar de tuinramen, waardoor hij in de duisternis naar bui ten keek. Anthony kwam ook in beweging, hij ging weer naar het vuur en nam een sigaret uit een doos op de schoor steen, die hij aanstak. Hij keek naar Raouls rug en zei: „Zowel de oude man als de jongen is zoals je gehoord hebt de komen de vierentwintig uur volkomen vei lig zolang ze maar blijven waar ze zijn. En ook dat is geregeld, zoals je weet. Gleneyre ligt in bed omdat hij kou gevat heeft en de jongen mag de deur niet uit. En binnen vierentwin tig uur zal ik de Gleneyres het hele verhaal verteld hebben en regelingen getroffen hebben voor de juiste be scherming. Een bescherming die niet zichtbaar zal zijn, zodat Smith Brown- Jones niet gewaarschuwd 'zal worden dat we hem op het spoor zijn". Hij pauzeerde om Raoul de kans te geven ook iets te zeggen. Er kwam echter woord noch bewe ging. Hij was er niet zeker van of hij zijn krachten verspilde; maar hij ging toch maar door. „Dat is de grote moeilijkheid", zei hij. „We staan op het punt er achter te komen wie Smi'th Brown-Jones is, en dan kunnen we misschien te we ten komen waar hij is. Maar als hij te weten komt dat we achter hem aan zitten, wordt het allemaal waar deloos. Hij zou alleen maar hoeven op te houden. Ik betwijfel namelijk sterk of wij er in zullen slagen hem 1 ten aanzien van die voorgaande moor- den ook maar iets ten laste te leg- gen. Dan zou hij dus vrijuit gaan en dan.." I Raoul onderbrak hem, terwijl hij zich naar hem toekeerde. „Goed, I goed". Dit was niet meer de oude Ra- oul met de oude glimlach. „De Mai- tre heeft weer eens gelijk!" Hij kwam bij Anthony bij het vuur staan. „Je zult begrepen hebben, denk ik, dat me aan lord Gleneyre en zijn jonge erfgenaam niet zo veel gelegen is?" „Ik had de indruk dat je bezorgd heid iemand anders betrof". Antho ny glimlachte. „Iemand die voor het ogenblik heel dicht in de buurt van de jonge Saltmarche is". „Inderdaad". Raoul fronste zijn wenkbrauwen weer, een bezorgde frons. „Wie weet beter dan ik hoe ge vaarlijk het is in de buurt te verke ren van een cible, van een doelwit van deze Jean Blanc-Dubois!" Hij trommelde met zijn vingers op de schoorsteen terwijl hij naar het vuur keek. Plotseling zei hij: „Ken je mis schien de plaats waar die jongen en de dames zijn?" „Marston Manor? Ik weet waar het is maar ik ben er nooit geweest". „Staat het alleen? Midden in het lgnd?" „Nauwelijks. De hoofdingang is aan het eind van de dorpsstraat. Precies tegenover het plaatselijke hotel. Waar om?" Anthony Was nieuwsgierig. „Wacht even, eerst nog een vraag: die Jean Blanc-Dubois-Smith Brown- Jones is een eenzame wolf, niet? Alors, dan kan het geen kwaad als er vanavond een Franse bezoeker in het dorp verschijnt. Een journalist uit Pa rijs, die voor zijn krant een artikel wil schrijven over het leven op het Engelse platteland. Een bezoeker, die zonder verdenking te wekken kan on derzoeken of er misschien nog een andere bezoeker ter plaatse is". „Dat lijkt me geen kwaad te kun nen. Integendeel". Anthony glimlach te. „Ga je gang. Wil je nakijken wan neer er een trein gaat?" „Ik rijd liever. Ik heb de beschik king over de auto van de vriend in wiens flat ik woon. Een goede auto, bijna even groot als de flat en veel comfortabeler. Blijft de vraag welke route ik moet volgen. „Die kan gemakkelijk beantwoord worden", zei Anthony en pakte een kaart. Hij was juist klaar met het uit zetten van een route toen hem plotse ling een gedachte inviel. Hij zei: „Weet je, Saint-Denis, dit zou erg nuttig kunnen zijn. Als jij tot vrijdag in het dorp zou kunnen blijven rond hangen zouden we het misschien zo kunnen regelen dat zij ze alle drie terugrijdt naar Deyming. Dan hoe ven we niet zoveel drukte te maken over de auto van de Gleneyres ook. S.B.