Kop van IJmuidens Zuiderpier ging na vier explosies de lucht in Betere toegang tot Amsterdam Jacobsladder lost in minuut veertig kisten haring uit logger Op mechanische lossing wordt hard gestudeerd Perée VOOR AUTORIJLES Aanhangwagen tegen huis Gasgeis©rs en Gasfornuizen WOENSDAG 4 OKTOBER 1961 7 A. J. v. LENT's Automobielbedrijven Twee auto's in Castricum zwaar beschadigd Gespannen keek de heer J. van der Veer gisteren op zijn horloge, terwijl de Jacobsladder op de voor de IJmuidense Vishal liggende KW 43 Rijnmond 2 haring spuwde. Snel tikte de seconden wijzer in de rondte, 'nvaartïl snelhéftf vari de bakken, die gevuld met haring uit het ruim van de logger omhoogkwamen, lag net zo hoog. „Zeven-en-een-halve minuut", zei Jaap van der Veer, toen men aan boord van het schip een teken gaf. De haring was op. Harry Paap weer op stap Dinsdagmiddag omstreeks vier uur heeft de „onthoofding" plaats gehad van de meer dan driekwarteeuw oude zuiderpier te IJmuiden. Het einde van het eindpunt van Nederlands oudste en langste „weg in zee" ging gepaard met een tot ver in de omtrek gehoorde klap, veroorzaakt door een dynamietexplosie. Er waren, van half- vier tot kwart voor vier die middag, reeds drie ladingen dynamiet tot ontploffing gebracht, maar de gietijzeren stellage, waarop tot voor kort het zuidelijke haven- hoofdlicht en een krachtige mistsirene waren gemonteerd, was niet van haar betonnen voetstuk te krijgen. Eerst de vierde, grotere portie springstof slaagde er in het ding met fundering en al de lucht in te laten gaan. Alle scheepvaartverkeer door en nabij de IJmuidense pieren was langer dan een half uur lam gelegd. Deze operatie vormde een heel klein on derdeel van de veel omvattende werkzaam heden die uiteindelijk, naar gehoopt wordt in 1964, Amsterdam bereikbaar zullen ma ken voor zeeschepen van 75.000 tot 80.000 ton. De havenhoofden van IJmuiden werden in de jaren 1868-1876 gebouwd door een Engelse firma voor rekening van de Am- sterdamsche Kanaalmaatschappij. De bei de hoofden reiken, gemeten uit de strand- meetlijn, tot 1400 m. in zee en omsluiten de haveningang ter hoogte van de natuur lijke dieptelijn van ongeveer 7.5 m -N.A.P. De ingang heeft een breedte op de waterlijn van 260 m. De plaatskeuze van deze IJ-mond is, ge zien in het huidige licht, geen gelukkige geweest. Immers vóór de haven is de zee bodem bezet met zandruggen, die de vaar diepte beperken, terwijl dit een viertal ki lometers meer naar het noorden niet het geval is. Hier loopt de zeebodem regelma tig af en hebben de dieptelijnen een even wijdige strekking. Bij het aanvaren van de haven moeten de zandruggen „Wijker-Rib" en „Het Har' de" worden gepasseerd. De laatste be staat uit een breed plateau gelegen op 13.0 m. tot 13.5 m. -N.A.P. De kustvakken ter weerszijden zijn na de bouw van de hoofden aangegroeid door zandneerslag. Aan de noordzijde is dit het sterkst, hier is zelfs een nieuwe duinregel ontstaan. Het strand is breder geworden en het onderwaterbeloop zet zich ver in zee voort eindigend in een steil bodembe loop als overgang naar het diepere ge deelte. Het langs de kust stromende noord- en zuidgaand tij buigt om de havenhoofden heen, hetgeen gepaard gaat met een stroomconcentratie nabij de haveningang Hierdoor wordt de bodem ter plaatse zo danig uitgeschuurd dat een stroomput ont staat. De rand hiervan is gelegen op een diepte van 10.0 m. tot 12.0 m. - N.A.P het midden op 18.0 m. - N.AP. Drie obstakels In de oorlogsjaren werden drie schepen in en buiten de haven tot zinken gebracht: de „J. P. Coen", de „Tjikinii' en 4e „Van Renselaer". De „J.P. Coen" ligt dwars in de haveningang met de Voorsteven rustend op de fundering van gestorte steen van het Zuiderhoofd. Na de oorlog werd getracht dit wrak op te ruimen met behulp van dieptebommen; dit