METROMANIAK VERZAMELDE „ONDERGRONDSE" GRAPJES EEN MASSALE DOCUMENTATIE VAN „DE JAREN 40-45" SPIEGELT DE WERKELIJKHEID VAN DE BEZETTINGSTIJD -&-p -•-». DE UIT DE ILLEGALITEIT voortgekomen Amsterdamse uitgeverij De Bezige Bij heeft onlangs het documentenboek „De jaren '40-'45" doen ver schijnen. Leonard de Vries, van wie het idee voor deze uitgave afkomstig is, heeft zich vooral toegelegd op het bijeengaren van brieven, notities en pam fletten die de gevoelens typeren van de gewone Nederlandse mens tijdens de bezettingsjaren. Drs. A. H. Paape en Han de Vries hebben het overige materiaal bijeengebracht, waarbij de eerste zich vooral heeft beziggehouden met de structurele en redactionele indeling van het boek en de laatste met het visuele beeld van de oorlogsjaren, zoals dat bewaard is gebleven in foto's, affiches enzo voorts, alsmede met de grafische verwerking van het geselecteerde materiaal, dat geheel afkomstig is uit het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, dat de authenticiteit van het gepubliceerde garandeert. Drs. Paape schreef bij het boek een tekst, die het eigen verhaal van de documenten begeleidt op een uiterst bondige wijze. Deze tekst is als inlegboekje in de band gestoken, waarmee benadrukt wordt dat het een toegift op het werk wil zijn; niet een verklarende tekst. Die heeft dit in zijn veelzijdigheid indrukwekkende boek niet nodig. Een goede beelddocumentatie verheft zich boven de tijd, is vrij van een aan die tijd gebonden historische interpretatie. De samenstellers hebben hun materiaal zo koel gekozen dat de jaren '40-'45 werkelijk beeld geworden zijn. Geen onder deel is uit zijn verband gerukt of vertekend. Dit boek bevat een massa docu menten, die ook massaal verwerkt zijn. Door dit massa-karakter te eerbiedigen hebben de samenstellers vermeden dat er een „toon", een persoonlijk accent in dit materiaal zou sluipen waardoor de overtuigingskracht van het beeld geschaad zou worden. „De jaren '40-'45" is historische documentatie, geen geschied schrijving. Met dit boek in de handen kunnen ouderen iets aan de jongeren overdragen van wat zij in de oorlog hebben ervaren. Het tijdsbestek herleeft in de ruimte van nu. Men mene niet dat dit een „gruwelijk boek is, waarin leed en ellende in nadrukkelijke documenten naar voren worden geschoven. De verzameling is massaal en dwingt geen oordeel op, maar daardoor juist mondt zij in de beschouwer ervan uit in een besef van de waarheid van deze oorlog. Niet hoé het kon gebeuren wordt getoond, maar dat het gebeurd is. DIT ZEGT DRS. A. H. PAAPE over „De jaren '40-45 in het kleine tekst boekje: „De jaren '40-45" laat de oorlog zien, in documenten uit de oorlog, in foto's uit de oorlog. Al die documenten, al die foto's zijn tijdens de oorlog ver vaardigdmilitairen, politici, amhte- Babyfoto van Hitier naren hebben ze geschreven, typistes op allerlei bureaus, personeel op talloze drukkerijen hebben ze gereedgemaakt, fotografen hebben hun sluiters laten klikken en in hun ontwikkelbakken de beelden zien verschijnen die hun lens had getroffen. De gewone mens, die de oorlog heeft moeten ondergaan, heeft zijn gedachten op papier gezet, een dag boek bijgehouden, een schamper rijmpje geschrevenin momenten van heftige verontwaardiging een aan het getergde hart ontruktekreet neergekalkt, een boze brief neergepend, of een bede om hulp aan zijn medemensen gericht, in tien- of tienduizendvoud een geschrift vervaar digd vol van de geest van verzet, trach tend zijn medeburgèrs op te beuren, moed in te spreken, aan te sporen tot volhouden, of alleen maar een simpele brief geschreven ten afscheid aan vrouw en kinderen, terwijl huiten zijn cel