-J.'s methoden kennende zouden we die wel heel zorgvuldig na moe ten lopen voor we er iemand in kon den laten rijden". „Dat is een uitstekend idee". Raoul was verrukt. „Niet alleen voor jouw plannen, maar ook voor mij persoon lijk. Ik ben de laatste tijd namelijk in een wat moeilijke positie geraakt ten opzichte van een zekere dame. Er was een ongelukkige rencontre in Hotel Alsace en daarna was er een foto in de krant die ze stellig gezien heeft. En al deze misverstanden zijn van dien aard dat ze geneigd moet zijn te denken dat Raoul Saint-Denis zijn pompom maakt met elke jonge vrouw met een boezem van meer dan normale omvang" Hij schudde be droefd zijn hoofd. „Een moeilijke situa tie. Vooral omdat ik mij nog niet uit gesproken heb Hij aarzelde. „Ik ben namelijk wat je noemt verkocht. Ik sta zelf verbaasd over wat ik van plan ben. Hij zweeg weer, terwijl hij deze keer zijn ogen neergeslagen had en iets voor zich heen mompelde, iets waarvan maar drie woorden verstaan baar waren: bourgeois en bien sérieux Toen keek hij op en lachte. Hij zei: „Maar je hebt dingen onderhanden die belangrijker zijn dan mijn gevoelens. Neem me niet kwalijk" Daarna, na nog een glas geweigerd te hebben, vertrok hij. Anthony deed de deur achter hem dicht en keerde terug naar zijn werkkamer. Hij ging achter het bureau zitten. Met afkeer keek hij naar de telefoon om hem dan toch te pakken en het huisnummer van Lucas te draaien Even daarna sprak hij met de man zelf. Deze luisterde, sputterde tegen en zei tenslotte: „Je wilt dus vana vond een bijeenkomst!" „Het spijt me", zei Anthony, „maar het is dringend". Kort na middernacht vond er een plotselinge ommekeer in het weer plaats, zoals die in Engeland vaker schijnen voor te komen dan waar dan ook. De volgende dag, een donderdag, begon dan ook met een heldere he mel en zon, met een lucht als cham pagne en geen spoor van vorst. Deze verandering werd weerspiegeld in de persoon van Roderick Simon Fort- escue Swabborn, achttiende markies van Gleneyre, en niet alleen in zijn borst en luchtkanalen, maar ook in zijn gemoed. (Wordt vervolgd) JUSTUS HEYMANS, de Joodse Ne derlander die vroeger door zijn vrienden „de kleine Lindbergh" werd genoemd en die op 15 mei 1940 met een eenmoto- rig Koolhoven-vliegtuigje aan de nazi's wist te ontkomen, is onlangs even voor een „bliksembezoek" in Amsterdam teruggekeerd. Deze thans 60-jarige vliegt niet meer: zijn rechterbeen heeft hem in de steek gelaten. Hij kan zelfs geen auto meer besturen. Maar zaken doen gaat hem nog altijd goed af. Tegenwoordig reist hij als vice- president van een groot Amerikaans sigarettenconcern de hele wereld af. „Ik heb het in de oorlog altijd geheim gehouden", zegt onze succesvolle land genoot, die nu al twintig jaar in New York woont, „maar het is de zoon van Plesman geweest, die mij destijds bij mijn ontvluchting van Schiphol gehol pen heeft. Ik wilde de familie Plesman niet nog meer in moeilijkheden brengen". NEDERLAND had aan het einde van de 14de mei 1940 de strijd tegen de over machtige Duitse vijand opgegeven en dat betekende, dat onze Joodse landgenoten in de val zaten. Justus Heymans, die al sinds 1934 een verwoed sportvlieger was, toog naar het door bombardementen verwoeste Schiphol, waar hij onder vele van zijn vrienden ook Jan Plesman zag. Deze ver telde hem, dat hoewel bijna alle vliegtui gen bij de bombardementen waren ver nield de Koolhoven 964, door de KLM uit geleend aan het leger, nog in tact was. Om echter met zo'n klein toestel dwars door het oorlogsgeweld naar Engeland te vliegen was riskant en daarom had nie mand er zin in. „Ik meende toen (en terecht) dat ik geen keuze had", zegt Justus nu. „Op aandringen van Jan Plesman besloot ik de sprong dus te wagen en hij was het, die me midden in de nacht hielp bij het aanslaan van de motor. Daarbij moest je met je hand de propeller een zwaai