is slechts gedeeltelijk gelukt. Vervolgens zijn pogingen gedaan het in de bodem te doen verzinken, waar toe aan de havenzijde diepe putten werden gezogen; aan de zeezijde is dit met het oog op de zeegang niet mogelijk. Het ver zinken mislukte, daar het wrak zich met stalen tentakels, ontstaan door de diepte bommen, vast hield aan de omliggende grond en aan de kleilaag op 17.0 m. - N.A.P., waar het doorheen is gezakt. De bovenzijde van de „J. P. Coen" ligt thans op 11.8 m. - N.A.P. De bodemdiepte, welke zonder dit wrak door onderhouds- b'ggerwerk zou kunnen worden onderhou den, bedraagt 12.5 m. tot 13 m. - N.A.P. De haven is thans bereikbaar voor gela den schepen van rond 25.000 ton; zonder het wrak van de „J. P. Coen" zouden het schepen van rond 30.000 ton kunnen zijn. De grote schepen wachten voor het bin nenlopen op de kentering na de vloed om de tijstroom te ontgaan. Zij moeten vóór en tijdens het passeren van de ingang een vrij korte boog beschrijven voor het aan lopen van het Buitenkanaal, richting Noor- dersluis. De haven is voor grote schepen dan ook moeilijk bevaarbaar. Zij moeten van de wijde zee uit een nauwe ingang in een boog binnenkoersen en rekening houden met een abrupte overgang van stromend naar stilstaand water, die hen van rich ting doet veranderen. Tijdens noordgaand tij trekt een vulstroom aan de noordzijde de haveningang binnen. Deze brengt zand onmiddellijk vóór en in de haven, waar bij de grootste aanvoer plaats vindt als de golven de zeebodem loswoelen, dus tijdens en onmiddellijk na een storm winterpe- riode). Door het steeds geringer wordende in te korten. Dit zal verschil tussen beschikbare en benodigde diepte is het niet langer denkbeeldig, dat de haventoegang tijdelijk wordt geblok keerd voor de grotere tankers door zand neerslag tijdens en na stormen. Het meegevoerde slib bezinkt in het ge hele havenbekken; de hoeveelheid is af hankelijk van het slibgehalte van het zee water en van de komvulling. Het spuien van zoet water door de spuisluizen van IJmuiden veroorzaakt een uitwisseling van zoet en zout water. Het hierdoor extra, langs de bodem binnenkomende zeewater versterkt de aanzanding en aanslibbing in belangrijke mate. Huidige havenhoofden Volgens het plan van 1868 zouden de hoofden bestaan uit een muur van gesta pelde betonblokken met ieder een gewicht van 7 tot 10 ton zulks naar het voorbeeld van een bij Dover gebouwd havenhoofd. Tijdens de uitvoering bleek dat de golf- klappen op de nagenoeg vertikale muur veel groter waren dan was aangenomen. Er trad telkenmale grote schade op en veel tegenslag werd ondervonden. Derhalve werd besloten golfbrekende taluds aan te brengen bestaande uit los gestorte beton blokken met ieder een gewicht van 10 tot 20 ton. Deze taluds hebben veel onderhoud ver eist, ieder jaar moest er een groot aantal blokken van rond 15 ton aan worden toe gevoegd. Het aantal toegevoegde blokken is thans ongeveer gelijk aan dat van de in eerste opzet aangebrachte bestorting Naar het huidige inzicht was het gewicht van de blokken en het beloop van hun be storting onvoldoende afgestemd op de maximum optredende golfhoogte. Vandaar dat tijdens zware stormen enerzijds blok ken van 15 ton over de muur slaan en an derzijds het beloop verzakt en een flauwe re helling gaat aannemen. Nieuwe havenmond De voor de nieuwe havenmond maatge vende bodemdiepte werd bepaald op 14.5 m - N.A.P., opdat geladen schepen van rond 75.000 ton Amsterdam zullen kunnen bereiken. De drempel van de Noordersluis is gelegen op 15.0 m. - N.A.P., het peil van het Noordzeekanaal bedraagt 0.4. m. N.A.P. Grote schepen moeten met een snel heid van tenminste 6 tot 8 knopen de in gang binnen lopen om bestuurbaar te blij ven en om een te grote invloed van het wegvallen van de tijstroom te ontgaan. Binnen de