w,
DE DODENLIJST VAN
ADRIAN MESSENGER
Badpakken uit Filmla
nd
PUZZEL NUMMER 6
PANDA EN DE MEESTER-OPHEFFER
Het geheim van de' vuurtoren
iOSRAM
Polle
Ons vervolgverhaal
^Hoe is het ontstaan?">
ZATERDAG 7 OKTOBER 1961
11
PHILIP MACDONALD
Oorspronkelijke titel
The list of Adrian Messenger
Y\
Katy
lampen
Dit woord:
ONGEZOUTEN
Vaa;
49 Goeie graf, Polle", zegt Pingo, „we houwen en houwen maar en we I kruin, Pingo, en dan zijn we klaar". „Hou er de moed nu nog even in, zing
schieten niet op!" „We hoeven ooi niet verder op te schieten dan de boom- er desnoods een liedje bij, en het is gebeurd voor je het weet
If
Tvvx \:-r> 0 H
IHMIIIIIIHHI
55) Ze voelde dat
het niet zomaar een schaduw van een
boom of zo was geweest. Het moest
de beweging van een man geweest
zijn die uit het maanlicht in de duis
ternis van de boom stapte.
Haar hart klopte in de keel en ze
snakte naar adem. Ze vroeg zich in
tens af hoe de indringer langs de
mensen van Scotland Yard had kun
nen komen, die het huis aan beide
kanten bewaakten: twee in de lege ga
rage in Marlborough Road en twee in
Wellington Lane zelf, zo op het oog
nachtwakers bij een opgraving in de
straat. Ze vroeg zich af of iemand
haar zou horen als ze schreeuwde en
realiseerde zich dan dat elke schreeuw
zelfs als ze er een over haar lippen
kon krijgen, verloren zou gaan in de
wind
Ze keek nog eens naar de iep, en
begon afstanden te berekenen...
Van de iep naar de deuren van de
eetkamer, van waar zij stond naar de
deuren van de eetkamer.
Ze dacht: als het maar donker was!
En toen werd het donker, want een
donkere wolk verborg ineens de
maan. Ze rende, verloor een van haar
pantoffels, struikelde en viel bijna,
en kwam met een nieuwe schrik tot
de ontdekking dat ze te laat was. De
duistere figuur verscheen nu enorm
groot tussen haar en de deuren...
Ineens was de wolk weg voor de
maan 6n kon ze weer zien...
Ze voelde opluchting, vermengd
met andere gevoelens, net als die
nacht in de flat van Adrian, en ze
was ontzettend boos.
„Jij!" zei ze. „Ik had het kunnen
weten. Probeer je er een gewoonte
van te maken me een doodschrik te
bezorgen?" Met een grote pas was hij
bij haar. Hij zei: „Het spijt me ont
zettend. Ik had echt niet de bedoe
ling je zo'n schrik te bezorgen..."
„Maar dat heb je dan toch maar
gedaan." Hoewel ze zich de kou niet
meer bewust was, trok ze de kamer
jas dichter om zich heen. „Mag ik
suggereren dat je beter overdag langs
kunt komen? En dan door de voor-
deur?" Zonder op antwoord te wach-
ten wilde ze langs hem heen lopen.
Hij bewoog zich echter en blokkeer-
I de haar weg. Hij leek groter dan ooit.
Hij zei: „Het spijt me alweer ont
zettend, maar de suggestie spreekt me
niet aan".
Ze wilde iets zeggen, maar wat wist
ze zelf later niet. Hij kwam namelijk
nog dichterbij en tot haar stomme
verbazing voelde ze zich van de grond
getild als een kind. Er was een arm
om haar schouders en een andere on
der haar knieën, en ze werd opge
tild of ze niet zwaarder was dan een
zak veren.
Ze hijgde: „Zet me neer!"
Hij liep naar de deuren, die hij
met zijn voet openduwde. „Even ge
duld," zei hij. „Als ik het wil en
waar ik het wil..."
Hij droeg haar de kamer in en
schopte de deuren weer dicht. Zijn
stalen armen maakten haar nog
steeds machteloos...
Voor het eerst in heel lang voelde
ze zich klein'
Een heel bijzondere ervaring, pret
tig, onmogelijk, afschuwelijk en heel
opwindend...