geven." „Ook het opstijgen was al een avontuur op zichzelf, want de startbanen waren vol komen verwoest en de rest van het vlieg veld was van allerlei obstakels voorzien juist om vijandelijke landingen onmoge lijk te maken". „Ik vond echter toch nog ergens een stukje gras van 300 meter lengte en wist de Koolhoven los te krijgen", vertelt Hey mans verder. „Het was drie uur in de ochtend van de 15e mei 1940. Overal ronk ten Duitse Messerschmidts en bommen werpers rond. Maar in het donker koerste de kleine Koolhoven naar Engeland, dat vrij was. Ik had geen kaart, maar wel een kompas en ik vloog in westelijke rich ting. Het was jammer dat ik alleen was. Het toestel bood aan nog een stuk of wat passagiers plaats, maar niemand durfde destijds met me mee!" BOVEN ENGELAND gekomen dreigde hem het gevaar neergeschoten te worden, maar vertel het niet verder: „Engeland sliep die nacht nog!" Het resultaat is geweest dat onze landgenoot zonder moei lijkheden domweg op een militair vlieg veld dat hij na enig zoeken uit de lucht ontwaardde, zijn vliegtuigje aan de grond zette. Wel werd hij daar korte tijd en niet zonder argwaan ondervraagd, doch al gauw had hij zijn paspoort terug en kon zich vrij man noemen. Hij toog diezelfde maand nog naar Ame rika in de hoop Nederlands-Indië te berei ken, waar hij zich als oorlogsvlieger wilde melden. Maar aangezien hij al bijna 40 jaar was, accepteerde men hem niet meer in de Nederlandse Luchtmacht. Zo werd hij vice-president van een Nederlandse fir ma, die Sumatratabak naar de VS expor teerde. Na de oorlog ging hij eerst terug in de textielhandel en belandde in 1952 in die van de tabak. Zijn huidige positie heeft hij sinds 1956. VOOR DE OORLOG maakte Heymans naam door lange-afstands-vluchten in sportvliegtuigjes. In 1935 vloog hij met een co-piloot van Amsterdam naar Bata via en terug. In 1939 deed hij het met zijn vriend Rous nog eens over. „Ons vlieg tuigje had minder paardekrachten dan tegenwoordig een AnWikaanse auto", ver telt hij, ,maar ondanks enkele noodlan dingen vlogen wij de afstand van 9000 luchtmijlen naar Batavia in acht dagen. Het is een record dat nooit gebroken is een toestel met maar één motor en geen radio aan boord. Nu zou niemand zo'n ri sico meer willen lopen; het mag boven dien niet eens meer, maar toen was het anders!" Evenals in 19'40 toen hij naar Engeland vloog is de heer Justus Heymans nog steeds vrijgezel. Zijn enige familieleden, zijn moeder en een zuster, hebben de oor log overleefd. DE UTRECHTSE inter nist dr. J. A. van Loon constateert in het jaarver slag van het Koninklijk Nederlands Gasthuis voor ooglijders in Utrecht, dat het interne onderzoek van ambulante en klinische pa- tienten de conclusie recht vaardigt, dat steeds meer degeneratieve hart- en vaatziekten, nierchlerose en suikerziekten worden veroorzaakt door de toe stand van overmatige voeding op middelbare leeftijd en de steeds stij gende gemiddelde leeftijd van de patiëten. Het aan tal diabetes-patiënten bij het instituut in Utrecht steeg in het laatste jaar met meer dan 30 percent. Hier rijst de gedachte, al dus dr. Van Loon, of niet met grotere nadruk ge waarschuwd moet worden tegen het gebruik van overmatig veel voedings- en genotmiddelen. Volgens hem blijkt de huidige ont wikkeling reeds grote schade toe te brengen aan lichamelijk en geestelijk welzijn. Speciaal oogpa tiënten schijnen in hoge mate gedisponeerd te zijn voor deze degeneratieve aandoeningen. In een on derhoud met het ANP ver klaarde dr. Van Loon, dat het tot de huidige wel vaartsverschijnselen be hoort, dat veel mensen op middelbare en oudere leef tijd aan overgewicht gaan lijden, mensen die veelal nooit aan sport hebben ge daan en zelfs niet meer tot enige lichamelijke oefening komen Dit overgewicht is een regelrecht gevolg van een een teveel