het executiepeloton wachtte". JVI.H Ni'c van bet meer nrtonsv mmtN jy BEiuuEBroeK. AtHrer 1m zyM TiVN c>tooTe aAtA OF. Jtx-iW- 2jj 4/Ufc JwyHA/l- C&L.X C«/ *4 Sf>0£D gEW£N$ZHr. Jf f/ow /Z tfiyod jas ckHHstm* J-tltts A Clastl rCe. ruJ JUUZ1 OS-NUu t cd/ Ut- isutfc,r HET VERRAAD. Een briefje: ..Ben ver raden door verloofde van Wim. Door vier man in de rug aangevallen". „Zeg dat het werk ondanks alles moet doorgaan." „Als een fascist ademt, liegt hij reeds. Het Nederlandse volk is verstandig ge noeg om de leugens te doorzien. Daarom, vrouwen en mannen van Nederland: één antwoord.. Neen! Geen gehuwden, geen ongehuwden, geen enkele Nederlander naar Duitsland," aldus een stencil van de ondergrondse. HET VERRAAD. „Hieronder vólgt een belangrijke mededeling voor de Duitsche Weermacht. Allereerst moet ondergetekende zich, zeer tot zijn spijt, zijn naam geheim houden omred, dat hij de politiële ambenaren van Haarlem niet vertrouwt zoals hieronder blijk geeft. In de Vlamingstraat no. 22 alhier is een nest van samenkomsten van de ondergrondsche zeer gevaarlijke per sonen voor de D. Weermacht, ook zijn er verschillende Haarlemsche politie agenten hij betrokken die er dagelijks komen". En: „15 min. voor 12 word er doorgaans geluistert. Denk er om zij kunne achteruit vluchten er staat een ladder in de tuin". En: „Wanneer en radio niet te vinden is kijk dan eens in een kastje op de trap". Amsterdam verwelkomt de bevrijders ZATERDAG 7 OKTOBER 1961 if Erbij •Ü1&U4' U^~ - 2^-*t O 0 9^ <1--~ *Ees> i/rnr^- d é-c-^-c^ t tf/f t Jy*" */*^1 I SCM^t. ^</««'.l« aéL attJL £-"»-. tfu. j^LtfTTT.fl t/r p^ c£*- 2) Aaa b.S* te jeumut1«b or Aaatarcuus. X.iU £*t«rcUi* 4»1»1b door *«©,ev*a oet taa *«*ere nej.iie tuerlin^s werkt voor Joden en zit in ae ondergrondse en Terzet beweging, lieg bteeds verschijnt zij xe^ers vx^s op de £enee&£\maige dienst hier ia Haarlem» Meestal .tU3sen 10 enl2 uir. Si&ialement: BMlnê heren pT.'isfedr» Grijs* blauw gettippelde jas» Cm het hoofd eén doekje; blauw r.e t v.'itte jtipps.*.« "Heil Hitter Dwitiiciliand» WIE OOIT IN Parijs is geweest, weet, dat die stad beschikt over een voortreffe- lijk ondergronds spoorwegnet, de „métro". Vele tientallen jaren reeds denderen onder aardse treinen met de regelmaat van een uurwerk door de ingev/anden van de licht stad. Jaarlijks neemt het aantal passa giers van de métro toe. De totale lengte van het net bedraagt ruim 160 km. Da gelijks worden over dat net ruim vijf mil joen passagiers vervoerd, ongeveer half zo veel dus als het zielental der gehele Ne derlandse bevolking: een vervoerscapaci teit en een vervoersdrukte, die geen enke le ander onder- of bovengrond spoorweg net van vergelijkbare omvang bereikt. MET DE PARIJSE métro zijn ongeluk ken van enig formaat vrijwel nooit ge beurd. Sedert de ingebruikstelling van de métro is maar éen werkelijke ramp voor gekomen. Dat was in 1903. Toen botsten nabij het station Couronnes twee treinen in volle vaart op elkaar Tachtig mensenle vens gingen bij dat ongeluk verloren. WIJ WILLEN het evenwel niet hebben over de veiligheid en de stiptheid van dit Parijse ondergrondse spoorwegnet, doch een paar kenschetsingen memoreren, die bekende figuren van de métro hebben ge geven. Er is een Parijse „curiositeitenver zamelaar" geweest hij noemde zich „Jean Porte-Plume" („Jan Vulpenhou der" die zich specialiseerde op het bij eenbrengen van wat „métro-anecdotes" en „Ondergrondse-moppen". Hij wist zijn vrienden, kennissen en gasten te vertellen, welke de reacties waren geweest van alle vooraanstaande figuren uit Frankrijk en andere landen op hun eerste reis per mé tro. Enige van die „reacties" geven wij hier weer. TOEN DE Engelse