Tweeënzeventig uur later en hon
derdtachtig kilometer verderop kwam
een Amerikaanse gast, die zich had
ingeschreven als John Ducross uit
Duluth, de bar van het Royal Crest
Hotel in Manchester binnen.
Mijnheer Ducross was een stevig en
atletisch gebouwd persoon van goed
dertig jaar. Een rustig, sportief type
in grijze sportpantalon, tweed jasje,
donker sporthemd, met een jas over
de arm. Het was niet druk in de bar
en mijnheer Ducross ging naar zijn
vaste plaats, de barkeeper Jock vrien
delijk begroetend. De groet werd be
antwoord met de speciale glimlach
die Jock reserveerde voor zijn meest
gewaardeerde klanten, een kwaliteit
die mijnheer Ducross in zijn betrek
kelijk korte verblijf van tien dagen
in het hotel reeds bereikt had.
Mijnheer Ducross legde zijn jas
ner op een stoel en nam zijn hoed
af, waardoor een goed gevormd hoofd
zichtbaar werd, dat bedekt was met
haar van een ondefinieerbare bruine
kleur, geknipt in een zeer korte crew-
cut.
Mijnheer Ducross bestelde twee
dubbele whisky-soda's (de dame komt
direct), ging op een barkruk zitten en
deelde Jock mee dat hij net naar de
bokswedstrijd weltergewicht was ge
weest („de vijf beste ronden die ik
ooit gezien heb"), waarna hij de krant
opnam die een vorige klant op de
kruk had achtergelaten.
De krant was opengevouwen op een
pagina met sportnieuws en mijnheer
Ducross liet zijn oog daar vluchtig
langs lopen toen zijn aandacht plot
seling werd getrokken door een ko
lom onder de kop „Alles over de
paardenwereld," een kolom die, zo
bleek, verzorgd werd door iemand die
zich verschool achter het pseudoniem
Archie Stopwatch. Daarin las hij:
De Gleneyre renstal: Sinds de tra
gische dood van lord Gleneyre is er
veel gespeculeerd over wat er zou ge
beuren met de befaamde renstal van
de markies... Er was een wijdver
spreid gerucht dat de paarden ver
kocht zouden worden, maar persoon
lijk geloof ik daar niet in... De enige
zekerheid kan echter verkregen wor
den door een verklaring van lady
Gleneyre zelf, want zelfs de bekende
trainer van de familie, majoor „Bob
by" Rattigan, weet niets zeker. Hij
heeft echter beloofd me van de be-
slissng van de markiezin op de hoog
te te stellen zodra zij en de jonge
markies na Kerstmis van hun verblijf
op het familiegoed in Schotland zijn
teruggekeerd...
Na dit stukje gelezen te hebben, las
mijnheer Ducross het opnieuw. Ver
volgens, zijn vreugde verbergend, leg
de hij de krant terzijde. Hij nam zijn
glas en dronk het leeg in een stille
toast op mijnheer Stopwatch, die
hem, op deze manier de moeite had
bespaard voort te gaan met het zorg
vuldig elke dag napluizen van elke
mogelijke vorm van krant of tijd
schrift. Hij gaf Jock een teken dat
zijn glas nog eens gevuld moest wor
den en was half klaar met dat glas
toen zijn metgezellin zich bij hem
voegde.
Daar zij van even weinig belang
voor dit verhaal is als ze (behalve
als een bijdrage aan zijn gezondheid)
was voor mijnheer Ducross kunnen
we volstaan met te zeggen dat het
een aantrekkelijke en zeer welgebouw
de brunette was, die twee dagen te
voren met mijnheer Ducross in con
tact was gekomen en prompt voor
hem döor de knieën wSs gegaan, ejj
dat ze zich voorstelde dat hun assor
ciatie toch op zijn tninst een paar
maanden zou duren. Ze verscheen
naast mijnheer Ducross, gaf hem een
vluchtige kus op zijn oor en ging op
de kruk naast hem zitten. Daarna,
nog voor ze haar glas zelfs maar
aangeraakt had, begon ze te praten
over plannen voor het komende week
einde.
„Het spijt me, liefje." Mijnheer Du
cross coupeerde haar op de hem eigen
joviale manier. „Maar het gaat niet."