haven moeten zij voldoende uit looplengte vinden om hun snelheid te ver minderen. Afremmen door middel van het terugslaan van de affect.' Binnengaats vastgemaakt. De haveningang dient een breedte te krij gen van tenminste 400 m. op de water lijn. Aan het bovenstaande kan niet wor den voldaan door de bestaande ingang te verbreden; de bestaande haven biedt geen voldoende uitlooplengte, terwijl een bre dere mond een te grote golfinloop en een te sterke aanzanding zal geven. Bovendien worden hiermede moeilijkheden verbon den aan het opruimen van het wrak van de „J. P. Coen" niet ondervangen. De oplos sing moet derhalve gezocht worden in het verder in zee uitbouwen van de beide hoof den. Hiervoor zijn tal van tracé's ontwor pen en in het waterloopkundig laborato rium in de N.O. Polder onderzocht, waar mede een drietal jaren gemoeid zijn ge weest. Het was logisch te zoeken naar een op lossing waarbij het zandplateau „Het Har de" door de natuur wordt opgeruimd, dus waarbij de stroomput ontstaat ter plaatse van deze zandrug. Dit wordt bereikt bij een uitbouw van het Zuiderhoofd tot 2800 m. in zee of 1400 m. verder dan de be staande hoofden. Het is niet noodzakelijk het Noorderhoofd eveneens tot zover te doen reiken, hier kan worden volstaan met een uitbouw tot 2200 m. in zee. De haven verkrijgt hiermede een a-sy- metrische vorm, die boven een symetri- sche vorm verschillende nautische en hy draulische voordelen biedt en daarbij min der kostbaar is. De breedte van de bestaande havenin gang moet worden vergroot, enerzijds om dat de nieuwe situatie met de uitbouw hier om vraagt en anderzijds omdat het wrak van de „J. P. Coen" moet worden opge ruimd, terwijl de scheepvaart moet kun nen doorgaan. Uit nautische overwegingen werd besloten het bestaande zuiderhoofd over een zodanige Dinsdag was het slopen vc i het Zui derhoofd in IJmuiden, waarmee on langs werd begonnen, zover gevorderd, dat de lichtopstand op het uiteinde door' middel van springstoffen kon worden opgeruimd. Het Zuiderhoofd zal voorlopig 250 meter worden inge kort in verband met verruiming van de havenmond, waarvoor nieuwe veel langere hoofden zullen moeten wor den aangelegd. Een van de explo sies, waaraan korte tijd later het ha venlicht ten onder ging. lengte moeten geschieden, dat de schepen tussen de „J. P. Coen" en het resterende zuiderhoofd kunnen passeren, waardoor wordt voorkomen, dat de opruimingswerk zaamheden aan dit wrak telkenmale moe ten worden onderbroken. Voorshands wordt aangenomen, dat het hoofd over een lengte van 250 m. zal moe ten worden ingekort; in de praktijk zal nader moeten blijken of hierop kan wor den bezuinigd. Bij de genoemde lengte moet worden verwijderd 100.000 m3 (over eenkomende met een gewicht van rond 200.000 ton) aan betonblokken, stortsteen, enz. Het werktuig, dat voor deze werkzaam heden het meest geëigend is, is de lepel baggermolen, die voornamelijk in Amerika en Canada toepassing heeft gevonden. De Franse staat heeft na de oorlog zo'n krach tige „dipper-dredge" in Schotland laten bouwen voor het opruimen van de verniel-i dè kademuren in de verschillende Franse havens. De Franse staat is bereid gevon den dit werktuig met bemanning met in gang van augustus 1961 en voor de duur van het werk beschikbaar te stellen voor opruimingswerkzaamheden te IJmuiden. De duur van deze werkzaamheden wordt gesteld op twee jaar. Tijdens het oprui men wordt profijt getrokken van de voort schrijdende uitbouw van het zuiderhoofd, die een bescherming biedt tegen de gol ven. Nagegaan zal worden of dit werktuig kan worden benut voor het opruimen van de wrakken van de „J. P. Coen", de „Tji- kini" en de „Van Renselaer". Teneinde de te verwachten grote trans porten van materiaaltoevoer te doen ver lopen en verzekerd te zijn van een vlotte uitvoering