koning Eduard VII (zoon van koningin Victoria) nog kroon prins en Prins van Wales was, vertoefde hij graag en veel in Parijs. De métro was toen nog heel jong. Toch waagde prins Ed ward zich aan een tochtje. Toen hij uit stapte, zei hij kortaf: „Snelheid goed, lucht slecht!" (De Parijzenaars waren toen blijkbaar ook al verzot op knoflook). Een andere Brit, wiens mening Jean Porte-Plume optekende, was George Ber nard Shaw, de beroemde Engelse toneel schrijver. Porte-Plume vergezelde Shaw persoonlijk op diens eerste métrorit. Toen zij samen op een terrasje op een der bou levards zaten, vroeg hij: „En, mijn waar de mijnheer Shaw, wat vindt u van onze ondergrondse?" G. B. S. had zijn formule ring al klaar. Prompt zei hij: „Een ver voermiddel voor aardwormen!" Een Nederlandse schrijver van wereld naam, Louis Couperus, vertrouwde Porte- Plume eveneens zijn oordeel toe na zijn eerste rit per métro. Het luidde in het Nederlands: „Dofferig-dreunige wagon wankele wagons, die dreigend-denderend daveren door donkere diepten." Porte- Plume heeft deze Couperiaanse karakteris tiek nooit tot zijn volle tevredenheid in het Frans kunnen vertalen Poincaré, die in de eerste wereldoorlog president van Frankrijk was, gaf zijn in druk weer in een bijkans meetkundige de finitie. Hij zei: „De kortste afstand tus sen twee punten in Parijs is., de métro!" DE GROTE ACTRICE Sarah Bernard had zich na haar eerste métrotocht bij zonder prijzend uitgelaten, zeer tot genoe gen van de autoriteiten. Zij besloot haar loftuiting met de woorden: „En wat ik het prettigst van alles vond was, dat ik einde lijk de gelegenheid heb gekregen om eens ongedwongen kennis te maken met de ve len, die mij zo vaak hebben toegejuicht. Ik bedoel, nu heb :k mijn publiek eens werkelijk gezien.." Toen de métro zijn diensten begon, was Duitsland nog een keizerrijk en troonde Wilhelm II in Potsdam. De vrouw van een in Parijs geaccrediteerde Duitse diplomaat wilde kort na de ingebruikstelling van de ondergrondse een ritje maken. De directie wees iemand aan om haar te begeleiden (Vervolg op pag. 4) DE SAMENSTELLERS hebben gekozen uit twintig miljoen pagina's aan documen ten die twee strekkende kilometer beslaan in het Rijksinstituut voor Oorlogs documentatie en z(j hebben er dit boek van 256 pagina's uit samengesteld. Wie het boek ter hand neemt wordt door de beel den overstelpt. Het boek lijkt te volge stopt, te druk. Maar als men dan begint te bladeren wordt men in deze keten van beelden gevangen. Zij pleiten niet, zij wil len niet overtuigen; zij tónen. Zij zijn niet geraffineerd gerangschikt om een betoog te vertegenwoordigen. Het betoog wordt in de beschouwer zelf weer wakker. De beel den schéppen het argument; zij vertegen woordigen het niet. Zij dwingen de lezer de oorlogsjaren binnen. Het is geen objec tieve geschiedschrijving. Hier wordt ge schiedenis in de beschouwer levend ge maakt; en dat betekent dat hij zijn erva ringen opnieuw beleeft, of dat hij ervarin gen rijker wordt. Deze beelden zijn de spiegel van de oorlogswerkelijkheid; een spiegel die over de jaren heen die werke lijkheid blijft gevangen houden en blijft dóórgeven; een koele spiegel, die niet ge slepen is om het beeld te vervormen naar tendensen. Dit boek schept geen haat, het schept verbijstering. Want de veelheid van emoties die het in de beschouwer wekt is te breed om in de engte van de haat uit te kunnen monden. Het maakt de be schouwer anoniem; zjjn verbijstering is on benoembaar. VBTBL-t'OV WA be NS 3 v\kc%a4a.aj&/~ A 2 2 Aa/ao li cLaA it/fCiVL»C tX (A Utinn J UIT DE VEELHEID van beelden zullen wij hieronder enkele kiezen, willekeurig, want „De jaren 40-'45" laat geen