Hij legde leugenachtig uit dat hij die
zelfde middag een telegram uit Min
nesota had ontvangen dat maakte dat
hij nog maar een dag in Manchester
zou kunnen blijven.
„O Jackie!" De dame huilde bijna.
„Waar ga je naartoe?" Ze kreeg een
idee en klemde zich aan hem vast.
„Kan ik niet met je mee?"
MIJNHEER Ducross schudde zijn
kortgeknipte hoofd droevig. „Het spijt
me, kind," zei hij. „Op dit soort tour
nee kan ik geen damesgezelschap ge
bruiken. Het is een soort verkennings
expeditie, als je begrijpt wat ik be
doel. Het kan op echt zakendoen uit
draaien, maar ook niet." En aan de
ze onloochenbare waarheid voegde hl]
toe: „Een klein reisje in de zuidelijke
graafschappen."
Daar voegde hij nog aan toe: „Kom,
laten we er een gezellige avond van
maken." Hij legde zi.in hand op
haar stevige dij, die hij liefkoosde.
Die hand liet hij daar tot hij hem
even later naar zijn rechteroog bracht
om een klein spiertje dat was begon
nen te trillen, te wrijven...
Er dreigde storm op Scotland Yard.
En nergens minder dan in de grote
kamer met de vele ramen van de
hoofdcommissaris zelf, en op de dag
volgende op die waarop mijnheer Du
cross uit Duluth Manchester verlaten
had, een proces waarbij hij terloops
mijnheer Martin Crawford uit Calga
ry, Alberta, geworden was.
(Wordt vervolgd)
i -
In het Victoria-hotel te Amsterdam heeft
het modehuis „Cole of California" één de
zer dagen reeds zijn badpakkencollectie
voor het komende seizoen getoond. Deze
Amerikaanse badkostuums, aangepast aan
de Europese smaak, hebben een geheel
eigen stijl en het was verrassend te zien,
hoe op een zo simpel gegeven zó veelzij
dig kan worden gefantaseerd.
Men zoekt het in een perfectie van ma
teriaal en verwerking en door een combi
natie van de modernste garens verkreeg
men prachtige effecten. De Helanca las-
tex blijft nog steeds aantrekkelijk door
haar soepele rekbaarheid, maar daarnaast
I zagen we ook veel synthetische stoffen zo
als nylon chiffon, effen stretchnylon en
zelfs een tricot orlon, dat van fijna inge-
breide kantjes voorzien was en het aan-
I zien had van een kanten badpak.
De lastex-kwaliteiten zijn o.a. voorzien
van mooie filmdrukken op een effen of
structuurondergrond. Verder zijn het non-
I figuratieve dessins of bloemmotieven, een
enkele keer een doorgeweven streep met
opdruk of een imprimé op een hoogglan-
zende ondergrond. Ook de Jacquards in
mooie gedekte tinten dringen zich voor het
komende seizoen weer op de voorgrond,
met daarnaast een nouveauté op stoffen
gebied de z.g. brocato, een Helanca met
I een gekleurd ingebreid effect-nylon.
Bij de verwerking van de badpakken
volgt men een geheel nieuwe stijl, die zich
uit in een breed „U"-vormig halsdecolleté,
voorzien van vrij brfde schouderbandje^
die met knoopjes verstelbaar zijn. De rug-
uitsnijding loopt 'vaah tot onder, de .taille
en soms zelfs nog lager, maar wórdt "dan
halverwege bedekt met een smal tussen-
I stuk.
De pijpjes zijn niet meer schuin opge
knipt, maar recht en vrij lang en soms
voorzien van een schootje.
Zo nu en dan verschijnt het cein
tuurtje weer, wat het meest functio
neel wordt bij de blousonmodellen, iets
geheel nieuws in de badpakkenmode.
De hals is luchtigjes bijeengerimpeld
en de vrij hoge rug wordt met knoop
jes gesloten. Zonder ceintuur gaat het
verdacht veel op een hemdjurk lijken
en zien we ook hier een terugkeer naar
de mode van de twintiger jaren.