zijn door de Rijkswaterstaat be langrijke voorzieningen getroffen. Behalve de eerder genoemde steenopslagplaatsen werd aan de noordzijde van de bestaande havenmond westelijk van de Bijleggersha ven een 3 meter brede en 100 jaar oude klinkerweg verbreed. Bedoelde weg was onder meer door veelvuldig gebruik met vrachtauto's ten behoeve van zandtrans port voor de tunnelbouw te Velsen kapot gereden. De aangelegde Nieuwe Reijnders weg is nu over een lengte van 2.7 km. verbreed tot een moderne asfaltweg van 7.10 m. Deze werkwegen zijn 6 m. breed. De to tale oppervlakte van het wegdek van deze wegen is 15.400 m2 (IV2 ha.!). Door de N.V Zeekust te Velsen werd een nieuwe werkhaven aangelegd van 225 m. lengte en 175 m. breed, met een diepte van 5 m. - N.A.P. De havenhoofden van IJmuiden waren te zwak en te smal voor Na de ontploffingen, welke het haven licht deden vallen; alleen de stenen voeten staan nog temidden van het verpulverde beton. Advertentie Wijk aan Zeeërweg 107 - IJmuiden Tel. 4360 - 8210 Vondellaan 5 - Beverwijk Tel. 3223 - 5052 (02510) Op de Heerenweg te Bakkum is 's avonds de aanhangwagen van een vrachtwagen, bestuurd door de kermisexploitant S. uit Heiloo van de vrachtwagen losgeraakt en tegen het huis van de familie Scheerman opgereden. De wagen kwam uit de rich ting Egmond en ter hoogte van de Bleu- merweg raakte de aanhangwagen, door een foutieve bevestiging, los waarna de wagen de tuin van de familie inreed en met de bevestigingsbeugel de muur indrong. De beugel drong ruim 30 cm. door in de slaapkamer waar men zich juist ter ruste had begeven. De politie maakte proces verbaal op, waarna men tot ruim drie uur 's nachts bezig is geweest om de wagen uit het huis en de tuin te vijzelen. Op de hoek Braakenburgstraat-Geel- vinckstraat te Castricum zijn dinsdagmid dag om ongeveer half vier een personen auto en een busje met een enorme klap op elkaar gevlogen. De bestuurder van de personenauto kwam uit de richting Burge meester Mooystraat en verleende geen voorrang aan de bestuurder van het busje. De beide wagens schoten over het trottoir het tuintje van de heer K. op de hoek van de Geelvinckstraat in waar beide wagens zeer ernstig beschadigd tot stilstand kwa men. De heer V., bestuurder van het busje, liep bij deze aanrijding een ernstige her senschudding en een hoofdwonde boven het oog op en per ambulance werd hij daarom op advies van een aanwezige arts naar zijn woning te Limmen overgebracht. De Jacobsladder brengt de haringen uit het ruim omhoog. Veertig kisten haring had men gisteren in het ruim van de Rijnmond 2 gestort. Afgekeurde haring, die nu gebruikt werd om een nieuwe proef op het gebied van de mechanische vislossing te nemen. Het resultaat was uitstekend, want de veertig kisten kwamen in 7'/j minuut uit Advertentie KENNEMERLAAN 9 TEL. 5271 ERKEND GAS- EN WATERFITTER het omvangrijke transport met zwaar ma terieel van de materialen, benodigd voor de constructie van de nieuwe havenhoof den. Teneinde hierin te voorzien, zijn de bestaande hoofden gereconstrueerd en is op beide hoofden een betonnen rijweg aan gelegd met overkraging. Tot dit doel is gebruik gemaakt van grote aantallen voorgefabriceerde con structie-elementen van gewapend beton. De rijweg op de hoofden is hierdoor ver breed van repectievelijk 4,50 m en 6 m tot 7,30 m. Bovendien is het rijdek ver hoogd van respectievelijk 3,30 m en 4 m tot respectievelijk 3,56 m en 4,70 m. Dit rijdek loopt naar het uiteinde van de pieren dus enigszins op. Bovendien bevindt zich over de gehèle lengte van het rijdek een gewapend be tonnen borstwering van 50 cm hoog. Uit ervaring weet men, dat door deze verho ging van het rijdek en mede door het aanbrengen van de betonnen borstwering het aantal werkbare dagen waarschijnlijk zal zijn verdubbeld, hetgeen van grote