keuze norm toe. Het boek begint pas aan zijn titel nadat in vijf fotopagina's de ontwik keling, die tot 40-'45 leidde, summier is aangeduid, uiterst compact vergezeld door de tekst van drs. Paape in het inlegboek je. Op de eerste van die vijf inleidende pa gina's is een babyfoto van Hitier afge drukt en het krantebericht, burgerlijke stand, dat „Hittler, koninklijk en keizer lijk douanebeambtenkind op 20 april 1889 is geboren". TELEXBERICHT van de commandant veldleger aan het Algemeen Hoofdkwar tier, 10 mei -1940, 14,28 uur: „Moerdijk is in handen van de Duitschers". Duits pam flet, boven Den Haag uitgeworpen: „Je- der burger is verplicht zijne bezigheden na te gaan". Radiorede van Koningin Wilhel- mina, 10 mei: „Ik en Mijn Regering zul- len ook thans onzen plicht doen. Doet gij den uwe, overal en in alle omstandighe den, ieder op de plaats waarop hij is ge steld, met de uiterste waakzaamheid en met die innerlijke rust en overgave, waar- tog een rein geweten in staat stelt". Lei der Mussert dook onder bij „kameraads- ke" Gooijer in een kuil achter in de tuin. Verslag van het „kameraadske": Toen kwam de Leider uit de loopgraaf tevoor schijn. Hij had daar zes uur lang gezeten en had een verkoudheid te pakken. Ik heb vlug eten voor hem klaargemaakt: gebakken aardappelen met sla en een spiegelei. Hij at heel weinig en ging di rect daarna naar bed". RIJMPJE IN BEELDVERHAAL voor de Duitse jeugd over de heldendaden van de Wehrmacht in Rotterdam: „Sinnlos war dieser Widerstand, die Stadt, die Sehiffe stehn in Brand. Wer sich mit Engeland verbündet, den Tod durch Deutschlands Waffen findet". (met kleurige plaatjes). De N.S.B.-ers duiken na de capitulatie op: zij geven een oorkonde uit ter herinnering „aan de diefstal, de vernieling, de brand stichting, de mishandeling en de concentra tiekampen. Ter herinnering aan de laatste misdaden, die Joden, vrijmetselaars, je- zuïten en andere volksverraders aan ons Volk konden bedrijven; ter herinnering aan de kameraden die vielen als slachtoffer van democratische moordlust". Op de pa gina ernaast herdenkt de burgemeester van Den Haag een aantal van zijn Joodse vrienden, die in die dagen een einde aan hun leven maakten. Op 15 mei al verschijnt het eerste Geu- zenbericht van de Haarlemmer Bernard IJzerdraat, die op dertien maart 1941 voor een vuurpeloton zou vallen, een van de achttien doden. Mussert schrijft in zijn dag boek over Seyss-Inquart: „Een nobel eer lijk mens met zacht karakter"; over Rau- ter: „Prima man". Foto's roepen her innering op aan de krantencensuur, het luisterverbod, de invoering van het bonnen- stelsel. Seyss-Inquart noemt Prins Bern- hard in een brief: „der unqualifizierbaren Biesterfeld". H. Verhaaff, slijter te Schie dam, adverteert openlijk: „dat hij niet, zo als van verschillende zijden wordt beweerd lid zou zijn van de N.S.B. Beleefd aan bevelend voor Wijnen en Gedistilleerd". „DE GEUS", het studentenverzetsblad, publiceert de magistrale rede van prof. Cleveringa, gehouden toen zijn leermees ter en collega prof. Meyers geen college meer mocht geven omdat hij Jood was. De Jodenvervolgingen beginnen. Een over zicht van het kamp Mauthausen: 23-6-41: 639 Joden; 31-8-41; 572 Joden; 21-9-41: 371 Joden; 19-10-41: 144 Joden; 28-12-41: 8 Joden. Dat was het verslag van wat sr met de 400 Joden is gebeurd die op 22 sn 23 februari 1941 in de Amsterdamse Jo denbuurt werden gegrepen, toen er een W.A.