Dit uit zich ook bij de badpakken met
een dwarsband op de heupen. Als verdere
opvallende modeuitingen zagen we nog
plat-gesmockte zijkanten, rekbare schou
derbandjes, mooie rimpelverwerking en
plissérokjes. De kunstzijden franje als van
een ouderwetse lampekap, die het lijfje of
broekje bedekt, is voor degene die iets ge
waagds prefereert. De bikini's zijn over
het algemeen niet hyperkort meer en
kunnen met een bijpassend jasje of rok
een mooi geheel vormen. Zeer ideaal zijn
de lichtgewicht stoffen, waarbij de lastex
Drie nogal traditionele modellen uit
de collectie van „Cole of Califor
nia". Het simpele doch bijzonder
elegante witte pakje links heet
Back Flip; daar naast „Malibu
Middy" met een clevarsband onder
de taille en een kort schootje, d,at
men ook terugvindt in het rechtse
model Mazurka waarin vooral het
„dubbele" rugdecolleté opvalt.
vervangen is door een kunststof, die be
stand is tegen transpiratie en zonnebrand
olie. De nylon-chiffon is hiervan een voor
beeld.
Horizontaal: 1. muzieknoot, 3. oude leng
temaat, 5. scheepvaart, 9. voorzetsel, 10.
deel van een schip, 12. duiven verblijf, 14.
moderne uitvinding, 16. lichaamsdeel,
18. deel van een kledingstuk, 20. roofdier,
21. vaartuig, 23. oude inhoudsmaat, 24.
landbouwwerktuig, 26. rivier in Italië, 27.
vlaktemaat, 28. inferieur, 31. onbeperkt
machthebber, 37. drank, 38. stad uit de
Oudheid, 39. dierengeluid, 40. aanwijzend
voornw., 42. hulp, 44. getal, 46. bit, 48.
Oosteuropeaan, 49. eiland in de Middel
landse Zee, 51. Engels bier, 52. smak, 53.
grond bij een boerderij, 55. invulbiljet,
56. lidwoord, 57. bijwoord.
Verticaal: 1. knaagdier, 2. evenhoevig
dier, 3. gast, 4. beweging met de tong, 6.
land in Azië, 7. gewoonterecht, 8. stad in
Florida, 11. schoon, 12. stopplaats voor
een tram, 13. muzieknoot, 15. 's nachts ge
vormde waterdruppeltjes, 16. voertuig, 17.
kunstboter, 18. vogel, 19. aanhoudend la
waai, 21. beeltenis, 22. persoonlijk voornw.,
25. persoonlijk voornw., 26. familielid, 29.
grote rivier, 30. wees gegroet, 32. schoen
makersgereedschap, 33. bijwoord, 34. deel
van de voet, 35. getijde, 36. man van adel,
37. spil, 41. boom, 43. grondtoon, 44. vis,
45. tweetal, 47. deel van de mast, 49. be
richt, 50. zangstuk, 52. lor, 54 heftig.
Door een zetfout in de opgave hebben
velen no 35 verticaal verkeerd ingevuld,
doch zij hebben voor de prijzen mogen
meeloten.
Oplossingen uitsluitend op een brief
kaart! dienen vóór donderdag a.s. in ons
bezit te zijn.
OPLOSSING PUZZEL NR. 5
Horizontaal: 1 strand, 5 ram, 8. intern,
13. aai, 14. terug, 16 aas, 17. el, 19. merel,
21. draak. 23. os, 24. lat, 26. tor. 28. olm,
29. rut, 30. edel, 32. graniet, 35. mede,
36. reder, 38. aaien, 39. nagel, 40. egel,
42. rem, 43. vete, 44. tor, 46. nood, 48. eelt,
50. lam, 53. ad, 54. ader, 55. sier, 56. re,
57. pek, 59. inkt, 61. spel, 62. les, 63. Ares,
65. rat, 67. silo, 69 teler, 71. serum, 73. ge
ver, 76. omen, 77. steiger, 79. bete, 80. ris,
81. lor, 82. eis, 84. neg, 85. er, 86. roman,
88. astma, 90 na, 91. oog, 92. maart, 94. ego,
96. opstel, 97. fik, 98. stapel.