eten, onder het motto „Wij hebben het zo goed, dus het kan". Menig een graaft, zo zei hij, „zijn graf met zijn eigen tan den". Overgewicht wordt in de hand gewerkt door een overmatig gebruik van koolhydraten, die aanwezig zijn in onder andere aard appelen, brood en andere meelspijzen. Gebak en snoep bijvoorbeeld herber gen belangrijke hoeveel heden koolhydraten. Een veelvuldig gebruik van vetten heeft uiteraard eveneens overgewicht tot gevolg. Volgens dr. Van Loon moet de intelligente mens zich in de eerste plaats toeleggen op het ge bruik van eiwitten (vlees vis, eieren, kaas) en dient bij pas in koolhydraten een noodzakelijke aanvulling te zoeken. OPMERKELIJK is dat in de periode van de be- stedings-beperking 't aan tal diabetes-patiënten aan merkelijk daalde. Dr. Van Loon vindt het jammer dat de gemiddelde Nederlan der zijn welvaart niet be ter besteedt. Er heersen, volgens hem, nog teveel vreemde verkeerde denk beelden over voedselge- bruik. Vaak dwaalt men op dit gebied geheel te goeder trouw. Daarom is, aldus dr. Van Loon, een gedegen voorlichting op dit punt ten zeerste aan te be velen. Wij zeggen dat iets in gruzelementen valt, wanneer het in talloze splinters en scherven breekt, in diggelen zoals men ook wel zegt. Wij hebben natuur lijk te maken met een afleiding van het woord gruis, een verzamelnaam voor een hoeveelheid onregelmatige brok ken, meestal van steen, aardewerk of glas. Dit woord gruis is weer familie van gries: gebroken, maar niet tot meel vermalen graan, een woord dat wij kennen in de samenstelling gries- m e e 1. Het eigenaardige van het woord gru zelementen is het tweede deel van het woord. Van gruis is het verkleinwoord gruizel gevormd en daarachter is een Romaanse uitgang -(e) ment gevoegd. Waarschijnlijk werkte dit achtervoegsel vroeger komisch: men vindt het ook in woorden als: zielement en kake ment, donderement en bikke- sement Om zijn werk goed te kunnen doen moest deze Engelse verkeersteller zijn beide handen vrij hebben. Maar omdat het slecht weer was diende hij zichzelf en zijn opschrijfboekje ook te bescher men tegen het regenwater. Hij vond er dit op: een „zelfdragende" paraplu van plastic, die ook in ons kikkerland goede diensten zou kunnen bewijzen. v 'x' IN TASMANtë, de eiland-staat ten zuid oosten van het vasteland van Australië, zijn de boeren ongerust over de schade die wordt aangericht door de zogenaamde „Tasmanische duivel" een van de zeld zaamste zoogdieren ter wereld. Hoewel de „Tasmanische duivel" vroe ger door een groot deel van Australië placht te zwerven, is het diertje nu al leen nog op het ruige eiland Tasmanië te vinden. Toen Australië voor het eerst werd ge koloniseerd, verkreeg het diertje een twij felachtige reputatie toen de boeren ontdek ten dat het ijverig en met groot succes op kippen en lammeren joeg. Er werd jacht op het roofdier gemaakt en er werden val strikken gespannen, tengevolge waarvan de „duivel" op een gegeven ogenblik met uitsterven bedreigd werd. Het dier wordt thans door de Australische overheid be schermd en heeft zich aanzienlijk verme nigvuldigd. De boeren in Tasmanië onder- (iPWiti Min11i ii ii[l O 9 58. Panda machteloos in zijn greep houdend, ijlde Jo ris Goedbloed naar de afschrikwekkende wachtkamer die (naar men z\ch zal herinneren) ontleend was aan „De Twee Wezen" en die dus voor bezoekers was af gekeurd maar nu alle gemak bevatte dat Joris op dit ogenblik nodig oordeelde. „Uw onoorbaar gedrag doet mij een heel diep verdriet," sprak hij inmiddels met treurige stem, „en ik zie in dat ik te goedertieren ben geweest! Hier moeten strenge, maar opvoedende maat regelen genomen worden!" Intussen was de heer Nagel been dus alleen gelaten, en hij benutte dit momentje om bij het venster te gaan zien of er iets te bekerinen was van zijn vriend, de Deurwaarder