invloed zal kunnen zijn bij de efficiënte en snelle uitvoering van het werk. In middels is men aangevangen met het pneumatisch boren van 1200 gaten in het uiteinde van de Zuiderpier, dat volgens plan zal worden verwijderd. Dit uiteinde van het havenhoofd zal geleidelijk met behulp van dynamiet worden opgeblazen. De hierbij vrijkomende steenmassa's hoopt men met de lepelbaggermolen „Kala Nag" (Witte Olifant) tot een diepte van 16 m N. A. P. te kunnen ver wijderen. Voor deze afbraak zijn twee redenen: Daar de nieuwe havenmond verder zee waarts 700 m breed zal worden is een verruiming van de bestaande havenmond (die 360 m meet) noodzakelijk; Indien men de „J. P. Coen" wil opruimen, dient de vaarlijn gedurende deze opera tie in zuidelijke richting te worden ver legd en dit zal zijn ter plaatse van de nu nog aanwezige kop van het Zuidelijke navenhoofd. Het ligt in de verwachting, dat de ge zonken „Tjikini" bij het opruimen van het Zuidelijke havenhoofd met de kop boven de zandbedding zal komen te liggen. Van de „Van Renselaer" is al leen nog de bodem over, deze zal even eens worden opgeruimd. De bovenzijde van de „J. P. Coen" reikt nu tot 10.80 m N. A. P. het ruim. Over een stortgoot belandden ze in de aak, die ze naar de vismeelfabriek zou brengen. Het tempo kan echter nog vlugger, want de geringe hoeveelheid stond niet toe de bakjes maximaal te vullen. „Bij een nor male toevoer is de capaciteit ongeveer 360 kisten per uur" meende de heer Van der Veer. de gepensioneerd bedrijfsleider van de vislosregeling, die nu in deke ex perimenten een nieuwe taak heeft ge vonden. die hij met enthousiasme vervult. Het nieuwe apparaat, dat bij deze proef nemingen wordt gebruikt lijkt op een Jacobsladder Het is een schepping van ir. Minnee, die indertijd ook de mechanische losinstallatie op de KW 42 Nicolaas Senior van N. Parlevliet jr. ontwierp. Een verticale stellage is met een band uitgerust waaraan bakjes zijn bevestigd. Deze draaien de haring uit het ruim naar boven en storten ze daar weer uit op een stortgoot zoals het nu gebeurde of cp een afvoerband, die de vis naar de vis hal kan transporteren. Bij het lossen van vis, die aan de afslag moet komen, kan het nieuwe apparaat aan gesloten worden op de losbanden der KW 43. Dat is juist de clou van de zaak: men heeft nu de beschikking over een wal- installatie, die gebruikt kan worden in combinatie van de installatie van het schip zelf. Als de proefnemingen inderdaad gun stig uitvallen, zullen wel heel wat meer schepen zo'n installatie aanbrengen. Maar zover is het nog niet. Want hoewel men nu al zoveel ervaring heeft, dat de Jacobsladder zelf in een paar minuten te stellen is, heeft men toch nog een lichter nodig om het een ton zware gevaarte aan boord te brengen. En dat is natuurlijk een handicap, vooral bij pogingen om deze los methode algemeen te maken. Maar men kan ook moeilijk verwachten dat alles ineens ideaal zal zijn. Gisteren had men al een verbetering aangebracht in de vorm van een grotere vergaarbak en zo studeert men door. „De capaciteit is in elk geval groot genoeg" zei de heer Van der Veer. En nu gaat men weer verder puz zelen. De zo langzamerhand bekende zesjarige Beverwijkse avonturier Harry Paap heeft weer eens van zich doen spreken. Dit keer echter in minder plezierige zin omdat hij nu niet alleen een uitstapje maakte naar Castricum maar daar ook een windbuks wegpakte waarmede hij op de loop ging. De politie wist de knaap echter bij de kraag te pakken en de windbuks in beslag te nemen. De jongeman was zoals gewoon lijk weer van huis gegaan en had een „busje" gepikt naar Castricum. De politie bracht hem terug naar de ouderlijke wo ning in Beverwijk. De haringen worden over de stortgoot in de aak gedeponeerd.

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 7