Verticaal: 1. speler, 2 ra, 3. aam, 4. niet,
5. rel, 6. ar, 7. mud, 9. ndam, 10. tak, 11. es,
12. nestel, 14. terra, 15. groen, 18. lade,
20 rog, 22. alt, 23. oude, 25. teder, 27. knie,
29. regel, 31. leg, 33. aard, 34. ieme, 35. mat,
37 rendier, 39. netelig, 41. loens, 43, vlies,
44. tap, 45. ode, 47. ork, 49. esp, 51. are,
52. mes, 58. kales, 60. tree, 61 stug, 62.
loven, 64. ren, 66. aria, 68. leb, 69. torero,
70. emir, 71. stram, 72. meest, 74. eten,
75. regaal, 77. som, 78. rit, 81. loge, 83. smet,
86. rot, 87. nat, 88. ark, 89. aga, 91. os,
93. ai, 95. op.
Prijswinnaars: 7.50: H. Hopman, Wil-
helminalaan 30, Bennebroek; 5: A.
Nieuwenburg, Eikenstraat 30, Haarlem;
2.50: Mevr. K. de Vries, Lange Nieuw-
straat 291, IJmuiden.
67. Het was duidelijk, dat de boom niets in de weg
wilde leggen aan de dienstvervulling van de politie
agent; hij bleef dan ook beleefd staan wachten terwijl
de laatstgenoemde door roepen de aandacht trok van
de bestuurder van de boevenwagen, die verderop in de
straat stond te wachten. „Kom maar voorrijden we
hebben een vrachtje voor je!", riep hij luidkeels.
Panda, die dat vrachtje was, probeerde intussen nog
eens uit te leggen dat hij het echt allemaal niet helpen
kon en dat hij onschuldig was en dat hij alleen maar
per ongeluk in slecht gezelschap was geraakt; maar de
tweede agent, die op hem moest passen en die Douwe
heette, vond het alleen maar een vervelend verhaal.
„Zout je uitvluchten maar op tot je voor de commissa
ris staat", zei hij, „die vindt het misschien leuk om
naar je te luisteren, maar mij kan het allemaal niets
schelen". Het zag er naar uit dat hij gauw van zijn
vervelende gevangene af zou zijn, want de wagen was
nu voorgereden en geheel bedrijfsklaar. „Is het een
grote vracht die je voor me hebt?" vroeg de bestuurder.
„Ach nee", zei de agent, die hem geroepen had. „Tot
nu toe hebben we alleen nog maar een klein ventje ge
vangen
Zij merkten niet dat de boom (die alles kon horen)
ontsteld raakte over deze mededeling maar dat is
begrijpelijk, want het is lastig om dergelijke dingen
aan bomen te zien.
Advertentie
Iemand ongezouten zeggen waarop
het staat wil zeggen: volkomen open
hartig, zonder er doekjes om te winden
zeggen wat me* meent.
Het is duidelijk dat ongezouten
oorspronkelijk niets anders heeft be
tekend dan: niet gezouten, zouteloos en
vandaar: flauw, kinderachtig. In die
betekenis vindt men het woord veel
vuldig, bijvoorbeeld in het werk van
Cats, die spreekt van ongesouten kuren
en van een ongesouten geck. De over
gang naar de huidige betekenis lijkt
wat vreemd, maar wordt wel duidelijk,
wanneer men denkt aan de zegswijze:
iets met een kerreltje zout nemen wat
immers wil zeggen: niet al te letterlijk
opvatten, rekening houden met over
drijving. Ongezouten is dan: zon
der omslag, zonder het minder prettige
te verzachten. Vroeger kende men in
dezelfde betekenis de zegswijze: iemand
^o^n gewassen iets zeggen.
303j Laten we daarbinnen gaan schui
len! stelde Dolf voort. Je wordt haast blind
van dat zand in je gezicht!
Hij duwde de deur open en ze gingen de
halfdonkere schuur in. Hier waren ze bui
ten het geweld van de wind.
Hèhè! zei Ben. Nou kan ik tenminste
weer adem krijgen Wat 'n wind!
Dé storm loeide om- de wrakke planken
van de oude keet. Ze keken door een
raampje naar buiten en zagen de zand-
wolken, die door de wind over de duinen
werden gezweept.
Opeens legde Ben z'n vinger op de
mond.
Stil 'es! zei hij waarschuwend. Ik
hoor .iemand praten, hier aan de andere
kant van deze wand!
Ze luisterden allebei.
t I 8 Bo» 6 Copenbog*"
48-19