Wrongelsma. Nu, dat was zo! De wantrouwige deurwaarder stond buiten en probeerde met tikken, wijzen en mondbewegingen duidelijk te maken, dat Nagelbeen op hem rekenen kon en dat het net der wet zich reeds om het genootschap sloot.Maar intussen was Panda al in de gruwelijke kerker geketend. „Ik zou je uit vriendelijkheid waar schuwen en nu doe je dit!" riep hij verontwaardigd uit. „Daar zal je spijt van hebben!" „Ik heb nu reeds spijt dit alles doet mij meer pijn dan het u kan doen," verzekerde Joris met een droef lachje, „maar als ouder en verantwoordelijk persoon moet ik op zijn tijd streng weten te zijn! Bovendien is het van het hoogste belang dat ik mijn zakelijke bespreking in on gestoorde rust ten einde kan brengen. Laat dit alles nu een mooie les voor u zijn, ventje!" vinden echter nu weer veel last van de Het dier lijkt op een kleine beer. De kaak is sterk ontwikkeld, de staart dik. Een volwassen „Tasmanische duivel" weegt echter nog geen negen kilo. Zoals de meeste Australische zoogdieren is het een buideldier. De jongen komen in mei ter wereld, ten getale van ten hoogste vier stuks. Tot oktober blijven de jongen in de buidel van hun moeder. In tegenstel ling tot de kangoeroe draagt de „Tasma nische duivelin" haar buidel op de rug. Het dier kan zich daardoor zeer gemakke lijk verplaatsen. DE DIEREN hebben een zeer „huiselij ke" aard. Zowel het vrouwtje als het man netje bouwt een nest. De jongen zijn bij zonder vlug en levendig zodat het ouder paar hen vaak haast niet kan bijhouden. De „duiveltjes" kunnen in bomen klim men. Als de dieren ouder worden verlie zen zij deze vaardigheid. Jonge „duivels" die in gevangenschap opgroeien zijn levendige, aanhankelijke huisdieren. Zij zijn zindelijk en geven zich zelf met hun pootjes vele malen per dag een wasbeurt zoals ook katten dit doen. De „duivel" is waarschijnlijk niet zo boosaardig als men op grond van zijn naam kan verwachten. Het dier heeft die naam te wijten aan zijn norse uiterlijk en zijn grote moed. De ongunstige indruk wordt nog versterkt door het boze gegrom, dat het diertje bij wijlen laat horen. De „Tasmanische duivel" heeft een zwarte vacht. Op romp, schouders en borst zijn veelal witte tekeningen te zien. De grote, gevoelige oren lopen rood aan op de wei nige keren dat de „duivel" overdag uit zijn nest komt om zich in de zon te koes teren. Gewoonlijk wacht de „duivel" tot het in vallen van de duisternis voordat hij op jacht gaat. Kleine kangoeroes en andere buideldiertjes maken deel uit van zijn me nu. Soms eet hij echter ook konijnen, rat ten en giftige tijgerslangen. Kippen en lammeren alsmede andere kleine huisdie ren versmaadt hij ook niet. Als zij honger hebben kunnen de dieren zich werkelijk als „duivels" voordoen. Een sterk staaltje beleefde onlangs een boer in Tasmanië die op een avond in zijn huis kamer zat te lezen. Plotseling rende een „duivel" de kamer binnen greep de poes die voor de stoel van zijn baas lag te slapen en probeerde het dier weg te sle pen. Pas toen de boer met een stok het roofdier te lijf ging, liet dit zijn prooi los en vluchtte onder hevig gegrom. 12—13 De vuurtorenwachter zat in 't zon netje op z'n bank voor het huis. Hij zag de jongens aankomen en stak met n vro lijk lachje zijn hand op. Hallo, knapen Kom je me weer eens opzoeken? Dag meneer Blok! lachte Dolf. Ja, we waren toch in de buurt, en toen dach ten we: kom, we gaan maar eens buur ten! Dat is goed, zei meneer Blok. Wacht, ik schuif 'n eindje op, kom maar naast me zitten! Dolf en Ben namen plaats op de bank, ieder aan 'n kant van de vuurtorenwach ter. Die trok 'n paar flinke rookwolken uit z'n pijpje en knikte. Lekker weertje, jongens, zei hij. Zo is 't hier best uit te houden, niet? CopyrioM P. I. B. Ba» 6 Copertfcogw»

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 11