-man het leven had gelaten bij rel letjes en een Duitse patrouille in botsing was gekomen met een groep Joden. Op 25 en 26 februari volgde de grote staking in Amsterdam. „Jongens met pit melden zich allen bij de Waffen SS" zegt het aanplakbiljet Zij mogen naar Rusland. Een aanmelding: „Ik ben thans 21 jaar, en kan doen wat ik wil. Mijn vader en moeder wilde niet dat ik ging. voor het Legioen doch nu ga ik er toch henen. Gaarne had ik dus van u ecnig bericht. Ofdat u alvast geld zend. dan kom ik naar Den Haag toe. In af- wachting". Een kameraad schrijft later uit Rusland naar huis: „Wij liepen alle in sportbroekje rond. De le kompagnie benutte de vrije tijd om Joden dood te schieten die „Partisanenkrieg" gevoerd hadden". Een officieel Duits rapport maakt melding van de goederen die naar Duitsland zijn geëxporteerd, onder andere voor 70 miljoen aan boter. HET VERZET IS BITTER. Maar het ge voel voor humor is nog niet verdwenen: een Amsterdammer roept tegen een Duit ser, die aan de tram hangt: „L.. d'r niet af, stuk victorie, anders moeten we vanavond weer om acht uur binne weze. Op de aanplakbiljetten „Duitschland wint voor Europa op alle fronten" wordt „Eur weggeklad. De N.S.B. geeft een burge meesterscursus in 25 lessen.. Wat voor burgemeesters? Die van Oostzaan vangt een man: „Het bleek een uit Amsterdam afkomstige Jood te zijn, die zonder her kenningsster liep. Des middags is hij op transport gesteld," aldus een krantebe richt. Het lot van de Winterhulp wordt ge ïllustreerd door deze brief: „Voor de zoo- veelste maal heb ik ook Vrijdag 2 mei mij weer beschikbaar gesteld voor de Win terhulp. Toen kwam ik ook bij een zekere G. Nijman die zeide tegen mij Ik praat wel met fatsoenlijke menschen, maar niet met jou, opgedondert jij heb geen bliksem op mijn grond te maken opgedondert en gouw ook, Nu voel ik mij erg beleedigt. In de eerste plaats dat daar mee bevestigt is dat ik niet fatsoenlijk ben, en ten twee de, dat ik op onredelijke wijze van zijn grond ben gestuurt. Is dat de manier van liet volk tegen een colektant van optreden, terwijl je je uitsloof voor een goed sosijaal wer, dan staat in de krant één voor allen en allen voor één". Een bericht in de krant „Eetbare brand netels geveild"; „De vleeschbon geeft ook recht op been", „Niet aan het touw op pakken a.u.b. 't is Papier-touw". De Jo denvervolging 's op volle toeren. Een be richtje uit de Oranjekrant van juli 1942: „Alleen reeds in de Sectie Daniël Meyer- plein te Amsterdam bedroeg het aantal of ficieel vastgestelde zelfmoorden op Dins dag 14 Juli, 289, en op Woensdag 15 Juli 276 gevallen". Voor vijf hij de Duitsers ingeleverde Joden ontvangt de „Kolonelle Henneicke", wanneer S.S.-Hauptsturmfüh- rer Aus der Fünten getekend heeft „für die Richtigkeit der Uebernahme" een be drag van 37,50, zeven gulden vijftig per „ingeleverde" Jood, of hij 8 maanden oud is of 66 jaar.. De commandant van Wes- terbork Konrad Gemmeker kan begin 1944 een tabel laten opstellen van binnengeko men en vertrokken Joden in zijn kamp; in nog geen anderhalf jaar zijn er bijna 87000 „nach dem Osten" verdwenen. EEN DAGBOEKFRAGMENT van een gevangene in Westerbork: „Een jong meisje roept me. Ze zit kaars recht overeind in haar bed met wijd- opengesperde ogen. Het is een meisje met dunne polsen en een doorschijnend smal gezichtje. Ze is gedeeltelijk ver lamd, ze was juist weer begonnen op nieuw te leren lopen, tussen twee ver pleegsters in, voetje voor voetje. „Heb je het gehoord, ik moet weg," fluistert ze. .,Wat, moet jij weg?" We kijken elkaar een poosje sprakeloos aan. Ze heeft helemaal geen gezichtje meer, ze heeft alleen nog maar ogen. Einde lijk zegt ze met een effen grauw stem metje: „En zo jammer, hè, dat nu al les, wat je in je leven geleerd hebt, nu voor niets is geweest" en „wat is het toch nog moeilijk om dood te gaan hè?" L

Krantenviewer Noord-Hollands Archief

IJmuider Courant | 1961 | | pagina 15